Via Brabantica 1: Kapellen – Antwerpen

Met Sofie van de stadsrand naar het historische hart van Antwerpen

Een reis in eigen land

Een pelgrimstocht in eigen land, waarbij de start gekend is, maar de uiteindelijke bestemming een vraagteken is. Het echte eindpunt van de Camino, Santiago de Compostela, ligt volgens de snelle, rechtstreekse, langst hoofd- en asfaltwegen lopende route op 1700 kilometer, aldus Google Maps. Via de pelgrimswegen is het vermoedelijk toch nog ietsje meer.

Om het idee van op reis te zijn mee op te roepen, plaatste de NMBS mij op een meanderende Eurocity trein, waardoor de totale treinrit vanaf Halle naar Kapellen 1 uur en 50 minuten duurde. Op die tijd kan je met de trein of met het vliegtuig al een goed eind in het buitenland zitten. Het hielp dus om het algemene reisgevoel te creëren.

Van kerk naar kasteel via verkavelingen

Vanaf station Kapellen was het een goede zevenhonderd meter naar het feitelijke beginpunt. De Sint-Jacobuskerk zette meteen de thematische toon, zowel qua religieuze insteek als qua specifieke heilige. Het interieur zelf was sober. Buiten aan de gevel van de kerk hing een pijl die verduidelijkte wat de werkelijke afstand op de weg naar Compostella is. Wie vanuit Kapellen de hele trip wil doen heeft 2140 kilometer te temmen.

Meteen na ons beginpunt dook al een tweede kerk op, de Onze-Lieve-Vrouw van Fatimakerk, een moderne kerk die vandaag als kapel fungeert en die nog maar dateert van 1948. Deze heeft dan ook een hele andere look & feel dan de Sint-Jacobuskerk. Dit bezoek luidde voor lange tijd het einde in van de kerken en andere religieuze gebouwen.

Voor een gevoelsmatig lange tijd ging het vooral door verkavelingen en sociale woonwijken. De eerste keer dat dit patroon werd doorbroken was aan het kerkhof van Ekeren, met een bijzonder poortgebouw uit 1910. Ekeren had nog heel wat meer te bieden, zoals de Villa de Geesten, met ook in februari nog overdadige kerstdecoratie. De echte historische troef was dan weer het Hof van Veltwijck, een 16de eeuws waterkasteel met, opnieuw, een indrukwekkend poortgebouw.

Een vreemd rustpunt

Dit eerste deel blonk vooral uit in historisch verantwoorde architectuur met af en toe een religieuze inslag. De zeldzame natuurervaring moest komen van de Oude Landen, oude polders die na de tweede wereldoorlog door het leger werden gebruikt als oefenterrein en later bewaard en beschermd natuurgebied zouden worden. Ook in deze kale wintereditie was het hier aangenaam wandelen.

De gevreesde confrontatie met wilde, psychopathische koeien bleef gelukkig uit. De Galloways stonden op een veilige afstand, verzameld rond een van de vele indrukwekkende, kale bomen. Het middaguur was inmiddels aangebroken en dus was een uitnodigend bankje de ideale plek voor onze lunch. Niet veel later was dit stukje natuur, goed voor anderhalve kilometer, al gedaan.

Hoog in de lucht

Zoals de Oude Landen zelf een natuurlijk contrast vormde met het eerste deel door de Kapelse en Ekerense bebouwing, was het volgend stuk dat weer in de omgekeerde richting. De Antwerpse wijk Luchtbal is een verzameling appartementsblokken en woontorens, omringd door spoorlijnen en de haven, maar ook balancerend tussen vernieuwing en vergroening enerzijds en verloedering anderzijds. Het is vooral een bijzonder zicht gezien de nabijheid van het ongerept stukje natuur.

De haven en de stroom

Het Antwerpse deel viel grofweg uiteen in drie delen. Na Luchtbal volgde een deel langs het water. De industriële activiteit werd alsmaar zichtbaarder, met het architecturale opvallende Havenhuis als ultiem symbool. Het bleef nog even langs hangers, historische panden, Waag- en andere naties, kranen en, het allerbelangrijkste, de Schelde.

