Etappe 10: Ommen – Hellendoorn (21 km)

🥾 Terrein: Gevarieerd en licht heuvelachtig met zandpaden, bos- en heidegebied. Enkele klimmetjes (tot 88 meter), goed begaanbaar.

🏰 Bezienswaardigheden:

  • Besthmenerberg (uitkijktoren – gesloten)
  • Archemerberg & Lemelerberg
  • Sterrenkamp / kamp Erika (geschiedenis)
  • Dikke Steen (oude grenssteen)
  • Overijssels kanaal
  • Vliegmonument RAF-crash (1943)
  • Eelerberg en vallei

🗺️ Afstand & duur: ±21 km – dagetappe

⛰️ Zwaartegraad: Gemiddeld – enkele hoogtemeters en langere paden, maar technisch niet zwaar

⭐ Oordeel: 4,5/5

De Pieterpad-lastigheid bleef zich manifesteren. Na het debacle van 2022 (door dubbele boeking bij de reisgezel moesten we onze eerste ronde uitstellen naar 2023) en de onvoorziene omstandigheid van 2024 (2 dagen alleen wandelen door privé-omstandigheden bij de reisgezel) besloot de NS nu een dag voor ons vertrek om te gaan staken, waardoor het even leek of het weer (deels) in het water ging vallen. Maar een treinrit naar Mechelen-Nekkerspoel en een autorit naar Ommen later, waren we toch op weg voor deel drie op het Pieterpad, op voorhand voorzien voor vijf dagen, waarop we zes etappes zouden doen.

Met een enkele tussenstop in een tankstation, kwamen we uiteindelijk op hetzelfde uur als eerst gepland aan met de trein. Alleen moesten we hier nog lunchen, wat we deden op een bankje aan het station van Ommen. Ook de weersvoorspellingen waren wat wankel voor de komende dagen, en dus was het afwachten of we onze eindbestemming van de dag droog zouden bereiken.

Naar de bergen van Nederland

Op deze eerste etappe van 21 kilometer moesten we naar Nederlandse normen best wat hoogtemeters overwinnen. Zo deden we achtereenvolgens de Besthmenerberg (33 meter), de Archemerberg (88 meter) en de Lemelerberg (47;5 meter). Deze lagen ook nog eens in mooi bos- en heidegebied, waardoor onze derde ronde op het Pieterpad met veel natuurpracht en een mooie wandelervaring beloofde te starten.

De ‘klim’ naar de eerste berg verliep eenvoudig. We verlieten Ommen via een zijweg van de drukke baan en een pad naast de velden, waar onheilspellende wolken zich verzamelden, ging het al snel naar een bos- en zandweg naar de Besthmenerberg. De uitkijktoren die op deze top stond was helaas niet meer begaanbaar. Het was geïnspecteerd en hieruit was gebleken dat het op zich nog in goede staat was, maar niet meer in een voldoende goede staat om er nog mensen op toe te laten. Enigszins jammer en speciaal.

Goeroes, regenbuien en dikke stenen

Deze plek heeft ook een bijzondere rol in de Nederlandse geschiedenis, een die mij volledig onbekend was. Het was hier dat er sterrenkampen werden gehouden namens de goeroe Jiddu Krisnamurit. Blijkbaar waren er in deze periode nog wel enkele goeroes uit Indië populair. Helaas werd de accommodatie voor deze spirituele kampen later gebruikt als concentratiekamp Erika.

Via de steile oever en een brugje over de ouwe getrouwe Regge ging het naar de volgende berg, waar het al ietsje uitdagender was. Na een schuilhut met educatieve uitleg over het landschap, begonnen we te stijgen. Het klimwerk op zich viel best mee, maar hier kwam de eerste regenbui van de dag, die gelukkig niet lang duurde en onder de takken van een vrij uit de kluiten gewassen boom kon worden doorgebracht.

Het uitzicht en de natuur was er wel erg mooi. We daalden zo af richting de Dikke Steen, een half uitgegraven zwerfkei die later dienst deed als grenssteen tussen de marken van Archem en Lemele. Zo zakten we af naar de Lemelerberg, hier op 47,5 meter en doorkruisten zo Lemele zelf via een uit de kluiten gewassen feestzaal.

Een donker bos

Met beter weer gingen we richting het Overijssels kanaal, wat vandaag zijn economische functie heeft verloren, maar daardoor wel meer natuurlijke waarde heeft gekregen. Even daarvoor zagen we een geïmproviseerd uitgegraven parcours, al dan niet voor motorracen of tractorentertainment. Het zou vreemd genoeg niet onze enige keer zijn.

In het laatste stuk ging van het zandweg naar zandweg en konden we nog een stukje wandelen door een aangenaam bos. Hier bevond zich de Eelerberg, met bijhorende vallei, wat in deze setting, met een door de donkere wolken vrij duistere setting. In dit bos kregen we ook de tweede regenvlaag over ons, waarbij we opnieuw onze toevlucht moesten zoeken naar een boom.

Naar Hellendoorn

Met eerst wat regen, dan miezer en vervolgens opnieuw droog weer, gingen we vermoeid en hongerig het laatst stuk richting Hellendoorn af, langs een plek waar in 1943 een vliegtuigongeluk was gebeurd en enkele RAF-piloten waren omgekomen. Zo kwamen we aan in het hotel, met een zeer ruime kamer. En konden gelukkig gewoon in het restaurant eten, na een deugddoende douche. Een mooie start van de derde ronde op het Pieterpad.

Meer wandelingen op het Pieterpad vind je hier: https://fromtheseatothelandbeyond.com/het-pieterpad/

De kastelenroute 2: Lembeek – Sint-Pieters-Leeuw

🥾 Terrein: Vooral verharde paden, woonwijken, landbouwvelden, een klein bosje en enkele veldwegen. Beperkte natuur, vooral open landschap.

🏰 Bezienswaardigheden:

  • Kasteel Manenbroek (privéterrein, alleen van ver te bewonderen)
  • Kasteel van Budingen (privéterrein)
  • Kerken van Oudenaken en Sint-Laureins-Berchem
  • Kasteel van Gaasbeek: indrukwekkend domein met 13e-eeuwse burcht, poortgebouw, tuin en ijsjeszaak
  • Kasteel van Groenenberg: 19e-eeuws gebouw met mooi park en vijver
  • Natuurgebied Volsenbroek met Zuunbeek meanders
  • Kasteel en park van Coloma, met rozentuin (prachtig vanaf mei)

🗺️ Afstand & duur: Ongeveer 21 km, dagwandeling.

