GRP 127.3 Villers-La-Ville – Blanmont

🥾 Terrein: Afwisselend – smalle wegjes, holle wegen, pittige stijgingen, bosgebieden, velden en landbouwgebied. Soms kasseien en onverharde paden.

🏰 Bezienswaardigheden:

  • Monument voor Poolse piloten in Villers-la-Ville
  • Abdij van Villers-la-Ville (ruïne, fotogeniek, met kunsttentoonstellingen)
  • Bois de l’Ermitage & Bois de Sainte Catherine (bosgebieden)
  • Gedenkteken voor gesneuvelde soldaten van de Slag bij Gembloers
  • Gemeentehuis Chastre in een 17e-eeuwse hoeve met torens
  • Kasteel Blanmont (17e-18e eeuws poortgebouw) en speciale kapel

🗺️ Afstand & duur: Ongeveer 15 km, goed te combineren met een bezoek aan de abdij.

⛰️ Zwaartegraad: Matig, door hoogteverschillen en soms steile stukken.

Oordeel: 4/5

Je moet niet altijd naar het buitenland gaan om nieuwe dingen en plekken te ontdekken. Meer zelfs, soms ligt het in je achtertuin. Dat is eigenlijk wel het geval voor de GRP 127, beter bekend als de Tour du Brabant Wallon. Deze relatief jonge (2018) wandelroute gaat in een lus doorheen de kleinste provincie van Wallonië en biedt zo’n 266 kilometer wandelpad om te ontdekken. Eind oktober 2022 deed ik met een vriend twee etappes. Het duurde ongeveer 2,5 jaar, maar eindelijk konden we ons aan de derde, wat kortere etappe van iets meer dan 15 kilometer zetten.

Naar Villers-la-Ville (deel 2)

Net zoals het plannen van de derde wandeldag op de Tour du Brabant Wallon was het ook best een avontuur om aan het startpunt te geraken. Een kleine miscommunicatie zorgde voor een korte vertraging, aangezien we mekaar kruisten in Brussel-Zuid. Een korte wachttijd in het weinig enthousiasmerende station/werf van Ottignies, waar men een architectuur à la Bergen in het klein wil repliceren, en het kleine station van Tilly. Na een goede 2,5 uur, konden we zo in Villers-la-Ville starten.

De GRP gaat rond de kerk en zo door een stukje Villers-la-Ville, waarbij we even van het pad gingen om het monument voor de Poolse piloten te bezoeken. Op het pad zelf was het meteen mooi wandelen, langs een smalle weg en later een holle weg. Het ging al meteen serieus op en neer. Even later passeerden we de kapel voor Sainte Apolline, patroonheilige van de tandartsen. Gelukkig was het pad niet van die aard dat we onze tanden moesten stukbijten.

De abdij

De abdij van Villers-la-Ville is een gekende en fotogenieke ruïne in Waals-Brabant. Er werd in 1146 aangevangen met de bouw en op z’n hoogtepunt was de abdij een toonvoorbeeld van de grootsheid van de cisterciënzers. Zoals zo vaak geraakt het na de Franse Revolutie in onbruik en wordt het daarna eerst een inspiratiebron voor kunstenaars en vervolgens een populaire toeristische plek. Aangezien de wandeling wat korter was, was het dus perfect mogelijk om een bezoek aan de abdij te combineren. Vandaag waren er verschillende kunstwerken tentoongesteld in deze bijzondere setting.

Door de bossen

Na een lunch aan een vijvertje in de abdij, ging het verder op de GRP. Via een kasseiweg met een pittig stijgingspercentage ging het al snel een groot bosgebied in, te beginnen met het Bois de l’Ermitage en dat gaat over in het Bois de Sainte Catherine. Na wat bochtenwerk via de betere bospaden passeerden we langs een beekje, een zogenaamde Ry, de Ry Pirot.

Door de velden

De tweede helft van de wandeling had een heel andere look & feel. Het ging namelijk eerder door weiden en velden met vergezichten over de directe omgeving. Het bos van Haute-Heuval gaf meteen uit op het gehucht Haute-Heuval, wat hoofdzakelijk een uit de kluiten gewassen landbouwbedrijf en enkele woningen is. Die tocht door de velden bleef ook een goede 5 kilometer doorgaan.

Vooraleer we ons volgende dorp introkken, zagen we in de verte nog een Franse vlag wapperen. Een kleine zoektocht op het internet leert dat er hier meer dan 1000 soldaten begraven liggen, komende van verschillende begraafplaatsen. Het gaat hier niet enkel om Franse soldaten, maar ook over Marokkaanse, Algerijnse en Tunesische. Zij sneuvelden tijdens de slag van Gembloers op 14 en 15 mei 1940.

(Pseudo-)Kastelen en hoeves

Even later arriveerden we in het dorpje Chastre. In de navigatie-app werd een heus kasteel beloofd. Helaas was het eerder een bescheiden herenhuis van (vermoedelijk) een lokale notabele. Het was dus een beetje van een tegenvaller. Gelukkig was het gemeentehuis wel een voltreffer. Dat zit namelijk gehuisvest in een 17de eeuwse hoeve met enkele opvallende torens. De wandelaar wordt uitgenodigd op het binnenplein, waar op zondag ook een markt is. Tof!

De laatste 2 kilometer gaan nog eerst door een klein stukje veld en akker, langs een lokale veldweg en uiteindelijk komt de GRP uit in Blanmont, deelgemeente van Chastre. Hier staat wel een kasteel die naam waardig, al zien we wel enkel het poortgebouw van het Chateau, dat dateert uit de 17de en 18de eeuw. Aan de overkant staat nog een wat speciale kapel. Daarna is het nog een goede 300 meter tot aan het station, het laatste op de route tot in Waver, wat het vervolg plannen niet echt makkelijk maakt. In ieder geval is deze etappe memorabel en afwisselend.

Meer wandelingen op de GRP 127 vind je hier: https://fromtheseatothelandbeyond.com/grp-127-tour-du-brabant-wallon/

De kastelenroute 1: Beersel – Lembeek

🥾 Terrein: Afwisselend – waterburcht, bos, beek, heide, veldwegen en kleine dorpjes. Kasseien en vlonderpaden maken het gevarieerd.

🏰 Bezienswaardigheden:

  • Kasteel van Beersel, imposante middeleeuwse waterburcht
  • Meigemheide en Begijnbos: mooie natuurgebieden
  • Gravenhof in Dworp, historische hoeve nu feestzaal
  • Hallerbos met molenvijvers, speelbos Kristallenberg en Kapittelvijver
  • Maasdalbos, rustig bosgebied
  • Malakofftoren in Halle, romantische folly uit de 19e eeuw
  • Voormalige kasteeltuin van Lembeek met standbeeld en sfeervol Claesplein

🗺️ Afstand & duur: Ongeveer 17 km, met verschillende rustplekken en eetmogelijkheden.

⛰️ Zwaartegraad: Matig, door wisselende ondergrond en wat hoogteverschillen.

Oordeel: 5/5

Vlaanderen kent heel wat wandelpaden, maar ook een hele hoop hele, halve, grote en kleine kastelen. Op een blauwe maandag leek het mij leuk om een eigen wandelroute uit te werken die langs deze bijzondere gebouwen en plekken gaat. Tussen droom en wandeldaad staan praktische zaken, maar uitstel is geen afstel. Eindelijk kon ik beginnen aan de kastelenroute. En gemakshalve laat ik deze vertrekken in zeer bekend terrein. Etappe 1 vertrekt meteen aan een hoogtepunt, het kasteel van Beersel, en gaat via bos en beek naar de voormalige kasteelsite van Lembeek.

Beerselse geschiedenis en natuur

Wie dat wil kan beginnen met een kastelenhoogtepunt. Vanaf het station van Beersel kom je namelijk meteen uit bij de indrukwekkende waterburcht van Beersel. Het Kasteel van Beersel, gebouwd rond 1300 door Godfried van Hellebeke, diende als een strategische versterking ter verdediging van Brussel. Tijdens de Brabantse Successieoorlog in de 14e eeuw werd het meerdere keren belegerd en heropgebouwd. In de 15e eeuw werd het opnieuw beschadigd. Vanaf de 17de eeuw werd het herstelde kasteel een privé-woning. Tegenwoordig is het een van de best bewaarde waterburchten van België en een populaire toeristische trekpleister.  

