GR 128.8 Mollem – Nieuwenrode (19.5 km)

🥾 Terrein:
Overwegend vlakke en licht glooiende etappe door het Vlaamse boerenlandschap. Veel onverharde veldwegen, landbouwpaden en enkele asfaltpassages. De echte klimmetjes zitten vooral aan het begin; daarna volgen vooral lange, rustige stukken door open landschap.

🏞️ Bezienswaardigheden:
• Mollem – kerk, dorpscentrum en grote hoeves
• Oriëntatietafel van Mollem – hoogste punt van de dag op 71 meter
• Typisch Vlaamse landbouwlandschap met velden, hoeves en vee
• Kerkje van Brussegem in de verte
• Blakenbergbos
• Indrukwekkende vierkantshoeve
• Wolvertemse Beemden, natte weilanden aan de samenvloeiing van twee beken

Afstand & duur:
± 20 km – ongeveer 4 à 5 uur wandelen, exclusief pauzes.

⛰️ Zwaartegraad:
Gemakkelijk. De hoogtemeters zijn beperkt en het terrein is weinig technisch. Vooral de lange open stukken en het gebrek aan afwisseling maken de etappe mentaal wat minder uitdagend.

Oordeel: 3,5/5

Nadat we de streekGR Groene Gordel na enkele jaren eindelijk hadden getemd, was het voor mijn wandelgezel en ik zoeken naar een nieuw wandelproject waar we ons voor langere tijd zoet mee konden houden. We zochten het dit keer, toch om te beginnen, iets verder en kozen voor de GR 128, de Vlaanderenroute. Deze start eigenlijk in Wissant aan de opaalkust en gaat zo door Vlaanderen naar Aken. Wij gingen echter voor de meest haalbare startplaats i.f.v. openbaar vervoer en begonnen ons GR 128-avontuur in het West-Vlaamse Tielt. Tijdens etappe 8 kwamen we vooral door hetzelfde soort landbouwlandschap met veel weiden, koeien en paarden en opvallend weinig dorpen, kernen en gehuchten.

Ontdubbeling

Normaal gezien, volgens de gids, was de volgende etappe een tussen Mollem en Eppegem. We hadden dit al in de omgekeerde richting gedaan op de streekGR Groene Gordel. Alleen was deze variant een hele hoop langer. De totale wandeling zou 34 kilometer vragen en noch onze voeten noch het weer zorgden ervoor dat dat een uitdaging was die we beide zagen zitten. En dus besloten we de koek in twee te delen en gingen we tot in Nieuwenrode, Kapelle-op-den-Bos.

Naar de oriëntatietafel

Het eerste deel van de etappe was een tocht naar de oriëntatietafel van Mollem, voor ons onbekend, maar lokaal gekend genoeg om een parking én een paardenparking te verdienen. Aanvankelijk ging het nog door Mollem zelf, met een mooie kerk, een gezellig centrum en enkele grotere hoeves. Ook passeerden we een loods met indrukwekkende stapels houten paletten.

Maar het hoogtepunt, letterlijk, was dus de oriëntatietafel die op een mooie dag ver uitzicht gaf. Helaas was het geen al te mooie dag en hadden we dus vooral zicht op Merchtem. De oriëntatietafel ligt op 71 meter. Dat betekende dus dat we op dat moment best nog wel wat hoogtemeters hadden gemaakt. Het was het einde van de echte klimmen. De rest van de dag zou het eerder glooien.

Naar de tussenstop

De rest van de dag zou eerder bijzonder zijn en door velden en langs hoeves gaan zonder echt een dorpskern te passeren. Daarom is het ook niet zo eenvoudig om een relaas te geven van de wandeling. En dus waren de kernwoorden: gewassen, velden, af en toe een koe of paard. Onze eerste passage door dit desolate Vlaamse boerenlandschap was van een heel ander soort.

Na mijn bijna tweede boodschap in de natuur op het Pieterpad en mijn echte tweede boodschap op de GR5A in een bos in de Vlaamse Ardennen voelde ik alweer een hoge nood. Dit keer, door het open landschap en de afwezigheid van natuur, zag ik mijzelf genoodzaakt om aan te bellen, zonder succes. Pas toen we op de kaart aan het kijken waren naar een uitwijkroute kwam een redder in nood spontaan opendoen en werd mij dus een schaamtelijke passage in een schaamtelijk bosje een kilometer verder bespaard.

Door het boerenlandschap

Het was zeker niet dat het onaangenaam wandelen was door dit landschap. En af en toe was er ook in de verte of wat dichter iets te zien. Zo zagen we het kerkje van Brussegem, een veld met zeer geurige spruiten en een gigantische constructie voor iets wat waarschijnlijk een paardenhappening moet zijn. We kruisten hier ook de GR 126 Mariekerke – Membre.

Qua echte natuur was het op dit stuk nog zeer spaarzaam. Er was een heel klein stukje in het Blakenbergbos, waar wel heel wat wandelwegjes waren maar die we hier niet aandeden. In de plaats gingen we er rond en zagen we zo…nog wat meer gewassen, velden en af en toe een koe of paard. Toch was er ook hier een hoogtepunt, met een gigantische vierkantshoeve die langs alle kanten te bewonderen en indrukwekkend was.

Wolvertem

Het was nog even door de velden en dan een klein ander soort stukje natuur dat zich als veelbelovend aanbood. De Wolvertemse beemden ligt aan de samenvloeiing van de Molenbeek en de Meuzegemse beek. Door het overstromen van de beken vormen er zich natte weilanden met ook interessante fauna en flora. Het was op zich mooi, maar ook kort. De passage in Wolvertem was opnieuw kort. We gingen even langs een drukke baan, waar de frietgeur in de lucht hing. En dat was het dan.

Daarna ging het via een brug over de A12 even kort richting het bijzondere Sint-Brixus-Rode, genoemd naar Brixius van Tours. Voor de rest was er over dit plekje niet veel te vertellen. We wandelden nog door hoge maïsvelden en kwamen aan een ijsboerderij waar enkele kalfjes in een apart klein hokje waren gezet. Zielig, maar waarschijnlijk niet zonder reden.

Door de regen naar Nieuwenrode

Het laatste stuk was best nog wel mooi, langs onverharde paden. De laatste 500 meter liepen langs een bomenlaan met kasseien. Na een tijdje doemde de skyline van Nieuwenrode op. Op dat moment was het vrij hard beginnen te regen. In Nieuwenrode was er geen café open en dus was het meteen naar de bushalte, die door werken was verplaatst. Uitgeregend maar tevreden over alweer een leuke etappe op de GR 128 namen we de bus naar Vilvoorde en zo terug naar Halle.

