Via Brabantica

Alle wegen leiden naar Rome. Heel wat wegen naar Compostella. Het is geen echt gezegde, of dat denk ik toch, maar het is wel een waarheid als een koe. Vanuit de verschillende windstreken kun je op pelgrimstocht gaan via een netwerk van intergeconecteerde routes, op z’n old skool gedoopt tot Vias.

Pelgrimsroutes door België

Het is dus niet onlogisch dat ook België heel wat verschillende routes kent, die hoofdzakelijk vanuit Nederland, maar soms ook vanuit Duitsland richting Frankrijk trekken, om daar aan te sluiten op Franse pelgrimwegen. Van west naar oost heb je respectievelijk de Via Yprensis (vanuit Ieper), de Via Brugensis (vanuit Brugge), de Via Scaldea (van Vlissingen naar Reims), de Via Tenera (van Breda naar Saint-Quentin via de Denderstreek en Henegouwen), onze Via Brabantica (waarover zo meteen meer), met aftakking Via Lovensiensis, de Via Monastica (van het Nederlandse Vessem naar Rocroi in Frankrijk) en tot slot de Via Arduinna (vanuit Aken). Waar je ook woont in België, er is meestal wel een weg naar Compostella relatief dichtbij.

De Via Brabantica

Voor mij is de meest nabije camino dus de Via Brabantica, aangezien deze dwars doorheen Halle gaat. Dit is geen toeval, het is namelijk zelf een vrij populair (naar Belgische normen) bedevaartsoord dankzij z’n basiliek met Zwarte Madonna. Maar voor je in de Zennestad terechtkomt zijn er best nog wel wat kilometers af te leggen.

De Via Brabantica vertrekt waar twee Nederlandse Jakobswegen Thuredrecht  (vanuit Den Haag) en Amsvorde (vanuit Uithuizen in Noord-Nederland) eindigen. Officieel kan je beginnen in of Bergen-op-Zoom of in Breda. Wie wil starten in België doet dit qua etappe vanuit Kapellen. Van daaruit gaat het, niet echt verrassend voor een groot stuk door het historische hertogdom Brabant en het huidige Vlaams- en Waals-Brabant.

Het doet enkele grote steden aan, zoals Antwerpen, Mechelen en Brussel, naast kleine dorpen. Eens het in Wallonië duikt komt er al meer onontgonnen terrein aan te pas, met vermoedelijk ook wat meer typische Waals-Brabantse en Henegouwse plattelandswegen. In Nijvel komt het samen met de Via Gallia Belgica en wordt het daar ook soms zo gedoopt. Helemaal speciaal wordt het wanneer het de grens met Frankrijk oversteekt waarna het na enkel etappes eindigt in Saint-Quentin, waarna de Via Francigena naar Reims te volgen is.

Langs ijkpunten en gekende paden

Het mooie aan de Via Brabantica is dat het nieuwe ontdekkingen combineert met gekende plaatsen. Soms zijn dit plekken waar ik gewoon al eerder op een wandeling (of gewoon zo) ben terechtgekomen. Maar soms gaat het ook over plaatsen met een grotere betekenis, namelijk waar ik heb gewoond (Zemst), waar ik ben geboren en heb schoolgelopen (Mechelen) of waar ik vandaag woon (Halle). De afwisseling tussen het gekende en het ongekende en tussen plekken met en zonder en met oude en nieuwe betekenis is een meerwaarde op deze route.

Maar los van de individuele plekken, zorgt het ook voor het hernemen van bekende wandelroutes, hoofdzakelijk de StreekGR Groene Gordel, de Groene Wandeling door Brussel en de ronde van Waals-Brabant bijvoorbeeld. Maar ook individuele wandelingen zoals de luswandeling van Lembeek naar Kasteelbrakel. Hoe dieper in  het zuiden, hoe meer het terrein onontgonnen is.

De weg, het doel en de bestemming

Deze tocht verschilt van het andere wandelproject, de kastelenroute. Dat is een thematische wandeling met een vooraf vastgesteld narratief, wat ik overigens ook alleen wandel. Daar is de route op zich, samen met de geselecteerde kastelen, dan ook de duidelijke leidraad. De Via Brabantica fungeert eerder als kapstok. Het wandelen is hier niet zozeer het doel, maar door het gezelschap en de pelgrimscontext eerder het middel.

De keuze voor het gezelschap is dan ook bewust. Ik wil de weg zo veel mogelijk delen met anderen: vrienden, kennissen, misschien zelfs mensen die speciaal voor de gelegenheid samen op pad willen. Dat maakt de gesprekken anders. Of het nu gaat over grote of kleine dingen, wereldzaken of kleine bekommernissen, het is wat zich aandient.  In die zin ontstaat er onderweg een soort mini-pelgrimservaring: misschien niet altijd groots of verheven, maar steeds vertrekkend vanuit ontmoeting en beweging.

De kastelenroute 4: Dilbeek – Asse

🥾 Terrein

Overwegend verhard en halfverhard, met korte maar soms modderige natuurstroken langs beken en door weiden. Enkele obstakels door natte ondergrond, omgevallen bomen en vlonderpaden. Hoogtemeters zijn beperkt, maar de afwisseling tussen dorp, verkaveling, veldweg en park maakt het een dynamische overgangsetappe met een stedelijk randkarakter.

🏰 Bezienswaardigheden

Wivinaklooster & Wivinapark – Rustige start met zorgnieuwbouw
Wivinakapel – Charmant vertrekpunt van een modderig maar sfeervol beekbos
Kasteel De Verlosser – Eclectisch 19de-eeuws landhuis, vandaag woonzorgcentrum
Kasteel La Motte – Neoclassicistisch kasteel op oude motte
Steenvoordebeek & waterbekken – Natte natuurzone met vlonderpad en drassige passages
Kasteel De Mot – Bescheiden 18de-eeuws kasteel, geïntegreerd in het gemeentehuis
Kasteel Kruikenburg – Middeleeuws waterkasteel, absolute blikvanger
Kasteel Nieuwermolen – 15de-eeuwse waterburcht, zichtbaar vanuit de velden
Kasteel Hoogpoort – Neoclassicistisch kasteel op een hoogte, omgeven door park
Waalborrepark & villa – Cottagevilla uit 1912, geen kasteel maar een waardige afsluiter

⏳ Afstand & duur

Ca. 18 km – ongeveer 4 à 4,5 uur wandelen

⛰️ Zwaartegraad

Licht – Geen technische moeilijkheden, maar modder, obstakels en enkele minder aangename verbindingsstukken vragen wat doorzettingsvermogen

⭐ Oordeel

4/5

Vlaanderen kent heel wat wandelpaden, maar ook een hele hoop hele, halve, grote en kleine kastelen. Op een blauwe maandag leek het mij leuk om een eigen wandelroute uit te werken die langs deze bijzondere gebouwen en plekken gaat. Tussen droom en wandeldaad staan praktische zaken, maar uitstel is geen afstel. Eindelijk kon ik beginnen aan de kastelenroute. De vierde etappe doet de naam van de route alle eer aan, met maar liefst zes vollwaardige en 1 pseudo-kasteel. Minder natuur, maar meer historische architectuur.

Hindernissenparcours

De treinrit zat meteen in wandelthema. De voorlaatste halte, Sint-Agatha-Berchem, deed ik al eerder aan op de Groene Wandeling rond Brussel. En station Groot-Bijgaarden was oorspronkelijk de start van mijn Kasteelroute, tot een treinstaking en wandeldrang mij van plannen deed veranderen en het startpunt aan het waterkasteel van Beersel werd geplaatst.

De etappe zelf begon meteen met een bijzonder parcours in Wivina-thema. Doorheen het Wivinapark, vlak bij het station, ga je langs het voormalige Wivinaklooster met huidige zorgnieuwbouw. Even verder kom je aan de Wivinakapel, de start van een mooi stuk natuur, langs de Steenvoordebeek. Het bos zelf baadde in een mooi ochtendlicht, maar de (gelukkig relatief beperkte) regenval had het pad zelf her en der wel vrij modderig gemaakt. Aan een stuk tobde ik even of ik de houten, smalle plank die er was gelegd zou gebruiken. Maar deze was nogal wankel en dus koos ik voor de korte pijn en een kort ploeteren door de zompige modder. De hindernissen stopten hier echter niet, want even later werd een klein smal padje langs een akker geblokkeerd door een uit te kluiten gewassen boom.

Herbestemming

Na een korte passage over asfalt en een veldweg voerde het pad naar het eerste van de vele kastelen. Kasteel de Verlosser is eclectische landhuis uit de jaren 1880, gebouwd in bak- en zandsteen en later uitgebreid in het interbellum. Het ligt op het hoogste punt van Sint-Ulriks-Kapelle en is vandaag in gebruik als woonzorgcentrum “De Verlosser”. Hoewel het enkel te bezichtigen was vanop een afstand was het best indrukwekkend.

