Via Brabantica 1: Kapellen – Antwerpen

Met Sofie van de stadsrand naar het historische hart van Antwerpen

Een reis in eigen land

Een pelgrimstocht in eigen land, waarbij de start gekend is, maar de uiteindelijke bestemming een vraagteken is. Het echte eindpunt van de Camino, Santiago de Compostela, ligt volgens de snelle, rechtstreekse, langst hoofd- en asfaltwegen lopende route op 1700 kilometer, aldus Google Maps. Via de pelgrimswegen is het vermoedelijk toch nog ietsje meer.

Om het idee van op reis te zijn mee op te roepen, plaatste de NMBS mij op een meanderende Eurocity trein, waardoor de totale treinrit vanaf Halle naar Kapellen 1 uur en 50 minuten duurde. Op die tijd kan je met de trein of met het vliegtuig al een goed eind in het buitenland zitten. Het hielp dus om het algemene reisgevoel te creëren.

Van kerk naar kasteel via verkavelingen

Vanaf station Kapellen was het een goede zevenhonderd meter naar het feitelijke beginpunt. De Sint-Jacobuskerk zette meteen de thematische toon, zowel qua religieuze insteek als qua specifieke heilige. Het interieur zelf was sober. Buiten aan de gevel van de kerk hing een pijl die verduidelijkte wat de werkelijke afstand op de weg naar Compostella is. Wie vanuit Kapellen de hele trip wil doen heeft 2140 kilometer te temmen.

Meteen na ons beginpunt dook al een tweede kerk op, de Onze-Lieve-Vrouw van Fatimakerk, een moderne kerk die vandaag als kapel fungeert en die nog maar dateert van 1948. Deze heeft dan ook een hele andere look & feel dan de Sint-Jacobuskerk. Dit bezoek luidde voor lange tijd het einde in van de kerken en andere religieuze gebouwen.

Voor een gevoelsmatig lange tijd ging het vooral door verkavelingen en sociale woonwijken. De eerste keer dat dit patroon werd doorbroken was aan het kerkhof van Ekeren, met een bijzonder poortgebouw uit 1910. Ekeren had nog heel wat meer te bieden, zoals de Villa de Geesten, met ook in februari nog overdadige kerstdecoratie. De echte historische troef was dan weer het Hof van Veltwijck, een 16de eeuws waterkasteel met, opnieuw, een indrukwekkend poortgebouw.

Een vreemd rustpunt

Dit eerste deel blonk vooral uit in historisch verantwoorde architectuur met af en toe een religieuze inslag. De zeldzame natuurervaring moest komen van de Oude Landen, oude polders die na de tweede wereldoorlog door het leger werden gebruikt als oefenterrein en later bewaard en beschermd natuurgebied zouden worden. Ook in deze kale wintereditie was het hier aangenaam wandelen.

De gevreesde confrontatie met wilde, psychopathische koeien bleef gelukkig uit. De Galloways stonden op een veilige afstand, verzameld rond een van de vele indrukwekkende, kale bomen. Het middaguur was inmiddels aangebroken en dus was een uitnodigend bankje de ideale plek voor onze lunch. Niet veel later was dit stukje natuur, goed voor anderhalve kilometer, al gedaan.

Hoog in de lucht

Zoals de Oude Landen zelf een natuurlijk contrast vormde met het eerste deel door de Kapelse en Ekerense bebouwing, was het volgend stuk dat weer in de omgekeerde richting. De Antwerpse wijk Luchtbal is een verzameling appartementsblokken en woontorens, omringd door spoorlijnen en de haven, maar ook balancerend tussen vernieuwing en vergroening enerzijds en verloedering anderzijds. Het is vooral een bijzonder zicht gezien de nabijheid van het ongerept stukje natuur.

De haven en de stroom

Het Antwerpse deel viel grofweg uiteen in drie delen. Na Luchtbal volgde een deel langs het water. De industriële activiteit werd alsmaar zichtbaarder, met het architecturale opvallende Havenhuis als ultiem symbool. Het bleef nog even langs hangers, historische panden, Waag- en andere naties, kranen en, het allerbelangrijkste, de Schelde.

De volgende tussenstop was het Museum aan de Stroom of het MAS. Het hoofddoel van dit bezoek was geen tentoonstelling en zelfs geen bezoek aan het dakterras met zicht op de stad. Er was een bic uitgelopen in de zak van mijn fleece en achteloos had ik in Luchtbal mijn hand in mijn zak gestoken, met blauw getinte vingers tot gevolg. Gelukkig bracht het stromend water van het MAS redding. Dit tweede deel werd nog vervolgd door een passage door het indrukwekkende Felix Pakhuis en via enkele mooie straten naar het Steen, het oudste bewaarde gebouw van Antwerpen en vandaag de thuis van de dienst toerisme.