Meer wandelingen op de GR 128 vind je hier: https://fromtheseatothelandbeyond.com/gr-128-vlaanderenroute/

GR5A.5 Ronse – Avelgem (20 km)

🥾 Terrein:

Uitdagende heuvelachtige etappe met een mooie afwisseling van onverharde veldwegen, bospaden en korte asfaltpassages. Vier stevige beklimmingen zorgen voor het nodige klimwerk, maar de paden zijn doorgaans goed begaanbaar.

🏞️ Bezienswaardigheden:
• Panorama’s over Ronse en de Vlaamse Ardennen
• Kruisberg, Scherpenberg, Hotondberg en Kluisberg
• Hotondmolen: hoogste punt van Oost-Vlaanderen
• Scherpenbergbos en Kluisbos
• Kapel Wittentak en overwoekerde veldkapel
• Ronde van Vlaanderenstraat met overzicht van alle winnaars
• Mont de l’Enclus, karaktervol grensdorp
• Wielerbrug over de Schelde en oude spoorlijn naar Avelgem

Afstand & duur:
20 km – ongeveer 4 à 5 uur wandelen, exclusief pauzes.

⛰️ Zwaartegraad:
Gemiddeld tot iets zwaarder. De opeenvolging van vier heuvels maakt deze etappe fysiek pittiger dan de afstand doet vermoeden, al blijft het terrein technisch eenvoudig.

Ons land kent heel wat GR’s. En blijkbaar kunnen we zelfs claimen de langste luswandeling van Europa op ons grondgebied te hebben. De GR5 A (de link met de GR5 is mij een raadsel) is ook gekend als de wandelronde van Vlaanderen en wandelt de grens van Oost- en West-Vlaanderen af, goed voor 582 km wandelplezier. Na bijna een jaar kon ik nog eens een vervolg breien en deed ik dit tweede deel van de tocht door de Vlaamse Ardennen.

De wandeling van Flobecq naar Ronse was de laatste wandeling die ik had gedaan voor ik vader werd, vorig jaar in augustus. Het was dus best een mooi gegeven om bijna een jaar later het vervolg op deze mooie etappe aan te vatten. En aangezien het in de heuvelachtige Vlaamse Ardennen bleef, mag het ook niet verbazen dat het vooral een landschappelijke verderzetting was.

Klimmen uit Ronse

Ronse zelf ligt in een dal, wat logischerwijs betekent dat de kans groot is dat in deze regio de weg stijgt. Na een kort stukje door de stad zelf, niet meteen het meest charmante gedeelte, ging het inderdaad vrij snel in stijgende lijn. Gelukkig was het stuk door een woonwijk van vrij korte duur en leidde de GR5A  de natuur in.

Deze etappe was namelijk een opeenvolging van de zogenaamde bergen van de Vlaamse Ardennen. Uiteraard op de schaal der dingen nog vrij lage heuvels, maar dat maakte de hellingsgraad van sommige niet minder pittig. Dit eerste stuk ging nog meer door open velden, met af en toe een vista over de streek en over Ronse. En zo kwam ik aan de eerste van 4 toppen, met name de Kruisberg.

Avonturen in het bos

Hierna kwam er een eerste passage door het bos, na een kort bezoekje aan kapel Wittentak. Na een mini-omleiding kronkelde de GR5A het Scherpenbergbos in. Bij de intrede van het bos sloeg het noodlot echter toe. Daar waar ik vorig jaar op het Pieterpad nog maar net een nummer twee in de natuur kon vermijden, was mij deze keer de luxe niet gegund. En dus kreeg ik, tegen mijn wil in, een bijzondere hechte band met het Scherpenbergbos.

De naam van het bos is afgeleid van, niet echt verrassend de Scherpenberg, met zo’n 145 meter niet de hoogste, want die volgt al snel. Met 150 meter is namelijk de Hotondberg het hoogste punt van de Vlaamse Ardennen, en dus ook van Oost-Vlaanderen. Hier staat ook de gelijknamige, witte molen, onder andere gekend van de helikoptershots tijdens de Ronde van Vlaanderen.

Door de velden naar de volgende berg

Na de passage door het bos ging het lange tijd door de al even mooie en aangename glooiende heuvels. Het viel op hoe vaak het hier op onverharde paden ging. En zelfs de stukken over asfalt of verharde ondergrond waren best aangenaam omdat er overal wel wat te zien was. Op het gevaar af om even richting de hyperbool te gaan, je krijgt af en toe het gevoel ergens in het buitenland te vertoeven.

Een korte passage gaat langs de flanken van het Beiaardbos, dat niet zelf wordt bezocht, maar waar het wel via twee poortjes door een weide gaat. De Wandelronde en de echte ronde van Vlaanderen kwam samen in de Ronde van Vlaanderenstraat waar alle winnaars van de Ronde op de grond staan gekalkt. Een hele mooie overwoekerde semi-kapel later kwam ik aan op de voorlaatste berg, de Knokteberg of Côte de Trieu (goed voor 123 meter)

Kluisbos en -berg

De laatste passage naar een van de heuvels van de Vlaamse Ardennen leidde door het Kluisbos. Dit was op zich het minste van alle bosstukken. Langs de linkerkant was er een smal bospad en langs de rechterkant een onverhard stuk dat hoofdzakelijk door wielrenners en gravelbikers werd gebruikt. Door het vrij mooie weer, wel bewolkt maar droog en met een goede temperatuur, was er veel volk op de baan.

Na een kleine lunchpauze op een bankje, aan een wegwijzerboom die ook naar de GR 122 Zeeland – Champagne-Ardenne en de GRP 123 Tour de la Wallonie picarde leidde. Maar ik moest natuurlijk verder op de GR5A. De wegwijzers leerde mij dat ik ondertussen 43 kilometer had gedaan sinds het vertrekt uit Geraardsbergen en dat de aansluiting in De Panne nog 157 kilometer zou vergen.

In het Kluisbos ging het al continu langs de taalgrens. Net zoals de Knokteberg ligt ook deze zowel in Vlaanderen als Wallonië. Hier is ook een Tumulus te vinden. Na een goede drie kilometer door het bos arriveerde ik aan de top van de Kluisberg, waardoor het vanaf nu hoofdzakelijk dalen zou zijn.

Henegouwen en West-Vlaanderen

Het laatste stuk, nog een goede vijf kilometer deed nog twee provincies aan. De eerste was Henegouwen. De GR5A gaat namelijk nog een stuk door Mont de l’Enclus, een vreemde plek met heel wat mooie, speciale en mooie maar vervallen gebouwen. Van Enclus du Haut daalde de GR naar, verrassing, Enclus du Bas.

Vervolgens was het, na het betere daalwerk en nog wat paden door de velden, via een asfaltpad naar de wielerbrug over de Schelde, met ook nog enkele wielerkunstwerken. Daarna volgde de GR de oude spoorlijn, om zo aan te komen aan het voormalig treinstation, waar ik mijn bus richting Oudenaarde nam, na een erg mooie wandeldag door de Vlaamse Ardennen.