Maar deze eerste etappe heeft vooral heel wat natuurpracht in de aanbieding. Na een korte aanloop door de straten van Beersel komt het pad op de Meigemheide, een mooi natuurgebied. Beek en bos zijn de metgezel op dit deel. De Kesterbeek kronkelt zich een weg en de passage door het Begijnbos is kort maar leuk. Na een kort stuk over een kasseiweg gaat het opnieuw een veldweg in. Ondanks ons eigen kronkelende route komen we een welbepaalde jogger maar liefst 4 keer tegen in een tijdspanne van een half uur. Waarschijnlijk zegt dat vooral iets over zijn indrukwekkende route.

De veldweg leidt via enkele straten naar het Gravenhof in Dworp. Dit was in de 17de eeuw het Hof van Kesterbeek en  ging doorheen de eeuwen van de familie Le Roy naar de adellijke familie die lange tijd de burgemeesters van Dworp zouden leveren. Tegenwoordig is het een feestzaal. Eens de drukke Alsembergsesteenweg over, een kort noodzakelijk kwaad, begint het tweede en al even mooie stuk van deze eerst etappe.

Het Hallerbos in

De kastelenroute gaat meteen naar rechts, langs de wat verstopte Molenvijver en de Kikkervijver, waar je even over een vlonderpad wandelt. Vervolgens gaat het opnieuw naar een stuk met heel wat kronkelende beekjes om daarna in een speelbos te gaan, de Kristallenberg doorkruisend. Hier ligt het er nog een klein beetje modderig bij ligt. Daarna gaat het via de Kapittel naar ’t Krieske; een brasserie in het bos. Het is een ideaal rustpunt. Wie wil kan er ook iets eten. Wij hielden het echter op een verfrissend drankje, aangezien we zelf een lunchpakket hadden voorzien.

Dat konden we even verder opeten in een overdekt houten paviljoen met zicht op de Kapittelvijver. Hier zaten we echt in het Hallerbos, het bekendste bos van Halle, dat ook zonder boshyacinten de moeite is om in te wandelen. De route volgt een stukje van de gele Reebokwandeling om even later in te pikken op de blauwe Sequoiawandeling. Hier zijn we getuige van de paddentrek. Enkele dappere exemplaren wagen de oversteek. Er zijn ergere plekken om te vertoeven. Even later gaan we door een tunnel onder de autostrade en komen zo aan de Arenbergvijver. Via enkel voetwegjes laten we het Hallerbos achter ons.

Verandering van spijs en nog een laatste bos

Eens uit het Hallerbos verandert het landschap ten opzichte van het eerste deel. Hier is het meer open, met velden en weiden. De glooiingen blijven wel nog aanwezig. Hoewel het hoogste punt al bereikt is (dat ligt met z’n 140 meter dichtbij de achtdreven) gaat het via de Krekelenberg (122 meter) toch nog een keer omhoog na wat daalwerk. 

Kort daarna gaat de route een laatste volwaardig bos in, namelijk het Maasdalbos. Vroeger maakte het deel uit van het Kolenwoud, maar ook vandaag is het een mooi stukje van een breder natuurgebied. Voor het eerst werd ik geconfronteerd met het feit dat mijn route op papier misschien niet ideaal was. Het gekozen pad was wat onduidelijk. Daarom besloot ik het wat aan te passen en op een andere manier naar en voorbij de vijvers te gaan.

Het mooiste stukje Halle en een verdwenen kasteel

Uit het bos kwamen we aan op eindbestemming Lembeek, waar nog twee kasteelachtige bezienswaardigheden op ons wachtte. Het eerste is mijn favoriete plekje in Halle, het Malakoffdomein met de Malakofftoren, een folly uit de 19de eeuw. Het maakte deel uit van het kasteeldomein van de jeneverstoker en burgemeester Paul Claes en diende als romantisch element in het landschap. Na jaren van verval werd de toren in de 20e eeuw gerestaureerd en is nu een beschermd monument. Vandaag blijft hij een opvallend herkenningspunt in het Halse landschap.

Voor het laatste stuk gaat het het kanaal Brussel-Charleroi over en via een houten pad de voormalige kasteeltuin van het kasteel van Lembeek in. Vandaag vind je hier niet te veel meer van, het werd namelijk in 1971 gesloopt door de familie Colruyt om er uiteindelijk niets mee te doen. Hier stond nochtans vanaf de 12de eeuw een kasteel. Een nieuw werd gebouwd in 1618. Vandaag zie jer niet veel meer van, maar er is wel nog een sfeervol standbeeld van Jezus.

En sfeervol is het ook op het Claesplein waar op deze zonnige dag de terrasjes vol zitten en ook de ijsjeszaak goede zaken doet. En zo zit de eerste zelfverzonnen etappe van de zelfverzonnen kastelenroute er op. Het was een groot succes, al zeg ik het zelf, met mooie passages door de natuur en niet onbelangrijk, ook wat interessante kasteel- en kasteelachtig vertier.

Meer kastelenroute kan je hier vinden: https://fromtheseatothelandbeyond.com/de-kastelenroute/

De beschrijving vind je hier:

En de gpx hier: https://www.wikiloc.com/hiking-trails/kastelenroute-etappe-1-beersel-lembeek-204857243

GR 128.5 Wetteren – Oudegem (27,5 km)

🥾 Terrein: Afwisselend – langs de nieuwe en oude Schelde, vijvers, drassige paden, jaagpaden en bosstroken. Ook stukken modderig en soms ondergelopen, met veldwegen en kleine dorpjes als Uitbergen en Berlare.

🏰 Bezienswaardigheden:
• Natuurgebied Kalkenmeersen met diverse fauna, waaronder de bruine kiekendief
• Oude Schelde, met een hersteld ecosysteem en bedreigende Chinese wolhandkrabben
• Gedenkplaat aan het veer van Schellebelle als memento mori
• Riekend Rustpunt, een van de kleinste musea van Vlaanderen
• Scheve Villa, een deels ingezakte oude hotelruïne
• Bareldonkkapel, ook bekend als Kapel van Onze-Lieve-Vrouw van Zeven Weeën
• Veer van Appels met daarna manueel bediend voetveer en lange vlonderpaden in het zompige Berlarebroek

🗺️ Afstand & duur: Circa 27,5 km – een stevige dagwandeling met meerdere rust- en eetmomenten.

⛰️ Zwaartegraad: Matig tot pittig, door de lange afstand, wisselende ondergrond en enkele uitdagende modderige en natte stukken.

⭐ Oordeel: 4/5

Nadat we de streekGR Groene Gordel na enkele jaren eindelijk hadden getemd, was het voor mijn wandelgezel en ik zoeken naar een nieuw wandelproject waar we ons voor langere tijd zoet mee konden houden. We zochten het dit keer, toch om te beginnen, iets verder en kozen voor de GR 128, de Vlaanderenroute. Deze start eigenlijk in Wissant aan de opaalkust en gaat zo door Vlaanderen naar Aken. Wij gingen echter voor de meest haalbare startplaats i.f.v. openbaar vervoer en begonnen ons GR 128-avontuur in het West-Vlaamse Tielt. Tijdens etappe 5 speelde water een absolute hoofdrol, met vooral dan de Schelde, maar ook enkele vijvers. En af en toe doken er ook wat meer morbide elementen op.

De nieuwe en oude Schelde

Deze vijfde etappe was met z’n 27,5 kilometer uit de kluiten gewassen maar had heel wat moois te bieden. Al vanaf het begin is het fijn wandelen. De skyline van Wetteren wordt via een zijweg verlaten en al snel zitten we in natuurgebied de Kalkenmeersen. Hier worden we geconfronteerd met een raar geluid. De vogelapp brengt geen soelaas, maar een bordje leert ons dat het om de bruine kiekendief gaat. Een van de vele dieren die onze dag zouden kleuren.

Op dit stuk maken we ook kennis met de Oude Schelde, dat opnieuw werd uitgegraven en zo de kans kreeg om een heel mooi en divers ecosysteem te creëren. En het was, met her en der bomen badend in het water, ook erg esthetisch. Dat ecosysteem is hier echter wat bedreigd, want blijkbaar zitten hier ook Chinese wolhandkrabben, exoten die je niet in je water wil hebben. Ondertussen kwam de kerk van Schellebelle dichter. Waarschijnlijk was het effect van het prachtexemplaar van Wetteren nog te groot, want het was een dikke tegenvaller.

