Etappe 4: Eppegem – Mollem (26 km)

🥾 Terrein

Een gevarieerde route van 27 km, met een mix van zachte natuurpaden langs de Oude Zenne en Maalbeek, afgewisseld met asfaltwegen door woonwijken en dorpskernen. Rond Grimbergen is het terrein licht glooiend, met enkele onverharde stukken door bos en park. Na Meise overheerst het asfalt, met lange rechte stukken tussen akkers, spruitenvelden en bebouwing. Naar het einde toe begint het landschap licht te golven richting het Pajottenland.

🏞️ Bezienswaardigheden

Oude Zenne & industrie – Mooi contrast tussen natuur en de industriële skyline van Vilvoorde
Verbrande Brug – Brug uit 1968 op historische plek waar Spanjaarden in 1577 de originele brug vernietigden
Grimbergse Abdijkerk – Monumentale kerk met middeleeuws karakter, sfeer versterkt door vlaggen en plein
Donjon van het Prinsenbos – Enige overgebleven middeleeuwse woontoren in de regio
Maalbeekvallei – Groen wandelpad langs water en oude molens
Plantentuin van Meise (naast GR) – Eén van de grootste botanische tuinen van Europa
Spruitenveld bij Ossel – Verrassend fotogeniek stukje Vlaams platteland
Zicht op Brussel – Regelmatig uitzicht op de stad in de verte

⏳ Afstand & duur

± 27 km – Een lange maar goed te doen etappe met voldoende afwisseling, al kan het vele asfalt naar het einde toe mentaal doorwegen

⛰️ Zwaartegraad

Gemiddeld – grotendeels vlak, met een licht heuvelachtig slotstuk richting Mollem. Weinig technische stukken, maar de lengte en het asfalt vragen toch wat uithouding

⭐ Oordeel: 4/5

De Vlaamse Rand is meer dan een plek waar Vlamingen thuis zijn en de schaduw van onze hoofdstad immer aanwezig is. Het is ook een plek waar wandelaars thuis zijn, dankzij verscheidene wandelknooppuntnetwerken maar ook dankzij een eigen streekGR, de GR groene gordel. Want ondanks de onvermijdelijke verstedelijking en verkaveling, is er nog heel wat natuurpracht te vinden. Samen met een ex-collega tackelden we al twee van de zes etappes, naar Groenendaal en naar Kortenberg. Een dikke anderhalf jaar en een covidgolf of drie later lukte het dan eindelijk om het derde stuk af te wandelen. Het ijzer kon verder gesmeed worden nu het heet was, met opnieuw een langere vierde etappe.

Treinbeslommeringen en Zennevertier

Het vergde weliswaar enige moeite om op onze bestemming te geraken. Vlak voor Schaarbeek stond onze trein stil en kregen we te horen dat er iemand op het spoor werd gesignaleerd. Na een goed half uur mochten we, na extra supervisie door maar liefst 3 semi-bonkige mannen van Securail, toch aanzetten. Onze tijdswinst die we via de overstap realiseerde was zo meteen ongedaan gemaakt.

Eens aangekomen in Eppegem ging het van bekend terrein, langs de kerk van Eppegem, naar onontgonnen terrein, zelfs voor een geboren Zemstenaar (Wel, Weerdenaar). Al snel brengt een klein pad ons naar de Oude Zenne, met op de achtergrond af en toe een hint van industrie. De combinatie van natuur en industrie wordt pas echt vervolmaakt wanneer we in de verte de koeltorens van Vilvoorde zien.

Dichterbij passeren we een andere klassieker in de regio, de zogenaamde Verbrande Brug. De moderne, licht iconische brug uit 1968, heeft de naam gekregen door de voorganger uit de 16de eeuw die daar werd gebouwd en door de Spanjaarden in brand gestoken werd in 1577.

Grimbergse hoogtepunten en indrukwekkende villawijken

Het hoogtepunt van de etappe ligt ongetwijfeld in en rond Grimbergen. Ik ken de gemeente al relatief goed dankzij mijn vrouw haar keramiekactiviteiten en een eerdere wandeling op de Grimbergse kapellenwandeling, maar de combinatie van natuur en erfgoed blijft aangenaam verrassen.

De korte passages langs verkavelingen en schoolgebouwen nemen we er graag bij, want daarnaast krijgen we oude molens, gekuier langs de Maalbeek, de indrukwekkende abdijkerk én de enige echte donjon van het Prinsenbos voorgeschoteld. Grimbergen heeft een rijke geschiedenis en zeker op het plein aan de abdijkerk krijg je even het gevoel dat je in de Middeleeuwen gekatapulteerd werd, zeker door de sfeervolle vlaggen die er uithangen.

Na het Prinsenbos volgt nog een stukje door de mooie natuur, met wat onverharde grond, maar vanaf Meise gaat de GR bijna exclusief over asfalt en door woonwijken. Vlak naast de plantentuin, die we door het strakke schema niet konden bezoeken, ligt het soort villawijk waar je nekpijn krijgt van de hoogte én breedte van de woningen, om nog maar te zwijgen over het feit dat je al eens een halve kilometer naast iemands perfect onderhouden en omheinde tuin kunt wandelen.

Het overgangsstuk

De vlakke Brabantse kouters worden hierna stilaan verlaten en de weg naar Mollem voelt wat aan als een overgangsstuk, met opnieuw meer asfalt en door bebouwde kommen. We kunnen ons wel nog tegoed doen aan een spruitenveld, dat opzienbarend esthetisch is, en enkele velden met zicht op Brussel. Daarna volgt een langer stuk richting Ossel, met zeer gedegen kerkgebouw.

Van daaruit is het nog een goede 7 kilometer naar Mollem in Asse. Brussel blijft in de verte opduiken, terwijl dichter bij het pad vooral weidelandschappen en akkers te vinden zijn. Een bord, op een goede 6 km van het einde, leert ons dat we nog maar 55 kilometer verwijderd zijn van begin- en eindpunt Halle. Het landschap verandert subtiel tijdens het laatste stuk, met vooral meer hellingsgraad. Het is na 27 kilometer al een kleine hint voor wat er in de volgende etappe zit aan te komen, want dan voert de GR ons naar het Pajottenland.

Meer wandelingen op de StreekGR Groene Gordel vind je hier: https://fromtheseatothelandbeyond.com/streekgr-groene-gordel-rond-brussel/

Proloog: Brussel – Le Havre

Het heeft wat voeten in de aarde gehad, vooral mentaal waarschijnlijk. Eerst was er de late beslissing om alsnog op reis te gaan. Voor onze makkelijke go to oplossing, een uitbesteed pakket van Zuiderhuis, was het al te laat. Op een impressionant korte tijdspanne, al zeg ik het zelf, flanste ik iets bijeen. Dat iets was dus een wandeling op de GR 21, langs de Albasten kust.

Na het initiële enthousiasme kwam het gepieker. COVID is niet weg. Het maakte al sinds 2020 een vast deel uit van mijn takenpakket. Van de omkanteling van de dienstverlening, naar de brontracing en de preventie, tot 2021, waar ik willens nillens mee in het hele gebeuren rond vaccinatie en het vaccinatiecentrum werd gezogen. Onze bestemming lag ook nog eens in een rode zone. En dus kwamen er twijfels. Is het wel aangewezen? Wat gaan mensen denken? Nog meer als ik besmet zou worden.

Maar wat goede raad en een begrafenisdienst later werd de knoop doorgehakt. En dus gingen we 2 jaar na de GR 70 nog eens een langeafstandswandeling doen, een volwaardige, van punt naar punt. Zoals reeds in de introductie gezegd was deze GR 21 een verkorte versie, zonder de eerste 10 en de laatste 36 km. Maar er restte ons zo nog een goede 140 km en 7 wandeldagen. Als extra bonus, het is een kustroute.

Le Havre, modernistisch erfgoed

Maar zoals steeds is er een proloog, een startpunt. En die bracht ons naar Le Havre, een havenstad met een Belgisch tintje. Na twee treinritten van ongeveer 3u40 (eerst naar Paris Nord en van Paris St. Lazare naar Le Havre) waren we voor het eerst in anderhalf jaar langer dan enkele uren van huis.

