Dag 5: Chirk – Llanymynech (14 km)

Chirk

Na drie dagen Llangollen kwam er alweer een einde aan mijn achtste verblijf hier. Het vertrek was een klein beetje in mineur. Het voor- en nadeel van reizen met moderne middelen is dat men het weer goed in de gaten kan houden. Wie de Hadrian’s Wall Path blog heeft gelezen, weet dat we totaal onwetend in een code oranje-wind hebben gewandeld. Deze keer was er een oranje code voor regen. Regen is erger dan wind. Er moest dus goed gewikt en gewogen worden.

Chirk  – Racecourse common (7 km)

Het voordeel was dat we hier beschikten over een lokale bron die het terrein kende en kon inschatten of code oranje ook daadwerkelijk iets betekende in weertermen. In onderling overleg werd de avond ervoor besloten om een stuk van de route te skippen. De wandelautist in mijn stierf een beetje (Ik word al lastig als ik een strook van 100 meter moet overslaan, laat staan 7 km), maar veiligheid voorop. En dus stonden we om half 9 klaar voor een lift richting Racecourse common, een paardenrenbaan uit de vroege negentiende eeuw, die vandaag in onbruik en verwilderd is.

289

Ik heb iets met paarden

Racecourse Common – LLanymynech (14 km)

Vanaf de renbaan gaat het doorheen een bos waar de dyke meermaals als metgezel fungeert. De bomen hebben er met de jaren hun weg opgevonden, maar de grote aarden ophoping is duidelijk te zien langs een redelijk groot traject in racecourse wood. Al heeft men wel de reisgids nodig om een duidelijk onderscheid te zien tussen de dyke en natuurlijke ophopingen die doorheen de eeuwen gevormd werden. De meeste kleine heuvels zaten in het eerste deel. Daarom is de 14 km die we toch nog kunnen doen niet meteen de meest boeiende.

298

De Dyke

Er zijn wel twee kleine heuveltjes, na de dorpjes Tyn-y-coed en Trefonen. Eerst is er de Moelydd, 285 meter, met een redelijk mooi panorama. Daarna is het eventjes dalen richting Nant-Mawr en Porth-Y-Waen. Na een oude spoorlijn, nu in ongebruik, gaat het naar de laatste en waarschijnlijk mooiste klim van de dag. Via een golfbaan kom je op Llanymynech Hill, met zijn 226 meter ook niet echt hoog, maar het is wel gelegen aan een oude kalksteengroeve, nu een natuurreservaat, met het soort geit waar men in de middeleeuwen al eens graag een duivelsfiguur uit puurde. Van daaruit is het afdalen naar Llanymynech zelf. Ook in dit dorpje bevinden zich nog restanten van de kalkeenindustrie, zoals een grote bakoven, zeker een bezoekje waard.

318

De nakende regen

Het eten

Voor de verandering een hamburger.

Het verblijf

Llanymynech lijkt te bestaan uit vier straten, maar telt toch 1700 inwoners. Uiteindelijk vonden we met het Cross Keys Hotel een degelijke, nette verblijfplaats om de regen, die pas later kwam, te trotseren.

Bijzonderheden

  • Llanymynech lijkt op zich niet zo moeilijk om uit te spreken, maar het is mij nooit gelukt. Integendeel, ik heb mening wenkbrauw doen fronsen met mijn uitspraak.
  • De grens tussen Wales en Engeland werd heel duidelijk door twee borden die je verwelkomden in beide.
  • De duivelse geit, QED.
315

Satan is watching you

Meer wandelingen op Offa’s Dyke Path vind je hier: https://fromtheseatothelandbeyond.com/wandelen-in-de-uk/offas-dyke-path-dag-per-dag/

Dag 4: Llangollen – Chirk (16 km)

Llangollen

Het is een gouden regel onder de wandelaars. Na een zware dag plan je best een kortere etappe in, zeker als je die luxe hebt. Na de onverwachte uitputtingsslag van de derde dag was er een relatief korte wandeldag gepland op dag 4. Aangezien we ’s avonds terug naar de hostel zouden gaan, konden we gewoon met een beperkte rugzak en alle tijd van de wereld genieten.

211

Op de Panorama Walk

Llangollen – Froncysyllte (7 km)

Na een korte klim richting Offa’s Dyke Path vanuit Llangollen begint de dag opnieuw zoals de vorige geëindigd was, langs de brede, geasfalteerde Panorama Walk. Het uitzicht is inderdaad mooi, al is asfalt natuurlijk minder aangenaam aan de voeten en zijn de passerende auto’s ook een (licht) storende factor in de zoektocht naar peis en vree. Gelukkig duik je al snel een bos in, meer bepaald Trevor Hall Wood.

