Via Brabantica

Alle wegen leiden naar Rome. Heel wat wegen naar Compostella. Het is geen echt gezegde, of dat denk ik toch, maar het is wel een waarheid als een koe. Vanuit de verschillende windstreken kun je op pelgrimstocht gaan via een netwerk van intergeconecteerde routes, op z’n old skool gedoopt tot Vias.

Pelgrimsroutes door België

Het is dus niet onlogisch dat ook België heel wat verschillende routes kent, die hoofdzakelijk vanuit Nederland, maar soms ook vanuit Duitsland richting Frankrijk trekken, om daar aan te sluiten op Franse pelgrimwegen. Van west naar oost heb je respectievelijk de Via Yprensis (vanuit Ieper), de Via Brugensis (vanuit Brugge), de Via Scaldea (van Vlissingen naar Reims), de Via Tenera (van Breda naar Saint-Quentin via de Denderstreek en Henegouwen), onze Via Brabantica (waarover zo meteen meer), met aftakking Via Lovensiensis, de Via Monastica (van het Nederlandse Vessem naar Rocroi in Frankrijk) en tot slot de Via Arduinna (vanuit Aken). Waar je ook woont in België, er is meestal wel een weg naar Compostella relatief dichtbij.

De Via Brabantica

Voor mij is de meest nabije camino dus de Via Brabantica, aangezien deze dwars doorheen Halle gaat. Dit is geen toeval, het is namelijk zelf een vrij populair (naar Belgische normen) bedevaartsoord dankzij z’n basiliek met Zwarte Madonna. Maar voor je in de Zennestad terechtkomt zijn er best nog wel wat kilometers af te leggen.

De Via Brabantica vertrekt waar twee Nederlandse Jakobswegen Thuredrecht  (vanuit Den Haag) en Amsvorde (vanuit Uithuizen in Noord-Nederland) eindigen. Officieel kan je beginnen in of Bergen-op-Zoom of in Breda. Wie wil starten in België doet dit qua etappe vanuit Kapellen. Van daaruit gaat het, niet echt verrassend voor een groot stuk door het historische hertogdom Brabant en het huidige Vlaams- en Waals-Brabant.

Het doet enkele grote steden aan, zoals Antwerpen, Mechelen en Brussel, naast kleine dorpen. Eens het in Wallonië duikt komt er al meer onontgonnen terrein aan te pas, met vermoedelijk ook wat meer typische Waals-Brabantse en Henegouwse plattelandswegen. In Nijvel komt het samen met de Via Gallia Belgica en wordt het daar ook soms zo gedoopt. Helemaal speciaal wordt het wanneer het de grens met Frankrijk oversteekt waarna het na enkel etappes eindigt in Saint-Quentin, waarna de Via Francigena naar Reims te volgen is.

Langs ijkpunten en gekende paden

Het mooie aan de Via Brabantica is dat het nieuwe ontdekkingen combineert met gekende plaatsen. Soms zijn dit plekken waar ik gewoon al eerder op een wandeling (of gewoon zo) ben terechtgekomen. Maar soms gaat het ook over plaatsen met een grotere betekenis, namelijk waar ik heb gewoond (Zemst), waar ik ben geboren en heb schoolgelopen (Mechelen) of waar ik vandaag woon (Halle). De afwisseling tussen het gekende en het ongekende en tussen plekken met en zonder en met oude en nieuwe betekenis is een meerwaarde op deze route.

Maar los van de individuele plekken, zorgt het ook voor het hernemen van bekende wandelroutes, hoofdzakelijk de StreekGR Groene Gordel, de Groene Wandeling door Brussel en de ronde van Waals-Brabant bijvoorbeeld. Maar ook individuele wandelingen zoals de luswandeling van Lembeek naar Kasteelbrakel. Hoe dieper in  het zuiden, hoe meer het terrein onontgonnen is.

De weg, het doel en de bestemming

Deze tocht verschilt van het andere wandelproject, de kastelenroute. Dat is een thematische wandeling met een vooraf vastgesteld narratief, wat ik overigens ook alleen wandel. Daar is de route op zich, samen met de geselecteerde kastelen, dan ook de duidelijke leidraad. De Via Brabantica fungeert eerder als kapstok. Het wandelen is hier niet zozeer het doel, maar door het gezelschap en de pelgrimscontext eerder het middel.

De keuze voor het gezelschap is dan ook bewust. Ik wil de weg zo veel mogelijk delen met anderen: vrienden, kennissen, misschien zelfs mensen die speciaal voor de gelegenheid samen op pad willen. Dat maakt de gesprekken anders. Of het nu gaat over grote of kleine dingen, wereldzaken of kleine bekommernissen, het is wat zich aandient.  In die zin ontstaat er onderweg een soort mini-pelgrimservaring: misschien niet altijd groots of verheven, maar steeds vertrekkend vanuit ontmoeting en beweging.

Wandelproject: De (lange) weg naar Compostella

Over pelgrims

pel·grim (de; m,v; meervoud: pelgrims): bedevaartganger

be·de·vaart (de; v(m); meervoud: bedevaarten): tocht naar een heilige plaats

Ok, zo ver zijn we. Een pelgrim is iemand die een tocht maakt naar een heilige plaats. Vanuit een religieuze roeping test hij of zij lichaam en geest, op weg naar een betekenisvol eindpunt. Historische voorbeelden zijn talrijk. Jeruzalem heeft een belangrijke betekenis voor alle monotheïstische godsdiensten. Rome, en meer bepaald Vaticaanstad, is het epicentrum van het rooms-katholicisme. Ook Canterbury was eeuwenlang een belangrijk centrum voor bedevaarders. Dichter bij huis kennen we gelijkaardige tradities, zij het op kleinere schaal: Scherpenheuvel bijvoorbeeld, of mijn eigen Halle.

Sommige bedevaarttradities behouden hun religieuze insteek, andere hebben doorheen de jaren een bijkomende betekenis gekregen. Een goed voorbeeld daarvan is wellicht de bekendste pelgrimsroute ter wereld: de Camino naar Santiago de Compostella. Die wordt niet enkel bewandeld door mensen die dichter bij God willen komen, maar evenzeer door wie dichter bij zichzelf wil komen, of net afstand wil nemen van iets of iemand. In een drukke samenleving hebben steeds meer mensen nood aan afzondering. Zelfs in een ontkerkelijkte context behoudt de bedevaart zo haar oorspronkelijke functie.

Over de weg naar Compostella

De Camino is waarschijnlijk een van de bekendste langeafstandswandelingen ter wereld. Tegelijkertijd is het eigenlijk geen route. Het is een netwerk van wegen dat pelgrims, religieus en seculier, vanuit alle windstreken naar het bedevaartsoord in Galicië leidt. Het is ook een traject dat zo lang of zo kort is als men zelf wil. Sommigen beperken zich tot de verplichte laatste honderd kilometer, anderen maken er een persoonlijke tocht van weken of zelfs maanden van.

De sterkte van de Camino ligt voor een groot deel in zijn reputatie. Mensen die vastlopen en nood hebben aan een lange wandeltocht worden er haast automatisch door aangetrokken. Zelfs niet-wandelaars kennen het fenomeen. Het idee van een louterende tocht, vol overpeinzingen en ontmoetingen, werkt voor velen als een magneet, met het religieuze nog zelden als hoofdmotief. Dat het op sommige momenten wandelen in groep is, schrikt weinig mensen af. Tegelijk zijn er onderweg genoeg plekken voor rust, contemplatie en toevallige ontmoetingen.

Over mijn lange weg naar Compostella

Tot nu toe was mijn eigen drang om naar Compostella te wandelen relatief afwezig. Ik voelde me altijd meer aangetrokken tot discretere wandelroutes. Maar door recent het wandelkanaal van Efrén Gonzalez (Walk with Efrén) te herontdekken, en vooral door zijn enthousiasme, begon het idee van pelgrimeren toch te dagen.

Met een pasgeboren zoon, en los daarvan heel wat andere verplichtingen, is zo’n tocht voorlopig niet realistisch. Maar een kersverse vader kan wél momenten uitpikken in eigen land. Dat bracht mij op het idee van de lange weg naar Compostella. De héél lange weg. Mijn keuze viel op de Via Brabantica, een van de Caminoroutes die door België en door mijn thuisstad Halle loopt. Het traject voert me deels over bekend terrein, maar biedt tegelijk voldoende nieuws om te ontdekken.

Om het pelgrimsgevoel toch enigszins op te roepen, is het mijn intentie om elke etappe met iemand anders te wandelen. Niet met een vast plan of einddoel, maar met aandacht voor wat zich onderweg aandient: gesprekken, stiltes, bekende en onbekende plekken. Deze blog wordt het verslag van die stappen, groot en klein, op mijn lange weg naar Compostella, een weg die voorlopig vooral over het hier en het nu gaat.

