De kastelenroute 1: Beersel – Lembeek

🥾 Terrein: Afwisselend – waterburcht, bos, beek, heide, veldwegen en kleine dorpjes. Kasseien en vlonderpaden maken het gevarieerd.

🏰 Bezienswaardigheden:

  • Kasteel van Beersel, imposante middeleeuwse waterburcht
  • Meigemheide en Begijnbos: mooie natuurgebieden
  • Gravenhof in Dworp, historische hoeve nu feestzaal
  • Hallerbos met molenvijvers, speelbos Kristallenberg en Kapittelvijver
  • Maasdalbos, rustig bosgebied
  • Malakofftoren in Halle, romantische folly uit de 19e eeuw
  • Voormalige kasteeltuin van Lembeek met standbeeld en sfeervol Claesplein

🗺️ Afstand & duur: Ongeveer 17 km, met verschillende rustplekken en eetmogelijkheden.

⛰️ Zwaartegraad: Matig, door wisselende ondergrond en wat hoogteverschillen.

Oordeel: 5/5

Vlaanderen kent heel wat wandelpaden, maar ook een hele hoop hele, halve, grote en kleine kastelen. Op een blauwe maandag leek het mij leuk om een eigen wandelroute uit te werken die langs deze bijzondere gebouwen en plekken gaat. Tussen droom en wandeldaad staan praktische zaken, maar uitstel is geen afstel. Eindelijk kon ik beginnen aan de kastelenroute. En gemakshalve laat ik deze vertrekken in zeer bekend terrein. Etappe 1 vertrekt meteen aan een hoogtepunt, het kasteel van Beersel, en gaat via bos en beek naar de voormalige kasteelsite van Lembeek.

Beerselse geschiedenis en natuur

Wie dat wil kan beginnen met een kastelenhoogtepunt. Vanaf het station van Beersel kom je namelijk meteen uit bij de indrukwekkende waterburcht van Beersel. Het Kasteel van Beersel, gebouwd rond 1300 door Godfried van Hellebeke, diende als een strategische versterking ter verdediging van Brussel. Tijdens de Brabantse Successieoorlog in de 14e eeuw werd het meerdere keren belegerd en heropgebouwd. In de 15e eeuw werd het opnieuw beschadigd. Vanaf de 17de eeuw werd het herstelde kasteel een privé-woning. Tegenwoordig is het een van de best bewaarde waterburchten van België en een populaire toeristische trekpleister.  

Maar deze eerste etappe heeft vooral heel wat natuurpracht in de aanbieding. Na een korte aanloop door de straten van Beersel komt het pad op de Meigemheide, een mooi natuurgebied. Beek en bos zijn de metgezel op dit deel. De Kesterbeek kronkelt zich een weg en de passage door het Begijnbos is kort maar leuk. Na een kort stuk over een kasseiweg gaat het opnieuw een veldweg in. Ondanks ons eigen kronkelende route komen we een welbepaalde jogger maar liefst 4 keer tegen in een tijdspanne van een half uur. Waarschijnlijk zegt dat vooral iets over zijn indrukwekkende route.

De veldweg leidt via enkele straten naar het Gravenhof in Dworp. Dit was in de 17de eeuw het Hof van Kesterbeek en  ging doorheen de eeuwen van de familie Le Roy naar de adellijke familie die lange tijd de burgemeesters van Dworp zouden leveren. Tegenwoordig is het een feestzaal. Eens de drukke Alsembergsesteenweg over, een kort noodzakelijk kwaad, begint het tweede en al even mooie stuk van deze eerst etappe.

Het Hallerbos in

De kastelenroute gaat meteen naar rechts, langs de wat verstopte Molenvijver en de Kikkervijver, waar je even over een vlonderpad wandelt. Vervolgens gaat het opnieuw naar een stuk met heel wat kronkelende beekjes om daarna in een speelbos te gaan, de Kristallenberg doorkruisend. Hier ligt het er nog een klein beetje modderig bij ligt. Daarna gaat het via de Kapittel naar ’t Krieske; een brasserie in het bos. Het is een ideaal rustpunt. Wie wil kan er ook iets eten. Wij hielden het echter op een verfrissend drankje, aangezien we zelf een lunchpakket hadden voorzien.

Dat konden we even verder opeten in een overdekt houten paviljoen met zicht op de Kapittelvijver. Hier zaten we echt in het Hallerbos, het bekendste bos van Halle, dat ook zonder boshyacinten de moeite is om in te wandelen. De route volgt een stukje van de gele Reebokwandeling om even later in te pikken op de blauwe Sequoiawandeling. Hier zijn we getuige van de paddentrek. Enkele dappere exemplaren wagen de oversteek. Er zijn ergere plekken om te vertoeven. Even later gaan we door een tunnel onder de autostrade en komen zo aan de Arenbergvijver. Via enkel voetwegjes laten we het Hallerbos achter ons.

Verandering van spijs en nog een laatste bos

Eens uit het Hallerbos verandert het landschap ten opzichte van het eerste deel. Hier is het meer open, met velden en weiden. De glooiingen blijven wel nog aanwezig. Hoewel het hoogste punt al bereikt is (dat ligt met z’n 140 meter dichtbij de achtdreven) gaat het via de Krekelenberg (122 meter) toch nog een keer omhoog na wat daalwerk. 

Kort daarna gaat de route een laatste volwaardig bos in, namelijk het Maasdalbos. Vroeger maakte het deel uit van het Kolenwoud, maar ook vandaag is het een mooi stukje van een breder natuurgebied. Voor het eerst werd ik geconfronteerd met het feit dat mijn route op papier misschien niet ideaal was. Het gekozen pad was wat onduidelijk. Daarom besloot ik het wat aan te passen en op een andere manier naar en voorbij de vijvers te gaan.

Het mooiste stukje Halle en een verdwenen kasteel

Uit het bos kwamen we aan op eindbestemming Lembeek, waar nog twee kasteelachtige bezienswaardigheden op ons wachtte. Het eerste is mijn favoriete plekje in Halle, het Malakoffdomein met de Malakofftoren, een folly uit de 19de eeuw. Het maakte deel uit van het kasteeldomein van de jeneverstoker en burgemeester Paul Claes en diende als romantisch element in het landschap. Na jaren van verval werd de toren in de 20e eeuw gerestaureerd en is nu een beschermd monument. Vandaag blijft hij een opvallend herkenningspunt in het Halse landschap.

Voor het laatste stuk gaat het het kanaal Brussel-Charleroi over en via een houten pad de voormalige kasteeltuin van het kasteel van Lembeek in. Vandaag vind je hier niet te veel meer van, het werd namelijk in 1971 gesloopt door de familie Colruyt om er uiteindelijk niets mee te doen. Hier stond nochtans vanaf de 12de eeuw een kasteel. Een nieuw werd gebouwd in 1618. Vandaag zie jer niet veel meer van, maar er is wel nog een sfeervol standbeeld van Jezus.