Meer wandelingen op de GR5A vind je hier: https://fromtheseatothelandbeyond.com/gr-5a-wandelronde-van-vlaanderen/

Etappe 17: Groesbeek – Gennep (15 km)

🥾 Terrein:
Afwisselende etappe met bospaden, veldwegen, korte asfaltpassages en enkele glooiende stukken. Vooral in de bossen rond de Sint-Jansberg gaat het regelmatig op en neer, maar de route blijft technisch eenvoudig.

🏞️ Bezienswaardigheden:
• Groesbeekse Bos: rustige start tussen het groen
• Wijngaard en herinneringen aan de Tweede Wereldoorlog
• Zwerfkeien en indrukwekkende omgevallen boom
• Sint-Jansberg: bos met vijvers en glooiende paden
• Ruïne van het Gennephuis
• Niers en haar vertakkingen
• Historisch centrum van Gennep

Afstand & duur:
15 km – ongeveer 3 à 4 uur wandelen, exclusief pauzes.

⛰️ Zwaartegraad:
Makkelijk. De afstand is beperkt, maar de klimmetjes op de Kiekberg en Sint-Jansberg zorgen voor wat extra inspanning.

Oordeel: 3,5/5

We hadden geen ontbijt bijbesteld in het comfortabele maar warme hotel De Oude Molen. We konden dus vroeg vertrekken om zo het lastige openbaar vervoer, met heel wat wijzigingen en vreemde situaties, op een succesvolle manier naar huis te nemen. Op een pak Belvita wandelden we de 850 meter van het hotel naar het startpunt van de dag, in het hartje van Groesbeek, op deze ochtend stil en verlaten.

Boshonden, wijngaarden en de tweede wereldoorlog

Het begin was een beetje troosteloos door de buitenwijken van Groesbeek. Gelukkige duurde het niet al te lang voor het overging naar het Groesbeekse bos, waar we onze second breakfast konden nuttigen. In het bos zelf was het aangenaam wandelen, maar tijdens onze pauze moesten we wel tot twee maal toe een hond trotseren die het gemunt leek te hebben op ons eten. Gelukkig konden we met volle proviand en zonder kleerscheuren onze tocht verderzetten.

Na nog een stukje bos kwamen we tussen de velden uit, waar ook een wijngaard te vinden was. Helaas had dit gisteren niet geresulteerd in het proeven van het lokale aanbod. Verder op de weg stonden een hele hoop infoboden over de tweede wereldoorlog en de bevrijding door de geallieerden. Langs de kant van de kleine natuurervaringen kwamen we ook nog voorbij een reeks zwerfkeien en een uit de kluiten gewassen omgevallen boom.

AAA+ bos

Het mooiste stuk voerde ons naar een bos dat deed denken aan het Zoniënwoud en het Hallerbos. Hier ging het ook goed op en neer. De heuvels die we hier moesten trotseren waren respectievelijk de Kiekberg (76 meter) en de Sint-Jansberg (59 meter). In het bos waren ook enkele mooie watertjes en vijvers te vinden. Het dispuut van de dag vond plaats aan een van deze. Een koppel dat hun hond had laten baden in het water werd zonder verpozen de levieten gelezen door een oudere man.

Slaan en zalven

Na deze passage verlieten we het bos en zagen we een reiger zonnebaden in een veld. Hierna leek de etappe te eindigen op een sisser. We moesten door het vrij troosteloze Milsbeek, waar enkel een faux Paard van Troje voor enig vertier kon zorgen.

Het echte slot redde echter de meubelen. Het ging nog door mooie natuur door de velden, langs de oude gerestaureerde ruïne van het Gennephuis en langs en over de verschillende vertakkingen van de Niers. Via een oude toegangspoort wandelde we het zeer gezellige historisch centrum van Gennep binnen, waar we helaas weinig tijd hadden. Hier staat onder andere de eenzame kerktoren van de verwoeste Sint-Martinuskerk en enkele monumentale woningen.

Einde deel 4

De bus wachtte op ons en via een omweg langs Nijmegen waren we klaar om naar huis te gaan. Zo eindigde onze vierde sessie op het Pieterpad, met heel wat ontmoetingen en herinneringen, met een etappe die zich voorlopig in de top drie wist te nestelen en met heel veel zin om volgend jaar nog eens terug te keren.

Meer wandelingen op het Pieterpad vind je hier: https://fromtheseatothelandbeyond.com/het-pieterpad/

De kastelenroute 5: Asse – Aalst

🥾 Terrein:
Afwisselende wandeling over landbouwwegen, onverharde veldpaden, bospaden en kortere stukken asfalt door dorpen en stadsrand. Overwegend vlak, met veel aangename onverharde passages en enkele groene parken richting Aalst.

🏞️ Bezienswaardigheden:
• Kasteel Rampelberg
• Kasteel de Bergen
• Kasteel Putberg
• Kravaalbos, uitgestrekt en populair wandelbos
• Meldert, charmant dorp met fraaie kerk
• Waterkasteel van Moorsel, indrukwekkend renaissanceslot
• Somergembos, groene pauzeplek
• Kasteel Ronsevaal
• Kasteel De Vis
• Kasteel de Rozerie
• Zwembadpark en Dender in Aalst

Afstand & duur:
23 km, ongeveer 5 uur wandelen, exclusief pauzes.

⛰️ Zwaartegraad:
Gemakkelijk. Een vlakke wandeling zonder noemenswaardige hoogtemeters. Vooral de afstand bepaalt de inspanning.

Oordeel: 4/5

Vlaanderen kent heel wat wandelpaden, maar ook een hele hoop hele, halve, grote en kleine kastelen. Op een blauwe maandag leek het mij leuk om een eigen wandelroute uit te werken die langs deze bijzondere gebouwen en plekken gaat. Tussen droom en wandeldaad staan praktische zaken, maar uitstel is geen afstel. Eindelijk kon ik beginnen aan de kastelenroute. Ook de vijfde etappe zorgt voor heel wat kasteelvertier, alleen zijn er enkelen ook verstopt achter een hoge haag of bos. Desondanks was er, door onder andere het groot stuk langs onverharde paden, ook veel natuurplezier te beleven.

Drie op een rij

De wandeling begon met een drietal aan kastelen, hoewel sommigen misschien eerder onder de veredelde landhuizen vielen. Na een kort stuk weg van station Asse kwam al snel kasteel Rampelberg op het vizier, statig maar langs een vrij drukke steenweg. Via nog een stukje woonwijk ging het naar kasteel de Bergen, verstopt achter een haag met enkel de poot met oprijlaan zichtbaar en even later naar kasteel Putberg, waarvan slechts het dak gedeeltelijk te zien was.