⛰️ Zwaartegraad: Makkelijk tot matig, door verharde paden en weinig hoogteverschillen.

Oordeel: 3,5/5

Vlaanderen kent heel wat wandelpaden, maar ook een hele hoop hele, halve, grote en kleine kastelen. Op een blauwe maandag leek het mij leuk om een eigen wandelroute uit te werken die langs deze bijzondere gebouwen en plekken gaat. Tussen droom en wandeldaad staan praktische zaken, maar uitstel is geen afstel. Eindelijk kon ik beginnen aan de kastelenroute. De tweede etappe start in Lembeek en gaat iets meer over verharde paden, maar als compensatie kan je wel genieten van enkele topkastelen, waaronder dat van Gaasbeek.

Noodzakelijk kwaad

Door de keuze om Lembeek mee te nemen was het iets moeilijker om een attractief begin van de tweede etappe te voorzien. De eerste dikke anderhalve kilometer ging namelijk door woonwijken. Daarna was er al lichte verbetering op komst doordat de bebouwing plaatsmaakt voor open velden. Het is hier klassiek landbouwgebied dat de eerste helft van de wandeling domineert. Echte natuur is nog heel spaarzaam, los van een piepklein stukje bos in Pepingen.

Privé-kastelen

De eerste twee kastelen die op deze tweede etappe te zien zijn, zijn speciaal. Het eerste, kasteel Manenbroek is zelfs helemaal niet te zien. Omringd door een heg en bomen kan je vanaf de achterkant niet veel zien. De weg ervoor is privé en dus niet toegankelijk. Hetzelfde geldt voor het kasteel van Budingen in Breedhout, Halle. Hier loopt een weg, maar de oprijlaan vooraan geeft aan dat het privéterrein is. Veiligheidshalve bewonder je dus best het kasteel vanop een afstand.

Even later kwam de route tot twee maal toe bij Leeuwse kerken. De eerste is deze van Oudenaken, met z’n opvallende groene dak. Een veldweg zorgde opnieuw voor een kort maar mooi stukje natuur, een zompig stukje met vlonderpad, waarbij de Molenbeek wordt overgestoken. Kort daarna volgde de tweede kerk, deze van Sint-Laureins-Berchem. Hier wordt ook voor een stukje de StreekGR Groene Gordel gevolgd. Via een zijweg komt het eerste echte kastelenhoogtepunt in zicht.

Het kasteel van Gaasbeek

Via een smal padje ging het naar het domein van het kasteel van Gaasbeek dat impressionant op een verhoging aan de overkant van een vijver ligt. Via deze vijver en een steile klim via houten treden verscheen het al even indrukwekkende poortgebouw. Zonder enige twijfel dit is dit een absoluut hoogtepunt op een thematische wandelroute rond kastelen.

Op deze locatie was er al in de 13de eeuw een burcht. Het is een plek vol geschiedenis, zowel qua gebeurtenissen als qua personen, met onder andere de graaf van Egmont die er hier enkele jaren zijn residentie had. Het uitzicht vandaag is 19de eeuws. Gaasbeek heeft naast een knappe collectie ook een mooie tuin. Een bezoek is dan ook de moeite waard.

Aan de tuin is er ook nog een lange laan waar het fijn is om nog even de trap af te dalen richting de kapel en de vijvers of om op een bankje je lunch te verorberen. En voor wie wat later dan het middagmaal op deze plek komt is er ook de Krijmerie, een ijsjeszaak. Historisch en ander vertier genoeg dus.

Het kasteel van Groenenberg

Enkele honderden meters later was daar het volgende kasteel al. Qua gebouw is het misschien iets minder in het oog springend dan dat van Gaasbeek. Dit kasteel dateert van de late 19de eeuw en werd gebouwd in opdracht van een Brusselse notaris. Naast het kasteel is vooral het mooie domein en park de moeite, met heel wat fleurige bloemen en een vijver. Op deze ietwat koude maar zonnige lentedag was het hier fijn vertoeven. Twee toppers op een boogscheut van mekaar.

Door de velden naar Coloma

Het laatste stuk ging vooral door enkele straten in Vlezenbeek, voorbij het revalidatiecentrum Inkendaal, Na een goede twee kilometer aan onvermijdelijke onverharde paden komt er opnieuw een veldweg aan. In de verte werd de kerk van Sint-Pieters-Leeuw zichtbaar. Voor een ruïneliefhebber als mij was het ook nog een fijn om een verloederde en verwilderde constructie aan te treffen.

Het laatste stukje bood ook nog wat moois. Zo was er het natuurgebied Volsenbroek, waarbij de Zuunbeek nieuwe meanders kreeg waardoor het niet alleen zorgt voor een natuurlijk bufferbekken maar ook een paradijs is geworden voor vogels. Sommige stukken zijn hierdoor wat zompig, maar op eerdere wandelingen heb ik al meer modder moeten temmen.

Het laatste stuk ging langs de kerk van Sint-Pieters-Leeuw om aan een kapel het park van Coloma. Het is nog net iets te vroeg, maar vanaf mei zijn hier een hele hoop rozen te bewonderen, namelijk 3000 soorten en 300.000 exemplaren. Maar ook zonder deze bloei is het hier leuk vertoeven rond het water.

Het mooie kasteel van Coloma dateert uit de 16de eeuw en werd gebouwd in opdracht van een Brusselse schepen. Omringd door water staat er vlak ernaast ook nog een koetsiershuis. Een ideale eindplaats voor deze tweede etappe, die qua natuur misschien ietsje minder te bieden had dan de eerste etappe, maar qua kastelen wel een hele resem hoogtepunten kende.

Meer kastelenroute kan je hier vinden: https://fromtheseatothelandbeyond.com/de-kastelenroute/

De beschrijving vind je hier:

En de gpx hier: https://www.wikiloc.com/hiking-trails/kastelenroute-etappe-2-lembeek-sint-pieters-leeuw-207126924

GRP 127.3 Villers-La-Ville – Blanmont

🥾 Terrein: Afwisselend – smalle wegjes, holle wegen, pittige stijgingen, bosgebieden, velden en landbouwgebied. Soms kasseien en onverharde paden.

🏰 Bezienswaardigheden:

  • Monument voor Poolse piloten in Villers-la-Ville
  • Abdij van Villers-la-Ville (ruïne, fotogeniek, met kunsttentoonstellingen)
  • Bois de l’Ermitage & Bois de Sainte Catherine (bosgebieden)
  • Gedenkteken voor gesneuvelde soldaten van de Slag bij Gembloers
  • Gemeentehuis Chastre in een 17e-eeuwse hoeve met torens
  • Kasteel Blanmont (17e-18e eeuws poortgebouw) en speciale kapel

🗺️ Afstand & duur: Ongeveer 15 km, goed te combineren met een bezoek aan de abdij.