Trevor Hall is een Victoriaans landhuis dat vandaag gedeeltelijk gebruikt wordt voor recepties en trouwfeesten. Het bos maakt deel uit van het domein, maar, zoals dat zo vaak gaat in het Verenigd Koninkrijk, is het wel toegankelijk door middel van een vast te volgen wandelpad. Het bos zelf is anders dan het gruwelijke Llandegla bos (zie dag 3) feeërieker, en herinnert de wandelaar er weer aan waarom J.R.R. Tolkien Wales gedeeltelijk als inspiratiebron nam voor zijn Midden-Aarde.

219

Wél een tof bos

Eens het bos uit ga je onder een tunnel en kom je via een poortje in een weide met paarden. Het is hier waar ik een van de diepere dierenconnecties uit mijn leven heb mogen ervaren, dankzij een kortstondige maar innige vriendschap met een paard. De selfie was al leuk, maar toen het dier het grootste stuk van de weide niet afweek van mijn zijde, had ik even het gevoel dat ik een echte paardenfluisteraar was. Helaas kwam het afscheid er snel aan. Na een korte middagpauze in Trevor, ging het naar Froncysyllte (alweer een makkelijke naam) waar het bekende (toch in het Verenigd Koninkrijk) aquaduct van de Schotse ingenieur Telford staat.

231

Vriendschap voor het leven

Froncysyllte – Chirk (9 km)

Hou je vast. Het aquaduct in Froncysyllte heet Pontcysyllte. Oorspronkelijk maakte het deel uit van een plan om de Severn in Shrewsbury te verbinden met de Mersey in Liverpool. Het aquaduct werd gebouwd in 1805. Maar de nodige middelen waren niet aanwezig om het hele traject af te maken en de komst van de trein zorgde ervoor dat ook het kanaal van Llangollen niet lang voor industriële doeleinden werd gebruikt. Het  is vandaag nog wel operationeel (bevaarbaar) maar dan eerder voor pleziervaarten. Af en toe zie je er ook nog de bekende bootjes die door paarden worden getrokken. Telfords aquaduct is wel het oudste en langste nog bevaarbare aquaduct van het Verenigd Koninkrijk en is met z’n 38 meter hoogte ook indrukwekkend.

Het pad volgt het kanaal een paar kilometer, tot je aan de zogenaamde Irish Bridge naar beneden moet en terug de groene weilanden intrekt. Het goede nieuws is dat er ook meer (of beter gezegd iets) van Offa’s Dyke te zien is.  In eerste instantie is het nog redelijk subtiel, maar na een tijdje is de aarden muur duidelijk waarneembaar. Na een stevig stuk dalen draait het pad rond Chirk Castle (zie onder), waar achter de omheining Offa’s werk te bewonderen is. Het is vanaf daar nog een half uurtje naar het eindpunt van de dag (Castle Mill) en voor ons nog twee kilometer naar het centrum van Chirk, waar ons een weerzien met familie en vrienden wachten.

249

Chirk Castle & Offa’s Dyke

Het eten

Heerlijke spaghetti bij Paul & Ruth, de Welshe volksdansvrienden van mijn ouders.

Dag erna naar Corn Mill, leuk restaurantje met zicht op de Dee.

Het verblijf

Llangollen Hostel was gedurende drie nachten onze uitvalsbasis, omwille van het feit dat mijn ouders op dat moment in het naburige Chirk bij Welshe vrienden zaten, waar de volgende wandeldag ons naartoe zou brengen, en we daarna nog een rustdag extra inplanden. Het was een leuke hostel, met goede faciliteiten.

Bijzonderheden

In Chirk ligt een van mijn favoriete (Welshe) kastelen, het gelijknamige Chirk Castle. Zowel vanbinnen als vanbuiten de moeite. Ook de kasteeltuin en het omliggende domein zijn aanraders, met bijzondere aandacht voor de poort en de legende van de rode hand.

269

Chirk Castle vanuit de kasteeltuin

De legende van de rode hand wil dat een stervende feodale heer niet wist welke van zijn zonen de oudste was. Hij besloot een race te organiseren en de eerste die zijn sterfbed met de hand zou aanraken zou zijn bezittingen en titel erven. Toen een van de zonen merkte dat hij de race zou verliezen, hakte hij zijn hand af en gooide het naar het bed. Vandaar dus de rode, bloederige hand die in de poort verwerkt zit.

Thomas Telford was in zijn tijd een groot ingenieur en bouwde naast kanalen en bruggen, tunnels en havens.

Meer wandelingen op Offa’s Dyke Path vind je hier: https://fromtheseatothelandbeyond.com/wandelen-in-de-uk/offas-dyke-path-dag-per-dag/

Dag 3: Clwyd Gate – Llangollen (23 km)

Clwyd Gate

In Clwyd Gate zelf is er niet veel te beleven, maar onze dag begint met enige vertraging. De enige accomodatie lag in Llanferes, enkele kilometers van de route. De eigenares van de Inn brengt ons dus ’s morgens, na een goed ontbijt, per auto naar het startpunt. Om de een of andere reden hebben we ’s morgens geen packed lunch gekocht en rekenen we er op dat onze parovita’s zullen volstaan. Een kapitale fout, zou later blijken. Op dat moment hebben we echter nog niets door. Vandaag verlaten we de Clwydian range en gaan we richting Dee valley.

