GR 128.8 Mollem – Nieuwenrode (19.5 km)

🥾 Terrein:
Overwegend vlakke en licht glooiende etappe door het Vlaamse boerenlandschap. Veel onverharde veldwegen, landbouwpaden en enkele asfaltpassages. De echte klimmetjes zitten vooral aan het begin; daarna volgen vooral lange, rustige stukken door open landschap.

🏞️ Bezienswaardigheden:
• Mollem – kerk, dorpscentrum en grote hoeves
• Oriëntatietafel van Mollem – hoogste punt van de dag op 71 meter
• Typisch Vlaamse landbouwlandschap met velden, hoeves en vee
• Kerkje van Brussegem in de verte
• Blakenbergbos
• Indrukwekkende vierkantshoeve
• Wolvertemse Beemden, natte weilanden aan de samenvloeiing van twee beken

Afstand & duur:
± 20 km – ongeveer 4 à 5 uur wandelen, exclusief pauzes.

⛰️ Zwaartegraad:
Gemakkelijk. De hoogtemeters zijn beperkt en het terrein is weinig technisch. Vooral de lange open stukken en het gebrek aan afwisseling maken de etappe mentaal wat minder uitdagend.

Oordeel: 3,5/5

Nadat we de streekGR Groene Gordel na enkele jaren eindelijk hadden getemd, was het voor mijn wandelgezel en ik zoeken naar een nieuw wandelproject waar we ons voor langere tijd zoet mee konden houden. We zochten het dit keer, toch om te beginnen, iets verder en kozen voor de GR 128, de Vlaanderenroute. Deze start eigenlijk in Wissant aan de opaalkust en gaat zo door Vlaanderen naar Aken. Wij gingen echter voor de meest haalbare startplaats i.f.v. openbaar vervoer en begonnen ons GR 128-avontuur in het West-Vlaamse Tielt. Tijdens etappe 8 kwamen we vooral door hetzelfde soort landbouwlandschap met veel weiden, koeien en paarden en opvallend weinig dorpen, kernen en gehuchten.

Ontdubbeling

Normaal gezien, volgens de gids, was de volgende etappe een tussen Mollem en Eppegem. We hadden dit al in de omgekeerde richting gedaan op de streekGR Groene Gordel. Alleen was deze variant een hele hoop langer. De totale wandeling zou 34 kilometer vragen en noch onze voeten noch het weer zorgden ervoor dat dat een uitdaging was die we beide zagen zitten. En dus besloten we de koek in twee te delen en gingen we tot in Nieuwenrode, Kapelle-op-den-Bos.

Naar de oriëntatietafel

Het eerste deel van de etappe was een tocht naar de oriëntatietafel van Mollem, voor ons onbekend, maar lokaal gekend genoeg om een parking én een paardenparking te verdienen. Aanvankelijk ging het nog door Mollem zelf, met een mooie kerk, een gezellig centrum en enkele grotere hoeves. Ook passeerden we een loods met indrukwekkende stapels houten paletten.

Maar het hoogtepunt, letterlijk, was dus de oriëntatietafel die op een mooie dag ver uitzicht gaf. Helaas was het geen al te mooie dag en hadden we dus vooral zicht op Merchtem. De oriëntatietafel ligt op 71 meter. Dat betekende dus dat we op dat moment best nog wel wat hoogtemeters hadden gemaakt. Het was het einde van de echte klimmen. De rest van de dag zou het eerder glooien.

Naar de tussenstop

De rest van de dag zou eerder bijzonder zijn en door velden en langs hoeves gaan zonder echt een dorpskern te passeren. Daarom is het ook niet zo eenvoudig om een relaas te geven van de wandeling. En dus waren de kernwoorden: gewassen, velden, af en toe een koe of paard. Onze eerste passage door dit desolate Vlaamse boerenlandschap was van een heel ander soort.

Na mijn bijna tweede boodschap in de natuur op het Pieterpad en mijn echte tweede boodschap op de GR5A in een bos in de Vlaamse Ardennen voelde ik alweer een hoge nood. Dit keer, door het open landschap en de afwezigheid van natuur, zag ik mijzelf genoodzaakt om aan te bellen, zonder succes. Pas toen we op de kaart aan het kijken waren naar een uitwijkroute kwam een redder in nood spontaan opendoen en werd mij dus een schaamtelijke passage in een schaamtelijk bosje een kilometer verder bespaard.

Door het boerenlandschap

Het was zeker niet dat het onaangenaam wandelen was door dit landschap. En af en toe was er ook in de verte of wat dichter iets te zien. Zo zagen we het kerkje van Brussegem, een veld met zeer geurige spruiten en een gigantische constructie voor iets wat waarschijnlijk een paardenhappening moet zijn. We kruisten hier ook de GR 126 Mariekerke – Membre.

Qua echte natuur was het op dit stuk nog zeer spaarzaam. Er was een heel klein stukje in het Blakenbergbos, waar wel heel wat wandelwegjes waren maar die we hier niet aandeden. In de plaats gingen we er rond en zagen we zo…nog wat meer gewassen, velden en af en toe een koe of paard. Toch was er ook hier een hoogtepunt, met een gigantische vierkantshoeve die langs alle kanten te bewonderen en indrukwekkend was.

Wolvertem

Het was nog even door de velden en dan een klein ander soort stukje natuur dat zich als veelbelovend aanbood. De Wolvertemse beemden ligt aan de samenvloeiing van de Molenbeek en de Meuzegemse beek. Door het overstromen van de beken vormen er zich natte weilanden met ook interessante fauna en flora. Het was op zich mooi, maar ook kort. De passage in Wolvertem was opnieuw kort. We gingen even langs een drukke baan, waar de frietgeur in de lucht hing. En dat was het dan.

Daarna ging het via een brug over de A12 even kort richting het bijzondere Sint-Brixus-Rode, genoemd naar Brixius van Tours. Voor de rest was er over dit plekje niet veel te vertellen. We wandelden nog door hoge maïsvelden en kwamen aan een ijsboerderij waar enkele kalfjes in een apart klein hokje waren gezet. Zielig, maar waarschijnlijk niet zonder reden.

Door de regen naar Nieuwenrode

Het laatste stuk was best nog wel mooi, langs onverharde paden. De laatste 500 meter liepen langs een bomenlaan met kasseien. Na een tijdje doemde de skyline van Nieuwenrode op. Op dat moment was het vrij hard beginnen te regen. In Nieuwenrode was er geen café open en dus was het meteen naar de bushalte, die door werken was verplaatst. Uitgeregend maar tevreden over alweer een leuke etappe op de GR 128 namen we de bus naar Vilvoorde en zo terug naar Halle.

Meer wandelingen op de GR 128 vind je hier: https://fromtheseatothelandbeyond.com/gr-128-vlaanderenroute/

GR5A.5 Ronse – Avelgem (20 km)

🥾 Terrein:

Uitdagende heuvelachtige etappe met een mooie afwisseling van onverharde veldwegen, bospaden en korte asfaltpassages. Vier stevige beklimmingen zorgen voor het nodige klimwerk, maar de paden zijn doorgaans goed begaanbaar.

🏞️ Bezienswaardigheden:
• Panorama’s over Ronse en de Vlaamse Ardennen
• Kruisberg, Scherpenberg, Hotondberg en Kluisberg
• Hotondmolen: hoogste punt van Oost-Vlaanderen
• Scherpenbergbos en Kluisbos
• Kapel Wittentak en overwoekerde veldkapel
• Ronde van Vlaanderenstraat met overzicht van alle winnaars
• Mont de l’Enclus, karaktervol grensdorp
• Wielerbrug over de Schelde en oude spoorlijn naar Avelgem

Afstand & duur:
20 km – ongeveer 4 à 5 uur wandelen, exclusief pauzes.

⛰️ Zwaartegraad:
Gemiddeld tot iets zwaarder. De opeenvolging van vier heuvels maakt deze etappe fysiek pittiger dan de afstand doet vermoeden, al blijft het terrein technisch eenvoudig.