⛰️ Zwaartegraad: Matig, door hoogteverschillen en soms steile stukken.

Oordeel: 4/5

Je moet niet altijd naar het buitenland gaan om nieuwe dingen en plekken te ontdekken. Meer zelfs, soms ligt het in je achtertuin. Dat is eigenlijk wel het geval voor de GRP 127, beter bekend als de Tour du Brabant Wallon. Deze relatief jonge (2018) wandelroute gaat in een lus doorheen de kleinste provincie van Wallonië en biedt zo’n 266 kilometer wandelpad om te ontdekken. Eind oktober 2022 deed ik met een vriend twee etappes. Het duurde ongeveer 2,5 jaar, maar eindelijk konden we ons aan de derde, wat kortere etappe van iets meer dan 15 kilometer zetten.

Naar Villers-la-Ville (deel 2)

Net zoals het plannen van de derde wandeldag op de Tour du Brabant Wallon was het ook best een avontuur om aan het startpunt te geraken. Een kleine miscommunicatie zorgde voor een korte vertraging, aangezien we mekaar kruisten in Brussel-Zuid. Een korte wachttijd in het weinig enthousiasmerende station/werf van Ottignies, waar men een architectuur à la Bergen in het klein wil repliceren, en het kleine station van Tilly. Na een goede 2,5 uur, konden we zo in Villers-la-Ville starten.

De GRP gaat rond de kerk en zo door een stukje Villers-la-Ville, waarbij we even van het pad gingen om het monument voor de Poolse piloten te bezoeken. Op het pad zelf was het meteen mooi wandelen, langs een smalle weg en later een holle weg. Het ging al meteen serieus op en neer. Even later passeerden we de kapel voor Sainte Apolline, patroonheilige van de tandartsen. Gelukkig was het pad niet van die aard dat we onze tanden moesten stukbijten.

De abdij

De abdij van Villers-la-Ville is een gekende en fotogenieke ruïne in Waals-Brabant. Er werd in 1146 aangevangen met de bouw en op z’n hoogtepunt was de abdij een toonvoorbeeld van de grootsheid van de cisterciënzers. Zoals zo vaak geraakt het na de Franse Revolutie in onbruik en wordt het daarna eerst een inspiratiebron voor kunstenaars en vervolgens een populaire toeristische plek. Aangezien de wandeling wat korter was, was het dus perfect mogelijk om een bezoek aan de abdij te combineren. Vandaag waren er verschillende kunstwerken tentoongesteld in deze bijzondere setting.

Door de bossen

Na een lunch aan een vijvertje in de abdij, ging het verder op de GRP. Via een kasseiweg met een pittig stijgingspercentage ging het al snel een groot bosgebied in, te beginnen met het Bois de l’Ermitage en dat gaat over in het Bois de Sainte Catherine. Na wat bochtenwerk via de betere bospaden passeerden we langs een beekje, een zogenaamde Ry, de Ry Pirot.

Door de velden

De tweede helft van de wandeling had een heel andere look & feel. Het ging namelijk eerder door weiden en velden met vergezichten over de directe omgeving. Het bos van Haute-Heuval gaf meteen uit op het gehucht Haute-Heuval, wat hoofdzakelijk een uit de kluiten gewassen landbouwbedrijf en enkele woningen is. Die tocht door de velden bleef ook een goede 5 kilometer doorgaan.

Vooraleer we ons volgende dorp introkken, zagen we in de verte nog een Franse vlag wapperen. Een kleine zoektocht op het internet leert dat er hier meer dan 1000 soldaten begraven liggen, komende van verschillende begraafplaatsen. Het gaat hier niet enkel om Franse soldaten, maar ook over Marokkaanse, Algerijnse en Tunesische. Zij sneuvelden tijdens de slag van Gembloers op 14 en 15 mei 1940.

(Pseudo-)Kastelen en hoeves

Even later arriveerden we in het dorpje Chastre. In de navigatie-app werd een heus kasteel beloofd. Helaas was het eerder een bescheiden herenhuis van (vermoedelijk) een lokale notabele. Het was dus een beetje van een tegenvaller. Gelukkig was het gemeentehuis wel een voltreffer. Dat zit namelijk gehuisvest in een 17de eeuwse hoeve met enkele opvallende torens. De wandelaar wordt uitgenodigd op het binnenplein, waar op zondag ook een markt is. Tof!

De laatste 2 kilometer gaan nog eerst door een klein stukje veld en akker, langs een lokale veldweg en uiteindelijk komt de GRP uit in Blanmont, deelgemeente van Chastre. Hier staat wel een kasteel die naam waardig, al zien we wel enkel het poortgebouw van het Chateau, dat dateert uit de 17de en 18de eeuw. Aan de overkant staat nog een wat speciale kapel. Daarna is het nog een goede 300 meter tot aan het station, het laatste op de route tot in Waver, wat het vervolg plannen niet echt makkelijk maakt. In ieder geval is deze etappe memorabel en afwisselend.

Meer wandelingen op de GRP 127 vind je hier: https://fromtheseatothelandbeyond.com/grp-127-tour-du-brabant-wallon/

De kastelenroute 1: Beersel – Lembeek

🥾 Terrein: Afwisselend – waterburcht, bos, beek, heide, veldwegen en kleine dorpjes. Kasseien en vlonderpaden maken het gevarieerd.

🏰 Bezienswaardigheden:

  • Kasteel van Beersel, imposante middeleeuwse waterburcht
  • Meigemheide en Begijnbos: mooie natuurgebieden
  • Gravenhof in Dworp, historische hoeve nu feestzaal
  • Hallerbos met molenvijvers, speelbos Kristallenberg en Kapittelvijver
  • Maasdalbos, rustig bosgebied
  • Malakofftoren in Halle, romantische folly uit de 19e eeuw
  • Voormalige kasteeltuin van Lembeek met standbeeld en sfeervol Claesplein

🗺️ Afstand & duur: Ongeveer 17 km, met verschillende rustplekken en eetmogelijkheden.

⛰️ Zwaartegraad: Matig, door wisselende ondergrond en wat hoogteverschillen.

Oordeel: 5/5

Vlaanderen kent heel wat wandelpaden, maar ook een hele hoop hele, halve, grote en kleine kastelen. Op een blauwe maandag leek het mij leuk om een eigen wandelroute uit te werken die langs deze bijzondere gebouwen en plekken gaat. Tussen droom en wandeldaad staan praktische zaken, maar uitstel is geen afstel. Eindelijk kon ik beginnen aan de kastelenroute. En gemakshalve laat ik deze vertrekken in zeer bekend terrein. Etappe 1 vertrekt meteen aan een hoogtepunt, het kasteel van Beersel, en gaat via bos en beek naar de voormalige kasteelsite van Lembeek.