Vandaag is Le Havre de tweede grootste Franse haven na Marseille. De grote transformatie kwam er na de tweede wereldoorlog. Bijna driekwart van de gebouwen werden platgebombardeerd. De stad werd evenwel herbouwd met de hulp van een Belgische architect.

Auguste Perret beroepte zich enerzijds op het historische Le Havre en anderzijds op de principes van stadsplanning en architectuur in het midden van de twintigste eeuw. Het resultaat is een nieuwe stadskern, modernistisch en uniform. Het vormt een duidelijk geheel en heeft een eigenheid. Blijkbaar vinden heel wat mensen het lelijk, maar het hield de UNESCO niet tegen om het in 2005 op de lijst met erfgoed te zetten.

En voor ons was het ook een aangename verrassing. Waar het blijkbaar vroeger werd omschreven als Stalingrad aan de Noordzee kwam het op ons over als een unieke, moderne stad. Er is de imposante kathedraal met het uitzicht van een vuurtoren, met z’n vele kleinere glasramen die samen een ingetogen kleurrijk geheel vormen. Maar de stad heeft heel wat opzienbarende gebouwen, zoals het stadhuis of de bizarre vulkaanvormige cultuurtempel.

Natuurpracht en kunst

Naast het architecturale is er natuurlijk de natuurlijke schoonheid, de zee, die de hoofdrol zal spelen op onze reis. Het was aangenaam vertoeven op het kiezelstrand, met frisse, gezonde lucht en een heerlijke zon. Het was weliswaar vreemd om opnieuw toerist te zijn. Zeker die eerste uren ging dat niet zonder een licht schuldgevoel, alsof we iets bizar of verkeerd deden. Maar dat beterde met elke stap richting datgene wat tot voor kort vanzelfsprekend was.

We bezochten ook het plaatselijk kunstmuseum, waar de focus hoofdzakelijk op de impressionisten lag. Ik zag er enkele speciale en mooie ontdekkingen, maar Sara was vooral gecharmeerd door de maquettefoto’s van de Belgische kunstenaar en fotograaf Philippe de Gobert. Hij liet zich inspireren door het verwoeste oorlogslandschap en de heropbouw van de stad. Het zorgt voor sfeervolle, bevreemdende taferelen.

Terug als vanouds

Na een wandeling langs de haven en de jachthaven, alwaar op spectaculaire wijze plezierboten in en uit het water werden geholpen, was het tijd om eten te zoeken. Vorige reis hadden we van de geneugten van de demi-pension kunnen genieten, waardoor de soms tergende zoektocht naar een geschikt restaurant wegviel. Nu botsten we weer op de keuzestress. Uiteindelijk keerden we terug naar een oude traditie en gingen we de Indische toer op. Al bij al was het een mooie start in Le Havre. We waren klaar voor het echte werk.

Het eten

We aten in restaurant Taj Mahal, alwaar ik het menu nam met Samossa, lam in currysaus en een gierstmeelgebak.

Het verblijf

Voor het gemak kozen we een hotel dicht bij het station. Ibis Centre doet wat je verwacht van een keten. Het is proper en comfortabel.

GR 21: Een introductie

Na lang twijfelen besloten we toch om deze zomer nog eens een goede ouderwetse wandelvakantie te doen. Daarvoor hadden we ook al ons hoofd gebroken over onze mogelijke bestemming. Uiteindelijk kwamen we uit bij de GR 21, wat deel uitmaakt van de lange Franse kustroute en meer bepaald de Littoral de la Normandie.

De Albasten Kust

De Albasten kust of de Côte d’Albatre is een kuststrook die tussen Le Havre en Le Tréport ligt. Deze streek is bekend voor zijn hoge krijtrotsen. Deze brokkelen af in de zee. De kalk lost daarbij op in het water. Dit verklaart de albasten kleur. De kust ligt in de Seine-Maritime, een onderdeel van Haute-Normandië (hoewel Normandië nu officieel eengemaakt is).

De zogenaamde “galets”

De kei- of vuursteen die in de rotsen zitten, brokkelen dus af. Vaak komen ze op het strand terecht. Het water zorgt ervoor dat ze uiteindelijk een ronde vorm krijgen. Deze kiezels staan lokaal gekend als les galets. Vroeger was er hier een industrie rond gebouwd, maar vandaag de dag is het voor de toeristen verboden om stenen mee te nemen.

Daarnaast zijn ook de valleuses een bekend gegeven. Het zijn inzinkingen in het land of valleien die uitgeven op de zee, zogenaamde kustvalleien dus. Je hebt drie verschillende vormen:

  • les valleuses vives: natuurlijke depressies (Fécamp, Yport, Étretat …)
  • les valleuses mortes: door mensen aangelegde depressies in het landschap, vaak vanuit de noodzaak om de kust te bereiken
  • les valleuses perchées: eenvoudige inzinkingen van het land maar zonder of niet langer toegang tot de kust.
Fichier:Claude Monet-Soleil couchant à Etretat.jpg — Wikipédia
Monet was een van de vele kunstenaars geïnspireerd door de Albasten kust

De kustlijn is een goede 130 kilometer lang en begint in Le Havre en eindigt in Le Tréport-sur-Mer. Historisch gezien waren de dorpjes en stadjes langs de kust vooral vissershavens. Maar de aanleg van een spoorlijn zorgde voor een link met Parijs en andere steden en het kusttoerisme transformeerde de vele stadjes. Zo werd het een plek waar kunstenaars graag naar toe trokken. Het landschap inspireerde hen.

GR 21

De GR21 is een lange afstandsroute van 187 km tussen Le Havre en Le Tréport. Het is een kustroute, maar het grootste deel van de wandeling is toch enige afstand van de kust verwijderd. Dat wil niet zeggen dat de zee geen vaste genoot is. De dorpjes en stadjes die door de GR worden doorkruist liggen vaak aan zee. Het maakt dat er vaak geklommen en gedaald moet worden, maar de moeilijkheidsgraad valt voor een ervaren wandelaar zeer goed mee.

Wij wandelden evenwel niet de hele GR en dit om twee praktische redenen. Ten eerste is de eerste etappe anders een goede 30 km. Het was lang geleden dat we nog met volle rugzak hadden gewandeld en tijdens de laatste maanden was onze voorbereiding niet van dien aard dat we dat meteen zagen zitten. Daarom namen we de trein naar een plekje verderop om onze wandeling te beginnen. Ook eindigden we, omwille van de terugkeer naar het werk, een goede 34 kilometer vroeger. Maar aangezien we elke dag wel meer kilometers maalden dan gepland, hebben we die 187 km zeker gehaald.

De wandelingen op de GR 21 vind je hier: https://fromtheseatothelandbeyond.com/gr-21-albasten-kust/

Etappe 3: Kortenberg – Eppegem (17 km)

🥾 Terrein

Deze etappe start in Kortenberg met een kort stuk door bebouwing, maar duikt al snel de velden in. Het traject loopt over zachte paden langs akkers en weilanden, en schakelt vlot door naar een reeks bossen (Hellebos, Snijsselbos, Moorbos) met smalle, schaduwrijke bospaden. Tussendoor passeer je enkele dorpskernen. Na Perk en Elewijt volgt een combinatie van landelijke paadjes, een tunnel onder de E19 met graffiti, modderige bosdoorsteek en een meanderend Zennepad richting Eppegem. Goed schoeisel aanbevolen bij nat weer.