Ons land kent heel wat GR’s. En blijkbaar kunnen we zelfs claimen de langste luswandeling van Europa op ons grondgebied te hebben. De GR5 A (de link met de GR5 is mij een raadsel) is ook gekend als de wandelronde van Vlaanderen en wandelt de grens van Oost- en West-Vlaanderen af, goed voor 582 km wandelplezier. Na bijna een jaar kon ik nog eens een vervolg breien en deed ik dit tweede deel van de tocht door de Vlaamse Ardennen.

De wandeling van Flobecq naar Ronse was de laatste wandeling die ik had gedaan voor ik vader werd, vorig jaar in augustus. Het was dus best een mooi gegeven om bijna een jaar later het vervolg op deze mooie etappe aan te vatten. En aangezien het in de heuvelachtige Vlaamse Ardennen bleef, mag het ook niet verbazen dat het vooral een landschappelijke verderzetting was.

Klimmen uit Ronse

Ronse zelf ligt in een dal, wat logischerwijs betekent dat de kans groot is dat in deze regio de weg stijgt. Na een kort stukje door de stad zelf, niet meteen het meest charmante gedeelte, ging het inderdaad vrij snel in stijgende lijn. Gelukkig was het stuk door een woonwijk van vrij korte duur en leidde de GR5A  de natuur in.

Deze etappe was namelijk een opeenvolging van de zogenaamde bergen van de Vlaamse Ardennen. Uiteraard op de schaal der dingen nog vrij lage heuvels, maar dat maakte de hellingsgraad van sommige niet minder pittig. Dit eerste stuk ging nog meer door open velden, met af en toe een vista over de streek en over Ronse. En zo kwam ik aan de eerste van 4 toppen, met name de Kruisberg.

Avonturen in het bos

Hierna kwam er een eerste passage door het bos, na een kort bezoekje aan kapel Wittentak. Na een mini-omleiding kronkelde de GR5A het Scherpenbergbos in. Bij de intrede van het bos sloeg het noodlot echter toe. Daar waar ik vorig jaar op het Pieterpad nog maar net een nummer twee in de natuur kon vermijden, was mij deze keer de luxe niet gegund. En dus kreeg ik, tegen mijn wil in, een bijzondere hechte band met het Scherpenbergbos.

De naam van het bos is afgeleid van, niet echt verrassend de Scherpenberg, met zo’n 145 meter niet de hoogste, want die volgt al snel. Met 150 meter is namelijk de Hotondberg het hoogste punt van de Vlaamse Ardennen, en dus ook van Oost-Vlaanderen. Hier staat ook de gelijknamige, witte molen, onder andere gekend van de helikoptershots tijdens de Ronde van Vlaanderen.

Door de velden naar de volgende berg

Na de passage door het bos ging het lange tijd door de al even mooie en aangename glooiende heuvels. Het viel op hoe vaak het hier op onverharde paden ging. En zelfs de stukken over asfalt of verharde ondergrond waren best aangenaam omdat er overal wel wat te zien was. Op het gevaar af om even richting de hyperbool te gaan, je krijgt af en toe het gevoel ergens in het buitenland te vertoeven.

Een korte passage gaat langs de flanken van het Beiaardbos, dat niet zelf wordt bezocht, maar waar het wel via twee poortjes door een weide gaat. De Wandelronde en de echte ronde van Vlaanderen kwam samen in de Ronde van Vlaanderenstraat waar alle winnaars van de Ronde op de grond staan gekalkt. Een hele mooie overwoekerde semi-kapel later kwam ik aan op de voorlaatste berg, de Knokteberg of Côte de Trieu (goed voor 123 meter)

Kluisbos en -berg

De laatste passage naar een van de heuvels van de Vlaamse Ardennen leidde door het Kluisbos. Dit was op zich het minste van alle bosstukken. Langs de linkerkant was er een smal bospad en langs de rechterkant een onverhard stuk dat hoofdzakelijk door wielrenners en gravelbikers werd gebruikt. Door het vrij mooie weer, wel bewolkt maar droog en met een goede temperatuur, was er veel volk op de baan.

Na een kleine lunchpauze op een bankje, aan een wegwijzerboom die ook naar de GR 122 Zeeland – Champagne-Ardenne en de GRP 123 Tour de la Wallonie picarde leidde. Maar ik moest natuurlijk verder op de GR5A. De wegwijzers leerde mij dat ik ondertussen 43 kilometer had gedaan sinds het vertrekt uit Geraardsbergen en dat de aansluiting in De Panne nog 157 kilometer zou vergen.

In het Kluisbos ging het al continu langs de taalgrens. Net zoals de Knokteberg ligt ook deze zowel in Vlaanderen als Wallonië. Hier is ook een Tumulus te vinden. Na een goede drie kilometer door het bos arriveerde ik aan de top van de Kluisberg, waardoor het vanaf nu hoofdzakelijk dalen zou zijn.

Henegouwen en West-Vlaanderen

Het laatste stuk, nog een goede vijf kilometer deed nog twee provincies aan. De eerste was Henegouwen. De GR5A gaat namelijk nog een stuk door Mont de l’Enclus, een vreemde plek met heel wat mooie, speciale en mooie maar vervallen gebouwen. Van Enclus du Haut daalde de GR naar, verrassing, Enclus du Bas.

Vervolgens was het, na het betere daalwerk en nog wat paden door de velden, via een asfaltpad naar de wielerbrug over de Schelde, met ook nog enkele wielerkunstwerken. Daarna volgde de GR de oude spoorlijn, om zo aan te komen aan het voormalig treinstation, waar ik mijn bus richting Oudenaarde nam, na een erg mooie wandeldag door de Vlaamse Ardennen.

Meer wandelingen op de GR5A vind je hier: https://fromtheseatothelandbeyond.com/gr-5a-wandelronde-van-vlaanderen/

Etappe 17: Groesbeek – Gennep (15 km)

🥾 Terrein:
Afwisselende etappe met bospaden, veldwegen, korte asfaltpassages en enkele glooiende stukken. Vooral in de bossen rond de Sint-Jansberg gaat het regelmatig op en neer, maar de route blijft technisch eenvoudig.

🏞️ Bezienswaardigheden:
• Groesbeekse Bos: rustige start tussen het groen
• Wijngaard en herinneringen aan de Tweede Wereldoorlog
• Zwerfkeien en indrukwekkende omgevallen boom
• Sint-Jansberg: bos met vijvers en glooiende paden
• Ruïne van het Gennephuis
• Niers en haar vertakkingen
• Historisch centrum van Gennep

Afstand & duur:
15 km – ongeveer 3 à 4 uur wandelen, exclusief pauzes.

⛰️ Zwaartegraad:
Makkelijk. De afstand is beperkt, maar de klimmetjes op de Kiekberg en Sint-Jansberg zorgen voor wat extra inspanning.

Oordeel: 3,5/5

We hadden geen ontbijt bijbesteld in het comfortabele maar warme hotel De Oude Molen. We konden dus vroeg vertrekken om zo het lastige openbaar vervoer, met heel wat wijzigingen en vreemde situaties, op een succesvolle manier naar huis te nemen. Op een pak Belvita wandelden we de 850 meter van het hotel naar het startpunt van de dag, in het hartje van Groesbeek, op deze ochtend stil en verlaten.

Boshonden, wijngaarden en de tweede wereldoorlog

Het begin was een beetje troosteloos door de buitenwijken van Groesbeek. Gelukkige duurde het niet al te lang voor het overging naar het Groesbeekse bos, waar we onze second breakfast konden nuttigen. In het bos zelf was het aangenaam wandelen, maar tijdens onze pauze moesten we wel tot twee maal toe een hond trotseren die het gemunt leek te hebben op ons eten. Gelukkig konden we met volle proviand en zonder kleerscheuren onze tocht verderzetten.

Na nog een stukje bos kwamen we tussen de velden uit, waar ook een wijngaard te vinden was. Helaas had dit gisteren niet geresulteerd in het proeven van het lokale aanbod. Verder op de weg stonden een hele hoop infoboden over de tweede wereldoorlog en de bevrijding door de geallieerden. Langs de kant van de kleine natuurervaringen kwamen we ook nog voorbij een reeks zwerfkeien en een uit de kluiten gewassen omgevallen boom.

