GR 128.7 Moorsel – Mollem (14.7 km)

🥾 Terrein
Overgangsetappe met veel variatie maar weinig continuïteit: modderige natuurstroken langs beken, lange stukken veld- en buurtwegen, asfalt door dorpen en een kaal winterbos. Technisch eenvoudig, maar door natte ondergrond en weinig rustpunten soms taai.

🏞️ Bezienswaardigheden
Sint-Gudulakapel (Moorsel) – Klein religieus erfgoed, helaas gesloten
Sint-Martinuskerk (Moorsel) – In steigers, bezoek onmogelijk
Waterkasteel van Moorsel – 16e-eeuws kasteel van Karel van Croÿ, enkel zichtbaar vanop afstand
Molenbeekvallei – Het mooiste natuurlijke stuk van de dag, ongerept maar modderig
Abdij van Affligem – Historisch belangrijk, architecturaal wat versnipperd
Kravaalbos – Winterse, kale boservaring; in dit seizoen eerder sober
Mazenzeledries – Historische open ruimte en ontmoetingsplek met bankje
Paddebroeken & Paardenbos – Klein natuurgebiedje vlak voor Mollem

⏳ Afstand & duur
Ca. 13–14 km – ongeveer 3,5 à 4 uur wandelen

⛰️ Zwaartegraad
Licht tot gemiddeld – Geen zware hoogtemeters, maar modder, weinig voorzieningen en lange overgangsstukken maken het mentaal pittiger

⭐ Oordeel
2,5/5

Nadat we de streekGR Groene Gordel na enkele jaren eindelijk hadden getemd, was het voor mijn wandelgezel en ik zoeken naar een nieuw wandelproject waar we ons voor langere tijd zoet mee konden houden. We zochten het dit keer, toch om te beginnen, iets verder en kozen voor de GR 128, de Vlaanderenroute. Deze start eigenlijk in Wissant aan de opaalkust en gaat zo door Vlaanderen naar Aken. Wij gingen echter voor de meest haalbare startplaats i.f.v. openbaar vervoer en begonnen ons GR 128-avontuur in het West-Vlaamse Tielt. Tijdens etappe 7 kwamen we vooral heel wat erfgoed en historische gebouwen tegen die een klein beetje teleurstelden en gespreid her en der mooie natuur in dit eerste deel van de Brabantse Kouters.

Een nieuwe poging

De vorige wandeling werd niet zonder gevolgen afgesloten. De dubbele liesbreuk die bij mijn wandelgezel werd vastgesteld resulteerde in een operatie met bijhorende recuperatie. Vier maand na datum was het moment aangebroken om het nog niet afgewerkte deel van de etappe te vervolledigen. En dus namen we vanuit Halle de trein naar Aalst om vervolgens met de bus in Moorsel dorp aan te komen, ditmaal niet met een mooie blauwe lucht, maar met lichte mist en miezerregen.

Mooie natuur en “net niet”-erfgoed

In Moorsel zelf waren er twee opzienbarende erfgoeduitsmijters. De Sint-Gudulakapel hadden we vorige keer al gezien, maar ditmaal probeerden we ook de Sint-Martinuskerk te bezichtigen. Deze laatste stond helemaal in de steigers. Helaas waren noch de kapel noch de kerk open. Het was de eerste teleurstelling, maar zeker niet de laatste op deze dag die toch een hoog overgangsetappe-gehalte had.

Want al snel volgde er nog meer “net niet”-erfgoed met het waterkasteel van Moorsel. Het werd gebouwd in de 16de eeuw in opdracht van de kardinaal-abt van Affligem Karel van Croÿ. Enkele jaren geleden was het nog het toneel van de indrukwekkende kantentoonstelling vanuit de collectie van Fernand Huts, maar vandaag is het enkel een schim in de verte, met twee poorten die de wandelaar op een goede afstand houden.

Gelukkig werd dit gecompenseerd door een stuk onversneden natuur, het mooiste van de dag, langs de weinig origineel gedoopte Molenbeek. Het was ongerept en lag er, ondanks de relatieve droogte, er al vrij modderig bij. Het bleef weliswaar bij enkele passages waar het opletten was om niet in het diepere stuk te zakken, en niet, zoals in de etappe tussen Wetteren en Oudegem een onvermogen om ongehavend dit stuk te doorkruisen. Na een lang stuk rechte lijn zagen we ons volgend stuk erfgoed in de verte opduiken.

De abdij van Affligem mag dan net niet op de officiële route liggen, maar het zou ergens wel wat stom geweest zijn om de omweg van honderd meter niet te doen. Ook hier is er sprake van “net niet”-erfgoed. Door vernielingen, restauraties en latere aanbouwen is de abdij niet de meest charmante en is het contrast met het historisch belang groot.

Willekeurig gebouwvertier

Na deze korte omweg ging het terug naar de GR 128 zelf, waar we een pad langs weiden en velden namen. De plaatsnaamborden waren duidelijk aan een update toe. In Hekelgem zagen we namelijk nog een exemplaar dat verwees naar sparen bij het Gemeentekrediet. Dit stuk werd opgefleurd door enkele bijzondere en verweerde gebouwen, met als hoogtepunt een schuur uit golfplaten waar een boom een uitweg had gevonden. Op dit stuk was het af en toe zoeken naar memorabele zaken.