Beerselse geschiedenis en natuur

Wie dat wil kan beginnen met een kastelenhoogtepunt. Vanaf het station van Beersel kom je namelijk meteen uit bij de indrukwekkende waterburcht van Beersel. Het Kasteel van Beersel, gebouwd rond 1300 door Godfried van Hellebeke, diende als een strategische versterking ter verdediging van Brussel. Tijdens de Brabantse Successieoorlog in de 14e eeuw werd het meerdere keren belegerd en heropgebouwd. In de 15e eeuw werd het opnieuw beschadigd. Vanaf de 17de eeuw werd het herstelde kasteel een privé-woning. Tegenwoordig is het een van de best bewaarde waterburchten van België en een populaire toeristische trekpleister.  

Maar deze eerste etappe heeft vooral heel wat natuurpracht in de aanbieding. Na een korte aanloop door de straten van Beersel komt het pad op de Meigemheide, een mooi natuurgebied. Beek en bos zijn de metgezel op dit deel. De Kesterbeek kronkelt zich een weg en de passage door het Begijnbos is kort maar leuk. Na een kort stuk over een kasseiweg gaat het opnieuw een veldweg in. Ondanks ons eigen kronkelende route komen we een welbepaalde jogger maar liefst 4 keer tegen in een tijdspanne van een half uur. Waarschijnlijk zegt dat vooral iets over zijn indrukwekkende route.

De veldweg leidt via enkele straten naar het Gravenhof in Dworp. Dit was in de 17de eeuw het Hof van Kesterbeek en  ging doorheen de eeuwen van de familie Le Roy naar de adellijke familie die lange tijd de burgemeesters van Dworp zouden leveren. Tegenwoordig is het een feestzaal. Eens de drukke Alsembergsesteenweg over, een kort noodzakelijk kwaad, begint het tweede en al even mooie stuk van deze eerst etappe.

Het Hallerbos in

De kastelenroute gaat meteen naar rechts, langs de wat verstopte Molenvijver en de Kikkervijver, waar je even over een vlonderpad wandelt. Vervolgens gaat het opnieuw naar een stuk met heel wat kronkelende beekjes om daarna in een speelbos te gaan, de Kristallenberg doorkruisend. Hier ligt het er nog een klein beetje modderig bij ligt. Daarna gaat het via de Kapittel naar ’t Krieske; een brasserie in het bos. Het is een ideaal rustpunt. Wie wil kan er ook iets eten. Wij hielden het echter op een verfrissend drankje, aangezien we zelf een lunchpakket hadden voorzien.

Dat konden we even verder opeten in een overdekt houten paviljoen met zicht op de Kapittelvijver. Hier zaten we echt in het Hallerbos, het bekendste bos van Halle, dat ook zonder boshyacinten de moeite is om in te wandelen. De route volgt een stukje van de gele Reebokwandeling om even later in te pikken op de blauwe Sequoiawandeling. Hier zijn we getuige van de paddentrek. Enkele dappere exemplaren wagen de oversteek. Er zijn ergere plekken om te vertoeven. Even later gaan we door een tunnel onder de autostrade en komen zo aan de Arenbergvijver. Via enkel voetwegjes laten we het Hallerbos achter ons.

Verandering van spijs en nog een laatste bos

Eens uit het Hallerbos verandert het landschap ten opzichte van het eerste deel. Hier is het meer open, met velden en weiden. De glooiingen blijven wel nog aanwezig. Hoewel het hoogste punt al bereikt is (dat ligt met z’n 140 meter dichtbij de achtdreven) gaat het via de Krekelenberg (122 meter) toch nog een keer omhoog na wat daalwerk. 

Kort daarna gaat de route een laatste volwaardig bos in, namelijk het Maasdalbos. Vroeger maakte het deel uit van het Kolenwoud, maar ook vandaag is het een mooi stukje van een breder natuurgebied. Voor het eerst werd ik geconfronteerd met het feit dat mijn route op papier misschien niet ideaal was. Het gekozen pad was wat onduidelijk. Daarom besloot ik het wat aan te passen en op een andere manier naar en voorbij de vijvers te gaan.

Het mooiste stukje Halle en een verdwenen kasteel

Uit het bos kwamen we aan op eindbestemming Lembeek, waar nog twee kasteelachtige bezienswaardigheden op ons wachtte. Het eerste is mijn favoriete plekje in Halle, het Malakoffdomein met de Malakofftoren, een folly uit de 19de eeuw. Het maakte deel uit van het kasteeldomein van de jeneverstoker en burgemeester Paul Claes en diende als romantisch element in het landschap. Na jaren van verval werd de toren in de 20e eeuw gerestaureerd en is nu een beschermd monument. Vandaag blijft hij een opvallend herkenningspunt in het Halse landschap.

Voor het laatste stuk gaat het het kanaal Brussel-Charleroi over en via een houten pad de voormalige kasteeltuin van het kasteel van Lembeek in. Vandaag vind je hier niet te veel meer van, het werd namelijk in 1971 gesloopt door de familie Colruyt om er uiteindelijk niets mee te doen. Hier stond nochtans vanaf de 12de eeuw een kasteel. Een nieuw werd gebouwd in 1618. Vandaag zie jer niet veel meer van, maar er is wel nog een sfeervol standbeeld van Jezus.

En sfeervol is het ook op het Claesplein waar op deze zonnige dag de terrasjes vol zitten en ook de ijsjeszaak goede zaken doet. En zo zit de eerste zelfverzonnen etappe van de zelfverzonnen kastelenroute er op. Het was een groot succes, al zeg ik het zelf, met mooie passages door de natuur en niet onbelangrijk, ook wat interessante kasteel- en kasteelachtig vertier.

Meer kastelenroute kan je hier vinden: https://fromtheseatothelandbeyond.com/de-kastelenroute/

De beschrijving vind je hier:

En de gpx hier: https://www.wikiloc.com/hiking-trails/kastelenroute-etappe-1-beersel-lembeek-204857243

Wandeldag 7: Boderne – Rønne

🥾 Terrein: Afwisselend en uitdagend – duin- en bospaden met pittige hoogteverschillen, steile houten trappen, gras- en fietspaden, strandpassages en rustige bosstroken. Ook langs een luchthavenomheining en vakantiehuisjes.