Gekend terrein

Door landbouwvelden en onverharde paden ging het naar gekend terrein. Ik deed recent nog het Kravaalbos aan in de wandeling op de GR 128, de Vlaanderenroute, op het stuk tussen Moorsel en Mollem. Hier ging het langs het ander stukje, maar desalniettemin was het op deze zonnige dag goed vertoeven in het Kravaalbos. Het bos zelf was ondanks het ochtenduur al goed bezocht door wandelaars en joggers.

Na deze passage ging het kort door het centrum van Meldert, met een vrij mooie kerk en her en der ook pittoreske huisjes. Het gekende pad blijft nog even gevolgd worden. De Faluintjesstreek wordt hier gekenmerkt door een smal pad langs een beekje. Na een goede kilometer arriveerde de Kastelenroute aan alweer het vierde kasteel, het indrukwekkende maar opnieuw verstopte waterkasteel van Moorsel, een renaissancistisch waterslot gebouwd tussen 1521 en 1526 in opdracht van Carolus van Croy.

Door het groen naar Aalst

De weg naar het centrum van Aalst was opvallend groen en langs onverharde paden. Vanaf Moorsel ging het eerst door een pad tussen velden. Na een passage langs hondenschool, voetbalveld en golfterrein, duikt het even het Somergempark in, langs de gelijkgenamige nog niet volledig afgewerkte sociale nieuwbouwwijk. Het Somergembos volgde al snel en met de stijgende temperaturen was het op dat moment een perfecte plek om even te pauzeren en te lunchen. Het was het laatste echte stukje natuur. Wat volgde was het tweede trio kastelen.

Verborgen kastelen

Het eerste van de drie was kasteel Ronsevaal, eerder een eclectisch landhuis daterend van het einde van de 19de eeuw. Langs de straatkant is het goed verstopt, pas vanaf de buurtweg kan je het best wel mooie dak bewonderen. Na nog een stukje natuur, met een mooie, pittoreske vijver, volgde een kasteel/landhuis dat nog niet op mijn radar was gekomen. Hoewel ook hier slechts een beetje door de bomen zichtbaar, was kasteel De Vis op deze manier toch een mooie toevoeging. Afsluiten deed de kastelenwandeling met kasteel de Rozerie, dat opnieuw goed verborgen lag achter bomen en een muur en waar vooral het dak zichtbaar was.

Naar het station van Aalst

Met de laatste drie kastelen achter de kiezen restte nog een tocht naar het station van Aalst. Na een stukje bebouwing, dook de route door het Zwembadpark, waar het, verrassing, zwembad Aquatopia staat. Na een stukje Finse piste was het even zoeken door een rariteit in de gpx, maar uiteindelijk moest gewoon de steenweg overgestoken worden. In het park zelf was het even minder gezellig, met een dronken, prevelende man verstopt in een van de bossen. Aalst…

Het laatste stuk ging vooral naar een meer industrieel stuk, met silo’s, fabrieken en spoorwegen, maar ook met campings en caravans. Ook de carnavalshangars werden gepasseerd. Tot slot ging het naar de Dender, met ook zicht op het moderne stadhuis. Het is dan nog maar enkele honderd meters naar het station. Het einde van alweer een geslaagde wandeling op de zelfverzonnen kastelenroute.

Meer kastelenroute kan je hier vinden: https://fromtheseatothelandbeyond.com/de-kastelenroute/

De beschrijving vind je hier:

En de gpx hier: https://www.wikiloc.com/hiking-trails/kastelenroute-etappe-5-asse-aalst-273715284

Etappe 16: Millingen aan de Rijn – Groesbeek (19 km)

🥾 Terrein:
Overwegend vlakke etappe met veel afwisseling. Het eerste deel voert over asfalt-, grind- en zandwegen door open landbouwgebied. Later maken deze plaats voor bos, natuurgebieden, glooiende paden en een korte maar stevige klim naar de Duivelsberg. De ondergrond blijft doorgaans goed begaanbaar.

🏞️ Bezienswaardigheden:
• Monumentale hoeve Plezenburg
• Ooievaarsnesten langs de route
• Kerk van Leuth, met sporen van de Tweede Wereldoorlog
• Natuurgebied met molen, roerdompbeeld en houten sculpturen
• Wylerbergmeer
• Duivelsberg, bosrijke heuvel met motte Mergelpe
• Groesbeek, gezellige aankomstplaats

Afstand & duur:
19 km – ongeveer 4 à 5 uur wandelen, exclusief pauzes.

⛰️ Zwaartegraad:
Makkelijk tot gemiddeld. De route is technisch eenvoudig, maar de klim naar de Duivelsberg is best pittig.

Oordeel: 3,5/5

Kaasverminking

De dag begon tegelijk goed en een beetje vreemd. Het ontbijt was zeer verzorgd met vers gebakken brood, fruit en versgeperst fruitsap. Maar ook met een resem kazen. Het mes dat er naast lag deed mij denken dat deze laatste ook aangesneden kon worden. Helaas stond de gastvrouw erop at deze egaal werd geschaafd. Zo ontstond kaasgate, met een halve beschuldiging van kaasverminking.

Een moeilijke start

Na het ontbijt vertrokken we voor een goede negentien kilometer, wat uiteindelijk een goede tweeëntwintig kilometer zou worden. Het eerste deel bestond vooral uit asfalt, zand en grindwegen door landbouwgebied, met af en toe een bomenrij voor schaduw. Eenzaam hoogtepunt was de monumentale hoeve Plezenburg. Her en der werd het landschap opgevrolijkt door ooievaarsnesten met kuikens die kwamen piepen.

Een eerste pauze namen we aan de kerk van het kleine dorpje Leuth. Dit plekje werd samen met de directe omgeving zwaar getroffen door de tweede wereldoorlog. Een heel ander sentiment was er even verderop, waar een brassband de zonnige pinksterochtend opluisterde met vrolijke muziek. Het was een leuk intermezzo.

De Duivelsberg

Daarna brak er een nieuwe fase aan, eentje met een waterloop, een flinke dosis natuur, maar ook met een molen, een houten beeltenis van een roerdomp en een stel houten sculpturen die kinderen in oorlogsgebied moesten symboliseren. Het was de interlude van het mooie stuk van de dag, dat het eerste, wat saaiere, zeker wist te compenseren.

De echte hoogtepunten begonnen voorbij dit drukke stuk met heel wat fietsers. Eerst deden we een kleine toer rond het Wylerbergmeer, waar een stel ruiters besloten hun paarden even te laten zwemmen. Daarna ging het met de hulp van aangelegde treden naar boven, richting de Duivelsberg, waar ook de motte Mergelpe te vinden was. Het uitzicht was minder en beneden op de ‘berg’ was ook geen picknickgelegenheid. En dus daalden we af voor hartige pannenkoeken bij Pannenkoekenhuis ‘De Duivelsberg’.

