Wandeldag 2: Hasle – Sandvig

🥾 Terrein:
Een mix van fietspaden, asfaltwegen, rotsige kliffen met trappen en klauterpartijen, heidevelden, oude groeves en ruige kustlijn.

🏰 Bezienswaardigheden:

  • Jons Kapel: indrukwekkende klif en trappenroute naar een monnikengrot
  • Blåskinsdalen: een natuurparel net buiten het pad
  • Ringebakkerne: oude groeve met doorkijkbrug en watermolen
  • Slotslyngen: kleurrijke paarse heide met grazende koeien
  • Rotsformatie met kamelenhoofd
  • Hammershus (in de verte)
  • Hammer Havn: vernieuwde haven met rotsformatie Kongestolen, ruïne Solomons kapel en vuurtoren
  • Sandvig: toeristisch kustdorpje met gezellige sfeer
  • Alligne: nabijgelegen dorp met restaurants

Afstand & duur:
Ongeveer 17 kilometer, volle dagetappe inclusief pauzes en uitstapjes.

⛰️ Zwaartegraad:
Matig tot uitdagend, door trappen, klauterpartijen en hoogteverschillen, afgewisseld met relatief vlakke stukken.

Oordeel: 5/5

Een trage start richting het eerste hoogtepunt

Op de tweede dag was er een karrenvracht aan hoogtepunten voorzien, gebundeld in een goede 17 kilometer wandelen. Nochtans waren de eerste vijf à zes kilometers nog redelijk onopvallend, hoewel ook al best mooi. Vanuit Hasle ging het pad eerst over een fietspad en daarna over een asfaltweg, langs de kleine gehuchtjes Helligpeder en Teglkås.

Daarna begon het pad te klimmen en eveneens te verfraaien. De eerste stijging was er nog een met trapjes, maar al snel was het grillig op en neer gaan op artisanale wijze. De eerste tussenstop ging langs Jons Kapel, een hoge, indrukwekkende klif gelinkt aan een vermeende monnik genaamd Jon. Het vergt een hele resem trappen en een beetje geklauter om er te geraken. Daarachter ligt ook nog een impressionante klif van 40 meter, de white cliff genoemd vanwege het gevoeg van de vogels.

Een groeve en prachtige heide

Terug op het pad is het al snel weer tijd voor een uitje, namelijk een korte doortocht door de Blåskinsdalen, een heel erg mooi stukje natuur. Het lag niet echt op het pad, dus gingen we enkele honderd meters de natuursfeer opsnuiven. Het kustpad zelf bleef op en naar gaan en het dalen was soms technisch en best vermoeid met de volledige rugzak op de schouders. Een pad met zicht op zee daalde naar de oude groeve Ringebakkerne en een doorkijkbrug (slik) en nog verder via een oude watermolen naar Vang, ideaal voor een lunchpauze.

Het is meteen klimmen, maar de beloofde waterval Pissebakken was blijkbaar schuchter tot afwezig in de zomer. Helaas. Maar veel tijd om te treuren was er niet, want al snel volgde de schoonheid van Slotslyngen, met prachtige paarse heide. Om daar te geraken moeten we een eerste keer voorbij een stel grazende koeien, wat we gelukkig overleefden.

Kamelen en koeien

Na de paarse pracht volgde een eerste blik op de indrukwekkende ruïne van Hammershus, wat we de volgende dag op onze extra dag in Sandvig zouden bezoeken. Het was vanop een afstand al indrukwekkend. Wat we wel vandaag nog in volle glorie konden zien was de rotsformatie met een kamelenhoofd.

Het was indrukwekkend van bovenaf en ook de moeite waard om via een klein rotsig pad ook nog wat van dichter te bezichtigen. Daarna volgde een tweede passage met koeien, alleen waren deze net iets hitsiger. We volgden in het zog van een groep Duitsers en kwamen er zo ook hier zonder kleerscheuren van af.

Hammer en Alligne

De volgende tussenstop was er in Hammer Havn, vandaag opgewaardeerd en gecommercialiseerd. Dit was de rustplaats voor het noordelijk natuurgebied Hammerknudden werd ingetrokken. Ook dit deel was weer prachtig en gevarieerd stuk langs de zee, met de rotsformatie Kongestolen, de ruïne van Solomons kapel en de lokale vuurtoren.

Een kilometer later kwamen we aan in Sandvig, duidelijk al veel toeristischer dan Hasle. Ons verblijf was een degelijke hostel. Goed, aangezien we hier twee nachten zouden blijven. Alligne, het naburige dorp waarmee het eigenlijk vergroeid was, heeft echter de meeste restaurants en dus deden we nog wat extra kilometers. Na lang dralen kozen voor Margritten, met veel vlees en grill. We kozen voor en kip, waarbij ik ging voor honey glazed en Sara de rara versie waarin de kip in een jasje van puree zat.

Het was een prachtige wandeldag die zo gevarieerd was dat het haast voelde als een volledige reis gecomprimeerd in een dag. Gisteren was al mooi maar dit was het Bornholm van de boekjes en de promo. Een mooie, af en toe pittige etappe waarbij elke kilometer iets nieuws en fantastisch bood.

Etappe 4: Delden – Rijssen

🥾 Terrein:
Zandpaden door bos en langs rivier, enkele asfaltstroken, steile hellingen en modderige passages. Wisselende ondergrond met uitdagende klimmetjes, natte weides en een veer om de Regge over te steken. Afsluitend een weinig aantrekkelijk stuk over industrieterrein.

🏰 Bezienswaardigheden:

  • Twentekanaal: uitdagende klim naar brug
  • Landgoed Het Rheins: rustplek met appel-vlierbloesemsap
  • Regge-rivier: natuurgebied met weides en grazende koeien
  • Veer over de Regge: handbediend voetveer, spannend en leuk
  • Station Almelo: overnachtingsplek in een voormalige gevangenis

Afstand & duur:
Ongeveer 24 kilometer inclusief pauzes, omleidingen en extra stuk.

