GR 128.8 Mollem – Nieuwenrode (19.5 km)

🥾 Terrein:
Overwegend vlakke en licht glooiende etappe door het Vlaamse boerenlandschap. Veel onverharde veldwegen, landbouwpaden en enkele asfaltpassages. De echte klimmetjes zitten vooral aan het begin; daarna volgen vooral lange, rustige stukken door open landschap.

🏞️ Bezienswaardigheden:
• Mollem – kerk, dorpscentrum en grote hoeves
• Oriëntatietafel van Mollem – hoogste punt van de dag op 71 meter
• Typisch Vlaamse landbouwlandschap met velden, hoeves en vee
• Kerkje van Brussegem in de verte
• Blakenbergbos
• Indrukwekkende vierkantshoeve
• Wolvertemse Beemden, natte weilanden aan de samenvloeiing van twee beken

Afstand & duur:
± 20 km – ongeveer 4 à 5 uur wandelen, exclusief pauzes.

⛰️ Zwaartegraad:
Gemakkelijk. De hoogtemeters zijn beperkt en het terrein is weinig technisch. Vooral de lange open stukken en het gebrek aan afwisseling maken de etappe mentaal wat minder uitdagend.

Oordeel: 3,5/5

Nadat we de streekGR Groene Gordel na enkele jaren eindelijk hadden getemd, was het voor mijn wandelgezel en ik zoeken naar een nieuw wandelproject waar we ons voor langere tijd zoet mee konden houden. We zochten het dit keer, toch om te beginnen, iets verder en kozen voor de GR 128, de Vlaanderenroute. Deze start eigenlijk in Wissant aan de opaalkust en gaat zo door Vlaanderen naar Aken. Wij gingen echter voor de meest haalbare startplaats i.f.v. openbaar vervoer en begonnen ons GR 128-avontuur in het West-Vlaamse Tielt. Tijdens etappe 8 kwamen we vooral door hetzelfde soort landbouwlandschap met veel weiden, koeien en paarden en opvallend weinig dorpen, kernen en gehuchten.

Ontdubbeling

Normaal gezien, volgens de gids, was de volgende etappe een tussen Mollem en Eppegem. We hadden dit al in de omgekeerde richting gedaan op de streekGR Groene Gordel. Alleen was deze variant een hele hoop langer. De totale wandeling zou 34 kilometer vragen en noch onze voeten noch het weer zorgden ervoor dat dat een uitdaging was die we beide zagen zitten. En dus besloten we de koek in twee te delen en gingen we tot in Nieuwenrode, Kapelle-op-den-Bos.

Naar de oriëntatietafel

Het eerste deel van de etappe was een tocht naar de oriëntatietafel van Mollem, voor ons onbekend, maar lokaal gekend genoeg om een parking én een paardenparking te verdienen. Aanvankelijk ging het nog door Mollem zelf, met een mooie kerk, een gezellig centrum en enkele grotere hoeves. Ook passeerden we een loods met indrukwekkende stapels houten paletten.

Maar het hoogtepunt, letterlijk, was dus de oriëntatietafel die op een mooie dag ver uitzicht gaf. Helaas was het geen al te mooie dag en hadden we dus vooral zicht op Merchtem. De oriëntatietafel ligt op 71 meter. Dat betekende dus dat we op dat moment best nog wel wat hoogtemeters hadden gemaakt. Het was het einde van de echte klimmen. De rest van de dag zou het eerder glooien.

Naar de tussenstop

De rest van de dag zou eerder bijzonder zijn en door velden en langs hoeves gaan zonder echt een dorpskern te passeren. Daarom is het ook niet zo eenvoudig om een relaas te geven van de wandeling. En dus waren de kernwoorden: gewassen, velden, af en toe een koe of paard. Onze eerste passage door dit desolate Vlaamse boerenlandschap was van een heel ander soort.

Na mijn bijna tweede boodschap in de natuur op het Pieterpad en mijn echte tweede boodschap op de GR5A in een bos in de Vlaamse Ardennen voelde ik alweer een hoge nood. Dit keer, door het open landschap en de afwezigheid van natuur, zag ik mijzelf genoodzaakt om aan te bellen, zonder succes. Pas toen we op de kaart aan het kijken waren naar een uitwijkroute kwam een redder in nood spontaan opendoen en werd mij dus een schaamtelijke passage in een schaamtelijk bosje een kilometer verder bespaard.

Door het boerenlandschap

Het was zeker niet dat het onaangenaam wandelen was door dit landschap. En af en toe was er ook in de verte of wat dichter iets te zien. Zo zagen we het kerkje van Brussegem, een veld met zeer geurige spruiten en een gigantische constructie voor iets wat waarschijnlijk een paardenhappening moet zijn. We kruisten hier ook de GR 126 Mariekerke – Membre.

Qua echte natuur was het op dit stuk nog zeer spaarzaam. Er was een heel klein stukje in het Blakenbergbos, waar wel heel wat wandelwegjes waren maar die we hier niet aandeden. In de plaats gingen we er rond en zagen we zo…nog wat meer gewassen, velden en af en toe een koe of paard. Toch was er ook hier een hoogtepunt, met een gigantische vierkantshoeve die langs alle kanten te bewonderen en indrukwekkend was.

Wolvertem

Het was nog even door de velden en dan een klein ander soort stukje natuur dat zich als veelbelovend aanbood. De Wolvertemse beemden ligt aan de samenvloeiing van de Molenbeek en de Meuzegemse beek. Door het overstromen van de beken vormen er zich natte weilanden met ook interessante fauna en flora. Het was op zich mooi, maar ook kort. De passage in Wolvertem was opnieuw kort. We gingen even langs een drukke baan, waar de frietgeur in de lucht hing. En dat was het dan.

Daarna ging het via een brug over de A12 even kort richting het bijzondere Sint-Brixus-Rode, genoemd naar Brixius van Tours. Voor de rest was er over dit plekje niet veel te vertellen. We wandelden nog door hoge maïsvelden en kwamen aan een ijsboerderij waar enkele kalfjes in een apart klein hokje waren gezet. Zielig, maar waarschijnlijk niet zonder reden.

Door de regen naar Nieuwenrode

Het laatste stuk was best nog wel mooi, langs onverharde paden. De laatste 500 meter liepen langs een bomenlaan met kasseien. Na een tijdje doemde de skyline van Nieuwenrode op. Op dat moment was het vrij hard beginnen te regen. In Nieuwenrode was er geen café open en dus was het meteen naar de bushalte, die door werken was verplaatst. Uitgeregend maar tevreden over alweer een leuke etappe op de GR 128 namen we de bus naar Vilvoorde en zo terug naar Halle.

Meer wandelingen op de GR 128 vind je hier: https://fromtheseatothelandbeyond.com/gr-128-vlaanderenroute/

GR5A.5 Ronse – Avelgem (20 km)

🥾 Terrein:

Uitdagende heuvelachtige etappe met een mooie afwisseling van onverharde veldwegen, bospaden en korte asfaltpassages. Vier stevige beklimmingen zorgen voor het nodige klimwerk, maar de paden zijn doorgaans goed begaanbaar.

🏞️ Bezienswaardigheden:
• Panorama’s over Ronse en de Vlaamse Ardennen
• Kruisberg, Scherpenberg, Hotondberg en Kluisberg
• Hotondmolen: hoogste punt van Oost-Vlaanderen
• Scherpenbergbos en Kluisbos
• Kapel Wittentak en overwoekerde veldkapel
• Ronde van Vlaanderenstraat met overzicht van alle winnaars
• Mont de l’Enclus, karaktervol grensdorp
• Wielerbrug over de Schelde en oude spoorlijn naar Avelgem

Afstand & duur:
20 km – ongeveer 4 à 5 uur wandelen, exclusief pauzes.

⛰️ Zwaartegraad:
Gemiddeld tot iets zwaarder. De opeenvolging van vier heuvels maakt deze etappe fysiek pittiger dan de afstand doet vermoeden, al blijft het terrein technisch eenvoudig.

Ons land kent heel wat GR’s. En blijkbaar kunnen we zelfs claimen de langste luswandeling van Europa op ons grondgebied te hebben. De GR5 A (de link met de GR5 is mij een raadsel) is ook gekend als de wandelronde van Vlaanderen en wandelt de grens van Oost- en West-Vlaanderen af, goed voor 582 km wandelplezier. Na bijna een jaar kon ik nog eens een vervolg breien en deed ik dit tweede deel van de tocht door de Vlaamse Ardennen.

De wandeling van Flobecq naar Ronse was de laatste wandeling die ik had gedaan voor ik vader werd, vorig jaar in augustus. Het was dus best een mooi gegeven om bijna een jaar later het vervolg op deze mooie etappe aan te vatten. En aangezien het in de heuvelachtige Vlaamse Ardennen bleef, mag het ook niet verbazen dat het vooral een landschappelijke verderzetting was.

Klimmen uit Ronse

Ronse zelf ligt in een dal, wat logischerwijs betekent dat de kans groot is dat in deze regio de weg stijgt. Na een kort stukje door de stad zelf, niet meteen het meest charmante gedeelte, ging het inderdaad vrij snel in stijgende lijn. Gelukkig was het stuk door een woonwijk van vrij korte duur en leidde de GR5A  de natuur in.

Deze etappe was namelijk een opeenvolging van de zogenaamde bergen van de Vlaamse Ardennen. Uiteraard op de schaal der dingen nog vrij lage heuvels, maar dat maakte de hellingsgraad van sommige niet minder pittig. Dit eerste stuk ging nog meer door open velden, met af en toe een vista over de streek en over Ronse. En zo kwam ik aan de eerste van 4 toppen, met name de Kruisberg.

