Etappe 7: Sleen – Coevorden (21 km)

🥾 Terrein:

Afwisseling van bospaden, zandwegen en veel asfalt. Grote stukken langs kanalen: Jongbloedvaart en Verlengde Hoogeveensche Vaart. Laatste stuk grotendeels onverhard. Weinig zitgelegenheid onderweg, zeker voor rustige lunch.

🏰 Bezienswaardigheden:

  • Bruggetjes over de vaart (voor wat variatie)
  • Waarschuwingsbord voor een gevaarlijke buizerd
  • Klein Joods kerkhof
  • Plopsa Indoor met gigantische Maya de Bij
  • Watertoren van Coevorden
  • Park bij aankomst in Coevorden

Afstand & duur:

21 kilometer, vrij veel verhard wat effect heeft op tempo, maar iets meer dan dagdeel wandelen.

⛰️ Zwaartegraad:
Gemiddeld door lange rechte stukken asfalt en wat monotone omgeving

Oordeel: 2/5

Deze ochtend geen ontbijt maar wel 2 koffiekoeken (voorverpakt) uit de Albert Heijn (sorry voor de product placement). Om 9 uur namen we de bus naar Sleen. De buschauffeur dacht dat ik naar Zweden wilde. Om maar te zeggen dat een gedeelde taal geen garantie is op vlotte communicatie. Om kwart na 9 konden we dus starten aan de derde etappe, de eerste met mijn compagnon.

Slenteren langs het kanaal

Vandaag zou het een dag zijn met een wat monotoner karakter, met een stukje zandweg, waar we Mish, de Australische Pieterpatter die ik gisteren had ontmoet, al snel opnieuw tegenkwamen. Zij wandelde de hele dag met ons mee. Dat hielp ongetwijfeld voor alle partijen om de wat saaiere stukken te animeren. Het gesprek ging dan weer wel alle kanten uit. Van Australië, tot wandelavonturen, tot de politieke toestand van Europa en Australië, maar even goed het eurovisiesongfestival.

Twee kanalen en een hoop asfalt

Na een stuk bospad, ging het dus naar het water, meer bepaald naar de Jongbloedvaart. Een groot stuk was, zoals al gezegd, langs een zanderig pad, wat nog aangenaam wandelen was. Maar daarna volgde een stuk asfalt langs de Verlengde Hoogeveensche vaart. Er werd af en toe van kant gewisseld via een brugje. Het moest zorgen voor een klein beetje afwisseling.

Daarna passeerden we enkele plekjes, zoals Holsloot, Den Hool en Dalerveen, waar de hoop op een picknickbankje de kop werd ingedrukt en we uiteindelijk onze lunch moesten nuttigen op een stukje gras naast de weg.

Een klein beetje beterschap

Het deel daarna zou opnieuw voor een groot stuk over asfalt lopen. Al waren er wel wat opvallendheden. Zo was er een waarschuwingsbord dat alludeerde op een gevaarlijke buizerd. Gelukkig geraakten we ongedeerd aan de overkant. Verder was er nog een klein Joods kerkhof en een Plopsa Indoor center met een reuzegrote Maya de Bij.

Het laatste stuk was grotendeels onverhard, maar de zon was inmiddels zo hard aan het schijnen dat ook dat heel erg pittig was. Daar moest nog wat extra asfalt naast de Stieltjes kanaal aan toegevoegd worden. Eens in Coevorden werd het leuker. Zo arriveerden we in het park en langs een mooie watertoren. Niet veel later werden we beloond op een terras met wat verfrissend bier en bitterballen. Een half uur later begon het te regenen. Even ontsnapt dus!

Stress bij het avondeten

Het avondeten was bijzonder. Tussen twee rokende Polen en een lange wachttijd in besloot mijn smartphone om even de geest te geven. De hamburger was gigantisch waardoor een dessert niet meer aan de orde was. Misschien zaten de nacho’s, ter ere van de derde wandeldag, er nog voor iets tussen. We verbleven in Fletcher hotel Kasteel Coevorden. Helaas betekende dat geen verblijf in het kasteel zelf, maar wel in een bijgebouwd. Maar met een ruime en nette kamer hadden we niet veel te klagen.

Meer wandelingen op het Pieterpad vind je hier: https://fromtheseatothelandbeyond.com/het-pieterpad/

Etappe 6: Schoonloo – Sleen (23 km)

🥾 Terrein:
Overwegend bosrijk, met stukken over zanderige paden, veldkeien (flinten) en later langere stukken asfalt. Vooral boswachterijen Schoonloo en Sleenerzand vormen de ruggengraat van deze etappe. Paden soms oneffen of hard, maar goed begaanbaar. Een aantal kortere uitstapjes richting natuurgebieden zoals De Kijl en de Papeloze Kerk zorgen voor afwisseling.

🏰 Bezienswaardigheden:

  • Oranjekanaal met pittoresk bruggetje
  • De Papeloze Kerk (gerestaureerd hunebed)
  • Monument Bertje Jans & Toos Goorhuis-Tjalsma
  • Grafheuvel in Sleenerzand
  • Oorlogsmonument (neergestort vliegtuig)
  • Centrum van Sleen met terrasjes
  • Emmen: marktplein, Wildlands zoo in de buurt van het hotel

Afstand & duur:
Redelijk lange dagetappe, vooral door de combinatie van bos en een stevig slotstuk van ± 4 km asfalt. Start rond 9u, eindstation Emmen bereikt in de vooravond.

⛰️ Zwaartegraad:
Gemiddeld. De veldkeienpaden zijn fysiek zwaarder en mentaal vermoeiend, maar verder nergens uitgesproken lastig. De lange rechte stukken vragen wel om doorzettingsvermogen en een mentaal duwtje.