Van daaruit was het maar kort wandelen tot het centrum, met de Sint-Ulrikkerk, en kort daarna een stuk bos dat leidde naar het tweede kasteel op korte tijd. Kasteel La Motte is een U-vormig neoclassicistische kasteel uit 1773, ontworpen door Laurent-Benoît Dewez, ligt op een oude kasteelmotte en is omgeven door een watergracht en een boomrijk park. Sinds de restauratie na 1994 is het kasteel eigendom van de gemeente en in gebruik als cultuurcentrum.

Ternats tweeluik

Na deze passage volgde de kastelenroute een stukje verkaveling om vervolgens uit te komen op het natuurlijk hoogtepunt van deze etappe. Het waterbekken van de Steenvoordbeek zorgt niet alleen voor waterbeheer, maar brengt ook een mooi, ietwat drassig stuk natuur met zich mee. Het meest natte stuk kon worden overwonnen door een vlonderpad. Eens daarover was het af en toe zoeken naar een doorgang door de modder. Het had, opnieuw, erger kunnen zijn had het de dagen daarvoor meer geregend.

Eens onder de spoorwegbrug dook het centrum van Ternat op. Ook hier was een kastelentweeluik voorzien. Het eerste was nog eerder bescheiden. Kasteel De Mot is een voormalig, ooit omgracht kasteel dateert uit 1719 en is vandaag een deel van het gemeentehuis van Ternat. Via de grote markt, waar mensen nog volop kunnen parkeren en de best imposante kerk, leidde de Dreef naar het mooiste kasteel van deze etappe.

Het Kasteel Kruikenburg is een middeleeuws waterkasteel met een U-vormige plattegrond, verbonden met ridder Everaert T’Serclaes en voor het eerst afgebeeld in 1694. Het kasteel behield zijn gotische structuur met torens en poortgebouw, maar kreeg in de 18de eeuw een classicistische aankleding en een heraangelegde ringgracht met landschappelijke accenten. Het omliggende park werd in de 19de en 20ste eeuw verder uitgewerkt en aangepast, onder meer bij de inrichting als schooldomein. 

Het was dan ook de perfecte plek voor een middaglunch, met zicht op het impressionante kasteel. Het park zelf is eerder klein, maar voldoende om even rond te struinen. Na vijf minuten dook de vijver opnieuw op, net als de minder charmante kant van het kasteel. Vervolgens kronkelde het pad zich opnieuw een weg uit het centrum van Ternat, naar de volgende twee kastelen, maar met een iets andere look & feel.

Autostrade en veldweg

Deze omweg via Ternat zorgde er wel voor dat daarna een iets minder aangenaam stuk moest overbrugd worden. Via een woonwijk, waarbij een kapel een bescheiden hoogtepunt vormde, werd een brug over de E40 en vervolgens een stuk vrijwel langs de razende auto’s gevolgd. Het had een vreemdsoortige charme en esthetiek.

Gelukkig werd het algauw weer landelijker en charmanter, met een pad door de velden richting een kapel en daarna naar kasteel Nieuwermolen, een van oorsprong 15de eeuwse waterburcht, die in de verte te bewonderen viel. Kort daarna dook een, opnieuw wat modderig, pad, door de weiden om naar kasteel Hoogpoort te klimmen. Het kasteel ligt op een hoogte in een omhaagd park en werd in zijn huidige neoclassicistische vorm opgetrokken in 1909, met latere uitbreidingen en bepleisterde gevels.

Een groen einde

Het laatste stuk hierna  was nog verrassend mooi, langs de glooiende Brabantse kouters van Asse. Op een van de kleine wegjes had de regen een natuurlijk beekje gemaakt. Even later viel een schoolvoorbeeld van de verpaarding van Vlaanderen te bewonderen. Het allerlaatste stuk daalde met zicht op Asse en via de parking van het sportcentrum naar het park van de Waalborre.

In 1912 liet Karel Alexander de Vis hier een grote villa in cottagestijl bouwen, omgeven door een lusthof met portierswoning, hovenierswoning, moestuin, serres en boomgaard, typisch voor een vroeg-20ste-eeuwse buitenplaats aan de dorpsrand. Geen volwaardig kasteel dus, maar wel speciaal genoeg om als eindpunt te dienen voor deze vierde etappe, vlakbij het station van Asse.

Meer kastelenroute kan je hier vinden: https://fromtheseatothelandbeyond.com/de-kastelenroute/

De beschrijving vind je hier:

En de gpx hier: https://www.wikiloc.com/hiking-trails/kasteelroute-etappe-4-dilbeek-asse-247672781

GR 128.7 Moorsel – Mollem (14.7 km)

🥾 Terrein
Overgangsetappe met veel variatie maar weinig continuïteit: modderige natuurstroken langs beken, lange stukken veld- en buurtwegen, asfalt door dorpen en een kaal winterbos. Technisch eenvoudig, maar door natte ondergrond en weinig rustpunten soms taai.

🏞️ Bezienswaardigheden
Sint-Gudulakapel (Moorsel) – Klein religieus erfgoed, helaas gesloten
Sint-Martinuskerk (Moorsel) – In steigers, bezoek onmogelijk
Waterkasteel van Moorsel – 16e-eeuws kasteel van Karel van Croÿ, enkel zichtbaar vanop afstand
Molenbeekvallei – Het mooiste natuurlijke stuk van de dag, ongerept maar modderig
Abdij van Affligem – Historisch belangrijk, architecturaal wat versnipperd
Kravaalbos – Winterse, kale boservaring; in dit seizoen eerder sober
Mazenzeledries – Historische open ruimte en ontmoetingsplek met bankje
Paddebroeken & Paardenbos – Klein natuurgebiedje vlak voor Mollem

⏳ Afstand & duur
Ca. 13–14 km – ongeveer 3,5 à 4 uur wandelen

⛰️ Zwaartegraad
Licht tot gemiddeld – Geen zware hoogtemeters, maar modder, weinig voorzieningen en lange overgangsstukken maken het mentaal pittiger

⭐ Oordeel
2,5/5

Nadat we de streekGR Groene Gordel na enkele jaren eindelijk hadden getemd, was het voor mijn wandelgezel en ik zoeken naar een nieuw wandelproject waar we ons voor langere tijd zoet mee konden houden. We zochten het dit keer, toch om te beginnen, iets verder en kozen voor de GR 128, de Vlaanderenroute. Deze start eigenlijk in Wissant aan de opaalkust en gaat zo door Vlaanderen naar Aken. Wij gingen echter voor de meest haalbare startplaats i.f.v. openbaar vervoer en begonnen ons GR 128-avontuur in het West-Vlaamse Tielt. Tijdens etappe 7 kwamen we vooral heel wat erfgoed en historische gebouwen tegen die een klein beetje teleurstelden en gespreid her en der mooie natuur in dit eerste deel van de Brabantse Kouters.

Een nieuwe poging

De vorige wandeling werd niet zonder gevolgen afgesloten. De dubbele liesbreuk die bij mijn wandelgezel werd vastgesteld resulteerde in een operatie met bijhorende recuperatie. Vier maand na datum was het moment aangebroken om het nog niet afgewerkte deel van de etappe te vervolledigen. En dus namen we vanuit Halle de trein naar Aalst om vervolgens met de bus in Moorsel dorp aan te komen, ditmaal niet met een mooie blauwe lucht, maar met lichte mist en miezerregen.

Mooie natuur en “net niet”-erfgoed

In Moorsel zelf waren er twee opzienbarende erfgoeduitsmijters. De Sint-Gudulakapel hadden we vorige keer al gezien, maar ditmaal probeerden we ook de Sint-Martinuskerk te bezichtigen. Deze laatste stond helemaal in de steigers. Helaas waren noch de kapel noch de kerk open. Het was de eerste teleurstelling, maar zeker niet de laatste op deze dag die toch een hoog overgangsetappe-gehalte had.

Want al snel volgde er nog meer “net niet”-erfgoed met het waterkasteel van Moorsel. Het werd gebouwd in de 16de eeuw in opdracht van de kardinaal-abt van Affligem Karel van Croÿ. Enkele jaren geleden was het nog het toneel van de indrukwekkende kantentoonstelling vanuit de collectie van Fernand Huts, maar vandaag is het enkel een schim in de verte, met twee poorten die de wandelaar op een goede afstand houden.

Gelukkig werd dit gecompenseerd door een stuk onversneden natuur, het mooiste van de dag, langs de weinig origineel gedoopte Molenbeek. Het was ongerept en lag er, ondanks de relatieve droogte, er al vrij modderig bij. Het bleef weliswaar bij enkele passages waar het opletten was om niet in het diepere stuk te zakken, en niet, zoals in de etappe tussen Wetteren en Oudegem een onvermogen om ongehavend dit stuk te doorkruisen. Na een lang stuk rechte lijn zagen we ons volgend stuk erfgoed in de verte opduiken.

De abdij van Affligem mag dan net niet op de officiële route liggen, maar het zou ergens wel wat stom geweest zijn om de omweg van honderd meter niet te doen. Ook hier is er sprake van “net niet”-erfgoed. Door vernielingen, restauraties en latere aanbouwen is de abdij niet de meest charmante en is het contrast met het historisch belang groot.