🏞️ Bezienswaardigheden

Vliegtuigspotterszone nabij Zaventem – Vliegtuigen razen spectaculair laag over, voor even een echte belevenis
Hellebos – Donker, mysterieus bos met gekanaliseerd beekje
Perkse bloemen & buizerds – Her en der kleurrijke bloemen en roofvogels
Snijsselbos & Moorbos – Stilte, schaduw en geurige vegetatie
Sint-Hubertuskerk Elewijt – Rustige lunchplek in een charmant dorpscentrum
Rubenskasteel (Het Steen) – Oud buitenverblijf van Peter Paul Rubens, iconisch domein
Zennepad – Mooie slotkilometers langs de kronkelende Zenne
Den ouwe molen (sluistoren) – Vernield bouwwerk met historische waarde, zichtbaar in de verte

⏳ Afstand & duur

± 24 km – Goed te doen voor de geoefende wandelaar, met genoeg afwisseling in terrein en landschap om het boeiend te houden

⛰️ Zwaartegraad

Licht – Meestal vlak, enkele modderige stukken vragen oplettendheid en behendigheid, vooral bij nat weer

⭐ Oordeel: 4/5

De Vlaamse Rand is meer dan een plek waar Vlamingen thuis zijn en de schaduw van onze hoofdstad immer aanwezig is. Het is ook een plek waar wandelaars thuis zijn, dankzij verscheidene wandelknooppuntnetwerken maar ook dankzij een eigen streekGR, de GR groene gordel. Want ondanks de onvermijdelijke verstedelijking en verkaveling, is er nog heel wat natuurpracht te vinden. Samen met een ex-collega tackelden we al twee van de zes etappes, naar Groenendaal en naar Kortenberg. Een dikke anderhalf jaar en een covidgolf of drie later lukte het dan eindelijk om het derde stuk af te wandelen.

Vliegtuigspotters

Vorige keer waren we geëindigd in het relatief mondaine Kortenberg. De GR gaat verder aan de overkant van het station. De eerste honderd meters gaan opnieuw langs een verkaveling, tot je de velden induikt. Het landschap is mooi, maar het is niet het enige element dat zorgt voor spektakel en vertier. Al snel wordt duidelijk dat het hier het rijk van de vliegtuigen is, vlakbij de luchthaven van Zaventem.

Aanvankelijk doen we nog wat lacherig over vliegtuigspotters, tot we even, per ongeluk, van de GR afwijken en een vliegtuig als een gevaarte schijnbaar vlak over onze hoofden scheert. Het is indrukwekkend en licht angstaanjagend, maar een paal van het wandelknooppuntnetwerk bevestigt dat we niet per ongeluk op de landingsbaan zijn verzeild geraakt. Er is dus misschien toch iets te zeggen voor vliegtuigspotten, hoewel we na het derde vliegtuig al niet echt meer opkijken.

Bos en Perk

Vervolgens wandelen we doorheen de gehuchten Lemmeken en Lelle, bijzondere namen, maar los van enkele mooiere oude gebouwen weinig vermeldenswaardig. Want we zijn hier uiteraard voor het groen. En dat vinden we in een reeks bossen, te beginnen met het Hellebos. Nomen est omen, want het daglicht lijkt inderdaad prompt te verdwijnen. In het bos zelf volgen we een gekanaliseerd beekje. Zo verlaten we Kampenhout, gaan doorheen Steenokkerzeel en meer bepaald naar deelgemeente Perk. Dit hele stuk zijn her en der mooie en kleurrijke bloemen te spotten, en ook worden we af en toe vergezeld door een buizerd. Het Hellebos is echter het eerste van drie bossen. Na de kerk van Perk volgen nog het Snijsselbos en het Moorbos. En na dit natuurlijk intermezzo gaat het richting gekend terrein

De heimat

Ik ben namelijk geboren en getogen in Groot-Zemst. En hoewel we Weerde, de deelgemeente waar ik het grootste deel van mijn leven heb doorgebracht, niet doorkruisen, zijn de andere plekken mij zeker niet vreemd. Eerst passeren we aan de Sint-Hubertuskerk van Elewijt, een ideale lunchplek. Vervolgens neemt een klein steegje ons naar een pad over de Zenne en in een tunnel die onder de E19 gaat, volledig versierd met clandestiene graffiti. Dit is blijkbaar ook een deel van de GR 128, de Vlaanderenroute, die in het Franse Wissant begint en in het Duitse Aken eindigt.

Eens uit de tunnel komen we terecht in een verkaveling die naar een van de bekendste buitenverblijven uit de streek voert. Het Steen, beter bekend als het Rubenskasteel, was ooit het optrekje van, wel ja, Rubens. Deze plek heeft dus een lange traditie als het op groene gordels aankomt.

De volle natuurervaring wacht ons even verder op. Elke fietser duikt vol modder uit het weggetje dat we moeten nemen. We vinden inderdaad vrij schuiverige modder terug, en proberen zoveel mogelijk gebruik te maken van de bosberm om het ergste voor schoenen en broek te vermijden. Een nietsvermoedende fietser valt in een van de diepe plassen. Niet veel later kruisen we nog een duo. Mijn goedbedoelde waarschuwing wordt in de wind geslagen met een zelfzekere glimlach. Helaas voor de man ligt ook hij zes meter verder in de modder.

Het laatste gedeelte brengt ons naar de Zenne en het wandelpad dat mee meandert met de rivier. In de verte staat “Den ouwe molen”, de oude sluistoren die door de Duitsers werd vernield. Zoals reeds gezegd zullen we deze niet bezoeken. We zetten door naar links en naar Eppegem, waar we genieten van het welslagen van deze derde, mooie etappe en ons te goed doen aan een lekker ijsje.

Meer wandelingen op de StreekGR Groene Gordel vind je hier: https://fromtheseatothelandbeyond.com/streekgr-groene-gordel-rond-brussel/

De slotbeschouwing

Lyon

Hier zijn we dan terug. Een korte stop met zicht op Hotel Part-Dieu, waar we op dag 1 ook hadden gezeten. Toen na 6 jaar afwezigheid, nu na 2 weken. Mijn blik op Frankrijk is op die korte periode volledige veranderd, of ten minste op dat kleine doch uitgebreide stukje dat we hebben bewandeld, verkend, ontdekt en ervaren. Geproefd en gedronken ook. Gevoeld. Vooral met onze voeten, soms met onze kuiten, knieën, handen en heel af en toe met ons hart.

Door deze tussenstop, meer uit improvisatie dan uit noodzaak, is de cirkel rond. Een tocht door de Cevennen en terug. Nu restte ons enkel nog een kleine vier uur op de TGV, een treinverbinding naar Halle en de vertrouwde weg van het stationsplein naar de Basiliekstraat, waar we opnieuw bij ‘onze’ Zwarte Madonna zijn. En daarna via de Beestenmarkt en het Carrefour-kruispunt naar huis. Een pak sneller terug in ons eigen huis dan Stevenson in zijn tijd.

Op de trein, een laatste beschouwing

En zo rijden we richting Brussel. Enkel Parijs en Lille liggen nog tussen ons en ons Belgenland. Deze schrijfsels zijn het relaas van een meer dan geslaagd avontuur doorheen de Cevennen. Het merendeel is verteld, en dat wat nog verteld kan worden, de overschouwing van de reis, kan nooit in een enkele spontane beurt vervat worden. Misschien moet vooral gezegd worden dat het een hartelijke manier van reizen was.

Met het kenteken van de wandelaar, misschien nog eerder de vermoeide maar nieuwsgierige en enthousiaste blik dan de rugzak, leerden we de streek, de mensen en onze medewandelaars kennen. En misschien ook voor een stuk onszelf. Dat we misschien toch socialer en hartelijker zijn dan we soms denken of pretenderen te zijn. Dat de schroom van het Frans ook overroepen is. Dat dit land ons ligt.

Stevenson reisde om de cultuur en de geschiedenis van de streek te ervaren en de liefde (tijdelijk) te vergeten. Dat eerste hebben we gemeen. Maar ik had het geluk alles met Sara te kunnen delen. Samen wandelen en ontdekken, genieten en proeven, en indien nodig elkaars voeten masseren. Weer gegroeid, weer een hoofdstuk erbij. Wat een geweldige en onvergetelijke tocht door de Cevennen*

*Zonder ezel

FIN

Virelles: In het koninkrijk van de vogels

🥾 Terrein

Een afwisselende wandeling van 15,6 km door weides, vochtige bossen en charmante dorpen. Na een vlot begin langs open velden en zicht op het meer van Virelles, duik je al snel het bos in, met opvallend veel mossen en begroeiing. Onderweg wisselen bos- en landweggetjes elkaar af, met enkele pittige klimmetjes en een kort stuk over asfalt. De route eindigt langs de Eau Blanche en met zicht op het meer.