Oordeel: 3,5/5

Aangezien ik alleen in het hotel verbleef, trakteerde ik mijzelf op een ontbijtbuffet, dat deed wat het moest doen, namelijk zorgen voor een goede start. En ook ervoor zorgen dat ik genoeg at voor een goede doorstart. Uiteindelijk kon ik de bus nemen om 8u32 en om iets voor 9 stond ik aan de grote steen in het centrum van Schoonloo, mij alweer in te smeren met zonnecrème.

Een jojo-start

Vanuit Schoonloo ging het al snel opnieuw het bos in. Ik was samen vertrokken met twee oudere mannen, die in het begin op hun stappen waren teruggekeerd omdat ze het pad niet vonden, en daarbij werden geholpen door een blonde vrouw. Door hun dagrugzak (en vooral de vergelijking met mijn iets gewichtigere tegenhanger) wandelden we min of meer op hetzelfde tempo, waardoor er al eens een zogenaamde jojo werd gedaan. Wanneer ik de twee metgezellen passeerden, maar even later even moest stoppen om bv. mijn fleece uit te doen, werd ik ingehaald. Het zou even duren voor ze definitief uit beeld verdwenen.

Werklozen maken het moeilijk

Het grootste stuk ging opnieuw door een bos. Dit deel in de boswachterij van Schoonloo werd in de jaren 20 opnieuw onder handen genomen. De heide werd omgespit en er werden bomen geplant. Wat iets minder aangenaam was, was het feit dat men toen ook het bospad verharde met veldkeien (zogenaamde flinten). Het was ongetwijfeld een nobel initiatief, maar voor de wandelaar zijn de kasseien wat minder aangenaam. Zoals een renner tijdens Parijs-Roubaix, besloot ik het grootste stuk op de dunne aarden strook te wandelen.

Vooraf waren er enkele gebieden die op mijn kaartje in de gids enig potentieel hadden. Maar zowel de Tweelingen als de Meeuwenplassen waren korte stukjes waar je niet echt door het stukje natuur kon of ging. Maar er was ook een kort maar krachtig lichtpuntje, namelijk het kleine natuurgebied De Kijl, een restant hoogveen en natte heide met vennen. Er werd op voorhand gewaarschuwd voor eventuele intimiderende grazers, maar de Schotse hooglanders waren nergens te bespeuren.

Oude en nieuwe monumenten

In het tweede stuk volgde enkele ingrediënten die het geheel eigenheid gaven, naast het vele boswandelen. Dat begon met een klein maar mooi bruggetje over het Oranjekanaal. Het was een korte tussenpauze om daarna weer naar bos te gaan, meer bepaald de boswachterij Sleenerzand, wat duidelijk maakte dat ons eindpunt naderde.

Na een tijdje botste ik op een monument (een rare steen), ter ere van Bertje Jans en Toos Goorhuis-Tjalsma, de bedenkers van het Pieterpad. Maar het hoogtepunt van deze etappe lag niet op het Pieterpad zelf, maar wel op een goede 400 meter van het pad. De Papeloze Kerk is een gerestaureerd hunebed. Het was een ideale lunchplek van de dag. Even verder was er ook nog een grafheuvel. Prehistorische sensaties alom.

Ontmoeting op het asfalt

Wat nog restte was een goede 3 kilometer door het bos, met na een tijdje een oorlogsmonument voor een neergestort vliegtuig, en dan 4 kilometer asfalt naar eindbestemming Sleen. Daar geraakte ik aan de praat met de Australische Mish. Ze had op de Camino Primitivo de tip gekregen op het Pieterpad te wandelen. Dat en het feit dat ze familie in Nederland had, maakte dat ze helemaal Down Under kwam om in Nederland van noord naar zuid te wandelen. De leuke babbel zorgde ervoor dat de kilometers op het asfalt snel voorbij gingen.

Sleen en Emmen

Na de wandeling misten we net de bus. Daardoor werd een verfrissende drank genuttige op een leuk Sleens terrasje. Aan de bushalte maakte ik ook nog kennis met Josh, een ingenieur uit Wisconsin die al anderhalf jaar in Nederlande woonde. Hij deed het Pieterpad in stukjes. Het was ergens bijzonder dat deze globetrotters kozen voor het Pieterpad, al had ik natuurlijk zelf ook gekozen voor dit pad.

De bus voerde naar Emmen, waar ik een hotel vlakbij de lokale zoo Wildlands had geboekt. Het was een leuk plekje met een groot marktplein. Door het goede weer zaten de terrasjes vol. Na een snelle hap, een vegetarische wrap, pikte ik om 9 uur mijn compagnon op aan het station, waar de plaatselijke jeugd bezig was om plaatselijke jeugddingen te doen, zoals in het beste geval een kinderstep uitproberen en in het minder goede geval mij proberen te lonken om mij waarschijnlijk drugs aan de man te brengen. Daarmee eindigde ook mijn tweedaagse waarop ik op mijn eigen gezelschap was aangewezen. Het viel beter mee dan verwacht.

Meer wandelingen op het Pieterpad vind je hier: https://fromtheseatothelandbeyond.com/het-pieterpad/

Etappe 5: Rolde – Schoonloo (19 km)

🥾 Terrein:
Afwisselend terrein met vlakke stukken over voormalige spoorlijnen, smalle bospaadjes, en een bijzonder zompige passage door het Meindersveen. Eerste deel was vooral open landbouwgebied, later werd het bosrijker, met een kort maar modderig veengebied als hoogtepunt. Eindigde met een relatief saai stuk asfalt richting Grolloo.

