Etappe 11: Hellendoorn – Holten (15 km)

🥾 Terrein: Afwisselend bos, heide en goed begaanbare zandpaden, met enkele verharde stukken. Overwegend vlak met licht glooiend reliëf op de Hellendoornse Berg en Holterberg.

🏰 Bezienswaardigheden:

  • Werkkamp Twilhaar (herdenkingssite WOII)
  • Schaapskooi Twilhaar met infopunt
  • Stoetselenveld (uitgestrekte heide)
  • Holterberg (58 m) met uitzichtpunt en schuilhut
  • Informatieve geschiedenis-kubussen richting Holten

🗺️ Afstand & duur: ±15 km – halve wandeldag (inclusief regenpauzes)

⛰️ Zwaartegraad: Licht tot gemiddeld – toegankelijk terrein, kortere afstand, enkele hellingen

Oordeel: 3,5/5

Vandaag was het een kortere dag van een goede 15 kilometer, naar de Sallandse Heuvelrug, maar vooraf was er wel veel regen voorspeld. Een groot deel ging, op papier toch, gelukkig langs en door bossen en dus was er goede hoop dat het zou meevallen met de grootste natheid. Aan de start bleek dat we al 195 kilometer hadden afgelegd en nog een goede 306 kilometer tot eindpunt Sint-Pietersberg voor de kiezen hadden.

Een werkkamp en schaapskooi

Tijdens het eerste stuk bos, op de Hellendoornse berg, na een stuk verharde pad, kwamen we aan het werkkamp Twilhaar. Dit was aanvankelijk een werkkamp voor werklozen en daklozen, maar werd tijdens de oorlog al snel omgevormd tot een werkkamp en later transit voor Joden. Vandaag is er een herdenkingsplaat en een infobord.

Een hele andere vibe was er even verder, aan de schapenstal van Twilhaar. De schaapskooi werd in 1973 gebouwd voor het onderhoud van de heide van de Haarleberg, maar omdat de plaatselijke korhoenpopulatie hierdoor verdween, werd de schapenkudde en het onderhoud afgevoerd. In de schaapskooi zitten vandaag nog wel wat blatende vrienden, en er was vlak erbij ook een infopunt waar je iets kon drinken en eten tegen zeer democratische prijzen.

Door heide en naar de Holterberg

Na het volgende stuk bos, het Nijverdalse spoorbos, was het volgende hoogtepunt het Stoetselenveld, een uitgebreid stuk heidegebied. Hoewel het niet in zijn paarse glorie stond, was het toch zeker de moeite waard, zelfs ondanks de soms wat onheilspellende grijze wolken. Via de Helledoornseweg, een oude doorgaande handelsweg, ging het naar het hoogste punt van vandaag.

Ook op de Holterberg (58 meter hoog) was het uitzicht mooi. En nog beter, hier stond ook een grote schuilhut waardoor het lunchen ondanks de tweede regenbui van de dag toch droog en zittend kon plaatsvinden. Zelfs tijdens een korte wandeldag is dat toch een absolute meerwaarde om de goede moed erin te houden.

Opnieuw in Holten

En na nog een stuk heide ging het in rechte en dalende lijn naar Holten, door een mooi en goed begaanbaar bospad. Na ongeveer anderhalve kilometer kwamen we aan op de kruising tussen het Marskramerpad en het Pieterpad, waar ik bijna tien maand eerder mijn stukje op de eerste wandelroute had geëindigd.

Daarna wandelden we richting onze eindbestemming, waar om de zoveel tijd een kubus stond die je kon draaien en waar je regionale en globale geschiedenisfeiten per jaar kon lezen. In Holten zelf moesten we de trein nemen, dus konden we nog op het gemak iets drinken in Het Klavertje, waar mijn reisgezel en ik een potje Lost Cities speelden.

Vrienden op de fiets

In Holten zelf was de accommodatie niet echt op maat en dus namen we de trein naar Rijssen. Ook hier was ik vorig jaar op het Marskramerpad geweest. Hier maakten we gebruik van het principe van Vrienden op de Fiets, waar je met een lidkaart van 10 euro (voor Belgen) en een bedrag van 25 euro per persoon bij iemand thuis kunt overnachten, inclusief ontbijt.

Ik had al een licht voorgevoel dat er misschien iets was verkeerd gelopen en bij aankomst bleek dat er toch een klein beetje iets mis was met de boeking, maar er was gelukkig ook een afzegging en zo konden we toch verblijven in het gezellige huisje bij de sympathieke gastvrouw Dorothée. Eten deden we in de Buena Vista, een tapasbar met een all you can eat-concept. Een goede formule, zo bleek, maar ook erg verraderlijk.

Meer wandelingen op het Pieterpad vind je hier: https://fromtheseatothelandbeyond.com/het-pieterpad/

Etappe 10: Ommen – Hellendoorn (21 km)

🥾 Terrein: Gevarieerd en licht heuvelachtig met zandpaden, bos- en heidegebied. Enkele klimmetjes (tot 88 meter), goed begaanbaar.

🏰 Bezienswaardigheden:

  • Besthmenerberg (uitkijktoren – gesloten)
  • Archemerberg & Lemelerberg
  • Sterrenkamp / kamp Erika (geschiedenis)
  • Dikke Steen (oude grenssteen)
  • Overijssels kanaal
  • Vliegmonument RAF-crash (1943)
  • Eelerberg en vallei

🗺️ Afstand & duur: ±21 km – dagetappe

⛰️ Zwaartegraad: Gemiddeld – enkele hoogtemeters en langere paden, maar technisch niet zwaar

⭐ Oordeel: 4,5/5

De Pieterpad-lastigheid bleef zich manifesteren. Na het debacle van 2022 (door dubbele boeking bij de reisgezel moesten we onze eerste ronde uitstellen naar 2023) en de onvoorziene omstandigheid van 2024 (2 dagen alleen wandelen door privé-omstandigheden bij de reisgezel) besloot de NS nu een dag voor ons vertrek om te gaan staken, waardoor het even leek of het weer (deels) in het water ging vallen. Maar een treinrit naar Mechelen-Nekkerspoel en een autorit naar Ommen later, waren we toch op weg voor deel drie op het Pieterpad, op voorhand voorzien voor vijf dagen, waarop we zes etappes zouden doen.