Zo waren er nog enkele willekeurige gebouwen die de wandeling kleurden. Aan de schuur was in de verte, door de lichte mist, de kerk van Meldert te zien. Iets verder was er opnieuw een verlaten en verloederde schuur. En niet veel later passeerden we de Koninkrijkszaal van Jehovah’s Getuigen in Asse, wat vooral uitblonk in z’n onopvallendheid en troosteloosheid.

Het karige Kravaalbos

Op papier moest er nog een natuurlijk hoogtepunt volgen. Het Kravaalbos maakte vroeger deel uit van het befaamde Kolenbos en staat in de lente ook gekend voor z’n boshyacintenpracht. Het was dan ook, na een hele hoop veldweg, buurtweg en asfaltweg uitkijken naar een goed bos. We arriveerden er via een kapel met een jaren ’90 zwembadinterieur.

Eens het bos in volgde we opnieuw een stuk dat we ook al hadden gedaan op ons oorspronkelijk wandelproject, de StreekGR Groene Gordel, dat we toen in de omgekeerde richting tussen Mollem en Sint-Kwintens-Lennik aflegden. Vandaag ging het echter noordwaarts en waren de weersomstandigheden ook anders. Hier, in de winter, is het kale bos best wat troosteloos. Gelukkig waren de stammen breed genoeg voor een welgekomen en noodzakelijke plaspauze.

Het Grote Niets van Mazenzele

Ondertussen was het al 13 uur en was er nog geen bakker of supermarkt de revue gepasseerd om proviand in te slaan. Ik had enkele sandwiches met kaas mee die ik al wandelend kon eten, maar mijn wandelgezel moest het voorlopig nog doen met proteïnebars. Toch was er nog enige hoop omdat we nog een dorp moesten passeren, Mazenzele.

We kwamen er via een drukke steenweg en een buurtweg terecht en besloten even richting kerk te gaan, in de hoop dat het centrum iets zou herbergen. Helaas was Mazenzele het centrum van de Absolute Leegte. Kruideniers waren toe, koffiezaken op Google Maps waren ondertussen al verdwenen en zelfs het broodautomaat was op deze willekeurige maandag niet aangevuld. Het werd zo een grote deceptie.

Het dorpje had nog een troef om op tafel te gooien, de zogenaamde Mazenzeledries, twee open plekken met een historisch diverse functie, van markt- en ontmoetingsplaats tot plek waar de plaatselijke schuttersgilde hun pijlen loslaten. Het was misschien niet het meest opzienbarend, maar door het bankje was het wel een ideale plaats voor een laatste pauze, met nog een 4,3 kilometer te gaan tot Mollem.

Eindpunt Mollem

Dat stuk was een overgangsdeel van een overgangsetappe. Een schaap in een schuur van ’t Mazelhof keek ons veelzeggend verveeld aan vanuit een open raam. Daarna volgde nog stukken onverhard pad tussen de velden. Een laatste klein lichtpuntje was het Paardenbos in het natuurgebied(je) Paddebroeken. Hier was het nog opvallend modderig en was het opletten geblazen dat er dicht bij de finish niet nog uitgegleden werd. Het was een laatste outro voor we richting station van Mollem gingen, waar we nog twee modernere maar mooie kerststallen en heel wat plaatselijke versiering passeerden. En zo eindigde deze kortere etappe, het tweede van een tweeluik dat oorspronkelijk een geheel moest vormen.

Meer wandelingen op de GR 128 vind je hier: https://fromtheseatothelandbeyond.com/gr-128-vlaanderenroute/

Etappe 5: Mollem – Sint-Kwintens-Lennik (26 km)

🥾 Terrein

Velden, bossen en dorpskernen met onverharde paden, afgewisseld met geasfalteerde trajecten. Glooiend Pajottenland zorgt voor afwisselende hoogtes.

🏞️ Bezienswaardigheden

• Rookpluim van brandende tweedehandslinnenfabriek in Mollem
Dorpskern Asbeek
Kerk en centrum van Ternat: inclusief opvallend schoolgebouw met weerspiegelend materiaal
Spoorwegbrug naar Wambeek, deelgemeente van Ternat
Glooiende landschappen van het Pajottenland
Sint-Martens-Lennik, typisch Vlaams dorp
Sint-Kwintens-Lennik: markt met standbeeld van het Brabants trekpaard ‘Prins’

⏳ Afstand & duur

± 22 km, 5 tot 6 uur wandelen, met wisselende inspanningsniveaus

⛰️ Zwaartegraad

Matig – het terrein is grotendeels zacht met onverharde paden, maar door het heuvelachtige Pajottenland is er af en toe een pittige klim.