En sfeervol is het ook op het Claesplein waar op deze zonnige dag de terrasjes vol zitten en ook de ijsjeszaak goede zaken doet. En zo zit de eerste zelfverzonnen etappe van de zelfverzonnen kastelenroute er op. Het was een groot succes, al zeg ik het zelf, met mooie passages door de natuur en niet onbelangrijk, ook wat interessante kasteel- en kasteelachtig vertier.

Meer kastelenroute kan je hier vinden: https://fromtheseatothelandbeyond.com/de-kastelenroute/

De beschrijving vind je hier:

En de gpx hier: https://www.wikiloc.com/hiking-trails/kastelenroute-etappe-1-beersel-lembeek-204857243

GR 128.5 Wetteren – Oudegem (27,5 km)

🥾 Terrein: Afwisselend – langs de nieuwe en oude Schelde, vijvers, drassige paden, jaagpaden en bosstroken. Ook stukken modderig en soms ondergelopen, met veldwegen en kleine dorpjes als Uitbergen en Berlare.

🏰 Bezienswaardigheden:
• Natuurgebied Kalkenmeersen met diverse fauna, waaronder de bruine kiekendief
• Oude Schelde, met een hersteld ecosysteem en bedreigende Chinese wolhandkrabben
• Gedenkplaat aan het veer van Schellebelle als memento mori
• Riekend Rustpunt, een van de kleinste musea van Vlaanderen
• Scheve Villa, een deels ingezakte oude hotelruïne
• Bareldonkkapel, ook bekend als Kapel van Onze-Lieve-Vrouw van Zeven Weeën
• Veer van Appels met daarna manueel bediend voetveer en lange vlonderpaden in het zompige Berlarebroek

🗺️ Afstand & duur: Circa 27,5 km – een stevige dagwandeling met meerdere rust- en eetmomenten.

⛰️ Zwaartegraad: Matig tot pittig, door de lange afstand, wisselende ondergrond en enkele uitdagende modderige en natte stukken.

⭐ Oordeel: 4/5

Nadat we de streekGR Groene Gordel na enkele jaren eindelijk hadden getemd, was het voor mijn wandelgezel en ik zoeken naar een nieuw wandelproject waar we ons voor langere tijd zoet mee konden houden. We zochten het dit keer, toch om te beginnen, iets verder en kozen voor de GR 128, de Vlaanderenroute. Deze start eigenlijk in Wissant aan de opaalkust en gaat zo door Vlaanderen naar Aken. Wij gingen echter voor de meest haalbare startplaats i.f.v. openbaar vervoer en begonnen ons GR 128-avontuur in het West-Vlaamse Tielt. Tijdens etappe 5 speelde water een absolute hoofdrol, met vooral dan de Schelde, maar ook enkele vijvers. En af en toe doken er ook wat meer morbide elementen op.

De nieuwe en oude Schelde

Deze vijfde etappe was met z’n 27,5 kilometer uit de kluiten gewassen maar had heel wat moois te bieden. Al vanaf het begin is het fijn wandelen. De skyline van Wetteren wordt via een zijweg verlaten en al snel zitten we in natuurgebied de Kalkenmeersen. Hier worden we geconfronteerd met een raar geluid. De vogelapp brengt geen soelaas, maar een bordje leert ons dat het om de bruine kiekendief gaat. Een van de vele dieren die onze dag zouden kleuren.

Op dit stuk maken we ook kennis met de Oude Schelde, dat opnieuw werd uitgegraven en zo de kans kreeg om een heel mooi en divers ecosysteem te creëren. En het was, met her en der bomen badend in het water, ook erg esthetisch. Dat ecosysteem is hier echter wat bedreigd, want blijkbaar zitten hier ook Chinese wolhandkrabben, exoten die je niet in je water wil hebben. Ondertussen kwam de kerk van Schellebelle dichter. Waarschijnlijk was het effect van het prachtexemplaar van Wetteren nog te groot, want het was een dikke tegenvaller.

Op deze plek, aan het veer van Schellebelle, vonden we ook een gedenkplaatje voor Raymond Goossens, een 75-jarige man die in 2017 in het donker tegen een slecht verlichte fietssluis reed en uiteindelijk overleed aan zijn verwondingen. Een memento mori. Uiteindelijk kwam er wel een verlichtingspaal waardoor het niet enkel bij de gedenkplek bleef, maar er wel degelijk een positief gevolg uit voortkwam.

Een pad onder water en een eindeloos Uitbergen

Het eerste stuk na Schellebelle gaat door op het elan van de start van de etappe. Eerst wordt gewandeld langs een verhoogde dijk. Even later ging het pad via trappen naar beneden en opnieuw langs een mooi, drassig landschap. Via een hekje ging het een weide in waar we, gelukkig vanop een afstand, een paar uit de kluiten gewassen koeien zagen. Later zou er nog een discussie opduiken of je liever een koe of liever een paard achter je had. Gelet op mijn ervaring met deze psychopaten op vier poten was mijn intuïtie correct en heb je toch maar liever een paard dat op je afstormt.

Meer avontuur was een goede tweehonderd meter verder te vinden. Een grote boom versperde een stuk van het bos dat volledig onder water stond. De logica leidde ons dus naar het andere pad, dat ook licht modderig was. Maar aangezien dat meer en meer verwilderd werd en ook moeilijker begaanbaar was het toch het moment om de GPX te raadplegen. Uiteindelijk bleek dat we toch voorbij de boom moesten. Omdat het niet wenselijk leek om het water te trotseren, keerden we op onze stappen terug en gingen we hier via een omweg op de dijk.

Deze moesten we blijven volgen en kregen al snel Uitbergen in het vizier, een troosteloze plek met een verwilderde ruimtelijke ordening en wat landbouwbedrijven. Ook de Schelde is hier ietwat troosteloos, misschien door het wat grijze weer. Gelukkig konden we na een tijdje toch het jaagpad verlaten en een bos in. Kort daarna kwamen we uit bij het Riekend Rustpunt, vroeger een gebouw boven een sluis, vandaag een van de kleinste musea van Vlaanderen. Ook de Scheve Villa, een oud hotel dat deels weggezakt is in de turfgrond was een opvallend gebouw.

Bevers in Berlare

Kort daarna komen we aan het Donkmeer, waar we een hele beestenbende zien. Zo spotten we een reiger, aalscholvers, koeten en een fuut. Maar het meest opvallend is het dier dat we niet zien, de bever. Blijkbaar is Berlare een plek waar de bever terug graag in het wild vertoeft. Her en der zien we het resultaat van hun knaagwerk.

Het Donkmeer zelf is ook leuk, maar met mooier weer zou het ongetwijfeld meer tot z’n recht komen. De villa’s aan de overkant van het water daarentegen zijn los van elke weeromstandigheden veel geld voor wat het is. In Overmere-Donk hadden we onze hoop nog gevestigd op een winkel of bakker, maar helaas. Mijn wandelgezel moest dus nog even zonder een volwaardig middagmaal.