Met een enkele tussenstop in een tankstation, kwamen we uiteindelijk op hetzelfde uur als eerst gepland aan met de trein. Alleen moesten we hier nog lunchen, wat we deden op een bankje aan het station van Ommen. Ook de weersvoorspellingen waren wat wankel voor de komende dagen, en dus was het afwachten of we onze eindbestemming van de dag droog zouden bereiken.

Naar de bergen van Nederland

Op deze eerste etappe van 21 kilometer moesten we naar Nederlandse normen best wat hoogtemeters overwinnen. Zo deden we achtereenvolgens de Besthmenerberg (33 meter), de Archemerberg (88 meter) en de Lemelerberg (47;5 meter). Deze lagen ook nog eens in mooi bos- en heidegebied, waardoor onze derde ronde op het Pieterpad met veel natuurpracht en een mooie wandelervaring beloofde te starten.

De ‘klim’ naar de eerste berg verliep eenvoudig. We verlieten Ommen via een zijweg van de drukke baan en een pad naast de velden, waar onheilspellende wolken zich verzamelden, ging het al snel naar een bos- en zandweg naar de Besthmenerberg. De uitkijktoren die op deze top stond was helaas niet meer begaanbaar. Het was geïnspecteerd en hieruit was gebleken dat het op zich nog in goede staat was, maar niet meer in een voldoende goede staat om er nog mensen op toe te laten. Enigszins jammer en speciaal.

Goeroes, regenbuien en dikke stenen

Deze plek heeft ook een bijzondere rol in de Nederlandse geschiedenis, een die mij volledig onbekend was. Het was hier dat er sterrenkampen werden gehouden namens de goeroe Jiddu Krisnamurit. Blijkbaar waren er in deze periode nog wel enkele goeroes uit Indië populair. Helaas werd de accommodatie voor deze spirituele kampen later gebruikt als concentratiekamp Erika.

Via de steile oever en een brugje over de ouwe getrouwe Regge ging het naar de volgende berg, waar het al ietsje uitdagender was. Na een schuilhut met educatieve uitleg over het landschap, begonnen we te stijgen. Het klimwerk op zich viel best mee, maar hier kwam de eerste regenbui van de dag, die gelukkig niet lang duurde en onder de takken van een vrij uit de kluiten gewassen boom kon worden doorgebracht.

Het uitzicht en de natuur was er wel erg mooi. We daalden zo af richting de Dikke Steen, een half uitgegraven zwerfkei die later dienst deed als grenssteen tussen de marken van Archem en Lemele. Zo zakten we af naar de Lemelerberg, hier op 47,5 meter en doorkruisten zo Lemele zelf via een uit de kluiten gewassen feestzaal.

Een donker bos

Met beter weer gingen we richting het Overijssels kanaal, wat vandaag zijn economische functie heeft verloren, maar daardoor wel meer natuurlijke waarde heeft gekregen. Even daarvoor zagen we een geïmproviseerd uitgegraven parcours, al dan niet voor motorracen of tractorentertainment. Het zou vreemd genoeg niet onze enige keer zijn.

In het laatste stuk ging van het zandweg naar zandweg en konden we nog een stukje wandelen door een aangenaam bos. Hier bevond zich de Eelerberg, met bijhorende vallei, wat in deze setting, met een door de donkere wolken vrij duistere setting. In dit bos kregen we ook de tweede regenvlaag over ons, waarbij we opnieuw onze toevlucht moesten zoeken naar een boom.

Naar Hellendoorn

Met eerst wat regen, dan miezer en vervolgens opnieuw droog weer, gingen we vermoeid en hongerig het laatst stuk richting Hellendoorn af, langs een plek waar in 1943 een vliegtuigongeluk was gebeurd en enkele RAF-piloten waren omgekomen. Zo kwamen we aan in het hotel, met een zeer ruime kamer. En konden gelukkig gewoon in het restaurant eten, na een deugddoende douche. Een mooie start van de derde ronde op het Pieterpad.

Meer wandelingen op het Pieterpad vind je hier: https://fromtheseatothelandbeyond.com/het-pieterpad/

GR 120 dag 5: Hardelot-sur-Plage – Étaples

🥾 Terrein: Strand, duinen, bos en (helaas) ook langere stukken langs en op drukke wegen. Enkele pittige klimmetjes in de duinen en het bos.

🏰 Bezienswaardigheden:

  • Verweerde bunkers aan het strand
  • Duinreservaat tussen Saint-Cécile-Plage en Camiers
  • Baie de Canche met uitzichtpunt
  • Everzwijnmoment in het bos
  • Eindpunt Étaples met festivalvoorbereidingen

🗺️ Afstand & duur: ca. 20 km – dagetappe met afwisseling tussen strand en dijk

⛰️ Zwaartegraad: Gemiddeld – weinig technische passages, wel zwaarder door strandzand, wind, en onaangename verkeerswegen

⭐ Oordeel: 4/5

Duinsurfen

Onze laatste wandeling beloofde nog wat moois en werd uiteindelijk een best of. Het begon zoals zo vaak op de dijk en nog meer zoals gebruikelijk ging het vervolgens verder op het strand, met de zee ver weggetrokken en de bunkers in puin aan de andere kant. Na een tijdje was het de bedoeling om links de duinen in te gaan, maar dat was zonder de inmiddels gekende “verboden toegang” gerekend.

