Etappe 5: Mollem – Sint-Kwintens-Lennik (26 km)

🥾 Terrein

Velden, bossen en dorpskernen met onverharde paden, afgewisseld met geasfalteerde trajecten. Glooiend Pajottenland zorgt voor afwisselende hoogtes.

🏞️ Bezienswaardigheden

• Rookpluim van brandende tweedehandslinnenfabriek in Mollem
Dorpskern Asbeek
Kerk en centrum van Ternat: inclusief opvallend schoolgebouw met weerspiegelend materiaal
Spoorwegbrug naar Wambeek, deelgemeente van Ternat
Glooiende landschappen van het Pajottenland
Sint-Martens-Lennik, typisch Vlaams dorp
Sint-Kwintens-Lennik: markt met standbeeld van het Brabants trekpaard ‘Prins’

⏳ Afstand & duur

± 22 km, 5 tot 6 uur wandelen, met wisselende inspanningsniveaus

⛰️ Zwaartegraad

Matig – het terrein is grotendeels zacht met onverharde paden, maar door het heuvelachtige Pajottenland is er af en toe een pittige klim.

⭐ Oordeel 3,5/5

De Vlaamse Rand is meer dan een plek waar Vlamingen thuis zijn en de schaduw van onze hoofdstad immer aanwezig is. Het is ook een plek waar wandelaars thuis zijn, dankzij verscheidene wandelknooppuntnetwerken maar ook dankzij een eigen streekGR, de GR groene gordel. Want ondanks de onvermijdelijke verstedelijking en verkaveling, is er nog heel wat natuurpracht te vinden. Samen met een ex-collega tackelden we al twee van de zes etappes, naar Groenendaal en naar Kortenberg. Een dikke anderhalf jaar en een covidgolf of drie later lukte het dan eindelijk om het derde stuk af te wandelen, van Kortenberg naar Eppegem. Een langere etappe van Eppegem naar Mollem volgde in september. Met het mooie wandelweer in het vooruitzicht, was het de opportuniteit om deel vijf te temmen.

Een valse start en een mooi begin

Op de trein was het even verwarring troef. Net voor het station Mollem besloot de boordcomputer om de bestemmingen om te keren, waardoor het leek alsof we onze startplaats al voorbij waren gereden en de trein al aan de weg terug naar Brussel was begonnen. Gelukkig kwamen we uiteindelijk toch niet terecht in Zellik of Asse, maar was het niet meer dan een glitch in de NMBS-matrix.

Het kon de pret van de start niet bederven. De etappe begon meteen met een hele hoop mooie natuur. Eerst ging het door de velden van Paddenbroeken en Mazenzele, waarmee we op de grens wandelden tussen Asse, Merchtem en Opwijk. Het eerste hoogtepuntje van de dag was echter het mooie Kravaalbos, een overblijfsel van het oude Kolenwoud. Het was er aangenaam wandelen, met een grote eigenheid en zelfs even een licht spectaculaire uitkijk op een privé-vijver.

Vuur en as(se)

Elke wandeling heeft ook een moment van spanning nodig. Dat werd dit keer gebracht door een onverwacht zicht. Na uit het bos komen zagen we in de verte plots een rookpluim. De veronderstelling dat het om een van de koeltorens van Vorst ging werd al snel de kop in gedrukt. De rookpluim werd steeds donkerder en klom ook steeds hoger. Het was spectaculair, maar er was ook nog wat onduidelijkheid (en spanning) over de oorzaak. Uiteindelijk bleek het om een brand in Mollem te gaan, waar een tweedehandslinnenfabriek in vuur opging. Wij waren gelukkig al even onderweg en hadden een alibi.

Sowieso wandelden we gestaag en dapper voort, dan eens weg van en dan eens in de richting van de rookpluim, terwijl er af en toe sirenes op de achtergrond te horen waren. De andere mensen die we tegen kwamen, inwoners van het zeer treffend genaamde Asbeek, bleven er stoïcijns bij. Gelukkig waren er ook mooie vergezichten en aangename paden. Op voorhand kon ik mij niet veel voorstellen bij deze vijfde etappe, maar met elke stap groeide de appreciatie

Van kerk naar kerk

Het eerste deel ging grotendeels door velden en bossen. Hoewel deze ook aanwezig waren in het tweede gedeelte, lag er hier toch ook meer focus op de verschillende dorpskernen. Het tweede deel kan best omschreven worden als tocht van kerk naar kerk. Van het al eerder vermelde Asbeek ging het naar Ternat, waar we even pauzeerden aan de plaatselijke Okay, waar we op een half afgebroken zitbankje onze vermoeide voeten even ademruimte konden geven.

Het centrum van Ternat, met een bijzonder schoolgebouw dat bestond uit weerspiegelend materiaal, werd niet verlaten via het mooi ogend park, maar wel via een straat met zicht op het mooi ogend park. Een bizarre keuze van de samenstellers van deze GR. We doken wat verder onder een spoorwegbrug en gingen zo naar de volgende deelgemeente van Ternat, Wambeek.