🏞️ Bezienswaardigheden

Meer van Virelles – Rustige, natuurlijke waterplas met rijke biodiversiteit
Bossen van Virelles – Mossige bomen, vochtige prairie en intense geuren
Lompret – Officieel een van de mooiste dorpen van Wallonië, met watervalletjes en een authentiek centrum
Eau Blanche – Slingerend riviertje dat een feeëriek accent geeft aan het laatste bosgedeelte
Viaduct van Virelles – Verrassende verschijning in het groen

⏳ Afstand & duur

± 15,6 km – Comfortabele dagtocht met voldoende afwisseling en rustpunten

⛰️ Zwaartegraad

Licht tot gemiddeld – Overwegend vlot terrein met een paar korte maar pittige klimmetjes

⭐ Oordeel

Om even te ontsnappen aan de dagelijkse stress besloten we nog eens een uitstap te maken naar het zuiden van het land. Ons oog viel op Virelles, in Chimay. Ornithologen en liefhebbers van de betere vogelfotografie moet ik echter deels teleurstellen. Je bent er wel degelijk omringd door heel wat vogels, maar helaas heb ik er geen kunnen vastleggen met mijn fototoestel, dat niet echt is uitgerust voor dat soort natuurfotografie. Ik hoop dat te compenseren met wandelplezier.

Een meer en een hoop mossige bomen

Het dorpje Virelles zelf ligt niet op de route. Het is op zich niet al te opzienbarend, al is het gezien het beperkt aantal extra meters die het vergt wel de moeite om even een bezoek te brengen aan het kerkje. Maar op het hoofdprogramma staan voornamelijk de bossen van Virelles en omgeving. Met z’n 15,6 kilometer is het zeker niet de langste wandeling, maar wel een verrassend afwisselde.

Aan het begin krijg je voornamelijk weidelanden voorgeschoteld, terwijl het hoofddecor, de bossen van Chimay in de verte opduiken. Ook het meer van Virelles, een van de vele uit de buurt, kan je af en toe in de verte spotten. Dit stukje Wallonië is blijkbaar vrij speciaal door de vochtigheid, waardoor er zich een rijke fauna en flora kan ontwikkelen. Het is zelfs zo dat men bepaalde delen aanprijst als “vochtige prairie”.

Of het er iets mee te maken heeft, weet ik niet, maar de bomen zijn vaak wel gedeeltelijk bedekt in kleurige mossen en worden af en toe lichtjes gewurgd door een plant. Uiteindelijk wordt het bos toch even verlaten en krijg je terug een mooi bucolisch landschap. Na een grote weg over te steken, kan je je weer tegoed doen aan natuurpracht. Het asfalt wordt hier ingeruild voor een aangenaam bospadje.

Het mooie Lompret

In de verte duikt na een klimmetje het mooie dorpje Lompret op. Het is opnieuw een van de zogenaamde mooiste Waalse dorpen, en werd bekroond met een officiële titel. Dat heeft het voor een stuk te danken aan z’n klein, authentieke kern, de oude weverij maar vooral door de verwevenheid met het water, dat zich er via watervalletjes een weg door kronkelt.

Het landschap verandert hier heel even wat. Maar eens het plekje Vaulx gepasseerd gaat het een laatste keer het bos in. Ditmaal ben je vergezeld van de Eau Blanche, een riviertje dat het geheel nog iets extra geeft. Daarna volgt een korte maar zeer pittige beklimming, tussen de kleurrijke bloemetjes. Het viaduct van Virelles duikt plots op uit het niets, en de rivier is nog even je metgezel, tot het laatste stuk. Een drukke weg brengt je naar de parking aan Aquascope, met opnieuw zicht op het meer, het eindpunt van een erg mooie en afwisselende wandeling.

Meer wandelingen in België vind je hier: https://fromtheseatothelandbeyond.com/wandelen-in-belgie/

Dag 11: Gare de Cassagnas – Saint-Germaine-de-Calberte

🥾 Terrein

Rustige etappe van ongeveer 15 km met comfortabel klimwerk. Overwegend brede, goed begaanbare bospaden met geleidelijke stijgingen, afgewisseld met enkele opmerkelijke tussenpunten. De afdaling naar Saint-Germaine-de-Calberte verloopt via een smal en stenig bospad, licht technisch, maar goed te doen.

🏞️ Bezienswaardigheden

Camisardsmonument – Gedenkteken voor het protestantse verzet, opgericht ter herdenking van het edict van tolerantie (1789)
Col de la Pierre Plantée – Laatste col van betekenis op het pad, met een mysterieuze menhir op 891 m hoogte
Saint-Germaine-de-Calberte – Klein maar historisch dorpje met katholieke én protestantse erfgoedplekken, oude zijdefabriek en terrassenwandeling
Historisch wandelcircuit – Interessante route doorheen de geschiedenis van religieus conflict, zijde-industrie en lokale helden uit WOII

⏳ Afstand & duur

± 15 km – Gemiddeld tempo, ruim voldoende tijd voor bezoeken onderweg

⛰️ Zwaartegraad

Gemiddeld – Gestaag stijgende paden, comfortabele klim, pittige maar korte afdaling

⭐ Oordeel 4/5

Het groene hartland

Nog 23 km te gaan – 28.020 stappen gezet (22 km, waarvan 14 km op de GR 70) 

570 m gestegen, 774 m gedaald

Gare de Cassagnas (693 m) – Col de la Pierre Plantée (891) – Saint-Germaine-de-Calberte (480 m)

Een rustige wandeling met drie ijkpunten

Deze voorlaatste etappe was kort en krachtig, met eerder gestaag klimwerk. Het was vandaag een goede 15 kilometer. Na reeds 200+ kilometer op de teller wordt dat al snel aanzien als een rustige wandeldag. Het grootste deel ging dan ook langs comfortabele, brede bospaden, met af en toe, doorheen de bomen, zicht op de heuvels van de Cevennen.

Slechts drie keer werd dit stramien doorbroken. De eerste keer gebeurde dit door het nemen van een korte, maar vanzelfsprekende omweg. We hadden deze zelf ingecalculeerd. Het pad leidde namelijk naar een monument voor de Camisards, opgericht ter ere van de 100ste verjaardag van het edict van religieuze tolerantie uit 1789.

De hardnekkigheid van de camisards in het aanschijn van de katholieke repressie is het beste bewijs dat onderdrukking van ideeën, indien eenzijdig en/of manu militari, enkel zorgt voor een hardnekkiger omarmen van deze ideeën en een nog stevigere verstrengeling met de eigen en collectieve identiteit. Het zegt veel dat Robert Louis Stevenson de protestantse verzetslieden zelf met enige bewondering bekeek.

Het tweede breekpunt, iets kleiner en bescheidener, was de Col de la Pierre Planté, waar een oude monoliet staat, op een goede 891 meter hoogte. Dit was de laatste keer dat we deze hoogte zouden bereiken op dit pad.

En de derde keer dat landschap en wandelweg veranderden was bij de afdaling naar Saint-Germaine-de-Calberte zelf, wat verliep langs een kronkelend, met stenen bezaaid bospadje. Stevenson schreef dat het dorpje hem overviel en ik begrijp hem. Na een goed half uur dalen en zigzaggen zie je plots huizen en indrukwekkende terrassen op de heuvelflank.

Aan de ingang van het dorp was er enige consternatie. Een wandelaar had zijn portefeuille op een bankje, ergens in het bos, laten liggen. Naar alle waarschijnlijkheid had hij dit pas enkele kilometers later ontdekt, waarna een flinke dosis wanhoop volgde en heel misschien de nuchterheid en moed om terug te keren. De portefeuille werd ergens in een café afgegeven ter bewaring. Of portefeuille en eigenaar herenigd werden weet ik niet.