Een gids for all seasons

Daarna was het derde en het laatste stuk aangebroken, richting het historische centrum van de stad en zo langs een trio van kerken. De eerste was de Onze-Lieve-Vrouw kathedraal, die we al enige tijd, samen met de Boerentoren, vanuit de verte hadden kunnen bewonderen. De twee was waarschijnlijk de mooiste, maar helaas was de Carolus Borromeuskerk niet te bezichtigen.

Dat werd uiteindelijk gecompenseerd door de Sint-Jacobskerk. Niet alleen was de cirkel hier vandaag mee rond, we kregen ook een gratis gids die al even hard meanderde als de Via Brabantica zelf. Het ging over de authentieke kerk zelf, z’n kunstwerken en restauratie, maar even goed over de stad Antwerpen, de concullega’s van Mechelen, migratie, Middelburg, batterijen, Siemens, Philips, printers, klimaatverandering en ten slotte het leven en werk van Sint-Rochus. Na enige tijd en enkele subtiele hints dat ik een trein moest halen, lukte het mij toch om de mooie kerk te verlaten en zo kwamen we terecht aan het station van Antwerpen-Centraal, het eindpunt van deze eerste etappe.

Meer info over mijn (lange) weg naar Compostella en de wandelingen vind je hier https://fromtheseatothelandbeyond.com/caminos/

Via Brabantica

Alle wegen leiden naar Rome. Heel wat wegen naar Compostella. Het is geen echt gezegde, of dat denk ik toch, maar het is wel een waarheid als een koe. Vanuit de verschillende windstreken kun je op pelgrimstocht gaan via een netwerk van intergeconecteerde routes, op z’n old skool gedoopt tot Vias.

Pelgrimsroutes door België

Het is dus niet onlogisch dat ook België heel wat verschillende routes kent, die hoofdzakelijk vanuit Nederland, maar soms ook vanuit Duitsland richting Frankrijk trekken, om daar aan te sluiten op Franse pelgrimwegen. Van west naar oost heb je respectievelijk de Via Yprensis (vanuit Ieper), de Via Brugensis (vanuit Brugge), de Via Scaldea (van Vlissingen naar Reims), de Via Tenera (van Breda naar Saint-Quentin via de Denderstreek en Henegouwen), onze Via Brabantica (waarover zo meteen meer), met aftakking Via Lovensiensis, de Via Monastica (van het Nederlandse Vessem naar Rocroi in Frankrijk) en tot slot de Via Arduinna (vanuit Aken). Waar je ook woont in België, er is meestal wel een weg naar Compostella relatief dichtbij.

De Via Brabantica

Voor mij is de meest nabije camino dus de Via Brabantica, aangezien deze dwars doorheen Halle gaat. Dit is geen toeval, het is namelijk zelf een vrij populair (naar Belgische normen) bedevaartsoord dankzij z’n basiliek met Zwarte Madonna. Maar voor je in de Zennestad terechtkomt zijn er best nog wel wat kilometers af te leggen.

De Via Brabantica vertrekt waar twee Nederlandse Jakobswegen Thuredrecht  (vanuit Den Haag) en Amsvorde (vanuit Uithuizen in Noord-Nederland) eindigen. Officieel kan je beginnen in of Bergen-op-Zoom of in Breda. Wie wil starten in België doet dit qua etappe vanuit Kapellen. Van daaruit gaat het, niet echt verrassend voor een groot stuk door het historische hertogdom Brabant en het huidige Vlaams- en Waals-Brabant.

Het doet enkele grote steden aan, zoals Antwerpen, Mechelen en Brussel, naast kleine dorpen. Eens het in Wallonië duikt komt er al meer onontgonnen terrein aan te pas, met vermoedelijk ook wat meer typische Waals-Brabantse en Henegouwse plattelandswegen. In Nijvel komt het samen met de Via Gallia Belgica en wordt het daar ook soms zo gedoopt. Helemaal speciaal wordt het wanneer het de grens met Frankrijk oversteekt waarna het na enkel etappes eindigt in Saint-Quentin, waarna de Via Francigena naar Reims te volgen is.

Langs ijkpunten en gekende paden

Het mooie aan de Via Brabantica is dat het nieuwe ontdekkingen combineert met gekende plaatsen. Soms zijn dit plekken waar ik gewoon al eerder op een wandeling (of gewoon zo) ben terechtgekomen. Maar soms gaat het ook over plaatsen met een grotere betekenis, namelijk waar ik heb gewoond (Zemst), waar ik ben geboren en heb schoolgelopen (Mechelen) of waar ik vandaag woon (Halle). De afwisseling tussen het gekende en het ongekende en tussen plekken met en zonder en met oude en nieuwe betekenis is een meerwaarde op deze route.