Of deze weg ooit effectief tot in Compostella zal leiden, weet ik niet. En eerlijk gezegd is dat niet essentieel. De waarde zit niet in het bereiken van een eindpunt, maar in het onderweg zijn, zo wil het cliché. Wandelen is voor mij ook een manier van het denken oproepen. Gedachten vallen op hun plaats in het ritme van de passen. Stap per stap, kilometer per kilometer, gesprek per gesprek.

De kastelenroute 4: Dilbeek – Asse

🥾 Terrein

Overwegend verhard en halfverhard, met korte maar soms modderige natuurstroken langs beken en door weiden. Enkele obstakels door natte ondergrond, omgevallen bomen en vlonderpaden. Hoogtemeters zijn beperkt, maar de afwisseling tussen dorp, verkaveling, veldweg en park maakt het een dynamische overgangsetappe met een stedelijk randkarakter.

🏰 Bezienswaardigheden

Wivinaklooster & Wivinapark – Rustige start met zorgnieuwbouw
Wivinakapel – Charmant vertrekpunt van een modderig maar sfeervol beekbos
Kasteel De Verlosser – Eclectisch 19de-eeuws landhuis, vandaag woonzorgcentrum
Kasteel La Motte – Neoclassicistisch kasteel op oude motte
Steenvoordebeek & waterbekken – Natte natuurzone met vlonderpad en drassige passages
Kasteel De Mot – Bescheiden 18de-eeuws kasteel, geïntegreerd in het gemeentehuis
Kasteel Kruikenburg – Middeleeuws waterkasteel, absolute blikvanger
Kasteel Nieuwermolen – 15de-eeuwse waterburcht, zichtbaar vanuit de velden
Kasteel Hoogpoort – Neoclassicistisch kasteel op een hoogte, omgeven door park
Waalborrepark & villa – Cottagevilla uit 1912, geen kasteel maar een waardige afsluiter

⏳ Afstand & duur

Ca. 18 km – ongeveer 4 à 4,5 uur wandelen

⛰️ Zwaartegraad

Licht – Geen technische moeilijkheden, maar modder, obstakels en enkele minder aangename verbindingsstukken vragen wat doorzettingsvermogen

⭐ Oordeel

4/5

Vlaanderen kent heel wat wandelpaden, maar ook een hele hoop hele, halve, grote en kleine kastelen. Op een blauwe maandag leek het mij leuk om een eigen wandelroute uit te werken die langs deze bijzondere gebouwen en plekken gaat. Tussen droom en wandeldaad staan praktische zaken, maar uitstel is geen afstel. Eindelijk kon ik beginnen aan de kastelenroute. De vierde etappe doet de naam van de route alle eer aan, met maar liefst zes vollwaardige en 1 pseudo-kasteel. Minder natuur, maar meer historische architectuur.

Hindernissenparcours

De treinrit zat meteen in wandelthema. De voorlaatste halte, Sint-Agatha-Berchem, deed ik al eerder aan op de Groene Wandeling rond Brussel. En station Groot-Bijgaarden was oorspronkelijk de start van mijn Kasteelroute, tot een treinstaking en wandeldrang mij van plannen deed veranderen en het startpunt aan het waterkasteel van Beersel werd geplaatst.

De etappe zelf begon meteen met een bijzonder parcours in Wivina-thema. Doorheen het Wivinapark, vlak bij het station, ga je langs het voormalige Wivinaklooster met huidige zorgnieuwbouw. Even verder kom je aan de Wivinakapel, de start van een mooi stuk natuur, langs de Steenvoordebeek. Het bos zelf baadde in een mooi ochtendlicht, maar de (gelukkig relatief beperkte) regenval had het pad zelf her en der wel vrij modderig gemaakt. Aan een stuk tobde ik even of ik de houten, smalle plank die er was gelegd zou gebruiken. Maar deze was nogal wankel en dus koos ik voor de korte pijn en een kort ploeteren door de zompige modder. De hindernissen stopten hier echter niet, want even later werd een klein smal padje langs een akker geblokkeerd door een uit te kluiten gewassen boom.

Herbestemming

Na een korte passage over asfalt en een veldweg voerde het pad naar het eerste van de vele kastelen. Kasteel de Verlosser is eclectische landhuis uit de jaren 1880, gebouwd in bak- en zandsteen en later uitgebreid in het interbellum. Het ligt op het hoogste punt van Sint-Ulriks-Kapelle en is vandaag in gebruik als woonzorgcentrum “De Verlosser”. Hoewel het enkel te bezichtigen was vanop een afstand was het best indrukwekkend.

Van daaruit was het maar kort wandelen tot het centrum, met de Sint-Ulrikkerk, en kort daarna een stuk bos dat leidde naar het tweede kasteel op korte tijd. Kasteel La Motte is een U-vormig neoclassicistische kasteel uit 1773, ontworpen door Laurent-Benoît Dewez, ligt op een oude kasteelmotte en is omgeven door een watergracht en een boomrijk park. Sinds de restauratie na 1994 is het kasteel eigendom van de gemeente en in gebruik als cultuurcentrum.

Ternats tweeluik

Na deze passage volgde de kastelenroute een stukje verkaveling om vervolgens uit te komen op het natuurlijk hoogtepunt van deze etappe. Het waterbekken van de Steenvoordbeek zorgt niet alleen voor waterbeheer, maar brengt ook een mooi, ietwat drassig stuk natuur met zich mee. Het meest natte stuk kon worden overwonnen door een vlonderpad. Eens daarover was het af en toe zoeken naar een doorgang door de modder. Het had, opnieuw, erger kunnen zijn had het de dagen daarvoor meer geregend.

Eens onder de spoorwegbrug dook het centrum van Ternat op. Ook hier was een kastelentweeluik voorzien. Het eerste was nog eerder bescheiden. Kasteel De Mot is een voormalig, ooit omgracht kasteel dateert uit 1719 en is vandaag een deel van het gemeentehuis van Ternat. Via de grote markt, waar mensen nog volop kunnen parkeren en de best imposante kerk, leidde de Dreef naar het mooiste kasteel van deze etappe.

Het Kasteel Kruikenburg is een middeleeuws waterkasteel met een U-vormige plattegrond, verbonden met ridder Everaert T’Serclaes en voor het eerst afgebeeld in 1694. Het kasteel behield zijn gotische structuur met torens en poortgebouw, maar kreeg in de 18de eeuw een classicistische aankleding en een heraangelegde ringgracht met landschappelijke accenten. Het omliggende park werd in de 19de en 20ste eeuw verder uitgewerkt en aangepast, onder meer bij de inrichting als schooldomein. 

Het was dan ook de perfecte plek voor een middaglunch, met zicht op het impressionante kasteel. Het park zelf is eerder klein, maar voldoende om even rond te struinen. Na vijf minuten dook de vijver opnieuw op, net als de minder charmante kant van het kasteel. Vervolgens kronkelde het pad zich opnieuw een weg uit het centrum van Ternat, naar de volgende twee kastelen, maar met een iets andere look & feel.

Autostrade en veldweg

Deze omweg via Ternat zorgde er wel voor dat daarna een iets minder aangenaam stuk moest overbrugd worden. Via een woonwijk, waarbij een kapel een bescheiden hoogtepunt vormde, werd een brug over de E40 en vervolgens een stuk vrijwel langs de razende auto’s gevolgd. Het had een vreemdsoortige charme en esthetiek.

Gelukkig werd het algauw weer landelijker en charmanter, met een pad door de velden richting een kapel en daarna naar kasteel Nieuwermolen, een van oorsprong 15de eeuwse waterburcht, die in de verte te bewonderen viel. Kort daarna dook een, opnieuw wat modderig, pad, door de weiden om naar kasteel Hoogpoort te klimmen. Het kasteel ligt op een hoogte in een omhaagd park en werd in zijn huidige neoclassicistische vorm opgetrokken in 1909, met latere uitbreidingen en bepleisterde gevels.

Een groen einde

Het laatste stuk hierna  was nog verrassend mooi, langs de glooiende Brabantse kouters van Asse. Op een van de kleine wegjes had de regen een natuurlijk beekje gemaakt. Even later viel een schoolvoorbeeld van de verpaarding van Vlaanderen te bewonderen. Het allerlaatste stuk daalde met zicht op Asse en via de parking van het sportcentrum naar het park van de Waalborre.

In 1912 liet Karel Alexander de Vis hier een grote villa in cottagestijl bouwen, omgeven door een lusthof met portierswoning, hovenierswoning, moestuin, serres en boomgaard, typisch voor een vroeg-20ste-eeuwse buitenplaats aan de dorpsrand. Geen volwaardig kasteel dus, maar wel speciaal genoeg om als eindpunt te dienen voor deze vierde etappe, vlakbij het station van Asse.

Meer kastelenroute kan je hier vinden: https://fromtheseatothelandbeyond.com/de-kastelenroute/

De beschrijving vind je hier:

En de gpx hier: https://www.wikiloc.com/hiking-trails/kasteelroute-etappe-4-dilbeek-asse-247672781

GR 128.7 Moorsel – Mollem (14.7 km)

🥾 Terrein
Overgangsetappe met veel variatie maar weinig continuïteit: modderige natuurstroken langs beken, lange stukken veld- en buurtwegen, asfalt door dorpen en een kaal winterbos. Technisch eenvoudig, maar door natte ondergrond en weinig rustpunten soms taai.