Groesbeek

Goed gevuld was het nog een zeven kilometer te gaan. Ook dit was veel mooier dan het eerste gedeelte, met een afdaling door het bos en een hoop gras- en zandwegen door velden en tussen glooiende weiden. Het deed een beetje denken aan Pajottenland.

We hielden nog een keer halt en daalden daarna af naar onze eindbestemming in Groesbeek, een klein maar gezellig dorp. Na een lange en door de hitte vermoeiende dag, ploften we eerste neer voor een drankje op het terras, aan een klein watertje. Naar goede traditie deden we ons ook nog eens tegoed aan nachos en vegetarische bitterballen. Hierna gingen we naar hotel de Oude Molen waar w e ook eten en met een driegangen menu ons voordeel deden.

Meer wandelingen op het Pieterpad vind je hier: https://fromtheseatothelandbeyond.com/het-pieterpad/

Etappe 15: Braamt – Millingen aan de Rijn (25 km)

🥾 Terrein:
Gevarieerde etappe met een opvallend heuvelachtig begin. Lange bospassages worden afgewisseld met heide, graspaden langs waterlopen, natuurgebieden en enkele stukken verharding. De ondergrond is doorgaans goed begaanbaar, maar de opeenvolgende klimmetjes maken het begin van deze dag fysiek pittiger dan veel andere Pieterpadetappes.

🏞️ Bezienswaardigheden:
• Bergherbos – uitgestrekt bosgebied met lange klim door het groen
• Hulzenberg – hoogste punt van de dag met uitkijktoren en panorama
• Eltenberg – laatste klim voor de Duitse grensstreek
• Sint-Vituskerk in Hoch Elten – markant herkenningspunt
• Rivier De Wilde – rustig graspad langs het water
• Carvium Novum – natuurgebied ontstaan door kleiwinning
• Lobith – gezellig grensdorp met rustpunt “Lief Lobith”
• Geuzewaard – groen natuurgebied met bijna sprookjesachtige sfeer
• Tolkamer – mix van dorpskern, recreatie en scheepvaart
• Veerboot naar Millingen aan de Rijn

Afstand & duur:
25 km – reken op ongeveer 6,5 uur wandelen, exclusief pauzes.

⛰️ Zwaartegraad:
Gemiddeld. De eerste helft bevat enkele stevige klimmetjes en ook een de langste etappe op de hele route.

Oordeel: 4,5/5

Het ontbijt kon vroeg geserveerd worden. Met zo’n 25 kilometer voor de boeg was dit een handige opportuniteit. Om 7u30 zaten we samen met Mien aan de ontbijttafel. We maakten kennis met Yvonne. Het ontbijt zelf was lekker en uitgebreid. Zo waren we klaar voor de veelbelovende dag en zeiden we gedag aan onze vrienden op de fiets-gastheer en gastvrouw.

Bergen met vistas

Na een kort stukje om Braamt te verlaten begon de wandeling pas echt in een mooi bos. Het was meteen klimmen geblazen. Het pad ging lange tijd door het Bergherbos, eerst langs de Hettenheuvel en vervolgens naar de Hulzenberg, 82 meter met nog een uitkijktoren van 20 meter erbij. Het was een uitgelezen kans om een panorama van de hele omgeving voorgeschoteld te krijgen.

Het bos bleef nog even voor beschutting zorgen, ook al was er een mooi stukje heide dat voor afwisseling zorgde. Na even op adem te kunnen komen ging het opnieuw in stijgende lijn, naar de Eltenberg. Na deze laatste echte klim daalden we naar het Duitse Hoch Elten, waar de Sint-Vituskerk in het oog sprong.

Schoonheid troef

Het bos werd verlaten, maar de natuur bleef mooi aanwezig. Een graspad volgde namelijk de rivier De Wilde. Vervolgens was er het Carvium Novum natuurreservaat met uitkijkpunt. Dit natuurgebied werd gevormd door de winning van klei. Dit leidde via een stukje verhard pad naar Lobith, waar we even pauzeerden bij een rustpunt “Lief Lobith”. Via een honesty box kan je hier een hele hoop dranken en lekkers kopen. Welgekomen met het warme weer. Lobith zelf was best gezellig.

De hoogtepunten bleven maar komen. Geuzewaard was een stuk natuur dat deed denken aan de Shire uit Lord of the Rings. En dan kwam we aan het laatste plekje voor we onze eindbestemming bereikten. Tolkamer was een vreemde combinatie van een gezellige dorpskern en recreatie op de dijk. En nog verder was er nog wat scheepvaartactiviteit met zelfs een overnachtingshaven. Over een veelzijdige dag gesproken.

De veerboot

Het laatste stuk was nog even ploeteren. Het was opnieuw erg zwaar door de zon, ook al liep het nog een lang stuk op een graspad. Dat veranderde in de laatste rechte lijn naar de veerboot, waar het toch even op asfalt te doen was. De boot kwam meteen aan en bracht ons naar de overkant. Joachim voelde daar de drang naar een klein strandje vlakbij het weer, waar hij wat kon zwemmen en ik wat kon rusten en schrijven.

Millingen

Hierna gingen we naar onze B&B (vernoemd naar Millingen) waar Jenny ons verwelkomende met frisse dranken. Onze zoektocht naar eten was iets minder succesvol. De kookdoom vond het een goed idee om een matige dj matige muziek te laten spelen en het verplichte all you can eat menu was zeer prijzig en met slechts een vegetarisch alternatief. We eindigden uiteindelijk in Grand Café De M’Ooije Waard, een speciale plek met een vriendelijke kok-opdiener waar ik op de tonen van veel ABBA een lekkere schnitzel at.

Ter compensatie gingen we ook nog naar ijssalonketen Clevers waar de Lovely Lemon met fris citroenijs de perfecte afsluiter was van een prachtige maar hete wandeldag. Eentje die zich in de voorlopige top drie van het Pieterpad wist te nestelen.

Meer wandelingen op het Pieterpad vind je hier: https://fromtheseatothelandbeyond.com/het-pieterpad/

Etappe 14: Zelhem – Braamt (17 km)

🥾 Terrein:
Overwegend vlakke etappe door het Achterhoekse landbouwlandschap. Veel asfalt- en landwegen, afgewisseld met enkele aangename bosstroken, een vlonderpad en passages langs water. Technisch eenvoudig, maar door het asfalt kunnen de laatste kilometers zwaarder aanvoelen.

🏞️ Bezienswaardigheden:
• Markt van Zelhem – gezellige startplaats van de etappe
• Heemmuseum Smedekinck – museumhoeve met terras
• “De Kathedraal” – opvallende hoeve met omgebouwde silo
• Kasteel Slangenburg – historische burcht in een groene omgeving
• Oude IJssel – rustige rivierpassage
• Sluis- en stuwcomplex De Pol – met vistrap en snelstromend water
• Religieus geïnspireerde boom – opvallend detail onderweg

Afstand & duur:
± 17 km – ongeveer 4 uur wandelen, exclusief pauzes.