153

De laatste loodjes van de Clywdian Range (en van mijn versleten rugzak)

Clwyd Gate – Llandegla

Het leeuwendeel van de Clywdian range werd op dag 2 getemd, maar dag 3 begint zoals de vorige geëindigd is. Het gaat nog even op en neer, langsheen Moel Gyw (467 meter), waarbij dat goede ontbijt van een half uur eerder een pretbederver blijkt bij het klimmen. De dag begint eerder mistig, met de wolken die maar net boven de heuveltoppen hangen. Na Moel Gyw volgen er nog twee, Moel Llanfair (447 meter) en Moel Y Plâs (440 meter). Daarna zijn alle Moels de revue gepasseerd en wordt er afgedaald naar Llandegla. Oorspronkelijk trekken de wolken weg, maar op het moment dat we het dorpje binnenwandelen gaan de hemelsluizen even open. Gelukkig is er een klein kerkje om te schuilen tot het ergste voorbij is. Het is nog maar pas middag en dus, zo schatten we, kunnen we nog gerust een uurtje wandelen vooraleer ons middagmaal te nuttigen, nadat we het plaatselijk bos hebben verlaten.

158

Verandering van landschap doet wandelen

Llandegla – Llangollen

Helaas. Het was sowieso al een lange dag en die werd nog eens verlengd door het gruwelijke bovenvermelde bos. Boosdoeners waren een brugje over een beek, een ietwat vaag kaartje en de afwezigheid van een paaltje om ons de juiste richting uit te wijzen. Het gevolg was dat we gedurende een uur in het bos (ver)dwaalden. Alle alternatieve paden werden genomen, net zoals diverse  scenario’s de revue passeerden over wat we best deden. Naar Llandegla en daar de bus naar Llagollen? Naar het mountainbikecentrum in het bos en daar een lift vragen? Gelukkig had ik nog een ingeving, eerder een wanhopige dan een weloverwogen gok, en ging ik over het brugje en wandelde nog een driehonderd meter verder dan de plek waar ik eerder was gaan kijken, et voila, het eikelsymbool van de wandelroute en een prachtig pad door de heide. Ondertussen waren we wel nodeloos moe en hadden we eigenlijk onvoldoende gegeten. Nochtans langeafstandswandeling 101.

183

Door de Welshe heide

Het pad bracht ons een goed half uur later naar een geasfalteerde weg. Daar zetten we ons even neer om alsnog te eten. Ondertussen was het weliswaar al half drie. De geasfalteerde weg is geen ideale ondergrond, maar het is wel de voorloper van de zogenaamde panorama walk, zo genoemd vanwege de geweldige uitzichten over de Dee vallei. En er volgen nog enkele hoogtepunten. Eerst is er de indrukwekkende rotsformatie World’s End. Maar dan moet het sublieme (in de Romantische betekenis van het woord) pas echt beginnen. De Eglwyseg crags zijn puinhellingen die op zich niet erg hoog liggen, maar het relatief smalle pad en de kale afgrond maken wel dat het voor een semi-hoogtevreesmens als ik eventjes spannend was. Gelukkig is het uitzicht en de setting formidabel.

196

Op de Eglwyseg crags

Eens voorbij de crags daalt het pad opnieuw naar een asfaltweg, dit keer wel degelijk de zogenaamde panorama walk. Fun fact, in onze trailblazer gids stond “Peacocks live here” en jawel, we wisten dat we op de juiste plek waren aangekomen door het hemelse geluid van enkele pauwen. Minder goed nieuws was wel dat Llangollen volgens onze gids nog ongeveer 1 uur wandelen verwijderd was en dat al onze proviand op was en we nog maar een klein beetje water over hadden. Wat later zagen we ons referentiepunt in de verte opduiken, de ruine van Dinas Brân. Onze lijdensweg was nog niet volledig gedaan. Er werd ons namelijk een bankje beloofd aan het punt waar we het pad zouden verlaten om naar Llangollen te gaan. Helaas was dit ingepalmd door een vrouw die met haar auto naar boven was gereden om van het uitzicht te genieten. Ik heb Sara nog net kunnen tegenhouden of er was een gevecht uitgebroken. Na toch eventjes te rusten, konden we het laatste stuk dalen en strompelden we het kleine stadje binnen, na een mooie maar nodeloos vermoeiende dag.

207

Dinas Brân

Het eten

De Dee Corner Cafe Bistro is gewoon een degelijke cafe bistro, waarbij de grote hamburger (met extra bacon) gelet op onze lijdensweg (die we onszelf dus een beetje hadden aangedaan) goed binnenging. Goede porties, leuke setting.