Saint-Germaine-de-Calberte

Saint-Germaine-de-Calbert is een klein dorpje met enkele pleintjes, een schattige mairie en een 12de eeuwse kerk waar abbé Chaylee, de man die in le Pont-de-Montvert werd vermoord, begraven ligt, al werd er geen aparte tombe aan de man gewijd. Saint-Germaine mag dan wel een katholiek bolwerk in de Protestanse regio zijn, in de Cevennen is de man toch een beetje wat de hertog van Alva bij ons is.

In ons verblijf, Au Figuier des Cévennes, kregen we de l’Adrech-kamer, wat blijkbaar het Occitaanse woord is voor behendig, knap of in een zon badende flank. Misschien betekent het nog iets anders ook. De Stevenson-kamer had in ieder geval wat makkelijker geweest om te verklaren of uit te leggen.

Na de installatie en de douche deden we de historische wandeling door het dorpje, wat opzienbarend interessant was. Van de katholieke kerk ging het naar de protestantse kerk, de zijdefabriek en het oude gedeelte van het dorpje. Verder leerden we ook nog bij over hoe een hele hoop Joden hier werden gered tijdens de tweede wereldoorlog en kregen we nog wat info over het verblijf van Stevenson. En dan was er nog een wandeling door de fotogenieke terrassen.

Voor de tweede avond op rij konden we buiten eten. Een gezellig diner, in eerste instantie opgevrolijkt door Julie, een aandachtshongerige kattin, en een oude labrador die enthousiast werd van de geur van onze kip. Daarna volgde nog een aangenaam gesprek met een koppel uit Dinant die vaak hun vakantie doorbrengen in de Gard. Ze vertelden het verhaal van het kasteel van Calberte, dat in de jaren 60 werd gekocht en waar men 50 jaar lang elke zomervakantie nuttigde om het kasteel herop te bouwen. De stenen waren er nog, het was een kwestie van ze precies terug te plaatsen. Fijn, een conversatie met onze zuidelijke landgenoten.

Het eten

Charcuterie van de terroir, kip met frietjes en een appeltaartje

Het verblijf

Een hele ruime kamer en badkamer, met zelfs een klein keukentje. Alleen jammer van de eenpersoonsbedden!

Meer wandelingen op de GR 70 vind je hier: https://fromtheseatothelandbeyond.com/wandelen-in-frankrijk/

Dag 10: Florac – Gare de Cassagnas

🥾 Terrein

Een relatief rustige etappe van 17 km, in twee delen. Na een korte klim en wat dalende bospaden volgt een comfortabel, vlak traject over een voormalige spoorlijn. Gedeeltelijk beschaduwd, licht glooiend en technisch niet uitdagend, maar de warmte maakte het fysiek toch pittig. Enkele tunnels en een paar kortere hellingen houden de variatie erin.

🏞️ Bezienswaardigheden

Florac – Laatste glimp van watervallen en oude straatjes voor het vertrek
Camisards-monument – Kleine ontmoetingsplek met de geschiedenis van religieuze strijd
Voormalige spoorlijn – Gemoedelijk wandelpad langs de Mimente, met zicht op de kloof
Spoorweggeschiedenis – Verlaten stationsgebouw van Saint-Julien-d’Arpaon in rep en roer voor een lokale loopwedstrijd
Gare de Cassagnas – Oud station omgevormd tot gîte d’étape, rustplek voor GR-wandelaars

⏳ Afstand & duur

± 17 km – Ongeveer 4,5 uur wandelen met tijd voor pauzes en kleine omwegen

⛰️ Zwaartegraad

Licht tot gemiddeld – Weinig technische moeilijkheden, maar de hitte en vermoeidheid tellen door

⭐ Oordeel 3/5

De oude spoorlijn richting niemandsland

Nog 38 km te gaan – 26.505 stappen gezet (21 km, waarvan 17 km op de GR 70) 

286 m gestegen, 253 m gedaald

Florac (546 m) – Gare de Cassagnas (693 m)

DISCLAIMER: Blijkbaar is er een probleem via smartphone, waarbij het stuk na de zin over grillige openingsuren niet verschijnt. Indien je dat probleem tegenkomt, kan je via https://fromtheseatothelandbeyond.wordpress.com/wandelen-in-frankrijk/ en onderaan naar dag 10 gaan om het toch volledig te lezen. Mijn excuses hiervoor.

Plots is daar, vrijwel uit het niets, een grote vermoeidheid. Is het de opeenstapeling van nachten met minder slaap? Is het de hitte? Is het het gevolg van een 10de wandeldag op rij? Het is sowieso het meeste dat mijn voeten al te verwerken kregen qua ononderbroken kilometers. Ik mag mij gelukkig prijzen met 1,5 blein, waarschijnlijk het gevolg van sokken die hun beste tijd hebben gehad. Maar ondanks de kortere etappe (relatief gezien), deden mijn voeten wel pijn en zou ik later op de dag verleid worden tot een middagdut. Maar eerst stond er nog de tocht richting het voormalige station van Cassagnas op het programma.

De eerste, grilligere helft

Vandaag moest er 17 kilometer afgelegd worden, waar we zelf nog een klein beetje aan toevoegden door Florac nog wat te verkennen, en naar de meest pittoreske Carrefour te gaan die we ooit al hebben gezien. Na enkele aankopen waarmee we de komende twee dagen verder konden, wandelden we nog eenmaal door het dorpje met haar watervalletjes- en partijen en daarna richting Cassagnas, voor een wandeling in twee delen, zoals onze reisgids zo treffelijk schreef.

Aan de voet van de eerste klim sloegen we nog even een praatje met de man van Dijon, die ik nog steeds zeer moeilijk verstond. Ook waren er 2 vrouwen, vriendinnen van in de zestig, die voor een ingekorte reis op de GR 70 hadden gekozen en voor wie Florac de start was en Cassagnas de eerste halte. Aangezien een van de twee niet zo goed te been was, had ik toch wat bedenkingen bij de tocht, waar vooral het begin nog wel best omhoog ging. Maar de drie laatste dagen waren uiteindelijk wel wat minder uitdagend dan wat de voorbije dagen was gepasseerd.

Vandaag was daar het perfecte voorbeeld van. De klimmetjes en afdalingen duurden maximaal 10 minuten. Het grootste deel bestond uit balcony wandeling, zoals onze reisgids het omschreef. Een aangenaam, egaal pad, met zicht op een helling onder ons en de heuvels in de verte. De schaduwrijke paden waren vandaag zeker welgekomen. Het gebrek aan veelzijdigheid van deze eerste helft was op die manier ook vergeven.

Het is ook zo dat het niet volledig monotoon was. Zoals gezegd was er een deel voor de afdaling en een deel erna. Het eerste gedeelte, na de klimmetjes, ging door bosrijk gebied, tot het na een vrij lange daling uitkomt op een grote autoweg, weliswaar omringd door geweldig mooie heuvels. Na een korte pauze in Saint-Julien-d’Arpaon gingen we een pad op waar vroeger een spoorweg liep.

Vandaag stond het dorpje in rep en roer door een plaatselijke loopwedstrijd. Naast het oude spoorweggebouw stond een podium waar winnaars werden gelauwerd en even verder was er de uitnodigende geur van de eetstandjes in de buurt. Het deed mij wat denken aan de voetbaltoernooien uit mijn jeugd, waar je tussen de wedstrijden door al eens een hotdog of een hamburger kon eten.

Spoorwegwandelen

Maar de spoorlijn dus. In 1880, na de passages van Stevenson, werd beslist dat Florac ook aangesloten moest worden op de ijzeren weg. Dit was echter weinig praktisch. Men kon de drukke lijn tussen Parijs en Nîmes moeilijk standaard via de bergen van de Cévennes sturen. En dus kwam er een verbindingslijn met één spoor, wat al snel in onbruik raakte door de concurrentie van de weg die parallel liep. En zo werd de lijn in 1948 afgeschaft.