⛰️ Zwaartegraad:
Gemakkelijk tot gemiddeld. Weinig hoogteverschillen en technisch eenvoudige paden. Een slotstuk van enkele kilometers asfalt maakt het wel wat lastiger.

Oordeel: 2,5/5

Een spannende start

Het was de weken voor deze 4de ronde op het Pieterpad best spannend. Mijn zoontje van bijna acht maanden ging van ziekte naar iets kleinere ziekte en ik had er ook best veel last van. Hij wist zijn momenten vaak uit te kiezen. Onze Pieterpad-hindernissenparcours indachtig was ik dan ook wat zenuwachtig. Tegelijk was het ook met een dubbel gevoel. Het was de eerste keer weg van huis, toch voor een langere periode, sinds zijn geboorte. Hierdoor had ik de oorspronkelijke 5 dagen ingekort naar 4. Desondanks keek ik er erg naar uit.

Ik kon vertrekken maar toch waren er enkele obstakels onderweg. De trein van Breda naar Doetinchem reed niet rechtstreeks meer door werken en dus moesten we dit met drie tussenstops oplossen, via ’s Hertogenbosch, Utrecht en Arnhem. Hierdoor moesten we ook een bus later nemen. Na bijna zes uur konden we uiteindelijk starten op de markt van Zelhem.

Hoeves, kathedralen en een kasteel

Na het fijne weerzien met de heks, ging het via de gezellige markt door de straten van het kleine dorpje waar we iets minder dan een jaar eerder een dag vroeger hadden moeten stoppen door stakingen. Niet zo lang na het begin hielden we al halt bij Heemmuseum Smedekinck, waar we een pseudo-hoeveijsje aten. Daarna wandelden we door hoofdzakelijk agrarisch gebied.

Het was niet meteen het meest inspirerende landschap. Hoogtepunt (misschien zelfs letterlijk) was een hoeve met omgebouwde silo, die lokaal de naam “De kathedraal” heeft. De grote hoeven en boerderijen bleven de eerste kilometers domineren. Het eerste echte hoogtepunt (figuurlijk dan) was de Slangenburg, een kasteel die op dat moment helaas niet toegankelijk was door de bijeenkomst van de Neerlandsche Stucgilde. Hier werd nog een mooi stukje bos aan gekoppeld.

Water en asfalt

Na een stuk onder een brug zette het pad zich opnieuw verder door landbouwgebied, met een klein stukje bos en een oud pompstation. Een tweede hoogtepunt kwam er door de Sluis- en Stuwcomplex De Pol, met hiernaast ook een vistrap. De Oude Ijssel stroomde hier en werd hier vergezeld van een beek dat met een indrukwekkende vaart naar beneden stroomde.

Een kort vlonderpad en een religieus geïnspireerde boom later was de wandelingen stilaan in de laatste fase aangekomen. Helaas betrof het nog een lang stuk asfalt van ongeveer vier kilometer. Ondertussen was de zon best onverbiddelijk aan het schijnen, waardoor deze afsluiting enorm pittig werd.

Een avontuurlijk avondeten

Rond half zes, na ongeveer zeventien kilometer en een kleine vier uur wandelen, kwamen we aan in de B&B in Braamt. We hadden deze gevonden via Vrienden op de Fiets. We werend verwelkomd door de gastheer en begonnen met een frisse Hertog Jan in de tuin. We werden vergezeld door Mien, een jonge vrouw uit Tilburg die beeldende therapie studeerde en even vrijaf had genomen. Het Pieterpad was haar eerste langeafstandswandeling.

Vervolgens kwamen er ook nog 4 Nederlands Limburgs die het Pieterpad per twee dagen wandelden. Het waren ook onze eetgezellen. De gastheer kookte. Het voorgerecht was een aardappelgerecht met Gyros, er was een Oosterse kippensoep en het hoofdgerecht was een witloofschotel met rundergehakt. Het was een leuke diner met interessante mensen.

Het gesprek was fijn tot er een klein conflict ontstond tussen een van de gasten en de gastheer. Het onderwerp was eerder vrij pietluttig. De inlichtingen voor het ontbijt werden gevraagd maar de nogal controlerende manier en assertieve toon werden niet echt gesmaakt. Het was een bijzondere ervaring. Ik had wel een koffie besteld en moest dus nog even blijven.

Gelukkig leidde dit nog tot een interessant gesprek met Hans Goossen, journalist bij De Limburger. Met een carrière als onder andere onderzoeksjournalist en politiek verslaggever was dit boeiend, maar bovenal, het was een collega-historicus. Na nog een korte intermezzo in de tuin, besloten we rond tien uur in bed te kruipen en zo de eerste dag af te sluiten. Eind goed, al goed.

Meer wandelingen op het Pieterpad vind je hier: https://fromtheseatothelandbeyond.com/het-pieterpad/

Via Brabantica 1: Kapellen – Antwerpen

Met Sofie van de stadsrand naar het historische hart van Antwerpen

Een reis in eigen land

Een pelgrimstocht in eigen land, waarbij de start gekend is, maar de uiteindelijke bestemming een vraagteken is. Het echte eindpunt van de Camino, Santiago de Compostela, ligt volgens de snelle, rechtstreekse, langst hoofd- en asfaltwegen lopende route op 1700 kilometer, aldus Google Maps. Via de pelgrimswegen is het vermoedelijk toch nog ietsje meer.

Om het idee van op reis te zijn mee op te roepen, plaatste de NMBS mij op een meanderende Eurocity trein, waardoor de totale treinrit vanaf Halle naar Kapellen 1 uur en 50 minuten duurde. Op die tijd kan je met de trein of met het vliegtuig al een goed eind in het buitenland zitten. Het hielp dus om het algemene reisgevoel te creëren.

Van kerk naar kasteel via verkavelingen

Vanaf station Kapellen was het een goede zevenhonderd meter naar het feitelijke beginpunt. De Sint-Jacobuskerk zette meteen de thematische toon, zowel qua religieuze insteek als qua specifieke heilige. Het interieur zelf was sober. Buiten aan de gevel van de kerk hing een pijl die verduidelijkte wat de werkelijke afstand op de weg naar Compostella is. Wie vanuit Kapellen de hele trip wil doen heeft 2140 kilometer te temmen.

Meteen na ons beginpunt dook al een tweede kerk op, de Onze-Lieve-Vrouw van Fatimakerk, een moderne kerk die vandaag als kapel fungeert en die nog maar dateert van 1948. Deze heeft dan ook een hele andere look & feel dan de Sint-Jacobuskerk. Dit bezoek luidde voor lange tijd het einde in van de kerken en andere religieuze gebouwen.