Het verblijf

Llangollen Hostel was gedurende drie nachten onze uitvalsbasis, omwille van het feit dat mijn ouders op dat moment in het naburige Chirk bij Welshe vrienden zaten, waar de volgende wandeldag ons naartoe zou brengen, en we daarna nog een rustdag extra inplanden. Het was een leuke hostel, met goede faciliteiten.

Bijzonderheden

– De “ll” wordt in het Welsh uitgesproken als een, tja, een shlj. Je kan het best proberen door de tong tegen de bovenste voortanden te zetten en vanonder de tong een sissend geluid te maken. Shljangoshljen, dus.

– De “w” is dan weer een oe. Eglwyseg wordt dus Egloeyseg.

– Trouwe lezers van mijn blog weten dat Llangollen de plaats is waar ik al het meest ben geweest in het buitenland. Zie hiervoor mijn ode aan Wales.

– Llangollen zelf ligt niet op de route, maar is de 2 km zijsprong meer dan waard. Naast de gezellige binnenstad heb je er ook nog de ruine van Dinas Brân, die je al van ver op het pad ziet en Plas Newydd, het huis van de ladies of Llangollen die onder andere the Duke of Wellington, Lord Byron en Sir Walter Scott over de vloer hebben gekregen.

– Dinas Brân betekent “kasteel van Brân”. Brân the blessed is een Welshe koning en een reus uit de mythen, waaronder de Middeleeuwse verhalencyclus de Mabinogion.

Meer wandelingen op Offa’s Dyke Path vind je hier: https://fromtheseatothelandbeyond.com/wandelen-in-de-uk/offas-dyke-path-dag-per-dag/

Dag 2: Bodfari – Clwyd Gate (18 km)

Bodfari

Offa’s Dyke Path gaat doorheen enkele area’s of outstanding natural beauty (AONB) en natuurparken. Het eerste is de Clwydian range, een reeks heuvels (met een maximale hoogte van 554 meter) met een bijzondere fauna en flora. Deze AONB is gekoppeld aan de Dee valley. Verder volgt het pad zuidwaarts de Wye valley. Clwydian range is ook de eerste van drie heuvelkammen, samen met de Shropshire hills en de Brecon Beacons. Genoeg om naar uit te kijken op deze tweede dag, dus.

097

Typisch kleurenpalet van de Clwydian Range

Bodfari – Moel Arthur

Vanuit de B&B is het meteen flink dalen naar het eigenlijke beginpunt. En dat is een beetje de blauwdruk van de dag. Stijgen – dalen – stijgen – dalen. Het is typisch aan de Britse wandelroutes dat dat stijgen en dalen vaak via de meest directe weg gebeurt en je dus serieus wat stijgingspercentages te verwerken krijgt. Gelukkig is het uitzicht altijd de moeite. De wandelroute is een opeenvolging van moels (heuvels), waarbij vaak langsheen de zogezegde schouder wordt gegaan. Je krijgt eerst de lange, trage en gestage tocht naar de Pen-y-Cloddiau (440) waar de restanten van een hill fort te vinden zijn (zeer goed verstopt). Vervolgens daal je stevig en kan je rusten aan een pittoresk bankje, vooraleer de Moel Arthur te temmen.

113

Rustpunt in de prachtige natuur

Moel Arthur – Llanferes

De tocht naar Moel Arthur is dan weer een goed voorbeeld van het recht omhoog principe. De opeenvolging van stijgen en dalen is, zeker met rugzak, geen evidentie, maar het is uiteindelijk een kleine 20 km en bij goed weer kan je genoeg pauzes nemen om uit te blazen. Ook je stijgingstechniek kan verschillen. Ikzelf ga graag in een ruk naar boven om daar uit te hijgen, mijn vriendin is meer van het principe dat je beter pauzes inlast. Uiteindenlijk kom je wel terecht op Moel Arthur (455 m).

115

Op en neer

Vooraleer je de hoofdschotel van de dag krijgt, moet je nog langs twee heuvelschouders wandelen. Moel Llys-y-coed is 465 meter hoog, Moel Dywyll doet daar nog 7 meter bij. Het mag ondertussen wel duidelijk zijn dat het geen kwestie is van gewoon 7 meter stijgen. Je zakt meestal enkele tientallen meters om er dan opnieuw ietsje meer bij te doen. Goed voor de conditie en de honger. En de hoofschotel? Dat is Moel famau, met zijn 555 meter het hoogste punt van de dag en het noordelijke deel van Offa’s Dyke, het deel dat wij uiteindelijk zouden doen. Van ver zie je al de karakteristieke jubilee tower (zie onder), maar omdat het pad kronkelt, lijkt het lange tijd niet dichterbij te komen.

121

Moel Famau in de verte.