Willekeurig gebouwvertier

Na deze korte omweg ging het terug naar de GR 128 zelf, waar we een pad langs weiden en velden namen. De plaatsnaamborden waren duidelijk aan een update toe. In Hekelgem zagen we namelijk nog een exemplaar dat verwees naar sparen bij het Gemeentekrediet. Dit stuk werd opgefleurd door enkele bijzondere en verweerde gebouwen, met als hoogtepunt een schuur uit golfplaten waar een boom een uitweg had gevonden. Op dit stuk was het af en toe zoeken naar memorabele zaken.

Zo waren er nog enkele willekeurige gebouwen die de wandeling kleurden. Aan de schuur was in de verte, door de lichte mist, de kerk van Meldert te zien. Iets verder was er opnieuw een verlaten en verloederde schuur. En niet veel later passeerden we de Koninkrijkszaal van Jehovah’s Getuigen in Asse, wat vooral uitblonk in z’n onopvallendheid en troosteloosheid.

Het karige Kravaalbos

Op papier moest er nog een natuurlijk hoogtepunt volgen. Het Kravaalbos maakte vroeger deel uit van het befaamde Kolenbos en staat in de lente ook gekend voor z’n boshyacintenpracht. Het was dan ook, na een hele hoop veldweg, buurtweg en asfaltweg uitkijken naar een goed bos. We arriveerden er via een kapel met een jaren ’90 zwembadinterieur.

Eens het bos in volgde we opnieuw een stuk dat we ook al hadden gedaan op ons oorspronkelijk wandelproject, de StreekGR Groene Gordel, dat we toen in de omgekeerde richting tussen Mollem en Sint-Kwintens-Lennik aflegden. Vandaag ging het echter noordwaarts en waren de weersomstandigheden ook anders. Hier, in de winter, is het kale bos best wat troosteloos. Gelukkig waren de stammen breed genoeg voor een welgekomen en noodzakelijke plaspauze.

Het Grote Niets van Mazenzele

Ondertussen was het al 13 uur en was er nog geen bakker of supermarkt de revue gepasseerd om proviand in te slaan. Ik had enkele sandwiches met kaas mee die ik al wandelend kon eten, maar mijn wandelgezel moest het voorlopig nog doen met proteïnebars. Toch was er nog enige hoop omdat we nog een dorp moesten passeren, Mazenzele.

We kwamen er via een drukke steenweg en een buurtweg terecht en besloten even richting kerk te gaan, in de hoop dat het centrum iets zou herbergen. Helaas was Mazenzele het centrum van de Absolute Leegte. Kruideniers waren toe, koffiezaken op Google Maps waren ondertussen al verdwenen en zelfs het broodautomaat was op deze willekeurige maandag niet aangevuld. Het werd zo een grote deceptie.

Het dorpje had nog een troef om op tafel te gooien, de zogenaamde Mazenzeledries, twee open plekken met een historisch diverse functie, van markt- en ontmoetingsplaats tot plek waar de plaatselijke schuttersgilde hun pijlen loslaten. Het was misschien niet het meest opzienbarend, maar door het bankje was het wel een ideale plaats voor een laatste pauze, met nog een 4,3 kilometer te gaan tot Mollem.

Eindpunt Mollem

Dat stuk was een overgangsdeel van een overgangsetappe. Een schaap in een schuur van ’t Mazelhof keek ons veelzeggend verveeld aan vanuit een open raam. Daarna volgde nog stukken onverhard pad tussen de velden. Een laatste klein lichtpuntje was het Paardenbos in het natuurgebied(je) Paddebroeken. Hier was het nog opvallend modderig en was het opletten geblazen dat er dicht bij de finish niet nog uitgegleden werd. Het was een laatste outro voor we richting station van Mollem gingen, waar we nog twee modernere maar mooie kerststallen en heel wat plaatselijke versiering passeerden. En zo eindigde deze kortere etappe, het tweede van een tweeluik dat oorspronkelijk een geheel moest vormen.

Meer wandelingen op de GR 128 vind je hier: https://fromtheseatothelandbeyond.com/gr-128-vlaanderenroute/

De kastelenroute 3: Sint-Pieters-Leeuw – Dilbeek

🥾 Terrein
Afwisselend en licht golvend parcours tussen Sint-Pieters-Leeuw en Dilbeek. Eerst vijvers en residentiële zones, daarna veldwegen, modderige paden door natuurgebieden en enkele verharde stukken door woonwijken. Een mix van groen, erfgoed en Vlaamse Rand-architectuur.

🏞️ Bezienswaardigheden
Kasteel van Coloma – Startpunt in een sierlijk park met vijvers
Kasteel Nieuwenhove – 17e-eeuws omgracht landhuis, beperkt zichtbaar
Watertoren van Sint-Pieters-Leeuw – Bijzondere toren uit 1933-34 op een hoogtepunt in het landschap
De Witseboom – Iconische boom uit de tv-reeks Witse
Zeventien Bruggen – Indrukwekkend spoorwegviaduct van meer dan 500 meter lang
Sint-Anna-Pede kerk – 13e-eeuws kerkgebouw, vereeuwigd door Bruegel
Watertoren Chantemerle – Charmante bakstenen toren met houten aanbouw
Brouwerij Timmermans – Oudste lambiekbrouwerij ter wereld
Kasteel Winssinger – 18e-eeuws eclectisch kasteel, grotendeels verscholen
Kasteel de Viron (gemeentehuis) – Neogotisch-eclectisch pronkstuk van Dilbeek
Wolfsputten – 90 hectare natuurgebied met vlonderpad, bossen en open velden

⏳ Afstand & duur
Ca. 16 km – ongeveer 4 uur stappen

⛰️ Zwaartegraad
Licht tot gemiddeld – Enkele korte stijgingen, modderige passages rond Ter Pede, verder vlot en goed bewandelbaar

⭐ Oordeel
4/5

Vlaanderen kent heel wat wandelpaden, maar ook een hele hoop hele, halve, grote en kleine kastelen. Op een blauwe maandag leek het mij leuk om een eigen wandelroute uit te werken die langs deze bijzondere gebouwen en plekken gaat. Tussen droom en wandeldaad staan praktische zaken, maar uitstel is geen afstel. Eindelijk kon ik beginnen aan de kastelenroute. De derde etappe heeft drie kastelen in de aanbieding, waarvan slechts eentje echt te bewonderen is. Maar dit wordt gecompenseerd door mooie natuur, bijzondere gebouwen en het land van Bruegel.

Velden, torens en speciale bomen

Een middellange wandeling tussen Sint-Pieters-Leeuw en Dilbeek klinkt op papier misschien niet zo spannend, maar het was wel de eerste wandeling die ik deed sinds ik vader werd, en bijgevolg de eerste keer dat ik voor langere tijd recreatief uit huis was. Spannend, leuk en af en toe doordrenkt van een klein beetje schuldgevoel, maar gezien de kortere afstand en de nabijheid viel het goed mee.

Deze derde etappe begon aan het kasteel van Coloma, in iets andere weersomstandigheden. Het was wat grauwer, maar gelukkig zou de regen zich beperken tot een beetje gemiezer bij aanvang. Anders dan de vorige keer, waar het begin door wat saaiere landbouwlandschappen ging, was er meteen een mooi stukje langs een vijver. Daarna volgde een residentieel stuk met een passage langs Kasteel Nieuwenhove. Het voormalige Kasteel Nieuwenhove, ook bekend als het Kasteel van Muller, was oorspronkelijk een leen van het Hof van Gaasbeek en gaat terug tot de 11e eeuw. Na verwoesting tijdens de godsdiensttroebelen werd het in 1608 heropgebouwd en bleef het nadien in handen van diverse adellijke families. Vandaag resteert een deels omgracht landhuis in traditionele bak- en zandsteenstijl uit de 17e eeuw, herkenbaar aan de trapgevel en hardstenen omlijstingen. Het is helaas slechts een klein beetje te zien vanaf de straatkant, door de poort.

Even later zie je twee bijzondere elementen. Het eerste is door mensenhanden gemaakt. De watertoren, gebouwd in 1933-1934, ligt op een van de hoogste punten van Sint-Pieters-Leeuw, op 54 meter hoogte. Het tweede is een natuurlijk icoon. Hoewel kaal omwille van de herfst, blijft de Witseboom, bekend van de gelijknamige serie, een herkenbaar zicht ver buiten Zennevallei en Pajottenland.

Het land van Breugel

Na het verlaten van Sint-Pieters-Leeuw, via Vlezenbeek, trok de route Dilbeek binnen. Dit deel is gelinkt aan Bruegel en was enkele jaren geleden nog de plek waar diverse op zijn oeuvre geïnspireerde kunstwerken stonden. Ik passeerde een van deze werken: een windmolen ontworpen uit wapeningsstaal. Vandaag is er nog steeds een Bruegelwandeling met infopanelen over enkele van zijn bekende werken. Maar her en der is meer te zien dan louter namaak, ode of reproductie.