Op deze plek, aan het veer van Schellebelle, vonden we ook een gedenkplaatje voor Raymond Goossens, een 75-jarige man die in 2017 in het donker tegen een slecht verlichte fietssluis reed en uiteindelijk overleed aan zijn verwondingen. Een memento mori. Uiteindelijk kwam er wel een verlichtingspaal waardoor het niet enkel bij de gedenkplek bleef, maar er wel degelijk een positief gevolg uit voortkwam.

Een pad onder water en een eindeloos Uitbergen

Het eerste stuk na Schellebelle gaat door op het elan van de start van de etappe. Eerst wordt gewandeld langs een verhoogde dijk. Even later ging het pad via trappen naar beneden en opnieuw langs een mooi, drassig landschap. Via een hekje ging het een weide in waar we, gelukkig vanop een afstand, een paar uit de kluiten gewassen koeien zagen. Later zou er nog een discussie opduiken of je liever een koe of liever een paard achter je had. Gelet op mijn ervaring met deze psychopaten op vier poten was mijn intuïtie correct en heb je toch maar liever een paard dat op je afstormt.

Meer avontuur was een goede tweehonderd meter verder te vinden. Een grote boom versperde een stuk van het bos dat volledig onder water stond. De logica leidde ons dus naar het andere pad, dat ook licht modderig was. Maar aangezien dat meer en meer verwilderd werd en ook moeilijker begaanbaar was het toch het moment om de GPX te raadplegen. Uiteindelijk bleek dat we toch voorbij de boom moesten. Omdat het niet wenselijk leek om het water te trotseren, keerden we op onze stappen terug en gingen we hier via een omweg op de dijk.

Deze moesten we blijven volgen en kregen al snel Uitbergen in het vizier, een troosteloze plek met een verwilderde ruimtelijke ordening en wat landbouwbedrijven. Ook de Schelde is hier ietwat troosteloos, misschien door het wat grijze weer. Gelukkig konden we na een tijdje toch het jaagpad verlaten en een bos in. Kort daarna kwamen we uit bij het Riekend Rustpunt, vroeger een gebouw boven een sluis, vandaag een van de kleinste musea van Vlaanderen. Ook de Scheve Villa, een oud hotel dat deels weggezakt is in de turfgrond was een opvallend gebouw.

Bevers in Berlare

Kort daarna komen we aan het Donkmeer, waar we een hele beestenbende zien. Zo spotten we een reiger, aalscholvers, koeten en een fuut. Maar het meest opvallend is het dier dat we niet zien, de bever. Blijkbaar is Berlare een plek waar de bever terug graag in het wild vertoeft. Her en der zien we het resultaat van hun knaagwerk.

Het Donkmeer zelf is ook leuk, maar met mooier weer zou het ongetwijfeld meer tot z’n recht komen. De villa’s aan de overkant van het water daarentegen zijn los van elke weeromstandigheden veel geld voor wat het is. In Overmere-Donk hadden we onze hoop nog gevestigd op een winkel of bakker, maar helaas. Mijn wandelgezel moest dus nog even zonder een volwaardig middagmaal.

Wel een echt hoogtepunt, ook architecturaal, was de Bareldonkkapel ook wel gekend als de Kapel van Onze-Lieve-Vrouw van Zeven Weeën. Vanbinnen is het wat donker en spaarzaam gedecoreerd, maar het is wel een opvallend gebouw. Dat kan je ook zeggen, maar niet op de goede manier over de Festivalhal met een belachelijke grote buitentribune.

Vreemde landschappen

Na een stukje door de verkavelingen van Berlare is het terug tijd om de natuur in te duiken. Eerst gaat het langs een bospad, waarbij het bos zelf privégebied is. Het is op zich al een gek gegeven, maar zeker als er af en toe ook nog bamboe opduikt. Iets leuker is het Berlarebroek, dat ook bijzonder aandoet, met eerst de bomenrij in de verte en daarna de combinatie van een schijnbaar zanderig pad en een wat desolate omgeving.

Ve(e)rtier

Hoewel het stuk erna ietsje minder was, met toch nog vrij veel asfalt door een eerder typisch landbouwlandschap, wachtte er toch nog een resem hoogtepunten op ons. Eerst was er de onverwachte gedenksteen voor Emmanueel Abbeel, een man die in 1804 in de buurt zou zijn doodgeslagen met een spade. In een andere versie werd zijn hoofd ermee afgestoken voor een gouden ketting, maar dat lijkt een nogal vreemd accessoire voor een vroeg 19de eeuwse werker.

Omdat we net het uur voor het veer van Appels hadden gemist, gingen we even binnen in het Veerhuis. Aanvankelijk waren de blikken achterdochtig in het café dat opvallend gevuld was voor een dinsdagnamiddag. Maar na een lekkere chocomelk en een hele grote wafel was bleek het een excellente keuze te zijn. Een collega-wandelaar deed zelfs zijn eigen wandelavontuur uit de doeken.

Net op tijd voor het veer maakten we de oversteek, een leuke ervaring, hoewel het maar om en beide drie minuten duurden. Zonder het goed door te hebben was er nog even verder een voetveer, waarbij we zelf nog de nodige manuele kracht moesten gebruiken. Dit laatste stukje natuur was ook nog best leuk, met een heel lang vlonderpad door het zompig gebied.

Oudegem

Onze eindbestemming was station Oudegem. Aangezien we maar een trein op het uur hadden en het vanop een afstand niet leek dat het een place to be was, mondde het toch opnieuw uit in een versneld afhaspelen van de laatste 2,5 kilometer. Eerst door sneller te wandelen, dan door wat te joggen en vervolgens door een volwaardige sprint, om zo niet voor een gesloten bareel te staan. Hijgend maar tevreden haalden we zo de trein en konden we deze lange, maar gevarieerde wandeldag afsluiten.

Meer wandelingen op de GR 128 vind je hier: https://fromtheseatothelandbeyond.com/gr-128-vlaanderenroute/

GR 128.4 Gent-Dampoort – Wetteren (23,4 km)

🥾 Terrein:
Variërend van stedelijke en buitenwijkse zones, door parken en natuurgebieden, naar modderige en natte graspaden en zandwegen. Af en toe asfalt en rustige landwegen.

🏰 Bezienswaardigheden:

  • Groot Begijnhof Sint-Elisabeth (Sint-Amandsberg): indrukwekkend 19e-eeuws begijnhof met kapel en infirmerie
  • Sint-Baafskouterpark: natuurpark met wildelementen en speelzones
  • Bedevaartsoord Bergenkruis: voormalige heidense plek omgevormd tot katholiek bedevaartsoord
  • Gemeentehuis Destelbergen: stijlvol en toegankelijk met goede faciliteiten
  • Standbeeld Reinaert de Vos en Bruin de Beer: kunstwerk geïnspireerd door middeleeuwse fabel
  • Damvalleimeer: ideaal lunchplekje aan stil water, ontstaan door zandwinning
  • Kattenheyehoeve: beschermd poortgebouw in landelijk gebied
  • Kasteel van Laarne: imposante waterburcht met een mooi park en omgeving
  • Kerk en standbeelden in Laarne: herinnering aan heksenvervolgingen
  • Kasteel Cooppal (Wetteren): 19e-eeuws kasteel met industrieel verleden
  • Sint-Gertrudiskerk (Wetteren): imposante kerk, markant in het stadsbeeld

🗺️ Afstand & duur: Circa 25 km, langere dagetappe, inclusief pauzes en verkenning.

⛰️ Zwaartegraad: Middelzwaar, vooral door natte, modderige stukken en wisselende ondergrond; deels stedelijk en landelijk terrein.