Avonturen in het bos

Hierna kwam er een eerste passage door het bos, na een kort bezoekje aan kapel Wittentak. Na een mini-omleiding kronkelde de GR5A het Scherpenbergbos in. Bij de intrede van het bos sloeg het noodlot echter toe. Daar waar ik vorig jaar op het Pieterpad nog maar net een nummer twee in de natuur kon vermijden, was mij deze keer de luxe niet gegund. En dus kreeg ik, tegen mijn wil in, een bijzondere hechte band met het Scherpenbergbos.

De naam van het bos is afgeleid van, niet echt verrassend de Scherpenberg, met zo’n 145 meter niet de hoogste, want die volgt al snel. Met 150 meter is namelijk de Hotondberg het hoogste punt van de Vlaamse Ardennen, en dus ook van Oost-Vlaanderen. Hier staat ook de gelijknamige, witte molen, onder andere gekend van de helikoptershots tijdens de Ronde van Vlaanderen.

Door de velden naar de volgende berg

Na de passage door het bos ging het lange tijd door de al even mooie en aangename glooiende heuvels. Het viel op hoe vaak het hier op onverharde paden ging. En zelfs de stukken over asfalt of verharde ondergrond waren best aangenaam omdat er overal wel wat te zien was. Op het gevaar af om even richting de hyperbool te gaan, je krijgt af en toe het gevoel ergens in het buitenland te vertoeven.

Een korte passage gaat langs de flanken van het Beiaardbos, dat niet zelf wordt bezocht, maar waar het wel via twee poortjes door een weide gaat. De Wandelronde en de echte ronde van Vlaanderen kwam samen in de Ronde van Vlaanderenstraat waar alle winnaars van de Ronde op de grond staan gekalkt. Een hele mooie overwoekerde semi-kapel later kwam ik aan op de voorlaatste berg, de Knokteberg of Côte de Trieu (goed voor 123 meter)

Kluisbos en -berg

De laatste passage naar een van de heuvels van de Vlaamse Ardennen leidde door het Kluisbos. Dit was op zich het minste van alle bosstukken. Langs de linkerkant was er een smal bospad en langs de rechterkant een onverhard stuk dat hoofdzakelijk door wielrenners en gravelbikers werd gebruikt. Door het vrij mooie weer, wel bewolkt maar droog en met een goede temperatuur, was er veel volk op de baan.

Na een kleine lunchpauze op een bankje, aan een wegwijzerboom die ook naar de GR 122 Zeeland – Champagne-Ardenne en de GRP 123 Tour de la Wallonie picarde leidde. Maar ik moest natuurlijk verder op de GR5A. De wegwijzers leerde mij dat ik ondertussen 43 kilometer had gedaan sinds het vertrekt uit Geraardsbergen en dat de aansluiting in De Panne nog 157 kilometer zou vergen.

In het Kluisbos ging het al continu langs de taalgrens. Net zoals de Knokteberg ligt ook deze zowel in Vlaanderen als Wallonië. Hier is ook een Tumulus te vinden. Na een goede drie kilometer door het bos arriveerde ik aan de top van de Kluisberg, waardoor het vanaf nu hoofdzakelijk dalen zou zijn.

Henegouwen en West-Vlaanderen

Het laatste stuk, nog een goede vijf kilometer deed nog twee provincies aan. De eerste was Henegouwen. De GR5A gaat namelijk nog een stuk door Mont de l’Enclus, een vreemde plek met heel wat mooie, speciale en mooie maar vervallen gebouwen. Van Enclus du Haut daalde de GR naar, verrassing, Enclus du Bas.

Vervolgens was het, na het betere daalwerk en nog wat paden door de velden, via een asfaltpad naar de wielerbrug over de Schelde, met ook nog enkele wielerkunstwerken. Daarna volgde de GR de oude spoorlijn, om zo aan te komen aan het voormalig treinstation, waar ik mijn bus richting Oudenaarde nam, na een erg mooie wandeldag door de Vlaamse Ardennen.

Meer wandelingen op de GR5A vind je hier: https://fromtheseatothelandbeyond.com/gr-5a-wandelronde-van-vlaanderen/

De kastelenroute 5: Asse – Aalst

🥾 Terrein:
Afwisselende wandeling over landbouwwegen, onverharde veldpaden, bospaden en kortere stukken asfalt door dorpen en stadsrand. Overwegend vlak, met veel aangename onverharde passages en enkele groene parken richting Aalst.

🏞️ Bezienswaardigheden:
• Kasteel Rampelberg
• Kasteel de Bergen
• Kasteel Putberg
• Kravaalbos, uitgestrekt en populair wandelbos
• Meldert, charmant dorp met fraaie kerk
• Waterkasteel van Moorsel, indrukwekkend renaissanceslot
• Somergembos, groene pauzeplek
• Kasteel Ronsevaal
• Kasteel De Vis
• Kasteel de Rozerie
• Zwembadpark en Dender in Aalst

Afstand & duur:
23 km, ongeveer 5 uur wandelen, exclusief pauzes.

⛰️ Zwaartegraad:
Gemakkelijk. Een vlakke wandeling zonder noemenswaardige hoogtemeters. Vooral de afstand bepaalt de inspanning.

Oordeel: 4/5

Vlaanderen kent heel wat wandelpaden, maar ook een hele hoop hele, halve, grote en kleine kastelen. Op een blauwe maandag leek het mij leuk om een eigen wandelroute uit te werken die langs deze bijzondere gebouwen en plekken gaat. Tussen droom en wandeldaad staan praktische zaken, maar uitstel is geen afstel. Eindelijk kon ik beginnen aan de kastelenroute. Ook de vijfde etappe zorgt voor heel wat kasteelvertier, alleen zijn er enkelen ook verstopt achter een hoge haag of bos. Desondanks was er, door onder andere het groot stuk langs onverharde paden, ook veel natuurplezier te beleven.

Drie op een rij

De wandeling begon met een drietal aan kastelen, hoewel sommigen misschien eerder onder de veredelde landhuizen vielen. Na een kort stuk weg van station Asse kwam al snel kasteel Rampelberg op het vizier, statig maar langs een vrij drukke steenweg. Via nog een stukje woonwijk ging het naar kasteel de Bergen, verstopt achter een haag met enkel de poot met oprijlaan zichtbaar en even later naar kasteel Putberg, waarvan slechts het dak gedeeltelijk te zien was.

Gekend terrein

Door landbouwvelden en onverharde paden ging het naar gekend terrein. Ik deed recent nog het Kravaalbos aan in de wandeling op de GR 128, de Vlaanderenroute, op het stuk tussen Moorsel en Mollem. Hier ging het langs het ander stukje, maar desalniettemin was het op deze zonnige dag goed vertoeven in het Kravaalbos. Het bos zelf was ondanks het ochtenduur al goed bezocht door wandelaars en joggers.

Na deze passage ging het kort door het centrum van Meldert, met een vrij mooie kerk en her en der ook pittoreske huisjes. Het gekende pad blijft nog even gevolgd worden. De Faluintjesstreek wordt hier gekenmerkt door een smal pad langs een beekje. Na een goede kilometer arriveerde de Kastelenroute aan alweer het vierde kasteel, het indrukwekkende maar opnieuw verstopte waterkasteel van Moorsel, een renaissancistisch waterslot gebouwd tussen 1521 en 1526 in opdracht van Carolus van Croy.

Door het groen naar Aalst

De weg naar het centrum van Aalst was opvallend groen en langs onverharde paden. Vanaf Moorsel ging het eerst door een pad tussen velden. Na een passage langs hondenschool, voetbalveld en golfterrein, duikt het even het Somergempark in, langs de gelijkgenamige nog niet volledig afgewerkte sociale nieuwbouwwijk. Het Somergembos volgde al snel en met de stijgende temperaturen was het op dat moment een perfecte plek om even te pauzeren en te lunchen. Het was het laatste echte stukje natuur. Wat volgde was het tweede trio kastelen.

Verborgen kastelen

Het eerste van de drie was kasteel Ronsevaal, eerder een eclectisch landhuis daterend van het einde van de 19de eeuw. Langs de straatkant is het goed verstopt, pas vanaf de buurtweg kan je het best wel mooie dak bewonderen. Na nog een stukje natuur, met een mooie, pittoreske vijver, volgde een kasteel/landhuis dat nog niet op mijn radar was gekomen. Hoewel ook hier slechts een beetje door de bomen zichtbaar, was kasteel De Vis op deze manier toch een mooie toevoeging. Afsluiten deed de kastelenwandeling met kasteel de Rozerie, dat opnieuw goed verborgen lag achter bomen en een muur en waar vooral het dak zichtbaar was.

Naar het station van Aalst

Met de laatste drie kastelen achter de kiezen restte nog een tocht naar het station van Aalst. Na een stukje bebouwing, dook de route door het Zwembadpark, waar het, verrassing, zwembad Aquatopia staat. Na een stukje Finse piste was het even zoeken door een rariteit in de gpx, maar uiteindelijk moest gewoon de steenweg overgestoken worden. In het park zelf was het even minder gezellig, met een dronken, prevelende man verstopt in een van de bossen. Aalst…

Het laatste stuk ging vooral naar een meer industrieel stuk, met silo’s, fabrieken en spoorwegen, maar ook met campings en caravans. Ook de carnavalshangars werden gepasseerd. Tot slot ging het naar de Dender, met ook zicht op het moderne stadhuis. Het is dan nog maar enkele honderd meters naar het station. Het einde van alweer een geslaagde wandeling op de zelfverzonnen kastelenroute.

Meer kastelenroute kan je hier vinden: https://fromtheseatothelandbeyond.com/de-kastelenroute/

De beschrijving vind je hier:

En de gpx hier: https://www.wikiloc.com/hiking-trails/kastelenroute-etappe-5-asse-aalst-273715284

De kastelenroute 4: Dilbeek – Asse

🥾 Terrein

Overwegend verhard en halfverhard, met korte maar soms modderige natuurstroken langs beken en door weiden. Enkele obstakels door natte ondergrond, omgevallen bomen en vlonderpaden. Hoogtemeters zijn beperkt, maar de afwisseling tussen dorp, verkaveling, veldweg en park maakt het een dynamische overgangsetappe met een stedelijk randkarakter.