Het laatste stuk ging nog even door de velden. De glooiingen werden steeds aanweziger, het Pajottenland was finaal bereikt. Dit zorgde niet enkel voor mooie uitzichten, maar ook voor wat conditietraining. Deze was gelukkig beter dan verwacht, zelfs na 20+ kilometer. Los van de passages door de dorpskernen was het grootste deel van de route over onverharde paden, wat fijner is voor de voeten.

En zo kwamen we aan het tweeluik in Lennik. Sint-Martens-Lennik en Sint-Kwintens-Lennik liggen op een boogscheut van mekaar en zijn gescheiden door een geasfalteerd pad waar vroeger blijkbaar een tram reed. Beide kerktorens zijn in de verte te zien. Sint-Martens-Lennik doet nog iets meer denken aan een Vlaams dorp van weleer. Sint-Kwintens-Lennik kan dan weer uitpakken met een iets grotere markt, met als trekpleister het indrukwekkend standbeeld van het al even indrukwekkend Brabants trekpaard, hier gedoopt tot Prins. Een mooi eindpunt voor de voorlaatste etappe, die op verschillende manieren wist te ver(r)assen.

Meer wandelingen op de StreekGR Groene Gordel vind je hier: https://fromtheseatothelandbeyond.com/streekgr-groene-gordel-rond-brussel/

GR5A.3 Zandbergen – Geraardsbergen (13,4 km)

🥾 Terrein

Velden, veldwegen, bospaden en af en toe asfalt, grotendeels onverhard en aangenaam wandelbaar.

🏞️ Bezienswaardigheden

Denderbrug over de Dender
Kerk van Zandbergen
Kapel langs de route
• Wijk met karakteristieke huizen
Raspaillebos: bekend om bonshyacinten en bosanemonen
Oudenbergkapel bij de Muur van Geraardsbergen
Kasseiwegjes en trappen naar Grote Markt van Geraardsbergen

⏳ Afstand & duur

± 14 km, 3 tot 4 uur wandelen, afwisselend terrein

⛰️ Zwaartegraad

Licht tot gemiddeld – vooral onverharde paden, maar enkele stevige klimmetjes richting Geraardsbergen

⭐ Oordeel 4/5

Ons land kent heel wat GR’s. En blijkbaar kunnen we zelfs claimen de langste luswandeling van Europa op ons grondgebied te hebben. De GR5 A (de link met de GR5 is mij een raadsel) is ook gekend als de wandelronde van Vlaanderen en wandelt de grens van Oost- en West-Vlaanderen af, goed voor 582 km wandelplezier. Deze zonnige paasmaandag was perfect voor een korte etappe van station Zandbergen naar Geraardsbergen.

Een rivier en wat beekjes

Vanaf het station van Zandbergen gaat de GR opnieuw even over de Dender. De rivier, die al vanaf Dendermonde her en der opduikt, wordt ditmaal overgestoken door de Denderbrug, geen originele naam maar wel een originele brug. Eens voorbij de kerk van Zandbergen begint er een tocht door velden, veldwegen, bospaden met af en toe wat asfalt. Het merendeel is onverhard en erg aangenaam. De uitlopers van de Vlaamse Ardennen worden even opgevrolijkt door een groep die op wandel ging met enkele alpaca’s. Hierna passeren we nog een kapel en een wijk met kasten van huizen.

Het mini-boshyacintfestival

Halfweg de wandeling gaat het door het Raspaillebos, vlakbij de Bosberg. We waren al enkele keren in dit bos gaan wandelen, maar dit keer werden we getrakteerd op de paarse pracht van de bonshyacinten, aangevuld met witte bosanemonen. Terwijl het Hallerbos wat verder overrompeld worden door dagjestoeristen, was het hier relatief kalm, hoewel het natuurlijk ook een beetje minder en wat meer geconcentreerd is. Maar de hele passage doorheen het Raspaillebos is gewoon aangenaam wandelplezier.

De Muur en de Wandelronde

Uit het bos volgen we gedurende een dikke kilometer nog een pad langs akkers en velden, waarbij het vergezicht aangenamer en aangenamer wordt. Twee spannen met paarden passeren ons en even verder moeten de arme dieren alles geven om een vrij steile baan te trotseren. Wij slaan iets daarvoor naar links en gaan opnieuw tussen bos en veld.

En dan klimt het nog een keer, waarna we Geraardsbergen binnenwandelen. Daar wacht ons een stukje wielergeschiedenis. De wandelronde van Vlaanderen kan uiteraard ook niet zonder dé Muur. We maken van de gelegenheid gebruik om de Oudenbergkapel te bezoeken en daarna dalen we via een reeks kasseiwegjes en trappen naar de grote markt van Geraardsbergen. En zo komt deze korte maar mooie derde etappe op de GR5A op z’n einde.