⛰️ Zwaartegraad:
Uitdagend door modderige paden, koeienpassages en omleidingen. Het veer en klauterwerk aan kanaal verhogen de avontuurlijke factor.

Oordeel: 3,5/5

Een rustige start

Een wat moeilijkere nacht, misschien door het wat smalle bed, werd gecompenseerd door een goed ontbijt. Om iets na 9 vertrok ik aan het hotel. Om de drukke baan te vermijden, nam ik opnieuw de binnenweg en deed ik de laatste kilometer van gisteren opnieuw. Niet dat dat zo speciaal was, maar het was er toch wat aangenamer wandelen.

De eerste 2,5 kilometer was grotendeels gekend terrein. Het waren voornamelijk zandpaden tussen de bomen, met af en toe een beetje asfalt. Het zand was door de regen hier en daar wat zwaar geworden. Er was dus wat spanning over de passages naast de rivier die vandaag prominent aanwezig waren.

Een eerste nieuwe ingrediënt kwam er met het Twentekanaal. Het pad naar de brug was goed verstopt, waardoor ik mij naar boven hees langs een steile helling die niet het pad bleek te zijn. Het was desondanks een goede oefening in het betere wandelklimwerk.

Na dit intermezzo was het terug tijd voor wat zandpaden en kleine asfaltwegen. Hier kwam het Marskramerpad uit op een iets drukkere weg, waar een goed verdoken paadje zowaar de afdalingskwaliteiten testte. Na nog een goede kilometer passeerde het pad aan landgoed het Rheins, met rust en vertier voor elks (en voor mij een pauze met appel-vlierbloesemsap).

Wandelen langs de Regge

Hierna volgde weer een zandpad, maar de afwisseling en gevarieerdheid was nabij. Een groot deel van het resterende stuk volgde de rivier de Regge. Het was even vrezen voor natte voeten, zeker na de plensbui van gisteren. Maar dat viel heel goed mee. En de weide naast de rivier waar soms naar het pad moest gezocht worden deed denken aan de meer vrije right to roam-routes die we destijds in het Verenigd Koninkrijk bewandelden.

De grootste horde bleek uiteindelijk niet eens de modder te zijn, maar wel een stel koeien en kalfjes die de weg blokkeerden. Ik ging naar best vermogen langs de kudde heen. Het was even verschieten toen een koe zich nogal intimiderend rechtzette, maar gelukkig geraakte ik heelhuids aan de overkant.

Na deze passage was een picknickbank welgekomen. In de verte zag ik een koppel met hun kind dralen in de wei en steeds op hun stappen terugkerend. Bijna wilde ik mijn galante zelve zijn, maar gelukkig had ik op tijd door dat ze helemaal de weg niet kwijt waren maar aan het geocachen waren.

Na dit deel was er een kleine omleiding (best veelzeggend gezien de redelijk ononderhouden paden die al gepasseerd waren). Het was weer langs een zandpad. Op een brug had ik, op dag vier, een eerste gesprek met een collega-wandelaar. Hij deed het Marskramerpad niet, maar was wel positief over het traject. Dat belooft.

Verwarring en versperring

Wat later was er weer een verwarrende passage aan een brug. Het was niet duidelijk welke kant er op of onder moest gegaan worden, maar de derde keer, was de goede keer. Ik zat dan wel op het juiste pad, maar zou toch op mijn passen moeten terugkeren. Ik had op X/Twitter gezien dat iemand had gemeld dat het vlonderpad kapot was. Er was geen beterschap en ik probeerde nog wel een weg te vinden, maar het was te drassig.

Ik moest een eigen omleiding zoeken, keerde terug naar de brug en nam een stuk Reggepad. Zo omzeilde ik de hele drukke baan en ging ik via een iets minder drukke baan terug het Marskramerpad op. Daarna was het nog een twee kilometer tot aan het einde van de etappe.

Veer, voetpad en treinspoor

Ik deed er nog 300 meter van de volgende dag bij. Hier moest de rivier overgestoken worden via een voetveer, zelf te besturen via een draaiwiel. Ik had het geluk dat ik meekon met een Nederlands koppel en hun kind, waarbij de vader plichtsbewust aan het wiel draaide. Zo kon ik veilig en droog naar de overkant.

Na een reeds uitgebreide en vrij gevulde wandeling van +- 24 kilometer moest ik nog naar het station strompelen via een weinig boeiend industrieterrein. De trein ging naar Almelo waar ik verbleef in een omgebouwde voormalige gevangenis. Bijzonder! Door het latere uur (weer een wielerwedstrijd, maar dit keer de vrouwen) had ik niet veel inspiratie, maar wel veel honger en belandde weer in een pizzeria. Best lekker.

Meer wandelingen op het Marskramerpad vind je hier: https://fromtheseatothelandbeyond.com/het-marskramerpad/

Wandeldag 1: Rønne – Hasle

🥾 Terrein:
Bosrijke paden met zachte ondergrond, overgaand in zanderige kustduinen en smalle kustpaadjes langs rotsen en meren. Wisselende hoogteverschillen, duinlandschap en open zeezicht, afgewisseld met wat asfalt en drukke wegen tijdens uitstap.

🏰 Bezienswaardigheden:

  • Nordskoven / Bykobbe Plantation: bos aangelegd tegen zandverstuiving
  • Sorhat en meren: overblijfselen van industrieel verleden met kool- en kleiwinning
  • Smaragdsøen: pitstop bij een meer, nabij fossielen en dinosauriërsvoetafdrukken
  • Kultippen: “maanlandschap” gevormd door oude koolwinning
  • Hasle: pittoresk, minder toeristisch kuststadje
  • Brogårdsteen: hoogste runensteen van Bornholm, Vikingperiode

Afstand & duur:
Circa 10 kilometer, korte dagetappe inclusief pauzes en omwegen.