🏞️ Bezienswaardigheden
Sint-Gudulakapel (Moorsel) – Klein religieus erfgoed, helaas gesloten
Sint-Martinuskerk (Moorsel) – In steigers, bezoek onmogelijk
Waterkasteel van Moorsel – 16e-eeuws kasteel van Karel van Croÿ, enkel zichtbaar vanop afstand
Molenbeekvallei – Het mooiste natuurlijke stuk van de dag, ongerept maar modderig
Abdij van Affligem – Historisch belangrijk, architecturaal wat versnipperd
Kravaalbos – Winterse, kale boservaring; in dit seizoen eerder sober
Mazenzeledries – Historische open ruimte en ontmoetingsplek met bankje
Paddebroeken & Paardenbos – Klein natuurgebiedje vlak voor Mollem

⏳ Afstand & duur
Ca. 13–14 km – ongeveer 3,5 à 4 uur wandelen

⛰️ Zwaartegraad
Licht tot gemiddeld – Geen zware hoogtemeters, maar modder, weinig voorzieningen en lange overgangsstukken maken het mentaal pittiger

⭐ Oordeel
2,5/5

Nadat we de streekGR Groene Gordel na enkele jaren eindelijk hadden getemd, was het voor mijn wandelgezel en ik zoeken naar een nieuw wandelproject waar we ons voor langere tijd zoet mee konden houden. We zochten het dit keer, toch om te beginnen, iets verder en kozen voor de GR 128, de Vlaanderenroute. Deze start eigenlijk in Wissant aan de opaalkust en gaat zo door Vlaanderen naar Aken. Wij gingen echter voor de meest haalbare startplaats i.f.v. openbaar vervoer en begonnen ons GR 128-avontuur in het West-Vlaamse Tielt. Tijdens etappe 7 kwamen we vooral heel wat erfgoed en historische gebouwen tegen die een klein beetje teleurstelden en gespreid her en der mooie natuur in dit eerste deel van de Brabantse Kouters.

Een nieuwe poging

De vorige wandeling werd niet zonder gevolgen afgesloten. De dubbele liesbreuk die bij mijn wandelgezel werd vastgesteld resulteerde in een operatie met bijhorende recuperatie. Vier maand na datum was het moment aangebroken om het nog niet afgewerkte deel van de etappe te vervolledigen. En dus namen we vanuit Halle de trein naar Aalst om vervolgens met de bus in Moorsel dorp aan te komen, ditmaal niet met een mooie blauwe lucht, maar met lichte mist en miezerregen.

Mooie natuur en “net niet”-erfgoed

In Moorsel zelf waren er twee opzienbarende erfgoeduitsmijters. De Sint-Gudulakapel hadden we vorige keer al gezien, maar ditmaal probeerden we ook de Sint-Martinuskerk te bezichtigen. Deze laatste stond helemaal in de steigers. Helaas waren noch de kapel noch de kerk open. Het was de eerste teleurstelling, maar zeker niet de laatste op deze dag die toch een hoog overgangsetappe-gehalte had.

Want al snel volgde er nog meer “net niet”-erfgoed met het waterkasteel van Moorsel. Het werd gebouwd in de 16de eeuw in opdracht van de kardinaal-abt van Affligem Karel van Croÿ. Enkele jaren geleden was het nog het toneel van de indrukwekkende kantentoonstelling vanuit de collectie van Fernand Huts, maar vandaag is het enkel een schim in de verte, met twee poorten die de wandelaar op een goede afstand houden.

Gelukkig werd dit gecompenseerd door een stuk onversneden natuur, het mooiste van de dag, langs de weinig origineel gedoopte Molenbeek. Het was ongerept en lag er, ondanks de relatieve droogte, er al vrij modderig bij. Het bleef weliswaar bij enkele passages waar het opletten was om niet in het diepere stuk te zakken, en niet, zoals in de etappe tussen Wetteren en Oudegem een onvermogen om ongehavend dit stuk te doorkruisen. Na een lang stuk rechte lijn zagen we ons volgend stuk erfgoed in de verte opduiken.

De abdij van Affligem mag dan net niet op de officiële route liggen, maar het zou ergens wel wat stom geweest zijn om de omweg van honderd meter niet te doen. Ook hier is er sprake van “net niet”-erfgoed. Door vernielingen, restauraties en latere aanbouwen is de abdij niet de meest charmante en is het contrast met het historisch belang groot.

Willekeurig gebouwvertier

Na deze korte omweg ging het terug naar de GR 128 zelf, waar we een pad langs weiden en velden namen. De plaatsnaamborden waren duidelijk aan een update toe. In Hekelgem zagen we namelijk nog een exemplaar dat verwees naar sparen bij het Gemeentekrediet. Dit stuk werd opgefleurd door enkele bijzondere en verweerde gebouwen, met als hoogtepunt een schuur uit golfplaten waar een boom een uitweg had gevonden. Op dit stuk was het af en toe zoeken naar memorabele zaken.

Zo waren er nog enkele willekeurige gebouwen die de wandeling kleurden. Aan de schuur was in de verte, door de lichte mist, de kerk van Meldert te zien. Iets verder was er opnieuw een verlaten en verloederde schuur. En niet veel later passeerden we de Koninkrijkszaal van Jehovah’s Getuigen in Asse, wat vooral uitblonk in z’n onopvallendheid en troosteloosheid.

Het karige Kravaalbos

Op papier moest er nog een natuurlijk hoogtepunt volgen. Het Kravaalbos maakte vroeger deel uit van het befaamde Kolenbos en staat in de lente ook gekend voor z’n boshyacintenpracht. Het was dan ook, na een hele hoop veldweg, buurtweg en asfaltweg uitkijken naar een goed bos. We arriveerden er via een kapel met een jaren ’90 zwembadinterieur.

Eens het bos in volgde we opnieuw een stuk dat we ook al hadden gedaan op ons oorspronkelijk wandelproject, de StreekGR Groene Gordel, dat we toen in de omgekeerde richting tussen Mollem en Sint-Kwintens-Lennik aflegden. Vandaag ging het echter noordwaarts en waren de weersomstandigheden ook anders. Hier, in de winter, is het kale bos best wat troosteloos. Gelukkig waren de stammen breed genoeg voor een welgekomen en noodzakelijke plaspauze.

Het Grote Niets van Mazenzele

Ondertussen was het al 13 uur en was er nog geen bakker of supermarkt de revue gepasseerd om proviand in te slaan. Ik had enkele sandwiches met kaas mee die ik al wandelend kon eten, maar mijn wandelgezel moest het voorlopig nog doen met proteïnebars. Toch was er nog enige hoop omdat we nog een dorp moesten passeren, Mazenzele.

We kwamen er via een drukke steenweg en een buurtweg terecht en besloten even richting kerk te gaan, in de hoop dat het centrum iets zou herbergen. Helaas was Mazenzele het centrum van de Absolute Leegte. Kruideniers waren toe, koffiezaken op Google Maps waren ondertussen al verdwenen en zelfs het broodautomaat was op deze willekeurige maandag niet aangevuld. Het werd zo een grote deceptie.

Het dorpje had nog een troef om op tafel te gooien, de zogenaamde Mazenzeledries, twee open plekken met een historisch diverse functie, van markt- en ontmoetingsplaats tot plek waar de plaatselijke schuttersgilde hun pijlen loslaten. Het was misschien niet het meest opzienbarend, maar door het bankje was het wel een ideale plaats voor een laatste pauze, met nog een 4,3 kilometer te gaan tot Mollem.

Eindpunt Mollem

Dat stuk was een overgangsdeel van een overgangsetappe. Een schaap in een schuur van ’t Mazelhof keek ons veelzeggend verveeld aan vanuit een open raam. Daarna volgde nog stukken onverhard pad tussen de velden. Een laatste klein lichtpuntje was het Paardenbos in het natuurgebied(je) Paddebroeken. Hier was het nog opvallend modderig en was het opletten geblazen dat er dicht bij de finish niet nog uitgegleden werd. Het was een laatste outro voor we richting station van Mollem gingen, waar we nog twee modernere maar mooie kerststallen en heel wat plaatselijke versiering passeerden. En zo eindigde deze kortere etappe, het tweede van een tweeluik dat oorspronkelijk een geheel moest vormen.

Meer wandelingen op de GR 128 vind je hier: https://fromtheseatothelandbeyond.com/gr-128-vlaanderenroute/

De kastelenroute 3: Sint-Pieters-Leeuw – Dilbeek

🥾 Terrein
Afwisselend en licht golvend parcours tussen Sint-Pieters-Leeuw en Dilbeek. Eerst vijvers en residentiële zones, daarna veldwegen, modderige paden door natuurgebieden en enkele verharde stukken door woonwijken. Een mix van groen, erfgoed en Vlaamse Rand-architectuur.