De volgende tussenstop was het Museum aan de Stroom of het MAS. Het hoofddoel van dit bezoek was geen tentoonstelling en zelfs geen bezoek aan het dakterras met zicht op de stad. Er was een bic uitgelopen in de zak van mijn fleece en achteloos had ik in Luchtbal mijn hand in mijn zak gestoken, met blauw getinte vingers tot gevolg. Gelukkig bracht het stromend water van het MAS redding. Dit tweede deel werd nog vervolgd door een passage door het indrukwekkende Felix Pakhuis en via enkele mooie straten naar het Steen, het oudste bewaarde gebouw van Antwerpen en vandaag de thuis van de dienst toerisme.

Een gids for all seasons

Daarna was het derde en het laatste stuk aangebroken, richting het historische centrum van de stad en zo langs een trio van kerken. De eerste was de Onze-Lieve-Vrouw kathedraal, die we al enige tijd, samen met de Boerentoren, vanuit de verte hadden kunnen bewonderen. De twee was waarschijnlijk de mooiste, maar helaas was de Carolus Borromeuskerk niet te bezichtigen.

Dat werd uiteindelijk gecompenseerd door de Sint-Jacobskerk. Niet alleen was de cirkel hier vandaag mee rond, we kregen ook een gratis gids die al even hard meanderde als de Via Brabantica zelf. Het ging over de authentieke kerk zelf, z’n kunstwerken en restauratie, maar even goed over de stad Antwerpen, de concullega’s van Mechelen, migratie, Middelburg, batterijen, Siemens, Philips, printers, klimaatverandering en ten slotte het leven en werk van Sint-Rochus. Na enige tijd en enkele subtiele hints dat ik een trein moest halen, lukte het mij toch om de mooie kerk te verlaten en zo kwamen we terecht aan het station van Antwerpen-Centraal, het eindpunt van deze eerste etappe.

Meer info over mijn (lange) weg naar Compostella en de wandelingen vind je hier https://fromtheseatothelandbeyond.com/caminos/

Proloog: Bad Bentheim

Soloreis van oost naar west

Iets meer dan twee maanden na de tweede sessie op het Pieterpad, bevond ik mij opnieuw naar een wandelpad dat Nederland doorkruist. Een veelheid aan nog op te nemen verlof en een druk najaar in het vooruitzicht, maakte dat ik een opportuniteit had om wat extra vakantie te plannen. En omdat thuis zitten niet altijd stimuleert, besloot ik om er enkele dagen alleen op uit te trekken.

Aangezien ik dus met het Pieterpad van noord naar zuid-Nederland trek, leek het mij, toen ik hier op botste, een leuk idee om het Marskramerpad te doen, aangezien dit van oost naar west gaat. Natuurlijk volstond enkel dit gegeven niet. Door de horizontale dwarsdoorsnede is het ook een afwisselend pad en het heeft een duidelijk historische insteek. Het is dus meer dan wandelen.

Omdat de eerste wandeldag al meteen de kaap van de 26 km overschrijdt, was het niet wenselijk om dit te combineren met de heenreis. En dus plande ik eerst een bezoek aan Bad Bentheim, de startplaats van het pad. Dit is een kuuroord dat net over de grens ligt, met als centrale attractie de plaatselijke burcht, een middeleeuws kasteel met een rijke geschiedenis binnen het Grafschaft Bentheim, gelegen op 91 meter boven de zeespiegel.

De treinrit

De reis naar Bad Bantheim viel uiteen in twee grote stukken. Vanuit Brussel-Zuid ging het eerst naar Amsterdam-Centraal en van daaruit naar Bad Bentheim. Dat viel dus al bij al goed mee. Het was vooral in Brussel opschrikken, toen een dakloze man een nog niet volledige lege beker naar en kind gooide. De korte passage in Amsterdam-Centraal was gelukkig normaal.