Maar los van de individuele plekken, zorgt het ook voor het hernemen van bekende wandelroutes, hoofdzakelijk de StreekGR Groene Gordel, de Groene Wandeling door Brussel en de ronde van Waals-Brabant bijvoorbeeld. Maar ook individuele wandelingen zoals de luswandeling van Lembeek naar Kasteelbrakel. Hoe dieper in  het zuiden, hoe meer het terrein onontgonnen is.

De weg, het doel en de bestemming

Deze tocht verschilt van het andere wandelproject, de kastelenroute. Dat is een thematische wandeling met een vooraf vastgesteld narratief, wat ik overigens ook alleen wandel. Daar is de route op zich, samen met de geselecteerde kastelen, dan ook de duidelijke leidraad. De Via Brabantica fungeert eerder als kapstok. Het wandelen is hier niet zozeer het doel, maar door het gezelschap en de pelgrimscontext eerder het middel.

De keuze voor het gezelschap is dan ook bewust. Ik wil de weg zo veel mogelijk delen met anderen: vrienden, kennissen, misschien zelfs mensen die speciaal voor de gelegenheid samen op pad willen. Dat maakt de gesprekken anders. Of het nu gaat over grote of kleine dingen, wereldzaken of kleine bekommernissen, het is wat zich aandient.  In die zin ontstaat er onderweg een soort mini-pelgrimservaring: misschien niet altijd groots of verheven, maar steeds vertrekkend vanuit ontmoeting en beweging.

Meer info over mijn (lange) weg naar Compostella en de wandelingen vind je hier https://fromtheseatothelandbeyond.com/caminos/

Wandelproject: De (lange) weg naar Compostella

Over pelgrims

pel·grim (de; m,v; meervoud: pelgrims): bedevaartganger

be·de·vaart (de; v(m); meervoud: bedevaarten): tocht naar een heilige plaats

Ok, zo ver zijn we. Een pelgrim is iemand die een tocht maakt naar een heilige plaats. Vanuit een religieuze roeping test hij of zij lichaam en geest, op weg naar een betekenisvol eindpunt. Historische voorbeelden zijn talrijk. Jeruzalem heeft een belangrijke betekenis voor alle monotheïstische godsdiensten. Rome, en meer bepaald Vaticaanstad, is het epicentrum van het rooms-katholicisme. Ook Canterbury was eeuwenlang een belangrijk centrum voor bedevaarders. Dichter bij huis kennen we gelijkaardige tradities, zij het op kleinere schaal: Scherpenheuvel bijvoorbeeld, of mijn eigen Halle.

Sommige bedevaarttradities behouden hun religieuze insteek, andere hebben doorheen de jaren een bijkomende betekenis gekregen. Een goed voorbeeld daarvan is wellicht de bekendste pelgrimsroute ter wereld: de Camino naar Santiago de Compostella. Die wordt niet enkel bewandeld door mensen die dichter bij God willen komen, maar evenzeer door wie dichter bij zichzelf wil komen, of net afstand wil nemen van iets of iemand. In een drukke samenleving hebben steeds meer mensen nood aan afzondering. Zelfs in een ontkerkelijkte context behoudt de bedevaart zo haar oorspronkelijke functie.

Over de weg naar Compostella

De Camino is waarschijnlijk een van de bekendste langeafstandswandelingen ter wereld. Tegelijkertijd is het eigenlijk geen route. Het is een netwerk van wegen dat pelgrims, religieus en seculier, vanuit alle windstreken naar het bedevaartsoord in Galicië leidt. Het is ook een traject dat zo lang of zo kort is als men zelf wil. Sommigen beperken zich tot de verplichte laatste honderd kilometer, anderen maken er een persoonlijke tocht van weken of zelfs maanden van.

De sterkte van de Camino ligt voor een groot deel in zijn reputatie. Mensen die vastlopen en nood hebben aan een lange wandeltocht worden er haast automatisch door aangetrokken. Zelfs niet-wandelaars kennen het fenomeen. Het idee van een louterende tocht, vol overpeinzingen en ontmoetingen, werkt voor velen als een magneet, met het religieuze nog zelden als hoofdmotief. Dat het op sommige momenten wandelen in groep is, schrikt weinig mensen af. Tegelijk zijn er onderweg genoeg plekken voor rust, contemplatie en toevallige ontmoetingen.

Over mijn lange weg naar Compostella

Tot nu toe was mijn eigen drang om naar Compostella te wandelen relatief afwezig. Ik voelde me altijd meer aangetrokken tot discretere wandelroutes. Maar door recent het wandelkanaal van Efrén Gonzalez (Walk with Efrén) te herontdekken, en vooral door zijn enthousiasme, begon het idee van pelgrimeren toch te dagen.