AAA+ bos

Het mooiste stuk voerde ons naar een bos dat deed denken aan het Zoniënwoud en het Hallerbos. Hier ging het ook goed op en neer. De heuvels die we hier moesten trotseren waren respectievelijk de Kiekberg (76 meter) en de Sint-Jansberg (59 meter). In het bos waren ook enkele mooie watertjes en vijvers te vinden. Het dispuut van de dag vond plaats aan een van deze. Een koppel dat hun hond had laten baden in het water werd zonder verpozen de levieten gelezen door een oudere man.

Slaan en zalven

Na deze passage verlieten we het bos en zagen we een reiger zonnebaden in een veld. Hierna leek de etappe te eindigen op een sisser. We moesten door het vrij troosteloze Milsbeek, waar enkel een faux Paard van Troje voor enig vertier kon zorgen.

Het echte slot redde echter de meubelen. Het ging nog door mooie natuur door de velden, langs de oude gerestaureerde ruïne van het Gennephuis en langs en over de verschillende vertakkingen van de Niers. Via een oude toegangspoort wandelde we het zeer gezellige historisch centrum van Gennep binnen, waar we helaas weinig tijd hadden. Hier staat onder andere de eenzame kerktoren van de verwoeste Sint-Martinuskerk en enkele monumentale woningen.

Einde deel 4

De bus wachtte op ons en via een omweg langs Nijmegen waren we klaar om naar huis te gaan. Zo eindigde onze vierde sessie op het Pieterpad, met heel wat ontmoetingen en herinneringen, met een etappe die zich voorlopig in de top drie wist te nestelen en met heel veel zin om volgend jaar nog eens terug te keren.

Meer wandelingen op het Pieterpad vind je hier: https://fromtheseatothelandbeyond.com/het-pieterpad/

De kastelenroute 5: Asse – Aalst

🥾 Terrein:
Afwisselende wandeling over landbouwwegen, onverharde veldpaden, bospaden en kortere stukken asfalt door dorpen en stadsrand. Overwegend vlak, met veel aangename onverharde passages en enkele groene parken richting Aalst.

🏞️ Bezienswaardigheden:
• Kasteel Rampelberg
• Kasteel de Bergen
• Kasteel Putberg
• Kravaalbos, uitgestrekt en populair wandelbos
• Meldert, charmant dorp met fraaie kerk
• Waterkasteel van Moorsel, indrukwekkend renaissanceslot
• Somergembos, groene pauzeplek
• Kasteel Ronsevaal
• Kasteel De Vis
• Kasteel de Rozerie
• Zwembadpark en Dender in Aalst

Afstand & duur:
23 km, ongeveer 5 uur wandelen, exclusief pauzes.

⛰️ Zwaartegraad:
Gemakkelijk. Een vlakke wandeling zonder noemenswaardige hoogtemeters. Vooral de afstand bepaalt de inspanning.

Oordeel: 4/5

Vlaanderen kent heel wat wandelpaden, maar ook een hele hoop hele, halve, grote en kleine kastelen. Op een blauwe maandag leek het mij leuk om een eigen wandelroute uit te werken die langs deze bijzondere gebouwen en plekken gaat. Tussen droom en wandeldaad staan praktische zaken, maar uitstel is geen afstel. Eindelijk kon ik beginnen aan de kastelenroute. Ook de vijfde etappe zorgt voor heel wat kasteelvertier, alleen zijn er enkelen ook verstopt achter een hoge haag of bos. Desondanks was er, door onder andere het groot stuk langs onverharde paden, ook veel natuurplezier te beleven.

Drie op een rij

De wandeling begon met een drietal aan kastelen, hoewel sommigen misschien eerder onder de veredelde landhuizen vielen. Na een kort stuk weg van station Asse kwam al snel kasteel Rampelberg op het vizier, statig maar langs een vrij drukke steenweg. Via nog een stukje woonwijk ging het naar kasteel de Bergen, verstopt achter een haag met enkel de poot met oprijlaan zichtbaar en even later naar kasteel Putberg, waarvan slechts het dak gedeeltelijk te zien was.

Gekend terrein

Door landbouwvelden en onverharde paden ging het naar gekend terrein. Ik deed recent nog het Kravaalbos aan in de wandeling op de GR 128, de Vlaanderenroute, op het stuk tussen Moorsel en Mollem. Hier ging het langs het ander stukje, maar desalniettemin was het op deze zonnige dag goed vertoeven in het Kravaalbos. Het bos zelf was ondanks het ochtenduur al goed bezocht door wandelaars en joggers.

Na deze passage ging het kort door het centrum van Meldert, met een vrij mooie kerk en her en der ook pittoreske huisjes. Het gekende pad blijft nog even gevolgd worden. De Faluintjesstreek wordt hier gekenmerkt door een smal pad langs een beekje. Na een goede kilometer arriveerde de Kastelenroute aan alweer het vierde kasteel, het indrukwekkende maar opnieuw verstopte waterkasteel van Moorsel, een renaissancistisch waterslot gebouwd tussen 1521 en 1526 in opdracht van Carolus van Croy.

Door het groen naar Aalst

De weg naar het centrum van Aalst was opvallend groen en langs onverharde paden. Vanaf Moorsel ging het eerst door een pad tussen velden. Na een passage langs hondenschool, voetbalveld en golfterrein, duikt het even het Somergempark in, langs de gelijkgenamige nog niet volledig afgewerkte sociale nieuwbouwwijk. Het Somergembos volgde al snel en met de stijgende temperaturen was het op dat moment een perfecte plek om even te pauzeren en te lunchen. Het was het laatste echte stukje natuur. Wat volgde was het tweede trio kastelen.

Verborgen kastelen

Het eerste van de drie was kasteel Ronsevaal, eerder een eclectisch landhuis daterend van het einde van de 19de eeuw. Langs de straatkant is het goed verstopt, pas vanaf de buurtweg kan je het best wel mooie dak bewonderen. Na nog een stukje natuur, met een mooie, pittoreske vijver, volgde een kasteel/landhuis dat nog niet op mijn radar was gekomen. Hoewel ook hier slechts een beetje door de bomen zichtbaar, was kasteel De Vis op deze manier toch een mooie toevoeging. Afsluiten deed de kastelenwandeling met kasteel de Rozerie, dat opnieuw goed verborgen lag achter bomen en een muur en waar vooral het dak zichtbaar was.

Naar het station van Aalst

Met de laatste drie kastelen achter de kiezen restte nog een tocht naar het station van Aalst. Na een stukje bebouwing, dook de route door het Zwembadpark, waar het, verrassing, zwembad Aquatopia staat. Na een stukje Finse piste was het even zoeken door een rariteit in de gpx, maar uiteindelijk moest gewoon de steenweg overgestoken worden. In het park zelf was het even minder gezellig, met een dronken, prevelende man verstopt in een van de bossen. Aalst…

Het laatste stuk ging vooral naar een meer industrieel stuk, met silo’s, fabrieken en spoorwegen, maar ook met campings en caravans. Ook de carnavalshangars werden gepasseerd. Tot slot ging het naar de Dender, met ook zicht op het moderne stadhuis. Het is dan nog maar enkele honderd meters naar het station. Het einde van alweer een geslaagde wandeling op de zelfverzonnen kastelenroute.

Meer kastelenroute kan je hier vinden: https://fromtheseatothelandbeyond.com/de-kastelenroute/

De beschrijving vind je hier:

En de gpx hier: https://www.wikiloc.com/hiking-trails/kastelenroute-etappe-5-asse-aalst-273715284

Etappe 16: Millingen aan de Rijn – Groesbeek (19 km)

🥾 Terrein:
Overwegend vlakke etappe met veel afwisseling. Het eerste deel voert over asfalt-, grind- en zandwegen door open landbouwgebied. Later maken deze plaats voor bos, natuurgebieden, glooiende paden en een korte maar stevige klim naar de Duivelsberg. De ondergrond blijft doorgaans goed begaanbaar.

🏞️ Bezienswaardigheden:
• Monumentale hoeve Plezenburg
• Ooievaarsnesten langs de route
• Kerk van Leuth, met sporen van de Tweede Wereldoorlog
• Natuurgebied met molen, roerdompbeeld en houten sculpturen
• Wylerbergmeer
• Duivelsberg, bosrijke heuvel met motte Mergelpe
• Groesbeek, gezellige aankomstplaats

Afstand & duur:
19 km – ongeveer 4 à 5 uur wandelen, exclusief pauzes.