Vooraleer dat te bewonderen was, ging het eerst via een veldweg en het natuurgebied Ter Pede, waarbij het drassige landschap door de voorbije regen best modderig was geworden, naar de Zeventien Bruggen, een opvallende spoorwegviaduct van meer dan 500 meter lang en 18 à 22 meter hoog. Het blijft indrukwekkend om ernaast en eronder te wandelen.

Kort daarna kwam dan de “real deal”: het kerkje van Sint-Anna-Pede. Oorspronkelijk gebouwd in de 13de eeuw en in de 16de eeuw door Bruegel, toen nog als Sint-Annakapel, vereeuwigd in De parabel der blinden, is het een charmante plek. Nog los van de cultuurhistorische waarde is het de moeite om even te passeren. Wie dat wil, kan terecht in een van de kleine cafétjes of brasseries in de buurt.

Een indrukwekkend gemeentehuis

Na een iets minder inspirerend stuk langs asfaltbanen en assistentiewoningen was er even verder weer iets opvallends. Het voormalige domein Chantemerle, aangelegd rond 1900 op het terrein tussen de Kerkstraat en de Itterbeeksebaan, bestond uit een herenhuis met park en diverse dienstgebouwen. Daar is niet meer veel van te zien, maar gelukkig staat er nog een bijzondere bakstenen watertoren met houten aanbouw. Kort daarna passeerde de route ook nog brouwerij Timmermans, ’s werelds oudste lambiekbrouwerij.

Na de grotere Sint-Pieterskerk van Itterbeek, gelegen aan een gezellig pleintje, kwam het volgende kasteel: kasteel Winssinger. Opnieuw was het helaas niet zichtbaar. Het voormalige 18de-eeuwse kasteeldomein van Itterbeek, gelegen aan de Ninoofsesteenweg, werd na een brand in 1789 heropgebouwd en kreeg zijn huidige eclectische uitzicht eind 19de eeuw onder Léopold Winssinger. Van het domein bleven het kasteel, de hoeve met koetshuis en duiventorentje, en enkele bijgebouwen bewaard.

Na een minder charmante passage langs appartementsgebouwen en de Ninoofsesteenweg volgde het hoogtepunt van de dag. Via de hoofdstraten van Dilbeek en de Sint-Ambrosiuskerk doemde het kasteelpark van Dilbeek op, met de Sint-Alenatoren aan een vijver en Kasteel de Viron, vandaag het gemeentehuis, op een groene heuvel. Het neogotisch-eclectische Kasteel de Viron, gebouwd in 1862 naar ontwerp van Jean-Pierre Cluysenaar, werd opgetrokken op de plaats van een vroegere waterburcht.

Natuurervaringen waar Vlamingen thuis zijn

Meteen hierna ging het kort maar stevig omhoog naar het Sint-Alenapark, eerder een volwaardig bos dan een verzameling gras met her en der een boom. Het werd duidelijk dat ondanks het mindere weer heel wat gezinnen van beide groene plekken genoten. De natuurpracht werd even onderbroken door een ander architecturaal bekend stuk Dilbeek: CC De Westrand. Dit cultuurcentrum heeft niet alleen een goede regionale reputatie, het is ook de plek waar de befaamde slogan “Dilbeek, waar Vlamingen thuis zijn” te vinden is.

Na dit intermezzo, eigen aan de Vlaamse Rand, eindigde deze derde etappe met een prachtig natuurlijk hoogtepunt. De Wolfsputten vormen een natuurgebied van 90 hectare, even gevarieerd als uitgestrekt. Kort na de start was het aangenaam wandelen op het uit de kluiten gewassen vlonderpad. De stukken bos werden afgewisseld met open velden met mooie vergezichten. Ideaal voor een kleine tussenpauze.

De Wolfsputten werden verlaten met zicht op een vijver. Het contrast met de drukke Dansaertlaan kon nauwelijks groter zijn. Niet veel later arriveerde ik aan het station van Dilbeek, een kleine 16 kilometer nadat ik in het park van Coloma was begonnen. Hoewel twee van de drie kastelen wat hadden teleurgesteld door hun onzichtbaarheid, viel er heel wat moois te ontdekken: van Bruegeltaferelen tot een gemeentehuis om jaloers op te zijn, en van beekjes en vijvers tot een heus natuurgebied. Erg de moeite!

Meer kastelenroute kan je hier vinden: https://fromtheseatothelandbeyond.com/de-kastelenroute/

De beschrijving vind je hier:

En de gpx hier: https://www.wikiloc.com/hiking-trails/kastelenroute-etappe-3-sint-pieters-leeuw-dilbeek-240506996

Groene wandeling 4: Sint-Agatha-Berchem – Vorst (17,8 km)

🥾 Terrein

De stedelijke context ontmoet het randstedelijk groen. Een wandeling van contrasten: tussen stationswijken, tuinwijken, industrie, natuurreservaten en het Pajottenland. Afwisselend pad: grind, kasseien, asfalt, gras, en bospaadjes. Tamelijk vlak, met enkele lichte glooiingen.

🏞️ Bezienswaardigheden

Zavelenberg – Groen stiltegebied pal naast het station
Kattebroek – Rustige, natuurlijke enclave tussen woonwijken
Tuinwijk Moortebeek – Coöperatieve wijk met kleurrijke, karaktervolle huizen
Tuinwijk Goede Lucht – Minder charmant, maar boeiende straatnamen
Luizenmolen – Replica van de 19e-eeuwse windmolen
Neerpede – Anderlechts opleidingscomplex + vijver met lunchplek
Ketelhoeve – Inspirerend duurzaam voedseproject
Vogelzangpark & -beek – Rustig park met vijvers, bankjes, natuur en collectief groen
Natuurreservaat Vogelzangbeek – Ongetemde natuur met netels
Kanaal Brussel-Charleroi – Bekend zicht, met terras en sluizencomplex
Zenne & Industrielaan – Ruwe industriële afsluiter voor terugkeer naar Vorst

⏳ Afstand & duur

± 20 km – Circa 4 à 5 uur inclusief pauzes en omleidingen

⛰️ Zwaartegraad

Licht – Weinig hoogteverschillen, wel af en toe stukken asfalt

⭐ Oordeel 3,5/5

Onze hoofdstad wordt vaak nogal meewarig bekeken en komt niet altijd even goed in het nieuws. Na het temmen van de streekGR Groene Gordel rond Brussel leek het mij dan ook leuk om de Groene wandeling door Brussel af te wandelen. Meer info kan je alvast hier vinden. Het laatste deel van vier etappes vertrekt in Sint-Agatha-Berchem om de luswandeling te vervolledigen in Vorst, aan het station Vorst-Zuid.

Gespreid groen

Van het drukke station Sint-Agatha-Berchem, waarbij de lege lachgasflessen en de wat vreemd ogende sujetten opvielen, ging het al snel langs de groene, omheinde weide van de Zavelenberg. Kort daarna ging het naar een nette woonwijk en niet veel later een iets minder aangename drukke weg. De oude stationswinkel was omgetoverd tot een “vape shop & more”, een teken van de tijd.

Na de drukke baan voerde een kort grindpad langs een droge Molenbeek, middenin een woonwijk en zo naar Kattebroek, een groen gebied met weilanden, rietvelden en bosjes. Daarna passeerde de Groene Wandeling aan een van de vele volkstuintjes die onderweg te bewonderen zijn, de volkstuinen van de Oude Pereboom, aangelegd in 2010. Tussen twee begraafplaatsen door, deze van Koekelberg en Sint-Agatha-Berchem, ging het het Wilderbos in. Na opnieuw een woonwijk volgde al snel het Scheutpark, een grindpad met wat groen en zicht op woontorens, een constant beeld op deze luswandeling.

Van wijk naar wijk

In het volgende deel bleef de bebouwing ook nooit ver weg. De Groene Wandeling klom omhoog en zo naar rechts, langs een bomenlaan. Vervolgens deed het de tuinwijk Moortebeek aan. Deze wijk werd in 1921 aangelegd vanuit een coöperatieve en heeft herkenbare huizen in licht crèmegeel en oranjerood. Erg de moeite! De verscheidenheid aan architectuur zette zich door, met appartementen in verschillende stijlen, van zielloze, verouderde woontorens tot pogingen tot aangename, modernere architectuur.

Nog een wat zielloos intermezzo kwam er aan Westland Shopping Center. Daarna kwam de tweede tuinwijk, Goede Lucht, van dezelfde coöperatieve als deze van Moortebeek. Hoewel de wijk minder aansprak, onder andere door de werken aan de straat die hierdoor open lag, vielen de straatnamen op, met Geestdriftstraat als opvallendste. Helaas stond het een beetje in contrast met de huizen zelf. Eens uit deze wijk begon een nieuw stuk.