Meer wandelingen op de GR5A kan je hier vinden: https://fromtheseatothelandbeyond.com/gr-5a-wandelronde-van-vlaanderen/

GR5A.2 Aalst – Zandbergen (30,4 km)

🥾 Terrein

Afwisseling van stadspark, bos, woonwijk, veldwegen, knuppelpaden en asfalt.

🏞️ Bezienswaardigheden

Grote Markt Aalst: met schepenhuis en belfort
Stadspark Aalst: met twee mooie vijvers
Osbroek: natuurlijk bosgebied
Wellemeersen: overstromingsgebied van de Dender
Houten spoorwegbrug in Welle
Kapelletjes: langs een nieuw pad tussen de velden
Kerkje van Nederhasselt met bijzonder interieur
De Beverbeek
Beukenboomkapel

⏳ Afstand & duur

± 20 km, ongeveer 5 uur wandelen

⛰️ Zwaartegraad

Matig – mix van vlakke en glooiende paden, met enkele kasseistukken en veldwegen

⭐ Oordeel 3,5/5

Ons land kent heel wat GR’s. En blijkbaar kunnen we zelfs claimen de langste luswandeling van Europa op ons grondgebied te hebben. De GR5 A (de link met de GR5 is mij een raadsel) is ook gekend als de wandelronde van Vlaanderen en wandelt de grens van Oost- en West-Vlaanderen af, goed voor 582 km wandelplezier. Na een start in Dendermonde blijf ik op deze tweede etappe in de Denderstreek, een tocht van een goede 30 km.

Aalsterse parken en luide natuurgebieden

Deze twee etappe begint opnieuw aan het station van Aalst. Het gaat al snel naar de grote markt, met een mooi schepenhuis en dito belfort, en daarna naar twee Aalsterse parken. Het stadspark pakt uit met twee mooie vijvers. Daarna gaat het naar het iets meer natuurlijke Osbroek, een aangenaam bosgebied dat fungeert als goede introductie voor wat nog komen moet.

Het vervolg is misschien ietsje minder charmant. Vanuit het park gaat het naar een woonwijk en de stationsbuurt van Erembodegem. Een korte tocht langs het spoor brengt je al snel naar de Wellemeersen, een overstromingsgebied van de Dender met een veelzijdige fauna en flora. Het is op zich wel mooi, maar de nabijheid van de E40 enerzijds en een serieus stuk privégebied anderzijds, maakt de ervaring wat minder. Ik was ook even op iemands terrein gewandeld. Gelukkig wees deze mij beleefd op het wandelpad.

Tussen veld en verkaveling

Het middenstuk is een afwisseling van veld en verkaveling, waarbij ook in de meer ‘natuurlijke’ stukken de menselijke aanwezigheid nooit veraf is. De Dender leidt naar een graasgebied voor Galloways waar ik helaas geen Galloway bespeur en over een kort knuppelpad. Opnieuw volgt de GR de spoorweg, maar deze keer leidt het naar een eerste hoogtepuntje, de bijzondere houten spoorwegbrug in Welle.

Vanaf daar is het een afwisseling tussen de verkaveling van Welle naar een gebetonneerd pad tussen de velden en zo naar een weg langsheen een drukke steenweg. Opnieuw ietsje minder charmant. Het is nog even behelpen in een stukje Haaltert, waar een bepaalde tuin uitpakt met emoes en een gigantische kalkoen, maar daarna wordt het steeds aangenamer wandelen.

Ik passeer nog even een veld waar de tractor net zijn mest begon te spuiten, maar het motiveerde wel om er de pas in te zetten richting Lebeke en middagpauze. Dit gaat via een aangenaam bos, waar de drukte echt achter de rug is. Vervolgens voert een nieuw ogend pad tussen de velden naar enkele kapelletjes. Het is aan een van deze dat ik na een goede 18 km mij op een bankje zet en geniet van een korte middagpauze.

Een mooi slotstuk

Het laatste derde van de wandeling zorgt echter voor een mooie afsluiter, met verschillende mooie stukjes. Een weg door de velden leidt eerst naar een holle weg en vervolgens naar een veldweg dat uitmondt in een zanderig pad door de velden. Het doet wat denken aan enkele passages langsheen de Normandische GR 21, die we deze zomer bewandelde.

Ik bezoek nog even het kerkje van Nederhasselt met een eerder bijzonder interieur. Dan volgt een mooi stuk langs de Beverbeek, waar het heel even wat modderig dreigt te worden. De GR komt ook steeds dichter bij de eerste tekenen van de Vlaamse Ardennen en Geraardsbergen. Dat wordt duidelijk wanneer er even een kasseiweg omhoog moet bewandeld worden. Dit laatste stuk gaat duidelijker op en neer.

Na het oversteken van een drukkere baan, gaat het richting de Beukenboomkapel. Helaas staat de beloofde bank er niet meer. De kapel is nu in privé-bezit en vermoedelijk is de bank gesneuveld voor de parkeerplaats die er is aangelegd. Ik rust nog even op een houten pallet en zet mijn tocht richting eindpunt Zandbergen verder. Daar gaat het nog naar de kerk van Voorde en ten slotte naar het station, waar ik met mijn vermoeide benen tevreden neerplant op het perron.