⛰️ Zwaartegraad:
Makkelijk tot matig, vooral door zanderige paden en enkele korte hoogteverschillen.

Oordeel: 4/5

Op deze dag was het eindelijk tijd voor het eerste stuk van het kustpad van Bornholm, Kyststien in het Deens. Het selfservice hotel in Rønne deed wat ervan werd verwacht. Er was een degelijk ontbijt zonder franjes. Op de grote TV in de eetruimte was de marathon bij de mannen te bewonderen. Later, op het pad, kwam het leuke nieuws van een zilveren medaille voor Bashir Abdi. Wij hadden daarentegen een kortere etappe op de boeg van 10 kilometer.

Door het bos

Rond 11 uur, na het kopen van lunch, begonnen we aan de eerste meters van de route. Vandaag was er gelukkig al meer zon op sunshine island, weliswaar vergezeld van een hele hoop wind, die de golven naast ons met veel kracht tegen de stenen liet kletsen.

Een klein stukje asfalt door een buitenwijk scheidde ons nog van het echte begin van de natuurpracht. Weliswaar was het bij deze etappe nog niet meteen langs de zee. Eerst ging het door het noordelijke bos (Nordskoven) ook wel Bykobbe plantation genoemd. Deze bossen werden aangelegd om de verstuiving van het zand tegen te gaan. Het was een aangenaam bospad, met een zachte ondergrond.

Een nieuwe look& feel

Enkele kilometers later veranderde de look & feel van het pad. De ondergrond werd zanderiger en de zee was vaker zichtbaar. Hoewel het nog steeds bebost was, voelde het al een heel stuk meer als een kustpad, met een bescheiden duinlandschap op hoogte. De wind bleef hyperactief, waardoor er overal meeuwen gleden. Goed om meteen in de juiste stemming te komen.

We kwamen voorbij verschillende plekken die een blik wierpen op het industriële verleden van het eiland en de pogingen om op lucratieve wijze kool en klei te ontginnen. Zo was er het plekje Sorhat en wat verder nog enkele meren. Zo pauzeerden we aan Smaragdsøen om even een appel te nuttigen. In de buurt werden er trouwens fossielen en voetafdrukken van dinosauriërs gevonden.

Maanlandschap

Na de passages aan de meren bleef het een soortgelijk, smal padje, dat hier bescheiden op en neer ging, de kust volgend. Een laatste hoogtepunt was het zogeheten maanlandschap van de Kultippen, ook een resultaat van koolwinning, toen dat in de 1ste en de 2de wereldoorlog nodig was.

Daarna was het nog minder dan 2 kilometer naar Hasle, maar eerst aten we onze lunch met zicht op zee. Hasle zelf was groter dan verwacht maar ook minder toeristisch. Hier had ik even een schrikmomentje toen de rits van mijn wandelbroek plots niet meer bleek te werken en mijn smartphone vast  zat. Een toiletbezoek en wat gefriemel later, kreeg ik het onding toch open.

Vikings & vis

Na het inchecken besloten we nog een zij-uitstap te doen. De Brogardsteen is met 2 meter de hoogste runesteen op Bornholm en daarmee een van de meest prominente restanten van de Vikingperiode. Het was de moeite waard. Alleen stond het aan een drukke weg die niet voorzien was op wandelaars. Ook de terugweg, waar we besloten een andere route te nemen, zorgde voor spanning en verwarring. Na een grote omweg, kwamen we uiteindelijk opnieuw aan in Hasle.

We konden dus meteen eten. In het restaurant van ons hotel, waar een menu aan een billijke prijs werd voorzien, was er geen plaats meer. Na wat omzwervingen kwamen we bij de gezellige strandbar Kabyssen uit, waar we beide fish & chips namen met zicht op zee. Een mooie, gevulde dag en een goed voorproefje voor de topdag die morgen, alvast op papier, was voorzien.

Meer wandelingen op het kustpad van Bornholm vind je hier: https://fromtheseatothelandbeyond.com/kystsi-bornholm-dk/

Etappe 3: Borne – Delden

🥾 Terrein:
Afwisselend terrein met onverharde paden, graspaden langs beken, modderige bosstukken, tunnelpassages, kleine heidevlaktes en enkele asfaltwegen. Het natte weer maakte het traject aanzienlijk zwaarder.

🏰 Bezienswaardigheden:

  • Bornse beek: schilderachtig graspad langs het water
  • Kloostergarde & Karmelietenklooster in Zenderen: rustgevende tuin en indrukwekkend klooster
  • Bokdammerveld: klein maar fraai stukje heide
  • Noordmolen in Twickel: authentieke watermolen uit 1347
  • Delden: charmant stadje met gezellige sfeer

Afstand & duur:
Ongeveer 22 kilometer, inclusief aanloop van en naar het pad en extra kilometers naar het hotel.

⛰️ Zwaartegraad:
Uitdagend, vooral door modderige omstandigheden, gladde passages en natte voeten. Technisch niet moeilijk, maar fysiek vermoeiend. Dagetappe.

Oordeel: 4/5

Een vroege en chaotische start

De wandeling van vandaag was onder de twintig kilometer, maar er waren wel extra kilometers van en naar het pad, waardoor het in totaal toch tot een tweeëntwintig kwam. Door de voorspelde onweersbuien, rond 14 uur, en het late ontbijtuur, pas vanaf 9 uur, besloot ik om voor een geïmproviseerd ontbijt uit de Albert Heijn te gaan. De man van het hotel leek enigszins verbaasd over mijn vroege check-out.

Ik moest namelijk ook nog een trein nemen. Daar zat meteen de eerste horde. De verouderde machine aanvaardde mijn bankkaart niet. De conducteur maakte er niet veel spel van. Ook bij de overstap lukte het niet. Even had ik ook nog even een schrik dat ik in het gedoe mijn reisgids was vergeten. Maar uiteindelijk was het eind goed, al goed.