⛰️ Zwaartegraad:
Makkelijk tot gemiddeld. De route is technisch eenvoudig, maar de klim naar de Duivelsberg is best pittig.

Oordeel: 3,5/5

Kaasverminking

De dag begon tegelijk goed en een beetje vreemd. Het ontbijt was zeer verzorgd met vers gebakken brood, fruit en versgeperst fruitsap. Maar ook met een resem kazen. Het mes dat er naast lag deed mij denken dat deze laatste ook aangesneden kon worden. Helaas stond de gastvrouw erop at deze egaal werd geschaafd. Zo ontstond kaasgate, met een halve beschuldiging van kaasverminking.

Een moeilijke start

Na het ontbijt vertrokken we voor een goede negentien kilometer, wat uiteindelijk een goede tweeëntwintig kilometer zou worden. Het eerste deel bestond vooral uit asfalt, zand en grindwegen door landbouwgebied, met af en toe een bomenrij voor schaduw. Eenzaam hoogtepunt was de monumentale hoeve Plezenburg. Her en der werd het landschap opgevrolijkt door ooievaarsnesten met kuikens die kwamen piepen.

Een eerste pauze namen we aan de kerk van het kleine dorpje Leuth. Dit plekje werd samen met de directe omgeving zwaar getroffen door de tweede wereldoorlog. Een heel ander sentiment was er even verderop, waar een brassband de zonnige pinksterochtend opluisterde met vrolijke muziek. Het was een leuk intermezzo.

De Duivelsberg

Daarna brak er een nieuwe fase aan, eentje met een waterloop, een flinke dosis natuur, maar ook met een molen, een houten beeltenis van een roerdomp en een stel houten sculpturen die kinderen in oorlogsgebied moesten symboliseren. Het was de interlude van het mooie stuk van de dag, dat het eerste, wat saaiere, zeker wist te compenseren.

De echte hoogtepunten begonnen voorbij dit drukke stuk met heel wat fietsers. Eerst deden we een kleine toer rond het Wylerbergmeer, waar een stel ruiters besloten hun paarden even te laten zwemmen. Daarna ging het met de hulp van aangelegde treden naar boven, richting de Duivelsberg, waar ook de motte Mergelpe te vinden was. Het uitzicht was minder en beneden op de ‘berg’ was ook geen picknickgelegenheid. En dus daalden we af voor hartige pannenkoeken bij Pannenkoekenhuis ‘De Duivelsberg’.

Groesbeek

Goed gevuld was het nog een zeven kilometer te gaan. Ook dit was veel mooier dan het eerste gedeelte, met een afdaling door het bos en een hoop gras- en zandwegen door velden en tussen glooiende weiden. Het deed een beetje denken aan Pajottenland.

We hielden nog een keer halt en daalden daarna af naar onze eindbestemming in Groesbeek, een klein maar gezellig dorp. Na een lange en door de hitte vermoeiende dag, ploften we eerste neer voor een drankje op het terras, aan een klein watertje. Naar goede traditie deden we ons ook nog eens tegoed aan nachos en vegetarische bitterballen. Hierna gingen we naar hotel de Oude Molen waar w e ook eten en met een driegangen menu ons voordeel deden.

Meer wandelingen op het Pieterpad vind je hier: https://fromtheseatothelandbeyond.com/het-pieterpad/

Etappe 15: Braamt – Millingen aan de Rijn (25 km)

🥾 Terrein:
Gevarieerde etappe met een opvallend heuvelachtig begin. Lange bospassages worden afgewisseld met heide, graspaden langs waterlopen, natuurgebieden en enkele stukken verharding. De ondergrond is doorgaans goed begaanbaar, maar de opeenvolgende klimmetjes maken het begin van deze dag fysiek pittiger dan veel andere Pieterpadetappes.

🏞️ Bezienswaardigheden:
• Bergherbos – uitgestrekt bosgebied met lange klim door het groen
• Hulzenberg – hoogste punt van de dag met uitkijktoren en panorama
• Eltenberg – laatste klim voor de Duitse grensstreek
• Sint-Vituskerk in Hoch Elten – markant herkenningspunt
• Rivier De Wilde – rustig graspad langs het water
• Carvium Novum – natuurgebied ontstaan door kleiwinning
• Lobith – gezellig grensdorp met rustpunt “Lief Lobith”
• Geuzewaard – groen natuurgebied met bijna sprookjesachtige sfeer
• Tolkamer – mix van dorpskern, recreatie en scheepvaart
• Veerboot naar Millingen aan de Rijn

Afstand & duur:
25 km – reken op ongeveer 6,5 uur wandelen, exclusief pauzes.

⛰️ Zwaartegraad:
Gemiddeld. De eerste helft bevat enkele stevige klimmetjes en ook een de langste etappe op de hele route.

Oordeel: 4,5/5

Het ontbijt kon vroeg geserveerd worden. Met zo’n 25 kilometer voor de boeg was dit een handige opportuniteit. Om 7u30 zaten we samen met Mien aan de ontbijttafel. We maakten kennis met Yvonne. Het ontbijt zelf was lekker en uitgebreid. Zo waren we klaar voor de veelbelovende dag en zeiden we gedag aan onze vrienden op de fiets-gastheer en gastvrouw.

Bergen met vistas

Na een kort stukje om Braamt te verlaten begon de wandeling pas echt in een mooi bos. Het was meteen klimmen geblazen. Het pad ging lange tijd door het Bergherbos, eerst langs de Hettenheuvel en vervolgens naar de Hulzenberg, 82 meter met nog een uitkijktoren van 20 meter erbij. Het was een uitgelezen kans om een panorama van de hele omgeving voorgeschoteld te krijgen.

Het bos bleef nog even voor beschutting zorgen, ook al was er een mooi stukje heide dat voor afwisseling zorgde. Na even op adem te kunnen komen ging het opnieuw in stijgende lijn, naar de Eltenberg. Na deze laatste echte klim daalden we naar het Duitse Hoch Elten, waar de Sint-Vituskerk in het oog sprong.

Schoonheid troef

Het bos werd verlaten, maar de natuur bleef mooi aanwezig. Een graspad volgde namelijk de rivier De Wilde. Vervolgens was er het Carvium Novum natuurreservaat met uitkijkpunt. Dit natuurgebied werd gevormd door de winning van klei. Dit leidde via een stukje verhard pad naar Lobith, waar we even pauzeerden bij een rustpunt “Lief Lobith”. Via een honesty box kan je hier een hele hoop dranken en lekkers kopen. Welgekomen met het warme weer. Lobith zelf was best gezellig.

De hoogtepunten bleven maar komen. Geuzewaard was een stuk natuur dat deed denken aan de Shire uit Lord of the Rings. En dan kwam we aan het laatste plekje voor we onze eindbestemming bereikten. Tolkamer was een vreemde combinatie van een gezellige dorpskern en recreatie op de dijk. En nog verder was er nog wat scheepvaartactiviteit met zelfs een overnachtingshaven. Over een veelzijdige dag gesproken.

De veerboot

Het laatste stuk was nog even ploeteren. Het was opnieuw erg zwaar door de zon, ook al liep het nog een lang stuk op een graspad. Dat veranderde in de laatste rechte lijn naar de veerboot, waar het toch even op asfalt te doen was. De boot kwam meteen aan en bracht ons naar de overkant. Joachim voelde daar de drang naar een klein strandje vlakbij het weer, waar hij wat kon zwemmen en ik wat kon rusten en schrijven.

Millingen

Hierna gingen we naar onze B&B (vernoemd naar Millingen) waar Jenny ons verwelkomende met frisse dranken. Onze zoektocht naar eten was iets minder succesvol. De kookdoom vond het een goed idee om een matige dj matige muziek te laten spelen en het verplichte all you can eat menu was zeer prijzig en met slechts een vegetarisch alternatief. We eindigden uiteindelijk in Grand Café De M’Ooije Waard, een speciale plek met een vriendelijke kok-opdiener waar ik op de tonen van veel ABBA een lekkere schnitzel at.

Ter compensatie gingen we ook nog naar ijssalonketen Clevers waar de Lovely Lemon met fris citroenijs de perfecte afsluiter was van een prachtige maar hete wandeldag. Eentje die zich in de voorlopige top drie van het Pieterpad wist te nestelen.