🏰 Bezienswaardigheden:

  • Twee mooie hunebedden bij de kerk van Rolde
  • Andersche Diep, met vernieuwd bruggetje
  • Het Meindersveen: nat, modderig, maar de moeite
  • Kort stukje heide: Grolloërveld
  • Centrum van Assen met de Brink

Afstand & duur:
Start iets voor 13u in Rolde, aankomst aan busstation Assen in de vooravond. Matige etappe qua lengte.

⛰️ Zwaartegraad:
Gemiddeld. Geen grote hoogteverschillen, maar zompige stukken, warme temperaturen, en het lange asfaltstuk richting het einde vroegen mentaal doorzettingsvermogen.

Oordeel: 4/5

Treingerelateerde avonturen

Door een onvoorziene omstandigheid bij mijn reisgezel, werden de wandelplannen enigszins gewijzigd. Ik zou namelijk de eerste twee (van de vijf) wandeldagen alleen afleggen. En dat betekent dus ook dat ik de relatief lange reisweg op m’n eentje moest trotseren. Daarnaast had ik, door de toen nog voorspelde regen, de twee campings ingeruild voor een iets comfortabelere hotelkamer.

De treinrit was voldoende eenduidig en op papier waren er geen obstakels te verwachten. Via de Eurostar ging het van Brussel naar Schiphol. Mijn Aziatische buurvrouw claimde voor een groot deel de buitenzijde en deed dat al slapend met haar hoofd op het uitklapbaar tafeltje, waardoor ik zonder drank en vertier zat ingesloten. In Schiphol zelf werd er dan weer veel gewandeld, maar duidelijk niet door wandelaars, zo toonde de vele tokkelende en daardoor botsende reizigers. Van hieruit ging het met de trein naar Assen.

Aan het station van Assen voltrok zich opnieuw een bijzonder tafereel. Een groep rekruten van het leger ging naar huis voor het weekend. De selectie was wel enigszins bijzonder. Ze waren allemaal nogal verslingerd aan sigaretten (de echte, zelfs niet de vape-variant). Ook was er een nogal luide jongen met blonde middenstreep die overtuigend Killing in the Name Of van Rage Against the Machine zong. Geen idee of hij de ware betekenis van de tekst kende, maar goed is anders.

Terug naar Rolde

Ook de busrit was even verwarrend. Ik kende de liefde voor het pinnen al. Maar de buslijn had nu ook een systeem waarmee je makkelijk in- en uit kon pinnen met je bankkaart i.p.v. dat je nog een ticket moest kopen. Handig! Maar mijn onwetendheid kon niet op mededogen rekenen van de nogal assertieve en korte buschauffeur.

Om 10 voor 1 kon ik dan eindelijk terug oppikken waar ik vorig jaar, samen met mijn compagnon, was gestopt. Om weliswaar meteen terug van het pad te gaan want er was al meteen zij-vertier voorzien. Vlakbij de kerk van Rolde lagen namelijk twee mooie hunebedden te wachten. Het was hier ook meteen raak voor een gesprek.

Op een bankje zat een oudere vrouw te rusten naast haar fiets. Ze vroeg of ik ook een pad ‘liep’. Ze had zelf een stuk Pieterpad gewandeld, maar was gestopt door een verouderde gids. Ook gaf ze een handige tip mee, namelijk het concept van “Vrienden op de fiets”, waar je bij gastgezinnen kon logeren. Interessant. En de hunebedden zelf waren erg knap!

Een aarzelende start

Het eerste deel voerde over een lang stuk voormalige spoorlijn. Het was leuk genoeg wandelen en het uitzicht was ook best aangenaam, hoewel eerder doorheen velden, weiden en akkers. Het werd al iets leuker in het Andersche Diep, een natuurgebied met na een tijdje een smal, kronkelend pad. In de gids werd nog een stukje avontuur beloofd via een geïmproviseerd bruggetje met touw, maar er was inmiddels al een volwaardig houten brugje over de beek gezet.

Daarna volgde een heel lang stuk door bosgebied. Af en toe deed het denken aan soortgelijke dagen op de Chemin de Stevenson, de GR 70 in de Cevennes. Dat werd nog versterkt door het feit dat er heel wat insecten waren, inclusief mugjes, die rond de eenzame wandelaar verzamelde. Bij het doodkloppen van een ervan plensde er zelfs bloed op mijn been (hopelijk dat van mij…)

Venig vertier

Gelukkig was er ook nog een bijzonder stukje, waarbij ik mogelijk een omleiding negeerde. Het Meindersveen is een heel mooi stukje natuur. Op een plek was het door de regen van de dagen ervoor en de nabijheid van veen wel heel erg zompig en modderig, maar niet genoeg om een omleiding te verantwoorden en dit stukje te missen. Al moet gezegd zijn dat ik wel even met 1 voet in de zompige bodem wegzakte.

Het daaropvolgende Grolloërveld, een stukje heide, was dan misschien een tikkeltje teleurstellend. Maar dat was zonder het laatste stuk asfalt (met nog een heel klein beetje bos) gerekend. Met enige vermoeidheid ging ik de bus op naar Assen, na een mooie eerste etappe onder een aangename lentezon.

Assen

Assen zelf is een klein stadje met een gezellig centrum, de Brink, waar Hotel De Jonge gelegen is. Omdat het al een lange dag was geweest, besloot ik naar het hotel-restaurant te gaan, waar ik voor de verandering werd gezien als niet-Nederlandstalig en in het Engels werd geholpen. Ik liet het passeren en versterkte die gedachte nog meer door een lekkere Fish & Chips te eten.