Zo kregen we dus nog wat extra kilometers strandwandelen. Gelukkig was er halfweg een tweede kansen en konden we toch nog een stukje duinen meepikken, die we moesten verlaten via een erg steil stuk. Zo hadden we ook meteen onze duinsurfskills kunnen demonstreren.

Weg van de zee

Na nog wat strand, kwamen we aan in het wat zielloze Saint-Cecile-Plage, wat wel goed was om een pauze in te lassen. Hierna was er nog een klein stukje strand en een smal pad. Dit moesten we verlaten en kwamen we de volgende kilometers terecht op een autobaan, die vrij druk was door de auto’s en mobilhomes die van en naar de nabijgelegen camping reden.

Het was dus een stukje saaier, maar hier was het nog vrij aangenaam wandelen omdat de auto’s zelf nog tegen een redelijke snelheid voorbij kwamen. In Camiers, een klein dorpje, pauzeerden we aan het plaatselijke gemeentehuis, waar een rokende medewerker en twee kinderen met beperkte voetbalskills die de mooie bloemetjes kapotvoetbalden de aandacht trokken.

Het laatste stukje natuur

Er volgde nog wat autoweg, waaronder een zeer onaangenaam stuk waarbij de auto’s wel tegen grote snelheid voorbijraasden. Het vervolg was echter een mooie beloning. Het pad klom door het bos naar het natuurreservaat Baie de Canche, waar we een mooi uitkijkpunt voorgeschoteld kregen. Na het afdalen volgde nog een stuk bos. Hier hoorden we plots het dreigende geknor van een everzwijn. Spannend, maar op kousenvoeten geraakten we toch voorbij dit punt.

Nog een kilometer later langs de wat droge baaien kwamen we aan in Étaples waar we terechtkwamen in de voorbereidingen van het driedaagse festival de la Coquille. Wij hadden echter een andere eindbestemming. Onze eerste trein bleek afgeschaft te zijn, maar tweede keer goede keer en om kwart na 5 kwamen we aan in Amiens, met z’n impressionante kathedraal en z’n bijzondere Tour Perret en z’n vele Jules Verne-themed attracties en bezienswaardigheden.

Sfeerbeelden van Amiens

Meer wandelingen op de GR 120 vind je hier: https://fromtheseatothelandbeyond.com/gr-120-de-opaalkust/

GR 120 dag 4: Boulogne-sur-Mer – Hardelot-sur-Plage

🥾 Terrein: Afwisselend; havengebied, strand, duinen en velden. Soms lastige overgangen (uitdagingen met afgesloten duinpad en beek).

🏰 Bezienswaardigheden:

  • Historische binnenstad Boulogne
  • Haven met bedrijvigheid en vislucht
  • Kleine aerodrome met paragliders
  • Grote bunker langs de route
  • Equihen-Plage
  • Hardelot-Plage: dijk, oude villa’s

🗺️ Afstand & duur: Ongeveer dagwandeling, ca. 20-22 km

⛰️ Zwaartegraad: Gemiddeld – strandzand, omwegen en technische stukken bij beek en afgesloten paden maken het een klein beetje pittig.

⭐ Oordeel: 3,5/5

Vandaag was er opnieuw een volwaardige wandeldag. Deze was dus te beginnen met een goed ontbijt. We wandelden bij het verlaten van het centrum van Boulogne langs de inmiddels gekende plaatsen in de historische binnenstad. Het contrast met het eerste gedeelte van deze wandeldag was dan ook best groot.

Havenactiviteit

Om uit Boulogne te geraken wandel je namelijk een vrij lang stuk door de haven. Dat is in het begin best nog charmant en geeft je een zicht op de vele bedrijven. Maar na een tijdje verlang je toch naar natuur en er is maar zoveel visgeur dat een mens kan hebben.

Na opnieuw wat verward te zijn door de navigatie-app en de daadwerkelijke route kwamen we uit op een parking richting het strand. Hier trokken we duinen in, wat ook niet helemaal de juiste keuze bleek te zijn. En dus namen we het strand naar Le Portel, een nogal typisch kustplekje.

Verbetering in zicht

Het was dus even uit de bebouwing geraken, maar eens in de velden was het wel prettig. Zo passeerden we een kleine aerodrome waar we iemand zagen paragliden. Er waren hier ook een hele hoop mooie paarden en verder passeerden we ook nog een uit de kluiten gewassen bunker.

In Equihen-Plage werden we beloond met het doel van onze tussenpauze, de plaatselijke Carrefour. We hadden hierop gerekend zodat we minder eten tijdens het eerste deel van de wandeling moesten meenemen. Zo kon er wat gewicht gespaard worden. Verder waren we vooral blij dat we hier niet moesten overnachten.

Noodgedwongen strandwandelen #5

Na een kilometer uit het dorpje kwamen we terug op het strand. Hier ging de GR normaal gezien door een mooi duinenpad. Maar opnieuw stond er dat de route afgesloten was, dit keer door overstromingen en bijgevolg de onbegaanbaarheid van het gebied. We keerden dus terug voor nog wat strandwandelen.

In de verte zagen we de wat meer typische kustskyline van Hardelot-Plage met moderne appartementsblokken. Om daar te geraken moesten we nog een obstakel voorbij, een beekje dat te diep was om zomaar over te steken. We ging via een zandpad met weinig marge en kans op verzakking. We geraakten gelukkig aan de overkant zonder twee meter naar beneden richting het water te schuiven.

Hardelot-sur-Plage

Op de dijk was het tijd om te rusten. Sara’s zin in een ijsje resulteerde in 2 ferrero-Magnums per persoon, aangezien we uiteraard geen diepvries hadden en een pak van 4 volgens haar value for money was. Ons hotel, les Jardin des Hardelots, was heel proper. Na een slaatje en pasta verkenden we Hardelot zelf, met nog heel wat knappe oude villa’s en een kerk waar agenten de wacht hielden voor de mis. Speciaal.