Voor een gevoelsmatig lange tijd ging het vooral door verkavelingen en sociale woonwijken. De eerste keer dat dit patroon werd doorbroken was aan het kerkhof van Ekeren, met een bijzonder poortgebouw uit 1910. Ekeren had nog heel wat meer te bieden, zoals de Villa de Geesten, met ook in februari nog overdadige kerstdecoratie. De echte historische troef was dan weer het Hof van Veltwijck, een 16de eeuws waterkasteel met, opnieuw, een indrukwekkend poortgebouw.

Een vreemd rustpunt

Dit eerste deel blonk vooral uit in historisch verantwoorde architectuur met af en toe een religieuze inslag. De zeldzame natuurervaring moest komen van de Oude Landen, oude polders die na de tweede wereldoorlog door het leger werden gebruikt als oefenterrein en later bewaard en beschermd natuurgebied zouden worden. Ook in deze kale wintereditie was het hier aangenaam wandelen.

De gevreesde confrontatie met wilde, psychopathische koeien bleef gelukkig uit. De Galloways stonden op een veilige afstand, verzameld rond een van de vele indrukwekkende, kale bomen. Het middaguur was inmiddels aangebroken en dus was een uitnodigend bankje de ideale plek voor onze lunch. Niet veel later was dit stukje natuur, goed voor anderhalve kilometer, al gedaan.

Hoog in de lucht

Zoals de Oude Landen zelf een natuurlijk contrast vormde met het eerste deel door de Kapelse en Ekerense bebouwing, was het volgend stuk dat weer in de omgekeerde richting. De Antwerpse wijk Luchtbal is een verzameling appartementsblokken en woontorens, omringd door spoorlijnen en de haven, maar ook balancerend tussen vernieuwing en vergroening enerzijds en verloedering anderzijds. Het is vooral een bijzonder zicht gezien de nabijheid van het ongerept stukje natuur.

De haven en de stroom

Het Antwerpse deel viel grofweg uiteen in drie delen. Na Luchtbal volgde een deel langs het water. De industriële activiteit werd alsmaar zichtbaarder, met het architecturale opvallende Havenhuis als ultiem symbool. Het bleef nog even langs hangers, historische panden, Waag- en andere naties, kranen en, het allerbelangrijkste, de Schelde.

De volgende tussenstop was het Museum aan de Stroom of het MAS. Het hoofddoel van dit bezoek was geen tentoonstelling en zelfs geen bezoek aan het dakterras met zicht op de stad. Er was een bic uitgelopen in de zak van mijn fleece en achteloos had ik in Luchtbal mijn hand in mijn zak gestoken, met blauw getinte vingers tot gevolg. Gelukkig bracht het stromend water van het MAS redding. Dit tweede deel werd nog vervolgd door een passage door het indrukwekkende Felix Pakhuis en via enkele mooie straten naar het Steen, het oudste bewaarde gebouw van Antwerpen en vandaag de thuis van de dienst toerisme.

Een gids for all seasons

Daarna was het derde en het laatste stuk aangebroken, richting het historische centrum van de stad en zo langs een trio van kerken. De eerste was de Onze-Lieve-Vrouw kathedraal, die we al enige tijd, samen met de Boerentoren, vanuit de verte hadden kunnen bewonderen. De twee was waarschijnlijk de mooiste, maar helaas was de Carolus Borromeuskerk niet te bezichtigen.

Dat werd uiteindelijk gecompenseerd door de Sint-Jacobskerk. Niet alleen was de cirkel hier vandaag mee rond, we kregen ook een gratis gids die al even hard meanderde als de Via Brabantica zelf. Het ging over de authentieke kerk zelf, z’n kunstwerken en restauratie, maar even goed over de stad Antwerpen, de concullega’s van Mechelen, migratie, Middelburg, batterijen, Siemens, Philips, printers, klimaatverandering en ten slotte het leven en werk van Sint-Rochus. Na enige tijd en enkele subtiele hints dat ik een trein moest halen, lukte het mij toch om de mooie kerk te verlaten en zo kwamen we terecht aan het station van Antwerpen-Centraal, het eindpunt van deze eerste etappe.

Meer info over mijn (lange) weg naar Compostella en de wandelingen vind je hier https://fromtheseatothelandbeyond.com/caminos/

Via Brabantica

Alle wegen leiden naar Rome. Heel wat wegen naar Compostella. Het is geen echt gezegde, of dat denk ik toch, maar het is wel een waarheid als een koe. Vanuit de verschillende windstreken kun je op pelgrimstocht gaan via een netwerk van intergeconecteerde routes, op z’n old skool gedoopt tot Vias.

Pelgrimsroutes door België

Het is dus niet onlogisch dat ook België heel wat verschillende routes kent, die hoofdzakelijk vanuit Nederland, maar soms ook vanuit Duitsland richting Frankrijk trekken, om daar aan te sluiten op Franse pelgrimwegen. Van west naar oost heb je respectievelijk de Via Yprensis (vanuit Ieper), de Via Brugensis (vanuit Brugge), de Via Scaldea (van Vlissingen naar Reims), de Via Tenera (van Breda naar Saint-Quentin via de Denderstreek en Henegouwen), onze Via Brabantica (waarover zo meteen meer), met aftakking Via Lovensiensis, de Via Monastica (van het Nederlandse Vessem naar Rocroi in Frankrijk) en tot slot de Via Arduinna (vanuit Aken). Waar je ook woont in België, er is meestal wel een weg naar Compostella relatief dichtbij.

De Via Brabantica

Voor mij is de meest nabije camino dus de Via Brabantica, aangezien deze dwars doorheen Halle gaat. Dit is geen toeval, het is namelijk zelf een vrij populair (naar Belgische normen) bedevaartsoord dankzij z’n basiliek met Zwarte Madonna. Maar voor je in de Zennestad terechtkomt zijn er best nog wel wat kilometers af te leggen.

De Via Brabantica vertrekt waar twee Nederlandse Jakobswegen Thuredrecht  (vanuit Den Haag) en Amsvorde (vanuit Uithuizen in Noord-Nederland) eindigen. Officieel kan je beginnen in of Bergen-op-Zoom of in Breda. Wie wil starten in België doet dit qua etappe vanuit Kapellen. Van daaruit gaat het, niet echt verrassend voor een groot stuk door het historische hertogdom Brabant en het huidige Vlaams- en Waals-Brabant.

Het doet enkele grote steden aan, zoals Antwerpen, Mechelen en Brussel, naast kleine dorpen. Eens het in Wallonië duikt komt er al meer onontgonnen terrein aan te pas, met vermoedelijk ook wat meer typische Waals-Brabantse en Henegouwse plattelandswegen. In Nijvel komt het samen met de Via Gallia Belgica en wordt het daar ook soms zo gedoopt. Helemaal speciaal wordt het wanneer het de grens met Frankrijk oversteekt waarna het na enkel etappes eindigt in Saint-Quentin, waarna de Via Francigena naar Reims te volgen is.