Met een pasgeboren zoon, en los daarvan heel wat andere verplichtingen, is zo’n tocht voorlopig niet realistisch. Maar een kersverse vader kan wél momenten uitpikken in eigen land. Dat bracht mij op het idee van de lange weg naar Compostella. De héél lange weg. Mijn keuze viel op de Via Brabantica, een van de Caminoroutes die door België en door mijn thuisstad Halle loopt. Het traject voert me deels over bekend terrein, maar biedt tegelijk voldoende nieuws om te ontdekken.

Om het pelgrimsgevoel toch enigszins op te roepen, is het mijn intentie om elke etappe met iemand anders te wandelen. Niet met een vast plan of einddoel, maar met aandacht voor wat zich onderweg aandient: gesprekken, stiltes, bekende en onbekende plekken. Deze blog wordt het verslag van die stappen, groot en klein, op mijn lange weg naar Compostella, een weg die voorlopig vooral over het hier en het nu gaat.

Of deze weg ooit effectief tot in Compostella zal leiden, weet ik niet. En eerlijk gezegd is dat niet essentieel. De waarde zit niet in het bereiken van een eindpunt, maar in het onderweg zijn, zo wil het cliché. Wandelen is voor mij ook een manier van het denken oproepen. Gedachten vallen op hun plaats in het ritme van de passen. Stap per stap, kilometer per kilometer, gesprek per gesprek.

De RLS-Proloog: Lyon – Saint-Etienne – Le Puy-en-Velay

In het hart van de devotie (en Maria)

Nog 244 km te gaan – 12.151 stappen gezet (9 km)

De Route de Gorges de la Loire

We stonden relatief vroeg op voor een relatief goed maar prijzig ontbijt, om vervolgens rond 9 uur opnieuw naar Lyon Part-Dieu te keren. Door de werken duurde het langer dan normaal, met onderweg nog een verwarrende passage langs een dakterras die naar de opzichtige toren van het Radisson Blu Hotel leidt. Tussen Lyon en Le Puy-en-Velay, onze bestemming vandaag, ligt een goede 140 kilometer, het station van Saint-Etienne Châteaucreux en een grondverzakking de mij al enkele dagen bezighield.

De website van de SNCF, de Société Nationale des Chemins de Fer français of de Franse tegenhanger van onze NMBS, is vrij complex. Wie een zoekopdracht ingeeft krijgt meestal eerst het resultaat dat wordt aangeraden, dan eentje met de kortste reistijd, dan eentje met een wagen (waarover zodra meer) en dan in willekeurige volgorde nog wat verbindingen, alles zo min mogelijk chronologisch gepresenteerd.  De aangeraden autorit lijkt helemaal vreemd, wat het ook deels is. De SNCF en de TEC, de Franse busdienst, werken samen met Bla Bla Cars, een autodeelplatform met meer dan 70 miljoen gebruikers. Wie in dit geval van Saint-Etienne naar Le Puy moet en nog plaatsen overheeft op de achterbank, kan dus reizigers meenemen. Maar dit bood niet de zekerheid waar ik naar op zoek was.

Maar goed, de grondverzakking dus. Ergens op het treintraject was er door een zware storm schade aan het spoor, waardoor er geen treinen meer reden tussen Saint-Etienne en Le Puy. De verwarrende website sprak wel over een vervangbus en er was ons een kwartier gegund om het volledig uit te klaren. Op het scherm in het station verscheen de verbinding wel, maar ik had in mijn sprint richting het ticketautomaat niet gezien dat er een bus- in plaats van een treinsymbool stond. De trein was inderdaad vervangen, maar gelukkig waren mijn twee prematuur gekochte treintickets van 15 euro geldig.

Een privéfirma was ingehuurd om de lijn over te nemen, waarbij elk station ook een halte was en de chauffeur allerhande maneuvers moest uitvoeren om zich op de vaak weinig optimale parkings te keren. Onze treinrit, die normaal anderhalf uur zou duren, werd zo vervangen door een busrit van 2u35, langs kleine dorpjes als Bas – Monistrol, Chamalières-sur-Loire en Saint-Vincent le Château. Een groot deel van dit traject was in 2019 ook door het peloton van de Tour gereden, tijdens de rit van Saint-Étienne naar Brioude, doorheen het Centraal Massief, die gewonnen werd door de Zuid-Afrikaan Daryl Impey. De vele ronde punten waren versierd met fietsen, wielen en kunstwerken die verwezen naar de gele, groene en bolletjestrui.