🏞️ Bezienswaardigheden
Kasteel van Coloma – Startpunt in een sierlijk park met vijvers
Kasteel Nieuwenhove – 17e-eeuws omgracht landhuis, beperkt zichtbaar
Watertoren van Sint-Pieters-Leeuw – Bijzondere toren uit 1933-34 op een hoogtepunt in het landschap
De Witseboom – Iconische boom uit de tv-reeks Witse
Zeventien Bruggen – Indrukwekkend spoorwegviaduct van meer dan 500 meter lang
Sint-Anna-Pede kerk – 13e-eeuws kerkgebouw, vereeuwigd door Bruegel
Watertoren Chantemerle – Charmante bakstenen toren met houten aanbouw
Brouwerij Timmermans – Oudste lambiekbrouwerij ter wereld
Kasteel Winssinger – 18e-eeuws eclectisch kasteel, grotendeels verscholen
Kasteel de Viron (gemeentehuis) – Neogotisch-eclectisch pronkstuk van Dilbeek
Wolfsputten – 90 hectare natuurgebied met vlonderpad, bossen en open velden

⏳ Afstand & duur
Ca. 16 km – ongeveer 4 uur stappen

⛰️ Zwaartegraad
Licht tot gemiddeld – Enkele korte stijgingen, modderige passages rond Ter Pede, verder vlot en goed bewandelbaar

⭐ Oordeel
4/5

Vlaanderen kent heel wat wandelpaden, maar ook een hele hoop hele, halve, grote en kleine kastelen. Op een blauwe maandag leek het mij leuk om een eigen wandelroute uit te werken die langs deze bijzondere gebouwen en plekken gaat. Tussen droom en wandeldaad staan praktische zaken, maar uitstel is geen afstel. Eindelijk kon ik beginnen aan de kastelenroute. De derde etappe heeft drie kastelen in de aanbieding, waarvan slechts eentje echt te bewonderen is. Maar dit wordt gecompenseerd door mooie natuur, bijzondere gebouwen en het land van Bruegel.

Velden, torens en speciale bomen

Een middellange wandeling tussen Sint-Pieters-Leeuw en Dilbeek klinkt op papier misschien niet zo spannend, maar het was wel de eerste wandeling die ik deed sinds ik vader werd, en bijgevolg de eerste keer dat ik voor langere tijd recreatief uit huis was. Spannend, leuk en af en toe doordrenkt van een klein beetje schuldgevoel, maar gezien de kortere afstand en de nabijheid viel het goed mee.

Deze derde etappe begon aan het kasteel van Coloma, in iets andere weersomstandigheden. Het was wat grauwer, maar gelukkig zou de regen zich beperken tot een beetje gemiezer bij aanvang. Anders dan de vorige keer, waar het begin door wat saaiere landbouwlandschappen ging, was er meteen een mooi stukje langs een vijver. Daarna volgde een residentieel stuk met een passage langs Kasteel Nieuwenhove. Het voormalige Kasteel Nieuwenhove, ook bekend als het Kasteel van Muller, was oorspronkelijk een leen van het Hof van Gaasbeek en gaat terug tot de 11e eeuw. Na verwoesting tijdens de godsdiensttroebelen werd het in 1608 heropgebouwd en bleef het nadien in handen van diverse adellijke families. Vandaag resteert een deels omgracht landhuis in traditionele bak- en zandsteenstijl uit de 17e eeuw, herkenbaar aan de trapgevel en hardstenen omlijstingen. Het is helaas slechts een klein beetje te zien vanaf de straatkant, door de poort.

Even later zie je twee bijzondere elementen. Het eerste is door mensenhanden gemaakt. De watertoren, gebouwd in 1933-1934, ligt op een van de hoogste punten van Sint-Pieters-Leeuw, op 54 meter hoogte. Het tweede is een natuurlijk icoon. Hoewel kaal omwille van de herfst, blijft de Witseboom, bekend van de gelijknamige serie, een herkenbaar zicht ver buiten Zennevallei en Pajottenland.

Het land van Breugel

Na het verlaten van Sint-Pieters-Leeuw, via Vlezenbeek, trok de route Dilbeek binnen. Dit deel is gelinkt aan Bruegel en was enkele jaren geleden nog de plek waar diverse op zijn oeuvre geïnspireerde kunstwerken stonden. Ik passeerde een van deze werken: een windmolen ontworpen uit wapeningsstaal. Vandaag is er nog steeds een Bruegelwandeling met infopanelen over enkele van zijn bekende werken. Maar her en der is meer te zien dan louter namaak, ode of reproductie.

Vooraleer dat te bewonderen was, ging het eerst via een veldweg en het natuurgebied Ter Pede, waarbij het drassige landschap door de voorbije regen best modderig was geworden, naar de Zeventien Bruggen, een opvallende spoorwegviaduct van meer dan 500 meter lang en 18 à 22 meter hoog. Het blijft indrukwekkend om ernaast en eronder te wandelen.

Kort daarna kwam dan de “real deal”: het kerkje van Sint-Anna-Pede. Oorspronkelijk gebouwd in de 13de eeuw en in de 16de eeuw door Bruegel, toen nog als Sint-Annakapel, vereeuwigd in De parabel der blinden, is het een charmante plek. Nog los van de cultuurhistorische waarde is het de moeite om even te passeren. Wie dat wil, kan terecht in een van de kleine cafétjes of brasseries in de buurt.

Een indrukwekkend gemeentehuis

Na een iets minder inspirerend stuk langs asfaltbanen en assistentiewoningen was er even verder weer iets opvallends. Het voormalige domein Chantemerle, aangelegd rond 1900 op het terrein tussen de Kerkstraat en de Itterbeeksebaan, bestond uit een herenhuis met park en diverse dienstgebouwen. Daar is niet meer veel van te zien, maar gelukkig staat er nog een bijzondere bakstenen watertoren met houten aanbouw. Kort daarna passeerde de route ook nog brouwerij Timmermans, ’s werelds oudste lambiekbrouwerij.

Na de grotere Sint-Pieterskerk van Itterbeek, gelegen aan een gezellig pleintje, kwam het volgende kasteel: kasteel Winssinger. Opnieuw was het helaas niet zichtbaar. Het voormalige 18de-eeuwse kasteeldomein van Itterbeek, gelegen aan de Ninoofsesteenweg, werd na een brand in 1789 heropgebouwd en kreeg zijn huidige eclectische uitzicht eind 19de eeuw onder Léopold Winssinger. Van het domein bleven het kasteel, de hoeve met koetshuis en duiventorentje, en enkele bijgebouwen bewaard.

Na een minder charmante passage langs appartementsgebouwen en de Ninoofsesteenweg volgde het hoogtepunt van de dag. Via de hoofdstraten van Dilbeek en de Sint-Ambrosiuskerk doemde het kasteelpark van Dilbeek op, met de Sint-Alenatoren aan een vijver en Kasteel de Viron, vandaag het gemeentehuis, op een groene heuvel. Het neogotisch-eclectische Kasteel de Viron, gebouwd in 1862 naar ontwerp van Jean-Pierre Cluysenaar, werd opgetrokken op de plaats van een vroegere waterburcht.

Natuurervaringen waar Vlamingen thuis zijn

Meteen hierna ging het kort maar stevig omhoog naar het Sint-Alenapark, eerder een volwaardig bos dan een verzameling gras met her en der een boom. Het werd duidelijk dat ondanks het mindere weer heel wat gezinnen van beide groene plekken genoten. De natuurpracht werd even onderbroken door een ander architecturaal bekend stuk Dilbeek: CC De Westrand. Dit cultuurcentrum heeft niet alleen een goede regionale reputatie, het is ook de plek waar de befaamde slogan “Dilbeek, waar Vlamingen thuis zijn” te vinden is.

Na dit intermezzo, eigen aan de Vlaamse Rand, eindigde deze derde etappe met een prachtig natuurlijk hoogtepunt. De Wolfsputten vormen een natuurgebied van 90 hectare, even gevarieerd als uitgestrekt. Kort na de start was het aangenaam wandelen op het uit de kluiten gewassen vlonderpad. De stukken bos werden afgewisseld met open velden met mooie vergezichten. Ideaal voor een kleine tussenpauze.

De Wolfsputten werden verlaten met zicht op een vijver. Het contrast met de drukke Dansaertlaan kon nauwelijks groter zijn. Niet veel later arriveerde ik aan het station van Dilbeek, een kleine 16 kilometer nadat ik in het park van Coloma was begonnen. Hoewel twee van de drie kastelen wat hadden teleurgesteld door hun onzichtbaarheid, viel er heel wat moois te ontdekken: van Bruegeltaferelen tot een gemeentehuis om jaloers op te zijn, en van beekjes en vijvers tot een heus natuurgebied. Erg de moeite!

Meer kastelenroute kan je hier vinden: https://fromtheseatothelandbeyond.com/de-kastelenroute/

De beschrijving vind je hier:

En de gpx hier: https://www.wikiloc.com/hiking-trails/kastelenroute-etappe-3-sint-pieters-leeuw-dilbeek-240506996

GR 128.6 Oudegem – Moorsel (16,0 km)

🥾 Terrein
Een afwisselende tocht langs de Dender, met stukken fietssnelweg, graspaden door de weiden en doorsteekjes langs dorpjes. Enkele industriële zones en verkavelingen wisselen af met natuur langs de rivier en velden. Het traject was door enkele omwegen en een inkorting minder lang dan gepland.