Meer wandelingen op de GR 120 vind je hier: https://fromtheseatothelandbeyond.com/gr-120-de-opaalkust/

GR 120 dag 3: Wimereux – Boulogne-sur-Mer

🥾 Terrein: Korte wandeling met lichte klim naar natuurgebied en daarna strand, havengebied en historische stad binnen de omwalling.

🏰 Bezienswaardigheden:

  • Pointe de la Crèche (natuurgebied met bunker en industrieel erfgoed)
  • Boulogne-sur-Mer: haven, historische binnenstad met belfort en kathedraal
  • Omwalling met wandelmogelijkheden en mooi uitzicht
  • Aquarium Nausicaa: educatief en indrukwekkend met zeehonden en roggen

🗺️ Afstand & duur: Kort, ca. 5 km; gecombineerd met bezoek aquarium en stad.

⛰️ Zwaartegraad: Licht, geschikt als ontspannende dag met cultuur en natuur.

⭐ Oordeel: 3/5

Vandaag was er een heel korte wandeling ingepland van om en beide vijf kilometer. Dit had een goede reden. Boulogne-sur-Mer is een grotere stad met ook het grootste aquarium van Europa, iets wat mijn vrouw al heel lang wilde bezoeken. De wandeling zelf was dus kort, maar krachtig en stond ook op zichzelf als een redelijk fijn stuk.

Pointe de la Crèche

Het begon met een trage maar gestage klim uit Wimereux richting Pointe de la Crèche. Dit is een natuurgebied met ook nog een bunker en op het strand onderaan restanten van een industriële site met voormalige spoor. Er was geen regen vandaag, maar wel heel stevige wind, die vooral op het gelijknamige uitkijkpunt serieus te keer ging. Het landschap was best mooi, met zicht op zee.

Aan de dijk en binnen de muren

Niet veel later (zeker op een wandeling van vijf kilometer) draaiden we af richting Boulogne-sur-Mer, waar we via het strand op de dijk kwamen die iets minder feeëriek was. De havenindustrie langs deze kant was zichtbaar in de verte en gaf een verlaten, verouderde indruk, wat op zich nog wel iets had. Een iets aangenamer gedeelte bracht ons naar de brug waar het officiële einde van deze wandeldag lag.

De eerste kennismaking met het centrum was ook iets minder aangenaam. De straat was wat grellig en het was ook best pittig stijgen. Maar de historische stad, binnen de omwalling, is wel erg de moeite, met z’n belfort, gezellig parkje aan het stadhuis en vooral z’n in het oog springende kathedraal. Je kan er ook op de omwalling wandelen en meer leren over de wijk tussen de muren en het stuk Boulogne daarbuiten.

Blub blub

Na een lekkere lunch (erg goede broodjes) trokken we naar Nausicaa, waar het erg druk was omwille van de paasvakantie. Het is verrassend erg educatief, met heel veel uitleg over de oceaan, het leven in de zee, het klimaat en hoe die allemaal verbonden zijn. Er waren enkele leuke en opvallende dieren met als hoogtepunt de zeehonden, de gigantische rog en de vele vissen in het enorme bassin.

Avondvertier

Na ons bezoek en een wandeling op de muren was het tijd voor de check in en daarna lekker eten in een klein Italiaans restaurantje. Gusto ligt net buiten de stadsmuren en wordt uitgebaat door een heel enthousiaste vrouw en haar man. We aten er een lekkere pizza en een pasta al pomodoro. Een hele leuke setting en sympathieke eigenaars. We sloten nog af met een rondje op de omwalling.

Meer wandelingen op de GR 120 vind je hier: https://fromtheseatothelandbeyond.com/gr-120-de-opaalkust/

GR 120 dag 2: Wissant – Wimereux

🥾 Terrein: Afwisselend duinpad, strand, klifpad (gesloten wegens erosie), velden en dorpjes. Veel navigatie-uitdagingen en omleidingen.

🏰 Bezienswaardigheden:

  • Cap Gris-Nez
  • Framezelle met klein dorpje en bunker
  • Audinghen met indrukwekkende kerk
  • Wimereux met prachtige Belle Epoque architectuur

🗺️ Afstand & duur: Gepland 23 km, door omleidingen en keuzes uiteindelijk korter gelopen; bus genomen voor laatste stuk.

⛰️ Zwaartegraad: Matig uitdagend door lastige paden en navigatie, met extra kilometers door omleidingen.

⭐ Oordeel: 3,5/5

Vandaag was er enige nervositeit en dit om twee redenen. Ten eerste voorspelde de Franse weermannen al even wat regenweer, wat op de ene website bestond uit gespreide buien en op de andere onweersbuiten. Ten tweede was het 23 km en na de eerste dag, en de soms wat wankele aanduidingen, waren we beducht voor extra kilometers. Gelukkig was het ontbijt goed en had ik in de Spar extra proviand gekocht.

Drizzle en dralen op het strand

De wandeling zelf begon met lichte miezerregen op de dijk van Wissant. Al snel klom het omhoog langs een zwaar te bewandelen duinpad. Het bood weliswaar heel mooie natuur. Na een tijdje daalden we terug af naar het strand. Hier begon de eerste verwarring. De gpx leidde ons naar een steil pad waar de begroeiing steeds denser werd en het niet zo eenvoudig begaanbaar was. Ik vond het net iets te bizar en we besloten om verder te gaan via het strand.

Maar daar was het weer niet duidelijk of het pad naar boven veel optimaler was. En dus kozen we terug voor een omweg die uiteindelijk toch meer GR bleek dan de andere opties. Een goede beslissing, maar het toonde wel de nood aan alertheid aan. Uiteindelijk bleek onze derde keuze wel de goede te zijn en alles verliep rustig tot aan de Cap Griz-Nez.