Een beetje geschiedenis

Na 2,2 kilometer van Borne station naar het begin van het pad, begon ik aan de feitelijke 3de etappe, die verrassend mooi was, maar ook zeer memorabel. Langsheen heel wat onverharde paden, volgde het Marskramerpad vaak beekjes en andere waterlopen. Het eerste asfaltstuk viel echter in het water. Anders dan voorspeld begon het al snel te regenen. Gelukkig bleek het maar een snelle bui. Kort daarna ging een graspad langs de Bornse beek. Een mooi stuk.

Na de natuurpracht was het tijd voor wat geschiedenis. Zenderen is namelijk verbonden met een karmelietenklooster. Dat was eerst te merken aan de Kloostergarde, een mooie, diverse tuin, waar ook een theehuis aan verbonden is. En dan was er het klooster zelf, een impressionant gebouw.

Modder, modder en modder

Daarna begonnen de spannende stukken te komen, eerst onder een lage voetgangersbrug onder een spoorweg en naar een zeer verwilderd pad. De eerste voorgestelde omleiding bij drassig weer leek niet nodig. Een modderige passage was nog te temmen. Dat was de tweede keer iets anders. Via enkele takken kon ik nog over het eerste deel, maar dan begon het.

Het werd her en der al wat modderiger, maar ik zakte er pas echt door, toen ik onder een tunnel moest. Mijn ondiepe plas op dag 1 indachtig, ging ik ervan uit dat ook deze niet zo diep ging zijn. Dat viel echter tegen. Ik zakte er in en kon mij nog maar net rechthouden. En het ergste/vuilste moest nog komen.

De stukken met modder werden groter, maar ik was inmiddels al zo ver gevorderd dat terugkeren ook niet ideaal was. Uiteindelijk volgde er een punt dat er gras tussen de modder was in plaats van omgekeerd. En deze kleine stukjes gras waren ook niet altijd even stabiel. Er zat niet veel anders op dan er gewoon voor te gaan. Ik zakte enkele keren met de voeten in de zompige ondergrond, maar geraakte uiteindelijk wel aan het einde van dit stuk.

Een stukje heide en een authentieke molen

Het ergste was gelukkig achter de rug. Ik vond een picknickbankje om even op effen te komen en zette mij aan de laatste 4,6 kilometer. Gelukkiger waren er ook hier nog enkele hoogtepuntjes. Zo deed het Bokdammerveld, hoewel kort, enken aan de mooie heidestukjes op het Pieterpad. Iets verder pronkte de Noordmolen, roterend in volle kracht. De Noordmolen in Twickel dateert overigens van 1347!

De laatste twee kilometer waren mooi, maar boden niets speciaal of memorabel meer. Omdat ik nog lang moest wachten op de bus en het weer uiteindelijk meeviel, besloot ik om de 2,7 kilometer naar het hotel ook nog te wandelen. Ouch.

Rem-Co E-ve-ne-poel

Een zalige douche later kon ik mij neerplonzen in het hotelbed en zien hoe Remco Evenepoel geschiedenis schreef in Monmartre, vanuit het mooie en gezellige Delden. Het was fijn verblijven in Hotel Sevenster en dat gold ook voor het eten dat ik ter plaatse kon nuttigen. Tijdens het avondmaal in het hotel, waar ik een vega burger nuttigde, begon het dan toch plots te gieten. Dat beloofde voor de volgende dag.

Meer wandelingen op het Marskramerpad vind je hier: https://fromtheseatothelandbeyond.com/het-marskramerpad/

Bornholm proloog: Rondje Rønne

Op zee

Op deze dag verlieten we het vasteland om naar onze echte bestemming te gaan, het eiland Bornholm. Het was nog geen echte wandeldag en dus werd er met mate genoten van het puike ontbijt. In de ontbijtzaal viel het op dat de mannen vanaf een bepaalde leeftijd graag een dun, kort staartje droegen, wat zelden flatterend was. Ook zagen ze er allemaal een beetje uit alsof ze tandpijn hadden. Arme vrouwen.

Na het ontbijt trokken we gepakt en gezakt naar de haven. Gisteren hadden we nog een korte, kleine paniek gehad toen we plots iets Zweeds zagen over toegestane bagage. Gelukkig was het lost in translation en ging het louter over de handbagage. Onze rugzakken werden op een lorry gedropt en met een half uurtje vertraging vertrokken we op een uit de kluiten gewassen en commerciële ferry op zee. Altijd fijn om de golven te zien kolken.

Rondje Rønne

Na ons te vergewissen van het wat complexe bussysteem (waarover later meer) en onze bagage meteen in de hotelkamer te zetten, besloten we om, ondanks het regenweer dat voorspeld werd, toch onze wandelschoenen aan te trekken en een eerste wandeling te maken, een plaatselijke wandeling die was uitgebreid met een stuk langs de kust.

Deze wandeling ging via een bospark naar veldweggetjes, graspaden en boswegen. Omdat het eerder landinwaarts trok, was het landschap anders, maar zeker mooi. Zo waren er enkele meren waar we langs wandelden en passeerden we ook aan restanten van de lokale klei-industrie, belangrijk voor Rønne en Bornholm.

Het was op zich een mooie wandeling en ideaal om de eerste dag te spenderen, zeker aangezien we al ’s middags waren gearriveerd. Helaas kwam de voorspelde regen wel op de proppen. In het bos zelf was het nog eerder beperkt, maar eens in de suburbs begon het echt te gieten, waardoor onze nochtans best waterbestendige kledij in een mum van tijd doorweekt. Nog geen voorsmaakje van Sunshine Island dus.

Rønne deel 2

Na een relatief vermoeiende dag, door de omstandigheden, besloten we iets te gaan eten in Café Gustaf, waar we respectievelijk een hamburger en kippenburger namen. Na het eten was het gelukkig droger en zonniger, waardoor we Rønne toch konden verkennen en botsten op dezelfde kleurrijke huisjes als in Ystad, maar ook de bijzondere vuurtoren en vooral de zeer karakteristieke kerk. Mooi!