🏞️ Bezienswaardigheden
Sas van Denderbelle – Wandelbrug met doorzichtige platen boven het kolkende water
Sint-Aldegondiskerk in Mespelare – Prachtige kerk met gezellig dorpsplein
Symbool van de Sint-Martinusroute – Langeafstandswandeling van 420 km tussen Utrecht en Tours
Ooievaars bij Gijzegem – Majestueuze vogels in de weiden
Rommelmarkt in Wieze – Lokale sfeer en bedrijvigheid
Vervallen serres – Overwoekerd en melancholisch landschap
Indrukwekkende boom bij Aalst-Rozen – Blikvanger in de velden
Skyline van Moorsel – Eindzicht met kerk, kapel en waterkasteel

⏳ Afstand & duur
± 15 km – door verkorting, ca. 4 uur wandelen

⛰️ Zwaartegraad
Gemiddeld – Geen zware klimmetjes, maar lange vlakke stukken en vermoeidheid door logistieke hindernissen en omwegen

⭐ Oordeel 3,5/5

Nadat we de streekGR Groene Gordel na enkele jaren eindelijk hadden getemd, was het voor mijn wandelgezel en ik zoeken naar een nieuw wandelproject waar we ons voor langere tijd zoet mee konden houden. We zochten het dit keer, toch om te beginnen, iets verder en kozen voor de GR 128, de Vlaanderenroute. Deze start eigenlijk in Wissant aan de opaalkust en gaat zo door Vlaanderen naar Aken. Wij gingen echter voor de meest haalbare startplaats i.f.v. openbaar vervoer en begonnen ons GR 128-avontuur in het West-Vlaamse Tielt. Tijdens etappe 6 werd de wandeling, met een interessante sas, een mooie kerk en plaatselijke sfeerelementen doorkruist door een fysiek mankement bij de metgezel.

Een moeilijke start

Het was logistiek een moeilijke etappe. Door een autotocht naar Dendermonde en vervolgens een treinrit naar startplaats Oudegem, en later van Mollem naar Dendermonde, dachten we de meest efficiënte manier te hebben gevonden om te beginnen en te eindigen. Helaas was dat zonder onze eigen verwarde hoofd gerekend. Het bleek na een tijdje dat we in de verkeerde trein waren opgestapt. Gelukkig hadden we dit door voor we vertrokken. Helaas was onze trein naar Oudegem al gesloten en was het een uur wachten op de volgende. En dus reden we toch naar dat station.

Bij de start volgden we een fietssnelweg (tussen Gent en Mechelen) en passeerden we langs de nieuwe gevangenis van Dendermonde, waar een vrouw net iets onverstaanbaars door de luidsprekers zei. En dan ging het opnieuw mis. Dit stuk van de GR 128 loopt parallel met een deel van de GR5 A, dat ik al eerder wandelde in 2021. Aan de spoorweg zagen we aan onze linkerkant de Rood-witte GR-kleuren en gingen ervan uit dat we dan ook die weg moesten nemen.

We kwamen terecht in een stukje bescheiden natuur en werden even opgeschrikt toen een meisje met haar fiets op de kleine gravelsteentjes viel. We wandelden verder, voorbij een uit de kluiten gewassen rusthuis, een uit de kluiten gewassen internaat en een vijver met vissende Oost-Europeanen. Ik vond het gebrek aan correspondentie met het kaartje in de wandelgids als best verdacht en toen ik op de GPS-app plots zag dat Dendermonde naderde, wisten we dat we verkeerd zaten en de GR5A naar het noorden waren aan het volgen. En dus moesten we even terug. Een tweede streep door onze rekening.

Dendernatuur en -infrastructuur

Eens terug op de juiste GR (en in de juiste richting) kwamen we aan in de Beneden-Dendervallei en meerbepaald in het Bellebroek. We hadden op een anderhalf uur toch al mooi de volle 1,6 kilometer van onze 30 voorziene kilometers gedaan. Er was dus nog best wel wat te temmen. Op deze zonnige zondagochtend waren we trouwens niet de enigen op pad. Er waren heel wat wielertoeristen en een overijverige vrouw nam mij bijna mee in haar enthousiasme. Maar ik kwam er er zonder kleerscheuren of kwetsuren van af.

Gelukkig liet onze eerste echte hoogtepunt van de dag niet te lang op zich wachten. Via een padje met een beekje ging het naar de Dender en kwamen we even later aan bij de sas van Denderbelle. De sas op zich is niet opzienbarend, maar de wandelbrug is wel doorzichtig boven het kolkende water. Het was tevens de eerste plek waar heel wat andere wandelaars en fietsers zich hadden verzameld om te genieten van de zon.

Een knaller van een kerk en afscheid van de Dender

We wandelen nog een stukje langs de Dender en gingen dan richting Mespelare, waar ik van mijn wandeling op de GR5 nog herinnerde dat het niet enkel vanbuiten, maar ook vanbinnen, een bijzonder mooie kerk was. De Sint-Aldegondiskerk staat ook op een heel gezellig pleintje waar het ongetwijfeld leuk vertoeven is op de terrasjes voor zij die wat meer tijd hadden om even uit te rusten.

Daarna volgde een stukje graspad door de weiden. We zagen al sinds enkele etappes af en toe het symbool van de Sint-Martinusroute opduiken, waarbij we verkeerdelijk dachten dat dit een lokale wandelroute was. Omdat we het ook vandaag weer her en der zagen, besloten we het op te zoeken. Tot onze grote verbazing blijkt het een volwaardige wandelroute van maar liefst 420 kilometer tussen Utrecht en Tours te zijn. Het kan zo op de bucketlist.

We kwamen ietsje later aan in Gijzegem, waar de voorbereidingen voor de Bosfeesten, een feest van de plaatstelijke chiro bezig waren. Er was hierna nog een klein stukje langs weiden, waar twee ooievaars het goed leken te hebben, voor we de trap op en af de Wiezebrug namen. Hierna volgde nog een mooi stukje natuur langs de Dender, waarbij we afscheid moesten nemen van onze derde rivier, na de Leie en de Schelde.

Verval van lichaam en serre

Het tweede deel begon met een rare doorsteek door een plek met wat beperkte industrie, maar gelukkig ging het snel opnieuw de juiste richting uit. De vermoeidheid begon wel wat parten te spelen. Het mislopen van een bankje, door vier wandelgrage jongelingen, deed ons noodgedwongen uitwijken naar de bakstenen muur van een bruggetje.

Dan bleek dat de lies van mijn wandelgezel de extra kilometers wat minder goed verteerde. Dit was het resultaat van een padeltoernooi de dag ervoor, waarin de tweede ronde net niet werd gehaald door een nederlaag met twee punten tegen Unibox, toen de voorlaatste. En dus beslisten we om wandelvertier boven ego te plaatsen en de wandeldag van 30 kilometer (met op dat moment nog 19 kilometer te gaan, in te korten tot een goede 15. Geen overbodige luxe, want twee dagen later bleek dat de opstekende pijn werd veroorzaakt door een liesbreuk. Dit gaf met terugwerkende kracht de nodige heroïsche saus aan deze wandeldag.

We moesten dus nog van het laatste stuk maximaal genieten. En er waren nog wel enkele opvallendheden. Bij aankomst in Wieze moesten we langs de plaatselijke rommelmarkt gaan. Ietsje verder botsten we op enkele vervallen en overwoekerde serres. Een bijzonder zicht. Daarna volgde een gravelpad tussen de velden, waarbij de zon toch ietsje meer brandde dan op voorhand gedacht. In Herdersem waren er dan weer vooral gespreide verkavelingen en paarden te zien.

Grote bomen en een nieuwe skyline

Het laatste stukje natuur werd geserveerd in een mooi stuk door de velden met hoge gewassen en een indrukwekkende boom. En daarmee kwamen we opnieuw in de bebouwde wereld, via de buitenwijk Aalst-Rozen, waar de GR5A richting Aalst-centrum trok en de GR 128 de andere kant koos. Wij namen dus het fietspad langs achtertuinen, met enkele agressieve chihuahua’s, en vervolgens een fietspad waar het continu uitwijken was voor de fietsers die uit beide kanten kwamen. Eindigen deden we met een kort stukje met zicht op de skyline van Moorsel, bijna zo indrukwekkend als deze van Wetteren. En daar, vlakbij de kapel, de kerk en het waterkasteel, namen we de bus naar Aalst en vervolgens naar Oudegem, na een wandeletappe die heel anders was verlopen, maar opnieuw veel te bieden had.