Omleiding #2

Hier moesten we niet de Cap Gris Nez op en besloten we even te stoppen voor een tussendoortje in het kleine dorpje Framezelle. Hier begon de tweede verwarring, deels door onszelf, deels door het feit dat er niet gewoon een uitleg over een omleiding bij de paal stond die naar de oude GR leidde. We gingen dus eerst richting het klifpad, een plek genaamd Danger. Nomen est omen. Door erosie bij de kliffen was dit stuk afgesloten en moesten we dus opnieuw op onze stappen terugkeren.

We keerden dan terug naar de nieuwe GR maar deze leek ons weer weg te sturen van de richting waar we naar toe moesten. We kozen eieren voor ons geld en besloten zelf in een alternatief te voorzien. Zo deden we uiteindelijk een stuk van de streek GR “Entre Cap et Baie” om zo naar het dorpje Audinghen te wandelen, dwars door de velden en langs een indrukwekkende bunker. Zo arriveerden we in het centrum, waar de opvallende kerk met ingetapete klokken al ons van in de verte had geïntrigeerd. Een ideale lunchplek.

Vroege stop

Vanaf daar was het nog 3 kilometer tot Audreselles, waar we terug op de echte GR zouden komen. Het pad ging door velden en weiden met zicht op de Cap Gris-Nez aan de ene kant en enkele dorpjes aan de andere kant. En voor ons was er de zee en een imposante kerk. Hier aangekomen restte ons de keuze om door te gaan. Het was ondertussen kwart voor 2 en we hadden nog 10 kilometer te gaan. Gezien de omstandigheden, met onder andere de vele extra kilometers, besloten we om de bus te nemen naar Wimereux.

Wimereux

Wimereux zelf was een opvallend mooi stadje met heel wat Belle Epoque architectuur dat bewaard is gebleven, ondanks de oorlog, en erg de moeite waard is. Het is een bezienswaardigheid en mensen nemen vaak her en der foto’s. Niet zo fijn voor de bewoners misschien. Eten deden we in een zogenaamde ‘Parijse brasserie’ L’Entre, waar we ons te goed deden aan een slaatje kip en zeebaars. En ik door omstandigheden twee desserts moest eten.

Meer wandelingen op de GR 120 vind je hier: https://fromtheseatothelandbeyond.com/gr-120-de-opaalkust/

GR 120 dag 1: Calais – Wissant

🥾 Terrein: Strand, duinpad, promenade, klifpad langs witte kliffen, gras- en kiezelpaden, en stukjes dorp.

🏰 Bezienswaardigheden:

  • Belfort en stadhuis van Calais
  • Duinen van Fort Mahon
  • Sangatte met zicht op tunnel naar Engeland
  • Cap Blanc-Nez met uitzicht op White Cliffs of Dover
  • Witte kliffen en miniatuur Seven Sisters-achtig landschap
  • Karkassen van bunkers langs het strand
  • Gezellig dorpje Wissant

🗺️ Afstand & duur: Ca. 22 km gewandeld; dagwandeling.

⛰️ Zwaartegraad: Matig; grootste inspanning klim naar Cap Blanc-Nez, verder grotendeels vlak met zand- en kiezelpaden.

Oordeel: 4,5/5

Met de trein naar de Opaalkust

Na wat twijfels besloten we om onze kortere wandelweek in te lassen naar de opaalkust. Daar loopt de GR 120 langs de bekende kustlijn. We hadden deze reis al eens uitgewerkt en ingepland, maar toen hadden Franse stakers er een stokje voor gestoken. Door het slechte weer hadden we ook beslist om het alternatief van de wagen aan ons voorbij te laten gaan. Alles lag dus klaar en naar ons te blinken.

We namen best vroeg de trein in Halle om daarna met de TGV naar Lille Europe te razen. Een stel andere reizigers hadden plannen via reisbureau de Blauwe Vogel en waren zo belachelijk zwaar beladen dat ik enkel kon vermoeden dat ze een cruise gingen doen. Na de vlotte TGV-tocht ging het van Lille Flandre naar Calais, in een treinwagon die eerder aanvoelde als een koelkast.

Strand en duin

Calais zelf was in eerste instantie minder gezellig. Aan het station heb je wel het indrukwekkende stadhuis met het bijzondere belfort. Maar het centrum en de plaatselijke Carrefour trokken wat minder gezellige sujetten aan. Gelukkig trokken we snel richting de kust en arriveerden we een goed kwartier later aan de dijk, om aan ons stukje GR te beginnen.

Aan de kust was het aangenamer. Onze tocht begon met een lange stuk promenade en vandaar wandelde we voor het eerst het strand op, iets wat logischerwijs een constante zou zijn op deze reis. Vervolgens ging het voor het eerst een duinenpad in, nog iets wat we meermaals zouden doen. In de duinen van Fort Mahon was het pad goed begaanbaar, met een mix van zand, kiezels en gras.

Naar de Cap Blanc-Nez

Vervolgens kwam de GR terug uit op de dijk, een hele hoop oude en vaak verlaten uitziende strandhuisjes voorbijgaand. Nochtans is het uitzicht op de zee hier heel mooi, maar het moet zijn dat het niet langer het nodige comfort garandeert aan de kustgangers die vandaag de dag naar de Opaalkust trekken. Het was de voorbode van Sangatte, bekend van de tunnel richting Engeland, waar een lunch werd genuttigd op een van de bankjes met zicht op zee.

Hierna volgde het grootste stuk klimwerk dat we op onze 5 dagen tot een goed eind zouden moeten brengen. We begonnen onder de zeespiegel en moesten richting de 150 meter. Gelukkig gebeurde dat allemaal gestaag en in een mooie omgeving die tijdens het eerste stuk wat deed denken aan onze wandeling door de Clwydian Range in Wales of langs de Beara Way in Ierland. Eens langs de Noir-Mottes en Le Mont du Hubert werd het weer opnieuw meer kustig.