Vandaag is het een aangenaam wandelpad, met de Mimente als continue metgezel in de kloof die naast het spoor loopt. Anders dan bij onze veenbaan is deze wandelweg niet geasfalteerd, waardoor het niet, zoals bij ons het geval is, een fietsparadijs is. De wandelaar heeft het hele traject voor zich alleen.

Het pad was grotendeels vlak, wat welgekomen was in deze hitte, waar alle inspanning dubbel zoveel energie en zweet kost. We passeerden ook enkele tunnels. Bij de eerste kon ik, tot grote schaamte bij Sara, mijn koplampje gebruiken, hoewel de duisternis nogal relatief was. Ook tunnel twee en drie waren niet langer dan een meter of tien. En daar liet ik de gimmick voor wat het was.

Mijmeringen en avonturen onderweg

Over het algemeen lijkt het dat er hier meer restanten bewaard zijn gebleven dan bij ons. De kerken zijn ouder en authentieker, de ruïnes staan pittoresk in het landschap. Heel wat dorpen en monumenten hebben niet moeten wijken voor een of andere weg of modern appartementsgebouw. De omgang met het patrimonium is soms vergelijkbaar, soms ook heel verschillend.

Ook hier worden historische gebouwen omgetoverd tot gîtes, hotels en horecazaken. Indien het echter wordt tentoongesteld of bezocht kan worden vanwege de historische waarde, is de omgang best anders. Ook in Vlaanderen kiest men eerder voor de moderne horeca-toets, zo niet betaal je aardig wat entreegeld. In Engeland is het ook vaak prijzig, maar je krijgt er meestal wel een leerrijke historische topervaring en een tearoom van de National Trust bij. In de Cevennen is alles dan weer relatief goedkoop, maar er zijn geen faciliteiten en je kan kop noch staart krijgen als het op openingsuren aankomt.

Vandaag was er ook weel veel plezier op het vlak van fauna. Een uit de kluiten gewassen sprinkhaan wilde even kennis maken met mijn edele delen. Daarnaast zagen we ook een grote, groene hagedis die de kleine, grijskleurige soortgenoten van de voorbij dagen deed verbleken. Al was ook dit exemplaar even schichtig en moeilijk op camera vast te leggen.

Gare de Cassagnas

Na een goede 4,5 uur gewandeld te hebben, kwamen we aan in Cassagnas, of beter gezegd in het voormalig stationsgebouw, dat omgetoverd en, jawel, gemoderniseerd werd om zo als gîte d’etappe te fungeren. Er heerst hier een campinggevoel. Los van de gîte en de bijkomende camping is er niets, ook amper bereik.

Terwijl we wat genoten van een drankje en aan het schrijven waren in onze boekjes, wandelden (en in sommige gevallen strompelden) de bekende en minder bekende gezichten binnen. Het Duitse koppel, de man uit Dijon, het duo vrouwen van deze ochtend, een man met opvallende bakkenbaarden, de twee koppels zestigers van net buiten le Pont-de-Monvert en een blonde jongen die we eerst hadden gezien in Finièls en vervolgens in een tent in het natuurpark. Van de 11 aan de table commune in Le Bouchet-Saint-Nicholas bleven enkel de Duitsers over. De sporadische contacten zijn fijn, net zoals de vrijblijvendheid ervan.

Aan de eettafels buiten was er, ondanks het feit dat dit op zich niet voorzien was, een spontane table communale ontstaan. Links van mij zaten de twee koppels zestigers, rechts het Duitse koppel, Susan en Christian, waar we het grootste deel van de tijd mee hebben gepraat. Daarnaast zat de man met de bakkenbaarden (uit Lille), de man uit Dijon, de twee vrouwen van deze ochtend en twee nieuwe gezichten.

Er werden tips uitgedeeld over de vele wandelwegen in Europa, ervaringen over de Chemin, en af en toe over het leven. Daar, buiten aan de lange picknicktafel, kreeg ik het gevoel om even deel uit te maken van een gemeenschap van wandelaars. Verschillende verhalen en ervaringen, tempo’s en blikken. Een komen en gaan van mensen met eenzelfde doel.

Hou zou Stevenson, 131 jaar geleden wandelend met een ezeltje, kijken naar de verbroedering op het pad dat zijn naam draagt? In ieder geval besloot ik om mijn uiterste best te doen om van de 2 laatste wandeldagen zo hard mogelijk te genieten. Want hoe langer de tocht duurde, en hoe meer de kleine dorpjes zich ontpopten tot bakens van rust, hoe meer ik wenste dat het nog wat kilometers extra duurde om de finishlijn te bereiken.

Het eten

Een buffet bestaande uit verschillende soorten quiches, slaatjes, worst, en daarna plattekaas en kastagnetaart.

Het verblijf

In the middle of nowhere, maar aangenaam. Het personeel is wat excentriek, Sara zou zeggen onvriendelijk, maar de kamer is ruim en netjes en de set-up van het avondeten tof.

Meer wandelingen op de GR 70 vind je hier: https://fromtheseatothelandbeyond.com/wandelen-in-frankrijk/

Dag 9: Le Pont-de-Montvert- Florac

🥾 Terrein

Een fysieke en mentale uitputtingsslag: 27 km, 600 m stijgen en 900 m dalen onder een loden zon. De route start met steile klimmetjes over smalle paden, gevolgd door ruige bospaden en rotsige afdalingen. Daarna brede paden en asfalt tot in Florac. Technisch veeleisend door ondergrond én vermoeidheid.

🏞️ Bezienswaardigheden

Col de la Planette – Vreemde en indrukwekkende verzameling van steenmannetjes
Signal de Bougès – Hoogste punt van de dag; purperen heide, vergezichten, ruige natuur
Col du Sapet – Fietserstreffer, rustplek voor de afdaling
Notre-Dame-de-l’Assomption (Bédouès) – Collegiale kerk, indrukwekkend moment van rust
Tarnkloof & Bédouès – Mooi dal en welkom gebakje met kastanje als krachtvoer
Florac – Levendig stadje met rivieren, steegjes, pleinen en sfeer

⏳ Afstand & duur

± 27 km – Circa 8 uur effectief onderweg, pauzes niet inbegrepen

⛰️ Zwaartegraad

Zwaar – Hitte, hoogteverschil en lengte maken dit een loodzware etappe

⭐ Oordeel: 4,5/5

De onverbiddelijke hitte

Nog 56 km te gaan – 43.335 stappen gezet (34 km, waarvan 27 km op de GR 70) 

621 m gestegen, 956 m gedaald

Le Pont-de-Montvert (875 m) – Cham de l’Hermet (1114 m) – Col de la Planette (1292 m) – Col du Sapet (1080 m) – Florac (546 m)

DISCLAIMER: Blijkbaar is er een probleem via smartphone, waarbij het stuk vanaf de Notre-Dame-de-l’Assomption niet verschijnt. Indien je dat probleem tegenkomt, kan je via https://fromtheseatothelandbeyond.wordpress.com/wandelen-in-frankrijk/ en onderaan naar dag 9 gaan om het toch volledig te lezen. Mijn excuses hiervoor.

Goed begonnen is half gewonnen. Het omgekeerde geldt helaas ook. Na een meer dan matige nacht volgde een meer dan matig ontbijt. Het harde brood van de maaltijd van de vorige avond was vandaag nog harder, de confituur was een aanslag op mijn smaakpapillen en zelfs de koffie kon niet bekoren. Het gevolg was dat we de langste etappe (een dag na de hoogste) op een wankel ontbijt moesten afwerken.

Dit terwijl mijn jarenlange ervaring op de Britse trails mij het belang (en de geneugten) van een uitgebreid ochtendmaal hebben doen inzien. Met een goed ontbijt, inclusief spek, worst en eieren, kan je makkelijk 5 uur verder. En het was vandaag al sowieso geen evidente tocht. Eerst 600 meter stijgen en dan 900 meter dalen en dit op 27 km en bij temperaturen aan de verkeerde kant van de 30.