Oordeel: 4/5

Nadat we de streekGR Groene Gordel na enkele jaren eindelijk hadden getemd, was het voor mijn wandelgezel en ik zoeken naar een nieuw wandelproject waar we ons voor langere tijd zoet mee konden houden. We zochten het dit keer, toch om te beginnen, iets verder en kozen voor de GR 128, de Vlaanderenroute. Deze start eigenlijk in Wissant aan de opaalkust en gaat zo door Vlaanderen naar Aken. Wij gingen echter voor de meest haalbare startplaats i.f.v. openbaar vervoer en begonnen ons GR 128-avontuur in het West-Vlaamse Tielt. De vierde etappe bracht ons via de buitenwijken van Gent naar rustigere, maar modderige oorden in Destelbergen, Laarne en zo naar de Schelde in Wetteren.

Een historisch verantwoorde variant

Aan de start moesten we meteen een beslissing nemen over welke route we gingen nemen. De echte GR 128 loopt namelijk wat zuidelijker aan de Schelde, terwijl er een variant vertrok vanuit Gent-Dampoort station. We kozen er uiteindelijk voor om deze toch te nemen, aangezien er nog wat architecturale en historische bezienswaardigheden waren.

Dat begon al redelijk snel met een leuke passage door het Groot Begijnhof Sint-Elisabeth in Sint-Amandsberg. Het werd destijds op slechts 2 jaar volledig opgetrokken en dit tussen 1873 en 1874. Dat is heel indrukwekkend als je er vandaag doorwandelt en de oppervlakte en het aantal gebouwen ziet. Naast de begijnhofkerk zelf was er ook nog onder andere een kapel en een infirmerie. Vandaag zijn er ook heel wat sociale organisaties gehuisvest.

De wandeling door Gent-Dampoort ging verder en al snel volgde een passage door het Sint-Baafskouterpark, aangelegd als natuurpark met wildelementen om niet alleen wandelen maar ook spelen leuk te maken. Als laatste punt op de variant kwam het bedevaartsoord Bergenkruis, een voorbeeld van een heidense plek die bij de kerstening werd omgetoverd voor katholieke doeleinden.

Stille waters en modderige gronden

Kort daarna kwamen we aan in het centrum van Destelbergen, waar een plechtstatig gemeentehuis zorgde voor een kwalitatief toiletbezoek, met dank aan de behulpzame onthaalbediende. Aan het gemeenteplein waren er twee opvallendheden. Ten eerste was er het standbeeld van Reinaert De Vos en Bruin De Beer, van de hand van de kunstenaar Firmin De Vos, voor wie Van de Vos Reynaerde een heuse inspiratiebron was. Het tweede was tragischer. Er stond namelijk een herdenkingsfoto voor Jorik Danneels, een jongetje van tien dat in 2006 onder een stenen vaas terechtkwam en overleed. Om even stil van te worden.

Kort daarna was het tijd voor onze lunchpauze en daarvoor botsten we gelukkig op een ideale plek, namelijk het Damvalleimeer, dat ontstond door de zandwinning voor de aanleg van de E17, die daardoor ook in de verte wat te horen was. Toch was het aan het relatief stille water perfect om het middagmaal te nuttigen en even te rusten om het volgende, avontuurlijke stuk te temmen.

Wat het had nogal veel geregend en onze gids wees er aan de hand van gele uitroeptekens al op dat het wel eens drassig kon worden. Dat was dan ook het geval en we gingen van waterige grasstroken naar heuse modderpaden, die enkel door kleine zijstroken iet of wat veilig te vermijden waren. Al moest je er de doorntakken wel bijnemen. Maar goed, een beetje avontuur mag wel! En het was ook een erekwestie om de GR te nemen i.p.v. de aangewezen alternatieve route via asfalt.

Hoeve, kasteel en kerk

Daarna was het nog een goede 6,4 kilometer tot het volgende plekje, namelijk Laarne. In tussentijd was er ook nog wel wat te beleven, zoals de Kattenheyehoeve met een beschermd poortgebouw dat voor de gelegenheid door de plaatselijke landbouwers werd gebruikt als carport voor de tractor. Langs de her en der ook natte, maar wel beter begaanbare zandwegen, kwamen we in het land van de heksen. Laarne en omstreken was namelijk het toneel van heksenvervolgingen.

Na deze doortocht kwamen we in het leuke centrum van Laarne, waar we eerst even het plaatselijke kasteel, een indrukwekkende waterburcht, konden bezichtigen. Een lange laan, met enkele bijzondere standbeelden, leidde verder naar de kerk en het oude en het nieuwe gemeentehuis. Het gezellige kerkplein was ideaal voor nog een korte pauze. De kerk zelf was helaas toe, maar op het grasperk stonden nog twee bijzondere standbeelden die verwezen naar de slachtoffers van de heksenvervolging. 5 vrouwen en 1 man stonden terecht, waarbij 4 vrouwen op de brandstapel terechtkwam, 1 onschuldig werd verklaard en de man…niet langer welkom was in Laarne.

Met vlotte tred naar de skyline van Wetteren

De laatste 6,4 kilometer waren iets minder memorabel. De grootste modderavonturen lagen achter ons, maar er was ook niet meteen iets te bezichtigen of te ontdekken. Aanvankelijk was het vooral wandelen op zandwegen en graspaden, met het Prullenbos dat zorgde voor een kort intermezzo. Hoe dichter we bij Wetteren geraakte, hoe meer de beschaving en bewoning tot ons kwam. De GR 128 werd ook nog eens omgeleid, waardoor het grootste stuk van de Schelde wegviel.

Maar in Wetteren zelf was er wel nog wat te beleven. Zo was er het kasteel Cooppal dat in 1870 werd gebouwd en dat lange tijd dienst deed als de residentie van de directeurs van de plaatselijke kruitfabriek. Eens aan de Schelde kregen we plots een best indrukwekkend (vanop een afstand) stadszicht te zien. Dat was in grote mate te danken aan de hoge en opvallende Sint-Gertrudiskerk. Wij hadden ons geparkeerd aan het station van Wetteren en dus konden we via de mooie en moderne fiets- en voetgangersbrug nog even een bezoek brengen aan deze mini-kathedraal. Het einde van een leuke en bewogen wandeldag op de GR 128.

Meer wandelingen op de GR 128 vind je hier: https://fromtheseatothelandbeyond.com/gr-128-vlaanderenroute/

Groene wandeling 3: Evere – Sint-Agatha-Berchem (13,8 km)

🥾 Terrein:
Sterk gevarieerd terrein: van woonstraten en spoorlijnen tot uitgebreide parken, kanaalzones, en zelfs een stukje GR en Camino. Hoogteverschillen zijn beperkt, maar het stadsverkeer en de vele overgangen maken de wandeling mentaal intensiever. De lengte is eerder beperkt, maar het voelt als een lange dag door het afwisselende decor.

🏰 Bezienswaardigheden:

  • Modernistisch stadhuis van Evere (1938)
  • Station Schaarbeek en omgeving
  • Parken van Laken (met beperkt toegankelijke ruïnes)
  • Chinees Paviljoen & Japanse Pagode (verloederd, maar visueel nog steeds indrukwekkend)
  • Monument voor de Dynastie op 50m hoogte
  • Zicht op het Atomium
  • Koloniale Tuin met Normandische cottage (!?)
  • Koning Boudewijnpark & Poelbos
  • Molenbeek (de waterloop, niet de wijk)
  • Populierenbos Nestor Martin

Afstand & duur:
14 km, eerder dagdeel, wel met veel stops en zijpaadjes. De echte afstand is niet overdreven lang, maar door de visuele prikkels, culturele uitstapjes en extra kilometers buiten het officiële pad voelt het als een stevigere wandeling.

⛰️ Zwaartegraad:
Licht . De ondergrond is vlot begaanbaar, maar de stadscontext vereist wat oriëntatievermogen en geduld op verkeersknooppunten.

Oordeel: 4,5/5

Onze hoofdstad wordt vaak nogal meewarig bekeken en komt niet altijd even goed in het nieuws. Na het temmen van de streekGR Groene Gordel rond Brussel leek het mij dan ook leuk om de Groene wandeling door Brussel af te wandelen. Meer info kan je alvast hier vinden. Het derde deel vertrekt in Evere en eindigt in Sint-Agatha-Berchem.

Een woonwijk, een spoorlijn en een kanaal

Het eerste stuk van de wandeling gaat voornamelijk door de straten van Evere. Naast de vaak aangename rijhuizen springt vooral het stadhuis in het oog. Het modernistische gebouw werd in 1938 gebouwd en heeft onder andere een imposante toren. Het was maar een van de vele bijzondere gebouwen op deze derde wandeldag.