Meer wandelingen op het Pieterpad vind je hier: https://fromtheseatothelandbeyond.com/het-pieterpad/

Etappe 14: Zelhem – Braamt (17 km)

🥾 Terrein:
Overwegend vlakke etappe door het Achterhoekse landbouwlandschap. Veel asfalt- en landwegen, afgewisseld met enkele aangename bosstroken, een vlonderpad en passages langs water. Technisch eenvoudig, maar door het asfalt kunnen de laatste kilometers zwaarder aanvoelen.

🏞️ Bezienswaardigheden:
• Markt van Zelhem – gezellige startplaats van de etappe
• Heemmuseum Smedekinck – museumhoeve met terras
• “De Kathedraal” – opvallende hoeve met omgebouwde silo
• Kasteel Slangenburg – historische burcht in een groene omgeving
• Oude IJssel – rustige rivierpassage
• Sluis- en stuwcomplex De Pol – met vistrap en snelstromend water
• Religieus geïnspireerde boom – opvallend detail onderweg

Afstand & duur:
± 17 km – ongeveer 4 uur wandelen, exclusief pauzes.

⛰️ Zwaartegraad:
Gemakkelijk tot gemiddeld. Weinig hoogteverschillen en technisch eenvoudige paden. Een slotstuk van enkele kilometers asfalt maakt het wel wat lastiger.

Oordeel: 2,5/5

Een spannende start

Het was de weken voor deze 4de ronde op het Pieterpad best spannend. Mijn zoontje van bijna acht maanden ging van ziekte naar iets kleinere ziekte en ik had er ook best veel last van. Hij wist zijn momenten vaak uit te kiezen. Onze Pieterpad-hindernissenparcours indachtig was ik dan ook wat zenuwachtig. Tegelijk was het ook met een dubbel gevoel. Het was de eerste keer weg van huis, toch voor een langere periode, sinds zijn geboorte. Hierdoor had ik de oorspronkelijke 5 dagen ingekort naar 4. Desondanks keek ik er erg naar uit.

Ik kon vertrekken maar toch waren er enkele obstakels onderweg. De trein van Breda naar Doetinchem reed niet rechtstreeks meer door werken en dus moesten we dit met drie tussenstops oplossen, via ’s Hertogenbosch, Utrecht en Arnhem. Hierdoor moesten we ook een bus later nemen. Na bijna zes uur konden we uiteindelijk starten op de markt van Zelhem.

Hoeves, kathedralen en een kasteel

Na het fijne weerzien met de heks, ging het via de gezellige markt door de straten van het kleine dorpje waar we iets minder dan een jaar eerder een dag vroeger hadden moeten stoppen door stakingen. Niet zo lang na het begin hielden we al halt bij Heemmuseum Smedekinck, waar we een pseudo-hoeveijsje aten. Daarna wandelden we door hoofdzakelijk agrarisch gebied.

Het was niet meteen het meest inspirerende landschap. Hoogtepunt (misschien zelfs letterlijk) was een hoeve met omgebouwde silo, die lokaal de naam “De kathedraal” heeft. De grote hoeven en boerderijen bleven de eerste kilometers domineren. Het eerste echte hoogtepunt (figuurlijk dan) was de Slangenburg, een kasteel die op dat moment helaas niet toegankelijk was door de bijeenkomst van de Neerlandsche Stucgilde. Hier werd nog een mooi stukje bos aan gekoppeld.

Water en asfalt

Na een stuk onder een brug zette het pad zich opnieuw verder door landbouwgebied, met een klein stukje bos en een oud pompstation. Een tweede hoogtepunt kwam er door de Sluis- en Stuwcomplex De Pol, met hiernaast ook een vistrap. De Oude Ijssel stroomde hier en werd hier vergezeld van een beek dat met een indrukwekkende vaart naar beneden stroomde.

Een kort vlonderpad en een religieus geïnspireerde boom later was de wandelingen stilaan in de laatste fase aangekomen. Helaas betrof het nog een lang stuk asfalt van ongeveer vier kilometer. Ondertussen was de zon best onverbiddelijk aan het schijnen, waardoor deze afsluiting enorm pittig werd.

Een avontuurlijk avondeten

Rond half zes, na ongeveer zeventien kilometer en een kleine vier uur wandelen, kwamen we aan in de B&B in Braamt. We hadden deze gevonden via Vrienden op de Fiets. We werend verwelkomd door de gastheer en begonnen met een frisse Hertog Jan in de tuin. We werden vergezeld door Mien, een jonge vrouw uit Tilburg die beeldende therapie studeerde en even vrijaf had genomen. Het Pieterpad was haar eerste langeafstandswandeling.

Vervolgens kwamen er ook nog 4 Nederlands Limburgs die het Pieterpad per twee dagen wandelden. Het waren ook onze eetgezellen. De gastheer kookte. Het voorgerecht was een aardappelgerecht met Gyros, er was een Oosterse kippensoep en het hoofdgerecht was een witloofschotel met rundergehakt. Het was een leuke diner met interessante mensen.

Het gesprek was fijn tot er een klein conflict ontstond tussen een van de gasten en de gastheer. Het onderwerp was eerder vrij pietluttig. De inlichtingen voor het ontbijt werden gevraagd maar de nogal controlerende manier en assertieve toon werden niet echt gesmaakt. Het was een bijzondere ervaring. Ik had wel een koffie besteld en moest dus nog even blijven.

Gelukkig leidde dit nog tot een interessant gesprek met Hans Goossen, journalist bij De Limburger. Met een carrière als onder andere onderzoeksjournalist en politiek verslaggever was dit boeiend, maar bovenal, het was een collega-historicus. Na nog een korte intermezzo in de tuin, besloten we rond tien uur in bed te kruipen en zo de eerste dag af te sluiten. Eind goed, al goed.

Meer wandelingen op het Pieterpad vind je hier: https://fromtheseatothelandbeyond.com/het-pieterpad/

De kastelenroute 4: Dilbeek – Asse

🥾 Terrein

Overwegend verhard en halfverhard, met korte maar soms modderige natuurstroken langs beken en door weiden. Enkele obstakels door natte ondergrond, omgevallen bomen en vlonderpaden. Hoogtemeters zijn beperkt, maar de afwisseling tussen dorp, verkaveling, veldweg en park maakt het een dynamische overgangsetappe met een stedelijk randkarakter.

🏰 Bezienswaardigheden

Wivinaklooster & Wivinapark – Rustige start met zorgnieuwbouw
Wivinakapel – Charmant vertrekpunt van een modderig maar sfeervol beekbos
Kasteel De Verlosser – Eclectisch 19de-eeuws landhuis, vandaag woonzorgcentrum
Kasteel La Motte – Neoclassicistisch kasteel op oude motte
Steenvoordebeek & waterbekken – Natte natuurzone met vlonderpad en drassige passages
Kasteel De Mot – Bescheiden 18de-eeuws kasteel, geïntegreerd in het gemeentehuis
Kasteel Kruikenburg – Middeleeuws waterkasteel, absolute blikvanger
Kasteel Nieuwermolen – 15de-eeuwse waterburcht, zichtbaar vanuit de velden
Kasteel Hoogpoort – Neoclassicistisch kasteel op een hoogte, omgeven door park
Waalborrepark & villa – Cottagevilla uit 1912, geen kasteel maar een waardige afsluiter

⏳ Afstand & duur

Ca. 18 km – ongeveer 4 à 4,5 uur wandelen

⛰️ Zwaartegraad

Licht – Geen technische moeilijkheden, maar modder, obstakels en enkele minder aangename verbindingsstukken vragen wat doorzettingsvermogen

⭐ Oordeel

4/5

Vlaanderen kent heel wat wandelpaden, maar ook een hele hoop hele, halve, grote en kleine kastelen. Op een blauwe maandag leek het mij leuk om een eigen wandelroute uit te werken die langs deze bijzondere gebouwen en plekken gaat. Tussen droom en wandeldaad staan praktische zaken, maar uitstel is geen afstel. Eindelijk kon ik beginnen aan de kastelenroute. De vierde etappe doet de naam van de route alle eer aan, met maar liefst zes vollwaardige en 1 pseudo-kasteel. Minder natuur, maar meer historische architectuur.