🏰 Bezienswaardigheden:
• Kleine haven van Boderne, startpunt met charmante sfeer
• Rode waterval(letje), verrassend, ook al is ‘rood’ hier relatief
• Arnager, gezellig dorpje met eetgelegenheden
• Luchthaven van Bornholm
• Eindpunt in Rønne, met witte kerk en vuurtoren als iconisch decor

🗺️ Afstand & duur: Officieel 19,8 km – een stevige dagwandeling met voldoende rustmomenten.

⛰️ Zwaartegraad: Matig tot pittig door de eerste kilometers vol klimmen en dalen, gevolgd door meer gematigde stukken.

Oordeel: 3,5/5

Vandaag was het de laatste wandeldag op het kustpad. En met 19,8 officiële en 21,1 officieuze kilometers beloofde het nog een mooie afsluiter te worden. We werden wat gedwongen om een laat startuur te nemen, aangezien de eerste bus naar Boderne pas op 10u44 vertrok. Deze moest eerst nog helemaal het eiland rond.

Uitdagend afscheid

Na een wat later ontbijt en een succesvolle busrit, konden we om 11u30 aan de laatste wandeldag beginnen. Vanaf de kleine haven van Boderne begon een onverwacht pittige eerste vijf kilometer waarin het continu op en neer ging en duin- en bospadjes best grillig waren. Af en toe werden we ook op en af nogal grote, steile houten trappen gestuurd, niet zelden om een kort stukje strand te doen. Hier zagen we wel onze eerste waterval(letje), de rode, die wel niet echt rood was. Maar goed, de vorige watervallen waren volledig opgedroogd.

Na een proteïnebar besloten we door te wandelen tot Arnager. De route was gelukkig iets milder, met ook wat stukken op gras- en fietspad. De meeste hoogtemeters leken gemalen. Kort voor het dorpje was er nog een passage op het strand. In Arnager nuttigden we onze resterende lunch, al was het inmiddels half drie. Een beginnersfout.

Een behouden vlucht

We zaten hier net over de helft en moesten nog 9,2 kilometer afleggen. Een nieuw, lang graspad voerde naar de luchthaven van Bornholm, waar we toevallig een vliegtuig zagen landen. Af en toe viel onze blik op het smalle pad beneden, langs de zee, waar het pad vroeger liep, maar vervangen was door het comfortabele maar wat eentonige pad langs de omheining van de kleine luchthaven, al is er hier nog wel wat mooie heide.

Terug naar Rønne

Eens hier gepasseerd was er een al even eenzijdig stuk langs ettelijke vakantiehuisjes en door een bos, waarna zowel het strand als de haven van Rønne vanaf het pad te zien was. Het was nog een mooie laatste kilometer van de Kyststi. Zo kwamen we opnieuw op het startpunt aan, met zicht op de mooie witte kerk en vuurtoren.

Om de cirkel helemaal rond te maken verbleven we in dezelfde B&B als tijdens onze eerste keer in Rønne. Toeval wilde dat we zelfs dezelfde kamer kregen. Omdat we nogal suckers zijn voor symboliek gingen we ook opnieuw naar Café Gustav, dit keer wel niet voor een burger, maar wel voor een slaatje met zalm en pasta met scampi.

Meer wandelingen op het kustpad van Bornholm vind je hier: https://fromtheseatothelandbeyond.com/kystsi-bornholm-dk/

Wandeldag 6: Dueodde – Boderne

🥾 Terrein: Afwisselend – eerst strandwandelen langs de zee, daarna bos-, heide- en duinpaden met hier en daar zandige stroken. Ook een militair terrein met beperkingen en waarschuwingsborden.

🏰 Bezienswaardigheden:
• Strand met rustgevend zee-geruis
• Prachtige watermolen in Slusegaarden
• Militair terrein van het Deense leger met schietzone (toegankelijk wanneer rode bal niet hangt)
• Het charmante Boderne, kleine nederzetting aan de kust

🗺️ Afstand & duur : Circa 15 km, rustige dagetappe met voldoende rustmomenten en een ontspannen tempo

⛰️ Zwaartegraad: Licht tot matig – strandwandelen kan vermoeiend zijn, militair terrein brengt extra alertheid mee maar weinig klimwerk.

Oordeel: 4/5

Door het feit dat we gisteren vijf kilometer extra deden en we in hetzelfde hotel verbleven, konden we deze etappe van pakweg 15 kilometer met een tot het minimum gevulde rugzak doen. We konden ook onze tijd nemen voor een zeer goed ontbijt op de camping, dat op alle vlakken een hele fijne locatie bleek.

Strandwandelen

Rond half 10 gingen we terug naar het strand, waar we de hazelworm gelukkig genoeg niet in twee gereten zagen, waardoor ik er van uitging dat het alsnog een goed en veilig plekje had gevonden Daarna was het gedurende de eerste 5 à 6 kilometer strandwandelen, wat gezien het weer en het geruis van de zee leuk was, maar na een tijdje botste het toch een beetje op z’n limiet.

Een idyllische watermolen en een militair terrein

Gelukkig boog het pad daarna af naar Slusegaarden, een plek die grotendeels bestond uit vakantiewoningen, maar ook mooie bos, heide- en duinpaden. Het zand dook nog her en der op, maar het was toch doorgaans makkelijker wandelen. Een klein hoogtepuntje was hier te vinden door de mooie watermolen.

Het tweede element was minder eenduidig positief. Een groot deel van dit stuk is namelijk in het bezit van het Deense leger en wordt af en toe gebruikt als schietterrein. Wanneer de rode bal in de lucht hangt zijn grote stukken niet toegankelijk. De bal was hier gelukkig wel naar beneden. Toch was het er niet echt comfortabel wandelen. Overal stonden er borden die je er aan herinnerden dat je of op een militair terrein zat of dat er her en der op ammunitie in de grond zat. Gezellig!

Boderne en de bus

Gelukkig kwamen we heelhuids, in een stuk en zonder dat we op het appel moesten bij de commandant van de Bornholm divisie aan de overkant. Op grote stukken was het verboden om de fotograferen, waardoor er hier dus geen visueel bijgerecht van volgt. Eens van het militair terrein was het nog een goede kilometer naar Boderne en daarna nog een dikke kilometer naar de bushalte, die we nog even moest zoeken.

Aan deze kant van het eiland heb je enkel een buslijn waarbij de bus tussen begin juni en eind september het hele eiland rondrijdt. Er zijn er dan ook maar 4 per dag dus je wilt deze niet missen. Dat deden we gelukkig niet en zo arriveerden we weer in onze hostel, waar een goede douche en een degelijke hamburger onze dag verder kleurde.