Meer wandelingen op het Pieterpad vind je hier: https://fromtheseatothelandbeyond.com/het-pieterpad/

Etappe 3: Groningen – Zuidlaren (21 km)

🥾 Terrein:
Begin van de dag op verharde wegen langs stadsrand en water, daarna overstap naar voornamelijk onverharde paden door natuurgebieden: zandpaden, boswegen en heide. Wissel van kiezel, gras, zand en zachte bosgrond. Prima begaanbaar, lichte hoogteverschillen.

🏞️ Bezienswaardigheden:

  • Museumeiland Groningen & Noord-Willemskanaal
  • Paterwoldse Meer & monument Britse piloten
  • Nationaal Park Drentsche Aa met moerassen en ooievaarennest
  • Lutsborgweg: bijzondere onverharde doorgaande weg
  • Appèlbergen: voormalig militair terrein met schapen en vijver
  • Noordlaarderbos: recreatiebos met wandelmogelijkheden
  • Hunebedden G1 (origineel) en G3 & G4 (vernieuwd)
  • Esdorp Zuidlaren met gezellige brink en lokale horeca

⏳ Afstand & duur:
Ongeveer 21 km – 6 à 7 uur inclusief pauzes

⛰️ Zwaartegraad:
Mild tot gemiddeld, door lange afstand en deels zandige ondergrond. Goed te doen voor wandelaars die gewend zijn aan dagtochten. Licht glooiend terrein en rustige paden.

⭐ Oordeel: 4/5

Onze hostel was ok, maar de ruimte was er nogal beperkt en het was waarschijnlijk ook niet aangewezen om een gasbrandertje boven te halen en in de kamer havermout te maken. Hoewel het zondag (en Pinksteren) was, konden we toch al terecht bij een Albert Heijn in het station van Groningen, waar we enkele koffiekoeken en een verfrissende smoothie op de kop konden tikken. Een ontbijt dat moest volstaan voor dag 3, met 21 km voor de kiezen.

Dag dag, verharde wegen

Er was nog een kort stuk op het verharde. Dat ging eerst langs de achterkant van het museumeiland en vervolgens langs het kanaal, waarbij we opnieuw eventjes naar de overkant moesten voor een omleiding. Het is niet slecht wandelen langs de Noord-Willemanskaai, maar het is toch uitkijken naar het moment dat we dit letterlijk links mogen laten liggen, want stilaan nam natuur het over van de stad.

Aan de ene kant volgden we de Hoornse Diep, langs de andere kant liggen het Hoornse meer en het Paterswoldse meer, een uitgestrekte hoop water dat voor een groot stuk fungeert als recreatiedomein. Het mooie weer nodigde ook duidelijk uit om naar buiten te trekken. Er waren heel wat wandelaars die ons voorbeeld volgden en ook fietsers en joggers passeerden met hopen per minuut. 

Onze eerste rustpauze namen we aan een bankje waar twee vrouwen met nogal enthousiaste grote honden ook aan het rusten waren. Hier staat ook een bord dat het lot van vier Britse piloten beschrijft. Zij stortte met hun vliegtuig neer boven het Paterwoldse meer. Een van hen overleefde het. Ook de Duitse piloot die hen neerschoot, Ludwig Becker, krijgt een vermelding. Een boeiend stukje geschiedenis op een plek die vandaag zo rustig is.

Aan het bankje maakten we een praatje met twee vriendinnen die net als ons het Pieterpad tackelden in verschillende fases (of dat toch hopen te doen). Op de plek staat een bord waaruit duidelijk blijkt dat we eigenlijk nog niet al te veel hebben verzet op dat vlak. Hoewel we al begonnen waren aan onze derde dag hadden we nog maar 36 km afgelegd sinds we Pieterburen hadden verlaten.

Hallo, onverharde natuurpracht

Na een deugddoende banaan zetten we onze tocht verder, waar we aan de Nijveensterkolk een koppel op een bootje zagen praten met de sluiswachter. Wil je het Paterwoldse Meer op? Dat wordt dan even pinnen. Het is handig in Nederland dat je niet te veel met kleingeld moet klungelen. Zelfs een kaarsje branden in een kerk kan met de bankkaart.

We wandelden nog even door Haren om daarna echt de natuur in te trekken. Dat begon met het nationaal park Drentsche Aa, waar het asfalt in eerste instantie nog overgaat in een kiezelsteentjespad. De natuur is echter wel aanwezig, hetzij in de vorm van meertjes en vijvertjes in een moerassig gebied, hetzij in de vorm van een ooievaar die gebruik maakt van het kunstmatig nest dat werd gemaakt voor het broeden.

Al snel veranderde de kiezelgrond in een ondergrond die vanaf dan een hoofdrol speelde, zand. We vonden het al speciaal dat in de officiële wandelgids een speciale vermelding werd gemaakt van de Lutsborgweg, de eerste onverharde doorgaande weg op het Pieterpad. Even hadden we gevreesd dat dit was omdat het zo’n unicum was, maar het bleek al snel dat, enkele tussenstukken daargelaten, we de rest van onze reis vaak op zand zouden wandelen.

Natuur en prehistorie

De schuchtere graspadjes en de compensatiebossen lagen echt achter ons. Hier is de natuur de volledige ervaring. Dat begon met Appèlbergen, een voormalig militair terrein waar vandaag schapen (gezien) en adders (niet gezien) zich thuis voelen. Naast een bos en wat veen is er ook een idyllische vijver.