Moel Famau is een ideaal punt om nog even te rusten en een blik te werpen op de glooiende heuvelruggen die de revue gepasseerd zijn. Van daaruit is het via een groot eenvoudig pad dalen naar de parking (langswaar de meeste mensen komen). Normaal gezien volgt er nog een heuvel Foel Fenlli op 511 meter, maar omdat er enkel accomodatie is in het naburige dorpje Llanferes is het aan de parking linksaf draaien en nog een goede 3 kilometer wandelen, op een autoweg tussen de naaldbomen.

Het eten

The Druid Inn is een standaard Inn. Ze hebben wel (anno 2015) een weekmenu met elke dag een andere schotel. Ik ging dan ook met plezier voor de curry, die gelet op het feit dat je het in een gehucht in Wales eet, best lekker was. Het zat er in ieder geval vol met locals, wat doorgaans een goed teken is.

Het verblijf

The Druid Inn is de beste optie in de buurt. Je moet wel het pad wat vroeger verlaten en de volgende dag vraag je best een lift naar het pad (waar je evenwel 5 pond extra voor betaalt), maar de kamer is goed en je hebt meteen ook avondeten en packed lunch voor de volgende dag (opnieuw 5 pond per persoon).

Bijzonderheden

– In 1810 besloot men op Moel Famau, het hoogste punt van de Clwydian Range, een monument te bouwen voor het gouden jubileum van George III. Bedoeling was om er een obeliskvormige toren te zetten. Door gebrek aan geld werd het nooit afgewerkt en in het midden van de 19de vernielde een storm ook nog eens een deel van de incomplete toren. Daarom is de Jubilee Tower vandaag zo’n eigenaardig monument.

125

– Moel betekent “Kale heuvel” in het Welsh. Moel Famau betekent “Hill of the mothers.”

– Een packed lunch kost meestal 5 pond en bevat (per persoon) twee boterhammen, een koek, een halve liter water, een appelsapje, een zakje chips (een belangrijk bestanddeel van de Engelse maaltijd) en soms ook nog een granola bar. Het is handig omdat er op vele plekken waar je komt geen winkel is in de nabijheid.

Meer wandelingen op Offa’s Dyke Path vind je hier: https://fromtheseatothelandbeyond.com/wandelen-in-de-uk/offas-dyke-path-dag-per-dag/

Dag 1: Prestatyn – Bodfari (21 km)

Van noord naar zuid

Zoals in de korte introductie al gezegd, gaat deze blogreeks over ongeveer de helft van Offa’s Dyke Path en wordt er van Prestatyn in het noorden zuidwaarts getrokken richting Knighton. Dit had vooral te maken met praktische overwegingen. Men geraakt in Prestatyn via een bescheiden treinreis. Eerst vanuit Brussel-Zuid naar Londen St. Pancras en vervolgens van Euston naar Prestatyn via Chester. Deze binnenlandse treinrit bestrijkt 2 uur en 40 minuten, wat in principe nog goed meevalt. Het is ideaal om alvast in te lezen over de reis en te genieten van het steeds groener en heuvelachtiger worden van het landschap.

Prestatyn: kuststadje met Victoriaanse charme

Prestatyn zelf is een van de Welshe kuststadjes die populair waren als resort in de victoriaanse periode (zoals onder andere ook Llandudno). Vandaag trekt het ook best nog wat volk aan. Met de jaren werd het echter zo populair dat er heuse holiday camps kwamen. Hoe dichter bij de zee, hoe minder charmant de huizen worden. Een kilometer verwijderd van de promenade worden de residenties al exclusiever, en aan het begin van de wandeling wordt de invloed van de victoriaanse badgast duidelijker. Om de eerste dag met volle maag en goede moed aan te kunnen vatten, overnachtten we in Prestatyn zelf, in de B&B Plas Ifan, met een mooie kamer en een goed ontbijt.

030

Bijzondere koepel met zicht op Prestatyn

Prestatyn – Rhuallt (13 km): klim en uitzicht

Na het verlaten van de zilte zeelucht en de drukte van de promenade begint meteen het echte avontuur: een stevige klim richting de Bryn Prestatyn Hillside. Het pad kronkelt tussen felgele gaspeldoorns en wuivende varens, die zich al snel tot een groene muur opstapelen. Terwijl je omhoog hijgt, wordt het uitzicht steeds indrukwekkender: het kuststadje wordt kleiner, de zee strekt zich uit tot aan de horizon en verderop rijzen de windmolens statig op in de frisse zeewind.

Na slechts vijfhonderd meter wordt duidelijk dat deze route pittiger is dan Hadrian’s Wall – geen zachte glooiingen, maar een echte klim die je benen laat voelen dat ze aan het werk zijn. Voorbij de struiken opent zich een weids landschap van levendig groene weiden, grazige velden en kleurrijke heilanden. De lucht boven je is helderblauw, en in dit moment lijkt heel Wales zich te ontvouwen: ruig, fris en vol leven.