🏰 Bezienswaardigheden

Wivinaklooster & Wivinapark – Rustige start met zorgnieuwbouw
Wivinakapel – Charmant vertrekpunt van een modderig maar sfeervol beekbos
Kasteel De Verlosser – Eclectisch 19de-eeuws landhuis, vandaag woonzorgcentrum
Kasteel La Motte – Neoclassicistisch kasteel op oude motte
Steenvoordebeek & waterbekken – Natte natuurzone met vlonderpad en drassige passages
Kasteel De Mot – Bescheiden 18de-eeuws kasteel, geïntegreerd in het gemeentehuis
Kasteel Kruikenburg – Middeleeuws waterkasteel, absolute blikvanger
Kasteel Nieuwermolen – 15de-eeuwse waterburcht, zichtbaar vanuit de velden
Kasteel Hoogpoort – Neoclassicistisch kasteel op een hoogte, omgeven door park
Waalborrepark & villa – Cottagevilla uit 1912, geen kasteel maar een waardige afsluiter

⏳ Afstand & duur

Ca. 18 km – ongeveer 4 à 4,5 uur wandelen

⛰️ Zwaartegraad

Licht – Geen technische moeilijkheden, maar modder, obstakels en enkele minder aangename verbindingsstukken vragen wat doorzettingsvermogen

⭐ Oordeel

4/5

Vlaanderen kent heel wat wandelpaden, maar ook een hele hoop hele, halve, grote en kleine kastelen. Op een blauwe maandag leek het mij leuk om een eigen wandelroute uit te werken die langs deze bijzondere gebouwen en plekken gaat. Tussen droom en wandeldaad staan praktische zaken, maar uitstel is geen afstel. Eindelijk kon ik beginnen aan de kastelenroute. De vierde etappe doet de naam van de route alle eer aan, met maar liefst zes vollwaardige en 1 pseudo-kasteel. Minder natuur, maar meer historische architectuur.

Hindernissenparcours

De treinrit zat meteen in wandelthema. De voorlaatste halte, Sint-Agatha-Berchem, deed ik al eerder aan op de Groene Wandeling rond Brussel. En station Groot-Bijgaarden was oorspronkelijk de start van mijn Kasteelroute, tot een treinstaking en wandeldrang mij van plannen deed veranderen en het startpunt aan het waterkasteel van Beersel werd geplaatst.

De etappe zelf begon meteen met een bijzonder parcours in Wivina-thema. Doorheen het Wivinapark, vlak bij het station, ga je langs het voormalige Wivinaklooster met huidige zorgnieuwbouw. Even verder kom je aan de Wivinakapel, de start van een mooi stuk natuur, langs de Steenvoordebeek. Het bos zelf baadde in een mooi ochtendlicht, maar de (gelukkig relatief beperkte) regenval had het pad zelf her en der wel vrij modderig gemaakt. Aan een stuk tobde ik even of ik de houten, smalle plank die er was gelegd zou gebruiken. Maar deze was nogal wankel en dus koos ik voor de korte pijn en een kort ploeteren door de zompige modder. De hindernissen stopten hier echter niet, want even later werd een klein smal padje langs een akker geblokkeerd door een uit te kluiten gewassen boom.

Herbestemming

Na een korte passage over asfalt en een veldweg voerde het pad naar het eerste van de vele kastelen. Kasteel de Verlosser is eclectische landhuis uit de jaren 1880, gebouwd in bak- en zandsteen en later uitgebreid in het interbellum. Het ligt op het hoogste punt van Sint-Ulriks-Kapelle en is vandaag in gebruik als woonzorgcentrum “De Verlosser”. Hoewel het enkel te bezichtigen was vanop een afstand was het best indrukwekkend.

Van daaruit was het maar kort wandelen tot het centrum, met de Sint-Ulrikkerk, en kort daarna een stuk bos dat leidde naar het tweede kasteel op korte tijd. Kasteel La Motte is een U-vormig neoclassicistische kasteel uit 1773, ontworpen door Laurent-Benoît Dewez, ligt op een oude kasteelmotte en is omgeven door een watergracht en een boomrijk park. Sinds de restauratie na 1994 is het kasteel eigendom van de gemeente en in gebruik als cultuurcentrum.

Ternats tweeluik

Na deze passage volgde de kastelenroute een stukje verkaveling om vervolgens uit te komen op het natuurlijk hoogtepunt van deze etappe. Het waterbekken van de Steenvoordbeek zorgt niet alleen voor waterbeheer, maar brengt ook een mooi, ietwat drassig stuk natuur met zich mee. Het meest natte stuk kon worden overwonnen door een vlonderpad. Eens daarover was het af en toe zoeken naar een doorgang door de modder. Het had, opnieuw, erger kunnen zijn had het de dagen daarvoor meer geregend.

Eens onder de spoorwegbrug dook het centrum van Ternat op. Ook hier was een kastelentweeluik voorzien. Het eerste was nog eerder bescheiden. Kasteel De Mot is een voormalig, ooit omgracht kasteel dateert uit 1719 en is vandaag een deel van het gemeentehuis van Ternat. Via de grote markt, waar mensen nog volop kunnen parkeren en de best imposante kerk, leidde de Dreef naar het mooiste kasteel van deze etappe.

Het Kasteel Kruikenburg is een middeleeuws waterkasteel met een U-vormige plattegrond, verbonden met ridder Everaert T’Serclaes en voor het eerst afgebeeld in 1694. Het kasteel behield zijn gotische structuur met torens en poortgebouw, maar kreeg in de 18de eeuw een classicistische aankleding en een heraangelegde ringgracht met landschappelijke accenten. Het omliggende park werd in de 19de en 20ste eeuw verder uitgewerkt en aangepast, onder meer bij de inrichting als schooldomein. 

Het was dan ook de perfecte plek voor een middaglunch, met zicht op het impressionante kasteel. Het park zelf is eerder klein, maar voldoende om even rond te struinen. Na vijf minuten dook de vijver opnieuw op, net als de minder charmante kant van het kasteel. Vervolgens kronkelde het pad zich opnieuw een weg uit het centrum van Ternat, naar de volgende twee kastelen, maar met een iets andere look & feel.

Autostrade en veldweg

Deze omweg via Ternat zorgde er wel voor dat daarna een iets minder aangenaam stuk moest overbrugd worden. Via een woonwijk, waarbij een kapel een bescheiden hoogtepunt vormde, werd een brug over de E40 en vervolgens een stuk vrijwel langs de razende auto’s gevolgd. Het had een vreemdsoortige charme en esthetiek.

Gelukkig werd het algauw weer landelijker en charmanter, met een pad door de velden richting een kapel en daarna naar kasteel Nieuwermolen, een van oorsprong 15de eeuwse waterburcht, die in de verte te bewonderen viel. Kort daarna dook een, opnieuw wat modderig, pad, door de weiden om naar kasteel Hoogpoort te klimmen. Het kasteel ligt op een hoogte in een omhaagd park en werd in zijn huidige neoclassicistische vorm opgetrokken in 1909, met latere uitbreidingen en bepleisterde gevels.

Een groen einde

Het laatste stuk hierna  was nog verrassend mooi, langs de glooiende Brabantse kouters van Asse. Op een van de kleine wegjes had de regen een natuurlijk beekje gemaakt. Even later viel een schoolvoorbeeld van de verpaarding van Vlaanderen te bewonderen. Het allerlaatste stuk daalde met zicht op Asse en via de parking van het sportcentrum naar het park van de Waalborre.

In 1912 liet Karel Alexander de Vis hier een grote villa in cottagestijl bouwen, omgeven door een lusthof met portierswoning, hovenierswoning, moestuin, serres en boomgaard, typisch voor een vroeg-20ste-eeuwse buitenplaats aan de dorpsrand. Geen volwaardig kasteel dus, maar wel speciaal genoeg om als eindpunt te dienen voor deze vierde etappe, vlakbij het station van Asse.

Meer kastelenroute kan je hier vinden: https://fromtheseatothelandbeyond.com/de-kastelenroute/

De beschrijving vind je hier:

En de gpx hier: https://www.wikiloc.com/hiking-trails/kasteelroute-etappe-4-dilbeek-asse-247672781

GR 128.7 Moorsel – Mollem (14.7 km)

🥾 Terrein
Overgangsetappe met veel variatie maar weinig continuïteit: modderige natuurstroken langs beken, lange stukken veld- en buurtwegen, asfalt door dorpen en een kaal winterbos. Technisch eenvoudig, maar door natte ondergrond en weinig rustpunten soms taai.