Na nog wat zand volgde het Noordlaarderbos, een recreatie- en wandelbos dat omstreeks 1900 werd aangeplant. Het was een perfect plek om ons op een bankje te zetten en van onze lunch (sandwiches en wat hummus) te genieten. Onze positie, op een kruispunt van wandelpaden, maakte dat we geregeld werden aangesproken door voorbijgangers. Dagwandelaars waren nieuwsgierig naar onze Pieterpadambities, collega-Pieterpatters (ja, dit is het woord) waren nog nieuwsgieriger. Een van hen was een vrouw die Mechelen (onzer beider heimat) al enkele decennia had verlaten. Van een Mechelse tongval was niet veel meer te merken.

Naast het steeds mooier wordende landschap is er ook wat prehistorisch vertier. Door de geologische ontwikkeling en na het smelten van het ijs bleven er heel wat zogezegde zwerfkeien achter in het gebied. Het verklaart de grote aanwezigheid van hunebedden. Hunebed G1 lag een 200 meter van het pad, waardoor de meeste wandelaars het leken te missen. Dit exemplaar is het enige in Groningen dat op z’n oorspronkelijke plaats staat en is best indrukwekkend.

Even later volgden nog de hunebedden G3 en G4, ditmaal aan de zijkant van iemands tuin. Ze zijn iets langer en minder hoog, maar het blijft een indrukwekkende verzameling stenen. Deze twee werden in 1870 volledig afgegraven na lange tijd verborgen te zijn. Recent werden er ook heel wat archeologische ontdekkingen gedaan. Het Pieterpad heeft dus niet enkel natuur of zelfs maar geschiedenis in de aanbieding. Ook de prehistorie is vertegenwoordigd.

Zuidlaren

Na nog een laatste stukje zandweg kwamen we aan in Zuidlaren, een zogenaamd esdorp. Een esdorp is gelegen aan de rand van een zandgrond. Het heeft een brink (een open ruimte dat later vaak dorpsplein werd), essen (gemeenschappelijke akkercomplexen), een beek of rivier, heide en boerderijen. Rond de brink is het gezellig. Er waren verschillende terrassen en er staan enkele kramen op het plein, waaronder Waterloo, dat met Belgische vlaggen op het kraam trots verkondigt dat het Vlaamse frieten verkoopt. Het is in ieder geval wel in trek.

Wij kozen om iets te drinken in Olle Stee. Ik ging voor een verfrissende appelcider, met daarbij nog wat nachos. Het terras was gezellig en de voeten licht vermoeid, dus we besloten ook hier ons avondmaal te nuttigen, een hamburger en vegan burger, met daarnaast nog een Texel zeebries biertje met zeevenkel. Het smaakte al meer dan ons kaasbier van twee dagen terug. Daarna trokken we ons terug in het Brinkhotel, waar een comfortabel bed op ons wachtte.

Meer wandelingen op het Pieterpad vind je hier: https://fromtheseatothelandbeyond.com/het-pieterpad/

Etappe 2: Winsum – Groningen (22 km)

🥾 Terrein:
Voornamelijk verhard (fietspaden en asfaltwegen), met naar het einde toe meer onverharde secties (gravel- en jaagpaden). Relatief vlak, goed begaanbaar, lichte omleiding onderweg.

🏞️ Bezienswaardigheden:

  • Oude Diepje & Reitdiep
  • Wierdedorp Garnwerd met ophaalbrug & molen
  • Omleiding langs groene fietspaden (Oostum gemist)
  • Bruggenritueel langs Reitdiep (wachten op passerende boten)
  • Starkenborghkanaal & de verdwenen Paddepoelsterbrug
  • Kopstoot Kompanen (bij de universiteit)
  • Noorderbegraafplaats & Noorderplantsoen
  • Historisch centrum Groningen: A-Kerk, Martinitoren, Grote Markt, synagoge
  • Café De Sleutel & Italiaan Capricio

⏳ Afstand & duur:
22 km – ongeveer 6 tot 7 uur inclusief pauzes

⛰️ Zwaartegraad:
Licht. Technisch eenvoudige route met beperkt hoogteverschil. De afstand is voelbaar, zeker op harde ondergrond. Op het einde voel je de kilometers wel in de benen.

⭐ Oordeel: 3,5/5

Hoewel onze trekkershut met zo’n 9 m² vrij compact was, beschikte het wel over een gasvuurtje, waardoor we onszelf konden trakteren op wat havermout, een goede basis voor de 22 kilometer die we op deze tweede dag moesten wandelen. Na het goede ontbijt gingen we nog wat aankopen doen en waren we vertrekkensklaar om van het dubbele wierdendorp Winsum naar de grote universiteitsstad Groningen te gaan.

Allemaal beestjes

Het begin van onze tweede dag had best nog wat weg van onze eerste dag. Ook vandaag zou het nog vaak over verharde paden en dan vooral fietspaden gaan. Maar het agrarische karakter veranderde wel. Er waren minder akkers met granen en gewassen en meer weidelanden met allerhande dieren. We zagen schapen, koeien, paarden en een occasioneel varken.

Het eerste deel volgde de loop van het Oude Diepje, een kleine waterdiep vlakbij het grotere Reitdiep, dat we niet veel later zouden aantreffen en aan onze zijde hebben. Even hadden we ook iets onvoorzien aan onze zijde. Aan een boerderij vonden twee lammetjes hun weg over de omheining, niet veel later waren ze op wandel. We waren zo beleefd om de boer even te verwittigen maar die maakte zich weinig zorgen “zolang ze maar geen fietsers tegenkwamen”. Dat was nogal een lastigheid op deze zonnige dag.

Niet veel later begon onze tocht langs de Reitdiep, eerst nog verborgen achter een groene dijk met een eenzame koe er bovenop. Achter de doorgaans verborgen Reitdiep lag ook nog het dorp Garnwerd, opnieuw een deels afgegraven wierdedorp. Gelukkig kregen we toch een mooi zicht op de ophaalbrug uit 1933, de korenmolen De Meeuw uit 1851 en enkele schepen waaronder een fraai exemplaar.