Het ruige en het mooie

We klommen in eerste instantie boven le Pont-de-Montvert, waar we een prachtig uitzicht hadden over het sfeervolle dorpje. Dat bracht ons eerst langsheen ezeltjes en richting de Cham de l’Hermet, doorheen hetzelfde woeste landschap waar we gisteren waren geëindigd. Het smalle pad volgt de heuvelflank en komt uiteindelijk uit op een plateau, waar we in een peloton terechtkwamen met het Duitse koppel, een nieuw, ongekend gezicht en twee Franse koppels.

Maar eens de tergend lange klim door het bos goed en wel werd ingezet, waren we als vanouds niet te stuiten. Eerst passeerde de Col de la Planette, met een bizarre maar mooie constructie van gigantische steenmannetjes, een verzameling stenen die normaal de weg wijzen door berglandschap, maar in deze context eerder lijken op een prehistorisch monument.

Daarna volgt nog een hele steile klim, waarbij we twee oudere vrouwen, waarvan eentje nogal overambitieus de bolletjestrui van de Tour de France droeg, passeerden. Niet veel later, nadat het mooie heidelandschap terug verscheen, kwamen we aan het hoogste punt van de dag, de Signal de Bougès. Natuurpracht en vergezichten, purperen begroeiing tegen een decor van groene en grijsbruine bergen, hellingen en rotsformaties. De full Cevennes experience.

Een pittige afdaling

Vanaf dan ging het allemaal bergaf, hoofdzakelijk letterlijk. Op een goede 3 kilometer al om en beide 400 meter en daarna moest er nog 500 meter af. We passeerden de Col du Sapet, dat blijkbaar een ijkpunt was voor de lokale wielertoerist. Het afdalen zelf gebeurde via rotsige padjes met losliggende stenen, gevaarlijk voor de stilaan vermoeide voeten.

Maar zelfs de iets meer gezapige paden werden moeilijk te temmen uitdagingen toen de temperatuur steeg, de schaduw verdween en de honger toenam. Een lang stuk langsheen een breed pad bood wel een mooi uitzicht, maar de toenemende temperatuur, gecombineerd met de honger door het beperkte ontbijt, zorgde ervoor dat het af en toe van een kwelling was. Uiteindelijk vonden we een relatief aangenaam en minimaal comfortabel plekje om ons stokbrood met overrijpe banaan te consumeren.

Hitte en uitputting

Het tweede deel, de laatste 12 kilometer, bouwde verder op dit elan. Bospadjes en paden met zicht op beboste flanken. Niet slecht, en vaak zelfs welgekomen door de beschutting, maar ergens was het ook jammer dat de weidse landschappen meer en meer uit het zicht verdwenen. Met elke stap werd ook de vermoeidheid groter. De impressionante collegiale Notre-Dame-de-l’Assomption zorgde voor een architecturaal breekpunt.

Gelukkig hadden we nog een geheim superwapen achter de hand. Aan het kerkje en gemeentehuis, dat ook dienstdeed als school, van het dorpje Bédouès, vlak na de mooie Tarnkloof, nuttigden wij een plaatselijk gebakje op basis van kastanjes, een streekproduct. Het was niet enkel lekker, maar ook een welgekomen dosis krachtvoer voor de laatste kilometers.

Daarna volgde nog een stuk geasfalteerde weg, een korte boswandeling en een lang pad van de buitenwijken van Florac, inclusief vakantiepark, tennisbanen en de drukke weg van Alès naar Nîmes. Nog een goede kilometer later arriveerden we in het Hotel des Gorges du Tarn.

Naar en in Florac

Vandaag merkten we opnieuw dat sommige medewandelaars beter voorbereid zijn dan anderen. De man met de ezel en Aziatische vrouw die in Le Bleymard het verkeerde pad richting de Lozère had gekozen, vroeg bij het ontbijt opnieuw waar de GR 70 zich bevond, terwijl de pijl letterlijk naast het gebouw hing waar we verbleven.

En in Bédouès vroeg een leeftijdsgenoot of het te doen was om nog naar Le Pont-de-Montvert te trekken, om 3 uur in de namiddag en bij 30 graden. Doordat hij in de tegengestelde richting ging, was het voor hem 900 meter stijgen en 600 meter stijl dalen. De trek van +- 7 uur, met geen mogelijkheid om ergens tussendoor te verblijven, leek ons weinig aangewezen. Maar het hield hem niet tegen.

Florac zelf is charmant, al moesten we onszelf er na onze douche wel naartoe sleuren. Het water stroomt door het hart van de stad en gaat van biljarttafelegaal naar grillig, door de mooie watervallen. Verder zijn er smalle steegjes, oude gebouwen en gezellige pleintjes. Het zoveelste dorpje met een eigenheid.

Het eten

Tomatengazpacho, witte vis met bisquesaus, rijst en venkel, kaas van de Cantal, Lozère en 3-rivieren regio en perzik met rode vruchtencrumble en een zandkoekje en gekonfijt fruit.

Het verblijf

Het hotel zelf bezorgde ons ook een unieke ervaring. Stijlvol en, zeker vergeleken met sommige andere verblijven, goed eten. Het was zeer welgekomen na de iets mindere ervaring. La Remise (in Le Bleymard) light maar het ontbijt is veelbelovend.

Meer wandelingen op de GR 70 vind je hier: https://fromtheseatothelandbeyond.com/wandelen-in-frankrijk/

Dag 8: Le Bleymard – Le-Pont-de-Montvert

🥾 Terrein
Lange klim naar de Pic de Finiels (1699 m), het hoogste punt van de GR 70, via bosrijke paden, open heidelandschappen en skilifttracés. Dalend door granieten “chaos”-velden en smalle, steile paadjes naar Le-Pont-de-Montvert. Afwisseling van brede grindwegen, stenige bergpaden en dorpsstraatjes.

🏞️ Bezienswaardigheden
Pic de Finiels – Hoogste punt van de Mont Lozère met panoramisch uitzicht
Montjoies – Stenen wegwijzers door open berglandschap
Finièls – Klein bergdorp met rustplek voor wandelaars
Chaos granitique – Gigantische granietblokken met bergdecor
Le-Pont-de-Montvert – Historisch dorp met drie waterstromen en middeleeuws bruggetje
Protestantse en katholieke kerken – Symbool van vroegere religieuze strijd
Oorlog van de camisards – Historische oorsprong van de protestantse opstand in 1702

⏳ Afstand & duur
± 18 km – Circa 6 uur inclusief pauzes

⛰️ Zwaartegraad
Gemiddeld tot pittig – Lange klim naar de top, technische afdaling over stenen, plus hitte als extra uitdaging

⭐ Oordeel 5/5

De koninginnenetappe en het land van de camisards

Nog 83 km te gaan – 34.449 stappen gezet (26 km, waarvan 19 km op de GR 70) 

609 m gestegen, 814 m gedaald

Le Bleymard (1069 m) – Col Santel (1200 m) – Pic de Finiels (1699 m) – Pont de Montvert (875 m)

DISCLAIMER: Blijkbaar is er een probleem via smartphone, waarbij het stuk vanaf “De oorlog met de camisards” niet verschijnt. Indien je dat probleem tegenkomt, kan je via https://fromtheseatothelandbeyond.wordpress.com/wandelen-in-frankrijk/ en onderaan naar dag 8 gaan om het toch volledig te lezen. Mijn excuses hiervoor.

Na enkele opwarmers was het vandaag zover. We gingen naar het letterlijke hoogtepunt van de GR 70. De Pic de Finiels, de top van de Mont Lozère, is 1699 meter. Zonde van die ene. De hele reis zie je de foto’s, maar uit ervaring weet je dat je nooit echt kunt weten wat het is en hoe het voelt en hoe het uitzicht zal zijn. Tot je er eindelijk naartoe wandelt en er daadwerkelijk staat. En dat had wel wat voeten in de aarde, al viel het, zoals het meeste ‘klimwerk’ hier best wel mee.

Naar het hoogtepunt van de GR 70

Zoals wel vaker op deze Chemin de Stevenson passeerde de eerste col van de dag, de Col Santel, redelijk geruisloos. Je hebt er wel een pijl naartoe, maar wanneer je het nu precies bereikt hebt, is af en toe een mysterie. Toch wanneer de col zelf omringd is door bomen en je daarna nog een goede 400 extra hoogtemeters moet afleggen, weliswaar op een comfortabele 7 kilometer. Er is geen 360 gradenpanorama en je begint niet meteen terug te dalen.