Brussels Pajottenland

Want hier kwamen we in het Brussels Pajottenland, met kasseiwegen en glooiingen en in de verte de Luizenmolen, oorspronkelijk uit 1864, maar vandaag is de kopie uit 1996 te zien. Een omleiding zorgde voor wat onverwachte extra kilometers, die leidde naar de ingang van Neerpede, het opleidingscentrum van Anderlecht. Iets later, aan de plaatselijke vijver, was het ideaal om te lunchen. Hier raakte ik even aan de praat met een uithijgende man die me vroeg hoeveel meter ik dacht dat het tot de volgende bank was. Mijn gok (40 meter) was best ok (het was 36 meter volgens zijn compagnon). Het bleek te zijn zodat hij wist hoeveel hij naar de bank daarna moest overbruggen, want toen ik vertrok zat het tweetal daar.

Ik passeerde even later aan de Ketelhoeve, een project waarbij 4 vzw’s een plaatselijke hoeve uitbaten in het kader van circulariteit en duurzame voedseltransitie. Het zag er gezellig en inspirerend uit. Maar ik moest mijn tocht doorzetten en wandelde onversaagd langs de fermettes en villa’s die wel heel herkenbaar aandeden. Hier sijpelt de Vlaamse Rand Brussel binnen. Na een kapel en een schijnbaar gevaarlijk golfterrein, dat ik ongeschonden passeerde, moest ik langs de gigantische site van het Erasmusziekenhuis en het instituut Jules Bordet. En daarna was het weer groen op de Groene Wandeling.

Park en natuurreservaat

Via een zijweg onder de bomen ging het langs de Vogelzangbeek en zo naar het gezellige Vogelzangpark, met vijvers en een hele hoop bankjes en rustplekken. Ook hier zijn de hoge appartementsgebouwen aanwezig, maar ook heel wat collectief groen. Een rood-wit lint gaf opnieuw een omleiding aan en dus moest ik een tweehonderd meter extra doen en zo via een tweede vijver naar een kasseiweg.

Daarna volgde nog een laatste groene hoogtepunt met het natuurreservaat van de Vogelzangbeek, een stukje onversneden natuur, waarbij het ietsje meer ruimte kreeg om te woekeren en ik zo her en der (onsuccesvol) netels moest omzeilen. Plotseling botste ik op een gekende plek, de Bergensesteenweg, de Ikea links van mij, het bord van shopping Pajot rechts van mij, een ware mindfuck. En eens de drukke baan overgestoken was ik weer in het groen, met zicht op de koeltoren van Drogenbos. Het einde was in zicht.

Kanaal en industrie

Dat laatste stuk was langs een ander gekend ijkpunt, het kanaal Brussel-Charleroi, dat ik quasi elke dag op de een of andere manier passeer in Halle. Dit was blijkbaar de linkeroever van de Haven van Brussel, waar mensen waren verzameld op het terras van Le Cercle de Régats. De overkant was te bereiken via de sluis van Anderlecht. En in lijn van de wandeling van vandaag, was er nog een laatste omleiding.

Deze leidde vooral naar industrie, met heel even een glimp op de Zenne. En na de industrie volgde de Industrielaan een druk weg met garages, bedrijven en het Brusselse Center for Food Expertise. Na een kleine doortocht door Vlaams-Brabant, meerbepaald Drogenbos, wandelde ik terug, Brussel in, namelijk naar Vorst en bevond ik mij op eindplek, die ongeveer anderhalf jaar geleden de startplek was van mijn rondtocht door Brussel, het station van Vorst-Zuid

De eindconclusie

De Groene Wandeling doet wat het moet doen, je met andere ogen naar Brussel doen kijken. En toch ook weer niet helemaal. Want in elke etappe had je wel de dualiteit, voor elke verrassing werd een stereotype gedachte over de hoofdstad bevestigd. Maar het was een boeiende toch van iets meer dan 57 kilometer, in vier etappes, langs parken en bossen, wijken en buildings, rivieren, kanalen, beekjes en vijvers en vooral boeiende architectuur en geschiedenis. Een aanrader voor wie graag vlot bereikbare en korter etappes zoekt en zo ook eens Brussel met de ogen van een wandelaar wil zien.

Wil je nog meer wandelingen op de Groene Wandeling? Deze kan je hier vinden: https://fromtheseatothelandbeyond.com/groene-wandeling-brussel/

De kastelenroute 2: Lembeek – Sint-Pieters-Leeuw

🥾 Terrein: Vooral verharde paden, woonwijken, landbouwvelden, een klein bosje en enkele veldwegen. Beperkte natuur, vooral open landschap.

🏰 Bezienswaardigheden:

  • Kasteel Manenbroek (privéterrein, alleen van ver te bewonderen)
  • Kasteel van Budingen (privéterrein)
  • Kerken van Oudenaken en Sint-Laureins-Berchem
  • Kasteel van Gaasbeek: indrukwekkend domein met 13e-eeuwse burcht, poortgebouw, tuin en ijsjeszaak
  • Kasteel van Groenenberg: 19e-eeuws gebouw met mooi park en vijver
  • Natuurgebied Volsenbroek met Zuunbeek meanders
  • Kasteel en park van Coloma, met rozentuin (prachtig vanaf mei)

🗺️ Afstand & duur: Ongeveer 21 km, dagwandeling.

⛰️ Zwaartegraad: Makkelijk tot matig, door verharde paden en weinig hoogteverschillen.

Oordeel: 3,5/5

Vlaanderen kent heel wat wandelpaden, maar ook een hele hoop hele, halve, grote en kleine kastelen. Op een blauwe maandag leek het mij leuk om een eigen wandelroute uit te werken die langs deze bijzondere gebouwen en plekken gaat. Tussen droom en wandeldaad staan praktische zaken, maar uitstel is geen afstel. Eindelijk kon ik beginnen aan de kastelenroute. De tweede etappe start in Lembeek en gaat iets meer over verharde paden, maar als compensatie kan je wel genieten van enkele topkastelen, waaronder dat van Gaasbeek.

Noodzakelijk kwaad

Door de keuze om Lembeek mee te nemen was het iets moeilijker om een attractief begin van de tweede etappe te voorzien. De eerste dikke anderhalve kilometer ging namelijk door woonwijken. Daarna was er al lichte verbetering op komst doordat de bebouwing plaatsmaakt voor open velden. Het is hier klassiek landbouwgebied dat de eerste helft van de wandeling domineert. Echte natuur is nog heel spaarzaam, los van een piepklein stukje bos in Pepingen.

Privé-kastelen

De eerste twee kastelen die op deze tweede etappe te zien zijn, zijn speciaal. Het eerste, kasteel Manenbroek is zelfs helemaal niet te zien. Omringd door een heg en bomen kan je vanaf de achterkant niet veel zien. De weg ervoor is privé en dus niet toegankelijk. Hetzelfde geldt voor het kasteel van Budingen in Breedhout, Halle. Hier loopt een weg, maar de oprijlaan vooraan geeft aan dat het privéterrein is. Veiligheidshalve bewonder je dus best het kasteel vanop een afstand.

Even later kwam de route tot twee maal toe bij Leeuwse kerken. De eerste is deze van Oudenaken, met z’n opvallende groene dak. Een veldweg zorgde opnieuw voor een kort maar mooi stukje natuur, een zompig stukje met vlonderpad, waarbij de Molenbeek wordt overgestoken. Kort daarna volgde de tweede kerk, deze van Sint-Laureins-Berchem. Hier wordt ook voor een stukje de StreekGR Groene Gordel gevolgd. Via een zijweg komt het eerste echte kastelenhoogtepunt in zicht.

Het kasteel van Gaasbeek

Via een smal padje ging het naar het domein van het kasteel van Gaasbeek dat impressionant op een verhoging aan de overkant van een vijver ligt. Via deze vijver en een steile klim via houten treden verscheen het al even indrukwekkende poortgebouw. Zonder enige twijfel dit is dit een absoluut hoogtepunt op een thematische wandelroute rond kastelen.

Op deze locatie was er al in de 13de eeuw een burcht. Het is een plek vol geschiedenis, zowel qua gebeurtenissen als qua personen, met onder andere de graaf van Egmont die er hier enkele jaren zijn residentie had. Het uitzicht vandaag is 19de eeuws. Gaasbeek heeft naast een knappe collectie ook een mooie tuin. Een bezoek is dan ook de moeite waard.

Aan de tuin is er ook nog een lange laan waar het fijn is om nog even de trap af te dalen richting de kapel en de vijvers of om op een bankje je lunch te verorberen. En voor wie wat later dan het middagmaal op deze plek komt is er ook de Krijmerie, een ijsjeszaak. Historisch en ander vertier genoeg dus.

Het kasteel van Groenenberg

Enkele honderden meters later was daar het volgende kasteel al. Qua gebouw is het misschien iets minder in het oog springend dan dat van Gaasbeek. Dit kasteel dateert van de late 19de eeuw en werd gebouwd in opdracht van een Brusselse notaris. Naast het kasteel is vooral het mooie domein en park de moeite, met heel wat fleurige bloemen en een vijver. Op deze ietwat koude maar zonnige lentedag was het hier fijn vertoeven. Twee toppers op een boogscheut van mekaar.