Hindernissenparcours

De treinrit zat meteen in wandelthema. De voorlaatste halte, Sint-Agatha-Berchem, deed ik al eerder aan op de Groene Wandeling rond Brussel. En station Groot-Bijgaarden was oorspronkelijk de start van mijn Kasteelroute, tot een treinstaking en wandeldrang mij van plannen deed veranderen en het startpunt aan het waterkasteel van Beersel werd geplaatst.

De etappe zelf begon meteen met een bijzonder parcours in Wivina-thema. Doorheen het Wivinapark, vlak bij het station, ga je langs het voormalige Wivinaklooster met huidige zorgnieuwbouw. Even verder kom je aan de Wivinakapel, de start van een mooi stuk natuur, langs de Steenvoordebeek. Het bos zelf baadde in een mooi ochtendlicht, maar de (gelukkig relatief beperkte) regenval had het pad zelf her en der wel vrij modderig gemaakt. Aan een stuk tobde ik even of ik de houten, smalle plank die er was gelegd zou gebruiken. Maar deze was nogal wankel en dus koos ik voor de korte pijn en een kort ploeteren door de zompige modder. De hindernissen stopten hier echter niet, want even later werd een klein smal padje langs een akker geblokkeerd door een uit te kluiten gewassen boom.

Herbestemming

Na een korte passage over asfalt en een veldweg voerde het pad naar het eerste van de vele kastelen. Kasteel de Verlosser is eclectische landhuis uit de jaren 1880, gebouwd in bak- en zandsteen en later uitgebreid in het interbellum. Het ligt op het hoogste punt van Sint-Ulriks-Kapelle en is vandaag in gebruik als woonzorgcentrum “De Verlosser”. Hoewel het enkel te bezichtigen was vanop een afstand was het best indrukwekkend.

Van daaruit was het maar kort wandelen tot het centrum, met de Sint-Ulrikkerk, en kort daarna een stuk bos dat leidde naar het tweede kasteel op korte tijd. Kasteel La Motte is een U-vormig neoclassicistische kasteel uit 1773, ontworpen door Laurent-Benoît Dewez, ligt op een oude kasteelmotte en is omgeven door een watergracht en een boomrijk park. Sinds de restauratie na 1994 is het kasteel eigendom van de gemeente en in gebruik als cultuurcentrum.

Ternats tweeluik

Na deze passage volgde de kastelenroute een stukje verkaveling om vervolgens uit te komen op het natuurlijk hoogtepunt van deze etappe. Het waterbekken van de Steenvoordbeek zorgt niet alleen voor waterbeheer, maar brengt ook een mooi, ietwat drassig stuk natuur met zich mee. Het meest natte stuk kon worden overwonnen door een vlonderpad. Eens daarover was het af en toe zoeken naar een doorgang door de modder. Het had, opnieuw, erger kunnen zijn had het de dagen daarvoor meer geregend.

Eens onder de spoorwegbrug dook het centrum van Ternat op. Ook hier was een kastelentweeluik voorzien. Het eerste was nog eerder bescheiden. Kasteel De Mot is een voormalig, ooit omgracht kasteel dateert uit 1719 en is vandaag een deel van het gemeentehuis van Ternat. Via de grote markt, waar mensen nog volop kunnen parkeren en de best imposante kerk, leidde de Dreef naar het mooiste kasteel van deze etappe.

Het Kasteel Kruikenburg is een middeleeuws waterkasteel met een U-vormige plattegrond, verbonden met ridder Everaert T’Serclaes en voor het eerst afgebeeld in 1694. Het kasteel behield zijn gotische structuur met torens en poortgebouw, maar kreeg in de 18de eeuw een classicistische aankleding en een heraangelegde ringgracht met landschappelijke accenten. Het omliggende park werd in de 19de en 20ste eeuw verder uitgewerkt en aangepast, onder meer bij de inrichting als schooldomein. 

Het was dan ook de perfecte plek voor een middaglunch, met zicht op het impressionante kasteel. Het park zelf is eerder klein, maar voldoende om even rond te struinen. Na vijf minuten dook de vijver opnieuw op, net als de minder charmante kant van het kasteel. Vervolgens kronkelde het pad zich opnieuw een weg uit het centrum van Ternat, naar de volgende twee kastelen, maar met een iets andere look & feel.

Autostrade en veldweg

Deze omweg via Ternat zorgde er wel voor dat daarna een iets minder aangenaam stuk moest overbrugd worden. Via een woonwijk, waarbij een kapel een bescheiden hoogtepunt vormde, werd een brug over de E40 en vervolgens een stuk vrijwel langs de razende auto’s gevolgd. Het had een vreemdsoortige charme en esthetiek.

Gelukkig werd het algauw weer landelijker en charmanter, met een pad door de velden richting een kapel en daarna naar kasteel Nieuwermolen, een van oorsprong 15de eeuwse waterburcht, die in de verte te bewonderen viel. Kort daarna dook een, opnieuw wat modderig, pad, door de weiden om naar kasteel Hoogpoort te klimmen. Het kasteel ligt op een hoogte in een omhaagd park en werd in zijn huidige neoclassicistische vorm opgetrokken in 1909, met latere uitbreidingen en bepleisterde gevels.

Een groen einde

Het laatste stuk hierna  was nog verrassend mooi, langs de glooiende Brabantse kouters van Asse. Op een van de kleine wegjes had de regen een natuurlijk beekje gemaakt. Even later viel een schoolvoorbeeld van de verpaarding van Vlaanderen te bewonderen. Het allerlaatste stuk daalde met zicht op Asse en via de parking van het sportcentrum naar het park van de Waalborre.

In 1912 liet Karel Alexander de Vis hier een grote villa in cottagestijl bouwen, omgeven door een lusthof met portierswoning, hovenierswoning, moestuin, serres en boomgaard, typisch voor een vroeg-20ste-eeuwse buitenplaats aan de dorpsrand. Geen volwaardig kasteel dus, maar wel speciaal genoeg om als eindpunt te dienen voor deze vierde etappe, vlakbij het station van Asse.

Meer kastelenroute kan je hier vinden: https://fromtheseatothelandbeyond.com/de-kastelenroute/

De beschrijving vind je hier:

En de gpx hier: https://www.wikiloc.com/hiking-trails/kasteelroute-etappe-4-dilbeek-asse-247672781

GR 128.7 Moorsel – Mollem (14.7 km)

🥾 Terrein
Overgangsetappe met veel variatie maar weinig continuïteit: modderige natuurstroken langs beken, lange stukken veld- en buurtwegen, asfalt door dorpen en een kaal winterbos. Technisch eenvoudig, maar door natte ondergrond en weinig rustpunten soms taai.

🏞️ Bezienswaardigheden
Sint-Gudulakapel (Moorsel) – Klein religieus erfgoed, helaas gesloten
Sint-Martinuskerk (Moorsel) – In steigers, bezoek onmogelijk
Waterkasteel van Moorsel – 16e-eeuws kasteel van Karel van Croÿ, enkel zichtbaar vanop afstand
Molenbeekvallei – Het mooiste natuurlijke stuk van de dag, ongerept maar modderig
Abdij van Affligem – Historisch belangrijk, architecturaal wat versnipperd
Kravaalbos – Winterse, kale boservaring; in dit seizoen eerder sober
Mazenzeledries – Historische open ruimte en ontmoetingsplek met bankje
Paddebroeken & Paardenbos – Klein natuurgebiedje vlak voor Mollem

⏳ Afstand & duur
Ca. 13–14 km – ongeveer 3,5 à 4 uur wandelen

⛰️ Zwaartegraad
Licht tot gemiddeld – Geen zware hoogtemeters, maar modder, weinig voorzieningen en lange overgangsstukken maken het mentaal pittiger

⭐ Oordeel
2,5/5

Nadat we de streekGR Groene Gordel na enkele jaren eindelijk hadden getemd, was het voor mijn wandelgezel en ik zoeken naar een nieuw wandelproject waar we ons voor langere tijd zoet mee konden houden. We zochten het dit keer, toch om te beginnen, iets verder en kozen voor de GR 128, de Vlaanderenroute. Deze start eigenlijk in Wissant aan de opaalkust en gaat zo door Vlaanderen naar Aken. Wij gingen echter voor de meest haalbare startplaats i.f.v. openbaar vervoer en begonnen ons GR 128-avontuur in het West-Vlaamse Tielt. Tijdens etappe 7 kwamen we vooral heel wat erfgoed en historische gebouwen tegen die een klein beetje teleurstelden en gespreid her en der mooie natuur in dit eerste deel van de Brabantse Kouters.