Na het meer bebouwde stuk gaat het door twee parken, eerst het kleinere Doolegtpark en vervolgens het al grotere en bosrijke Goede herderpark. Na een klein en wat verloederd moerasje te passeren, gaat het terug richting de beschaving, namelijk naar het mooie station van Schaarbeek en bijhorende omgeving. Hier is het eventjes moeilijk om de weg te vinden, maar we geraken uiteindelijk toch over het kanaal.

Parkenhoogtepunten

Dit is het begin van een reeks hoogtepunten waar parken de hoofdrol spelen. Het eerste is nog een beetje van een tegenvaller. Ik zag namelijk op mijn kaart ruïnes aangeduid, maar dit bleek in het deel van het park van Laken te liggen dat niet toegankelijk was. Gelukkig volgde al snel iets opzienbarend, het park van het Chinees Paviljoen en de Japanse Pagode.

Deze tuin werd in 1910 geopend, na het overlijden van Leopold II, maar ontsproot (uiteraard) ook aan diens brein. Vroeger zat hier ook nog een museum met Oriëntaalse kunst. Vandaag is de tuin zelf wel onderhouden, maar dat kan helaas niet gezegd worden van het mooie paviljoen zelf, dat achter een omheining staat te verloederen. Jammer!

Een volgen park is het park van Laken, onderdeel van het Koninklijk Domein. Ook hier gingen we even een zij-uitstap doen naar het Monument voor de Dynastie, dat bovenop een heuvel van 50 meter staat te pronken, tussen 1878 en 1881 gebouwd ter ere van Leopold I. Als bonus wandel je terug naar de Groene Wandeling via een stukje Camino en een GR.

In de verte is het Atomium te bewonderen, terwijl in het park Brusselaars in grote getale naar buiten zijn gekomen om te genieten van de zon. Aan het Atomium is het ook drummen geblazen, want daar hebben de supporters van Union (die de beker van België zou winnen tegen Antwerp, nvdr.) zich verzameld. Wij kiezen terug voor de rust van de Koloniale Tuin (ja, er is een thema). Daar staat een enig mooie Normandische cottage. Want waarom ook niet.

Koning Boudewijn en de Molenbeek

Na een akkefietje op een kruispunt, waar een lijnbus gedurende enkele minuten zorgt voor een blokkering op de weg en in het hoofd van enkele chauffeurs, gaat het naar het Koning Boudewijnpark in Jette. Dit is een uitgestrekt park, dat uitloopt in de Poelbos, maar eerst nog passeert langs weiden, speeltuinen en vijvers. En de Molenbeek, die hier ook rustig naast de Groene Wandeling ligt de kabbelen.

Het enige wat dan nog rest is een passage op de Bosstraat, waar natuur en woontorens in de verte elkaar ontmoeten. Daarna gaat het nog langs een spoorlijn en het ietwat weinig indrukwekkend moeras van Ganshoren naar het Populierenbos van Nestor Martin, om daar de Groene Wandeling opnieuw achter ons te laten, richting het station van Sint-Agatha-Berchem.

Wil je nog meer wandelingen op de Groene Wandeling? Deze kan je hier vinden: https://fromtheseatothelandbeyond.com/groene-wandeling-brussel/

Wandelproject: De kastelenroute

België telt maar liefst 3000 kastelen. Daarmee is het het land met het hoogste aantal per km². Dat wil niet zeggen dat ze allemaal te bezichtigen zijn noch dat ze zichtbaar zijn langs de straatkant. Maar je kan er wel een hele hoop voorbijwandelen en een klein deeltje kan je ook echt bezoeken. Ik hou van wandelen en ik hou van langeafstandsroutes met een thema. Zo kwam ik op het idee om bijzondere, mooie, bijzonder mooie en boeiende kastelen op te lijsten en hier zelf een aaneensluitende route van te maken. Om het praktisch haalbaar te houden, wil ik (voorlopig) focussen op de kastelen in Vlaanderen.

Daarbij heb ik enkele basisregels opgesteld. Ten eerste probeer ik van station naar station te gaan, met tussenin ook voldoende plekken die met de bus toegankelijk zijn. Ten tweede probeer ik de etappes te houden rond de 20 kilometer. En ten derde plan ik de routes zo dat er naast mooie kastelen ook vooral mooie natuur te zien is, preferabel op onverharde paden.

Uiteraard is dit een langetermijnsproject. Ik weet zelf op dit moment nog niet waar de route gaat leiden en hoe deze gaat lopen. En of het überhaupt te doen is. Maar ik hoop wel aan de ontdekkingsreis op papier een mooie ontdekkingstocht op Vlaamse wegen te kunnen koppelen. Eentje waar ik zelf de elementen in steek die ik tijdens een tocht graag heb, in de hoop dat ook andere wandelaars dit weten te appreciëren.

Ik heb zelf al een lijst samengesteld met kastelen in alle provincies die zeker niet mogen ontbreken op een tocht, maar wil graag the wisdom of crowds inroepen. Ken jij een mooi kasteel, kasteeldomein of -tuin of kasteelruïne in je buurt? Laat het zeker weten!

GR 128.3 Drongen – Gent-Dampoort (16 km)

🥾 Terrein:
Een mooi opgebouwde route die start in landelijk gebied en eindigt in een historische binnenstad. De eerste helft is puur natuur (dijken, onverharde paden, Leie-oevers), de tweede helft wisselt af tussen stadsparken en drukke centrumstraten. De Karel Sabbeberg (38 m) zorgt onverwacht voor wat kuitenwerk.

🏰 Bezienswaardigheden:

  • Kerk en Oude Abdij van Drongen
  • Leie-oevers, veer van Afsnee
  • Natuurgebied De Assels
  • Blaarmeersen + Karel Sabbeberg / uitkijktoren
  • Centrum Gent: Oud Justitiepaleis, Pand, Graslei, Korenlei, Sint-Niklaaskerk, Sint-Baafskathedraal
  • Porta Ganda en Zwembad Van Eyck (Art Deco, maar niet visueel indrukwekkend)
  • Visserijvaart en Sidonie Verhelststraat (historisch interessant)

Afstand & duur:
Ongeveer 16 km GR + 2 km extra naar station. Een goed gevulde wandeldag met veel stops en visuele afleiding. Geschikt voor een volledige dag, zonder oververmoeiend te zijn.

⛰️ Zwaartegraad:
Licht tot gemiddeld. Ondergrond is grotendeels vlak en vlot begaanbaar. Oriëntatie in het centrum vraagt wat extra aandacht. Karel Sabbeberg is het enige noemenswaardige hoogteverschil.

Oordeel: 3,5/5

Nadat we de streekGR Groene Gordel na enkele jaren eindelijk hadden getemd, was het voor mijn wandelgezel en ik zoeken naar een nieuw wandelproject waar we ons voor langere tijd zoet mee konden houden. We zochten het dit keer, toch om te beginnen, iets verder en kozen voor de GR 128, de Vlaanderenroute. Deze start eigenlijk in Wissant aan de opaalkust en gaat zo door Vlaanderen naar Aken. Wij gingen echter voor de meest haalbare startplaats i.f.v. openbaar vervoer en begonnen ons GR 128-avontuur in het West-Vlaamse Tielt. De tweede etappe bleef voor het grootste stuk in de Leiestreek. Maar gaandeweg werd de rustige natuur ingeruild voor het historische centrum van Gent.

Een gezellige wijk en gekronkel langs de Leie

Vanaf het station van Drongen kom je snel in het gezellige centrum van Drongen, waar de mooi uitziende kerk van ver de aandacht trekt. Binnenin is het misschien net iets minder indrukwekkend. We passeren ook de gebouwen van de Oude Abdij, een indrukwekkend complex dat wel niet vrij te bezoeken is. De dekolonisatiebeweging is hier halvelings gepasseerd. Aan de kerk is de kleine gedenksteen voor landbouwopzichter Adolf Lootens, voor zijn beschavingswerk, veranderd. De Drongense kolonialist wordt vandaag onbedoeld geprezen voor zijn betuttelwerk.