In de verte zagen we ondertussen de obelisk, officieel het Dover Patrol Monument steeds dichterbij komen. Via een kronkelweg bereikten we de Cap Blanc-Nez, waar er plots opmerkelijk veel volk was, te verklaren door het feit dat deze toeristische trekpleister makkelijk bereikbaar was door twee parkings. Van hieruit waren ook in de verte de white cliffs of Dover te zien.

De route hier was wat onduidelijk, wat ook misschien kwam door onze eigen GPX waarbij de maker ook de dagen daarna een bijzondere eigenzinnigheid toonde. We stonden hierdoor even te schilderen aan een hek dat met een cijferslot was afgesloten. Sara overwoog nog even over de omheining te kruipen, maar uiteindelijk vonden we toch een logischere weg.

White cliffs en spiegelend strand

Via een kiezelig pad daalden we met niet al te praktische trapjes af, tot we uiteindelijk op graspaden terechtkwamen die langs de witte kliffen klommen en daalden. Het was een miniversie van de Seven Sisters aan de zuidkust van Engeland en een heel mooi slot voor deze eerste, zeer veelzijdige dag.

Er volgde nog 3 kilometer strand tot we uiteindelijk met her en der karkassen van bunkers en op het strand kleine stroompjes die zorgde voor een spiegeleffect passeerden. Wissant zelf is een klein en gezellig dorpje. Hier verbleven we in het aangename Hotel de la Baie en aten we in een zeer authentiek restaurantje dat qua prijs zeer goed zat, maar qua kwaliteit misschien ietsje minder was.

Meer wandelingen op de GR 120 vind je hier: https://fromtheseatothelandbeyond.com/gr-120-de-opaalkust/

Opaalkust en GR 120: Wat?

De opaalkust: Wat?

De opaalkust is de naam die wordt gegeven aan een deel van de Noordzeekust in Noord-Frankrijk. Het begint vlakbij de Belgische grens in Bray-Dunes en gaat tot Berck-sur-Mer. Het is een toeristische trekpleister met enkele bekende kuststeden zoals Duinkerken, Calais en Boulogne-Sur-Mer, maar ook met heel wat bunkers uit de tweede wereldoorlog en de twee befaamde Caps, de Cap Blanc-Nez en de Cap-Gris Nez.

Qua natuur is het deels typisch kustgebied, maar ondanks z’n beperkte lengte is het toch best divers, met zandstranden, kiezelstranden, duinen maar ook witte kliffen. Rond de caps gaat het richting de 150 meter, waardoor er ook wat nivellering is. De duinen zijn echter een kwetsbaar gebied. Er zijn zoals gezegd enkele grotere steden, maar ook heel wat kleinere stadjes en dorpjes en door z’n toeristisch belang zijn er ook veel accommodaties, restaurants etc.

Het was overigens de schilder Édouard Lévêque die de streek z’n naam gaf, vanwege het kleurenpalet dat hij tijdens zijn kunstige bezigheden ervaarden, die hem deden denken aan de opaal. Kunst, cultuur en recreatie gaan hand in hand. En alsof dat nog niet genoeg is, vind je er ook nog het smalste stukje Kanaal. Je kan dus, op een mooie dag, de white cliffs of Dover in de verte zien.

GR 120: Wat?

De GR 120 is een deel van het lang uitgestrekte netwerk van kustwandelingen van de E9 dat van Portugal naar de Baltische staten loopt. Het Sentier du Littoral zelf is 300 kilometer lang en gaat verder dan de opaalkust. Het vertrekt in Bray-Dunes en eindigt in Le Tréport, waar het overgaat in de GR 21, dat de Albasten Kust afwandelt en wat we zelf ook grotendeels deden in 2021.

Wij besloten hiervan een klein stukje te doen, namelijk van Calais tot in Étaples, goed voor 4 volle wandeldagen en een kortere, waardoor we ook Boulogne-Sur-Mer konden bezoeken. De hoogtemeters zijn beperkt en het wordt nergens echt technisch. Het is echter wel zo dat de bewegwijzering niet altijd even goed onderhouden wordt en door omstandigheden waren er ook veel omleidingen. Het is dus aangewezen om Topguide, GPX en wandelapp of kaart bij te hebben om af en toe te improviseren.

Door de nabijheid is het eenvoudig te bereiken via openbaar vervoer (langs Rijsel) en door de populariteit zijn er onderweg heel veel hotels, B&B’s, restaurants, winkels en openbare toiletten. Het is dus comfortabel reizen en je kan doorgaans onderweg je daglunch ergens kopen in een van de supermarkten of bakkerijen.

De kastelenroute 2: Lembeek – Sint-Pieters-Leeuw

🥾 Terrein: Vooral verharde paden, woonwijken, landbouwvelden, een klein bosje en enkele veldwegen. Beperkte natuur, vooral open landschap.

🏰 Bezienswaardigheden:

  • Kasteel Manenbroek (privéterrein, alleen van ver te bewonderen)
  • Kasteel van Budingen (privéterrein)
  • Kerken van Oudenaken en Sint-Laureins-Berchem
  • Kasteel van Gaasbeek: indrukwekkend domein met 13e-eeuwse burcht, poortgebouw, tuin en ijsjeszaak
  • Kasteel van Groenenberg: 19e-eeuws gebouw met mooi park en vijver
  • Natuurgebied Volsenbroek met Zuunbeek meanders
  • Kasteel en park van Coloma, met rozentuin (prachtig vanaf mei)

🗺️ Afstand & duur: Ongeveer 21 km, dagwandeling.

⛰️ Zwaartegraad: Makkelijk tot matig, door verharde paden en weinig hoogteverschillen.