Een nieuwe poging

De vorige wandeling werd niet zonder gevolgen afgesloten. De dubbele liesbreuk die bij mijn wandelgezel werd vastgesteld resulteerde in een operatie met bijhorende recuperatie. Vier maand na datum was het moment aangebroken om het nog niet afgewerkte deel van de etappe te vervolledigen. En dus namen we vanuit Halle de trein naar Aalst om vervolgens met de bus in Moorsel dorp aan te komen, ditmaal niet met een mooie blauwe lucht, maar met lichte mist en miezerregen.

Mooie natuur en “net niet”-erfgoed

In Moorsel zelf waren er twee opzienbarende erfgoeduitsmijters. De Sint-Gudulakapel hadden we vorige keer al gezien, maar ditmaal probeerden we ook de Sint-Martinuskerk te bezichtigen. Deze laatste stond helemaal in de steigers. Helaas waren noch de kapel noch de kerk open. Het was de eerste teleurstelling, maar zeker niet de laatste op deze dag die toch een hoog overgangsetappe-gehalte had.

Want al snel volgde er nog meer “net niet”-erfgoed met het waterkasteel van Moorsel. Het werd gebouwd in de 16de eeuw in opdracht van de kardinaal-abt van Affligem Karel van Croÿ. Enkele jaren geleden was het nog het toneel van de indrukwekkende kantentoonstelling vanuit de collectie van Fernand Huts, maar vandaag is het enkel een schim in de verte, met twee poorten die de wandelaar op een goede afstand houden.

Gelukkig werd dit gecompenseerd door een stuk onversneden natuur, het mooiste van de dag, langs de weinig origineel gedoopte Molenbeek. Het was ongerept en lag er, ondanks de relatieve droogte, er al vrij modderig bij. Het bleef weliswaar bij enkele passages waar het opletten was om niet in het diepere stuk te zakken, en niet, zoals in de etappe tussen Wetteren en Oudegem een onvermogen om ongehavend dit stuk te doorkruisen. Na een lang stuk rechte lijn zagen we ons volgend stuk erfgoed in de verte opduiken.

De abdij van Affligem mag dan net niet op de officiële route liggen, maar het zou ergens wel wat stom geweest zijn om de omweg van honderd meter niet te doen. Ook hier is er sprake van “net niet”-erfgoed. Door vernielingen, restauraties en latere aanbouwen is de abdij niet de meest charmante en is het contrast met het historisch belang groot.

Willekeurig gebouwvertier

Na deze korte omweg ging het terug naar de GR 128 zelf, waar we een pad langs weiden en velden namen. De plaatsnaamborden waren duidelijk aan een update toe. In Hekelgem zagen we namelijk nog een exemplaar dat verwees naar sparen bij het Gemeentekrediet. Dit stuk werd opgefleurd door enkele bijzondere en verweerde gebouwen, met als hoogtepunt een schuur uit golfplaten waar een boom een uitweg had gevonden. Op dit stuk was het af en toe zoeken naar memorabele zaken.

Zo waren er nog enkele willekeurige gebouwen die de wandeling kleurden. Aan de schuur was in de verte, door de lichte mist, de kerk van Meldert te zien. Iets verder was er opnieuw een verlaten en verloederde schuur. En niet veel later passeerden we de Koninkrijkszaal van Jehovah’s Getuigen in Asse, wat vooral uitblonk in z’n onopvallendheid en troosteloosheid.

Het karige Kravaalbos

Op papier moest er nog een natuurlijk hoogtepunt volgen. Het Kravaalbos maakte vroeger deel uit van het befaamde Kolenbos en staat in de lente ook gekend voor z’n boshyacintenpracht. Het was dan ook, na een hele hoop veldweg, buurtweg en asfaltweg uitkijken naar een goed bos. We arriveerden er via een kapel met een jaren ’90 zwembadinterieur.

Eens het bos in volgde we opnieuw een stuk dat we ook al hadden gedaan op ons oorspronkelijk wandelproject, de StreekGR Groene Gordel, dat we toen in de omgekeerde richting tussen Mollem en Sint-Kwintens-Lennik aflegden. Vandaag ging het echter noordwaarts en waren de weersomstandigheden ook anders. Hier, in de winter, is het kale bos best wat troosteloos. Gelukkig waren de stammen breed genoeg voor een welgekomen en noodzakelijke plaspauze.

Het Grote Niets van Mazenzele

Ondertussen was het al 13 uur en was er nog geen bakker of supermarkt de revue gepasseerd om proviand in te slaan. Ik had enkele sandwiches met kaas mee die ik al wandelend kon eten, maar mijn wandelgezel moest het voorlopig nog doen met proteïnebars. Toch was er nog enige hoop omdat we nog een dorp moesten passeren, Mazenzele.

We kwamen er via een drukke steenweg en een buurtweg terecht en besloten even richting kerk te gaan, in de hoop dat het centrum iets zou herbergen. Helaas was Mazenzele het centrum van de Absolute Leegte. Kruideniers waren toe, koffiezaken op Google Maps waren ondertussen al verdwenen en zelfs het broodautomaat was op deze willekeurige maandag niet aangevuld. Het werd zo een grote deceptie.

Het dorpje had nog een troef om op tafel te gooien, de zogenaamde Mazenzeledries, twee open plekken met een historisch diverse functie, van markt- en ontmoetingsplaats tot plek waar de plaatselijke schuttersgilde hun pijlen loslaten. Het was misschien niet het meest opzienbarend, maar door het bankje was het wel een ideale plaats voor een laatste pauze, met nog een 4,3 kilometer te gaan tot Mollem.

Eindpunt Mollem

Dat stuk was een overgangsdeel van een overgangsetappe. Een schaap in een schuur van ’t Mazelhof keek ons veelzeggend verveeld aan vanuit een open raam. Daarna volgde nog stukken onverhard pad tussen de velden. Een laatste klein lichtpuntje was het Paardenbos in het natuurgebied(je) Paddebroeken. Hier was het nog opvallend modderig en was het opletten geblazen dat er dicht bij de finish niet nog uitgegleden werd. Het was een laatste outro voor we richting station van Mollem gingen, waar we nog twee modernere maar mooie kerststallen en heel wat plaatselijke versiering passeerden. En zo eindigde deze kortere etappe, het tweede van een tweeluik dat oorspronkelijk een geheel moest vormen.

Meer wandelingen op de GR 128 vind je hier: https://fromtheseatothelandbeyond.com/gr-128-vlaanderenroute/

De kastelenroute 3: Sint-Pieters-Leeuw – Dilbeek

🥾 Terrein
Afwisselend en licht golvend parcours tussen Sint-Pieters-Leeuw en Dilbeek. Eerst vijvers en residentiële zones, daarna veldwegen, modderige paden door natuurgebieden en enkele verharde stukken door woonwijken. Een mix van groen, erfgoed en Vlaamse Rand-architectuur.