Meer wandelingen op het kustpad van Bornholm vind je hier: https://fromtheseatothelandbeyond.com/kystsi-bornholm-dk/

Wandeldag 4: Gudhjem – Svaneke

🥾 Terrein: Rotsachtig en grillig granieten kustpad afgewisseld met zand- en kiezelstrand, bos- en weidepaden, en een paar korte stukken langs de weg.

🏰 Bezienswaardigheden:

  • Randkløve Skår: indrukwekkende verticale kloof van 14 m diep tussen rotspartijen
  • Bølshavn: charmant haventje met lunchmogelijkheden
  • Heilige Vrouw: lokale rotsformatie met legendes en reiszegeningstraditie
  • Listed: kleurrijk en pittoresk kustdorpje
  • Svaneke: eindpunt met busverbinding

🗺️ Afstand : Circa 17 km

⛰️ Zwaartegraad: Matig tot pittig door wisselend terrein, “klauterwerk” en afwisselende ondergronden.

Oordeel: 3,5/5

Vandaag was de laatste wandeling met granieten kust die west- en noord-Bornholm karakteriseerde. Het was dus uitkijken naar de ongeveer 17 kilometer lange wandeldag en wat ons nog van het meer ongerepte gedeelte van het eiland restte. Het ontbijt zorgde voor een bijzonder begin. Het leek even alsof ik per ongeluk een seniorenhotel had geboekt, maar gelukkig verscheen halfweg een gezin met (al iets) oudere kinderen en waren we niet langer de vreemde eenden in de bijt.

Genieten van de kustlijn

Maar eens op het pad was het van in het begin wel volledig raak. Een rotsig padje, af en toe afgewisseld met zand- of kiezelstrand, bood de mooiste uitzichten over de kustlijn die hier best nog grillig was. We waren net samen vertrokken met vijf Deense vrouwen die een groot stuk van de wandeling jojo met ons speelden.

We passeerden enkele kleinere dorpjes en gehuchten, al dan niet met plaatselijk strandhotel, en volgden net als gisteren een stuk langs de weg. De uitzichten waren hier wel aangenamer. Alleen was het wegdek nogal bizar vormgegeven, met twee stukken waar blijkbaar al eens wat steentjes durfden uit opspatten. Gelukkig bleven we ongedeerd.

Een diepe kloof

Dit stuk telt een geologisch hoogtepunt, de Randkløve Skår, een verticale kloof tussen twee rotsen van 2 meter breed en 14 meter diep. De hele grillige (ik val in herhaling) rotspartijen vormden een mooi decor en het was bijna de laatste keer dat het pad nog zo verticaal visueel uitpakte.

Een klauterpartij over een gevallen boom en een stuk bos- en weidepad voerde naar het plekje Bølshavn, waar we ons te goed konden doen aan een lunch. Hier gingen de vijf Deense vrouwen even baden in het haventje.

Heilige vrouwen en horizontale rotsen

Na Bølshavn waren er nog 6,2 kilometers te gaan. Maar dit waren zeker niet de minste. Het kustpad was prachtig met af en toe wat heide. Onderweg kwamen we ook voorbij de Heilige Vrouw, zogezegd een moeder die haar en haar kroost transformeerde in steen. Het is een gebruik om haar te vragen een voorspoedige reis te verzekeren. Uiteraard deden we dat met de nodige nederige buigingen erbij.

We passeerden ook het kleine dorpje Listed, zeer kleurrijk en schattig, waar het ongetwijfeld goed vertoeven was. Daarna was het nog 2,5 kilometer mooie kust met eerder horizontale granieten rotsen, tot in Svaneke, waar we de eerste keer de bus namen.

Kostenbesparend koken

In Nexø, waar we vandaag verbleven, lag ons hotel op een dikke kilometer van de bushalte. Gezien de hoge kosten en de aanwezigheid van een keuken, was het een kostenbesparende optie om zelf te koken. Uiteindelijk werd het tortellini met paprika, pesto en mozzarella. Samen met drank, snacks en dessert was het samen €15. Dat is eens iets anders dan €55 euro voor twee kleine pasta’s…

Meer wandelingen op het kustpad van Bornholm vind je hier: https://fromtheseatothelandbeyond.com/kystsi-bornholm-dk/

Wandeldag 3: Sandvig – Gudhjem

🥾 Terrein: Rotsige baaien en stranden, bosrijke kliffen met trappartijen, fietspad langs de weg, en wat industriële zones. Wisselende ondergrond met wat steilere stukken.

🏰 Bezienswaardigheden:

  • Cat’s Ears: grillige rotsformaties met herkenbare vormen
  • Prehistorische monumenten in Troldskoven: zonnewijzer (monoliet), zonneschip, grafmonument, rots van een heremiet-prediker
  • Helligdomsklipperne: spectaculaire rotsformaties met trappen en klauterpartijen
  • Black Pot (Sorte Gryde): diepe, smalle grot met uitdagende ladder
  • Paardenstenen: mysterieuze monolieten
  • Roversborgen (rover-kasteel): prachtig uitzichtpunt met trappen
  • Gudhjem: kleurrijk kustdorpje met molen en gezellige sfeer

🗺️ Afstand & duur: Circa 18 km, inclusief pauzes, klauteren en sightseeing een goede dagetappe.

⛰️ Zwaartegraad: Uitdagend door steile trappen, hoogteverschillen, klauterstukken en smalle paden.

Oordeel: 4,5/5

Na de (relatieve) rustdag in Sandvig, waarbij we het kasteel van Hammershus bezochten en dit combineerde met twee lokale wandelingen én een potje mini-golf, was het nu tijd om weer verder te gaan op het kustpad, waar we op ongeveer 18 kilometer opnieuw heel wat moois konden ontdekken, en dit zowel op vlak van natuur als op vlak van (pre)historie.

Zee en prehistorische pracht

De gids meende dat op deze derde wandeldag het mooiste stuk ging komen. Na de tweede dag, met z’n ongelofelijke variatie, was dat moeilijk te geloven. Maar los van het landschap waren er wel enkele bezienswaardigheden die sowieso de moeite waren. Een goed ontbijt drong zich op.

Eerst moesten we het stuk bewandelen dat we inmiddels al twee keer hadden gedaan voor het avondeten in Alligne. Eens daar voorbij werd het snel heel mooi, met rotsige baaien en stranden. Er waren ook wat grillige rotsformaties. Sommigen kregen omwille van hun gekke vorm ook een naam, zoals de zeer treffend gedoopte cat’s ears, tot groot jolijt van Sara.