Een jammerlijke omleiding

Een goede 400 meter verder wacht er een kleine domper op de feestvreugde. We botsten op een groot geel bord waarop een omleiding wordt aangekondigd. Daardoor misten we onder andere Oostum, de, aldus onze reisgids, meest geschilderde en gefotografeerde wierd van Groningen. Het alternatief was een druk gebruikt fietspad dat gelukkig wel mooi in het groen lag. Uiteindelijk kwamen we vlak bij Wierumerschouw terug op het echte Pieterpad uit.

Wachten aan de bruggen

Daarna was het over de ene ophaalburg naar de andere. Omdat er net enkele boten passeerden bij de eerste brug, volgde deze ons langsheen de hele Reitdiep, waardoor we automatisch ook aan de anderen bruggen eventjes de tijd hadden om te genieten van de warme lentezon en het kabbelende water. De boten die passeerden waren zowel kleine jachten als een uit de kluiten gewassen afvalschip. Het schepte een band met onze lotgenoten, die we altijd opnieuw op deze manier inhaalden (of omgekeerd).

Na de laatste ophaalbrug volgde ons eerste echt lange stukje onverhard op de kaart. Het pad langs het Starkenborghkanaal is een pad met kleine kiezelsteentjes. Het bood dus nog geen echt wandelcomfort, maar het luidde wel het begin in van een iets minder asfaltgeoriënteerd vervolg. Bijna aan het einde van het jaagpad zetten we ons op een bankje over de Paddepoelsterbrug. Of beter gezegd, de ex-Paddepoelsterbrug. Deze werd vernield doordat het geramd werd door een boot.

Er is een heus comité dat hoopt dat er een nieuwe brug komt. Een oudere, ietwat ruig uitziende man bevestigde dat. Hij kwam op zijn brommertje aangereden en vertelde ons dat hij al sinds zijn zevende naar hier komt. Die dag deed hij zich tegoed aan twee broodjes met haring. Het is een rustige plek aan het water, op korte afstand van de stad. De afwezigheid van de brug zorgt er voor dat hij een hoop moet omrijden om zijn gekende toer te rijden. Maar de rust, de stilte en het water, ongetwijfeld in combinatie met een hoop herinneringen, maken de omleiding toch de moeite waarde.

Van de stilte naar het gebruis

Na onze pauze zaten we niet al te ver meer van Groningen. We wandelden de stad binnen via een pad aan de campus van de Universiteit van Groningen, waar we kennismaakten met de Kopstoot Kompanen. Neen, dit is geen gevaarlijke bende, maar een vereniging voor mannen groter dan 1m95 en vrouwen groter dan 1m80. Daarna ging het naar de Noorderbegraafplaats, aangelegd in 1826. Deze begraafplaats is mooi, maar het valt in het niets met het indrukwekkende Noorderplatsoen. De voormalige vesting werd tussen 1880 en 1920 omgetoverd tot een park in Engelse landschapsstijl. Op een zonnige dag is het een ontmoetingsplek voor Groningse gezinnen en studenten. En een mooie toegangspoort voor de binnenstad.

Groningen

Die binnenstad centraliseert zich voor een stuk rond de Noorderhaven aan de Reitdiep, waar woonboten aangemeerd liggen. Ook het water is een verzamelplaats, vooral dankzij diverse terrasjes. Verder brengt een toer door de stad je nog naar onder andere diverse historische panden, van handelshuizen tot een 19de eeuwse interpretatie van een technische gemeentelijke loods en natuurlijk ook historische monumenten zoals de A-Kerk, de Martinitoren (waar we helaas te laat waren om deze nog te beklimmen), de gebouwen op de Grote Markt en de synagoge uit 1906, opnieuw ingewijd in 1981.

Nadat we onze spullen in onze kamer (Bud Gett Hostels) hadden gedropt en na een verkwikkende douche ging het naar Café De Sleutel, met een bijzonder interieur en roots in de 17de eeuw. Het is een mooie setting voor een lekker verfrissende Ginger Beer van City Farm, uit Amsterdam. Als avondeten kozen we voor een lekkere pizza bij Capricio, een gezellige en huiselijke Italiaan met een bijzondere en praatgrage Iranese eigenaar. De pizzas waren wel zeer lekker.

Na het eten was het vet echter van de soep. Groningen mag dan wel bruisen, maar onze tweede wandeldag had ons toch een zekere klop gegeven, waardoor we enkel nog een beetje konden lezen om vervolgens op een vroeg uur het stapelbed op te klimmen (in mijn geval dan toch). Het was op zich niet erg na een mooie en leuke dag en met nog twee interessante etappes voor de boeg.

Meer wandelingen op het Pieterpad vind je hier: https://fromtheseatothelandbeyond.com/het-pieterpad/

Etappe 1: Pieterburen – Winsum (13 km)

🥾 Terrein:
Zeer toegankelijke en rustige eerste etappe. Overwegend verhard, met af en toe een graspad of kiezelpad. Vlak landschap, zonder technische uitdagingen. De asfaltwegen zijn soms wat eentonig, maar worden goedgemaakt door open zichten, erfgoed en vriendelijke ontmoetingen.

🏞️ Bezienswaardigheden:

  • Start in Pieterburen met charmant dorpskarakter
  • Petruskerk
  • Landschap van wierden (aarden heuvels ter bescherming tegen overstromingen)
  • Pieterbuurstermaar & andere waterlopen
  • Kerk van Eenrum, sober maar mooi
  • Molen Hollands Welvaart in Mensingeweer – mooi gerestaureerd, fijne pauzeplek
  • Hartelijke ontmoetingen met bewoners, wandelboekjes in voortuinen
  • Enna Jans Heerd (historische boerderij op wierde)
  • Winsum – in 2020 verkozen tot mooiste dorp van Nederland

⏳ Afstand & duur:
13 km – ideaal als instapetappe, inclusief trein- en busreis op dezelfde dag goed te doen.