🏞️ Bezienswaardigheden
Sint-Gudulakapel (Moorsel) – Klein religieus erfgoed, helaas gesloten
Sint-Martinuskerk (Moorsel) – In steigers, bezoek onmogelijk
Waterkasteel van Moorsel – 16e-eeuws kasteel van Karel van Croÿ, enkel zichtbaar vanop afstand
Molenbeekvallei – Het mooiste natuurlijke stuk van de dag, ongerept maar modderig
Abdij van Affligem – Historisch belangrijk, architecturaal wat versnipperd
Kravaalbos – Winterse, kale boservaring; in dit seizoen eerder sober
Mazenzeledries – Historische open ruimte en ontmoetingsplek met bankje
Paddebroeken & Paardenbos – Klein natuurgebiedje vlak voor Mollem

⏳ Afstand & duur
Ca. 13–14 km – ongeveer 3,5 à 4 uur wandelen

⛰️ Zwaartegraad
Licht tot gemiddeld – Geen zware hoogtemeters, maar modder, weinig voorzieningen en lange overgangsstukken maken het mentaal pittiger

⭐ Oordeel
2,5/5

Nadat we de streekGR Groene Gordel na enkele jaren eindelijk hadden getemd, was het voor mijn wandelgezel en ik zoeken naar een nieuw wandelproject waar we ons voor langere tijd zoet mee konden houden. We zochten het dit keer, toch om te beginnen, iets verder en kozen voor de GR 128, de Vlaanderenroute. Deze start eigenlijk in Wissant aan de opaalkust en gaat zo door Vlaanderen naar Aken. Wij gingen echter voor de meest haalbare startplaats i.f.v. openbaar vervoer en begonnen ons GR 128-avontuur in het West-Vlaamse Tielt. Tijdens etappe 7 kwamen we vooral heel wat erfgoed en historische gebouwen tegen die een klein beetje teleurstelden en gespreid her en der mooie natuur in dit eerste deel van de Brabantse Kouters.

Een nieuwe poging

De vorige wandeling werd niet zonder gevolgen afgesloten. De dubbele liesbreuk die bij mijn wandelgezel werd vastgesteld resulteerde in een operatie met bijhorende recuperatie. Vier maand na datum was het moment aangebroken om het nog niet afgewerkte deel van de etappe te vervolledigen. En dus namen we vanuit Halle de trein naar Aalst om vervolgens met de bus in Moorsel dorp aan te komen, ditmaal niet met een mooie blauwe lucht, maar met lichte mist en miezerregen.

Mooie natuur en “net niet”-erfgoed

In Moorsel zelf waren er twee opzienbarende erfgoeduitsmijters. De Sint-Gudulakapel hadden we vorige keer al gezien, maar ditmaal probeerden we ook de Sint-Martinuskerk te bezichtigen. Deze laatste stond helemaal in de steigers. Helaas waren noch de kapel noch de kerk open. Het was de eerste teleurstelling, maar zeker niet de laatste op deze dag die toch een hoog overgangsetappe-gehalte had.

Want al snel volgde er nog meer “net niet”-erfgoed met het waterkasteel van Moorsel. Het werd gebouwd in de 16de eeuw in opdracht van de kardinaal-abt van Affligem Karel van Croÿ. Enkele jaren geleden was het nog het toneel van de indrukwekkende kantentoonstelling vanuit de collectie van Fernand Huts, maar vandaag is het enkel een schim in de verte, met twee poorten die de wandelaar op een goede afstand houden.

Gelukkig werd dit gecompenseerd door een stuk onversneden natuur, het mooiste van de dag, langs de weinig origineel gedoopte Molenbeek. Het was ongerept en lag er, ondanks de relatieve droogte, er al vrij modderig bij. Het bleef weliswaar bij enkele passages waar het opletten was om niet in het diepere stuk te zakken, en niet, zoals in de etappe tussen Wetteren en Oudegem een onvermogen om ongehavend dit stuk te doorkruisen. Na een lang stuk rechte lijn zagen we ons volgend stuk erfgoed in de verte opduiken.

De abdij van Affligem mag dan net niet op de officiële route liggen, maar het zou ergens wel wat stom geweest zijn om de omweg van honderd meter niet te doen. Ook hier is er sprake van “net niet”-erfgoed. Door vernielingen, restauraties en latere aanbouwen is de abdij niet de meest charmante en is het contrast met het historisch belang groot.

Willekeurig gebouwvertier

Na deze korte omweg ging het terug naar de GR 128 zelf, waar we een pad langs weiden en velden namen. De plaatsnaamborden waren duidelijk aan een update toe. In Hekelgem zagen we namelijk nog een exemplaar dat verwees naar sparen bij het Gemeentekrediet. Dit stuk werd opgefleurd door enkele bijzondere en verweerde gebouwen, met als hoogtepunt een schuur uit golfplaten waar een boom een uitweg had gevonden. Op dit stuk was het af en toe zoeken naar memorabele zaken.

Zo waren er nog enkele willekeurige gebouwen die de wandeling kleurden. Aan de schuur was in de verte, door de lichte mist, de kerk van Meldert te zien. Iets verder was er opnieuw een verlaten en verloederde schuur. En niet veel later passeerden we de Koninkrijkszaal van Jehovah’s Getuigen in Asse, wat vooral uitblonk in z’n onopvallendheid en troosteloosheid.

Het karige Kravaalbos

Op papier moest er nog een natuurlijk hoogtepunt volgen. Het Kravaalbos maakte vroeger deel uit van het befaamde Kolenbos en staat in de lente ook gekend voor z’n boshyacintenpracht. Het was dan ook, na een hele hoop veldweg, buurtweg en asfaltweg uitkijken naar een goed bos. We arriveerden er via een kapel met een jaren ’90 zwembadinterieur.

Eens het bos in volgde we opnieuw een stuk dat we ook al hadden gedaan op ons oorspronkelijk wandelproject, de StreekGR Groene Gordel, dat we toen in de omgekeerde richting tussen Mollem en Sint-Kwintens-Lennik aflegden. Vandaag ging het echter noordwaarts en waren de weersomstandigheden ook anders. Hier, in de winter, is het kale bos best wat troosteloos. Gelukkig waren de stammen breed genoeg voor een welgekomen en noodzakelijke plaspauze.

Het Grote Niets van Mazenzele

Ondertussen was het al 13 uur en was er nog geen bakker of supermarkt de revue gepasseerd om proviand in te slaan. Ik had enkele sandwiches met kaas mee die ik al wandelend kon eten, maar mijn wandelgezel moest het voorlopig nog doen met proteïnebars. Toch was er nog enige hoop omdat we nog een dorp moesten passeren, Mazenzele.

We kwamen er via een drukke steenweg en een buurtweg terecht en besloten even richting kerk te gaan, in de hoop dat het centrum iets zou herbergen. Helaas was Mazenzele het centrum van de Absolute Leegte. Kruideniers waren toe, koffiezaken op Google Maps waren ondertussen al verdwenen en zelfs het broodautomaat was op deze willekeurige maandag niet aangevuld. Het werd zo een grote deceptie.

Het dorpje had nog een troef om op tafel te gooien, de zogenaamde Mazenzeledries, twee open plekken met een historisch diverse functie, van markt- en ontmoetingsplaats tot plek waar de plaatselijke schuttersgilde hun pijlen loslaten. Het was misschien niet het meest opzienbarend, maar door het bankje was het wel een ideale plaats voor een laatste pauze, met nog een 4,3 kilometer te gaan tot Mollem.

Eindpunt Mollem

Dat stuk was een overgangsdeel van een overgangsetappe. Een schaap in een schuur van ’t Mazelhof keek ons veelzeggend verveeld aan vanuit een open raam. Daarna volgde nog stukken onverhard pad tussen de velden. Een laatste klein lichtpuntje was het Paardenbos in het natuurgebied(je) Paddebroeken. Hier was het nog opvallend modderig en was het opletten geblazen dat er dicht bij de finish niet nog uitgegleden werd. Het was een laatste outro voor we richting station van Mollem gingen, waar we nog twee modernere maar mooie kerststallen en heel wat plaatselijke versiering passeerden. En zo eindigde deze kortere etappe, het tweede van een tweeluik dat oorspronkelijk een geheel moest vormen.

Meer wandelingen op de GR 128 vind je hier: https://fromtheseatothelandbeyond.com/gr-128-vlaanderenroute/

De kastelenroute 3: Sint-Pieters-Leeuw – Dilbeek

🥾 Terrein
Afwisselend en licht golvend parcours tussen Sint-Pieters-Leeuw en Dilbeek. Eerst vijvers en residentiële zones, daarna veldwegen, modderige paden door natuurgebieden en enkele verharde stukken door woonwijken. Een mix van groen, erfgoed en Vlaamse Rand-architectuur.

🏞️ Bezienswaardigheden
Kasteel van Coloma – Startpunt in een sierlijk park met vijvers
Kasteel Nieuwenhove – 17e-eeuws omgracht landhuis, beperkt zichtbaar
Watertoren van Sint-Pieters-Leeuw – Bijzondere toren uit 1933-34 op een hoogtepunt in het landschap
De Witseboom – Iconische boom uit de tv-reeks Witse
Zeventien Bruggen – Indrukwekkend spoorwegviaduct van meer dan 500 meter lang
Sint-Anna-Pede kerk – 13e-eeuws kerkgebouw, vereeuwigd door Bruegel
Watertoren Chantemerle – Charmante bakstenen toren met houten aanbouw
Brouwerij Timmermans – Oudste lambiekbrouwerij ter wereld
Kasteel Winssinger – 18e-eeuws eclectisch kasteel, grotendeels verscholen
Kasteel de Viron (gemeentehuis) – Neogotisch-eclectisch pronkstuk van Dilbeek
Wolfsputten – 90 hectare natuurgebied met vlonderpad, bossen en open velden

⏳ Afstand & duur
Ca. 16 km – ongeveer 4 uur stappen

⛰️ Zwaartegraad
Licht tot gemiddeld – Enkele korte stijgingen, modderige passages rond Ter Pede, verder vlot en goed bewandelbaar

⭐ Oordeel
4/5

Vlaanderen kent heel wat wandelpaden, maar ook een hele hoop hele, halve, grote en kleine kastelen. Op een blauwe maandag leek het mij leuk om een eigen wandelroute uit te werken die langs deze bijzondere gebouwen en plekken gaat. Tussen droom en wandeldaad staan praktische zaken, maar uitstel is geen afstel. Eindelijk kon ik beginnen aan de kastelenroute. De derde etappe heeft drie kastelen in de aanbieding, waarvan slechts eentje echt te bewonderen is. Maar dit wordt gecompenseerd door mooie natuur, bijzondere gebouwen en het land van Bruegel.