Wel een echt hoogtepunt, ook architecturaal, was de Bareldonkkapel ook wel gekend als de Kapel van Onze-Lieve-Vrouw van Zeven Weeën. Vanbinnen is het wat donker en spaarzaam gedecoreerd, maar het is wel een opvallend gebouw. Dat kan je ook zeggen, maar niet op de goede manier over de Festivalhal met een belachelijke grote buitentribune.

Vreemde landschappen

Na een stukje door de verkavelingen van Berlare is het terug tijd om de natuur in te duiken. Eerst gaat het langs een bospad, waarbij het bos zelf privégebied is. Het is op zich al een gek gegeven, maar zeker als er af en toe ook nog bamboe opduikt. Iets leuker is het Berlarebroek, dat ook bijzonder aandoet, met eerst de bomenrij in de verte en daarna de combinatie van een schijnbaar zanderig pad en een wat desolate omgeving.

Ve(e)rtier

Hoewel het stuk erna ietsje minder was, met toch nog vrij veel asfalt door een eerder typisch landbouwlandschap, wachtte er toch nog een resem hoogtepunten op ons. Eerst was er de onverwachte gedenksteen voor Emmanueel Abbeel, een man die in 1804 in de buurt zou zijn doodgeslagen met een spade. In een andere versie werd zijn hoofd ermee afgestoken voor een gouden ketting, maar dat lijkt een nogal vreemd accessoire voor een vroeg 19de eeuwse werker.

Omdat we net het uur voor het veer van Appels hadden gemist, gingen we even binnen in het Veerhuis. Aanvankelijk waren de blikken achterdochtig in het café dat opvallend gevuld was voor een dinsdagnamiddag. Maar na een lekkere chocomelk en een hele grote wafel was bleek het een excellente keuze te zijn. Een collega-wandelaar deed zelfs zijn eigen wandelavontuur uit de doeken.

Net op tijd voor het veer maakten we de oversteek, een leuke ervaring, hoewel het maar om en beide drie minuten duurden. Zonder het goed door te hebben was er nog even verder een voetveer, waarbij we zelf nog de nodige manuele kracht moesten gebruiken. Dit laatste stukje natuur was ook nog best leuk, met een heel lang vlonderpad door het zompig gebied.

Oudegem

Onze eindbestemming was station Oudegem. Aangezien we maar een trein op het uur hadden en het vanop een afstand niet leek dat het een place to be was, mondde het toch opnieuw uit in een versneld afhaspelen van de laatste 2,5 kilometer. Eerst door sneller te wandelen, dan door wat te joggen en vervolgens door een volwaardige sprint, om zo niet voor een gesloten bareel te staan. Hijgend maar tevreden haalden we zo de trein en konden we deze lange, maar gevarieerde wandeldag afsluiten.

Meer wandelingen op de GR 128 vind je hier: https://fromtheseatothelandbeyond.com/gr-128-vlaanderenroute/

Wandeldag 7: Boderne – Rønne

🥾 Terrein: Afwisselend en uitdagend – duin- en bospaden met pittige hoogteverschillen, steile houten trappen, gras- en fietspaden, strandpassages en rustige bosstroken. Ook langs een luchthavenomheining en vakantiehuisjes.

🏰 Bezienswaardigheden:
• Kleine haven van Boderne, startpunt met charmante sfeer
• Rode waterval(letje), verrassend, ook al is ‘rood’ hier relatief
• Arnager, gezellig dorpje met eetgelegenheden
• Luchthaven van Bornholm
• Eindpunt in Rønne, met witte kerk en vuurtoren als iconisch decor

🗺️ Afstand & duur: Officieel 19,8 km – een stevige dagwandeling met voldoende rustmomenten.

⛰️ Zwaartegraad: Matig tot pittig door de eerste kilometers vol klimmen en dalen, gevolgd door meer gematigde stukken.

Oordeel: 3,5/5

Vandaag was het de laatste wandeldag op het kustpad. En met 19,8 officiële en 21,1 officieuze kilometers beloofde het nog een mooie afsluiter te worden. We werden wat gedwongen om een laat startuur te nemen, aangezien de eerste bus naar Boderne pas op 10u44 vertrok. Deze moest eerst nog helemaal het eiland rond.

Uitdagend afscheid

Na een wat later ontbijt en een succesvolle busrit, konden we om 11u30 aan de laatste wandeldag beginnen. Vanaf de kleine haven van Boderne begon een onverwacht pittige eerste vijf kilometer waarin het continu op en neer ging en duin- en bospadjes best grillig waren. Af en toe werden we ook op en af nogal grote, steile houten trappen gestuurd, niet zelden om een kort stukje strand te doen. Hier zagen we wel onze eerste waterval(letje), de rode, die wel niet echt rood was. Maar goed, de vorige watervallen waren volledig opgedroogd.

Na een proteïnebar besloten we door te wandelen tot Arnager. De route was gelukkig iets milder, met ook wat stukken op gras- en fietspad. De meeste hoogtemeters leken gemalen. Kort voor het dorpje was er nog een passage op het strand. In Arnager nuttigden we onze resterende lunch, al was het inmiddels half drie. Een beginnersfout.

Een behouden vlucht

We zaten hier net over de helft en moesten nog 9,2 kilometer afleggen. Een nieuw, lang graspad voerde naar de luchthaven van Bornholm, waar we toevallig een vliegtuig zagen landen. Af en toe viel onze blik op het smalle pad beneden, langs de zee, waar het pad vroeger liep, maar vervangen was door het comfortabele maar wat eentonige pad langs de omheining van de kleine luchthaven, al is er hier nog wel wat mooie heide.

Terug naar Rønne

Eens hier gepasseerd was er een al even eenzijdig stuk langs ettelijke vakantiehuisjes en door een bos, waarna zowel het strand als de haven van Rønne vanaf het pad te zien was. Het was nog een mooie laatste kilometer van de Kyststi. Zo kwamen we opnieuw op het startpunt aan, met zicht op de mooie witte kerk en vuurtoren.

Om de cirkel helemaal rond te maken verbleven we in dezelfde B&B als tijdens onze eerste keer in Rønne. Toeval wilde dat we zelfs dezelfde kamer kregen. Omdat we nogal suckers zijn voor symboliek gingen we ook opnieuw naar Café Gustav, dit keer wel niet voor een burger, maar wel voor een slaatje met zalm en pasta met scampi.

Meer wandelingen op het kustpad van Bornholm vind je hier: https://fromtheseatothelandbeyond.com/kystsi-bornholm-dk/

Wandeldag 6: Dueodde – Boderne

🥾 Terrein: Afwisselend – eerst strandwandelen langs de zee, daarna bos-, heide- en duinpaden met hier en daar zandige stroken. Ook een militair terrein met beperkingen en waarschuwingsborden.

🏰 Bezienswaardigheden:
• Strand met rustgevend zee-geruis
• Prachtige watermolen in Slusegaarden
• Militair terrein van het Deense leger met schietzone (toegankelijk wanneer rode bal niet hangt)
• Het charmante Boderne, kleine nederzetting aan de kust

🗺️ Afstand & duur : Circa 15 km, rustige dagetappe met voldoende rustmomenten en een ontspannen tempo

⛰️ Zwaartegraad: Licht tot matig – strandwandelen kan vermoeiend zijn, militair terrein brengt extra alertheid mee maar weinig klimwerk.