Door de velden naar Coloma

Het laatste stuk ging vooral door enkele straten in Vlezenbeek, voorbij het revalidatiecentrum Inkendaal, Na een goede twee kilometer aan onvermijdelijke onverharde paden komt er opnieuw een veldweg aan. In de verte werd de kerk van Sint-Pieters-Leeuw zichtbaar. Voor een ruïneliefhebber als mij was het ook nog een fijn om een verloederde en verwilderde constructie aan te treffen.

Het laatste stukje bood ook nog wat moois. Zo was er het natuurgebied Volsenbroek, waarbij de Zuunbeek nieuwe meanders kreeg waardoor het niet alleen zorgt voor een natuurlijk bufferbekken maar ook een paradijs is geworden voor vogels. Sommige stukken zijn hierdoor wat zompig, maar op eerdere wandelingen heb ik al meer modder moeten temmen.

Het laatste stuk ging langs de kerk van Sint-Pieters-Leeuw om aan een kapel het park van Coloma. Het is nog net iets te vroeg, maar vanaf mei zijn hier een hele hoop rozen te bewonderen, namelijk 3000 soorten en 300.000 exemplaren. Maar ook zonder deze bloei is het hier leuk vertoeven rond het water.

Het mooie kasteel van Coloma dateert uit de 16de eeuw en werd gebouwd in opdracht van een Brusselse schepen. Omringd door water staat er vlak ernaast ook nog een koetsiershuis. Een ideale eindplaats voor deze tweede etappe, die qua natuur misschien ietsje minder te bieden had dan de eerste etappe, maar qua kastelen wel een hele resem hoogtepunten kende.

Meer kastelenroute kan je hier vinden: https://fromtheseatothelandbeyond.com/de-kastelenroute/

De beschrijving vind je hier:

En de gpx hier: https://www.wikiloc.com/hiking-trails/kastelenroute-etappe-2-lembeek-sint-pieters-leeuw-207126924

Groene wandeling 3: Evere – Sint-Agatha-Berchem (13,8 km)

🥾 Terrein:
Sterk gevarieerd terrein: van woonstraten en spoorlijnen tot uitgebreide parken, kanaalzones, en zelfs een stukje GR en Camino. Hoogteverschillen zijn beperkt, maar het stadsverkeer en de vele overgangen maken de wandeling mentaal intensiever. De lengte is eerder beperkt, maar het voelt als een lange dag door het afwisselende decor.

🏰 Bezienswaardigheden:

  • Modernistisch stadhuis van Evere (1938)
  • Station Schaarbeek en omgeving
  • Parken van Laken (met beperkt toegankelijke ruïnes)
  • Chinees Paviljoen & Japanse Pagode (verloederd, maar visueel nog steeds indrukwekkend)
  • Monument voor de Dynastie op 50m hoogte
  • Zicht op het Atomium
  • Koloniale Tuin met Normandische cottage (!?)
  • Koning Boudewijnpark & Poelbos
  • Molenbeek (de waterloop, niet de wijk)
  • Populierenbos Nestor Martin

Afstand & duur:
14 km, eerder dagdeel, wel met veel stops en zijpaadjes. De echte afstand is niet overdreven lang, maar door de visuele prikkels, culturele uitstapjes en extra kilometers buiten het officiële pad voelt het als een stevigere wandeling.

⛰️ Zwaartegraad:
Licht . De ondergrond is vlot begaanbaar, maar de stadscontext vereist wat oriëntatievermogen en geduld op verkeersknooppunten.

Oordeel: 4,5/5

Onze hoofdstad wordt vaak nogal meewarig bekeken en komt niet altijd even goed in het nieuws. Na het temmen van de streekGR Groene Gordel rond Brussel leek het mij dan ook leuk om de Groene wandeling door Brussel af te wandelen. Meer info kan je alvast hier vinden. Het derde deel vertrekt in Evere en eindigt in Sint-Agatha-Berchem.

Een woonwijk, een spoorlijn en een kanaal

Het eerste stuk van de wandeling gaat voornamelijk door de straten van Evere. Naast de vaak aangename rijhuizen springt vooral het stadhuis in het oog. Het modernistische gebouw werd in 1938 gebouwd en heeft onder andere een imposante toren. Het was maar een van de vele bijzondere gebouwen op deze derde wandeldag.

Na het meer bebouwde stuk gaat het door twee parken, eerst het kleinere Doolegtpark en vervolgens het al grotere en bosrijke Goede herderpark. Na een klein en wat verloederd moerasje te passeren, gaat het terug richting de beschaving, namelijk naar het mooie station van Schaarbeek en bijhorende omgeving. Hier is het eventjes moeilijk om de weg te vinden, maar we geraken uiteindelijk toch over het kanaal.

Parkenhoogtepunten

Dit is het begin van een reeks hoogtepunten waar parken de hoofdrol spelen. Het eerste is nog een beetje van een tegenvaller. Ik zag namelijk op mijn kaart ruïnes aangeduid, maar dit bleek in het deel van het park van Laken te liggen dat niet toegankelijk was. Gelukkig volgde al snel iets opzienbarend, het park van het Chinees Paviljoen en de Japanse Pagode.

Deze tuin werd in 1910 geopend, na het overlijden van Leopold II, maar ontsproot (uiteraard) ook aan diens brein. Vroeger zat hier ook nog een museum met Oriëntaalse kunst. Vandaag is de tuin zelf wel onderhouden, maar dat kan helaas niet gezegd worden van het mooie paviljoen zelf, dat achter een omheining staat te verloederen. Jammer!

Een volgen park is het park van Laken, onderdeel van het Koninklijk Domein. Ook hier gingen we even een zij-uitstap doen naar het Monument voor de Dynastie, dat bovenop een heuvel van 50 meter staat te pronken, tussen 1878 en 1881 gebouwd ter ere van Leopold I. Als bonus wandel je terug naar de Groene Wandeling via een stukje Camino en een GR.

In de verte is het Atomium te bewonderen, terwijl in het park Brusselaars in grote getale naar buiten zijn gekomen om te genieten van de zon. Aan het Atomium is het ook drummen geblazen, want daar hebben de supporters van Union (die de beker van België zou winnen tegen Antwerp, nvdr.) zich verzameld. Wij kiezen terug voor de rust van de Koloniale Tuin (ja, er is een thema). Daar staat een enig mooie Normandische cottage. Want waarom ook niet.

Koning Boudewijn en de Molenbeek

Na een akkefietje op een kruispunt, waar een lijnbus gedurende enkele minuten zorgt voor een blokkering op de weg en in het hoofd van enkele chauffeurs, gaat het naar het Koning Boudewijnpark in Jette. Dit is een uitgestrekt park, dat uitloopt in de Poelbos, maar eerst nog passeert langs weiden, speeltuinen en vijvers. En de Molenbeek, die hier ook rustig naast de Groene Wandeling ligt de kabbelen.

Het enige wat dan nog rest is een passage op de Bosstraat, waar natuur en woontorens in de verte elkaar ontmoeten. Daarna gaat het nog langs een spoorlijn en het ietwat weinig indrukwekkend moeras van Ganshoren naar het Populierenbos van Nestor Martin, om daar de Groene Wandeling opnieuw achter ons te laten, richting het station van Sint-Agatha-Berchem.

Wil je nog meer wandelingen op de Groene Wandeling? Deze kan je hier vinden: https://fromtheseatothelandbeyond.com/groene-wandeling-brussel/

Groene wandeling 2: Bosvoorde – Evere (14,8 km)

🥾 Terrein:
Een gevarieerde etappe, met zowel onverharde bos- en parkpaden als verstedelijkte stukken. Het traject langs de Woluwe is bijzonder sfeervol, maar bij regenval ook modderig en glad. Vooral in het laatste kwart worden asfalt en appartementsblokken dominanter.

🏞️ Bezienswaardigheden:

  • Bosvoordse vijvers
  • Ten Reukenpark, Senypark, Hertoginnendal, Mellaertsvijvers, park van Woluwe, Maloupark
  • Woluwevallei (bij droog weer: aan te raden!)
  • Lindekemalemolen: historische watermolen met wortels in de 12de eeuw
  • Kerkhof van Brussel (bekende namen begraven, geen foto’s toegestaan)

Afstand & duur:
Ongeveer 17 à 18 km met aanloop en extra lussen inbegrepen. Tijdsbesteding is sterk afhankelijk van weer, pauzes en oriëntatieproblemen.

⛰️ Zwaartegraad:
Licht. Niet fysiek zwaar, maar wel opletten op gladde modderstroken en in de stad oriënteren vraagt mentale scherpte. Voldoende afwisseling maakt het een aangename tocht.

Oordeel: 3,5/5

Onze hoofdstad wordt vaak nogal meewarig bekeken en komt niet altijd even goed in het nieuws. Na het temmen van de streekGR Groene Gordel rond Brussel leek het mij dan ook leuk om de Groene wandeling door Brussel af te wandelen. Meer info kan je alvast hier vinden. Het tweede deel vertrekt in Bosvoorde en eindigt in Evere.