Langs ijkpunten en gekende paden

Het mooie aan de Via Brabantica is dat het nieuwe ontdekkingen combineert met gekende plaatsen. Soms zijn dit plekken waar ik gewoon al eerder op een wandeling (of gewoon zo) ben terechtgekomen. Maar soms gaat het ook over plaatsen met een grotere betekenis, namelijk waar ik heb gewoond (Zemst), waar ik ben geboren en heb schoolgelopen (Mechelen) of waar ik vandaag woon (Halle). De afwisseling tussen het gekende en het ongekende en tussen plekken met en zonder en met oude en nieuwe betekenis is een meerwaarde op deze route.

Maar los van de individuele plekken, zorgt het ook voor het hernemen van bekende wandelroutes, hoofdzakelijk de StreekGR Groene Gordel, de Groene Wandeling door Brussel en de ronde van Waals-Brabant bijvoorbeeld. Maar ook individuele wandelingen zoals de luswandeling van Lembeek naar Kasteelbrakel. Hoe dieper in  het zuiden, hoe meer het terrein onontgonnen is.

De weg, het doel en de bestemming

Deze tocht verschilt van het andere wandelproject, de kastelenroute. Dat is een thematische wandeling met een vooraf vastgesteld narratief, wat ik overigens ook alleen wandel. Daar is de route op zich, samen met de geselecteerde kastelen, dan ook de duidelijke leidraad. De Via Brabantica fungeert eerder als kapstok. Het wandelen is hier niet zozeer het doel, maar door het gezelschap en de pelgrimscontext eerder het middel.

De keuze voor het gezelschap is dan ook bewust. Ik wil de weg zo veel mogelijk delen met anderen: vrienden, kennissen, misschien zelfs mensen die speciaal voor de gelegenheid samen op pad willen. Dat maakt de gesprekken anders. Of het nu gaat over grote of kleine dingen, wereldzaken of kleine bekommernissen, het is wat zich aandient.  In die zin ontstaat er onderweg een soort mini-pelgrimservaring: misschien niet altijd groots of verheven, maar steeds vertrekkend vanuit ontmoeting en beweging.

Meer info over mijn (lange) weg naar Compostella en de wandelingen vind je hier https://fromtheseatothelandbeyond.com/caminos/

Wandelproject: De (lange) weg naar Compostella

Over pelgrims

pel·grim (de; m,v; meervoud: pelgrims): bedevaartganger

be·de·vaart (de; v(m); meervoud: bedevaarten): tocht naar een heilige plaats

Ok, zo ver zijn we. Een pelgrim is iemand die een tocht maakt naar een heilige plaats. Vanuit een religieuze roeping test hij of zij lichaam en geest, op weg naar een betekenisvol eindpunt. Historische voorbeelden zijn talrijk. Jeruzalem heeft een belangrijke betekenis voor alle monotheïstische godsdiensten. Rome, en meer bepaald Vaticaanstad, is het epicentrum van het rooms-katholicisme. Ook Canterbury was eeuwenlang een belangrijk centrum voor bedevaarders. Dichter bij huis kennen we gelijkaardige tradities, zij het op kleinere schaal: Scherpenheuvel bijvoorbeeld, of mijn eigen Halle.

Sommige bedevaarttradities behouden hun religieuze insteek, andere hebben doorheen de jaren een bijkomende betekenis gekregen. Een goed voorbeeld daarvan is wellicht de bekendste pelgrimsroute ter wereld: de Camino naar Santiago de Compostella. Die wordt niet enkel bewandeld door mensen die dichter bij God willen komen, maar evenzeer door wie dichter bij zichzelf wil komen, of net afstand wil nemen van iets of iemand. In een drukke samenleving hebben steeds meer mensen nood aan afzondering. Zelfs in een ontkerkelijkte context behoudt de bedevaart zo haar oorspronkelijke functie.

Over de weg naar Compostella

De Camino is waarschijnlijk een van de bekendste langeafstandswandelingen ter wereld. Tegelijkertijd is het eigenlijk geen route. Het is een netwerk van wegen dat pelgrims, religieus en seculier, vanuit alle windstreken naar het bedevaartsoord in Galicië leidt. Het is ook een traject dat zo lang of zo kort is als men zelf wil. Sommigen beperken zich tot de verplichte laatste honderd kilometer, anderen maken er een persoonlijke tocht van weken of zelfs maanden van.

De sterkte van de Camino ligt voor een groot deel in zijn reputatie. Mensen die vastlopen en nood hebben aan een lange wandeltocht worden er haast automatisch door aangetrokken. Zelfs niet-wandelaars kennen het fenomeen. Het idee van een louterende tocht, vol overpeinzingen en ontmoetingen, werkt voor velen als een magneet, met het religieuze nog zelden als hoofdmotief. Dat het op sommige momenten wandelen in groep is, schrikt weinig mensen af. Tegelijk zijn er onderweg genoeg plekken voor rust, contemplatie en toevallige ontmoetingen.

Over mijn lange weg naar Compostella

Tot nu toe was mijn eigen drang om naar Compostella te wandelen relatief afwezig. Ik voelde me altijd meer aangetrokken tot discretere wandelroutes. Maar door recent het wandelkanaal van Efrén Gonzalez (Walk with Efrén) te herontdekken, en vooral door zijn enthousiasme, begon het idee van pelgrimeren toch te dagen.

Met een pasgeboren zoon, en los daarvan heel wat andere verplichtingen, is zo’n tocht voorlopig niet realistisch. Maar een kersverse vader kan wél momenten uitpikken in eigen land. Dat bracht mij op het idee van de lange weg naar Compostella. De héél lange weg. Mijn keuze viel op de Via Brabantica, een van de Caminoroutes die door België en door mijn thuisstad Halle loopt. Het traject voert me deels over bekend terrein, maar biedt tegelijk voldoende nieuws om te ontdekken.

Om het pelgrimsgevoel toch enigszins op te roepen, is het mijn intentie om elke etappe met iemand anders te wandelen. Niet met een vast plan of einddoel, maar met aandacht voor wat zich onderweg aandient: gesprekken, stiltes, bekende en onbekende plekken. Deze blog wordt het verslag van die stappen, groot en klein, op mijn lange weg naar Compostella, een weg die voorlopig vooral over het hier en het nu gaat.

Of deze weg ooit effectief tot in Compostella zal leiden, weet ik niet. En eerlijk gezegd is dat niet essentieel. De waarde zit niet in het bereiken van een eindpunt, maar in het onderweg zijn, zo wil het cliché. Wandelen is voor mij ook een manier van het denken oproepen. Gedachten vallen op hun plaats in het ritme van de passen. Stap per stap, kilometer per kilometer, gesprek per gesprek.