Meer wandelingen op het kustpad van Bornholm vind je hier: https://fromtheseatothelandbeyond.com/kystsi-bornholm-dk/

Etappe 2: Oldenzaal – Borne

🥾 Terrein:
Afwisseling van stadse omgeving, recreatiedomein met bospaden, Twentse velden, drassige weides, overgroeide graspaden en een modderig stuk langs een beek. Overwegend onverhard, met lichte hoogteverschillen en af en toe wat klauteren door begroeiing.

🏰 Bezienswaardigheden:

  • Het Hulsbeek: recreatiedomein met surfvijver, grillige bospaadjes en aanlegsteiger
  • Twentse velden: landelijke charme met veel rust
  • Deurningen: dorpskern met gezellig terrasje vlakbij de kerk
  • Graspad langs de beek: mooi, natuurlijk slotstuk van de etappe

Afstand & duur:
Ongeveer 15,5 kilometer, inclusief aanloop naar Borne en detour door modder.

⛰️ Zwaartegraad:
Licht tot matig. Kortere dag met enkele drassige passages die wat evenwicht en improvisatie vereisten. Overwegend goed te doen.

Oordeel: 4/5

Toprecreatie

Vandaag was het een kortere wandeling, nog een beetje verlengd door de aftakking naar Borne. Ik kon dit ook doen met wat minder gewicht op de rug, aangezien ik ’s avonds terug naar Oldenzaal keerde. Om aan het mooie stuk te geraken, volgde het pad wel eerst door een wat troosteloos stuk van de stad.

Maar daar stond dan weer een verrassend leuke passage door recreatiedomein Het Hulsbeek tegenover. Zeker het stuk aan de surfvijver was leuk wandelen in een smal bospad dat op en neer een grillig bochtenparcours volgde. Een aanlegsteiger volledig omringd door water was dan weer een mooi symbolisch beeld (het zal wel een functie hebben).

Na het stukje op het domein, ging het vooral door de Twentse velden. Dit was voor een stuk geasfalteerd maar net als de rest van de wandeling aangenaam vaak onverhard. Via de wat drassige velden, naderde ik Deurningen, waar vlakbij de kerk een leuk terrasje was om even iets te drinken (en een toiletbezoek in te lassen).

Drassige paden

Na de tussenstop was het nog een 4,7 kilometer op het Marskramerpad zelf, en opnieuw was het afwachten of een detour nodig was door de nattig- en drassigheid. Dat leek in eerste instantie niet het geval, maar uiteindelijk moest ik toch op mijn passen terugkeren om niet door het zompige, platgetrapte gras opgeslokt te worden.

Ook het 2de stuk leek in eerste instantie heel modderig, maar werd al snel vlot begaanbaar. Hoewel het op dat stuk wel duidelijk was dat het Marskramerpad niet zo populair of druk bewandeld is als het Pieterpad. Het gras was hoog en het was af en toe takken duwen om verder te kunnen. Maar dat heeft ook zijn charme.

Maar een mens mag niet klagen. Het is sowieso leuker dan de laatste vier kilometer op asfalt te moeten strompelen. Het laatste stuk was nog langs een beek. Hier was het af en toe glad en modderig, maar zonder erg. Zeshonderd meter later zat de officiële etappe erop.

Een leuke lunch en een Grieks avondmaal

Het is van hieruit nog 2,2 kilometer tot Borne. Door de ideale aankomst, rond kwart voor een, en het feit dat ik al ingecheckt was en dus gewoon naar hetzelfde hotel kon, besloot ik hier te lunchen. Dat deed ik in lunchcafé De Ster, met sociale tewerkstelling. Een lekkere tosti caprese en een leuke bediening, met een kleine steek naar de hockeynederlaag van de Red Panthers tegen Oranje.

En zo ging ik met iets minder verwachting, maar na een mooie, afwisselende en zonnige dag naar Oldenzaal met de trein, waar ik met wat verfrissende dranken met het thuisfront belde en het relaas van de dag uitschreef op het terras van het hotel.

Na Duitse en Italiaanse kost, had ik mijn zinnen gezet op Grieks. Restaurant Sirtaki was sfeervol, met zeer vriendelijke bediening, al blijft alleen eten soms wat ongemakkelijk (of misschien ben ik te zelfbewust). Het leverde mij wel een ouzo van het huis op. Na een voorgerecht met spinazie, feta en bladerdeeg koos ik voor de mixed grill. Lekker maar veel.

Meer wandelingen op het Marskramerpad vind je hier: https://fromtheseatothelandbeyond.com/het-marskramerpad/

Etappe 1: Bad Bentheim – Oldenzaal


🥾 Terrein:
Licht heuvelachtig begin in Duitsland (met kasseiweggetjes en bos), gevolgd door velden, smalle (fiets)paden en enkele stukken natuurgebied bij het naderen van Oldenzaal. Afwisselend verhard en onverhard. De meeste hoogtemeters van de eerste vijf etappes, maar nergens echt zwaar.

🏰 Bezienswaardigheden:

  • Östmühle (Gildehaus): charmante korenmolen
  • Forst Bentheim: schaduwrijk bos met infobord over de Tödden
  • Dinkelbrug: grensovergang van Duitsland naar Nederland
  • Mariakapel (rustplek)
  • Binnenstad Oldenzaal & Basiliek
  • Palthehuis Museum: verrassend boeiend stads- en familieverhaal in historisch pand

Afstand & duur:
26,5 km + 650 m aanloop = 27,15 km totaal. Goede 6 à 7 uur wandelen met pauzes.

⛰️ Zwaartegraad:
Matig tot pittig. De afstand is stevig en er zijn enkele klimmetjes, zeker in het Duitse gedeelte.