Meer wandelingen op de GR 128 vind je hier: https://fromtheseatothelandbeyond.com/gr-128-vlaanderenroute/

Meer wandelingen op de GR5 A vind je hier: https://fromtheseatothelandbeyond.com/gr-5a-wandelronde-van-vlaanderen/

GR5A.5 Flobecq – Ronse (18,0 km)

🥾 Terrein

Afwisselende etappe van Waals platteland naar Vlaamse Ardennen, met vier grote bosdoortochten (Brakelbos, Pottelberg, Sint-Pietersbos, Muziekbos), rustige landbouwwegen, korte passages door dorpen en enkele pittige klimmetjes naar getuigenheuvels. Afwisseling tussen grind, asfalt, bos- en graspaden.

🏞️ Bezienswaardigheden

Brakelbos – Sfeervol bos met beekjes, vlonderpaden en mooie lichtinval
La Houppe & Hoppeberg – Gezellige ontmoetingsplek voor wandelaars en fietsers
Pottelberg – Bosrijke heuvel met holle wegen en eerste vergezichten
Sint-Pietersbos – Rustige groene parel met houten wandelpad
Muziekbos & Muziekberg – Kruispunt van GR’s, bekend om zijn uitzicht en sfeer
Geuzentoren – 19e-eeuwse folly, plus grafheuvel uit de Bronstijd
Ronse – Historisch centrum met Hoge Mote en indrukwekkende basiliek

⏳ Afstand & duur

± 21 km – Circa 5,5 uur inclusief pauzes

⛰️ Zwaartegraad

Gemiddeld – Enkele pittige klimmetjes, maar voldoende vlakke stukken voor herstel

⭐ Oordeel 4,5/5

Ons land kent heel wat GR’s. En blijkbaar kunnen we zelfs claimen de langste luswandeling van Europa op ons grondgebied te hebben. De GR5 A (de link met de GR5 is mij een raadsel) is ook gekend als de wandelronde van Vlaanderen en wandelt de grens van Oost- en West-Vlaanderen af, goed voor 582 km wandelplezier. Na een onverklaarbaar lange periode vond ik de gelegenheid (of de intentie) om een vervolg te breiden aan deze tocht. En die bracht mij naar de bossen en de getuigenheuvels van de Vlaamse Ardennen.

Een mooie start

De weg naar Flobecq begon al opvallend mooi. We reden tussen Lessines en Ath onder een bomenrij die bijna kon concurreren met de befaamde Dark Hedges in Noord-Ierland, maar dan wel in een variant op het Waalse platteland. Na een lang stuk door het veranderende landschap moesten we ons op een iets minder aangename weg meanderen langs bochten en wielertoeristen die met wisselend succes de steiltegraad probeerden te temmen.

Vanop de parking is het meteen een gravelpad in dat op en neer gaat tussen de koetjes en de kalfjes, die gelukkig achter een draad staan. Er waren ook veel gewone wielertoeristen en her en der ruiters te paard. Ik was dus zeker niet alleen toen ik het Brakelbos inging, het eerste van vier volwaardige bossen die deze vijfde etappe te beiden heeft.

Druk in het bos

Na een stuk asfalt moet een bospadje niet links gelaten worden maar wel worden genomen om het bos in te gaan.  Aan de ingang stond een groep ruiters verzameld, waarvan een van de paarden plots een nerveuze beweging maakte. Gelukkig was ik er al even gepasseerd. Het Brakelbos zelf is een erg leuk bos, met enkele beekjes en korte stukken vlonderpaden. Aan een van de beekjes staat een mooie boom met een strategisch geplaatst bankje. Even verder leert een wegwijzer mij dat het nog 180 kilometer is tot aan De Panne.

Op dit uur van de dag was de lichtinval in het bos prachtig. Ook de rust viel heel vaak goed mee. Tot de rust even verstoord werd door een tweespan, en niet veel later een stel dolle honden die richting de paarden blaffen. Wat verder komt de GR langs het kleine gehuchtje La Houppe, waar twee brasseries zorgen voor een verzamelplaats van wandelaars, fietsers, ruiters en motards. Voor mij was het echter te vroeg om al de dorst te lessen. Ik ging rechtdoor tot op de feitelijke Hoppeberg (148 meter).

Van ”berg” naar “berg”

Nog hoger was het op de Pottelberg (159 meter), met ook een gelijknamig bos, en aan de ingang een brasserie, sportvelden en een zendmast. Ook dit was opnieuw een mooi bos, met een holle weg en bomen die een erehaag vormden. Eens uit het bos kwamen de eerste vergezichten. De GR zelf volgde wel een asfaltweg langs eclectische huizen en even later een veldweg parallel met de baan. Een klein stukje volgt de weg zelf, maar dat was gelukkig maar kort.

Daarna volgde een klein stukje bos, dat duidelijk overstromingsgevoelig is, maar gelukkig met het weer geen probleem vormde. Er volgde opnieuw een stukje langs huizen en daarna een landbouwweg in. In een nieuwe bescheiden passage door een bos, dook plots een trap op, gelegen op een stuk dat niet op de Atlas (der buurtwegen?) stond en waarbij de gemeente Ellezelles zich onttrok van alle verantwoordelijkheid. Bijzonder. Gelukkig kwam ik er ongeschonden uit en na een kilometer tussen de akkers en weiden en het oversteken van een drukke steenweg was het gedaan met de onaangename paden. Au revoir Pays des Collines, hallo Vlaamse Ardennen.

A lunch with a view

De asfaltweg hier ging al meer op en neer, met glooiingen rondom. Een smal pad ging richting het Sint-Pietersbos. Het naderde op dat moment al 13 uur en het was al even zoeken naar een bank of andere geschikte lunchplek. Gelukkig botste ik vlakbij de ingang op een ligbank met prachtig zicht. Het Sint-Pietersbos zelf was een leuk voorsmaakje op het laatste bos van de dag. Het viel op dat er meer en meer wandelaars onderweg waren. Na een breed stuk gras, ging de GR langs een prachtige rij bomen en vervolgens kriskras door het bos. Hoogtepunt hier was een leuk houten pad waar sommige planken wel wat meegaven. Van daaruit was het gestaag klimmen naar de Muziekberg (145 meter)

Folly’s en wandelgekte

Nu was het echt het Muziekbos in, het vierde bos van de dag al, maar ook het laatste. Hier kwamen verschillende GR’s samen, met op de kruising ook nog de GR 129 Dwars door België en de StreekGR Vlaamse Ardennen. De stilte werd even verstoord door de plotse muziek en het gepraat en gekletter van brasserie Boekzitting. Hierna was ik even de weg kwijt. Het hielp niet dat een groep met een hond zelf overal naar toe draalden. Maar het bleek dat ik 1 pad te links was ingeslagen en na de rechtzetting kwam ik dan toch aan op de Muziekberg.

Een tweehonderd meter verder nam ik een sidetrack naar de Geuzentoren, een folly uit de 19de eeuw. Op de top van de toren kregen de Vlaamse Ardennen ook hun naam, door de dichter Pol De Mont die verwonderd was over het uitzicht. Ietsje verder ligt er ook nog een grafheuvel uit het Bronzen tijdperk. De mini-omweg meer dan waard! Het laatste stuk van het Muziekbos was ik plots alleen en kon ik nog genieten voor ik definitief het open terrein indook.

Richting Ronse

De Vlaamse Ardennen waren nu zichtbaar, met in de verte ook al de basiliek van Ronse. Hier neemt de GR een pad langs een spoorwegberm en zo een fietspad waar industrieel erfgoed zorgt voor een lokale toets. Het eindigt in het centrum van Ronse, met historisch erfgoed. De Hoge Mote is een voorsmaakje voor de indrukwekkende basiliek, dat deze titel pas ontving in 2019. Een mooi slot voor een etappe langs getuigenheuvels en bossen.

Meer wandelingen op de GR5A vind je hier: https://fromtheseatothelandbeyond.com/gr-5a-wandelronde-van-vlaanderen/

Groene wandeling 4: Sint-Agatha-Berchem – Vorst (17,8 km)

🥾 Terrein

De stedelijke context ontmoet het randstedelijk groen. Een wandeling van contrasten: tussen stationswijken, tuinwijken, industrie, natuurreservaten en het Pajottenland. Afwisselend pad: grind, kasseien, asfalt, gras, en bospaadjes. Tamelijk vlak, met enkele lichte glooiingen.

🏞️ Bezienswaardigheden

Zavelenberg – Groen stiltegebied pal naast het station
Kattebroek – Rustige, natuurlijke enclave tussen woonwijken
Tuinwijk Moortebeek – Coöperatieve wijk met kleurrijke, karaktervolle huizen
Tuinwijk Goede Lucht – Minder charmant, maar boeiende straatnamen
Luizenmolen – Replica van de 19e-eeuwse windmolen
Neerpede – Anderlechts opleidingscomplex + vijver met lunchplek
Ketelhoeve – Inspirerend duurzaam voedseproject
Vogelzangpark & -beek – Rustig park met vijvers, bankjes, natuur en collectief groen
Natuurreservaat Vogelzangbeek – Ongetemde natuur met netels
Kanaal Brussel-Charleroi – Bekend zicht, met terras en sluizencomplex
Zenne & Industrielaan – Ruwe industriële afsluiter voor terugkeer naar Vorst

⏳ Afstand & duur

± 20 km – Circa 4 à 5 uur inclusief pauzes en omleidingen

⛰️ Zwaartegraad

Licht – Weinig hoogteverschillen, wel af en toe stukken asfalt

⭐ Oordeel 3,5/5

Onze hoofdstad wordt vaak nogal meewarig bekeken en komt niet altijd even goed in het nieuws. Na het temmen van de streekGR Groene Gordel rond Brussel leek het mij dan ook leuk om de Groene wandeling door Brussel af te wandelen. Meer info kan je alvast hier vinden. Het laatste deel van vier etappes vertrekt in Sint-Agatha-Berchem om de luswandeling te vervolledigen in Vorst, aan het station Vorst-Zuid.