Bosvoorde city

Aangezien ik vorige keer even van het pad af moest (letterlijk) om naar station Bosvoorde te gaan, ging ik logischerwijs eerst opnieuw via deze zijweg terug. Dat duurde een kleine tien minuten, waarna ik mijn tweede stuk op de Groene Wandeling echt kon aanvatten. Het pad voert langs het Solvaypark, dat er van de zijkant best leuk uitziet. Maar door het voorspelde wisselvallige weer koos ik om mij toch aan de route te houden.

De weg komt al snel uit bij de Bosvoordse vijvers en vervolgens gaat het eventjes door de straten van Bosvoorde en langs het plaatselijke kerkhof, het eerste van drie. Niet veel later zit ik weer in het Zoniënwoud, deze keer weliswaar een leuker stukje dan het vorige. Het is minder brede laan en meer bospad, wat de boswandelervaring ten goede komt.

Parken, parken, parken en de Woluwe.

Terwijl de eerste dag nog wat meer door natuurgebied en bos trok, is er nu veel parkvertier. Dat begint met het Ten Reukenpark. Het introduceert ook een belangrijk element dat de hele route zou kleuren, de Woluwe, een zijriviertje van de Zenne. Hier wordt het nog overvleugeld door de grote vijver met enkele zwanen en ganzen.

Het volgende park is het kleinere Senypark. Niet veel later volg je een klein wegje langs de Woluwe, om uit te komen om een drukke baan. De bebouwing en de grote appartementsblokken en kantoorgebouwen zijn hier erg aanwezig, maar gelukkig maar voor een beperkte fractie van de wandeling.

Recreatief door Brussel

Het volgende stuk gaat lange tijd langs een recreatieve zone waar wandelaars, joggers en fietsers het rijk helemaal voor zich hebben. Links en rechts bevinden zich straten, de een al drukker dan ander en, voor de verandering parken. Zo gaat het langs Hertoginnendal, de Mellaertsvijvers en het park van Woluwe. Hier, in de verte, was er een bijeenkomst dat zowel een manifestatie als een bijeenkomst van een jeugdbeweging kon zijn. In ieder geval bracht het veel geroep met zich mee.

Een authentieke molen

Hoewel ik grotendeels gespaard bleef, begon het even verder te hagelen, gelukkig maar voor korte duur. Maar de dreigende wolken waren nu wel vaker aanwezig. Dat belet niet dat het volgende park, het Maloupark, ook weer best mooi is. Het is stilaan een constante, maar ook hier is er een best uit de kluiten gewassen vijver, met name de Struybeekvijver.

Een hoogtepunt van dit deel is echter de Lindekemalemolen, niet alleen vanwege de variatie, maar ook omdat het een historisch ijkpunt van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is. Deze watermolen werd al in de 12de eeuw vermeld. Het diende aanvankelijk als graanmolen maar werd later een papiermolen. Het is nu in bezit van de gemeente Sint-Lambrechts-Woluwe. Leuk om te passeren!

Modderige paden en drukke wijken

Na de authentieke molen is er nog een stukje onversneden wandelgenot naast de Woluwe. Door de regen was dit stukje best modderig en was het opletten geblazen dat je niet struikelde en zo het water kon voelen in plaats van het enkel te zien en horen kabbelen. Helaas was het ook het laatste stukje echte natuur.

Daarna was het nog enkele kilometers wandelen langs drukkere wegen, met opnieuw heel wat appartementsblokken en kantoorruimten. Even week het pad af van de gpx-track. Ik volgde het, tot ik de wegwijzers niet meer vond en me dus maar opnieuw terug richting het ‘officiële’ (of voormalig officiële?) pad. Waarschijnlijk gaat de nieuwe weg via het Roodebeekpark, wat ongetwijfeld wat charmanter is.

Ik nam echter het pad door de Sterrenbeeldenwijk. En daarmee was de laatste 2 kilometer ingezet. De bebouwing en beschaving waren nooit ver. Nog een laatste opzienbarendheid was het kerkhof van Brussel (fotograferen niet toegelaten!) waar naast enkele Brusselse burgemeester ook onder andere Jacques-Louis David, Paul Van den Boeynants en de schrijver van de Brabaçonne begraven liggen. Na een kilometer was het opnieuw tijd om de groene wandeling te verlaten en een 500 meter later te eindigen aan het station van Evere.

Wil je nog meer wandelingen op de Groene Wandeling? Deze kan je hier vinden: https://fromtheseatothelandbeyond.com/groene-wandeling-brussel/

Groene wandeling 1: Vorst – Bosvoorde (11,3 km)

🥾 Terrein:
Afwisseling troef: van industriële zones over stadsparken en natuurgebieden tot bosrijke dreven. Hoogteverschil (tot ±70m) zorgt voor variatie en een korte pittige klim richting Engelandplateau. Sommige delen kunnen modderig zijn bij regenweer. Bewegwijzering over het algemeen duidelijk.

🏞️ Bezienswaardigheden:

  • Bemptpark met zijn afgesloten vijvers en een oud spoorlijntje
  • Keyenbempt: waardevol ecologisch gebied met volkstuintjes
  • Spoorwegbrug bij Bourdon: verrassend imposant stukje infrastructuur
  • Natuurgebied Kinsendael-Kriekenput: verlaten stuk dat opnieuw leeft
  • Plateau van Engeland: beschermd, heuvelachtig en rustgevend
  • Verrewinkelbos: oud bosgebied, vroeger deel van het Zoniënwoud
  • Zoniënwoud met de Tumuli – mysterieuze grafheuvels van lang geleden
  • Vijver en Solvaypark net voor Bosvoorde als aangenaam slotaccent

Afstand & duur:
Ongeveer 11 km, goed te doen in een halve dag. Rekening houdend met pauzes en ommetjes (zoals die naar de vijver of Solvaypark), is het ideaal als korte kennismaking met de Groene Wandeling.

⛰️ Zwaartegraad:
Licht tot matig. Geen technische moeilijkheden, wel een klimmetje hier en daar. Goede stapschoenen zijn aangeraden, zeker bij regenachtig weer.

Oordeel: 4/5

Onze hoofdstad wordt vaak nogal meewarig bekeken en komt niet altijd even goed in het nieuws. Na het temmen van de streekGR Groene Gordel rond Brussel leek het mij dan ook leuk om de Groene wandeling door Brussel af te wandelen. Meer info kan je alvast hier vinden. Voor de eerste kennismaking kies ik voor een korte tocht tussen twee treinstations, dat van Vorst-Zuid en Bosvoorde.

Industrie en parkvertier

Het begin van deze wandeling is misschien nog wel het meest karakteristieke. Vorst-Zuid ligt middenin een stuk Brussel met heel wat industriële activiteit. Gelukkig duurt het maar even voor je dit achter je laat en in het eerste park terechtkomt. Het Bemptpark is een klein stadspark waar de vijvers achter omheiningen staan en er ook een dood spoor is voor een klein treintje.

Uitkomend op het sportcomplex van Neerstalle en het tramdepot in Ukkel, gaat het opnieuw naar een stukje groen. Keyenbempt is een natuurlijk gebied dat naast een grote ecologische waarde ook volkstuintjes huisvest, iets wat op dit stukje Groene Wandeling een constante is. Daar aansluitend is er nog een heraangelegde vlakte van Bourdon, waar je onder een best indrukwekkende spoorwegbrug wandelt.

De betere ongereptheid

De echte natuurpracht komt er al snel aan met het natuurgebied Kinsendael en Kriekenput. Kinsendael werd ooit gekocht door Charles Woeste (ja, die van Daens) en lag voor een groot stuk van de twintigste eeuw verlaten en werd niet onderhouden. Vandaag is ook dit een belangrijke stuk natuur voor fauna en flora. De Groene Wandeling doet er maar een stukje van.

Ook een volgend stukje natuurgebied mag er zijn. Het Engelandplateau stond lange tijd onder druk maar is vandaag beschermd natuurgebied. De regen van de voorbije dagen had een stuk van het pad best modderig gemaakt waardoor het oppassen geblazen was. Het is trouwens best pittig. Tussen Vorst-Zuid en het Englandplateau ligt toch al een 70 meter verschil in hoogte. Het pad stijgt best.

Tussen bos en villawijk

Na een klein stukje verkaveling volgt een eerste van twee bossen. Het Verrewinkelbos bevindt zich op de noordelijke helling van de Verrewinkelbeek en bestaat voornamelijk uit beuken. Ooit was het een onderdeel van het Zoniënwoud. Een bord waarschuwt dat het er bij stormweer best gevaarlijk kan zijn, maar vandaag was het erg fijn wandelen. Dat we ons in het rijkere stuk van Brussel begeven wordt hierna duidelijk, met een passage langs indrukwekkende villa’s, meestal met hekken en toegangspoorten.