Meer wandelingen op de GR5A kan je hier vinden: https://fromtheseatothelandbeyond.com/gr-5a-wandelronde-van-vlaanderen/

Dag 7: Quiberville – Dieppe

39.626 stappen gezet (30,8 km, waarvan 26,8 km op de GR 21)

677 meter gestegen, 676 meter gedaald

🥾 Terrein

Afwisselend terrein met bosrijke paden die zorgen voor verkoeling, veldwegen en grasstroken, afgewisseld met steile klifafdalingen en beklimmingen. Daarnaast passeer je trapjes en smalle paadjes langs de kust, gevolgd door drukke winkelstraten en stadsdijken in Dieppe. Het laatste deel is wat meer stedelijk en vergt alertheid door het verkeer en de drukte.

🏞️ Bezienswaardigheden

Varengeville-sur-Mer: Met vuurtoren
Église Saint-Valery: Kerkje met glasramen van Georges Braque
Prachtig strandje tussen kliffen
Hautot-sur-Mer: Kustdorpje met dijk en strand
Petit-Appeville: Kerkje rustpunt tijdens de klim- en daalpartijen
Dieppe: Historische stad met kasteel
La Suisse café: historisch trefpunt van Oscar Wilde en Walter Sickert

⏳ Afstand & duur

± 18 km, ongeveer 5 uur wandelen

⛰️ Zwaartegraad

Gemiddeld – heuvelachtig met lange afdaling en stedelijke stukken

⭐ Oordeel 3,5/5

Op papier had het vandaag een makkelijkere etappe moeten zijn, hoewel er op een beperkter aantal kilometers, wel meer hoogtemeters moesten afgelegd worden. Dat was zonder mijn voeten, en bij uitbreiding mijn hele linkerbeen gerekend. Deze off-day is tot op vandaag een raadsel, maar gelukkig werd het wel gecompenseerd door heel wat pracht op deze laatste wandeldag op de GR 21.

Bos, kunst en kust

Deze 7de etappe begon met een mooi stukje bos, het soort dat we nog niet echt hadden gehad. Als kers op de taart kwam het uit op een vuurtoren! Na opnieuw wat bos kwamen we aan de église Saint-Valery, een heilige met enige populariteit in deze contreien. Het kerkje kan uitpakken met glasramen van de kubistische kunstenaar Georges Braque. Hij kwam hier op latere leeftijd genieten van de Cote d’Albatre. Na zijn overlijden werd hij hier, in Varengeville-sur-Mer, begraven.

Deze dag blonk uit in de combo bos/veld-kust. We daalden af naar een prachtig strandje tussen de kliffen, stegen opnieuw tussen bos en weide om opnieuw naar een kustdorpje, Hautot-sur-Mer, met dijk en strand te dalen. Beiden zorgde voor een welgekomen pauze.

Voeten

Na elke pauze ging het eventjes beter, maar de verzuring dook telkens weer snel op. Zo ook tijdens onze volgende klim, maar vooral de ellenlange afdaling naar Petit-Appeville, waar een volgende noodstop aan het kerkje plaatsvond.

De laatste kilometers was het strompelen geblazen doorheen Dieppe, via de buitenwijken, trapjes, drukke winkelstraten en zo naar de dijk. We haalden hotel Windsor levend, ook al gaf mijn lichaam licht andere signalen.

Dieppe

We waren dan ook te moe om nog te veel te doen, zoals het kasteel waar ook het stadsmuseum gevestigd was. Het had ons misschien wel Dieppe wat meer doen appreciëren. Nu is ons beeld wat bepaald door de belachelijk veel rokende en hoestende mensen, wat in deze tijden geen winnende combo was.

Gelukkig was er een semi-historische ervaring toen we La Suisse zagen, het café waar Oscar Wilde in zijn laatste jaren vaak kwam, net als Walter Sickert. Helaas is het vandaag een vrij smaakloze sandwichbar. En we konden ook nog een laatste keer genieten van de zee en het kabbelende, klotsende water.

Het eten

Een romige pizza met hesp en spek in L’Adresse

Het verblijf

Op de dijk. Ruime kamer. Heerlijke douche, met een relatief complex systeem om op te starten. Al bij al een goed verblijf voor onze laatste nacht dus.

Meer wandelingen op de GR 21 vind je hier: https://fromtheseatothelandbeyond.com/gr-21-albasten-kust/

Dag 4: Fécamp – Sassetot-le-Mauconduit

🥾 Terrein

De dag begon met een stevige klim naar een kapel op een heuvel, omgeven door een imposante klif met vuurtoren, bunkers en een uitkijkpunt. Daarna volgden een korte passage door bos en open velden met zicht op windmolens. Het pad wisselde af tussen verharde straatjes in dorpjes en pittige afdalingen en beklimmingen in de beboste valleuses. Een lastig stuk liep over hard beton met putten gevuld met kiezelstenen. Het laatste deel was vlakker, met een wandeling langs de kust bij Les Grandes Dalles, gevolgd door een korte afstand naar het hotel in Sassetot.