Oordeel: 4/5

Door het feit dat we gisteren vijf kilometer extra deden en we in hetzelfde hotel verbleven, konden we deze etappe van pakweg 15 kilometer met een tot het minimum gevulde rugzak doen. We konden ook onze tijd nemen voor een zeer goed ontbijt op de camping, dat op alle vlakken een hele fijne locatie bleek.

Strandwandelen

Rond half 10 gingen we terug naar het strand, waar we de hazelworm gelukkig genoeg niet in twee gereten zagen, waardoor ik er van uitging dat het alsnog een goed en veilig plekje had gevonden Daarna was het gedurende de eerste 5 à 6 kilometer strandwandelen, wat gezien het weer en het geruis van de zee leuk was, maar na een tijdje botste het toch een beetje op z’n limiet.

Een idyllische watermolen en een militair terrein

Gelukkig boog het pad daarna af naar Slusegaarden, een plek die grotendeels bestond uit vakantiewoningen, maar ook mooie bos, heide- en duinpaden. Het zand dook nog her en der op, maar het was toch doorgaans makkelijker wandelen. Een klein hoogtepuntje was hier te vinden door de mooie watermolen.

Het tweede element was minder eenduidig positief. Een groot deel van dit stuk is namelijk in het bezit van het Deense leger en wordt af en toe gebruikt als schietterrein. Wanneer de rode bal in de lucht hangt zijn grote stukken niet toegankelijk. De bal was hier gelukkig wel naar beneden. Toch was het er niet echt comfortabel wandelen. Overal stonden er borden die je er aan herinnerden dat je of op een militair terrein zat of dat er her en der op ammunitie in de grond zat. Gezellig!

Boderne en de bus

Gelukkig kwamen we heelhuids, in een stuk en zonder dat we op het appel moesten bij de commandant van de Bornholm divisie aan de overkant. Op grote stukken was het verboden om de fotograferen, waardoor er hier dus geen visueel bijgerecht van volgt. Eens van het militair terrein was het nog een goede kilometer naar Boderne en daarna nog een dikke kilometer naar de bushalte, die we nog even moest zoeken.

Aan deze kant van het eiland heb je enkel een buslijn waarbij de bus tussen begin juni en eind september het hele eiland rondrijdt. Er zijn er dan ook maar 4 per dag dus je wilt deze niet missen. Dat deden we gelukkig niet en zo arriveerden we weer in onze hostel, waar een goede douche en een degelijke hamburger onze dag verder kleurde.

Meer wandelingen op het kustpad van Bornholm vind je hier: https://fromtheseatothelandbeyond.com/kystsi-bornholm-dk/

Wandeldag 5: Svaneke – Dueodde

🥾 Terrein: Afwisselend – granieten, grillige kustpaden met buk-, hurk- en kruipwerk, heidegebied, zandige paden en witte stranden. Af en toe stedelijke stops in kleine kustdorpjes.

🏰 Bezienswaardigheden:
• Vuurtoren van Svaneke
• Granieten kustlijn met ruige natuur
• Aarsdale en Nexø, charmante kustdorpen met voorzieningen
• Natuurreservaat tussen Nexø en Balka
• Snogebaek met artisanaal ijs
• Lange witte zandstranden bij Dueodde
• Impressionante vuurtoren en duingebied bij Dueodde

🗺️ Afstand & duur: Circa 20 km, dagetappe

⛰️ Zwaartegraad: Matig – wisselend terrein met grillige paden en zand, en een pittige mentale uitdaging door het wisselvallige weer.

Oordeel: 4/5

Het reizen met de bus bleek wat complexer aangezien er op Bornholm met zones wordt gewerkt die vrij klein zijn. De vrouw van het tourist information center verkocht ons een 2 zone-kaart, waarmee we net niet zouden mee toekomen mochten we het oorspronkelijke plan aanhouden om tot Snogebaek te gaan en daar de bus te nemen naar Dueodde. We namen dus een optie op een langere dag.

Het ontbijt was heel lekker, ook al verbrandde ik mijn vinger aan de eierkokermachine. De tocht naar de bus was iets minder comfortabel dan gepland omdat we iets later waren vertrokken. Gelukkig haalden we de bus en konden we om kwart na 9 aanzetten aan de haven van Svaneke.

Uitgeregend

Geheel onverwacht werd er bij het opstaan plots regen voorspeld, geconcentreerd in de ochtend. Bij het begin, met zicht op de vuurtoren, was het nog een lichte miezer, die het geheel nog een mysterieuze charme gaf. Maar al snel begon het harder te regenen. Het landschap bleef gelukkig mooi onder deze omstandigheden.

Na ongeveer vier kilometer kwamen we aan in Aarsdale, waar we eerder met de bus voorbij waren gereden. De busstop-annex-toilet vormde een goede schuilplek voor de bui die inmiddels was ontstaan. Deze nieuwe context werkte even op het gemoed en de opties werden overlopen. Enerzijds konden we doorzetten, anderzijds konden we de bus nemen naar Nexø en daar wachten op beter weer. Na enig overleg besloten we toch voor het eerste te gaan.

Afscheid van de granieten kust

En we kregen hiervoor nog een fantastisch stuk kust in de plaatst. Het was niet mee in de hoogte, maar de paden waren vaak grillig en vereiste het betere voetenwerk. Ook een collectie van 3 bomen die dwars over het pad achter elkaar waren terechtgekomen, vormden  nog voor het betere buk-, hurk- en kruipspektakel. Gelukkig begon de regen niet veel later zachtjesaan af te nemen en konden we nog genieten van het allerlaatste stukje granieten kust op Bornholm, inclusief heide.

Tegen het middaguur arriveerden we in Nexø, waar we de avond ervoor hadden verbleven. Hier konden we jas en rugzakken even laten drogen en onszelf een rustige lunch gunnen. Door het betere weer hadden we ook de knoop doorgehakt en beslist om niet te stoppen in Snogebaek maar door te wandelen tot in Dueodde.

Een verandering van landschap

Ook de tweede set van 10 kilometer, hoewel een heel ander landschap, was mooi. Eerst was er nog een natuurreservaat dat zorgde voor een zachte overgang, maar vanaf Balka was het al zand wat de klok sloeg. Een tweede pauze werd gehouden in Snogebaek, waar we onszelf trakteerde op een artisanaal ijsje. Het was nog maar ons eerste, aangezien een bol ijs hier al snel meer dan 5 euro kost.

Witte stranden

De laatste vijf kilometer liepen bijna volledig langs de zee, eerst op een kiezelstrand en vervolgens op het zachte, witte zand. Het was fijn kuieren en het weer werkte in de namiddag ook mee. Hoe dichter we bij Dueodde kwamen, hoe meer het strand werd gevuld met mensen die zwommen, lazen, zandkastelen maakten of gewoon lagen te luieren.