Daarna rest nog enkel een goede drie kilometer door een oude gekende. Het Zoniënwoud werd ook aangedaan op de eerste wandeldag van streekGR Groene Gordel, maar dan wel in het nabije Sint-Genesius-Rode. Nu leidt het richting Bosvoorde. Het is vooral wandelen op een brede, rechte dreef, wat niet meteen het meest avontuurlijk is. De route bereikt hier wel het hoogste punt (126 meter). Toch is er ook nog een ander klein hoogtepuntje. Je passeert namelijk langs de Tumuli van het Zoniënwoud, twee historische grafheuvels.

Mooi en lelijk Bosvoorde

Om aan het station van Bosvoorde te geraken besloot ik naar links te gaan net voor een spoorwegbrugje, zodat ik ook nog een van de vijvers kon bezoeken en het nabijgelegen Solvaypark als start van de volgende etappe. Na een korte maar pittige klim, kom je aan in het iets minder aangename Bosvoorde, waar geen bomen maar kantoorgebouwen boven je uittorenen. Voeg daar nog een versleten, lekkend station aan toe en het is iets minder fijn. Maar toch is dit eerste stukje Groene Wandeling heel erg bevallen. Als het een voorbode is van wat nog komen moet, dan is het een leuke manier om het Brussels gewest te ontdekken.

Wil je nog meer wandelingen op de Groene Wandeling? Deze kan je hier vinden: https://fromtheseatothelandbeyond.com/groene-wandeling-brussel/

GR 128.1 Tielt – Deinze (21,4 km)

🥾 Terrein:
Licht golvende etappe met aangename afwisseling tussen veldwegen, graspaden, bospassages en stukjes asfalt. De klim naar de Poelberg is kort maar pittig, de rest van de dag verloopt vrij geleidelijk. Geen technische moeilijkheden, maar het knuppelpad richting Grammene vraagt wat aandacht. Overwegend onverhard, wat het stapritme ten goede komt. Mist en ochtendnevel gaven een bijzondere sfeer.

🏞️ Bezienswaardigheden:

  • Poelberg (45 m) – mini-puist met uitzicht, Lourdesgrot & Poelbergmolen
  • Meikensbos/Vijverbos – bos in herstel, verrassende aanplanting
  • Kerk van Wontergem – mooie binnenkant, standbeeld Lucien Buysse
  • Oude stationsbrug (WO II) – met Duitse inscriptie
  • Kerk van Grammene – mysterieuze kerkkat
  • Leiepad via Natte Meersen & Meirekouter
  • Graf van Agnes Desimpel – tragisch oorlogsverhaal
  • Lorenzobrug – smeedijzeren spoorwegbrug à la Eiffeltoren
  • Deinze – levendige stad met parkje en Grote Markt

⏳ Afstand & duur:
± 24,5 km
Wandeltijd: 6 – 6,5 uur incl. rust en sightseeing

⛰️ Zwaartegraad:
Licht tot matig. Niet zwaar qua terrein, maar de afstand vraagt een zekere basisconditie. Voldoende zit- en rustplekken onderweg.

⭐ Oordeel: 4/5

Nadat we de streekGR Groene Gordel na enkele jaren eindelijk hadden getemd, was het voor mijn wandelgezel en ik zoeken naar een nieuw wandelproject waar we ons voor langere tijd zoet mee konden houden. We zochten het dit keer, toch om te beginnen, iets verder en kozen voor de GR 128, de Vlaanderenroute. Deze start eigenlijk in Wissant aan de opaalkust en gaat zo door Vlaanderen naar Aken. Wij gingen echter voor de meest haalbare startplaats i.f.v. openbaar vervoer en begonnen ons GR 128-avontuur in het West-Vlaamse Tielt.

Een mistige start, de Poelberg-puist en een bizar bos

Na het bereiken van de overkant van de spoorweg begon een mistige wandeling waarbij Tielt al snel werd verlaten voor de betere lokale weg in het groen. Ons eerste hoogtepunt van de dag (en van ons GR 128-avontuur) ligt iets verder op de Poelberg. Deze Poelberg (45 meter hoog) wordt voorgesteld als een lokale Baskische mini-puist, maar de hoge stijgingspercentages lagen duidelijk aan de overkant.

Op de Poelberg liggen echter meteen enkele hoogtepunten. Zo is er het Klooster De Hoop waarbij in 1938 een Lourdes-grot werd bijgebouwd. Het historisch vertier komt echter in duo. Want iets verder, een beetje verhuld in de mist, staat ook nog de Poelbergmolen. Deze gaat terug tot de 17de eeuw en bleef tijdens de twee wereldoorlogen intact, hoewel er wel wat herstellingen nodig waren. Net zoals vele molens verloederde deze wel in de decennia daarna, tot hij werd gekocht door de gemeente en vanaf de jaren ’90 weer maalvaardig werd gemaakt.

Na deze passage ging het naar het Meikensbos. Dit is de historische naam van het Vijverbos, dat doorheen de decennia door boskap en landbouwactiviteit steeds kleiner werd. Vanaf 2000 kwam het in het bezit van Natuur & Bos dat het beetje bij beetje aan het herstellen en uitbreiden is. Door de beplanting doet het vandaag wat vreemd aan. Het lijkt namelijk soms eerder dat je door een boomgaard in een weide loopt, eerder dan een bos.

Van kerk naar kerk

Na het bos volgt de GR 128 grotendeels veldweggen, graspadjes en af en toe een asfaltbaan, richting de steenweg die onder Aarsele loopt. Over het algemeen mag je op deze etappe niet klagen over de ondergrond. Het is heel vaak onverhard, wat het malen van de kilometers aangenamer maakt. De vergezichten zijn ietsje minder dan ze konden zijn, omdat tot de middag de velden nog verhuld zijn in nevel en mist. Het geeft weliswaar ook een zekere charme aan het geheel.

Het gaat daarna van kerk naar kerk. De eerste is een goede 3 kilometer verwijderd. De kerk van Wontergem is langs buiten niet al te speciaal, maar heeft wel nog een mooie binnenkant. Verder zijn hier ook bankjes die zich lenen tot het nuttigen van een kleine snack of je lunchpakket. We waren niet de enige met die idee, getuige de enthousiaste groep van 10 vrouwen die deelnamen aan een wandeling van de Wandelclub De Natuurvrienden Deinze. Aan deze kerk is er ook een standbeeld voor de wielrenner Lucien Buysse, die 5 etappes won in de Ronde van Frankrijk en eindoverwinnaar was in 1926.

Van de kerk van Wontergem gaat het naar deze van Grammene. Het pad is hier echter nog wat mooier. Zo passeer je een oude stationsbrug, die door het Belgische leger werd opgeblazen en herbouwd werd door de Duitsers in 1942. Vandaag zie je nog de Duitse inscriptie. Ook is er een knuppelpad, dat weliswaar her en der al z’n beste tijd heeft gehad, met gammele planken tot gevolg. Even later verschijnt de kerk van Grammene. Hier wordt het grootste avontuur verzorgd door een zwarte kat die met ons mee in de kerk binnenglipte. Of dat dachten we toch. Het is ook best mogelijk dat we de kerkkat van Grammene buiten zette en zo het dorpje en omstreken in een periode van tegenslag hebben ondergedompeld…

Langs het water naar Deinze

Eens voorbij Grammene volgt het finale deel van deze eerste etappe op de GR 128, eentje die voert langs de oude en nieuwe Leie, via de paden Natte Meersen en Meirekouter. Het is aangenaam wandelen langs het water, dat op dit gedeelte een duidelijk groene kleur heeft. We passeren tijdens dit stuk, waarbij we een bocht maken, ook het graf van Agnes Desimpel, die op 26 september 1976, op 37-jarige leeftijd overleed toen ze tijdens het rooien van de aardappelen op een obus uit de eerste wereldoorlog botste en deze wegwierp, waardoor deze tot ontploffing kwam.

Even verder wandel je langs de Lorenzobrug van Grammene. Deze spoorwegbrug, gebouwd volgens dezelfde techniek als de Eiffeltoren, was bijna gesneuveld. De NMBS wilde deze namelijk afbreken en vervangen door een andere. Maar heel wat mensen tekenden protest aan, waaronder Grammenaar Laurent Vanhaesebrouck en kunstenaar Roger Raveel. De NMBS plooide en vandaag staat de brug gekend als de Lorenzobrug, als eerbetoon aan Vanhaesebrouck.

Deinze

Daarna keert het pad weer en gaat het nog voor een laatste rechte lijn langs de Leie, om zo naar Deinze te gaan. Eerst zien we nog enkel de industrie, maar al snel komen we aan de stad zelf, waar langs de Leie heel wat nieuwbouwappartementen staan. Ook horen we het enthousiaste publiek van SK Deinze tijdens hun wedstrijd tegen Seraing. Via een parkje komen we ten slotte uit op de Grote Markt, dat volgelopen is door het aangename weer en de autoluwe zondag. Een mooi eindpunt van onze eerste kennismaking met de Vlaanderenroute.

Meer wandelingen op de GR 128 vind je hier: https://fromtheseatothelandbeyond.com/gr-128-vlaanderenroute/