🏞️ Bezienswaardigheden

Kapel op een heuveltje: gewijd aan vissers, nabij de indrukwekkende klif met vuurtoren en WOII-bunkers
• Uitzicht vanaf het uitkijkpunt boven de kapel
Bosrijke valleuses
Kerkhof van Saint-Pierre-en-Port: met Commonwealth oorlogsgraven
Les Grandes Dalles: Woelige kust en strand
Sassetot-le-Mauconduit: Met Château de Sissi en gezellige village green

⏳ Afstand & duur

± 18 km, comfortabel te wandelen maar met enkele uitdagende stukken voor de voeten

⛰️ Zwaartegraad

Gemiddeld – pittige beklimmingen en stevige afdalingen, met een vermoeiend deel op hard beton en kiezelputten, maar ook rustiger vlakke stukken

⭐ Oordeel 3,5/5

36.050 stappen gezet (27,3 km, waarvan 16,8 km op de GR 21)

344 meter gestegen, 289 meter gedaald

Windkracht 10

Fécamp was een aangename verrassing gebleken en zou aan het begin van deze 4de wandeldag nog wat troeven op tafel gooien. We klommen naar de kapel die, net als die van de dag ervoor in Étretat, gewijd was aan de vissers en op een heuveltje stond. Maar de klif die boven het plekje uittorende herbergde ook nog een vuurtoren en enkele bunkers uit de tweede wereldoorlog. Voeg daar nog een uitkijkpunt aan toe, en onze dag kende een fantastische start.

Na een korte doortocht door een bos en wat velden, met de statige rij windmolens voor, naast en wat later achter ons, volgde het weinig opzienbarende Senneville-sur-Fécamp. Helaas kwam niet veel later het al even weinig charmante Eletot bij. Maar we waren hier natuurlijk niet in eerste instantie voor de dorpjes, maar wel voor de natuur. En die wist de verwachtingen wel waar te maken. We daalden af naar de beboste valleuses, waar een actieve zee gepaard ging met een zeer sterke wind. We besloten niet te genieten van het uitzicht op het bankje, maar klommen naar boven, waar we een mooi uitzicht als beloning kregen.

Boodschapperikkelen

Tussen de bossen van de vallei en Eletot moesten onze voeten de gruwelijkste ondergrond doorstaan, een combinatie van de hardste beton met putten en kiezelsteentjes waarmee de putten waren gevuld. Maar de GR geeft en neemt en we vonden er in het dorpje wel een gezellige picknickbank waar onze heerlijke saucisson werd binnengespeeld, samen met een stokbrood gemaakt door de meester-bakker van Frankrijk voor Carrefour. In Frankrijk is stokbrood belangrijk, zo niet heilig, zelfs in je supermarkt.

Het laatste deel van de dag was enigszins speciaal. Het restaurant van het hotel, nochtans vermeld in de Micheling-gids, was helaas gesloten op maandagen. Ikzelf was er pas een dag eerder op gebotst. Na een bezoek aan het plaatselijk kerkhof van Saint-Pierre-en-Port, met enkele Commonwealth oorlogsgraven, gingen we naar het plaatselijke winkeltje om wat proviand in te slaan. Het was al zowaar de tweede avond dat we het met wat schamele, zelf gekochte voeding moesten zien te redden.

Na de boodschappen ging het nog even naar de kust van Les Grandes Dalles. De zee was er woelig en het strand vrij beperkt. Toch waagden enkele dapperen zich aan een duik in het water. Een Duits meisje kwam ons uithoren over ons wandelavontuur. Toen dat door onze gebrek aan kennis van het Duits niet lukte, kwam de moeder. Zij hielden ook van wandelvakanties maar hadden door COVID beslist om te kamperen op een plek. Volgend jaar hopelijk beter voor hen!

Weg van de GR

2,5 km scheidden ons nog van Sassetot, een charmant dorpje met naast ons hotel ook nog het Chateau de Sissi. Hier was weliswaar ook een restaurant, maar naar ons gevoel hadden we er niet de juiste kledij voor. En dus gingen we na de wandeling braafjes naar onze chambres d’hôtes, alwaar we na de installatie ons avondmaal, een zak Brett’s chips, op een bankje op de plaatselijke village green aten, waarna we een spelletjesavond organiseerde.

Het eten

Brett’s op houtoven gebakte pizza, koekjes en cola zero

Het verblijf

Les Relais des Dalles biedt opnieuw een kamertje aan, opnieuw wat groter dan de vorige en perfect om op adem te komen.