Al snel pikt de GR op waar het vorige keer is geëindigd, namelijk voornamelijk onverharde en aangename paden langs de Leie. Het deed soms wat denken aan het stuk in Sint-Martens-Latem, alleen in een iets minder exclusieve versie. De indrukwekkende nieuwbouwwoningen werden afgewisseld met iets minder verfijnde en oudere woningen. Op de Leie zelf worstelde een groep scholieren met hun kajak, de een al wat beter en gemotiveerder dan de ander.

Dit stuk bracht drie hoogtepuntjes voort. Ten eerste was er het veer van Afsnee, waar vooral de plaatselijke kerk fotogeniek stond. Ten tweede was er de zeer kleine zij-uitstap, van weliswaar enkele meters, naar natuurgebied De Assels, van waaruit de eerste torens van Gent zichtbaar werden. En dan was er nog wat vogelvertier, eerst met een Zwartkop (met dank aan de vogel-app), maar vooral met een koekoek die we wel duidelijk hoorden, maar helaas niet zagen.

De Blaarmeersen en de Gent Mountain Trail

Even later ga je via de Blaarmeersenbrug over de Ring van Gent en de Ringvaart. Niet veel later kom je in de Blaarmeersen, het recreatief domein dat af en toe in het nieuws komt en niet altijd op de beste manier. Vandaag was het echter kalm. Toen we aankwamen werden we door een jonge vrouw meteen richting een uitkijkpunt geleid. Het bleek om een uitkijktoren op de Karel Sabbeberg te gaan.

Karel Sabbe is de ultraloper die in 2023 de Barkley Marathon uitliep als 17de loper ooit. Maar de reden dat hij zijn eigen berg (38 m) op dit domein kreeg was omdat hij in 2016 het record op de Pacific Crest Trail op zijn naam schreef en twee jaar later hetzelfde deed met de Appalachian Trail. Hij bereidde zich voor door de huidige Karel Sabbeberg 100 keer per dag op en af te lopen. Indrukwekkend en welverdiend. Maar geef mij toch maar gewoon wandelen. Desalniettemin was het zicht op de toren best leuk en de tip van de Gentse local dus zeer welgekomen. En het deed de hoogtemeters verviervoudigen.

Een tocht door de geschiedenis

Het natuurgedeelte was bijna achter de rug. Niet veel later voerde de Leie naar het centrum van Gent, waar de ene bezienswaardigheid de andere opvolgde. Via het Oud Justitiepaleis en het Pand ging het naar de Sint-Michielsbrug en de Gras- en Korenlei. Ook was het een goede gelegenheid om een bezoek te brengen aan de Sint-Nicholaaskerk en de Sint-Baafskathedraal, weliswaar zonder Lam Gods.

Op deze woensdagnamiddag was Gent een mix van jonge leerlingen, studenten en een hele hoop toeristen. Met een wandeloutfit wijk je wat af van de rest. En ook in deze binnenstad leek het even alsof de GR een imaginair pad was. De rood-witte markering was iets moeilijker te vinden en af en toe moesten we op onze passen terugkeren of het pad terug oppikken.

Vaarwel Leie, hallo Schelde

De doortocht door het centrum van Gent duurt niet te lang en dat betekent ook een afscheid van de Leie. Die vloeit namelijk in de Schelde in de Porta Ganda, de nieuwe jachthaven waarvan de naam wat blitser is dan de plek zelf. Hier is het Zwembad Van Eyck, dat in de gids werd aangekondigd als een Art Deco gebouw. Ook dat was eventjes verwarrend, aangezien je eerst de moderne aanbouw ziet. Het gebouw zelf is helaas ook niet meteen het meest indrukwekkend.

Even dreigt het weer toch nog om te slaan en begint het te druppelen, maar uiteindelijk blijft het droog. En dat is fijn want de laatste passage, richting Gentbrugge. Het kleine padje langs de Visserijvaart voert langs de achterkant van de huizen, waarvan sommige modern en gerenoveerd zijn. Een laatste hoogtepunt is de Sidonie Verhelststraat. Neen, geen familie. Ze was de eerste vrouwelijke studente aan de UGent en koos voor Natuurwetenschappen. Ondanks de onderscheiding in de tweede kandidatuur zou ze wel stoppen en dus niet de eerste vrouw zijn die afstudeerde.

Een kort stukje voert naar een brug over de Schelde. Die ziet er hier nogal pover en mistroostig uit. Maar, nu we het stuk GR 128 in Leiestreek achter de rug hebben, zal de Schelde het volgende stuk die rol overnemen. Er is dus nog ruimte voor herkansing. Daarmee was de 16 km afgelopen en was het een goede 2 kilometer noordwaarts richting Gent-Dampoort, om daar met de trein terug te keren.

Meer wandelingen op de GR 128 vind je hier: https://fromtheseatothelandbeyond.com/gr-128-vlaanderenroute/

Groene wandeling 2: Bosvoorde – Evere (14,8 km)

🥾 Terrein:
Een gevarieerde etappe, met zowel onverharde bos- en parkpaden als verstedelijkte stukken. Het traject langs de Woluwe is bijzonder sfeervol, maar bij regenval ook modderig en glad. Vooral in het laatste kwart worden asfalt en appartementsblokken dominanter.

🏞️ Bezienswaardigheden:

  • Bosvoordse vijvers
  • Ten Reukenpark, Senypark, Hertoginnendal, Mellaertsvijvers, park van Woluwe, Maloupark
  • Woluwevallei (bij droog weer: aan te raden!)
  • Lindekemalemolen: historische watermolen met wortels in de 12de eeuw
  • Kerkhof van Brussel (bekende namen begraven, geen foto’s toegestaan)

Afstand & duur:
Ongeveer 17 à 18 km met aanloop en extra lussen inbegrepen. Tijdsbesteding is sterk afhankelijk van weer, pauzes en oriëntatieproblemen.

⛰️ Zwaartegraad:
Licht. Niet fysiek zwaar, maar wel opletten op gladde modderstroken en in de stad oriënteren vraagt mentale scherpte. Voldoende afwisseling maakt het een aangename tocht.

Oordeel: 3,5/5

Onze hoofdstad wordt vaak nogal meewarig bekeken en komt niet altijd even goed in het nieuws. Na het temmen van de streekGR Groene Gordel rond Brussel leek het mij dan ook leuk om de Groene wandeling door Brussel af te wandelen. Meer info kan je alvast hier vinden. Het tweede deel vertrekt in Bosvoorde en eindigt in Evere.

Bosvoorde city

Aangezien ik vorige keer even van het pad af moest (letterlijk) om naar station Bosvoorde te gaan, ging ik logischerwijs eerst opnieuw via deze zijweg terug. Dat duurde een kleine tien minuten, waarna ik mijn tweede stuk op de Groene Wandeling echt kon aanvatten. Het pad voert langs het Solvaypark, dat er van de zijkant best leuk uitziet. Maar door het voorspelde wisselvallige weer koos ik om mij toch aan de route te houden.

De weg komt al snel uit bij de Bosvoordse vijvers en vervolgens gaat het eventjes door de straten van Bosvoorde en langs het plaatselijke kerkhof, het eerste van drie. Niet veel later zit ik weer in het Zoniënwoud, deze keer weliswaar een leuker stukje dan het vorige. Het is minder brede laan en meer bospad, wat de boswandelervaring ten goede komt.

Parken, parken, parken en de Woluwe.

Terwijl de eerste dag nog wat meer door natuurgebied en bos trok, is er nu veel parkvertier. Dat begint met het Ten Reukenpark. Het introduceert ook een belangrijk element dat de hele route zou kleuren, de Woluwe, een zijriviertje van de Zenne. Hier wordt het nog overvleugeld door de grote vijver met enkele zwanen en ganzen.

Het volgende park is het kleinere Senypark. Niet veel later volg je een klein wegje langs de Woluwe, om uit te komen om een drukke baan. De bebouwing en de grote appartementsblokken en kantoorgebouwen zijn hier erg aanwezig, maar gelukkig maar voor een beperkte fractie van de wandeling.