Velden, torens en speciale bomen

Een middellange wandeling tussen Sint-Pieters-Leeuw en Dilbeek klinkt op papier misschien niet zo spannend, maar het was wel de eerste wandeling die ik deed sinds ik vader werd, en bijgevolg de eerste keer dat ik voor langere tijd recreatief uit huis was. Spannend, leuk en af en toe doordrenkt van een klein beetje schuldgevoel, maar gezien de kortere afstand en de nabijheid viel het goed mee.

Deze derde etappe begon aan het kasteel van Coloma, in iets andere weersomstandigheden. Het was wat grauwer, maar gelukkig zou de regen zich beperken tot een beetje gemiezer bij aanvang. Anders dan de vorige keer, waar het begin door wat saaiere landbouwlandschappen ging, was er meteen een mooi stukje langs een vijver. Daarna volgde een residentieel stuk met een passage langs Kasteel Nieuwenhove. Het voormalige Kasteel Nieuwenhove, ook bekend als het Kasteel van Muller, was oorspronkelijk een leen van het Hof van Gaasbeek en gaat terug tot de 11e eeuw. Na verwoesting tijdens de godsdiensttroebelen werd het in 1608 heropgebouwd en bleef het nadien in handen van diverse adellijke families. Vandaag resteert een deels omgracht landhuis in traditionele bak- en zandsteenstijl uit de 17e eeuw, herkenbaar aan de trapgevel en hardstenen omlijstingen. Het is helaas slechts een klein beetje te zien vanaf de straatkant, door de poort.

Even later zie je twee bijzondere elementen. Het eerste is door mensenhanden gemaakt. De watertoren, gebouwd in 1933-1934, ligt op een van de hoogste punten van Sint-Pieters-Leeuw, op 54 meter hoogte. Het tweede is een natuurlijk icoon. Hoewel kaal omwille van de herfst, blijft de Witseboom, bekend van de gelijknamige serie, een herkenbaar zicht ver buiten Zennevallei en Pajottenland.

Het land van Breugel

Na het verlaten van Sint-Pieters-Leeuw, via Vlezenbeek, trok de route Dilbeek binnen. Dit deel is gelinkt aan Bruegel en was enkele jaren geleden nog de plek waar diverse op zijn oeuvre geïnspireerde kunstwerken stonden. Ik passeerde een van deze werken: een windmolen ontworpen uit wapeningsstaal. Vandaag is er nog steeds een Bruegelwandeling met infopanelen over enkele van zijn bekende werken. Maar her en der is meer te zien dan louter namaak, ode of reproductie.

Vooraleer dat te bewonderen was, ging het eerst via een veldweg en het natuurgebied Ter Pede, waarbij het drassige landschap door de voorbije regen best modderig was geworden, naar de Zeventien Bruggen, een opvallende spoorwegviaduct van meer dan 500 meter lang en 18 à 22 meter hoog. Het blijft indrukwekkend om ernaast en eronder te wandelen.

Kort daarna kwam dan de “real deal”: het kerkje van Sint-Anna-Pede. Oorspronkelijk gebouwd in de 13de eeuw en in de 16de eeuw door Bruegel, toen nog als Sint-Annakapel, vereeuwigd in De parabel der blinden, is het een charmante plek. Nog los van de cultuurhistorische waarde is het de moeite om even te passeren. Wie dat wil, kan terecht in een van de kleine cafétjes of brasseries in de buurt.

Een indrukwekkend gemeentehuis

Na een iets minder inspirerend stuk langs asfaltbanen en assistentiewoningen was er even verder weer iets opvallends. Het voormalige domein Chantemerle, aangelegd rond 1900 op het terrein tussen de Kerkstraat en de Itterbeeksebaan, bestond uit een herenhuis met park en diverse dienstgebouwen. Daar is niet meer veel van te zien, maar gelukkig staat er nog een bijzondere bakstenen watertoren met houten aanbouw. Kort daarna passeerde de route ook nog brouwerij Timmermans, ’s werelds oudste lambiekbrouwerij.

Na de grotere Sint-Pieterskerk van Itterbeek, gelegen aan een gezellig pleintje, kwam het volgende kasteel: kasteel Winssinger. Opnieuw was het helaas niet zichtbaar. Het voormalige 18de-eeuwse kasteeldomein van Itterbeek, gelegen aan de Ninoofsesteenweg, werd na een brand in 1789 heropgebouwd en kreeg zijn huidige eclectische uitzicht eind 19de eeuw onder Léopold Winssinger. Van het domein bleven het kasteel, de hoeve met koetshuis en duiventorentje, en enkele bijgebouwen bewaard.

Na een minder charmante passage langs appartementsgebouwen en de Ninoofsesteenweg volgde het hoogtepunt van de dag. Via de hoofdstraten van Dilbeek en de Sint-Ambrosiuskerk doemde het kasteelpark van Dilbeek op, met de Sint-Alenatoren aan een vijver en Kasteel de Viron, vandaag het gemeentehuis, op een groene heuvel. Het neogotisch-eclectische Kasteel de Viron, gebouwd in 1862 naar ontwerp van Jean-Pierre Cluysenaar, werd opgetrokken op de plaats van een vroegere waterburcht.

Natuurervaringen waar Vlamingen thuis zijn

Meteen hierna ging het kort maar stevig omhoog naar het Sint-Alenapark, eerder een volwaardig bos dan een verzameling gras met her en der een boom. Het werd duidelijk dat ondanks het mindere weer heel wat gezinnen van beide groene plekken genoten. De natuurpracht werd even onderbroken door een ander architecturaal bekend stuk Dilbeek: CC De Westrand. Dit cultuurcentrum heeft niet alleen een goede regionale reputatie, het is ook de plek waar de befaamde slogan “Dilbeek, waar Vlamingen thuis zijn” te vinden is.

Na dit intermezzo, eigen aan de Vlaamse Rand, eindigde deze derde etappe met een prachtig natuurlijk hoogtepunt. De Wolfsputten vormen een natuurgebied van 90 hectare, even gevarieerd als uitgestrekt. Kort na de start was het aangenaam wandelen op het uit de kluiten gewassen vlonderpad. De stukken bos werden afgewisseld met open velden met mooie vergezichten. Ideaal voor een kleine tussenpauze.

De Wolfsputten werden verlaten met zicht op een vijver. Het contrast met de drukke Dansaertlaan kon nauwelijks groter zijn. Niet veel later arriveerde ik aan het station van Dilbeek, een kleine 16 kilometer nadat ik in het park van Coloma was begonnen. Hoewel twee van de drie kastelen wat hadden teleurgesteld door hun onzichtbaarheid, viel er heel wat moois te ontdekken: van Bruegeltaferelen tot een gemeentehuis om jaloers op te zijn, en van beekjes en vijvers tot een heus natuurgebied. Erg de moeite!

Meer kastelenroute kan je hier vinden: https://fromtheseatothelandbeyond.com/de-kastelenroute/

De beschrijving vind je hier:

En de gpx hier: https://www.wikiloc.com/hiking-trails/kastelenroute-etappe-3-sint-pieters-leeuw-dilbeek-240506996

GR 128.6 Oudegem – Moorsel (16,0 km)

🥾 Terrein
Een afwisselende tocht langs de Dender, met stukken fietssnelweg, graspaden door de weiden en doorsteekjes langs dorpjes. Enkele industriële zones en verkavelingen wisselen af met natuur langs de rivier en velden. Het traject was door enkele omwegen en een inkorting minder lang dan gepland.

🏞️ Bezienswaardigheden
Sas van Denderbelle – Wandelbrug met doorzichtige platen boven het kolkende water
Sint-Aldegondiskerk in Mespelare – Prachtige kerk met gezellig dorpsplein
Symbool van de Sint-Martinusroute – Langeafstandswandeling van 420 km tussen Utrecht en Tours
Ooievaars bij Gijzegem – Majestueuze vogels in de weiden
Rommelmarkt in Wieze – Lokale sfeer en bedrijvigheid
Vervallen serres – Overwoekerd en melancholisch landschap
Indrukwekkende boom bij Aalst-Rozen – Blikvanger in de velden
Skyline van Moorsel – Eindzicht met kerk, kapel en waterkasteel

⏳ Afstand & duur
± 15 km – door verkorting, ca. 4 uur wandelen

⛰️ Zwaartegraad
Gemiddeld – Geen zware klimmetjes, maar lange vlakke stukken en vermoeidheid door logistieke hindernissen en omwegen

⭐ Oordeel 3,5/5

Nadat we de streekGR Groene Gordel na enkele jaren eindelijk hadden getemd, was het voor mijn wandelgezel en ik zoeken naar een nieuw wandelproject waar we ons voor langere tijd zoet mee konden houden. We zochten het dit keer, toch om te beginnen, iets verder en kozen voor de GR 128, de Vlaanderenroute. Deze start eigenlijk in Wissant aan de opaalkust en gaat zo door Vlaanderen naar Aken. Wij gingen echter voor de meest haalbare startplaats i.f.v. openbaar vervoer en begonnen ons GR 128-avontuur in het West-Vlaamse Tielt. Tijdens etappe 6 werd de wandeling, met een interessante sas, een mooie kerk en plaatselijke sfeerelementen doorkruist door een fysiek mankement bij de metgezel.

Een moeilijke start

Het was logistiek een moeilijke etappe. Door een autotocht naar Dendermonde en vervolgens een treinrit naar startplaats Oudegem, en later van Mollem naar Dendermonde, dachten we de meest efficiënte manier te hebben gevonden om te beginnen en te eindigen. Helaas was dat zonder onze eigen verwarde hoofd gerekend. Het bleek na een tijdje dat we in de verkeerde trein waren opgestapt. Gelukkig hadden we dit door voor we vertrokken. Helaas was onze trein naar Oudegem al gesloten en was het een uur wachten op de volgende. En dus reden we toch naar dat station.