Oordeel: 3,5/5

Vlaanderen kent heel wat wandelpaden, maar ook een hele hoop hele, halve, grote en kleine kastelen. Op een blauwe maandag leek het mij leuk om een eigen wandelroute uit te werken die langs deze bijzondere gebouwen en plekken gaat. Tussen droom en wandeldaad staan praktische zaken, maar uitstel is geen afstel. Eindelijk kon ik beginnen aan de kastelenroute. De tweede etappe start in Lembeek en gaat iets meer over verharde paden, maar als compensatie kan je wel genieten van enkele topkastelen, waaronder dat van Gaasbeek.

Noodzakelijk kwaad

Door de keuze om Lembeek mee te nemen was het iets moeilijker om een attractief begin van de tweede etappe te voorzien. De eerste dikke anderhalve kilometer ging namelijk door woonwijken. Daarna was er al lichte verbetering op komst doordat de bebouwing plaatsmaakt voor open velden. Het is hier klassiek landbouwgebied dat de eerste helft van de wandeling domineert. Echte natuur is nog heel spaarzaam, los van een piepklein stukje bos in Pepingen.

Privé-kastelen

De eerste twee kastelen die op deze tweede etappe te zien zijn, zijn speciaal. Het eerste, kasteel Manenbroek is zelfs helemaal niet te zien. Omringd door een heg en bomen kan je vanaf de achterkant niet veel zien. De weg ervoor is privé en dus niet toegankelijk. Hetzelfde geldt voor het kasteel van Budingen in Breedhout, Halle. Hier loopt een weg, maar de oprijlaan vooraan geeft aan dat het privéterrein is. Veiligheidshalve bewonder je dus best het kasteel vanop een afstand.

Even later kwam de route tot twee maal toe bij Leeuwse kerken. De eerste is deze van Oudenaken, met z’n opvallende groene dak. Een veldweg zorgde opnieuw voor een kort maar mooi stukje natuur, een zompig stukje met vlonderpad, waarbij de Molenbeek wordt overgestoken. Kort daarna volgde de tweede kerk, deze van Sint-Laureins-Berchem. Hier wordt ook voor een stukje de StreekGR Groene Gordel gevolgd. Via een zijweg komt het eerste echte kastelenhoogtepunt in zicht.

Het kasteel van Gaasbeek

Via een smal padje ging het naar het domein van het kasteel van Gaasbeek dat impressionant op een verhoging aan de overkant van een vijver ligt. Via deze vijver en een steile klim via houten treden verscheen het al even indrukwekkende poortgebouw. Zonder enige twijfel dit is dit een absoluut hoogtepunt op een thematische wandelroute rond kastelen.

Op deze locatie was er al in de 13de eeuw een burcht. Het is een plek vol geschiedenis, zowel qua gebeurtenissen als qua personen, met onder andere de graaf van Egmont die er hier enkele jaren zijn residentie had. Het uitzicht vandaag is 19de eeuws. Gaasbeek heeft naast een knappe collectie ook een mooie tuin. Een bezoek is dan ook de moeite waard.

Aan de tuin is er ook nog een lange laan waar het fijn is om nog even de trap af te dalen richting de kapel en de vijvers of om op een bankje je lunch te verorberen. En voor wie wat later dan het middagmaal op deze plek komt is er ook de Krijmerie, een ijsjeszaak. Historisch en ander vertier genoeg dus.

Het kasteel van Groenenberg

Enkele honderden meters later was daar het volgende kasteel al. Qua gebouw is het misschien iets minder in het oog springend dan dat van Gaasbeek. Dit kasteel dateert van de late 19de eeuw en werd gebouwd in opdracht van een Brusselse notaris. Naast het kasteel is vooral het mooie domein en park de moeite, met heel wat fleurige bloemen en een vijver. Op deze ietwat koude maar zonnige lentedag was het hier fijn vertoeven. Twee toppers op een boogscheut van mekaar.

Door de velden naar Coloma

Het laatste stuk ging vooral door enkele straten in Vlezenbeek, voorbij het revalidatiecentrum Inkendaal, Na een goede twee kilometer aan onvermijdelijke onverharde paden komt er opnieuw een veldweg aan. In de verte werd de kerk van Sint-Pieters-Leeuw zichtbaar. Voor een ruïneliefhebber als mij was het ook nog een fijn om een verloederde en verwilderde constructie aan te treffen.

Het laatste stukje bood ook nog wat moois. Zo was er het natuurgebied Volsenbroek, waarbij de Zuunbeek nieuwe meanders kreeg waardoor het niet alleen zorgt voor een natuurlijk bufferbekken maar ook een paradijs is geworden voor vogels. Sommige stukken zijn hierdoor wat zompig, maar op eerdere wandelingen heb ik al meer modder moeten temmen.

Het laatste stuk ging langs de kerk van Sint-Pieters-Leeuw om aan een kapel het park van Coloma. Het is nog net iets te vroeg, maar vanaf mei zijn hier een hele hoop rozen te bewonderen, namelijk 3000 soorten en 300.000 exemplaren. Maar ook zonder deze bloei is het hier leuk vertoeven rond het water.

Het mooie kasteel van Coloma dateert uit de 16de eeuw en werd gebouwd in opdracht van een Brusselse schepen. Omringd door water staat er vlak ernaast ook nog een koetsiershuis. Een ideale eindplaats voor deze tweede etappe, die qua natuur misschien ietsje minder te bieden had dan de eerste etappe, maar qua kastelen wel een hele resem hoogtepunten kende.

Meer kastelenroute kan je hier vinden: https://fromtheseatothelandbeyond.com/de-kastelenroute/

De beschrijving vind je hier:

En de gpx hier: https://www.wikiloc.com/hiking-trails/kastelenroute-etappe-2-lembeek-sint-pieters-leeuw-207126924

GRP 127.3 Villers-La-Ville – Blanmont

🥾 Terrein: Afwisselend – smalle wegjes, holle wegen, pittige stijgingen, bosgebieden, velden en landbouwgebied. Soms kasseien en onverharde paden.