De rest van de treinrit verliep ook best ok. Ik zat naast een soort influencer die de hele rit bezig was met het bewerken van een video over een of ander product om de tattoo op z’n arm (deze was helemaal met inkt ingekleurd) te behandelen. Hij leek op een sjofele Pogacar met een hipsterlook. Nadat er in Deventer 2 wilde Duitse kinderen bijkwamen, mocht de treinrit toch tot een eind komen.

Bad en Burg Bentheim

Om kwart na 2, na +- 6 uur reizen, arriveerde ik in Bad Benteim. Via een leuk parkje, het Schlosspark, met zicht op de burcht, kwam ik aan in het centrum. Na wat dralen in de zon, ging ik naar het hotel, waar anders dan beloofd op de website het personeel enkel Duits sprak en ik mij dus op Pfaffiaanse wijze uit de slag moest redden.

Daarna ging het naar de hoofdbrok van de dag, Burg Bentheim. En dit was echt een topper. Van het klimmen op de muren en de torens, tot de verschillende te bezoeken zalen, van alchemisten tot manuscripten, bood het best veel voor €8. Bad Bentheim staat ook al even gekend om een specifieke lokale zandsteen, waarin heel wat huizen, maar ook de kerk en het kasteel zijn opgetrokken. Verder staat er ook een standbeeld van niemand minder dan Otto von Bismarck, omdat deze in 1869 het stadje bezocht.

Eten en verblijf

Na mijn toeristische escapade ging ik op zoek naar eten. Ik wilde vandaag gaan voor de Duitse kost en vond dit in Alt Bentheim, met een goede wiener schnitzel. Ik was best tevreden met mijn keuze, jammer dat het even ongemakkelijk werd toen bleek dat mijn debetkaart niet werd aanvaard. Gelukkig was het geldautomaat en bijhorende redding nabij.

Het hotel zelf, DS Hotel Bad Bentheim, was een tikkeltje te rustiek en het was ook bloedheet op de kamer. Maar uiteindelijk betaalde ik niet zoveel, dus klagen is uit den boze. Het was een kwestie van goed drinken en zo goed mogelijk slapen om klaar te zijn voor de eerste en meteen de langste wandeling.

Wandelproject: De kastelenroute

België telt maar liefst 3000 kastelen. Daarmee is het het land met het hoogste aantal per km². Dat wil niet zeggen dat ze allemaal te bezichtigen zijn noch dat ze zichtbaar zijn langs de straatkant. Maar je kan er wel een hele hoop voorbijwandelen en een klein deeltje kan je ook echt bezoeken. Ik hou van wandelen en ik hou van langeafstandsroutes met een thema. Zo kwam ik op het idee om bijzondere, mooie, bijzonder mooie en boeiende kastelen op te lijsten en hier zelf een aaneensluitende route van te maken. Om het praktisch haalbaar te houden, wil ik (voorlopig) focussen op de kastelen in Vlaanderen.

Daarbij heb ik enkele basisregels opgesteld. Ten eerste probeer ik van station naar station te gaan, met tussenin ook voldoende plekken die met de bus toegankelijk zijn. Ten tweede probeer ik de etappes te houden rond de 20 kilometer. En ten derde plan ik de routes zo dat er naast mooie kastelen ook vooral mooie natuur te zien is, preferabel op onverharde paden.

Uiteraard is dit een langetermijnsproject. Ik weet zelf op dit moment nog niet waar de route gaat leiden en hoe deze gaat lopen. En of het überhaupt te doen is. Maar ik hoop wel aan de ontdekkingsreis op papier een mooie ontdekkingstocht op Vlaamse wegen te kunnen koppelen. Eentje waar ik zelf de elementen in steek die ik tijdens een tocht graag heb, in de hoop dat ook andere wandelaars dit weten te appreciëren.

Ik heb zelf al een lijst samengesteld met kastelen in alle provincies die zeker niet mogen ontbreken op een tocht, maar wil graag the wisdom of crowds inroepen. Ken jij een mooi kasteel, kasteeldomein of -tuin of kasteelruïne in je buurt? Laat het zeker weten!