De trage tocht richting de Velay werd enigszins gecompenseerd door het feit dat onze baan op een scenic route lag, de zogenaamde Route de Gorges de La Loire. Enkele rivieren zullen tijdens onze reis een rol spelen en de Loire is daar een van. Haar bron ligt op 1315 meter hoogte op de mont Gerbier-du-Jonc, een goede 40 kilometer ten zuidoosten van Le Puy in de Ardèche. Met haar 1012 km is ze de langste rivier van Frankrijk en voor ze uitmondt in de Atlantische Oceaan passeert ze nog door 11 andere departementen. Wanneer onze bus ons een blik gunt op de diepe kloven waar de Loire zich een weg door kronkelt, zien we dus een jonge rivier.  Eens Lavoûte-sur-Loire voorbij was het nog maar een goede twintig minuten wachten tot we eindelijk voet aan grond kon zetten. In totaal had onze tocht van Brussel naar Le Puy-en-Velay, weliswaar met twee tussenstations 7u15 geduurd.

Le Puy, een historisch bedevaartsoord

Ons grote geluk was misschien wel dat er telkens op 15de augustus, Maria-Hemelvaart of Onze-Lieve-Vrouw-Hemelvaart, een processie doorgaat in Le Puy, met in de hoofdrol, jawel, een Zwarte Madonna. Het was een van de redenen om een dag vroeger te vertrekken en zeker vroeg genoeg in het stadje aan te komen. De link met onze thuisstad Halle was namelijk te interessant. Ook dat is historisch gezien een belangrijk bedevaartsoord met een lange traditie van Maria-devotie. En bovendien is “onze” Madonna ook zwart.

De Sint-Martinuskerk is pas sinds 1946 verheven tot basiliek door Pius XII, maar kent wel een lange geschiedenis. De toren is 71 meter hoog en werd in de 15de eeuw gefinaliseerd. De kerk had altijd een groot aanzien. Filips de Stoute, de hertog van Bourgondië, stierf in een herberg vlakbij de kerk, Karel V bezocht deze ooit en Hendrik VIII, koning van Engeland, schonk een monstrans, enkele jaren voor hij de Anglicaanse Kerk zou oprichten. Ook de Mariaprocessie kent een lang traditie en wordt reeds vermeld in een pauselijke Bul uit 1335 waarbij aflaten werden beloofd voor zij die vroom deelnamen aan de processie.

En dan is er nog de Zwarte Madonna van Halle. Het beeld zou door Elisabeth van Thüringen en via omwegen aan de stad geschonken zijn. In dit beeld zit Maria en geeft ze Jezus de borst. Volgens de legende komt de zwarte kleur door een miraculeuze redding van de stad, waarbij ze tijdens een belegering in 1489 door Filips van Cleef de kanonballen met haar mantel opving, waarbij gelaat en handen zwart werden van het roet. De echte reden is waarschijnlijk iets meer geaard in de realiteit en ligt waarschijnlijk aan het materiaal dat gebruikt werd en het resultaat van oxidatie of dampen. In ieder geval spreekt het, als een van de vijf overgebleven Zwarte Madonna’s in België tot de verbeelding.

Le Puy heeft geen basiliek maar een kathedraal, namelijk de Notre-Dame-du-Puy, met een al even rijke geschiedenis en een groot historisch belang. De bouw van de kathedraal zelf werd in de 13de eeuw afgerond. Net als de Basilique Fourvière in Lyon torent het boven de historische stad uit. Meer zelfs nog, het vergt een reeks trappen, die tot in het gebouw gaan om haar te betreden. En net als Halle is het een belangrijk oord voor pelgrims, waarbij de oorsprong teruggaat tot de vroege middeleeuwen. Binnenin is er een grote vulkanische steen, de zogenaamde Pierre de Fièvre of Pierre des Apparitions te zien, die volgens de legende helende krachten zou hebben. Een vrouw was op een dolmen gaan liggen nadat ze had gebeden tot de Maagd om haar te genezen. En zo geschiedde. Hier ligt de oorsprong van de Mariaverering in Le Puy. De Maagd van de Dolmen werd mettertijd vervangen door, jawel, een Zwarte Madonna.

Het oorspronkelijk beeld werd ook geschonken door een prominent historische figuur. Niemand minder dan Lodewijk IX, nadien geëerd als Lodewijk de Heilige, zou de Madonna in Ethiopische stijl geschonken hebben na terugkeer van zijn kruistocht. Ondanks de turbulente en vaak gewelddadige geschiedenis, werden de religieuze schatten, waaronder de Zwarte Madonna pas vernietigd tijdens de Franse Revolutie. Het huidige beeld is dus niet het originele beeld dat geschonken werd door Lodewijk de Heilige maar een replica uit de zeventiende eeuw.