Ons hotel zelf lag op een goede 300 meter van het strand en het was er erg net. ’s Avonds deden we goede deal door te kiezen voor het best financieel normale pizzabuffet. Na het eten restte nog een kleine wandeling naar de impressionante vuurtoren van 45 meter en het prachtige plekje in de duinen. Bij onze terugkeer zagen we een hazelworm, waarvan ik tot op vandaag hoop dat het in z’n koelbloedigheid een veilig plekje heeft kunnen verzekeren. In ieder geval een gevarieerde en gevulde dag!

Meer wandelingen op het kustpad van Bornholm vind je hier: https://fromtheseatothelandbeyond.com/kystsi-bornholm-dk/

Wandeldag 4: Gudhjem – Svaneke

🥾 Terrein: Rotsachtig en grillig granieten kustpad afgewisseld met zand- en kiezelstrand, bos- en weidepaden, en een paar korte stukken langs de weg.

🏰 Bezienswaardigheden:

  • Randkløve Skår: indrukwekkende verticale kloof van 14 m diep tussen rotspartijen
  • Bølshavn: charmant haventje met lunchmogelijkheden
  • Heilige Vrouw: lokale rotsformatie met legendes en reiszegeningstraditie
  • Listed: kleurrijk en pittoresk kustdorpje
  • Svaneke: eindpunt met busverbinding

🗺️ Afstand : Circa 17 km

⛰️ Zwaartegraad: Matig tot pittig door wisselend terrein, “klauterwerk” en afwisselende ondergronden.

Oordeel: 3,5/5

Vandaag was de laatste wandeling met granieten kust die west- en noord-Bornholm karakteriseerde. Het was dus uitkijken naar de ongeveer 17 kilometer lange wandeldag en wat ons nog van het meer ongerepte gedeelte van het eiland restte. Het ontbijt zorgde voor een bijzonder begin. Het leek even alsof ik per ongeluk een seniorenhotel had geboekt, maar gelukkig verscheen halfweg een gezin met (al iets) oudere kinderen en waren we niet langer de vreemde eenden in de bijt.

Genieten van de kustlijn

Maar eens op het pad was het van in het begin wel volledig raak. Een rotsig padje, af en toe afgewisseld met zand- of kiezelstrand, bood de mooiste uitzichten over de kustlijn die hier best nog grillig was. We waren net samen vertrokken met vijf Deense vrouwen die een groot stuk van de wandeling jojo met ons speelden.

We passeerden enkele kleinere dorpjes en gehuchten, al dan niet met plaatselijk strandhotel, en volgden net als gisteren een stuk langs de weg. De uitzichten waren hier wel aangenamer. Alleen was het wegdek nogal bizar vormgegeven, met twee stukken waar blijkbaar al eens wat steentjes durfden uit opspatten. Gelukkig bleven we ongedeerd.

Een diepe kloof

Dit stuk telt een geologisch hoogtepunt, de Randkløve Skår, een verticale kloof tussen twee rotsen van 2 meter breed en 14 meter diep. De hele grillige (ik val in herhaling) rotspartijen vormden een mooi decor en het was bijna de laatste keer dat het pad nog zo verticaal visueel uitpakte.

Een klauterpartij over een gevallen boom en een stuk bos- en weidepad voerde naar het plekje Bølshavn, waar we ons te goed konden doen aan een lunch. Hier gingen de vijf Deense vrouwen even baden in het haventje.

Heilige vrouwen en horizontale rotsen

Na Bølshavn waren er nog 6,2 kilometers te gaan. Maar dit waren zeker niet de minste. Het kustpad was prachtig met af en toe wat heide. Onderweg kwamen we ook voorbij de Heilige Vrouw, zogezegd een moeder die haar en haar kroost transformeerde in steen. Het is een gebruik om haar te vragen een voorspoedige reis te verzekeren. Uiteraard deden we dat met de nodige nederige buigingen erbij.

We passeerden ook het kleine dorpje Listed, zeer kleurrijk en schattig, waar het ongetwijfeld goed vertoeven was. Daarna was het nog 2,5 kilometer mooie kust met eerder horizontale granieten rotsen, tot in Svaneke, waar we de eerste keer de bus namen.

Kostenbesparend koken

In Nexø, waar we vandaag verbleven, lag ons hotel op een dikke kilometer van de bushalte. Gezien de hoge kosten en de aanwezigheid van een keuken, was het een kostenbesparende optie om zelf te koken. Uiteindelijk werd het tortellini met paprika, pesto en mozzarella. Samen met drank, snacks en dessert was het samen €15. Dat is eens iets anders dan €55 euro voor twee kleine pasta’s…

Meer wandelingen op het kustpad van Bornholm vind je hier: https://fromtheseatothelandbeyond.com/kystsi-bornholm-dk/

Wandeldag 3: Sandvig – Gudhjem

🥾 Terrein: Rotsige baaien en stranden, bosrijke kliffen met trappartijen, fietspad langs de weg, en wat industriële zones. Wisselende ondergrond met wat steilere stukken.

🏰 Bezienswaardigheden:

  • Cat’s Ears: grillige rotsformaties met herkenbare vormen
  • Prehistorische monumenten in Troldskoven: zonnewijzer (monoliet), zonneschip, grafmonument, rots van een heremiet-prediker
  • Helligdomsklipperne: spectaculaire rotsformaties met trappen en klauterpartijen
  • Black Pot (Sorte Gryde): diepe, smalle grot met uitdagende ladder
  • Paardenstenen: mysterieuze monolieten
  • Roversborgen (rover-kasteel): prachtig uitzichtpunt met trappen
  • Gudhjem: kleurrijk kustdorpje met molen en gezellige sfeer

🗺️ Afstand & duur: Circa 18 km, inclusief pauzes, klauteren en sightseeing een goede dagetappe.

⛰️ Zwaartegraad: Uitdagend door steile trappen, hoogteverschillen, klauterstukken en smalle paden.

Oordeel: 4,5/5

Na de (relatieve) rustdag in Sandvig, waarbij we het kasteel van Hammershus bezochten en dit combineerde met twee lokale wandelingen én een potje mini-golf, was het nu tijd om weer verder te gaan op het kustpad, waar we op ongeveer 18 kilometer opnieuw heel wat moois konden ontdekken, en dit zowel op vlak van natuur als op vlak van (pre)historie.

Zee en prehistorische pracht

De gids meende dat op deze derde wandeldag het mooiste stuk ging komen. Na de tweede dag, met z’n ongelofelijke variatie, was dat moeilijk te geloven. Maar los van het landschap waren er wel enkele bezienswaardigheden die sowieso de moeite waren. Een goed ontbijt drong zich op.

Eerst moesten we het stuk bewandelen dat we inmiddels al twee keer hadden gedaan voor het avondeten in Alligne. Eens daar voorbij werd het snel heel mooi, met rotsige baaien en stranden. Er waren ook wat grillige rotsformaties. Sommigen kregen omwille van hun gekke vorm ook een naam, zoals de zeer treffend gedoopte cat’s ears, tot groot jolijt van Sara.