Het dorpje Tejn was even een keerpunt. Hier was het even door een klein industrieel deeltje gaan, maar daarna was het een goede 3 kilometer op een fietspad naast een baan, met weliswaar mooie zichten over de zee. Gelukkig waren er hier wel al 2 hoogtepunten om het wat monotone pad te doorbreken.

Voor het eerste moesten we eerst een veld induiken. Het betrof hier een kleine monoliet die fungeerde als zonnewijzer voor de seizoenen. Het tweede was eveneens prehistorisch en was te vinden in het Troldskoven, waar maar liefst drie prehistorische bezienswaardigheden waren, namelijk een zonneschip (opgebouwd uit stenen), een prehistorisch grafmonument en een gigantische rots, gelinkt aan een heremiet-prediker.

Hoge kliffen en diepe grotten

Het duurde nog even tot het pad de drukte van de autoweg verliet, maar dan was het wel meteen goed voor een prachtig vervolg. Na een lunch aan een strand, begon een klim door een bos naar de befaamde rotsformaties van Helligdomsklipperne. Deze waren te bezoeken via korte trappartijtjes.

Door ook nog over de betere rotsblokken te balanceren, kwam ik aan de brug om de grot, Black Pot (Sorte Gryde) te bezoeken. Dit is een smalle grot die tot 60 meter diep gaat. De eerste poging was echter geen succes. Mijn lichte hoogtevrees speelde op en het laddertje leek onoverkomelijk, maar Sara trotseerde het wel (het laddertje maar niet de grot), waardoor ze mij ook motiveerde om het te doen. Tweede keer, goede keer. Ik zou anders spijt hebben gehad.

Op en neer naar het rovernest

Na dit intermezzo ging het heel lang op en neer door een bos, met kloven, hellingen en af en toe zicht op rots en zee. In de gids werd dit aangekondigd als het mooiste stuk van de hele kustroute. Het was zeker de moeite maar toch waren we naar mijn bescheiden mening stukken gepasseerd die net nog een trede hoger stonden.

Er waren daarna nog twee opvallendheden. Het eerste was (opnieuw) een prehistorische verzameling monolieten die de paardenstenen werden genoemd, waarbij het mij niet meteen duidelijk was waarom. Het tweede was mijn persoonlijke favoriet, Roversborgen of het roverskasteel, een met trappen te bereiken uitzichtpunt. Prachtig!

Gudhjem

Gudhjem (ongeveer uit te spreken als Gulje) zelf is een leuk en kleurrijk dorp, met ook nog een grote molen die we een dag eerder op de minigolfbaan hadden gezien. Het hotel zelf was ook zeker in orde en we konden zowaar na onze wandeling even in een zwembad plonzen. De zoektocht naar eten verliep weer moeizaam door de serieuze kostprijs, maar uiteindelijk was café Klimt best goed en aten we er een broodje kip en enchiladas.

Meer wandelingen op het kustpad van Bornholm vind je hier: https://fromtheseatothelandbeyond.com/kystsi-bornholm-dk/

Extra wandeldag: Sandvig

🥾 Terrein:
Wandelingen langs fietspaden, weides, bossen en rotsige kustpaden, met enkele avontuurlijke stukken langs oude steengroeven.

🏰 Bezienswaardigheden:

  • Petrogliefen van Madsebakken: bronstijdtekeningen (3000 jaar oud) van zon, zonneschip en sterren, gegraveerd in indrukwekkende rotsblokken, met een gerestaureerd zonneschip.
  • Cirkelpad (Cirkelstein): panorama’s gecreëerd met grote houten cirkelconstructies, wandelroute door bos en weiland.
  • Hammershus: grootste middeleeuwse kasteelruïne van Noord-Europa, met een rijke geschiedenis als twistappel tussen kerk en kroon, en indrukwekkende uitzichten over het eiland.
  • Stenhuggerstein: wandelroute langs oude steengroeves en het Opaalmeer, met rotsachtige paden en heidevelden.
  • Minigolf in Sandvig: oudste minigolfbaan van Denemarken (1951), met banen geïnspireerd op Bornholmse iconen, met een leuke en competitieve afsluiter.

Afstand & duur:
Ongeveer 10 km wandelen, kleine daguitstap.

⛰️ Zwaartegraad:
Makkelijk tot matig; overwegend vlak terrein met af en toe rotsige paden en een kleine uitdaging bij de steengroeve.

Oordeel: 4/5

Na wandeldag twee was er een extra dag gepland in Sandvig. In eerste instantie was dit om een bezoek te kunnen brengen aan het kasteel Hammershus, de grootste kasteelruïne van Noord-Europa. Het ontbijt was die ochtend iets beperkter, maar gezien het kortere programma was dat niet zo erg.

Zonneschepen en cirkelpanorama’s

Om 10 uur verlieten we de hostel en gingen langs een fietspad naar Alligne. We moesten even op onze stappen terugkeren door een vergeten zonnecrème, maar dit bleek een geluk bij een “ongeluk”. We zagen zowaar twee reeën, waaronder een kalfje, het pad oversteken op enkele meters. Een bijzonder zicht.

Niet veel later arriveerden we aan de petrogliefen van Madsebakken. Dit zijn tekeningen uit de Bronzen Tijd, ongeveer 3000 jaar oud, die de zon, het zonneschip en de sterren uitbeelden. De petro verwijst dan weer naar de indrukwekkende rotsblokken waar deze zo lang geleden werden op getekend. Het zonneschip was nog duidelijk te zien, waarschijnlijk als enige bewust hersteld. Maar het was sowieso de moeite.

Van daaruit namen we de cirkelstein (of het cirkelpad), vernoemd naar de grote houten cirkelconstructies die er werden gezet om als panorama te dienen. Het een was al wat mooier dan het ander. Het pad zelf was eens wat anders, door een weide en een bos. Na een kleine 3 kilometer zagen we onze hoofdattractie, Hammerhus, in de verte.

Hammerhus

Het kasteel werd gebouwd door de aartsbisschop van Lund en was lange tijd een twistappel tussen de koning van Denemarken en de Katholieke Kerk. Later zou dit ook nog eigendom worden van de Hanzestad Lübeck, Zweden en uiteindelijk opnieuw Denemarken, waarbij het vaak een symbool was van repressie van de lokale bevolking, wie het ook in handen had.

De ruïne was groter dan verwacht en indrukwekkend, de moeite waard om er de tijd voor te nemen zonder druk en volledige rugzak op de schouders. Ook de uitzichten, waaronder deze over het pad dat we de dag ervoor hadden bewandeld, waren knap vanop de heuvel van iets meer dan 70 meter. We konden dus ook deze must see van Bornholm afvinken.