Bij de start volgden we een fietssnelweg (tussen Gent en Mechelen) en passeerden we langs de nieuwe gevangenis van Dendermonde, waar een vrouw net iets onverstaanbaars door de luidsprekers zei. En dan ging het opnieuw mis. Dit stuk van de GR 128 loopt parallel met een deel van de GR5 A, dat ik al eerder wandelde in 2021. Aan de spoorweg zagen we aan onze linkerkant de Rood-witte GR-kleuren en gingen ervan uit dat we dan ook die weg moesten nemen.

We kwamen terecht in een stukje bescheiden natuur en werden even opgeschrikt toen een meisje met haar fiets op de kleine gravelsteentjes viel. We wandelden verder, voorbij een uit de kluiten gewassen rusthuis, een uit de kluiten gewassen internaat en een vijver met vissende Oost-Europeanen. Ik vond het gebrek aan correspondentie met het kaartje in de wandelgids als best verdacht en toen ik op de GPS-app plots zag dat Dendermonde naderde, wisten we dat we verkeerd zaten en de GR5A naar het noorden waren aan het volgen. En dus moesten we even terug. Een tweede streep door onze rekening.

Dendernatuur en -infrastructuur

Eens terug op de juiste GR (en in de juiste richting) kwamen we aan in de Beneden-Dendervallei en meerbepaald in het Bellebroek. We hadden op een anderhalf uur toch al mooi de volle 1,6 kilometer van onze 30 voorziene kilometers gedaan. Er was dus nog best wel wat te temmen. Op deze zonnige zondagochtend waren we trouwens niet de enigen op pad. Er waren heel wat wielertoeristen en een overijverige vrouw nam mij bijna mee in haar enthousiasme. Maar ik kwam er er zonder kleerscheuren of kwetsuren van af.

Gelukkig liet onze eerste echte hoogtepunt van de dag niet te lang op zich wachten. Via een padje met een beekje ging het naar de Dender en kwamen we even later aan bij de sas van Denderbelle. De sas op zich is niet opzienbarend, maar de wandelbrug is wel doorzichtig boven het kolkende water. Het was tevens de eerste plek waar heel wat andere wandelaars en fietsers zich hadden verzameld om te genieten van de zon.

Een knaller van een kerk en afscheid van de Dender

We wandelen nog een stukje langs de Dender en gingen dan richting Mespelare, waar ik van mijn wandeling op de GR5 nog herinnerde dat het niet enkel vanbuiten, maar ook vanbinnen, een bijzonder mooie kerk was. De Sint-Aldegondiskerk staat ook op een heel gezellig pleintje waar het ongetwijfeld leuk vertoeven is op de terrasjes voor zij die wat meer tijd hadden om even uit te rusten.

Daarna volgde een stukje graspad door de weiden. We zagen al sinds enkele etappes af en toe het symbool van de Sint-Martinusroute opduiken, waarbij we verkeerdelijk dachten dat dit een lokale wandelroute was. Omdat we het ook vandaag weer her en der zagen, besloten we het op te zoeken. Tot onze grote verbazing blijkt het een volwaardige wandelroute van maar liefst 420 kilometer tussen Utrecht en Tours te zijn. Het kan zo op de bucketlist.

We kwamen ietsje later aan in Gijzegem, waar de voorbereidingen voor de Bosfeesten, een feest van de plaatstelijke chiro bezig waren. Er was hierna nog een klein stukje langs weiden, waar twee ooievaars het goed leken te hebben, voor we de trap op en af de Wiezebrug namen. Hierna volgde nog een mooi stukje natuur langs de Dender, waarbij we afscheid moesten nemen van onze derde rivier, na de Leie en de Schelde.

Verval van lichaam en serre

Het tweede deel begon met een rare doorsteek door een plek met wat beperkte industrie, maar gelukkig ging het snel opnieuw de juiste richting uit. De vermoeidheid begon wel wat parten te spelen. Het mislopen van een bankje, door vier wandelgrage jongelingen, deed ons noodgedwongen uitwijken naar de bakstenen muur van een bruggetje.

Dan bleek dat de lies van mijn wandelgezel de extra kilometers wat minder goed verteerde. Dit was het resultaat van een padeltoernooi de dag ervoor, waarin de tweede ronde net niet werd gehaald door een nederlaag met twee punten tegen Unibox, toen de voorlaatste. En dus beslisten we om wandelvertier boven ego te plaatsen en de wandeldag van 30 kilometer (met op dat moment nog 19 kilometer te gaan, in te korten tot een goede 15. Geen overbodige luxe, want twee dagen later bleek dat de opstekende pijn werd veroorzaakt door een liesbreuk. Dit gaf met terugwerkende kracht de nodige heroïsche saus aan deze wandeldag.

We moesten dus nog van het laatste stuk maximaal genieten. En er waren nog wel enkele opvallendheden. Bij aankomst in Wieze moesten we langs de plaatselijke rommelmarkt gaan. Ietsje verder botsten we op enkele vervallen en overwoekerde serres. Een bijzonder zicht. Daarna volgde een gravelpad tussen de velden, waarbij de zon toch ietsje meer brandde dan op voorhand gedacht. In Herdersem waren er dan weer vooral gespreide verkavelingen en paarden te zien.

Grote bomen en een nieuwe skyline

Het laatste stukje natuur werd geserveerd in een mooi stuk door de velden met hoge gewassen en een indrukwekkende boom. En daarmee kwamen we opnieuw in de bebouwde wereld, via de buitenwijk Aalst-Rozen, waar de GR5A richting Aalst-centrum trok en de GR 128 de andere kant koos. Wij namen dus het fietspad langs achtertuinen, met enkele agressieve chihuahua’s, en vervolgens een fietspad waar het continu uitwijken was voor de fietsers die uit beide kanten kwamen. Eindigen deden we met een kort stukje met zicht op de skyline van Moorsel, bijna zo indrukwekkend als deze van Wetteren. En daar, vlakbij de kapel, de kerk en het waterkasteel, namen we de bus naar Aalst en vervolgens naar Oudegem, na een wandeletappe die heel anders was verlopen, maar opnieuw veel te bieden had.

Meer wandelingen op de GR 128 vind je hier: https://fromtheseatothelandbeyond.com/gr-128-vlaanderenroute/

Meer wandelingen op de GR5 A vind je hier: https://fromtheseatothelandbeyond.com/gr-5a-wandelronde-van-vlaanderen/

GR5A.5 Flobecq – Ronse (18,0 km)

🥾 Terrein

Afwisselende etappe van Waals platteland naar Vlaamse Ardennen, met vier grote bosdoortochten (Brakelbos, Pottelberg, Sint-Pietersbos, Muziekbos), rustige landbouwwegen, korte passages door dorpen en enkele pittige klimmetjes naar getuigenheuvels. Afwisseling tussen grind, asfalt, bos- en graspaden.

🏞️ Bezienswaardigheden

Brakelbos – Sfeervol bos met beekjes, vlonderpaden en mooie lichtinval
La Houppe & Hoppeberg – Gezellige ontmoetingsplek voor wandelaars en fietsers
Pottelberg – Bosrijke heuvel met holle wegen en eerste vergezichten
Sint-Pietersbos – Rustige groene parel met houten wandelpad
Muziekbos & Muziekberg – Kruispunt van GR’s, bekend om zijn uitzicht en sfeer
Geuzentoren – 19e-eeuwse folly, plus grafheuvel uit de Bronstijd
Ronse – Historisch centrum met Hoge Mote en indrukwekkende basiliek

⏳ Afstand & duur

± 21 km – Circa 5,5 uur inclusief pauzes

⛰️ Zwaartegraad

Gemiddeld – Enkele pittige klimmetjes, maar voldoende vlakke stukken voor herstel

⭐ Oordeel 4,5/5

Ons land kent heel wat GR’s. En blijkbaar kunnen we zelfs claimen de langste luswandeling van Europa op ons grondgebied te hebben. De GR5 A (de link met de GR5 is mij een raadsel) is ook gekend als de wandelronde van Vlaanderen en wandelt de grens van Oost- en West-Vlaanderen af, goed voor 582 km wandelplezier. Na een onverklaarbaar lange periode vond ik de gelegenheid (of de intentie) om een vervolg te breiden aan deze tocht. En die bracht mij naar de bossen en de getuigenheuvels van de Vlaamse Ardennen.

Een mooie start

De weg naar Flobecq begon al opvallend mooi. We reden tussen Lessines en Ath onder een bomenrij die bijna kon concurreren met de befaamde Dark Hedges in Noord-Ierland, maar dan wel in een variant op het Waalse platteland. Na een lang stuk door het veranderende landschap moesten we ons op een iets minder aangename weg meanderen langs bochten en wielertoeristen die met wisselend succes de steiltegraad probeerden te temmen.

Vanop de parking is het meteen een gravelpad in dat op en neer gaat tussen de koetjes en de kalfjes, die gelukkig achter een draad staan. Er waren ook veel gewone wielertoeristen en her en der ruiters te paard. Ik was dus zeker niet alleen toen ik het Brakelbos inging, het eerste van vier volwaardige bossen die deze vijfde etappe te beiden heeft.

Druk in het bos

Na een stuk asfalt moet een bospadje niet links gelaten worden maar wel worden genomen om het bos in te gaan.  Aan de ingang stond een groep ruiters verzameld, waarvan een van de paarden plots een nerveuze beweging maakte. Gelukkig was ik er al even gepasseerd. Het Brakelbos zelf is een erg leuk bos, met enkele beekjes en korte stukken vlonderpaden. Aan een van de beekjes staat een mooie boom met een strategisch geplaatst bankje. Even verder leert een wegwijzer mij dat het nog 180 kilometer is tot aan De Panne.