Recreatief door Brussel

Het volgende stuk gaat lange tijd langs een recreatieve zone waar wandelaars, joggers en fietsers het rijk helemaal voor zich hebben. Links en rechts bevinden zich straten, de een al drukker dan ander en, voor de verandering parken. Zo gaat het langs Hertoginnendal, de Mellaertsvijvers en het park van Woluwe. Hier, in de verte, was er een bijeenkomst dat zowel een manifestatie als een bijeenkomst van een jeugdbeweging kon zijn. In ieder geval bracht het veel geroep met zich mee.

Een authentieke molen

Hoewel ik grotendeels gespaard bleef, begon het even verder te hagelen, gelukkig maar voor korte duur. Maar de dreigende wolken waren nu wel vaker aanwezig. Dat belet niet dat het volgende park, het Maloupark, ook weer best mooi is. Het is stilaan een constante, maar ook hier is er een best uit de kluiten gewassen vijver, met name de Struybeekvijver.

Een hoogtepunt van dit deel is echter de Lindekemalemolen, niet alleen vanwege de variatie, maar ook omdat het een historisch ijkpunt van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is. Deze watermolen werd al in de 12de eeuw vermeld. Het diende aanvankelijk als graanmolen maar werd later een papiermolen. Het is nu in bezit van de gemeente Sint-Lambrechts-Woluwe. Leuk om te passeren!

Modderige paden en drukke wijken

Na de authentieke molen is er nog een stukje onversneden wandelgenot naast de Woluwe. Door de regen was dit stukje best modderig en was het opletten geblazen dat je niet struikelde en zo het water kon voelen in plaats van het enkel te zien en horen kabbelen. Helaas was het ook het laatste stukje echte natuur.

Daarna was het nog enkele kilometers wandelen langs drukkere wegen, met opnieuw heel wat appartementsblokken en kantoorruimten. Even week het pad af van de gpx-track. Ik volgde het, tot ik de wegwijzers niet meer vond en me dus maar opnieuw terug richting het ‘officiële’ (of voormalig officiële?) pad. Waarschijnlijk gaat de nieuwe weg via het Roodebeekpark, wat ongetwijfeld wat charmanter is.

Ik nam echter het pad door de Sterrenbeeldenwijk. En daarmee was de laatste 2 kilometer ingezet. De bebouwing en beschaving waren nooit ver. Nog een laatste opzienbarendheid was het kerkhof van Brussel (fotograferen niet toegelaten!) waar naast enkele Brusselse burgemeester ook onder andere Jacques-Louis David, Paul Van den Boeynants en de schrijver van de Brabaçonne begraven liggen. Na een kilometer was het opnieuw tijd om de groene wandeling te verlaten en een 500 meter later te eindigen aan het station van Evere.

Wil je nog meer wandelingen op de Groene Wandeling? Deze kan je hier vinden: https://fromtheseatothelandbeyond.com/groene-wandeling-brussel/

GR 128.2 Deinze – Drongen (24 km)

🥾 Terrein:
Grotendeels verhard – vooral tijdens het middengedeelte in de villawijken – met her en der zachtere paden langs de Leie of in de natuurgebieden. Technisch nergens moeilijk, al zijn modderige zones mogelijk in de Latemse Meersen. Beweeglijk parcours: van industriële zones tot weidse woonwijken, pittoreske dorpskernen en rivierpaden.

🏞️ Bezienswaardigheden:

  • Sas van Astene en bijhorende sasmeesterwoning
  • Kasteel van Ooidonk (zichtbaar vanop afstand)
  • Drie kerken: Bachte-Maria-Leerne, Sint-Martens-Leerne en Deurle
  • Deurle: charmant en witgekalkt dorpscentrum
  • Veer van Baarle: praatgrage veerman en mooie pauzeplek
  • Latemse Meersen: moerassig natuurgebied, bron van inspiratie voor kunstenaars
  • Sint-Martens-Latem: centrum van kunsthistorie met galerijen en museum
  • Koutermolen en Goedingebrug: historisch en industrieel erfgoed
  • Beelaartmeersen en Hoge Laak: slot langs groene Leieoever met luxe uitzicht

Afstand & duur:
Ongeveer 24 km. Zeker met sightseeing, veerpontpauze en eventueel musea is dit een dagvullende etappe. Voor wandelaars met een strakke timing: reken voldoende marge.

⛰️ Zwaartegraad:
Matig tot pittig, vooral door de lengte en het stevige slot. Overwegend vlak, maar door de afstand en de variatie in ondergrond vraagt het wel energie. Een goede wandeldag dus, met veel afwisseling.

Oordeel: 4/5

Nadat we de streekGR Groene Gordel na enkele jaren eindelijk hadden getemd, was het voor mijn wandelgezel en ik zoeken naar een nieuw wandelproject waar we ons voor langere tijd zoet mee konden houden. We zochten het dit keer, toch om te beginnen, iets verder en kozen voor de GR 128, de Vlaanderenroute. Deze start eigenlijk in Wissant aan de opaalkust en gaat zo door Vlaanderen naar Aken. Wij gingen echter voor de meest haalbare startplaats i.f.v. openbaar vervoer en begonnen ons GR 128-avontuur in het West-Vlaamse Tielt. De tweede etappe bleef in de Leiestreek. Tussen Deinze en Drongen volgen de kleine dorpjes elkaar op.

De Leie part one

Vanaf het station van Deinze is het een goede driehonderd meter om terug op de GR 128 te geraken. Het begint waar het vorige keer eindigde, namelijk aan de Leie. Die zou de hele dag komen en gaan. Op dit eerste stuk is het minder gezellig. Het volgt voor een groot stuk een industriezone waarbij oudere en moderne fabrieken elkaar afwisselen. Een eerste “hoogtepuntje” is te vinden aan het Sas van Astene, die dateert van 1861. Aan de overkant is er nog een oude sasmeesterhuis is er ook nog een museum en een café. Maar wij volgden het jaagpad verder.

Het tweede hoogtepunt mocht er helemaal zijn. Door de bomen is het Kasteel van Ooidonk te zien, een kasteel in Vlaams-Spaanse Renaissancestijl. Het werd in 1595 herbouwd en werd daarvoor nog bewoond door Filips van Montmorency, de graaf van Horne, die in 1568 werd onthoofd op de Brusselse Grote Markt. Vandaag is het nog steeds in adellijke privéhanden, al kan je vanop een afstand gebouw en diverse bijgebouwen bewonderen.

Kleine dorpjes en vele kerken

Na een afstandelijk bezoek aan het kasteel, gaat de GR 128 langs drie kleine gehuchten. Het eerste is Bachte-Maria-Leerne, met een gezellige dorpskern aan de plaatselijke kerk, waar vooral de glasramen de moeite zijn. Even verder, op een drukke steenweg, ligt de tweede kerk, deze van Sint-Martens-Leerne. De kerk is vanbinnen waarschijnlijk iets mooier, maar de alienachtige figuren op de glasramen zijn dan weer wat bizar.

Een brug over de Leie voert naar het mooiste dorpje van de drie. Deurle heeft waarschijnlijk de mooiste kern van de drie, met een straat vol mooie, witte huizen. Dit is ook het begin van een tocht langs villa’s en kasten van villa’s. De kerk van Deurle is dan weer eerder spaarzaam en doet wat Protestants aan, waardoor deze van Bachte-Maria-Leerne uiteindelijk tot winnaar van de drie.

How the other half lives

Na het stuk Deurle gaat de GR voor het grootste stuk over verharde lanen en dreven. Aan weerszijden vallen steeds grotere huizen te bewonderen. Het zou Vlaanderen niet zijn mocht het niet heel eclectisch zijn, met landhuizen afgewisseld met moderne glazen gebouwen en af en toe ook lelijke, maar opnieuw uit de kluiten gewassen, betonnen constructies.

Het is een bijzonder stuk, vooral omdat het lange tijd door eenzelfde soort woonwijk gaat. Je kan je de ogen wel de kost geven, maar het is toch iets anders dan met een mooi landschap, een pittoresk riviertje of een gezellig dorpsplein. De hekken en hagen volgen elkaar op. Dat verandert wanneer je een graspad langs de Leie volgt. Aan de overkant zie je nog steeds grote huizen, maar de setting, vlak aan het water geeft het geheel extra cachet.