⭐ Oordeel 3,5/5

De Vlaamse Rand is meer dan een plek waar Vlamingen thuis zijn en de schaduw van onze hoofdstad immer aanwezig is. Het is ook een plek waar wandelaars thuis zijn, dankzij verscheidene wandelknooppuntnetwerken maar ook dankzij een eigen streekGR, de GR groene gordel. Want ondanks de onvermijdelijke verstedelijking en verkaveling, is er nog heel wat natuurpracht te vinden. Samen met een ex-collega tackelden we al twee van de zes etappes, naar Groenendaal en naar Kortenberg. Een dikke anderhalf jaar en een covidgolf of drie later lukte het dan eindelijk om het derde stuk af te wandelen, van Kortenberg naar Eppegem. Een langere etappe van Eppegem naar Mollem volgde in september. Met het mooie wandelweer in het vooruitzicht, was het de opportuniteit om deel vijf te temmen.

Een valse start en een mooi begin

Op de trein was het even verwarring troef. Net voor het station Mollem besloot de boordcomputer om de bestemmingen om te keren, waardoor het leek alsof we onze startplaats al voorbij waren gereden en de trein al aan de weg terug naar Brussel was begonnen. Gelukkig kwamen we uiteindelijk toch niet terecht in Zellik of Asse, maar was het niet meer dan een glitch in de NMBS-matrix.

Het kon de pret van de start niet bederven. De etappe begon meteen met een hele hoop mooie natuur. Eerst ging het door de velden van Paddenbroeken en Mazenzele, waarmee we op de grens wandelden tussen Asse, Merchtem en Opwijk. Het eerste hoogtepuntje van de dag was echter het mooie Kravaalbos, een overblijfsel van het oude Kolenwoud. Het was er aangenaam wandelen, met een grote eigenheid en zelfs even een licht spectaculaire uitkijk op een privé-vijver.

Vuur en as(se)

Elke wandeling heeft ook een moment van spanning nodig. Dat werd dit keer gebracht door een onverwacht zicht. Na uit het bos komen zagen we in de verte plots een rookpluim. De veronderstelling dat het om een van de koeltorens van Vorst ging werd al snel de kop in gedrukt. De rookpluim werd steeds donkerder en klom ook steeds hoger. Het was spectaculair, maar er was ook nog wat onduidelijkheid (en spanning) over de oorzaak. Uiteindelijk bleek het om een brand in Mollem te gaan, waar een tweedehandslinnenfabriek in vuur opging. Wij waren gelukkig al even onderweg en hadden een alibi.

Sowieso wandelden we gestaag en dapper voort, dan eens weg van en dan eens in de richting van de rookpluim, terwijl er af en toe sirenes op de achtergrond te horen waren. De andere mensen die we tegen kwamen, inwoners van het zeer treffend genaamde Asbeek, bleven er stoïcijns bij. Gelukkig waren er ook mooie vergezichten en aangename paden. Op voorhand kon ik mij niet veel voorstellen bij deze vijfde etappe, maar met elke stap groeide de appreciatie

Van kerk naar kerk

Het eerste deel ging grotendeels door velden en bossen. Hoewel deze ook aanwezig waren in het tweede gedeelte, lag er hier toch ook meer focus op de verschillende dorpskernen. Het tweede deel kan best omschreven worden als tocht van kerk naar kerk. Van het al eerder vermelde Asbeek ging het naar Ternat, waar we even pauzeerden aan de plaatselijke Okay, waar we op een half afgebroken zitbankje onze vermoeide voeten even ademruimte konden geven.

Het centrum van Ternat, met een bijzonder schoolgebouw dat bestond uit weerspiegelend materiaal, werd niet verlaten via het mooi ogend park, maar wel via een straat met zicht op het mooi ogend park. Een bizarre keuze van de samenstellers van deze GR. We doken wat verder onder een spoorwegbrug en gingen zo naar de volgende deelgemeente van Ternat, Wambeek.

Het laatste stuk ging nog even door de velden. De glooiingen werden steeds aanweziger, het Pajottenland was finaal bereikt. Dit zorgde niet enkel voor mooie uitzichten, maar ook voor wat conditietraining. Deze was gelukkig beter dan verwacht, zelfs na 20+ kilometer. Los van de passages door de dorpskernen was het grootste deel van de route over onverharde paden, wat fijner is voor de voeten.

En zo kwamen we aan het tweeluik in Lennik. Sint-Martens-Lennik en Sint-Kwintens-Lennik liggen op een boogscheut van mekaar en zijn gescheiden door een geasfalteerd pad waar vroeger blijkbaar een tram reed. Beide kerktorens zijn in de verte te zien. Sint-Martens-Lennik doet nog iets meer denken aan een Vlaams dorp van weleer. Sint-Kwintens-Lennik kan dan weer uitpakken met een iets grotere markt, met als trekpleister het indrukwekkend standbeeld van het al even indrukwekkend Brabants trekpaard, hier gedoopt tot Prins. Een mooi eindpunt voor de voorlaatste etappe, die op verschillende manieren wist te ver(r)assen.

Meer wandelingen op de StreekGR Groene Gordel vind je hier: https://fromtheseatothelandbeyond.com/streekgr-groene-gordel-rond-brussel/