🏞️ Bezienswaardigheden
Kasteel van Coloma – Startpunt in een sierlijk park met vijvers
Kasteel Nieuwenhove – 17e-eeuws omgracht landhuis, beperkt zichtbaar
Watertoren van Sint-Pieters-Leeuw – Bijzondere toren uit 1933-34 op een hoogtepunt in het landschap
De Witseboom – Iconische boom uit de tv-reeks Witse
Zeventien Bruggen – Indrukwekkend spoorwegviaduct van meer dan 500 meter lang
Sint-Anna-Pede kerk – 13e-eeuws kerkgebouw, vereeuwigd door Bruegel
Watertoren Chantemerle – Charmante bakstenen toren met houten aanbouw
Brouwerij Timmermans – Oudste lambiekbrouwerij ter wereld
Kasteel Winssinger – 18e-eeuws eclectisch kasteel, grotendeels verscholen
Kasteel de Viron (gemeentehuis) – Neogotisch-eclectisch pronkstuk van Dilbeek
Wolfsputten – 90 hectare natuurgebied met vlonderpad, bossen en open velden

⏳ Afstand & duur
Ca. 16 km – ongeveer 4 uur stappen

⛰️ Zwaartegraad
Licht tot gemiddeld – Enkele korte stijgingen, modderige passages rond Ter Pede, verder vlot en goed bewandelbaar

⭐ Oordeel
4/5

Vlaanderen kent heel wat wandelpaden, maar ook een hele hoop hele, halve, grote en kleine kastelen. Op een blauwe maandag leek het mij leuk om een eigen wandelroute uit te werken die langs deze bijzondere gebouwen en plekken gaat. Tussen droom en wandeldaad staan praktische zaken, maar uitstel is geen afstel. Eindelijk kon ik beginnen aan de kastelenroute. De derde etappe heeft drie kastelen in de aanbieding, waarvan slechts eentje echt te bewonderen is. Maar dit wordt gecompenseerd door mooie natuur, bijzondere gebouwen en het land van Bruegel.

Velden, torens en speciale bomen

Een middellange wandeling tussen Sint-Pieters-Leeuw en Dilbeek klinkt op papier misschien niet zo spannend, maar het was wel de eerste wandeling die ik deed sinds ik vader werd, en bijgevolg de eerste keer dat ik voor langere tijd recreatief uit huis was. Spannend, leuk en af en toe doordrenkt van een klein beetje schuldgevoel, maar gezien de kortere afstand en de nabijheid viel het goed mee.

Deze derde etappe begon aan het kasteel van Coloma, in iets andere weersomstandigheden. Het was wat grauwer, maar gelukkig zou de regen zich beperken tot een beetje gemiezer bij aanvang. Anders dan de vorige keer, waar het begin door wat saaiere landbouwlandschappen ging, was er meteen een mooi stukje langs een vijver. Daarna volgde een residentieel stuk met een passage langs Kasteel Nieuwenhove. Het voormalige Kasteel Nieuwenhove, ook bekend als het Kasteel van Muller, was oorspronkelijk een leen van het Hof van Gaasbeek en gaat terug tot de 11e eeuw. Na verwoesting tijdens de godsdiensttroebelen werd het in 1608 heropgebouwd en bleef het nadien in handen van diverse adellijke families. Vandaag resteert een deels omgracht landhuis in traditionele bak- en zandsteenstijl uit de 17e eeuw, herkenbaar aan de trapgevel en hardstenen omlijstingen. Het is helaas slechts een klein beetje te zien vanaf de straatkant, door de poort.

Even later zie je twee bijzondere elementen. Het eerste is door mensenhanden gemaakt. De watertoren, gebouwd in 1933-1934, ligt op een van de hoogste punten van Sint-Pieters-Leeuw, op 54 meter hoogte. Het tweede is een natuurlijk icoon. Hoewel kaal omwille van de herfst, blijft de Witseboom, bekend van de gelijknamige serie, een herkenbaar zicht ver buiten Zennevallei en Pajottenland.

Het land van Breugel

Na het verlaten van Sint-Pieters-Leeuw, via Vlezenbeek, trok de route Dilbeek binnen. Dit deel is gelinkt aan Bruegel en was enkele jaren geleden nog de plek waar diverse op zijn oeuvre geïnspireerde kunstwerken stonden. Ik passeerde een van deze werken: een windmolen ontworpen uit wapeningsstaal. Vandaag is er nog steeds een Bruegelwandeling met infopanelen over enkele van zijn bekende werken. Maar her en der is meer te zien dan louter namaak, ode of reproductie.

Vooraleer dat te bewonderen was, ging het eerst via een veldweg en het natuurgebied Ter Pede, waarbij het drassige landschap door de voorbije regen best modderig was geworden, naar de Zeventien Bruggen, een opvallende spoorwegviaduct van meer dan 500 meter lang en 18 à 22 meter hoog. Het blijft indrukwekkend om ernaast en eronder te wandelen.

Kort daarna kwam dan de “real deal”: het kerkje van Sint-Anna-Pede. Oorspronkelijk gebouwd in de 13de eeuw en in de 16de eeuw door Bruegel, toen nog als Sint-Annakapel, vereeuwigd in De parabel der blinden, is het een charmante plek. Nog los van de cultuurhistorische waarde is het de moeite om even te passeren. Wie dat wil, kan terecht in een van de kleine cafétjes of brasseries in de buurt.

Een indrukwekkend gemeentehuis

Na een iets minder inspirerend stuk langs asfaltbanen en assistentiewoningen was er even verder weer iets opvallends. Het voormalige domein Chantemerle, aangelegd rond 1900 op het terrein tussen de Kerkstraat en de Itterbeeksebaan, bestond uit een herenhuis met park en diverse dienstgebouwen. Daar is niet meer veel van te zien, maar gelukkig staat er nog een bijzondere bakstenen watertoren met houten aanbouw. Kort daarna passeerde de route ook nog brouwerij Timmermans, ’s werelds oudste lambiekbrouwerij.

Na de grotere Sint-Pieterskerk van Itterbeek, gelegen aan een gezellig pleintje, kwam het volgende kasteel: kasteel Winssinger. Opnieuw was het helaas niet zichtbaar. Het voormalige 18de-eeuwse kasteeldomein van Itterbeek, gelegen aan de Ninoofsesteenweg, werd na een brand in 1789 heropgebouwd en kreeg zijn huidige eclectische uitzicht eind 19de eeuw onder Léopold Winssinger. Van het domein bleven het kasteel, de hoeve met koetshuis en duiventorentje, en enkele bijgebouwen bewaard.

Na een minder charmante passage langs appartementsgebouwen en de Ninoofsesteenweg volgde het hoogtepunt van de dag. Via de hoofdstraten van Dilbeek en de Sint-Ambrosiuskerk doemde het kasteelpark van Dilbeek op, met de Sint-Alenatoren aan een vijver en Kasteel de Viron, vandaag het gemeentehuis, op een groene heuvel. Het neogotisch-eclectische Kasteel de Viron, gebouwd in 1862 naar ontwerp van Jean-Pierre Cluysenaar, werd opgetrokken op de plaats van een vroegere waterburcht.

Natuurervaringen waar Vlamingen thuis zijn

Meteen hierna ging het kort maar stevig omhoog naar het Sint-Alenapark, eerder een volwaardig bos dan een verzameling gras met her en der een boom. Het werd duidelijk dat ondanks het mindere weer heel wat gezinnen van beide groene plekken genoten. De natuurpracht werd even onderbroken door een ander architecturaal bekend stuk Dilbeek: CC De Westrand. Dit cultuurcentrum heeft niet alleen een goede regionale reputatie, het is ook de plek waar de befaamde slogan “Dilbeek, waar Vlamingen thuis zijn” te vinden is.

Na dit intermezzo, eigen aan de Vlaamse Rand, eindigde deze derde etappe met een prachtig natuurlijk hoogtepunt. De Wolfsputten vormen een natuurgebied van 90 hectare, even gevarieerd als uitgestrekt. Kort na de start was het aangenaam wandelen op het uit de kluiten gewassen vlonderpad. De stukken bos werden afgewisseld met open velden met mooie vergezichten. Ideaal voor een kleine tussenpauze.

De Wolfsputten werden verlaten met zicht op een vijver. Het contrast met de drukke Dansaertlaan kon nauwelijks groter zijn. Niet veel later arriveerde ik aan het station van Dilbeek, een kleine 16 kilometer nadat ik in het park van Coloma was begonnen. Hoewel twee van de drie kastelen wat hadden teleurgesteld door hun onzichtbaarheid, viel er heel wat moois te ontdekken: van Bruegeltaferelen tot een gemeentehuis om jaloers op te zijn, en van beekjes en vijvers tot een heus natuurgebied. Erg de moeite!

Meer kastelenroute kan je hier vinden: https://fromtheseatothelandbeyond.com/de-kastelenroute/

De beschrijving vind je hier:

En de gpx hier: https://www.wikiloc.com/hiking-trails/kastelenroute-etappe-3-sint-pieters-leeuw-dilbeek-240506996