042

Blauwe lucht, groene velden

Rhuallt – Bodfari (8 km): dieren, poortjes en smalle paadjes

Rhuallt is een piepklein dorpje met een gezellige pub en een handjevol huizen — niet echt een plek om lang te blijven hangen. Dus zetten Sara en ik onze tocht voort, het landschap in, waar de velden steeds meer worden bevolkt door koeien, schapen én onverwachte bewoners. Tot onze verrassing stonden we oog in oog met een duo nieuwsgierige alpaca’s, die ons met hun vreemde snuit en zachte gegrom bijna deden twijfelen of we wel écht in Wales waren.

058

Wales: meer dan gewoon wat schapen

Verder slingert het pad langs groene heuvels, door kleine poortjes en over stiles — die typische trapjes waarmee je muurtjes overklimt. Af en toe duikt er een charmant architectonisch detail op, zoals het knusse kerkje van St. Bueno. Dan volgt weer een klimmetje, tot het pad opeens zo dicht begroeid is met varens dat het bijna onvindbaar wordt. Met onze armen omhoog en een stevige duw hier en daar weten we ons toch een weg door de groene massa te banen.

Deze eerste kilometers blijven qua hoogteverschil nog redelijk bescheiden, maar wat Offa’s Dyke Path zo kenmerkt, is dat het voortdurend op en neer gaat — en niet via zachte bochten, maar recht omhoog en omlaag. Aan het eind van deze passage nemen we een welverdiende pauze: languit in het gras, genietend van het uitzicht en de rust om ons heen.

080

A hill with a view

Na een laatste stevige klim, waarbij onze knieën toch wel even protesteerden, volgt nog een steile klim van zo’n driehonderd meter naar onze eindbestemming: Bodfari. Deze eerste wandeldag blijft me bij als een memorabele start. De zee ligt nu achter ons, terwijl voor ons de echte uitdaging wacht: de imposante Clwydian Range.

Het eten

Zoals het zo vaak gaat met kleine dorpjes was er ook in Bodfari een beperkte keuze. Wij gingen naar The Downing Arms, alwaar wij ons naar goede gewoonte trakteerden op een hamburger en een goede pint bier. In het heengaan maakten we de fout via de nogal drukke weg te gaan, in het teruggaan konden we echter rekenen op het advies van een local, zodat we een veilige maar wel vermoeiende binnenweg konden nemen.

Het verblijf

Het vinden van een verblijf in Bodfari bleek een uitdaging. Twee B&B’s uit onze reisgids waren inmiddels gesloten, omdat de eigenaars ermee stopten. Een andere was tijdelijk dicht door het overlijden van de moeder die mee de B&B runde, en weer een ander was volgeboekt vanwege een bruiloft. Gelukkig vonden we een plekje bij Llety’r Eos Ucha, gerund door Ian Priestley (niet te verwarren met Ian Paisley…), een lokaal gemeenteraadslid met een gastvrije glimlach. De kamer? Ruim, comfortabel en precies wat we na zo’n dag nodig hadden.

Bijzonderheden

 – De ll (dubbele l) wordt in het Welsh uitgesproken als een slj waarbij je als een lama door je tanden blaast.

– Toeval wil trouwens dat ook we ook echt lama’s tegenkwamen onderweg. En toeval wil dat die het wel degelijk leuk vonden naar ons te blazen.

– De start van Offa’s Dyke Path heeft zijn eigen sculptuur dat verwijst naar zowel “het begin” als “het einde” voor elke wandelaar dus wat wils.

019

Het monument aan de start/einde van de trail

– De traditie wil dat je je schoen nat maakt in de zee en een schelp meeneemt vanuit Prestatyn en die op het einde in Severn het water ingooit.

Meer wandelingen op Offa’s Dyke Path vind je hier: https://fromtheseatothelandbeyond.com/wandelen-in-de-uk/offas-dyke-path-dag-per-dag/

Dag 2: Heddon-on-the-wall – East Wallhouses (10,5 km)

Heddon-on-the-wall

Dag 1 had ons, mede vanwege een gebrekkig oriëntatievermogen, uiteindelijk een dagtocht van 27 km opgeleverd. Aangezien de Hadrian’s Wall Trail onze eerste langeafstandswandeling was, hadden we met het oog op een mogelijks slecht recuperatievermogen besloten om op dag 2 meteen een gezapige overgangsetappe in te lassen. Van Heddon-on-the-Wall naar East Wallhouses (toponiemen met Wall zijn in trek) is het uiteindelijk maar 10,5 km. Het gaf ons de mogelijkheid om wat langer te slapen en rustig van het uitgebreide ontbijt te genieten.