Prachtig wandelen door de groeven

Aan het bezoek werd nog een tweede wandeling gekoppeld. We namen opnieuw het kustpad tot in Hammerhavn en van daaruit namen we het Stenhuggerstein, langs de restanten van de oude groeven. Het opaalmeer was mooi, omringd door de imposante rotsen, waarbij jongeren van de gelegenheid gebruik maakten om een relatief diepe duik te nemen.

Vervolgens bleek het pad avontuurlijker dan verwacht, maar ook opnieuw mooier. Het eerste stukje, met de rotsige paden deden zowaar denken aan de Malerweg in Duitsland. Het tweede stuk was dan weer dezelfde soort heide die we gisteren ook zagen. Via een zandpad kwamen we terug in Sandvig.

Minigolf!

Nadat we even bekomen waren, kozen we voor een ander soort avontuur, de oudste minigolfbaan van Denemarken, uit 1951. Vroeger was het uit hout, tegenwoordig kreeg het een remake met iconen uit Bornholm (zoals Hammershus, de kerk van Rønne en een van de befaamde ronde kerken van Bornholm). Een zinderend partijtje mingolf, gewonnen door Sara met 55-66.

Na een douche deden we opnieuw de anderhalve kilometer naar Alligne om naar het pastarestaurant te gaan. Een paste ragù en cacio & pepe. Het was wel lekker maar ongelofelijk hoeveel je ervoor moest neertellen. Een restaurantbezoek in België was plots in perspectief geplaatst.

Meer wandelingen op het kustpad van Bornholm vind je hier: https://fromtheseatothelandbeyond.com/kystsi-bornholm-dk/

Etappe 5: Rijssen – Holten

🥾 Terrein: Afwisselend met bos- en heidegebieden, zandpaden, asfaltstukken en natuur langs de Regge. Een deel met vakantiepark en schapen, gevolgd door heide met een bijzondere pingo-ruïne en de klim op de Sallandse Heuvelrug.

🏞️ Bezienswaardigheden:

  • De Regge-rivier met natuurrijke oevers, afgewisseld met zicht op een vakantiepark
  • Pingo-ruïne op de Zunasche Heide: geologisch fenomeen van gesmolten ijslensen
  • Canadese begraafplaats langs het pad
  • Sallandse Heuvelrug: bosrijk gebied met hoogteverschil tot 50 m
  • Eindpunt Holten, een bruisend plekje met terrasjes en wandel- en fietsroutes

Afstand & duur: Circa 12 kilometer, korte dagetappe, inclusief kleine omwegen.

⛰️ Zwaartegraad: Makkelijk tot matig, met een stevige klim op de heuvelrug en enkele modderige/zandige stukken.

Oordeel: 4/5

De laatste dag was zelfs met de officieuze stukken erbij kort. Er was nog 11,7 kilometer op het Marskramerpad zelf en 15,2 met het stuk naar en van het pad erbij. In het Huis van Bewaring was het goed vertoeven en goed ontbijten. Ze nam ik met volle maag de trein van Almelo naar startplaats Rijssen.

Ik koos ook voor een iets andere route dan gisteren. Niet per se mooier, maar wel minder bedrijventerrein, 1,9 kilometer later stond ik opnieuw aan de voetveer, ditmaal zonder passagiers en omstaanders. En zo begon de laatste 12 kilometer van deze reis op het Marskramerpad.

Nog wat Regge

Met een terugblik naar gisteren werd het pad weer vergezeld door de inmiddels vertrouwde Regge. Het was er leuk wandelen, maar ook een tikkeltje raar, omdat aan je linkerzijde een vakantiepark ligt en je op die manier dus ook inkijk hebt in de vakantiehuisjes. Meestal viel dat mee, maar er was ook af en toe een man in boxershort. Dan was de natuurpracht aan de rechterzijde toch wat leuker.

Na een klein stukje omringd door schapen, sowieso veel beter dan door psychopathische koeien, kwam ik in een wei waar een gespannen touw voor verwarring zorgde. Het leek alsof het pad naar links nam, maar dan kwam ik aan een nieuwe omheining. Uiteindelijk moest ik er gezwind over stappen en kon ik zo naar het minst leuke deel van de dag, een stuk asfalt zonder charme.

Heide en geologisch vertier

Maar het laatste deel compenseerde probleemloos. Eerst was er een stuk door de Zunasche heide, met een Pingo-ruïne, een geologisch verschijnsel waarbij een ijslens bij het smelten verhard en vaak opgevuld wordt met veen. Ik had er nog nooit van gehoord, en had eerst Pingu gelezen, wat een beetje verwarrend was. Maar de heide was, ondanks dat het om een kort stukje ging, wel weer prachtig.

De Sallandse heuvelrug

Daarna leidde een asfaltpad naar een pittige zandweg door de bossen. Het Marskramerpad loopt hier door de Sallandse heuvelrug en klimt op dit stuk naar 50 meter. Dat lijkt misschien niet zo indrukwekkend, maar door de zanderige ondergrond was het toch een inspanning.

Na wat klimmen en dalen passeer je nog langs een Canadese begraafplaats. Ook zag ik nog een collega-Marskramer en kwam ik in de andere richting een al even gepakte en gezakte gevrou tegen. Misschien niet toevallig, want eindplaats Holten ziet Marskramerpad en Pieterpad kruisen. Op die laatste route moet ik dit stuk nog wandelen.

Een kleine slotbeschouwing

En dus restte er mij nog enkel een goede 1,7 kilometer naar Holten, waar de zomerdag heel wat wandelaars, fietsers en gezinnen aantrok. Ik nestelde mij op een terrasje voor een maaltijdsalade en enkele drankjes, tevreden over deze mooie reis. Want de eerste 5 etappes van het Marskramerpad hebben zeker wat verrast, door de afwisseling, het aandeel onverharde wegen en hier en daar een authentieke en avontuurlijke natuurervaring.

Wetende dat er nog heel wat moois, zoals onder andere de Veluwe, wordt aangedaan, kijk ik dan ook uit naar het vervolg. Het soloreizen was ook een ervaring. Het wandelen op zich was geen probleem, al had een babbel af en toe wel leuk geweest. Maar dit is duidelijk het Pieterpad niet en dus is het zelfs in augustus minder druk bewandeld. Het alleen eten was iets minder leuk, maar ook dat went. Een geslaagde kennismaking met het meest oostelijke deel op deze route dus.

Meer wandelingen op het Marskramerpad vind je hier: https://fromtheseatothelandbeyond.com/het-marskramerpad/