Gespreid groen

Van het drukke station Sint-Agatha-Berchem, waarbij de lege lachgasflessen en de wat vreemd ogende sujetten opvielen, ging het al snel langs de groene, omheinde weide van de Zavelenberg. Kort daarna ging het naar een nette woonwijk en niet veel later een iets minder aangename drukke weg. De oude stationswinkel was omgetoverd tot een “vape shop & more”, een teken van de tijd.

Na de drukke baan voerde een kort grindpad langs een droge Molenbeek, middenin een woonwijk en zo naar Kattebroek, een groen gebied met weilanden, rietvelden en bosjes. Daarna passeerde de Groene Wandeling aan een van de vele volkstuintjes die onderweg te bewonderen zijn, de volkstuinen van de Oude Pereboom, aangelegd in 2010. Tussen twee begraafplaatsen door, deze van Koekelberg en Sint-Agatha-Berchem, ging het het Wilderbos in. Na opnieuw een woonwijk volgde al snel het Scheutpark, een grindpad met wat groen en zicht op woontorens, een constant beeld op deze luswandeling.

Van wijk naar wijk

In het volgende deel bleef de bebouwing ook nooit ver weg. De Groene Wandeling klom omhoog en zo naar rechts, langs een bomenlaan. Vervolgens deed het de tuinwijk Moortebeek aan. Deze wijk werd in 1921 aangelegd vanuit een coöperatieve en heeft herkenbare huizen in licht crèmegeel en oranjerood. Erg de moeite! De verscheidenheid aan architectuur zette zich door, met appartementen in verschillende stijlen, van zielloze, verouderde woontorens tot pogingen tot aangename, modernere architectuur.

Nog een wat zielloos intermezzo kwam er aan Westland Shopping Center. Daarna kwam de tweede tuinwijk, Goede Lucht, van dezelfde coöperatieve als deze van Moortebeek. Hoewel de wijk minder aansprak, onder andere door de werken aan de straat die hierdoor open lag, vielen de straatnamen op, met Geestdriftstraat als opvallendste. Helaas stond het een beetje in contrast met de huizen zelf. Eens uit deze wijk begon een nieuw stuk.

Brussels Pajottenland

Want hier kwamen we in het Brussels Pajottenland, met kasseiwegen en glooiingen en in de verte de Luizenmolen, oorspronkelijk uit 1864, maar vandaag is de kopie uit 1996 te zien. Een omleiding zorgde voor wat onverwachte extra kilometers, die leidde naar de ingang van Neerpede, het opleidingscentrum van Anderlecht. Iets later, aan de plaatselijke vijver, was het ideaal om te lunchen. Hier raakte ik even aan de praat met een uithijgende man die me vroeg hoeveel meter ik dacht dat het tot de volgende bank was. Mijn gok (40 meter) was best ok (het was 36 meter volgens zijn compagnon). Het bleek te zijn zodat hij wist hoeveel hij naar de bank daarna moest overbruggen, want toen ik vertrok zat het tweetal daar.

Ik passeerde even later aan de Ketelhoeve, een project waarbij 4 vzw’s een plaatselijke hoeve uitbaten in het kader van circulariteit en duurzame voedseltransitie. Het zag er gezellig en inspirerend uit. Maar ik moest mijn tocht doorzetten en wandelde onversaagd langs de fermettes en villa’s die wel heel herkenbaar aandeden. Hier sijpelt de Vlaamse Rand Brussel binnen. Na een kapel en een schijnbaar gevaarlijk golfterrein, dat ik ongeschonden passeerde, moest ik langs de gigantische site van het Erasmusziekenhuis en het instituut Jules Bordet. En daarna was het weer groen op de Groene Wandeling.

Park en natuurreservaat

Via een zijweg onder de bomen ging het langs de Vogelzangbeek en zo naar het gezellige Vogelzangpark, met vijvers en een hele hoop bankjes en rustplekken. Ook hier zijn de hoge appartementsgebouwen aanwezig, maar ook heel wat collectief groen. Een rood-wit lint gaf opnieuw een omleiding aan en dus moest ik een tweehonderd meter extra doen en zo via een tweede vijver naar een kasseiweg.

Daarna volgde nog een laatste groene hoogtepunt met het natuurreservaat van de Vogelzangbeek, een stukje onversneden natuur, waarbij het ietsje meer ruimte kreeg om te woekeren en ik zo her en der (onsuccesvol) netels moest omzeilen. Plotseling botste ik op een gekende plek, de Bergensesteenweg, de Ikea links van mij, het bord van shopping Pajot rechts van mij, een ware mindfuck. En eens de drukke baan overgestoken was ik weer in het groen, met zicht op de koeltoren van Drogenbos. Het einde was in zicht.

Kanaal en industrie

Dat laatste stuk was langs een ander gekend ijkpunt, het kanaal Brussel-Charleroi, dat ik quasi elke dag op de een of andere manier passeer in Halle. Dit was blijkbaar de linkeroever van de Haven van Brussel, waar mensen waren verzameld op het terras van Le Cercle de Régats. De overkant was te bereiken via de sluis van Anderlecht. En in lijn van de wandeling van vandaag, was er nog een laatste omleiding.

Deze leidde vooral naar industrie, met heel even een glimp op de Zenne. En na de industrie volgde de Industrielaan een druk weg met garages, bedrijven en het Brusselse Center for Food Expertise. Na een kleine doortocht door Vlaams-Brabant, meerbepaald Drogenbos, wandelde ik terug, Brussel in, namelijk naar Vorst en bevond ik mij op eindplek, die ongeveer anderhalf jaar geleden de startplek was van mijn rondtocht door Brussel, het station van Vorst-Zuid

De eindconclusie

De Groene Wandeling doet wat het moet doen, je met andere ogen naar Brussel doen kijken. En toch ook weer niet helemaal. Want in elke etappe had je wel de dualiteit, voor elke verrassing werd een stereotype gedachte over de hoofdstad bevestigd. Maar het was een boeiende toch van iets meer dan 57 kilometer, in vier etappes, langs parken en bossen, wijken en buildings, rivieren, kanalen, beekjes en vijvers en vooral boeiende architectuur en geschiedenis. Een aanrader voor wie graag vlot bereikbare en korter etappes zoekt en zo ook eens Brussel met de ogen van een wandelaar wil zien.

Wil je nog meer wandelingen op de Groene Wandeling? Deze kan je hier vinden: https://fromtheseatothelandbeyond.com/groene-wandeling-brussel/

Etappe 13: Vorden – Zelhem (17 km)

🥾 Terrein:
Een kortere etappe van ongeveer 17 kilometer, licht glooiend en met een mix van zandwegen, bospaden en wat asfalt. De natte bodem zorgde her en der voor plassen en modder, maar de route bleef goed begaanbaar. Opvallend weinig zitgelegenheid onderweg, wat op termijn wel wat begon te wegen.

🏞️ Bezienswaardigheden:

  • Kasteel Vorden – niet toegankelijk wegens antiekmarkt, maar nog steeds een mooie start
  • Boomkathedraal & veenbeek – natuurlijke poëzie aan het begin van de route
  • Windmolen in Linde – draaiend, met rustpunt; klassiek Hollands intermezzo
  • Huis ’t Zelle – fraai landgoed met oprijlaan en zevensprong
  • Vingerhoedjesbos – lunch op een boomstam tussen bloeiende vingerhoedskruid, Droomvluchtwaardig
  • Zelhem & Café De Smoks – symbolisch einde met een heksentwist en een goed glas

Afstand & duur:
17 km – een mediumlange etappe. Voorzie 4 tot 5 uur effectief wandelen, lunch- en danspauzes niet meegerekend

⛰️ Zwaartegraad:
Licht tot matig – qua afstand goed te doen, maar gebrek aan rustplekken en lichte modder maakten het net iets uitdagender dan verwacht

Oordeel: 4/5

Na de dubbele etappe was er nu een kortere voorzien van ongeveer 17 kilometer. Dag vroeg om een goed maar wat meer ingetogen ontbijt in het bijzonder en wat ouderwets stijlvol interieur van hotel Bakker. Het was blijkbaar ook de vergaderzaal van de Rotary van Vorden. We konden dus wat meer onze tijd nemen en omstreeks kwart voor 10 checkten we uit voor etappe 4. We waren nu ook officieel begonnen aan het tweede deel van LAW 9, het Pieterpad, en dus met de tweede wandelgids.