🏰 Bezienswaardigheden:

  • Monument voor Poolse piloten in Villers-la-Ville
  • Abdij van Villers-la-Ville (ruïne, fotogeniek, met kunsttentoonstellingen)
  • Bois de l’Ermitage & Bois de Sainte Catherine (bosgebieden)
  • Gedenkteken voor gesneuvelde soldaten van de Slag bij Gembloers
  • Gemeentehuis Chastre in een 17e-eeuwse hoeve met torens
  • Kasteel Blanmont (17e-18e eeuws poortgebouw) en speciale kapel

🗺️ Afstand & duur: Ongeveer 15 km, goed te combineren met een bezoek aan de abdij.

⛰️ Zwaartegraad: Matig, door hoogteverschillen en soms steile stukken.

Oordeel: 4/5

Je moet niet altijd naar het buitenland gaan om nieuwe dingen en plekken te ontdekken. Meer zelfs, soms ligt het in je achtertuin. Dat is eigenlijk wel het geval voor de GRP 127, beter bekend als de Tour du Brabant Wallon. Deze relatief jonge (2018) wandelroute gaat in een lus doorheen de kleinste provincie van Wallonië en biedt zo’n 266 kilometer wandelpad om te ontdekken. Eind oktober 2022 deed ik met een vriend twee etappes. Het duurde ongeveer 2,5 jaar, maar eindelijk konden we ons aan de derde, wat kortere etappe van iets meer dan 15 kilometer zetten.

Naar Villers-la-Ville (deel 2)

Net zoals het plannen van de derde wandeldag op de Tour du Brabant Wallon was het ook best een avontuur om aan het startpunt te geraken. Een kleine miscommunicatie zorgde voor een korte vertraging, aangezien we mekaar kruisten in Brussel-Zuid. Een korte wachttijd in het weinig enthousiasmerende station/werf van Ottignies, waar men een architectuur à la Bergen in het klein wil repliceren, en het kleine station van Tilly. Na een goede 2,5 uur, konden we zo in Villers-la-Ville starten.

De GRP gaat rond de kerk en zo door een stukje Villers-la-Ville, waarbij we even van het pad gingen om het monument voor de Poolse piloten te bezoeken. Op het pad zelf was het meteen mooi wandelen, langs een smalle weg en later een holle weg. Het ging al meteen serieus op en neer. Even later passeerden we de kapel voor Sainte Apolline, patroonheilige van de tandartsen. Gelukkig was het pad niet van die aard dat we onze tanden moesten stukbijten.

De abdij

De abdij van Villers-la-Ville is een gekende en fotogenieke ruïne in Waals-Brabant. Er werd in 1146 aangevangen met de bouw en op z’n hoogtepunt was de abdij een toonvoorbeeld van de grootsheid van de cisterciënzers. Zoals zo vaak geraakt het na de Franse Revolutie in onbruik en wordt het daarna eerst een inspiratiebron voor kunstenaars en vervolgens een populaire toeristische plek. Aangezien de wandeling wat korter was, was het dus perfect mogelijk om een bezoek aan de abdij te combineren. Vandaag waren er verschillende kunstwerken tentoongesteld in deze bijzondere setting.

Door de bossen

Na een lunch aan een vijvertje in de abdij, ging het verder op de GRP. Via een kasseiweg met een pittig stijgingspercentage ging het al snel een groot bosgebied in, te beginnen met het Bois de l’Ermitage en dat gaat over in het Bois de Sainte Catherine. Na wat bochtenwerk via de betere bospaden passeerden we langs een beekje, een zogenaamde Ry, de Ry Pirot.

Door de velden

De tweede helft van de wandeling had een heel andere look & feel. Het ging namelijk eerder door weiden en velden met vergezichten over de directe omgeving. Het bos van Haute-Heuval gaf meteen uit op het gehucht Haute-Heuval, wat hoofdzakelijk een uit de kluiten gewassen landbouwbedrijf en enkele woningen is. Die tocht door de velden bleef ook een goede 5 kilometer doorgaan.

Vooraleer we ons volgende dorp introkken, zagen we in de verte nog een Franse vlag wapperen. Een kleine zoektocht op het internet leert dat er hier meer dan 1000 soldaten begraven liggen, komende van verschillende begraafplaatsen. Het gaat hier niet enkel om Franse soldaten, maar ook over Marokkaanse, Algerijnse en Tunesische. Zij sneuvelden tijdens de slag van Gembloers op 14 en 15 mei 1940.

(Pseudo-)Kastelen en hoeves

Even later arriveerden we in het dorpje Chastre. In de navigatie-app werd een heus kasteel beloofd. Helaas was het eerder een bescheiden herenhuis van (vermoedelijk) een lokale notabele. Het was dus een beetje van een tegenvaller. Gelukkig was het gemeentehuis wel een voltreffer. Dat zit namelijk gehuisvest in een 17de eeuwse hoeve met enkele opvallende torens. De wandelaar wordt uitgenodigd op het binnenplein, waar op zondag ook een markt is. Tof!

De laatste 2 kilometer gaan nog eerst door een klein stukje veld en akker, langs een lokale veldweg en uiteindelijk komt de GRP uit in Blanmont, deelgemeente van Chastre. Hier staat wel een kasteel die naam waardig, al zien we wel enkel het poortgebouw van het Chateau, dat dateert uit de 17de en 18de eeuw. Aan de overkant staat nog een wat speciale kapel. Daarna is het nog een goede 300 meter tot aan het station, het laatste op de route tot in Waver, wat het vervolg plannen niet echt makkelijk maakt. In ieder geval is deze etappe memorabel en afwisselend.

Meer wandelingen op de GRP 127 vind je hier: https://fromtheseatothelandbeyond.com/grp-127-tour-du-brabant-wallon/