Meer wandelingen op de GR 21 vind je hier: https://fromtheseatothelandbeyond.com/gr-21-albasten-kust/

Dag 2: Villainville – Étretat

🥾 Terrein

Een relatief korte etappe met overwegend gemakkelijke paden over velden en akkers, afgewisseld met een bosstuk van zo’n 1,5 km dat aangenaam verkoeling biedt. Het laatste deel brengt je langs de beroemde kliffen van Étretat, met een mix van stevige trappen en ruige paden langs de kust. Door de drukte kan het wandelen langs de dijk en in het dorp soms wat hectisch aanvoelen, maar er zijn ook rustige strandplekjes om even te ontsnappen.

🏞️ Bezienswaardigheden

Le Tilleur: Charmante dorpje met zijn historische stenen rechterstoel
De iconische rotsformaties van Étretat: vereeuwigd door Monet en vele kunstenaars
Vuurtoren en indrukwekkende kliffen van de Albasten kust
Kapel Notre Dame de la Garde: met prachtig uitzicht over zee en kliffen

⏳ Afstand & duur

Een compacte etappe van circa 13 km die gemakkelijk te wandelen is, maar door het terrein en de drukte in het dorp toch de nodige aandacht vraagt.

⛰️ Zwaartegraad

Makkelijk tot gemiddeld, vooral door het klifgedeelte met enkele stevige trappen en het soms drukke wandelpad.

⭐ Oordeel 4/5

25.848 stappen gezet (20,4 km, waarvan 13 km op de GR 21)

328 meter gestegen, 425 meter gedaald

Terug naar de weg des doods

Ondanks mijn voorafgaand buikgevoel, mee ingegeven door de helletocht langs de autoweg, en bijhorende vooroordelen, bood het Domaine niet enkel een goede overnachting (Tahiti-style) maar ook een lekker ontbijt, met pain au chocolat, een croissant, wat brood en een suikerrijk taartje, wat zelfs voor Sara wat zoet was. We moesten evenwel opnieuw de kilometer op de Weg des Doods afleggen, met 1 niet al te ongevaarlijke ervaring in een bocht. Gelukkig kwamen we heelhuids op de GR, waar ons vandaag een korte tocht naar het populairste kustdorpje wachtte.

Een verderzetting van dag 1

De wandeling zelf was dus eerder aan de korte kant, met een dikke 13 km. Maar het bood wel wat memorabels aan. De eerste kilometers waren vooral een verderzetting van de eerste dag, met heel wat velden en akkers. Ter afwisseling kregen we daarna wel het betere boswerk voor een goede 1,5 km. Een volwaardige langeafstandswandeling heeft immers bos nodig. Daarna volgde opnieuw wat weideland, met de karakteristieke Normandische huizen mooi in het landschap verweven, of soms verstopt achter een indrukwekkende haag.

Op de eerste dag ontbrak het wat aan memorabele dorpjes. Le Tilleur is de eerste kanshebber. De straatjes zijn gezellig en er is een klein historisch momentje. Middenin het dorp staat het en stenen stoel van waaruit eeuwenlang recht werd gesproken. En ondanks onze tegenslag van gisteren wisten we er een vers stokbrood te scoren. Win-win!

Naar de befaamde kliffen

Daarna waren we nog slechts een wandeling doorheen de velden en akkers verwijderd van de zee en de kliffen. Onze eerste vuurtoren liet ook niet te lang op zich wachten. Étretat biedt de meest bekende rotsformatie van de Albasten kust aan, met dank aan Monet en de andere kunstenaars die deze vereeuwigden, en dat is er aan te merken. De rust van gisteren is vandaag veranderd in een Blankenbergeniaanse mensenmassa. Net voor en net na het dorpje hijsen slierten mensen zich naar boven, de 1 fysiek en vestimentair al wat beter uitgerust dan de andere. Bij het afdalen staan we zelfs even in de file.

Op de dijk, waar de mondmaskerplicht opnieuw was ingevoerd, was het qua volk niet al te beter. Gelukkig vonden we nog een stukje strand om ons eigen te maken, in de relatieve luwte, in de mate van het mogelijke. In Étretat is COVID misschien ook wel een zomergast, maar de andere badgasten leken het onder deze zonnige omstandigheden niet al te veel van aan te trekken.

Étretat is populair bij alle standen, kleuren en nationaliteiten. Schroom voor het menselijke/eigen lichaam lijkt hier helemaal afwezig. Misschien ligt het we aan het feit dat ik al heel lang niet op een plek als deze was geweest, waarbij kiezels worden geclaimd al was het een oorlog. Étretat heeft mooie natuur en her en der, weg van de dijk gezellige straatjes. Maar het is er voor het grootste deel wel wat druk.

Een mooie valavond

Hoewel het lange tijd niet minder druk werd, konden we toch genieten van een gezellig avond. Na een degelijke maaltijd klommen we nog naar de Notre Dame de la Garde-kapel, waar de plaatselijke jeugd een clip aan het draaien waren voor een lokale rapper, of dat is toch wat ik er van maakte. In 1854 besloten de inwoners om een ​​kapel te bouwen gewijd aan de Heilige Maagd. De matrozen droegen de materialen voor het gebouw op hun rug en armen. Op 6 augustus 1856 werd het ingezegend als kapel voor vissers en zeelieden. Het werd in 1942 vernietigd door de Duitse bezetter en in 1950 heropgebouwd.