Op dit uur van de dag was de lichtinval in het bos prachtig. Ook de rust viel heel vaak goed mee. Tot de rust even verstoord werd door een tweespan, en niet veel later een stel dolle honden die richting de paarden blaffen. Wat verder komt de GR langs het kleine gehuchtje La Houppe, waar twee brasseries zorgen voor een verzamelplaats van wandelaars, fietsers, ruiters en motards. Voor mij was het echter te vroeg om al de dorst te lessen. Ik ging rechtdoor tot op de feitelijke Hoppeberg (148 meter).

Van ”berg” naar “berg”

Nog hoger was het op de Pottelberg (159 meter), met ook een gelijknamig bos, en aan de ingang een brasserie, sportvelden en een zendmast. Ook dit was opnieuw een mooi bos, met een holle weg en bomen die een erehaag vormden. Eens uit het bos kwamen de eerste vergezichten. De GR zelf volgde wel een asfaltweg langs eclectische huizen en even later een veldweg parallel met de baan. Een klein stukje volgt de weg zelf, maar dat was gelukkig maar kort.

Daarna volgde een klein stukje bos, dat duidelijk overstromingsgevoelig is, maar gelukkig met het weer geen probleem vormde. Er volgde opnieuw een stukje langs huizen en daarna een landbouwweg in. In een nieuwe bescheiden passage door een bos, dook plots een trap op, gelegen op een stuk dat niet op de Atlas (der buurtwegen?) stond en waarbij de gemeente Ellezelles zich onttrok van alle verantwoordelijkheid. Bijzonder. Gelukkig kwam ik er ongeschonden uit en na een kilometer tussen de akkers en weiden en het oversteken van een drukke steenweg was het gedaan met de onaangename paden. Au revoir Pays des Collines, hallo Vlaamse Ardennen.

A lunch with a view

De asfaltweg hier ging al meer op en neer, met glooiingen rondom. Een smal pad ging richting het Sint-Pietersbos. Het naderde op dat moment al 13 uur en het was al even zoeken naar een bank of andere geschikte lunchplek. Gelukkig botste ik vlakbij de ingang op een ligbank met prachtig zicht. Het Sint-Pietersbos zelf was een leuk voorsmaakje op het laatste bos van de dag. Het viel op dat er meer en meer wandelaars onderweg waren. Na een breed stuk gras, ging de GR langs een prachtige rij bomen en vervolgens kriskras door het bos. Hoogtepunt hier was een leuk houten pad waar sommige planken wel wat meegaven. Van daaruit was het gestaag klimmen naar de Muziekberg (145 meter)

Folly’s en wandelgekte

Nu was het echt het Muziekbos in, het vierde bos van de dag al, maar ook het laatste. Hier kwamen verschillende GR’s samen, met op de kruising ook nog de GR 129 Dwars door België en de StreekGR Vlaamse Ardennen. De stilte werd even verstoord door de plotse muziek en het gepraat en gekletter van brasserie Boekzitting. Hierna was ik even de weg kwijt. Het hielp niet dat een groep met een hond zelf overal naar toe draalden. Maar het bleek dat ik 1 pad te links was ingeslagen en na de rechtzetting kwam ik dan toch aan op de Muziekberg.

Een tweehonderd meter verder nam ik een sidetrack naar de Geuzentoren, een folly uit de 19de eeuw. Op de top van de toren kregen de Vlaamse Ardennen ook hun naam, door de dichter Pol De Mont die verwonderd was over het uitzicht. Ietsje verder ligt er ook nog een grafheuvel uit het Bronzen tijdperk. De mini-omweg meer dan waard! Het laatste stuk van het Muziekbos was ik plots alleen en kon ik nog genieten voor ik definitief het open terrein indook.

Richting Ronse

De Vlaamse Ardennen waren nu zichtbaar, met in de verte ook al de basiliek van Ronse. Hier neemt de GR een pad langs een spoorwegberm en zo een fietspad waar industrieel erfgoed zorgt voor een lokale toets. Het eindigt in het centrum van Ronse, met historisch erfgoed. De Hoge Mote is een voorsmaakje voor de indrukwekkende basiliek, dat deze titel pas ontving in 2019. Een mooi slot voor een etappe langs getuigenheuvels en bossen.

Meer wandelingen op de GR5A vind je hier: https://fromtheseatothelandbeyond.com/gr-5a-wandelronde-van-vlaanderen/

Groene wandeling 4: Sint-Agatha-Berchem – Vorst (17,8 km)

🥾 Terrein

De stedelijke context ontmoet het randstedelijk groen. Een wandeling van contrasten: tussen stationswijken, tuinwijken, industrie, natuurreservaten en het Pajottenland. Afwisselend pad: grind, kasseien, asfalt, gras, en bospaadjes. Tamelijk vlak, met enkele lichte glooiingen.

🏞️ Bezienswaardigheden

Zavelenberg – Groen stiltegebied pal naast het station
Kattebroek – Rustige, natuurlijke enclave tussen woonwijken
Tuinwijk Moortebeek – Coöperatieve wijk met kleurrijke, karaktervolle huizen
Tuinwijk Goede Lucht – Minder charmant, maar boeiende straatnamen
Luizenmolen – Replica van de 19e-eeuwse windmolen
Neerpede – Anderlechts opleidingscomplex + vijver met lunchplek
Ketelhoeve – Inspirerend duurzaam voedseproject
Vogelzangpark & -beek – Rustig park met vijvers, bankjes, natuur en collectief groen
Natuurreservaat Vogelzangbeek – Ongetemde natuur met netels
Kanaal Brussel-Charleroi – Bekend zicht, met terras en sluizencomplex
Zenne & Industrielaan – Ruwe industriële afsluiter voor terugkeer naar Vorst

⏳ Afstand & duur

± 20 km – Circa 4 à 5 uur inclusief pauzes en omleidingen

⛰️ Zwaartegraad

Licht – Weinig hoogteverschillen, wel af en toe stukken asfalt

⭐ Oordeel 3,5/5

Onze hoofdstad wordt vaak nogal meewarig bekeken en komt niet altijd even goed in het nieuws. Na het temmen van de streekGR Groene Gordel rond Brussel leek het mij dan ook leuk om de Groene wandeling door Brussel af te wandelen. Meer info kan je alvast hier vinden. Het laatste deel van vier etappes vertrekt in Sint-Agatha-Berchem om de luswandeling te vervolledigen in Vorst, aan het station Vorst-Zuid.

Gespreid groen

Van het drukke station Sint-Agatha-Berchem, waarbij de lege lachgasflessen en de wat vreemd ogende sujetten opvielen, ging het al snel langs de groene, omheinde weide van de Zavelenberg. Kort daarna ging het naar een nette woonwijk en niet veel later een iets minder aangename drukke weg. De oude stationswinkel was omgetoverd tot een “vape shop & more”, een teken van de tijd.

Na de drukke baan voerde een kort grindpad langs een droge Molenbeek, middenin een woonwijk en zo naar Kattebroek, een groen gebied met weilanden, rietvelden en bosjes. Daarna passeerde de Groene Wandeling aan een van de vele volkstuintjes die onderweg te bewonderen zijn, de volkstuinen van de Oude Pereboom, aangelegd in 2010. Tussen twee begraafplaatsen door, deze van Koekelberg en Sint-Agatha-Berchem, ging het het Wilderbos in. Na opnieuw een woonwijk volgde al snel het Scheutpark, een grindpad met wat groen en zicht op woontorens, een constant beeld op deze luswandeling.

Van wijk naar wijk

In het volgende deel bleef de bebouwing ook nooit ver weg. De Groene Wandeling klom omhoog en zo naar rechts, langs een bomenlaan. Vervolgens deed het de tuinwijk Moortebeek aan. Deze wijk werd in 1921 aangelegd vanuit een coöperatieve en heeft herkenbare huizen in licht crèmegeel en oranjerood. Erg de moeite! De verscheidenheid aan architectuur zette zich door, met appartementen in verschillende stijlen, van zielloze, verouderde woontorens tot pogingen tot aangename, modernere architectuur.

Nog een wat zielloos intermezzo kwam er aan Westland Shopping Center. Daarna kwam de tweede tuinwijk, Goede Lucht, van dezelfde coöperatieve als deze van Moortebeek. Hoewel de wijk minder aansprak, onder andere door de werken aan de straat die hierdoor open lag, vielen de straatnamen op, met Geestdriftstraat als opvallendste. Helaas stond het een beetje in contrast met de huizen zelf. Eens uit deze wijk begon een nieuw stuk.

Brussels Pajottenland

Want hier kwamen we in het Brussels Pajottenland, met kasseiwegen en glooiingen en in de verte de Luizenmolen, oorspronkelijk uit 1864, maar vandaag is de kopie uit 1996 te zien. Een omleiding zorgde voor wat onverwachte extra kilometers, die leidde naar de ingang van Neerpede, het opleidingscentrum van Anderlecht. Iets later, aan de plaatselijke vijver, was het ideaal om te lunchen. Hier raakte ik even aan de praat met een uithijgende man die me vroeg hoeveel meter ik dacht dat het tot de volgende bank was. Mijn gok (40 meter) was best ok (het was 36 meter volgens zijn compagnon). Het bleek te zijn zodat hij wist hoeveel hij naar de bank daarna moest overbruggen, want toen ik vertrok zat het tweetal daar.

Ik passeerde even later aan de Ketelhoeve, een project waarbij 4 vzw’s een plaatselijke hoeve uitbaten in het kader van circulariteit en duurzame voedseltransitie. Het zag er gezellig en inspirerend uit. Maar ik moest mijn tocht doorzetten en wandelde onversaagd langs de fermettes en villa’s die wel heel herkenbaar aandeden. Hier sijpelt de Vlaamse Rand Brussel binnen. Na een kapel en een schijnbaar gevaarlijk golfterrein, dat ik ongeschonden passeerde, moest ik langs de gigantische site van het Erasmusziekenhuis en het instituut Jules Bordet. En daarna was het weer groen op de Groene Wandeling.