Oordeel: 4,5/5

Eenzaam aan het ontbijt

Met 26,5 km en de meeste hoogtemeters van de eerste 5 etappes, was deze eerste wandeldag meteen de grootste uitdaging, of toch op papier. En dus had ik in het hotel ontbijt bijbesteld. Alleen was men mij wat vergeten, waardoor ik eenzaam en alleen in een andere zaal moest/mocht plaatsnemen. Op zich nog niet zo erg.

Duitse hoogtemeters

En zo was ik klaar voor de wandeldag. Na 650 meter extra van hotel naar startplaats begon ik aan het Marskramerpad, weliswaar nog met witte T op zwart vierkant als symbool. Dit was nu eenmaal nog het Duitse gedeelte. En op en neer via kasseiweggetjes verliet ik Bad Bentheim.

Net buiten het stadje duikt het pad een klein bos in, om vervolgens via asfaltwegen voorzichtig te stijgen (ok, van 47 naar 75 meter, maar dat zijn meer hoogtemeters dan de eerste 9 etappes van het Pieterpad samen). Het ‘hoogtepunt’ was te vinden in het dorpje Gildenhaus, met een opvallende kerk, maar vooral met de Östmuhle, een leuke korenmolen.

Via de Bürgergarten en een holle weg ging het weer naar beneden en zo door de velden van Achterberg. Een volgend bos, Forst Bentheim, was nog meer de moeite en zorgde voor verkoeling. Aan een schuilhut was de historie van de verschillende marskramers nog eens te lezen, in het Duits. Ik zat dus nog steeds op de Töddenweg.

Nederlands natuurvertier

Inmiddels begon de zenuwachtigheid een klein beetje toe te nemen. Door de regen in juli was het pad vorige week niet begaanbaar en was er een omweg van 3 kilometer (naast de reeds voorziene 26) nodig om het hoge water te vermijden. Maar gelukkig was dit nu niet meer nodig, los van een bescheiden maar waadbare plas. En zo wandelde ik Nederland binnen via de Dinkelbrug. Vanaf hier was het eindelijk rood-witte signalisatie!

De stukken daarna waren vaak door velden en hoewel ik geen enkele collega-Marskramer tegenkwam, waren er wel heel wat fietsers op de baan met het mooie weer. Op dit tweede deel was het dan ook vaak wandelen op een fietspad, zelfs af en toe net breed genoeg voor een fiets. Het was dus af en toe de graskant induiken.

Naar Oldenzaal

De kilometers begonnen inmiddels wel wat te wegen en een rustpauze, aan een Mariakapel, was welkom. Daarna was het nog een goede 4,5 kilometer te gaan. Het Marskramerpad gaat rond Oldenzaal en doet nog wat natuur aan voor het de historische binnenstad binnengaat. Na 26,5 kilometer kon ik rusten aan de basiliek, al begon het toen plots net te regenen.

Omdat ik sneller dan verwacht in Oldenzaal was, kon ik na de douche nog iets bezoeken. Ik besloot naar het Paltehuis te gaan, waar een 18de-19de eeuws interieur van een lokale patriciërsfamilie te bewonderen is, samen met enkele objecten uit de geschiedenis van de stad. Het was best boeiend en de info was handig vormgegeven via een tablet. Zeker een bezoekje waard.

Eenzaam bij het avondeten

Door de lange wandeling besloot ik al vroeg naar La Tavernetta te gaan. Waarschijnlijk te vroeg. Want lange tijd zat ik alleen in de zaak, los van de klanten die kwamen afhalen. Met een gezellig aangestoken kaars was het een beetje eenzaam en zielig. Maar de lekkere pizza (capricciosa met zowaar zalm en garnaal) en een lekkere tiramisu, samen met een gezellig kader, maakte het toch een leuke ervaring. Een mooie afsluiter!

Het verblijf

Ik boekte een kamer in Stadshotel Ter Stege, wat gelegen is aan de grote markt. Qua ligging kan het dus niet beter. Het is ook een hotel-restaurant dus wie niet graag zoekt kan er ook iets drinken en eten. De eenpersoonskamer was comfortabel en net. Aangezien ik hier twee dagen verbleef was ik dus best tevreden over mijn keuze.

Meer wandelingen op het Marskramerpad vind je hier: https://fromtheseatothelandbeyond.com/het-marskramerpad/

Etappe 9: Hardenberg – Ommen (21 km)

🥾 Terrein:
Afwisselend terrein met grotendeels asfalt aan het begin, afgewisseld met gras- en zandpaden, waaronder twee stukken zandduinen bij de “Sahara van Ommen”. Af en toe lichte hoogteverschillen, vooral bij de kleine helling langs de Vecht. Veel wandelen vlak langs de rivier en door bossen zoals Hardenberg en Heetdelle.

🏰 Bezienswaardigheden:

  • De Vecht als centrale waterweg, inclusief wildwaterkano-kansen en vistrap bij stuw Junne
  • Het dorp Rheeze met authentieke huizen en hoeves
  • Waterbeheerprojecten die de rivier laten kronkelen
  • Recreatiedomein en bossen Hardenberg & Heetdelle
  • De zandduinen van de “Sahara van Ommen”, een onverwacht natuurhoogtepunt

Afstand & duur:
21 km, redelijk vlak en iets meer dan een halve dag wandelen.

⛰️ Zwaartegraad:
Makkelijk tot matig. Weinig steile stukken, voornamelijk vlak terrein. Zandduinen zijn ietsje moeilijker begaanbaar.

Oordeel: 4,5/5

Na een geïmproviseerd ontbijt, wandelden we naar het station van Ommen en zo naar Hardenberg, voor onze laatste etappe van deze tweede ronde op het Pieterpad. Het was, na twee iets mindere dagen, een mooi einde van deze vijfdaagse, waarbij we in Hardenberg nog geholpen werden door een Skyrboost.