Vandaag is Le Puy een belangrijke startplaats van een van de vier Franse routes die naar Santiago de Compostella leiden. De Via Podiensis komt net voor de Pyreneeën samen met twee andere wegen, deze uit Parijs en uit Vezelay, en vormt daar de befaamde Camino Frances, waarbij eens in Spanje er nog een vierde route, vanuit Arles, bijkomt. De Via Brabantica, die ook Halle aandoet, komt uiteindelijk uit op deze van Parijs.  Le Puy en Santiago zijn duidelijk al eeuwen met elkaar verbonden. Het zorgt ervoor dat je niet weet wie een mogelijke metgezel wordt op de Chemin de Stevenson en wie andere ambities koestert, grensoverschrijdend en spiritueel. Tenzij ze natuurlijk overduidelijk pronken met hun jakobsschelp of pelgrimsstaf.

We zouden de Zwarte Madonna die namiddag twee keer zien. Een keer in de imposante kathedraal, de weg ernaar toe versierd met vlaggen in de blauwwitte kleuren van de Heilige Maagd, en een keer tijdens de processie. Maar eerst zouden we op een heel andere manier een connectie maken met Maria. De skyline van Le Puy wordt namelijk gedomineerd door drie opvallende ijkpunten. Naast de kathedraal is er ook nog de Église Saint-Michel d’Aiguilhe, een kerk die op een vulkanische plug van 82 meter hoog is gebouwd en waar een gemotiveerde bezoeker 268 treden voor moet beklimmen.

De Rode Madonna

Het meest opvallende monument is ongetwijfeld de Rode Madonna, die vanop verscheidene plekken in het stadje te zien is en zowel kerk als kathedraal onder zich laat, pronkend op een vulkanische kegel van 132 meter, en dit op een hoogte van 757 meter boven de zeespiegel. Nadat het idee hem ter ore was gekomen via een priester, beslist Auguste de Morlhon, de bisschop van Le Puy, in 1853 om een commissie op te richten om te onderzoeken of en hoe men een standbeeld van de Heilige Maagd op de rocher Corneille kan bouwen. Niet veel later schreven zij een wedstrijd uit. Die werd in november van dat jaar gewonnen door ene Jean-Marie Bonnassieux. Eind 1854 werd begonnen aan het project, maar al snel merkte men dat men geld en materiaal te kort komt.

Dat werd opgelost in 1856, wanneer, na een smeekbede bij Napoleon III, het ijzer van 213 kanonnen die buit werden gemaakt tijdens de slag om Sebastopol in de Krimoorlog, goed voor 150.000 kilo materiaal, werden geschonken. Het beeld werd gegoten in het plekje Givors, in de buurt van Lyon, en vanaf juli 1859 werden de delen op de rots geïnstalleerd. Op 12 september 1860, 7 jaar na het gekke idee ontsproten was aan het geestelijke brein, werd het beeld ingehuldigd door bisschop de Morlhon in aanwezigheid van een massa van 120.000 pelgrims. Het moet in die tijd inderdaad een bijzonder zicht geweest zijn. Het was met z’n 16 meter hoogte (en zelfs 22 inclusief het voetstuk) 26 jaar lang het hoogste standbeeld ter wereld, tot het Vrijheidsbeeld in New York werd neergepoot. Het weegt in totaal 835 ton. Zelfs de arm van Jezus, die in de lucht wordt gehouden, weegt alleen al 600 kilo.

Wie dacht dat daarmee alles gezegd was over dit bijzondere beeld, wacht nog een aangename verrassing. De speciale connectie met Maria, directer dan in de kathedraal of tijdens de processie, ligt namelijk voor iedereen voor het grijpen. Voor slechts 4 euro kan je een ticketje kopen dat toegang geeft tot het omringende park en vooral tot de binnenkant van het standbeeld. Een wenteltrap brengt je in het hoofd van Maria en wie gemotiveerd is en geen last van hoogtevrees heeft kan nog via een ladder 3,5 meter hoger klimmen om zo via de doorzichtige kroon een 360 graden panorama van de Velay te krijgen. Ik heb maar een beetje last van hoogtevrees en aangezien ik al zo ver was geraakt, er 4 euro had voor betaald (en de vijf wachtenden achter mij verwachtten dat ik naar boven zou kruipen), genoot ik zelf ook even van het uitzicht, al waren de treden niet echt voorzien op de zool van een wandelschoen. Gelukkig geraakte ik met lijf en leden intact opnieuw uit het beeld.