⛰️ Zwaartegraad:
Licht. Geen hoogteverschillen, geen technische passages. Verharde ondergrond zorgt wel voor enige belasting van de voeten op termijn. Perfect als eerste wandeldag.

⭐ Oordeel: 3,5/5

Een reis naar de reis

Deze eerste dag is, alsof het zo voorzien is voor ons, een korte dag. Met maar 13 kilometer voor de boeg is het perfect mogelijk om aan te komen en zonder voorafgaande overnachting naar de eerste eindhalte te wandelen. Het was wel nog steeds voor het ochtendgloren vertrekken. Om 20 na 6 startte de reis al vanuit Halle en daarna volgde nog drie overstappen.

Tegen een hoge snelheid ging het naar Schiphol, met een kleine pauze, om vervolgens met iets minder marge over te stappen in Groningen, waar we een dag later naartoe zouden wandelen. Ten slotte bracht een lokale trein ons naar Winsum, het eindpunt van de dagetappe. Een gezwinde busrit later waren we eindelijk in Pieterburen, een dikke 6 uur na het vertrek thuis.

Pieterburen

Pieterburen zelf is klein maar gezellig, ook al zagen we maar een deel van het dorp. Er was nog ergens in de buurt een zeehondcentrum, maar deze kwamen we niet tegen. Ondanks het enthousiasme van mijn reisgezel lieten we ook de midgetgolf voor )wat het was. Omdat we over voldoende tijd beschikten voor de wandeldag besloten we onszelf wel te trakteren op een lunch. Dat deden we in de tuin van het lunchcafé Bertje Jans, genoemd naar een van de twee uitdenkers van onze wandelroute. Een tosti en een quiche (verdeeld over ons getweeën) later waren we klaar voor het feitelijke begin.

Of toch nog niet helemaal. Want we besloten nog even een bezoek te brengen aan de plaatselijke kerk. De Petruskerk (om in thema te blijven, maar toch nog een beetje af te wijken) gaat terug tot de 15de eeuw, maar de opvallende toren is wel een 19de eeuwse toevoeging, nadat de vorige werd afgebroken. Vanbinnen is het interieur nog bewaard, maar tijdens ons bezoek werd het aangevuld met kunstwerken van de plaatselijke kunstenaar Koos van Bruggen (1914-1979), die naast een carrière als huisarts zich op de beeldende kunsten toelegde.

De wierden en het water

Dit deel van het Pieterpad wordt mee vormgegeven door de zogenaamde wierden. Gelegen aan de zee heeft dit gebied een lange geschiedenis met de strijd tegen het water. In die strijd werden wierden gebouwd. Dit waren aarden woonheuvels die ervoor moesten zorgen dat bij overstromingen huis en huisraad veilig boven het water uitstak. Doorgaans was dit succesvol. Maar af en toe liep het toch mis, zoals bij de Grote Kerstvloed van 1717, die in totaal 14.000 levens eiste.

Later werden de woonheuvels heuse wierdedorpen, waarbij de belangrijkste gebouwen allemaal op een verhoging werden gebouwd. Vandaag de dag is dit her en der nog te zien. Want door beter landschapsbeheer en sterkere dijken werden de wierden meer en meer overbodig. Net zoals de muur van Hadrianus werd afgebroken voor het bouwen van huizen en boerderijen, werden ook de wierden afgegraven. Alleen werd deze grond getransporteerd naar andere delen van Nederland waar de bodem minder vruchtbaar was. Vanaf de 20ste eeuw kwam er meer en meer aandacht voor de bescherming, waardoor sommige wierden toch nog te ‘bewonderen’ zijn.

Maar dat wil niet zeggen dat water geen rol meer speelt op deze eerste dag. In de tuin van het lunchrestaurant was er al een vijvertje. En het eerste deel gaat voor een groot stuk langs de Pieterbuurstermaar, een voormalige wadgeul. Dit waren vaarwegen naar de dorpen. We volgden een klein asfaltwegje langs het water, tot we bij een houten brug de maar overstaken.

Het bleef nog even door de velden gaan. Het landschap op deze eerste dag wordt sterk bepaald door landbouw en dan vooral teelt van graan en gewassen. Wat ook een constante is, is het verharde pad. Slechts her en der gaan de voeten weg van het asfalt, doorgaans een graspad. Zelfs in het compensatiebosje Oosterbos is het op het een verharde weg te doen. Dat maakt dat het niet altijd even aangenaam wandelen is, maar het mooie landschap maakt gelukkig veel goed.

Molens, kerkjes en boerderijen

Naast de landschapselementen heb je natuurlijk ook heel wat geschiedenis en erfgoed. Dat neemt hier de vorm aan van molens, kerken en historische hoeves en boerderijen. In Eenrum brachten we even een bezoek aan de kerk. Daar werd ons een doopvont uit de 11de eeuw beloofd. Helaas was dit weggehaald om in Groningen tentoongesteld te worden. De kerk zelf was sober.

Het volgende plekje liet niet lang op zich wachten. Mensingeweer is een kleine wierde aan het Mensingeweersterloopdiep (ademt uit). Naast een hoop mooie huizen had het ook de molen Hollands Welvaart te bieden. De molen dateert van 1855 en was een koren- (maalt graan tot meel) en pelmolen (pelt gerst tot gort). Decennia na decennia ging het bergaf en in 1969 werd het door een storm vernield. De eigenaar verkocht het aan de gemeente. Bijna 55 jaar later is Hollands Welvaart in ere hersteld. Een fijn bankje aan de molen maakt het ook nog eens een goede plek voor een tussendoortje.