Het dorpje Tejn was even een keerpunt. Hier was het even door een klein industrieel deeltje gaan, maar daarna was het een goede 3 kilometer op een fietspad naast een baan, met weliswaar mooie zichten over de zee. Gelukkig waren er hier wel al 2 hoogtepunten om het wat monotone pad te doorbreken.

Voor het eerste moesten we eerst een veld induiken. Het betrof hier een kleine monoliet die fungeerde als zonnewijzer voor de seizoenen. Het tweede was eveneens prehistorisch en was te vinden in het Troldskoven, waar maar liefst drie prehistorische bezienswaardigheden waren, namelijk een zonneschip (opgebouwd uit stenen), een prehistorisch grafmonument en een gigantische rots, gelinkt aan een heremiet-prediker.

Hoge kliffen en diepe grotten

Het duurde nog even tot het pad de drukte van de autoweg verliet, maar dan was het wel meteen goed voor een prachtig vervolg. Na een lunch aan een strand, begon een klim door een bos naar de befaamde rotsformaties van Helligdomsklipperne. Deze waren te bezoeken via korte trappartijtjes.

Door ook nog over de betere rotsblokken te balanceren, kwam ik aan de brug om de grot, Black Pot (Sorte Gryde) te bezoeken. Dit is een smalle grot die tot 60 meter diep gaat. De eerste poging was echter geen succes. Mijn lichte hoogtevrees speelde op en het laddertje leek onoverkomelijk, maar Sara trotseerde het wel (het laddertje maar niet de grot), waardoor ze mij ook motiveerde om het te doen. Tweede keer, goede keer. Ik zou anders spijt hebben gehad.

Op en neer naar het rovernest

Na dit intermezzo ging het heel lang op en neer door een bos, met kloven, hellingen en af en toe zicht op rots en zee. In de gids werd dit aangekondigd als het mooiste stuk van de hele kustroute. Het was zeker de moeite maar toch waren we naar mijn bescheiden mening stukken gepasseerd die net nog een trede hoger stonden.

Er waren daarna nog twee opvallendheden. Het eerste was (opnieuw) een prehistorische verzameling monolieten die de paardenstenen werden genoemd, waarbij het mij niet meteen duidelijk was waarom. Het tweede was mijn persoonlijke favoriet, Roversborgen of het roverskasteel, een met trappen te bereiken uitzichtpunt. Prachtig!

Gudhjem

Gudhjem (ongeveer uit te spreken als Gulje) zelf is een leuk en kleurrijk dorp, met ook nog een grote molen die we een dag eerder op de minigolfbaan hadden gezien. Het hotel zelf was ook zeker in orde en we konden zowaar na onze wandeling even in een zwembad plonzen. De zoektocht naar eten verliep weer moeizaam door de serieuze kostprijs, maar uiteindelijk was café Klimt best goed en aten we er een broodje kip en enchiladas.

Meer wandelingen op het kustpad van Bornholm vind je hier: https://fromtheseatothelandbeyond.com/kystsi-bornholm-dk/

GR 128.4 Gent-Dampoort – Wetteren (23,4 km)

🥾 Terrein:
Variërend van stedelijke en buitenwijkse zones, door parken en natuurgebieden, naar modderige en natte graspaden en zandwegen. Af en toe asfalt en rustige landwegen.

🏰 Bezienswaardigheden:

  • Groot Begijnhof Sint-Elisabeth (Sint-Amandsberg): indrukwekkend 19e-eeuws begijnhof met kapel en infirmerie
  • Sint-Baafskouterpark: natuurpark met wildelementen en speelzones
  • Bedevaartsoord Bergenkruis: voormalige heidense plek omgevormd tot katholiek bedevaartsoord
  • Gemeentehuis Destelbergen: stijlvol en toegankelijk met goede faciliteiten
  • Standbeeld Reinaert de Vos en Bruin de Beer: kunstwerk geïnspireerd door middeleeuwse fabel
  • Damvalleimeer: ideaal lunchplekje aan stil water, ontstaan door zandwinning
  • Kattenheyehoeve: beschermd poortgebouw in landelijk gebied
  • Kasteel van Laarne: imposante waterburcht met een mooi park en omgeving
  • Kerk en standbeelden in Laarne: herinnering aan heksenvervolgingen
  • Kasteel Cooppal (Wetteren): 19e-eeuws kasteel met industrieel verleden
  • Sint-Gertrudiskerk (Wetteren): imposante kerk, markant in het stadsbeeld

🗺️ Afstand & duur: Circa 25 km, langere dagetappe, inclusief pauzes en verkenning.

⛰️ Zwaartegraad: Middelzwaar, vooral door natte, modderige stukken en wisselende ondergrond; deels stedelijk en landelijk terrein.

Oordeel: 4/5

Nadat we de streekGR Groene Gordel na enkele jaren eindelijk hadden getemd, was het voor mijn wandelgezel en ik zoeken naar een nieuw wandelproject waar we ons voor langere tijd zoet mee konden houden. We zochten het dit keer, toch om te beginnen, iets verder en kozen voor de GR 128, de Vlaanderenroute. Deze start eigenlijk in Wissant aan de opaalkust en gaat zo door Vlaanderen naar Aken. Wij gingen echter voor de meest haalbare startplaats i.f.v. openbaar vervoer en begonnen ons GR 128-avontuur in het West-Vlaamse Tielt. De vierde etappe bracht ons via de buitenwijken van Gent naar rustigere, maar modderige oorden in Destelbergen, Laarne en zo naar de Schelde in Wetteren.

Een historisch verantwoorde variant

Aan de start moesten we meteen een beslissing nemen over welke route we gingen nemen. De echte GR 128 loopt namelijk wat zuidelijker aan de Schelde, terwijl er een variant vertrok vanuit Gent-Dampoort station. We kozen er uiteindelijk voor om deze toch te nemen, aangezien er nog wat architecturale en historische bezienswaardigheden waren.

Dat begon al redelijk snel met een leuke passage door het Groot Begijnhof Sint-Elisabeth in Sint-Amandsberg. Het werd destijds op slechts 2 jaar volledig opgetrokken en dit tussen 1873 en 1874. Dat is heel indrukwekkend als je er vandaag doorwandelt en de oppervlakte en het aantal gebouwen ziet. Naast de begijnhofkerk zelf was er ook nog onder andere een kapel en een infirmerie. Vandaag zijn er ook heel wat sociale organisaties gehuisvest.

De wandeling door Gent-Dampoort ging verder en al snel volgde een passage door het Sint-Baafskouterpark, aangelegd als natuurpark met wildelementen om niet alleen wandelen maar ook spelen leuk te maken. Als laatste punt op de variant kwam het bedevaartsoord Bergenkruis, een voorbeeld van een heidense plek die bij de kerstening werd omgetoverd voor katholieke doeleinden.

Stille waters en modderige gronden

Kort daarna kwamen we aan in het centrum van Destelbergen, waar een plechtstatig gemeentehuis zorgde voor een kwalitatief toiletbezoek, met dank aan de behulpzame onthaalbediende. Aan het gemeenteplein waren er twee opvallendheden. Ten eerste was er het standbeeld van Reinaert De Vos en Bruin De Beer, van de hand van de kunstenaar Firmin De Vos, voor wie Van de Vos Reynaerde een heuse inspiratiebron was. Het tweede was tragischer. Er stond namelijk een herdenkingsfoto voor Jorik Danneels, een jongetje van tien dat in 2006 onder een stenen vaas terechtkwam en overleed. Om even stil van te worden.