De processie van het broederschap

Na het toeristische bezoek aan de Rode Madonna was het tijd voor een authentieke ervaring met de Zwarte Madonna in de hoofdrol. De historische binnenstad was volgehangen met luidsprekers, waardoor zelfs de meest cynische atheïst niet kon ontsnappen aan de misviering voorafgaand aan de processie, met bijhorende gebeden en koorgezangen. Sara en ik hadden ons strategisch op het stadsplein aan de mairie gezet. Rondom ons waren hoofdzakelijk oudere mensen verzameld, en aan de overkant stonden enkele militairen strategisch opgesteld. We hadden hen al eerder in de binnenstad zien patrouilleren. Zoals zo vaak voelt men zich net onveiliger door het machtsvertoon, maar net als met de koffer in Charles De Gaulle is het een teken van deze tijd.

Centraal in de processie bevindt zich een eeuwenoud broederschap,  la confrérie des pénitents blancs du Puy-en-Velay, opgericht in 1584, en in de eeuwen daarna een machtige actor binnen het religieuze gebeuren, onder andere door hun rol in de ziekenzorg. Ze waren zelfs zo invloedrijk dat hun kapel vandaag nog vlak naast de kathedraal ligt. Na een kort intermezzo tijdens de Franse Revolutie, waarbij het broederschap werd afgeschaft, werden ze in 1811 in ere hersteld. Tot op de dag van vandaag spelen ze een belangrijke rol in zowel de paasprocessie als deze op 15 augustus. Voor deze laatste halen ze enkel de witte gewaden boven, maar tijdens de processie op Goede Vrijdag kan je hen ook zien met hun witte kappen op.

Klokslag om 15u30 vertrok de massa aan de kathedraal. Niet veel later verschijnt het gezelschap, met achter hen de Zwarte Madonna, gedragen door vier zusters. Maar het bijzondere aan de processie was het vervolg. Het standbeeld werd gevolgd door een lange sliert toehoorders. Geen gekostumeerde folklore, geen geromantiseerde historische taferelen, geen praalwagens of toeters en bellen, maar gebeden en gezangen, gepreveld en gezongen door een divers gezelschap, verenigd in hun devotie voor de Maagd Maria, Zij die, zoals de priester eerder door de luidsprekers verkondigde, iedereen in haar armen sluit, de gelovigen, de ongelukkigen, de zondaars en ja, zelfs en vooral de ongelovigen.

Op zo’n moment is het zelfs voor een atheïst moeilijk om geen jaloezie te voelen voor de lotsverbondenheid en de samenhorigheid die de stoet uitstraalt, het vermogen om te geloven in de helende en heilzame kracht van Maria. Stevenson, een overtuigd Protestant, die overigens niet lang in Le Puy verbleef, zou het tafereel in ieder geval met argusogen hebben gadegeslagen. Het zegt misschien iets over onze tijd, of misschien over mij, dat een ongelovige met meer bewondering naar deze authentieke uiting van geloof kan kijken dan een geloofsgenoot uit de negentiende eeuw, die zich weliswaar aan een andere tak van dezelfde boom had vastgehangen.

Een duik in de geschiedenis

Om onze namiddag optimaal af te ronden gingen we nog naar het plaatselijk museum, le musée Crozatier, dat in 1820 in z’n vroegste vorm werd opgericht, om in 1851 te verhuizen naar de huidige site, in wat vandaag de Jardin Henry Vinay is. Dit park werd genoemd naar een plaatselijk politicus die tussen 1865 en 1877 enkele keren burgemeester was van Puy-en-Velay. De naam van het museum zelf is dan weer afkomstig van Charles Crozatier, een verzamelaar en mecenas die het project mee financierde. Maar in Frankrijk koestert men zelfs in stadjes van om en beide 20.000 inwoners hun erfgoed. Na een renovatie die 7 jaar duurde, opende het gebouw in juli 2018 opnieuw haar deuren om de veelzijdige collectie in een moderner jasje te presenteren.

Het is vaak die variatie en historische reikwijdte die plaatselijke musea, al zou dit zelfs in België tot de beteren behoren, die ons, zeker als historici, kan boeien. Je krijgt er een blik op de geschiedenis van de stad en de streek, die vaak getoond wordt door een massa authentieke voorwerpen. En dat is hier niet anders. Naast een bescheiden expositie over de Keltische aanwezigheid is er voor elk wat wils. Je hebt de archeologische collectie, de collectie schilderijen, een afdeling over (natuur)wetenschappen en ten slotte enkele kamers die inzoomen op het leven, de devotie en de nijverheid van Le Puy en haar inwoners. Dat gaat dan van medaillons met humoristische afbeeldingen die aan ezels werden gehangen tot een enorme kantcollectie.  Le Puy was een van de bekendste productiecentra van Franse kant. In het museum kan je zelfs het kantklossen uitproberen. Opnieuw bleek dat mijn motoriek niet al te ontwikkeld is.