Water en bos

De Vecht was opnieuw de compagnon voor het eerste stuk en was zelfs nog wat prominenter aanwezig. Niet alleen was het er vaker wandelen in een rustig, natuurlijk kader, vlak aan het begin was er zelfs een wildwaterkano-opportuniteit, hoewel het echte wilde water eerder beperkt leek te blijven tot enkele meters.

Het eerste stuk ging nog grotendeels over asfalt, maar bood ook al mooie landschappen, met naast de rivier ook wat bossen en velden. Het bos van Hardenberg zorgde ook voor het eerste stuk schaduw van de bomen, al was het pad hier nog best hard (misschien een geval van nomen est omen). We passeerden ook nog ons eerste stukje zand van de dag en wandelden vervolgens door Rheeze, een klein maar mooi dorpje met heel wat authentieke huizen en hoeves.

Een kleine heuvel

Eens uit het bos kwamen we meermaals langs en over de Vecht in diverse vormen en stijlen. Zo was er het stuw van Junne, waarnaast ook nog een vistrap lag. Kort daarna zagen we een mooi voorbeeld hoe men de Vecht, in het kader van waterbeheer, opnieuw meer laat kronkelen. Een graspad naast de rivier leidde namelijk naar een kleine helling, ontstaan door het zand dat was weggegraven. En zo stegen de hoogtemeters significant.

We passeerden langs een recreatiedomein en gingen zo het volgende bos in, de Heetdelle. Hier zagen we Misha, onze Australische compagnon opnieuw. Gisteren hadden we elkaar door een andere timing gemist. Nu troffen we haar op een bankje en konden we het laatste stuk samen wandelen. Een fijn weerzien en leuk om samen te eindigen.

Eindigen in de Sahara

En dat einde was erg de moeite. Er waren twee stukken zandduinen, inclusief een omweg naar de Sahara van Ommen. Het klinkt misschien een beetje ridicuul, maar het is wel een prachtig stukje natuur en de extra meters waard.

Daarna was het via een fietspad naar Ommen, waar we afscheid namen van Misha en richting het station gingen, voor een lange rit met veel treinoverstappen, richting de regen die ons de voorbije dagen gelukkig was bespaard.

Op naar deel 3

Deze tweede reeks wandelingen op het Pieterpad waren absoluut de moeite, hoewel het tweeluik op dag drie en vier misschien ietsje minder was. Maar er blijft veel variatie zitten in de landschappen en wandelpaden en je passeert leuke plekjes en dorpjes. En zo zijn we toch al een hele hoop opgeschoten. Nog een vijftiental etappes te gaan!

Meer wandelingen op het Pieterpad vind je hier: https://fromtheseatothelandbeyond.com/het-pieterpad/

Etappe 8: Coevorden – Hardenberg (19 km)

🥾 Terrein:
Begint met stadsomgeving en stationsbuurt, daarna afwisselend natuur en industrie langs de Vecht. Het pad loopt regelmatig langs en over de rivier. Soms nat gras en wat modderige stukken, zoals bij de omweg naar het Joods bergje. Bosgedeelte in Engelandsche Bos biedt aangenaam wandelpad.

🏰 Bezienswaardigheden:

  • Molen ‘De Arend’ bij Coevorden
  • Poort van Drenthe (kunstwerk met grote stenen)
  • Gramsbergen: charmant centrum met kerk, Meibloomplein, aapjesstandbeeld, monument Slag van Ane, en moderne kunst
  • Joods bergje met begraafplaats, indrukwekkend uitzicht
  • Hardenberg: lange witte brug over de Vecht, kerkhof met Commonwealth-oorlogsgraven
  • Ommen: mooi stadscentrum langs de Vecht, molens, plaatselijk slot, Pinkstertulpenfestival, kinderboerderij

Afstand & duur:
19 km, afwisseling van stedelijke en natuurlijke stukken. Iets meer dan een dagdeel.

⛰️ Zwaartegraad:
Makkelijk tot gemiddeld. Geen zware beklimmingen, maar door natte stukken en gras soms iets uitdagender.

Oordeel: 3,5/5

Deze 4de etappe lag in lijn met deze van gisteren. Om het lichaam mee te krijgen was het dus belangrijk om dat ook te doen met de geest. En dus investeerde we in een ontbijt in ons hotel. Geen overbodige luxe. En daar waar we in een bijgebouw sliepen, kon het ontbijt wel degelijk genuttigd worden in het kasteel zelf. Daarna waren we klaar voor de op papier kortste etappe.

Industrie en natuur

Coevorden werd verlaten via de stationsbuurt en een wat drukkere baan, waarbij we botsten op een entertainmentcentrum dat nog volop koos voor een stereotype invulling van de cowboy en indianen-trope. Aan de overkant stond molen ‘De Arend’ trots. Kort daarna ging het naar een stukje natuur, met steeds aanleunend in de verte (of iets minder ver) industrie. Blijkbaar wilde men dit symbolisch scheiden door de Poort van Drenthe, een kunstwerk met grote stenen.

Van Drenthe naar Overijssel

Deze etappe betekende ook een andere symbolische overgang. We verlieten Drenthe en kwamen aan in Overijssel, en verwelkomde zo de Vecht, een rivier wiens loop doorheen de jaren serieus wijzigde. Het pad liep dus geregeld langs en over deze waterloop. En dat is altijd leuk.

Daarna volgde een passage door het verrassend mooie en charmante Gramsbergen, met een gezellig centrum. Tijdens het nuttigen van onze lunch op een bankje aan de kerk gingen de hemelsluizen voor het eerst volledig open. Een koppel en hun zoon keken smalend naar ons vanaf hun droge tafel in Harry’s, het caféetje dat over ons was gevestigd. Gelukkig was de nattigheid van korte duur en zetten we ons onversaagd door.

Via het gezellige Meibloomplein ging het verder naar onder andere een standbeeld met aapjes, een monument voor de slag van Ane (de Nederlandse Guldensporenslag!) en een fancy kunstwerk. Daar begon het opnieuw serieus te regenen. Ook dit was gelukkig van korte duur en het werd al snel heel zonnig.