Kort daarna was het tijd voor onze lunchpauze en daarvoor botsten we gelukkig op een ideale plek, namelijk het Damvalleimeer, dat ontstond door de zandwinning voor de aanleg van de E17, die daardoor ook in de verte wat te horen was. Toch was het aan het relatief stille water perfect om het middagmaal te nuttigen en even te rusten om het volgende, avontuurlijke stuk te temmen.

Wat het had nogal veel geregend en onze gids wees er aan de hand van gele uitroeptekens al op dat het wel eens drassig kon worden. Dat was dan ook het geval en we gingen van waterige grasstroken naar heuse modderpaden, die enkel door kleine zijstroken iet of wat veilig te vermijden waren. Al moest je er de doorntakken wel bijnemen. Maar goed, een beetje avontuur mag wel! En het was ook een erekwestie om de GR te nemen i.p.v. de aangewezen alternatieve route via asfalt.

Hoeve, kasteel en kerk

Daarna was het nog een goede 6,4 kilometer tot het volgende plekje, namelijk Laarne. In tussentijd was er ook nog wel wat te beleven, zoals de Kattenheyehoeve met een beschermd poortgebouw dat voor de gelegenheid door de plaatselijke landbouwers werd gebruikt als carport voor de tractor. Langs de her en der ook natte, maar wel beter begaanbare zandwegen, kwamen we in het land van de heksen. Laarne en omstreken was namelijk het toneel van heksenvervolgingen.

Na deze doortocht kwamen we in het leuke centrum van Laarne, waar we eerst even het plaatselijke kasteel, een indrukwekkende waterburcht, konden bezichtigen. Een lange laan, met enkele bijzondere standbeelden, leidde verder naar de kerk en het oude en het nieuwe gemeentehuis. Het gezellige kerkplein was ideaal voor nog een korte pauze. De kerk zelf was helaas toe, maar op het grasperk stonden nog twee bijzondere standbeelden die verwezen naar de slachtoffers van de heksenvervolging. 5 vrouwen en 1 man stonden terecht, waarbij 4 vrouwen op de brandstapel terechtkwam, 1 onschuldig werd verklaard en de man…niet langer welkom was in Laarne.

Met vlotte tred naar de skyline van Wetteren

De laatste 6,4 kilometer waren iets minder memorabel. De grootste modderavonturen lagen achter ons, maar er was ook niet meteen iets te bezichtigen of te ontdekken. Aanvankelijk was het vooral wandelen op zandwegen en graspaden, met het Prullenbos dat zorgde voor een kort intermezzo. Hoe dichter we bij Wetteren geraakte, hoe meer de beschaving en bewoning tot ons kwam. De GR 128 werd ook nog eens omgeleid, waardoor het grootste stuk van de Schelde wegviel.

Maar in Wetteren zelf was er wel nog wat te beleven. Zo was er het kasteel Cooppal dat in 1870 werd gebouwd en dat lange tijd dienst deed als de residentie van de directeurs van de plaatselijke kruitfabriek. Eens aan de Schelde kregen we plots een best indrukwekkend (vanop een afstand) stadszicht te zien. Dat was in grote mate te danken aan de hoge en opvallende Sint-Gertrudiskerk. Wij hadden ons geparkeerd aan het station van Wetteren en dus konden we via de mooie en moderne fiets- en voetgangersbrug nog even een bezoek brengen aan deze mini-kathedraal. Het einde van een leuke en bewogen wandeldag op de GR 128.

Meer wandelingen op de GR 128 vind je hier: https://fromtheseatothelandbeyond.com/gr-128-vlaanderenroute/

Extra wandeldag: Sandvig

🥾 Terrein:
Wandelingen langs fietspaden, weides, bossen en rotsige kustpaden, met enkele avontuurlijke stukken langs oude steengroeven.

🏰 Bezienswaardigheden:

  • Petrogliefen van Madsebakken: bronstijdtekeningen (3000 jaar oud) van zon, zonneschip en sterren, gegraveerd in indrukwekkende rotsblokken, met een gerestaureerd zonneschip.
  • Cirkelpad (Cirkelstein): panorama’s gecreëerd met grote houten cirkelconstructies, wandelroute door bos en weiland.
  • Hammershus: grootste middeleeuwse kasteelruïne van Noord-Europa, met een rijke geschiedenis als twistappel tussen kerk en kroon, en indrukwekkende uitzichten over het eiland.
  • Stenhuggerstein: wandelroute langs oude steengroeves en het Opaalmeer, met rotsachtige paden en heidevelden.
  • Minigolf in Sandvig: oudste minigolfbaan van Denemarken (1951), met banen geïnspireerd op Bornholmse iconen, met een leuke en competitieve afsluiter.

Afstand & duur:
Ongeveer 10 km wandelen, kleine daguitstap.

⛰️ Zwaartegraad:
Makkelijk tot matig; overwegend vlak terrein met af en toe rotsige paden en een kleine uitdaging bij de steengroeve.

Oordeel: 4/5

Na wandeldag twee was er een extra dag gepland in Sandvig. In eerste instantie was dit om een bezoek te kunnen brengen aan het kasteel Hammershus, de grootste kasteelruïne van Noord-Europa. Het ontbijt was die ochtend iets beperkter, maar gezien het kortere programma was dat niet zo erg.

Zonneschepen en cirkelpanorama’s

Om 10 uur verlieten we de hostel en gingen langs een fietspad naar Alligne. We moesten even op onze stappen terugkeren door een vergeten zonnecrème, maar dit bleek een geluk bij een “ongeluk”. We zagen zowaar twee reeën, waaronder een kalfje, het pad oversteken op enkele meters. Een bijzonder zicht.

Niet veel later arriveerden we aan de petrogliefen van Madsebakken. Dit zijn tekeningen uit de Bronzen Tijd, ongeveer 3000 jaar oud, die de zon, het zonneschip en de sterren uitbeelden. De petro verwijst dan weer naar de indrukwekkende rotsblokken waar deze zo lang geleden werden op getekend. Het zonneschip was nog duidelijk te zien, waarschijnlijk als enige bewust hersteld. Maar het was sowieso de moeite.

Van daaruit namen we de cirkelstein (of het cirkelpad), vernoemd naar de grote houten cirkelconstructies die er werden gezet om als panorama te dienen. Het een was al wat mooier dan het ander. Het pad zelf was eens wat anders, door een weide en een bos. Na een kleine 3 kilometer zagen we onze hoofdattractie, Hammerhus, in de verte.

Hammerhus

Het kasteel werd gebouwd door de aartsbisschop van Lund en was lange tijd een twistappel tussen de koning van Denemarken en de Katholieke Kerk. Later zou dit ook nog eigendom worden van de Hanzestad Lübeck, Zweden en uiteindelijk opnieuw Denemarken, waarbij het vaak een symbool was van repressie van de lokale bevolking, wie het ook in handen had.