Park en natuurreservaat

Via een zijweg onder de bomen ging het langs de Vogelzangbeek en zo naar het gezellige Vogelzangpark, met vijvers en een hele hoop bankjes en rustplekken. Ook hier zijn de hoge appartementsgebouwen aanwezig, maar ook heel wat collectief groen. Een rood-wit lint gaf opnieuw een omleiding aan en dus moest ik een tweehonderd meter extra doen en zo via een tweede vijver naar een kasseiweg.

Daarna volgde nog een laatste groene hoogtepunt met het natuurreservaat van de Vogelzangbeek, een stukje onversneden natuur, waarbij het ietsje meer ruimte kreeg om te woekeren en ik zo her en der (onsuccesvol) netels moest omzeilen. Plotseling botste ik op een gekende plek, de Bergensesteenweg, de Ikea links van mij, het bord van shopping Pajot rechts van mij, een ware mindfuck. En eens de drukke baan overgestoken was ik weer in het groen, met zicht op de koeltoren van Drogenbos. Het einde was in zicht.

Kanaal en industrie

Dat laatste stuk was langs een ander gekend ijkpunt, het kanaal Brussel-Charleroi, dat ik quasi elke dag op de een of andere manier passeer in Halle. Dit was blijkbaar de linkeroever van de Haven van Brussel, waar mensen waren verzameld op het terras van Le Cercle de Régats. De overkant was te bereiken via de sluis van Anderlecht. En in lijn van de wandeling van vandaag, was er nog een laatste omleiding.

Deze leidde vooral naar industrie, met heel even een glimp op de Zenne. En na de industrie volgde de Industrielaan een druk weg met garages, bedrijven en het Brusselse Center for Food Expertise. Na een kleine doortocht door Vlaams-Brabant, meerbepaald Drogenbos, wandelde ik terug, Brussel in, namelijk naar Vorst en bevond ik mij op eindplek, die ongeveer anderhalf jaar geleden de startplek was van mijn rondtocht door Brussel, het station van Vorst-Zuid

De eindconclusie

De Groene Wandeling doet wat het moet doen, je met andere ogen naar Brussel doen kijken. En toch ook weer niet helemaal. Want in elke etappe had je wel de dualiteit, voor elke verrassing werd een stereotype gedachte over de hoofdstad bevestigd. Maar het was een boeiende toch van iets meer dan 57 kilometer, in vier etappes, langs parken en bossen, wijken en buildings, rivieren, kanalen, beekjes en vijvers en vooral boeiende architectuur en geschiedenis. Een aanrader voor wie graag vlot bereikbare en korter etappes zoekt en zo ook eens Brussel met de ogen van een wandelaar wil zien.

Wil je nog meer wandelingen op de Groene Wandeling? Deze kan je hier vinden: https://fromtheseatothelandbeyond.com/groene-wandeling-brussel/

De kastelenroute 2: Lembeek – Sint-Pieters-Leeuw

🥾 Terrein: Vooral verharde paden, woonwijken, landbouwvelden, een klein bosje en enkele veldwegen. Beperkte natuur, vooral open landschap.

🏰 Bezienswaardigheden:

  • Kasteel Manenbroek (privéterrein, alleen van ver te bewonderen)
  • Kasteel van Budingen (privéterrein)
  • Kerken van Oudenaken en Sint-Laureins-Berchem
  • Kasteel van Gaasbeek: indrukwekkend domein met 13e-eeuwse burcht, poortgebouw, tuin en ijsjeszaak
  • Kasteel van Groenenberg: 19e-eeuws gebouw met mooi park en vijver
  • Natuurgebied Volsenbroek met Zuunbeek meanders
  • Kasteel en park van Coloma, met rozentuin (prachtig vanaf mei)

🗺️ Afstand & duur: Ongeveer 21 km, dagwandeling.

⛰️ Zwaartegraad: Makkelijk tot matig, door verharde paden en weinig hoogteverschillen.

Oordeel: 3,5/5

Vlaanderen kent heel wat wandelpaden, maar ook een hele hoop hele, halve, grote en kleine kastelen. Op een blauwe maandag leek het mij leuk om een eigen wandelroute uit te werken die langs deze bijzondere gebouwen en plekken gaat. Tussen droom en wandeldaad staan praktische zaken, maar uitstel is geen afstel. Eindelijk kon ik beginnen aan de kastelenroute. De tweede etappe start in Lembeek en gaat iets meer over verharde paden, maar als compensatie kan je wel genieten van enkele topkastelen, waaronder dat van Gaasbeek.

Noodzakelijk kwaad

Door de keuze om Lembeek mee te nemen was het iets moeilijker om een attractief begin van de tweede etappe te voorzien. De eerste dikke anderhalve kilometer ging namelijk door woonwijken. Daarna was er al lichte verbetering op komst doordat de bebouwing plaatsmaakt voor open velden. Het is hier klassiek landbouwgebied dat de eerste helft van de wandeling domineert. Echte natuur is nog heel spaarzaam, los van een piepklein stukje bos in Pepingen.

Privé-kastelen

De eerste twee kastelen die op deze tweede etappe te zien zijn, zijn speciaal. Het eerste, kasteel Manenbroek is zelfs helemaal niet te zien. Omringd door een heg en bomen kan je vanaf de achterkant niet veel zien. De weg ervoor is privé en dus niet toegankelijk. Hetzelfde geldt voor het kasteel van Budingen in Breedhout, Halle. Hier loopt een weg, maar de oprijlaan vooraan geeft aan dat het privéterrein is. Veiligheidshalve bewonder je dus best het kasteel vanop een afstand.

Even later kwam de route tot twee maal toe bij Leeuwse kerken. De eerste is deze van Oudenaken, met z’n opvallende groene dak. Een veldweg zorgde opnieuw voor een kort maar mooi stukje natuur, een zompig stukje met vlonderpad, waarbij de Molenbeek wordt overgestoken. Kort daarna volgde de tweede kerk, deze van Sint-Laureins-Berchem. Hier wordt ook voor een stukje de StreekGR Groene Gordel gevolgd. Via een zijweg komt het eerste echte kastelenhoogtepunt in zicht.

Het kasteel van Gaasbeek

Via een smal padje ging het naar het domein van het kasteel van Gaasbeek dat impressionant op een verhoging aan de overkant van een vijver ligt. Via deze vijver en een steile klim via houten treden verscheen het al even indrukwekkende poortgebouw. Zonder enige twijfel dit is dit een absoluut hoogtepunt op een thematische wandelroute rond kastelen.

Op deze locatie was er al in de 13de eeuw een burcht. Het is een plek vol geschiedenis, zowel qua gebeurtenissen als qua personen, met onder andere de graaf van Egmont die er hier enkele jaren zijn residentie had. Het uitzicht vandaag is 19de eeuws. Gaasbeek heeft naast een knappe collectie ook een mooie tuin. Een bezoek is dan ook de moeite waard.

Aan de tuin is er ook nog een lange laan waar het fijn is om nog even de trap af te dalen richting de kapel en de vijvers of om op een bankje je lunch te verorberen. En voor wie wat later dan het middagmaal op deze plek komt is er ook de Krijmerie, een ijsjeszaak. Historisch en ander vertier genoeg dus.

Het kasteel van Groenenberg

Enkele honderden meters later was daar het volgende kasteel al. Qua gebouw is het misschien iets minder in het oog springend dan dat van Gaasbeek. Dit kasteel dateert van de late 19de eeuw en werd gebouwd in opdracht van een Brusselse notaris. Naast het kasteel is vooral het mooie domein en park de moeite, met heel wat fleurige bloemen en een vijver. Op deze ietwat koude maar zonnige lentedag was het hier fijn vertoeven. Twee toppers op een boogscheut van mekaar.

Door de velden naar Coloma

Het laatste stuk ging vooral door enkele straten in Vlezenbeek, voorbij het revalidatiecentrum Inkendaal, Na een goede twee kilometer aan onvermijdelijke onverharde paden komt er opnieuw een veldweg aan. In de verte werd de kerk van Sint-Pieters-Leeuw zichtbaar. Voor een ruïneliefhebber als mij was het ook nog een fijn om een verloederde en verwilderde constructie aan te treffen.

Het laatste stukje bood ook nog wat moois. Zo was er het natuurgebied Volsenbroek, waarbij de Zuunbeek nieuwe meanders kreeg waardoor het niet alleen zorgt voor een natuurlijk bufferbekken maar ook een paradijs is geworden voor vogels. Sommige stukken zijn hierdoor wat zompig, maar op eerdere wandelingen heb ik al meer modder moeten temmen.

Het laatste stuk ging langs de kerk van Sint-Pieters-Leeuw om aan een kapel het park van Coloma. Het is nog net iets te vroeg, maar vanaf mei zijn hier een hele hoop rozen te bewonderen, namelijk 3000 soorten en 300.000 exemplaren. Maar ook zonder deze bloei is het hier leuk vertoeven rond het water.

Het mooie kasteel van Coloma dateert uit de 16de eeuw en werd gebouwd in opdracht van een Brusselse schepen. Omringd door water staat er vlak ernaast ook nog een koetsiershuis. Een ideale eindplaats voor deze tweede etappe, die qua natuur misschien ietsje minder te bieden had dan de eerste etappe, maar qua kastelen wel een hele resem hoogtepunten kende.

Meer kastelenroute kan je hier vinden: https://fromtheseatothelandbeyond.com/de-kastelenroute/

De beschrijving vind je hier:

En de gpx hier: https://www.wikiloc.com/hiking-trails/kastelenroute-etappe-2-lembeek-sint-pieters-leeuw-207126924