De mooie setting en het prachtige vergezicht over water en kliffen werd wat verstoord door de jongeren, maar hun creatieve exploten werd dan weer zelf geboycot door het plotse opduiken van een toeristentreintje. Bij het dalen botsten we dan weer op een plaatselijke processie ter ere van de Maagd Maria. Als laatste spektakelstuk zagen we een meeuw een wafel uit de handen van een nietsvermoedende vrouw stelen. En dat op de plek waar de bedenker van meester-dief Arsène Lupin heel lang verbleef.

Het eten

Restaurant Du Perrey – Een kippenburger met licht gezouten frietjes. Niets speciaal maar goed vullend na een warme wandeldag.

Het verblijf

Le Rayon Vert – Zeer ruime kamer met jacuzzi, een gemengde ervaring, aangezien het gekozen programma maar niet leek te eindigen en ik vreesde voor eeuwig in de bubbels gevangen te zitten.

Meer wandelingen op de GR 21 vind je hier: https://fromtheseatothelandbeyond.com/gr-21-albasten-kust/

GR5A.1 Dendermonde – Aalst (20,5 km)

🥾 Terrein

Een gevarieerde etappe die begint langs de Dender met brede paden en rustige vijvers, gevolgd door enkele kleinere dorpsweggetjes en trapjes. Het grootste deel is vlak en makkelijk begaanbaar, met een aantal fietspaden en verharde wegen richting Aalst. De route kent enkele kleine navigatie-uitdagingen door verstopte of ontbrekende GR-markeringen. Modder en plasjes zijn na de regenval beperkt, wat het wandelen comfortabel houdt.

🏞️ Bezienswaardigheden

De Dender bij Denderbelle – Een rivier met een bijzondere metalen doorkijkbrug over een sluizencomplex, een kleine uitdaging voor wie hoogtevrees heeft.
Bedevaartskerkje van Mespelare – Charmant dorpskerkje gewijd aan Sint-Aldegondis, met een beiaard van 21 klokken en een typisch dorpsplein.
Wiezebrug – Historische brug over de Oude Dender met een trapje dat het water dichtbij brengt.
Zwarte Klapbrug – Een brug van Duitse makelij uit de Tweede Wereldoorlog die het verhaal van de regio vertelt.
Aalsterse buitenwijken en sociale wijken – Interessante afwisseling van rustige velden en stadsrand met lokale sfeer.

⏳ Afstand & duur

Met ongeveer 20 kilometer is dit een gemiddelde etappe, die door het vlakke terrein goed te doen is.

⛰️ Zwaartegraad

Eenvoudig tot licht uitdagend door het zoeken van de juiste weg en een paar trapjes. Ideaal voor wandelaars die houden van een mix tussen natuur en stadsrand.

⭐ Oordeel 3,5/5

Ons land kent heel wat GR’s. En blijkbaar kunnen we zelfs claimen de langste luswandeling van Europa op ons grondgebied te hebben. De GR5 A (de link met de GR5 is mij een raadsel) is ook gekend als de wandelronde van Vlaanderen en wandelt de grens van Oost- en West-Vlaanderen af, goed voor 582 km wandelplezier. Een mens moet ergens beginnen. En dat doe ik relatief in de buurt met een tocht van Dendermonde naar Aalst, met een niet zo verrassende constante…de Dender.

Dender op

De etappe begint in Dendermonde, hoewel je vanaf het station in eerste instantie veel winkelstraat ziet. Maar al snel gaat het via een brugje naar een pad langs de Dender en zo naar een kleine vijver. De GR-markeringen zijn zeker in het begin en op het einde wat verwarrend. Sommige palen zijn gevallen, soms staat de markering halfweg verstopt in een straat, waardoor je af en toe moet zoeken en al eens een stukje moet terugwandelen.

Na een kleine 6 kilometer kom je opnieuw aan de Dender, ditmaal aan de sluis van Denderbelle. De metalen doorkijkbrug is redelijk bijzonder. Voor de mensen die geplaagd worden door een grote dosis hoogtevrees kan het relatief kolkende water een kleine uitdaging zijn, maar de brug is stevig en de oversteek vergt maar enkele meters.

Een bedevaartskerkje en nog een brug

Eens aan de andere kant van het water duikt al snel de kerk van Mespelare in de verte op. Mijn gids leert mij dat dit een bedevaartsfunctie heeft. Gewijd aan Sint-Aldegondis beschikt het over een toren met beiaard met 21 klokken. Het is een kerkje met enige charme, op een typisch dorpsplein. En tussen alle bruggen en waterlopen door ook een welgekomen element op deze wandeling.

De Oude Dender leidt je van Meseplare naar Gijzegem, op het eerste gezicht een redelijk welgesteld deel van Aalst. Daarna gaat het via een set trappen naar de Wiezebrug, met opnieuw zicht op onze vriend de Dender, en zo de trap af naar de overkant. Daar maken we de kapitale fout om te rekenen op de gids en dienst belofte van een nakend picknickbankje.