Kunstenaars

Daarna volgt nog een tweede leuk stuk. Dat begint aan de veerpont van Baarle, waar drie banken een ideale lunchplek vormen. Bij aankomst werd een groep fietsers net over de Leie gevoerd. De veerman was tijdens het kuisen van zijn aanlegsteiger best praatgraag. Hij wist te zeggen dat de steiger best glad was en enthousiaste fietsers gevaar liepen om tegen de grond te gaan als ze niet afstapten en dat door het regenweer het water zo hoog stond dat de veer niet kon uitvaren omdat het boven het hout van de steiger uitkwam.

Na deze deugddoende pauze volgde opnieuw een stuk langs grote huizen, met onder andere het ereconsulaat van Namibië in the middle of nowhere, Kort daarna volgt wel nog een stuk ongerepte natuur. De Latemse Meersen is een natuurgebied met enkele waterloopjes dat door de omstandigheden vrij moerassig aandoet. Het was blijkbaar ook het inspiratiegebied van de Latemse kunstenaar Albijn Van den Abeele.

Er komt daarna nog artistiek verantwoorde passages want ook het centrum van Sint-Martens-Latem wordt aangedaan. Naast dure en gigantische huizen wordt dit uiteraard ook vandaag nog geassocieerd met de twee Latemse scholen, met kunstenaars als Gustaaf De Smet, Gustave van de Woestyne en Constant Permeke. Ook vandaag is er nog kunst te zien in het plaatselijk museum en in de exclusievere galerijen.

Rennen naar Drongen

En dan is er nog een goede drie kilometer tot station Drongen. In eerste instantie kunnen we nog de Koutermolen bewonderen. Deze dateert van 1614 en werd in 1977 gedemonteerd en op deze plek gezet. Daarna gaat het opnieuw door een chique wijk met hoge heggen en poorten. Het contrast met de drukke E40, die even verder wordt opgezocht kan niet groter zijn.

Na een tijdje deze te volgen op een asfaltbaan, gaat het via de bijzondere Goedingebrug naar de andere kant van de Leie. Deze brug gaat onder de E40 en je hoort het dus letterlijk rammelen. De Leie wordt dan nog gevolgd in de natuurlijke setting van de Beelaartmeersen en de Hoge Laak. Ook hier zijn aan de overkant prachtige huize aan de rivier te vinden, met zelfs een mini-jachthaven. Om toch onze trein te halen werd het laatste stuk in Drongen al lopend afgelegd. Een pittig einde van een bijzonder etappe op de GR 128.

Meer wandelingen op de GR 128 vind je hier: https://fromtheseatothelandbeyond.com/gr-128-vlaanderenroute/

Groene wandeling 1: Vorst – Bosvoorde (11,3 km)

🥾 Terrein:
Afwisseling troef: van industriële zones over stadsparken en natuurgebieden tot bosrijke dreven. Hoogteverschil (tot ±70m) zorgt voor variatie en een korte pittige klim richting Engelandplateau. Sommige delen kunnen modderig zijn bij regenweer. Bewegwijzering over het algemeen duidelijk.

🏞️ Bezienswaardigheden:

  • Bemptpark met zijn afgesloten vijvers en een oud spoorlijntje
  • Keyenbempt: waardevol ecologisch gebied met volkstuintjes
  • Spoorwegbrug bij Bourdon: verrassend imposant stukje infrastructuur
  • Natuurgebied Kinsendael-Kriekenput: verlaten stuk dat opnieuw leeft
  • Plateau van Engeland: beschermd, heuvelachtig en rustgevend
  • Verrewinkelbos: oud bosgebied, vroeger deel van het Zoniënwoud
  • Zoniënwoud met de Tumuli – mysterieuze grafheuvels van lang geleden
  • Vijver en Solvaypark net voor Bosvoorde als aangenaam slotaccent

Afstand & duur:
Ongeveer 11 km, goed te doen in een halve dag. Rekening houdend met pauzes en ommetjes (zoals die naar de vijver of Solvaypark), is het ideaal als korte kennismaking met de Groene Wandeling.

⛰️ Zwaartegraad:
Licht tot matig. Geen technische moeilijkheden, wel een klimmetje hier en daar. Goede stapschoenen zijn aangeraden, zeker bij regenachtig weer.

Oordeel: 4/5

Onze hoofdstad wordt vaak nogal meewarig bekeken en komt niet altijd even goed in het nieuws. Na het temmen van de streekGR Groene Gordel rond Brussel leek het mij dan ook leuk om de Groene wandeling door Brussel af te wandelen. Meer info kan je alvast hier vinden. Voor de eerste kennismaking kies ik voor een korte tocht tussen twee treinstations, dat van Vorst-Zuid en Bosvoorde.

Industrie en parkvertier

Het begin van deze wandeling is misschien nog wel het meest karakteristieke. Vorst-Zuid ligt middenin een stuk Brussel met heel wat industriële activiteit. Gelukkig duurt het maar even voor je dit achter je laat en in het eerste park terechtkomt. Het Bemptpark is een klein stadspark waar de vijvers achter omheiningen staan en er ook een dood spoor is voor een klein treintje.

Uitkomend op het sportcomplex van Neerstalle en het tramdepot in Ukkel, gaat het opnieuw naar een stukje groen. Keyenbempt is een natuurlijk gebied dat naast een grote ecologische waarde ook volkstuintjes huisvest, iets wat op dit stukje Groene Wandeling een constante is. Daar aansluitend is er nog een heraangelegde vlakte van Bourdon, waar je onder een best indrukwekkende spoorwegbrug wandelt.

De betere ongereptheid

De echte natuurpracht komt er al snel aan met het natuurgebied Kinsendael en Kriekenput. Kinsendael werd ooit gekocht door Charles Woeste (ja, die van Daens) en lag voor een groot stuk van de twintigste eeuw verlaten en werd niet onderhouden. Vandaag is ook dit een belangrijke stuk natuur voor fauna en flora. De Groene Wandeling doet er maar een stukje van.

Ook een volgend stukje natuurgebied mag er zijn. Het Engelandplateau stond lange tijd onder druk maar is vandaag beschermd natuurgebied. De regen van de voorbije dagen had een stuk van het pad best modderig gemaakt waardoor het oppassen geblazen was. Het is trouwens best pittig. Tussen Vorst-Zuid en het Englandplateau ligt toch al een 70 meter verschil in hoogte. Het pad stijgt best.

Tussen bos en villawijk

Na een klein stukje verkaveling volgt een eerste van twee bossen. Het Verrewinkelbos bevindt zich op de noordelijke helling van de Verrewinkelbeek en bestaat voornamelijk uit beuken. Ooit was het een onderdeel van het Zoniënwoud. Een bord waarschuwt dat het er bij stormweer best gevaarlijk kan zijn, maar vandaag was het erg fijn wandelen. Dat we ons in het rijkere stuk van Brussel begeven wordt hierna duidelijk, met een passage langs indrukwekkende villa’s, meestal met hekken en toegangspoorten.

Daarna rest nog enkel een goede drie kilometer door een oude gekende. Het Zoniënwoud werd ook aangedaan op de eerste wandeldag van streekGR Groene Gordel, maar dan wel in het nabije Sint-Genesius-Rode. Nu leidt het richting Bosvoorde. Het is vooral wandelen op een brede, rechte dreef, wat niet meteen het meest avontuurlijk is. De route bereikt hier wel het hoogste punt (126 meter). Toch is er ook nog een ander klein hoogtepuntje. Je passeert namelijk langs de Tumuli van het Zoniënwoud, twee historische grafheuvels.

Mooi en lelijk Bosvoorde

Om aan het station van Bosvoorde te geraken besloot ik naar links te gaan net voor een spoorwegbrugje, zodat ik ook nog een van de vijvers kon bezoeken en het nabijgelegen Solvaypark als start van de volgende etappe. Na een korte maar pittige klim, kom je aan in het iets minder aangename Bosvoorde, waar geen bomen maar kantoorgebouwen boven je uittorenen. Voeg daar nog een versleten, lekkend station aan toe en het is iets minder fijn. Maar toch is dit eerste stukje Groene Wandeling heel erg bevallen. Als het een voorbode is van wat nog komen moet, dan is het een leuke manier om het Brussels gewest te ontdekken.

Wil je nog meer wandelingen op de Groene Wandeling? Deze kan je hier vinden: https://fromtheseatothelandbeyond.com/groene-wandeling-brussel/