De ruïne was groter dan verwacht en indrukwekkend, de moeite waard om er de tijd voor te nemen zonder druk en volledige rugzak op de schouders. Ook de uitzichten, waaronder deze over het pad dat we de dag ervoor hadden bewandeld, waren knap vanop de heuvel van iets meer dan 70 meter. We konden dus ook deze must see van Bornholm afvinken.

Prachtig wandelen door de groeven

Aan het bezoek werd nog een tweede wandeling gekoppeld. We namen opnieuw het kustpad tot in Hammerhavn en van daaruit namen we het Stenhuggerstein, langs de restanten van de oude groeven. Het opaalmeer was mooi, omringd door de imposante rotsen, waarbij jongeren van de gelegenheid gebruik maakten om een relatief diepe duik te nemen.

Vervolgens bleek het pad avontuurlijker dan verwacht, maar ook opnieuw mooier. Het eerste stukje, met de rotsige paden deden zowaar denken aan de Malerweg in Duitsland. Het tweede stuk was dan weer dezelfde soort heide die we gisteren ook zagen. Via een zandpad kwamen we terug in Sandvig.

Minigolf!

Nadat we even bekomen waren, kozen we voor een ander soort avontuur, de oudste minigolfbaan van Denemarken, uit 1951. Vroeger was het uit hout, tegenwoordig kreeg het een remake met iconen uit Bornholm (zoals Hammershus, de kerk van Rønne en een van de befaamde ronde kerken van Bornholm). Een zinderend partijtje mingolf, gewonnen door Sara met 55-66.

Na een douche deden we opnieuw de anderhalve kilometer naar Alligne om naar het pastarestaurant te gaan. Een paste ragù en cacio & pepe. Het was wel lekker maar ongelofelijk hoeveel je ervoor moest neertellen. Een restaurantbezoek in België was plots in perspectief geplaatst.

Meer wandelingen op het kustpad van Bornholm vind je hier: https://fromtheseatothelandbeyond.com/kystsi-bornholm-dk/

Etappe 5: Rijssen – Holten

🥾 Terrein: Afwisselend met bos- en heidegebieden, zandpaden, asfaltstukken en natuur langs de Regge. Een deel met vakantiepark en schapen, gevolgd door heide met een bijzondere pingo-ruïne en de klim op de Sallandse Heuvelrug.

🏞️ Bezienswaardigheden:

  • De Regge-rivier met natuurrijke oevers, afgewisseld met zicht op een vakantiepark
  • Pingo-ruïne op de Zunasche Heide: geologisch fenomeen van gesmolten ijslensen
  • Canadese begraafplaats langs het pad
  • Sallandse Heuvelrug: bosrijk gebied met hoogteverschil tot 50 m
  • Eindpunt Holten, een bruisend plekje met terrasjes en wandel- en fietsroutes

Afstand & duur: Circa 12 kilometer, korte dagetappe, inclusief kleine omwegen.

⛰️ Zwaartegraad: Makkelijk tot matig, met een stevige klim op de heuvelrug en enkele modderige/zandige stukken.

Oordeel: 4/5

De laatste dag was zelfs met de officieuze stukken erbij kort. Er was nog 11,7 kilometer op het Marskramerpad zelf en 15,2 met het stuk naar en van het pad erbij. In het Huis van Bewaring was het goed vertoeven en goed ontbijten. Ze nam ik met volle maag de trein van Almelo naar startplaats Rijssen.

Ik koos ook voor een iets andere route dan gisteren. Niet per se mooier, maar wel minder bedrijventerrein, 1,9 kilometer later stond ik opnieuw aan de voetveer, ditmaal zonder passagiers en omstaanders. En zo begon de laatste 12 kilometer van deze reis op het Marskramerpad.

Nog wat Regge

Met een terugblik naar gisteren werd het pad weer vergezeld door de inmiddels vertrouwde Regge. Het was er leuk wandelen, maar ook een tikkeltje raar, omdat aan je linkerzijde een vakantiepark ligt en je op die manier dus ook inkijk hebt in de vakantiehuisjes. Meestal viel dat mee, maar er was ook af en toe een man in boxershort. Dan was de natuurpracht aan de rechterzijde toch wat leuker.

Na een klein stukje omringd door schapen, sowieso veel beter dan door psychopathische koeien, kwam ik in een wei waar een gespannen touw voor verwarring zorgde. Het leek alsof het pad naar links nam, maar dan kwam ik aan een nieuwe omheining. Uiteindelijk moest ik er gezwind over stappen en kon ik zo naar het minst leuke deel van de dag, een stuk asfalt zonder charme.

Heide en geologisch vertier

Maar het laatste deel compenseerde probleemloos. Eerst was er een stuk door de Zunasche heide, met een Pingo-ruïne, een geologisch verschijnsel waarbij een ijslens bij het smelten verhard en vaak opgevuld wordt met veen. Ik had er nog nooit van gehoord, en had eerst Pingu gelezen, wat een beetje verwarrend was. Maar de heide was, ondanks dat het om een kort stukje ging, wel weer prachtig.

De Sallandse heuvelrug

Daarna leidde een asfaltpad naar een pittige zandweg door de bossen. Het Marskramerpad loopt hier door de Sallandse heuvelrug en klimt op dit stuk naar 50 meter. Dat lijkt misschien niet zo indrukwekkend, maar door de zanderige ondergrond was het toch een inspanning.

Na wat klimmen en dalen passeer je nog langs een Canadese begraafplaats. Ook zag ik nog een collega-Marskramer en kwam ik in de andere richting een al even gepakte en gezakte gevrou tegen. Misschien niet toevallig, want eindplaats Holten ziet Marskramerpad en Pieterpad kruisen. Op die laatste route moet ik dit stuk nog wandelen.

Een kleine slotbeschouwing

En dus restte er mij nog enkel een goede 1,7 kilometer naar Holten, waar de zomerdag heel wat wandelaars, fietsers en gezinnen aantrok. Ik nestelde mij op een terrasje voor een maaltijdsalade en enkele drankjes, tevreden over deze mooie reis. Want de eerste 5 etappes van het Marskramerpad hebben zeker wat verrast, door de afwisseling, het aandeel onverharde wegen en hier en daar een authentieke en avontuurlijke natuurervaring.

Wetende dat er nog heel wat moois, zoals onder andere de Veluwe, wordt aangedaan, kijk ik dan ook uit naar het vervolg. Het soloreizen was ook een ervaring. Het wandelen op zich was geen probleem, al had een babbel af en toe wel leuk geweest. Maar dit is duidelijk het Pieterpad niet en dus is het zelfs in augustus minder druk bewandeld. Het alleen eten was iets minder leuk, maar ook dat went. Een geslaagde kennismaking met het meest oostelijke deel op deze route dus.

Meer wandelingen op het Marskramerpad vind je hier: https://fromtheseatothelandbeyond.com/het-marskramerpad/