Na ons museumbezoek wandelden we via het park, waar een tiental petanquebanen zijn voorzien voor de enthousiastelingen naar ons hotel, het eerste dat voor ons geregeld werd. Bristol, een onbedoelde kwinkslag richting onze voorliefde voor het Verenigd Koninkrijk en de plek waar in 2008 de reis begon die ons samen zou brengen. Waarschijnlijk werd de naam ooit gekozen omdat men hier dacht dat het internationaal klonk. Bovenop het hotel pronkt de naam in grote, rode letters. Ertegenover, in bijna even grote, blauwe letters, wordt Parking Foch aangeprezen. 7 dagen op 7, 24 uur per dag. Een troosteloze stukje asfalt, verstopt achter een slagboom en een pizzeria die ook al de naam van de maarschalk uit de Eerste Wereldoorlog draagt. De discussie die ervoor zorgde dat Foch zijn plein in Leuven kwijtspeelde aan voormalig rector De Somer was duidelijk nog niet tot de Velay geraakt.

Hoe dichter de Chemin, hoe kleiner de schaal. Maar het was ook een reis van het alledaagse, familiaire Halle naar het relatief gekende Lyon en zo de komende dagen steeds meer het onbekende in. Een aardse, profane pelgrimstocht in de voetsporen van een devoot, protestants schrijver, op zoek naar een interessant verhaal voor een publicatie en de geschiedenis van zijn medegenoten, de Camisards. Op zoek naar Goddelijke inspiratie ook, iets wat hier in Le Puy, een van de beginpunten van de Camino, in overvloed te vinden is. Hij wou de liefde vergeten, ik zou de tocht maken met mijn kersverse vrouw. Vanuit onze kamer hoorden we hoe de klokken van de kathedraal opnieuw luidden. Het officiële programma van deze 15de augustus begon met een mis om 7 uur ’s ochtends en eindigde om 21 uur met een klank- en lichtspektakel. Soms zou ik wel willen geloven, maar misschien is wandelen en ontdekken mijn manier om de schepping te eren, eerder dan zingen en bidden. Van de grootstad naar de stad naar het dorp en zo de natuur in. God, wat had ik er zin in.

De accommodatie

Op het eerste zicht komt de wat vergane grandeur die de buitengevel lijkt te impliceren overeen met het interieur. De houten trap is wat afgeleefd en de gammele lift kan ons en onze rugzakken met moeite naar boven hijsen. Instappen lukt nog net, maar draaien en keren is geen optie, en dus is het opletten om niet te struikelen bij het uitstappen. Hoewel het aangeprezen werd als een gerenoveerd hotel, is dit in de kamer slechts half te zien. Het slaapgedeelte is charmant en modern genoeg, maar de badkuip vertoont roestplekken en zelfs met mijn bescheiden maat 42 is het geen evidentie om mijn beide voeten naast mekaar te plaatsen. Het daagt ons ook pas later hoe het rolluiksysteem, waarbij men het uiteinde van een lange staaf dient te plooien en vervolgens eenvoudig te draaien, werkt, waardoor Sara en ik onszelf bijna een polsblessure wrongen.

Het eten

Daar waar de slaapkamers met gedeeltelijk succes gerenoveerd zijn, is dit voor het restaurant met meer visie en oog voor sfeer en gezelligheid gebeurt. Je kijkt wel uit op de houten trap, maar tegelijk zit je in een gezellige kader. Waar de bar duidelijk mikt op de roaring twenties, voel het restaurant modern maar warm aan. En wat meer, het restaurant kon uitpakken met het officiële label van maître restaurateur, uitgevaardigd door de Franse staat na audits en inspecties aan zaken die werken met lokale, verse producten en dit combineren met vakmanschap.

We namen beide het excellente courgettetaartje als voorgerecht. Bij het hoofdgerecht nam mijn zin voor culinair avontuur over en koos ik de brandade de morue, een stokvispuree die bekend staat als specialiteit uit Nîmes, de stad waar onze reis zou eindigen. (Ja, ik geef toe dat ik het eerst het eerst heb moeten googelen) Een bijzondere ervaring, maar een die gelukkig en misschien onverwachts, gezien je letterlijk puree met gepureerde vis eet, niet tegensteekt. Sara hield het iets traditioneler en nam het kalfsvlees met olijven en aardappelkroketjes. Eerder dan gepaneerde puree bestonden deze vreemd uit gepaneerde aardappelen. Terwijl ik daar zat met mijn gepureerde vis… Na het hoofdgerecht volgden nog respectievelijk een citroentaartje met merengue en een tiramisu met rode vruchten. Als dit ons elke avond te wachten stond, dan zouden we vier kilo zwaarder en tevreden terug in België landen.