Een leuk einde

Save the best for last. Het Engelandsche Bos was een klein bosje, met een aangenaam pad, dat deed terugdenken aan de eerste twee etappes van deze trip. Daarna gingen we nog even op een omweg, door het natte, hoge gras om de begraafplaats op het Joods bergje te bezoeken. Een bijzondere plek en een indrukwekkend zicht.

De intrede in Hardenberg was ook speciaal. Aan de Vecht stonden er hoge flatgebouwen en de rivier moest worden overgestoken via een lange, witte brug. Het centrum was wat minder charmant, al was er wel nog een iet of wat aangenaam kerkhof, met ook enkele oorlogsgraven van de Commenwealth. En dat trekt altijd aan.

We namen de trein naar Ommen. Dit was een veel leuker plekje. De Vecht stroomt door het centrum, met aan weerszijden mooie gebouwen en molens. Ook in het deel achter de Vecht is leuk vertoeven, met heel wat restaurants en cafétjes. Op weg naar het station passeerden we ook nog een plaatselijk slot, met Pinkstertulpenfestival, en een kinderboerderij. Een bijzonder stadje dus. Eind goed, al goed, en er werd pizza genuttigd!

Ons hotel, Hotel De Zon, was trouwens ook top. Een ruime kamer, met gratis update naar een kamer met mooi zicht. En dat klopte volledig.

Meer wandelingen op het Pieterpad vind je hier: https://fromtheseatothelandbeyond.com/het-pieterpad/

Etappe 7: Sleen – Coevorden (21 km)

🥾 Terrein:

Afwisseling van bospaden, zandwegen en veel asfalt. Grote stukken langs kanalen: Jongbloedvaart en Verlengde Hoogeveensche Vaart. Laatste stuk grotendeels onverhard. Weinig zitgelegenheid onderweg, zeker voor rustige lunch.

🏰 Bezienswaardigheden:

  • Bruggetjes over de vaart (voor wat variatie)
  • Waarschuwingsbord voor een gevaarlijke buizerd
  • Klein Joods kerkhof
  • Plopsa Indoor met gigantische Maya de Bij
  • Watertoren van Coevorden
  • Park bij aankomst in Coevorden

Afstand & duur:

21 kilometer, vrij veel verhard wat effect heeft op tempo, maar iets meer dan dagdeel wandelen.

⛰️ Zwaartegraad:
Gemiddeld door lange rechte stukken asfalt en wat monotone omgeving

Oordeel: 2/5

Deze ochtend geen ontbijt maar wel 2 koffiekoeken (voorverpakt) uit de Albert Heijn (sorry voor de product placement). Om 9 uur namen we de bus naar Sleen. De buschauffeur dacht dat ik naar Zweden wilde. Om maar te zeggen dat een gedeelde taal geen garantie is op vlotte communicatie. Om kwart na 9 konden we dus starten aan de derde etappe, de eerste met mijn compagnon.

Slenteren langs het kanaal

Vandaag zou het een dag zijn met een wat monotoner karakter, met een stukje zandweg, waar we Mish, de Australische Pieterpatter die ik gisteren had ontmoet, al snel opnieuw tegenkwamen. Zij wandelde de hele dag met ons mee. Dat hielp ongetwijfeld voor alle partijen om de wat saaiere stukken te animeren. Het gesprek ging dan weer wel alle kanten uit. Van Australië, tot wandelavonturen, tot de politieke toestand van Europa en Australië, maar even goed het eurovisiesongfestival.

Twee kanalen en een hoop asfalt

Na een stuk bospad, ging het dus naar het water, meer bepaald naar de Jongbloedvaart. Een groot stuk was, zoals al gezegd, langs een zanderig pad, wat nog aangenaam wandelen was. Maar daarna volgde een stuk asfalt langs de Verlengde Hoogeveensche vaart. Er werd af en toe van kant gewisseld via een brugje. Het moest zorgen voor een klein beetje afwisseling.

Daarna passeerden we enkele plekjes, zoals Holsloot, Den Hool en Dalerveen, waar de hoop op een picknickbankje de kop werd ingedrukt en we uiteindelijk onze lunch moesten nuttigen op een stukje gras naast de weg.

Een klein beetje beterschap

Het deel daarna zou opnieuw voor een groot stuk over asfalt lopen. Al waren er wel wat opvallendheden. Zo was er een waarschuwingsbord dat alludeerde op een gevaarlijke buizerd. Gelukkig geraakten we ongedeerd aan de overkant. Verder was er nog een klein Joods kerkhof en een Plopsa Indoor center met een reuzegrote Maya de Bij.

Het laatste stuk was grotendeels onverhard, maar de zon was inmiddels zo hard aan het schijnen dat ook dat heel erg pittig was. Daar moest nog wat extra asfalt naast de Stieltjes kanaal aan toegevoegd worden. Eens in Coevorden werd het leuker. Zo arriveerden we in het park en langs een mooie watertoren. Niet veel later werden we beloond op een terras met wat verfrissend bier en bitterballen. Een half uur later begon het te regenen. Even ontsnapt dus!

Stress bij het avondeten

Het avondeten was bijzonder. Tussen twee rokende Polen en een lange wachttijd in besloot mijn smartphone om even de geest te geven. De hamburger was gigantisch waardoor een dessert niet meer aan de orde was. Misschien zaten de nacho’s, ter ere van de derde wandeldag, er nog voor iets tussen. We verbleven in Fletcher hotel Kasteel Coevorden. Helaas betekende dat geen verblijf in het kasteel zelf, maar wel in een bijgebouwd. Maar met een ruime en nette kamer hadden we niet veel te klagen.

Meer wandelingen op het Pieterpad vind je hier: https://fromtheseatothelandbeyond.com/het-pieterpad/