Wandelaars hebben vaak een streepje voor, zo lijkt. En dat is op dit Pieterpad niet anders. Mensen spreken je sneller aan, vragen waar je vandaan komt en waar je naartoe gaat, wensen je succes en delen eigen ervaringen. De gastvrijheid is hier groot. En dat uit zich ook bv. door de bankjes of stoeltjes die mensen aanbieden in hun voortuin. Op een tafeltje vonden we een boekje waar heel wat mensen boodschappen in hadden geschreven. Een leuk initiatief waar ook wij gebruik van maakten.

Na Mensingeweer ging het naar Maarhuizen, waar de Enna Jans Heerd, een monumentale boerderij staat. Deze is beschermd omwille van de grote historische waarde. De gebouwen liggen op een wierd, die deels is afgegraven. Verder op het pad vonden we nog een boekje om in te schrijven, een vijver en een kerkhof met graven uit de 17de eeuw. Ook dit kerkhof lag nog op de oorspronkelijke wierd.

Het mooiste dorp

Het is van daaruit niet meer lang tot we in Winsum aankomen, een dorpje dat in 2020 nog werd verkozen tot mooiste dorp van Nederland. Winsum bestaat uit eigenlijk uit twee wierdedorpen, waarvan Winsum een is en Obergum het ander. Daartussen ligt het Winsumerdiep. Het is inderdaad een gezellig plekje, met mooie huizen, een molen en een leuk pad naast bovenstaande waterloop.

Wij verbleven op camping Marenland, meerbepaald in een leuke trekkershut, een ideale setting voor onze eerste avond. Bij onze check-in was er eventjes rumoer toen een automobilist met de kano die op zijn dak stond de slagboom ramde en deze naar de vaantjes hielp. Onze relatief vroege aankomst gaf ons de kans om door de straten te dwalen, door de hoofdstraat, de zijstraatjes, naar de kerk en de molen en zo terug naar onze camping. De zoektocht naar avondeten was wat moeilijker, deels door de vegetarische insteek die mijn wandelgezel zocht.

Uiteindelijk belandden we gewoon terug op de camping waar De Jongens uit de Buurt niet alleen een goed menu maar ook een heel vriendelijke bediening bood. Door ons late uur waren we genoodzaakt om ons als enige buiten te zetten. Maar ondanks het wat vreemde zicht, was de avondzon wel genadig en hadden we waarschijnlijk nog de beste omstandigheden. We gingen ook voor het Weiland Weibier van de lokale brouwerij Het Zotte Kalf, waarbij het brouwwater vervangen werd door wei, de vloeistof die bij de kaasbereiding ontstaat door het stremmen van de melk na toevoeging van stremsel. Speciaal!

Na het avondeten gingen we opnieuw de trekkershut in, waar het inmiddels toch al wat kouder was geworden. Onder het schuchtere licht van onze lamp speelden we nog eventjes wat gezelschapsspelen (voor de liefhebbers Lost Cities en Take Ten) waarna we vrij vroeg, moe maar tevreden, ons bed inkropen, klaar voor onze eerste volledige wandeldag.

Meer wandelingen op het Pieterpad vind je hier: https://fromtheseatothelandbeyond.com/het-pieterpad/

Het Pieterpad: Wat?

Pieterwat?

Anders dan bij sommige wandelpaden hoeft het Pieterpad misschien minder introductie. Het is sowieso al een van de populairste langsteafstandspaden van Nederland, maar het werd ook bij ons bekend dankzij een van de wandeltochten en bijhorend programma van Arnout Hauben.

40 jaar geleden hadden Bertje Jans en Toos Goorhuis-Tjalsma een droom om ook Nederland een groots en lang pad te schenken. Afgaande op de vorm maar ook de geologie en eigenheid van Nederland werd er gekozen om verticaal te gaan. Met startpunt Pieterburen in het Noorden en eindpunt Sint-Pieterskerk in Maastricht was het Pieterpad, zowel de naam als het pad, geboren.

Het pad is ongeveer 500 kilometer lang, al zegt het bordje aan het begin dat je 482 kilometer moet overbruggen. Wat er ook van aan is, er zijn voldoende kilometers te temmen. De officiële website stelt voor om dit in 26 dagetappes te doen. Daarop gebaseerd heb je twee handige wandelgidsen. Het eerste deel gaat van Pieterburen naar Vorden (de eerste 13 etappes), het tweede van Vorden naar Maastricht (de tweede 13 etappes).

Het wat en het hoe

In een voorwoord uit 1983 beschrijft Goorhuis-Tjalsma zelf de veelzijdigheid van het wandelpad. Het gaat over de rijke Groninger klei, de Drentse zandgronden, de Sallandse Heuvelrug, de lommerrijke Achterhoek, het Montferland en tenslotte het langgerekte, gevarieerde Limburg. Het zijn streken en landschappen waar een Belg zich misschien minder bij kan voorstellen.

26 etappes zijn ook niet min. Maar de wandelroute is wel goed ontsloten via het openbaar vervoer, waardoor je perfect kunt opdelen en er een fijn langetermijnsproject van maken. Dat is ook de bedoeling. Hoe dichter richting Vlaanderen, hoe makkelijker het zal zijn om in te plannen, maar ook de noordzijde is per 4 of 5 etappes af te vinken.

De wandelingen op het Pieterpad vind je hier: https://fromtheseatothelandbeyond.com/het-pieterpad/