We hadden bijgevolg tijd genoeg om ons eerste stuk muur de nodige aandacht te schenken die het verdient. Het is namelijk een half mirakel dat er restanten van die lengte op deze plek te vinden zijn. In de meest bevolkte gebieden gebruikte de lokale bevolking de stenen namelijk voor het bouwen van huizen, kerken en andere constructies. Ook is de drukke B6528, die een hele tijd parallel zal lopen met de wandelroute, maar enkele meters van deze site verwijderd. Enkele eeuwen daarvoor liep de Military Road hier, die een snelle verbinding tussen Newcastle en Carlisle moest verzekeren. Het zijn allemaal factoren die er op andere plekken voor zorgden dat er niets van archeologische waarde overbleef.

Hier is echter een stuk muur met een lengte van maar liefst 125 meter te vinden. Het is ook bijzonder omdat het een beeld schept van hoe de Romeinen de muur aanvankelijk vorm wouden geven. In Heddon-on-the-Wall vindt men namelijk brede funderingen én een brede muur. Door het extra werk dat dit opleverde werd hier na een tijdje van afgestapt. Op andere plekken kan men dit zien doordat een smalle muur op brede funderingen werd gebouwd. Er is hier eveneens een restant van een oven, waarschijnlijk bijgebouwd in de vroege middeleeuwen. Het heeft letterlijk wat voeten in de aarde gehad, maar dag 2 begon meteen met een historische sensatie.

DSC04296

Het eerste “stukje” muur

Heddon-on-the-Wall – Harlow Hill (6,6 km)

De urbane industrie- en recreatieterreinen lagen vanaf dag 2 finaal achter ons. Nu waren het weiden, akkers en glooiingen die het landschap domineerden. Dit betekende ook meteen dat we konden rekenen op het gezelschap van schapen, veel schapen. Doorgaans zijn deze aimabele dieren schichtig en is het aaien ervan een heuse opgave. De schapen in Heddon-on-the-Wall en omstreken bleken echter zeer sociaal en hun vertrouwen in de wandelaars oneindig. Een schaap probeerde zelfs verlekkerd wat zonnecrème op te likken. Misschien was het gewoon een gekke kudde. Onze ontmoeting met de sociale, licht psychotische dieren vond plaats op de site van Vindovala. Van het fort zelf is niet veel te zien. De grond is in het bezit van de gemeente, maar plannen om de site op te graven zijn er voorlopig nog niet.

DSC04303

Romeins fort, Engels schaap en Oudenaardse deerne

Harlow Hill – East Wallhouses (3,9 km)

Vanaf Harlow Hill, met het gedeeltelijk uit Hadrian’s wall-stenen opgetrokken kerkje, is het nog maar een kleine 4 km naar de eindbestemming van de dag, het illustere East Wallhouses met de befaamde Robin Hood Inn. De volgende noemenswaardige tussenstop is het Witthledene Reservoir’s Great North Lake. Door een continue wateraanvoer vriest dit meer zelden toe, waardoor het het hele jaar door een aanrader is voor vogelspotters. Het waterreservoir en natuurreservaat huisvest 190 soorten vogels, herten, marters, wolmuizen, eekhoorns en nog talrijke andere dieren. Sara en ik zagen… 2 zwanen. Het is echter wel een gezellige plek om te picknicken. Een goede kilometer verder bevindt zich reeds de eindbestemming van de dag, East Wallhouses, met de Robin Hood Inn én de Vallum Farm.

DSC04315

A picknick with a view

Het eten

We aten in de Robin Hood Inn. Ikzelf nam de heerlijke chicken breast, gerold in ham met geitenkaas en chorizo. Toegegeven, het is niet meteen kost dat je in de gemiddelde Vlaamse brasserie op de kaart zou terugvinden. Sara opteerde voor een klassiekere, maar daarom niet minder lekkere pastaschotel. Het hoofdgerecht was zeer te pruimen, vooral met een goede pint lokaal bier. Het voorgerecht was echter iets minder succesvol. De pepertjes waren simpelweg in stukken gehakt, zonder pitjes te verwijderen. Geen enkele dipsaus is tegen zulks pikant salvo bestand.

Het verblijf

De Robin Hood Inn is voor Hadrian’s hikers haast even monumentaal als de muur zelf. De roots van de pub liggen in 1752. Het heeft dan ook alles en meer dan wat je van dit soort historisch etablissement kunt verwachten, zoals een rustiek interieur, veel bier en een leuke naam met dito uithangbord. De kamer was relatief rudimentair, maar zeer ruim.

Bijzonderheden

– Henry Stedman, auteur van onze reisgids, was over weinig zaken zo duidelijk als over de kwaliteit van de lemon drizzle cake in Vallum Farm. Hij beschreef deze als volgt:

As for the food, I can personally recommend the scones, and it can only be a matter of time before hymns are being written and sung in praise of their lemon drizzle cake.

Toegegeven. De Lemon drizzle cake van Vallum Farm was zeer lekker.