Na een korte maar steile klim om het dorpje uit te geraken, gaat het via een open weg doorheen het heuvellandschap. Zo kom je dus in het bos dat je naar de eerste col brengt. Het eerste stuk was het lastigste, maar eens het bos uit, op het moment dat de sparren plaatsmaakten voor de schuchtere heidestruiken, werd de hellingsgraad eveneens wat zachter en kon je zowaar even uithijgen.

De weg naar boven, in een open landschap, wordt eerst aangegeven door de route van de skilift. Je volgt de draden naar boven. Het wordt al helemaal moeilijk om in te beelden hoe anders het landschap en de sfeer moeten zijn in de winter bij het passeren van het chalet en bijkomend entertainmentcomplex. Met zijn 1700 meter is de Pic de Finiels en bijhorende hellingen populair voor wintersport allerhande. Maar bij temperaturen tegen de 30 graden, en later op de dag nog hoger, is dat een abstract gegeven.

Na het passeren van de skilift en het chalet werd onze routeaanwijzer overgenomen door de zogenaamde montjoies. Ze lijken op monolieten of menhirs en dienen om in alle weersomstandigheden de weg te vinden. De vrouwelijke helft van het Duitse koppel, waarmee we de hele tijd wandeljojo deden, dacht eventjes dat we te maken hadden met een prehistorisch spektakel, maar het werd al snel door haar man ontkracht.

Vooraf werd er wel gewaarschuwd voor mist, en enkele dagen eerder leek het nog even of we zouden met onweer zitten. Ik had mij zelfs al volledig geïnformeerd over wat je wel en niet moest doen als je op een open vlakte plots in een donder en bliksemspektakel terechtkwam. Maar alles was en bleef gelukkig genoeg helder, stralend en blauw, waardoor het kleurenpalet van geel, groen, rood en paars op de grond nog beter uit de verf kwam.

Na een bocht naar rechts en een goede 500 meter stijgen, zaten we op het dak van de GR 70 en de Mont Lozère, met vergezichten. We zagen onze reeds afgelegde route en de plekken die nog moesten komen. Wat een open sensatie na de bedekte, beschutte en soms claustrofobische passages door de bossen, die de voorbije dagen zo talrijk aanwezig waren. Het enige probleem was dat zelfs met visuele verklarende panelen het mij niet duidelijk was wat waar lag. Het is een soort van Waar is Wally waar ik duidelijk niet goed in ben.

Death by saucisson

Uiteraard, na zoveel stijgen komt een pakje dalen. Dat gebeurt eerst door hetzelfde mooie heidelandschap en gaandeweg met meer en meer bomen, tot het pad opnieuw volledig omsingeld wordt door het groen en de afdeling langs puntige stenen gaat. We kozen ervoor om door te zetten tot het dorpje Finièls.

Het pad werd steeds breder en de zon begon feller te branden, terwijl de sprinkhanen opnieuw enthousiast tegen onze benen sprongen. De hitte werd pas echt voelbaar wanneer we het bos verlieten en we een droog, onbedekt landschap introkken met bergen voor, naast en achter ons. Finièls is een klein dorpje middenin het natuurpark van de Cévennes.

Daar heeft een goede ziel een fantastisch bankje bij mekaar getimmerd en wordt het openbaar toilet door het bescheiden aantal inwoners beheerd. Iemand heeft zelfs zijn of haar voorportaal ter beschikking gesteld voor de vermoeide wandelaars, met schaduw, een tafel en wat stoelen. Het is eens iets anders dan huizen met hekken en hagen.

Tijdens deze pauze genoten we voor het eerst van de saucisson de Lozère, een droge worst die perfect tegen de hitte kan. Het was lekker maar niet zonder risico. Net op het moment dat er een hermelijn uit het struikgewas sprong, stikte ik haast in een stukje worst. In mijn gehoest liep het arme beest sneller weg dan zijn schaduw. Gelukkig kon ik het haast noodlottige brokje uitkuchen.

Door de chaos naar de brug

Na het deugddoend intermezzo moesten we nog 5,4 kilometer afleggen naar Le-Pont-de-Montvert, de eindbestemming van de dag. Dat verliep eerst langs een breed pad tussen de chaos, granieten rotsblokken die schipperen tussen groot en gigantisch. Het is een indrukwekkend zicht, met ook nog eens de bergen op de achtergrond.

Telkens je de tijd nam om even stil te staan en rond te kijken werd het gevoel van nietigheid groter. Na een passage langs een huis met een waarschuwingsbord voor bijen was het nog een goede twee kilometer, langs een smal pad dat al snel een smal en vervaarlijk dalend pad werd, een heuse uitdaging, gelet op de hitten de vermoeidheid.

De oorlog van de camisards

Niet veel later kwamen we aan in Le Pont-de-Montvert, ooit het dorpje waar de revolte van de camisards begon. Nadat de protestanten hun beschermde status in Frankrijk verloren begon er een heuse vervolging. Heel wat onder hen verlieten het land. Ook in de Cevennen was de vervolging van de protestanten een gegeven, zelfs in die mate dat ze hun vieringen moesten houden in de bergen en de grotten.

Maar op een gegeven moment, in 1702, besloot men dat genoeg genoeg was en richtte ze zich in Le-Pont-de-Montvert tegen de sadistische Abbé du Chayla. Hij werd door 52 mannen en naar het schijnt evenveel messteken om het leven gebracht. Het was het begin van de oorlog van de camisards. Deze geschiedenis was ook een belangrijke reden waarom de protestantse Schot Robert Louis Stevenson naar deze gebieden was getrokken.

Vandaag is het vooral een gezellig plekje waar de huizen gebouwd zijn langs drie waterstromen, de Tarn, de Rieumalet en de Martinet. Na een oppeppend drankje, het bewonderen van de steegjes en het befaamde bruggetje, met toren, ging we even aan de waterkant zitten om daar te genieten, te schrijven en te tekenen, terwijl de mensen rondom ons genoten van de zon en het verfrissende water.

(On)gezellige drukte

Vervolgens trokken we naar ons verblijf voor de nacht, de Auberge des Cévennes. Na het douchen en voor het avondeten doolden we nog wat rond in dit dorpje met z’n vele straten en niveauverschillen. Twee dingen vielen op. Ten eerste was er een harmonieus samengaan van de twee religies die ooit elkaar letterlijk te lijf gingen. Hoewel elk aan een uiteinde van het dorp is er een katholieke église en een protestantse temple. Het ene was sober, het andere nog soberder, herbouwd nadat de oorspronkelijke kerk was vernield als wraak voor de moord op Abbé du Chayla.

Wat opzienbarender was, was de chaotische verkeerssituatie. De hoofdstraat, waar we tevens van onze oppeppende frisdrank genoten, was het strijdtoneel tussen auto’s in allerhande formaten die langs beide kanten zich een weg trachtten te banen terwijl voetgangers af en toe opzij moesten springen. Op de befaamde brug was het zo mogelijk nog erger. Een mens vraagt zich af of de sense unique een ongekend begrip is in de Cévennes.

Het eten

Het avondmaal was gezellig. Voor het eerst waren er kinderen. Le Pont-de-Montvert heeft duidelijk een aantrekkingskracht die de Chemin de Stevenson overstijgt. Ook voor het eerst waren er frietjes. Zelfgemaakt en gebakken in eendenvet. Heerlijk! Het menu bestond uit soep, rosbief met frietjes, kaas en chocomousse

Het verblijf

Een bijgebouw van de auberge zelf. Degelijke kamer. Het toilet is weliswaar een zeer krappe ruimte. Een mens kan niet altijd hopen op een La Remise, maar er mocht zeker niet geklaagd worden.

Meer wandelingen op de GR 70 vind je hier: https://fromtheseatothelandbeyond.com/wandelen-in-frankrijk/