Kastelen, molens en boomkathedralen

De wandeldag begon al meteen met een mooie rondgang lang het kasteel van Vorden. Hier was een curiosa en antiek fair in de kasteeltuin dus we konden er niet te dicht bijkomen. Maar het uitzicht was zelfs vanop een afstand best de moeite. Niet veel verder vormde een rij bomen een kathedraal en lag een veenbeek vrij uitgedroogd maar geurig te kabbelen.

Een volgend hoogtepunt was te vinden in Linde, waar een windmolen trots aan het draaien was, naast een rustpunt. Meteen erna doken we een weide in en vervolgens zo een leuk bos in, waar de sporen van de regen van de voorbije periode zichtbaar werd in plassen en her en der wat modder. Maar gelukkig niets om van uit te glijden.

In de verte zagen we Huis ’t Zelle, statig met een laan aan een zevensprong. En iets later passeerden we aan een recreatieterrein in Varssel, maar het kwam net iets te vroeg om te pauzeren voor een lunch en dus was het eerder een kleine zitpauze en voor de liefhebber de mogelijkheid om wat speeltuintuigen uit te proberen.

Een bom in een bos

En dan wandelden we enkele kilometers door een nog aangenamer bos. Onkarakteristiek voor het Pieterpad was er weinig zitgelegenheid, wat ons parten begon te spelen gezien het uur. Hierdoor werden we gedwongen te lunchen op een omgevallen boomstam, vlakbij een boom met vingerhoedjes. Een tafereel dat zo uit de Droomvlucht leek te komen.

En dan kwam de Pieterpad-vloek weer naar boven. Bij het opzoeken naar de busuren kregen we het bericht dat door de stakingen in andere delen van het land onze trein van de dag erna opnieuw niet zou rijden. Hierdoor moesten we opnieuw improviseren. De bus van Braamt naar Ommen leek weinig praktisch om te nemen, zeker met een wandeling en nog een autorit naar huis voor de boeg. En dus besloten we om, helaas, onze laatste wandeldag te annuleren en al vroeger opnieuw naar Ommen te gaan.

Heksen in de Achterhoek

Onze weemoed drukten we geheel willekeurig weg met een dans in het bos op de tonen van Vaya Con Dios. Gelukkig was er niemand in de buurt. Hierna was het nog een goede 5,5 kilometer, waarna we nog een laatste stuk in het bos en vervolgens via zand- en asfaltwegen naar Oosterwijk en niet veel later het centrum van Zelhem aflegden.

Hier dronken we nog een laatste keer iets, in Café De Smoks, genoemd naar een plaatselijke heks. Er was van hieruit een bus naar Doetinchem (shout out naar Stadshotel de Graafschap die onze overnachting onverwacht kosteloos annuleerde door omstandigheden) en de trein richting Ommen. Het was een beetje van een nostalgietrip met een verblijf in Hotel de Zon en pizza in restaurant Felice, net als vorig jaar. Gewoontedieren…

Einde #3

En daarmee zat onze derde toch op het Pieterpad er onverwacht een dag eerder op. Het was wel opnieuw een topervaring. Het weer was iets minder goed, maar dat gaf sommige stukken iets memorabel. Er was mooie natuur, met Nederlandse bergen, waterlopen en kanalen, kastelen, landhuizen en windmolens. Maar vooral weer veel ruimte voor goede gesprekken en leuke ontmoetingen.

Meer wandelingen op het Pieterpad vind je hier: https://fromtheseatothelandbeyond.com/het-pieterpad/

Etappe 12: Holten – Vorden (29 km)

🥾 Terrein: afwisseling van asfaltwegen, onverharde landbouwwegen, bospaden; grotendeels vlak

🏰 Bezienswaardigheden:

  • Huis Verwolde (1776)
  • De Dikke Boom (oudste/dikste eik van Nederland)
  • Villa De Binnenhof (voormalige pastorie)
  • Kasteel Enzerinck (1826)
  • Landhuis het Bramel
  • Herdenkingsplek familie Van de Borch van Verwolde

🗺️ Afstand : ±29 km in totaal (Holten – Laren – Vorden), goed voor een volle wandeldag

⛰️ Zwaartegraad: gemiddeld tot pittig (door de lengte en het weer)

Oordeel: 3/5

Ontbijten met actua

Vandaag combineerden we volgens de officiële route 2 etappes omdat deze respectievelijk 15 kilometer en 13,5 kilometer zijn en het ons jammer leek om 3 kortere dagen te hebben. We hadden de Sallandse Heuvelrug nu zo goed als achter ons gelaten en doken een nieuw stukje Nederland in, de Achterhoek. Er waren geen “bergjes” meer, maar lange wegen langs boerderijen, hoeves en nog beter, landhuizen en kastelen.

We begonnen al om 7u30 aan ons ontbijt, geserveerd door de Dorothée, waarbij we ook de Nederlandse actualiteit, zoals de stakingsaanzeggingen bij het spoor, de pensioenhervorming en de aantrekkingskracht van Geert Wilders, overliepen. Het was smakelijk en vulde goed. Zo stonden we klaar voor de trein van 9u00, die ons naar Holten bracht. De eerste sub-etappe ging van Holten tot Laren.

Kletsnat

De weersvoorspelling was zeer verraderlijk en al snel bleek dat het wisselvallig zou worden. Het eerste stuk langs onverharde landbouwwegen viel mee, maar op een asfaltbaan met brug en vervolgens halvelings tussen de bomen begon het stevig te regenen, het soort slagregen dat je binnen de minuut kletsnat maakte.

De bomen langs het Schipbeek zorgden soms voor beschutting en soms voor extra druppels, vooral bij een windvlaag. Even verder was er gelukkig een rustpunt, waarbij een bushokje was voorzien van een kerkbankje en in de kiosk in de buurt kon je koffie krijgen, ideaal om even op adem te komen en wat droger te worden.

De dikste boom van Nederland

Hierna volgde een stuk door het bos, waarna de eerste keer een kasteel werd gespot, namelijk huis Verwolde, in deze vorm gebouwd in 1776, waar een vrouw in 18de eeuwse kledij met een hond kwam voorbij gewandeld, waardoor we even gedesoriënteerd waren over een eventuele tijdreis. Verder stond er ook een heel mooi gekerfde uil.

Iets verder namen we een korte zij-uitstap naar de zogenaamde Dikke Boom, een naam die niet echt gestolen is. Maar de eik van een goede 500 jaar heeft wel zijn beste tijd gekend en ziet er toch een beetje uit alsof hij stilaan aan het sterven is. In ieder geval, het is wel de dikste boom van Nederland en in die hoedanigheid wel een leuke must om tijd voor te maken.

Nog voor we Laren binnenwandelde, kwamen we langs een 18de eeuwse pastorie, in de 19de eeuw omgevormd tot een villa genaamd De Binnenhof. Het was ietsje minder spectaculair dan huis Verwolde, maar wel een leuk ijkpunt aan het einde van onze eerste sub-etappe. Kort daarna arriveerden we namelijk in Laren, waar we aten aan de Kerk en leerden over een telg van de adellijke familie Van de Borch van Verwolde, die als verzetsman bij de slachtoffers van de tweede wereldoorlog werd vermeld.

Gevaarlijke toestanden

Na deze tussenstop begonnen we aan het tweede subdeel, de 13,5 kilometer tussen Laren en Vorden. Dit ging via asfaltwegen naar Groot Dochteren en zo naar het kanaal van Twente. Het weer viel mee, maar er was een andere dreiging op komst. Kort na het kanaal was er een plotse, hardnekkige aanwezigheid van een potentiële nummer 2, vermoedelijk een effect van de all you can eat tapas van de dag ervoor.

Een rustpunt leek even redding te brengen, maar hier was geen toilet te bespeuren. Het begon er dus steeds minder goed uit te zien. Het begon dan ook waarschijnlijker te worden dat ik over de gracht moest gaan en mij even subtiel aan de kant moest zetten, tot er een bevrijdend bordje stond dat de belofte van een theehuis met zich meebracht. En zo geschiedde. Het Theepad kwam als geroepen.

De eindmeet

Na nog een stuk bos en een klein stukje weide, ging het via een laantje en een vijver naar het derde kasteel, namelijk het Enzerinck, een buitenplaats uit 1826 in neoclassicistische stijl. Daarna was er nog, last but not least, landhuis het Bramel. En dan was het goed voor vandaag. We strompelden na 1,7 kilometer naar station Holten en een goede 29 kilometer tussen Holten en Vorden dat laatste dorpje binnen. Het was best een gezellig plekje met een leuke tuinkamer in hotel De Bakker. Zo waren we best al goed gevorderd in de Achterhoek. En klaar voor opnieuw een buffet, maar dit keer Chinees.

Meer wandelingen op het Pieterpad vind je hier: https://fromtheseatothelandbeyond.com/het-pieterpad/