Meer wandelingen op Hadrian’s Wall Path vind je hier: https://fromtheseatothelandbeyond.com/wandelen-in-de-uk/hadrians-wall-path-dag-per-dag/?frame-nonce=56df28e8a9

 

Hadrian’s Wall Path: Een korte samenvatting

De wat van Hadrianus?

De Romeinen slaagden er in om een succesvolle invasie van de Britse eilanden te organiseren. Maar daar waar de greep en invloed op het zuidelijke deel van het land relatief eenvoudig werd geconsolideerd, lagen de zaken in het noorden anders. De wilde stammen in Caledonië, het huidige Schotland, waren allesbehalve welwillend en talrijke militaire campagnes later moesten de Romeinen constateren dat het gebied er een van onrust en continue dreiging bleef. Domitianus was de eerste keizer die door middel van het opleggen van een grens probeerde om de Romeinse bezittingen in Engeland veilig te stellen. Deze afbakening lag oorspronkelijk hoger, tot zelfs aan de voet van de Highlands, maar door het systematisch terugtrekken van Romeinse troepen, werd steeds zuidelijker afgezakt.

Trajanus besloot nog verder geografisch te zakken, zodat de grens de belangrijke handelsroute tussen Corstopitum (Corebridge) en Luguvalium (Carlisle) zou beschermen. Hij gebruikte deze barrière ook als een lanceerplatform voor nieuwe aanvallen tegen de verschillende stammen. Hadrianus, zijn opvolger, had vooral defensieve intenties. Hij koos ervoor om de grenzen te versterken met het bouwen van een muur, die verder reikte dan de Stanegate-handelsroute. De ambitie van de keizer was om van de ene kust naar de andere te gaan. De bouw begon in 122 na Christus.

De muur zelf was op de meeste plekken zes meter hoog en drie meter dik en het materiaal en de kwaliteit was vaak afhankelijk van de plaats waar een bepaald stuk gebouwd werd. Aan de noordzijde van de muur werd eveneens een gracht gegraven die het de Caledoniërs extra moeilijk moest maken om de muur, en dan vooral de overzijde, te bereiken. Op sommige plekken werd deze gracht vervangen door natuurlijke barrières, zoals de kliffen in het middelste gedeelte van de grenslijn. Er werden ook 80 milecastles gebouwd, met een voorziene capaciteit van 32 soldaten, met daartussen telkens twee uitkijktorens. Later werden er ook nog 16 forten aan toegevoegd, waar ruimte was voor 500 tot 1000 man.

Aan de zuidelijke kant werd enkele jaren later ook nog een vallum gebouwd, een  constructie bestaande uit twee aarden muren van 3 meter hoog en een gracht van 3 meter diep. Aangezien het aan de Romeinse kant van de muur lag, had het naar alle waarschijnlijkheid geen defensieve waarde, maar was het een barrière tussen de zuivere militaire zone en de handelsposten en nederzettingen die ten zuiden van de vallum lagen. Gewone burgers wisten dus dat ze op deze plek niets te zoeken hadden. Antoninus Pius, de opvolger van Hadrianus, zou tien jaar na het einde van de constructie van diens muur opnieuw proberen om de grens naar het noorden te verleggen en bouwde zijn eigen Antonine Wall.

Een wandelroute?

De wandelroute zelf is een 135 km-lange national trail die loopt van Wallsend (tegen Newcastle) in het oosten naar Bowness-Upon-Solway in het westen (of omgekeerd) en dus wel degelijk van kust naar kust. De totstandkoming van deze route had haast evenveel voeten in de aarde dan de constructie van de oorspronkelijke muur. Gezien de aard van het landschap, met diverse onopgegraven archeologische schatten, was het een huzarenstukje om de wegmarkeringen aan te brengen. Bij elk paaltje dat in de grond werd geklopt moest namelijk een archeoloog aanwezig zijn, die moest inschatten of de integriteit van het werelderfgoed niet werd aangetast, en of er niets van historische waarde werd vernietigd. De wandelroute werd na 10 jaar voorbereidend werk in gebruik genomen. De muur zelf was op 6 jaar gebouwd.

De wandeling van oost naar west levert de bescheiden avonturier een hele resem aan ervaringen op. De (amateur-)historicus kan zich niet enkel tegoed doen aan de muur zelf, de forten en milecastles incluis, maar even goed aan de Victoriaanse glorie van Newcastle, de handelsnederzetting Hexham of Lanercost Priory, een ruïne met een zeer rijke geschiedenis. Maar daarnaast is de natuurlijke schoonheid een extra troef. Van de rustige oevers van de Tyne gaat het naar het glooiende Northumberland, dat via  kliffen en venen overgaat in het rurale Cumbria, om ten slotte te eindigen aan de Ierse Zee. Deze blog probeert een impressie te geven van datgene wat Hadrian’s Wall Path te bieden heeft, met voldoende aandacht voor geschiedenis, natuur, cultuur en infrastructuur.