Verdwenen bankjes en Aalsterse buitenwijken

De picnickbankjes zouden niet meer opduiken en voor een bankje was het wachten tot een sociale wijk in Aalst. Gelukkig was het wel gezellig wandelen tussen de velden en weiden van de Denderstreek. De regen van de voorbije week had slechts op enkele plekken echt sporen nagelaten. Het modderlopen en plasontduiken was dus tot een minimum beperkt. En bij afwezigheid van een bankje besloten we dan maar om gebruik te maken van een boomwortel, alwaar een nieuwsgierig paard ons de hele tijd gadesloeg.

Van daaruit is het niet meer ver tot de wijk Rozen in Aalst. Daarna gaat het een lang stuk via een fietspad en zo naar het Zwembadpark (of zwemkom, zoals een behulpzame Aalsterse vrouw ons vertelde toen we even de weg kwijt leken). Verder wandelen we ook nog over de Zwarte Klapbrug, van Duitse makelij tijdens de bezetting. Na een drukke baan gaat het via een labyrinth van straatjes naar het station, alwaar deze eerst etappe van de GR 5A tot z’n einde komt.

Meer wandelingen op de GR 5A vind je hier: https://fromtheseatothelandbeyond.com/gr-5a-wandelronde-van-vlaanderen/

Dag 1: Montivilliers – Villainville

🥾 Terrein

De route liep voornamelijk door open landbouwgebied met velden, weiden en af en toe een klein bos. De paden waren overwegend goed begaanbaar met enkele lichte klimmetjes. Een kleine verdwaling langs een overwoekerde spoorlijn zorgde voor een korte maar steile passage.

🏞️ Bezienswaardigheden

Montivilliers Abdij – Historisch abdijcomplex met kunsttentoonstelling en rijke middeleeuwse geschiedenis
Kerkhof van Montivilliers – Klein, sfeervol met stenen gaanderij
Normandische architectuur – Traditionele vakwerkhuizen en hoeves langs de route
Overwoekerde spoorlijn – Vergeten stukje infrastructuur met mysterieuze charme
Turretot – Picknickplek in een dorpje met Scandinavische roots (‘dorp van Turold’)

⏳ Afstand & duur

21 km (waarvan ± 2 km buiten GR-parcours) – een lange dag met veel vlakke kilometers, ideaal om in te stappen maar met een lastig slot

⛰️ Zwaartegraad

Licht tot gemiddeld – vlot te stappen met enkele kleine klimmetjes, maar eindigt zwaar door de gevaarlijke asfaltstrook en fysieke vermoeidheid

⭐ Oordeel: 3/5

35.670 stappen gezet (27,7 km, waarvan 18,5 km op de GR 21)

328 meter gestegen, 215 meter gedaald.

Een tussenstop

Ons eerste ontbijt was waarschijnlijk het meest COVID-proof van allemaal, met een gepersonaliseerd plastieken grijpertje. Daarna begonnen we eindelijk aan onze GR 21. De completist in mij had enkele concessies moeten doen. Niet van start- tot eindpunt bijvoorbeeld. Met onze voorbereiding, of beter gezegd het gebrek eraan, was de 32 km van de eerste etappe mogelijks wat hoog gegrepen. En dus kozen we Montivilliers, op een korte treinrit afstand, als startpunt.

Hierdoor konden we Montvilliers zelf bezoeken. Het plekje heeft namelijk heel wat te bieden. Het plaatselijke kerkhof met gaanderij en de abdij waren de moeite. Die laatste had een grote regionale uitstraling en opereerde vrij autonoom, met dank aan het feit dat de zus van Robert I de Schitterende/de Duivel, de hertog van Normandië, de abdes was.

In de abdij was er ook nog een kunsttentoonstelling. Hoewel niet zo spectaculair als het werk van Philippe Le Gobert waren er ook wel enkele aangename ontdekkingen, zoals Bernard Hebert en zijn foto’s vanachter zijn autoruit in regenweer en de surrealistische schilderijen van het kunstenaarskoppel Mr. et Mme. Gorgô. Na een uurtje ronddwalen waren we klaar voor datgene waarvoor we hier echt waren. De start van onze GR 21.

Geen zee te bespeuren

Het was niet het meest spectaculaire landschap noch parcours. Het was hoofdzakelijk ruraal, met akkers, weiden en velden en de occasionele koe. De Normandische huizen, wit met het betere houtwerk aan de buitenkant, fleurde menig dorp en gehucht op. Af en toe kwam het ook terug in hoevevorm, als iets bescheidenere boerderij of nog vaker als mini-kasteel. Ik ontdekte hier zeker een liefde voor Normandische architectuur.

De klimmetjes waren vandaag zeer doenbaar. Slechts eentje kon echt als kuitenbijter gecategoriseerd worden. En dat was nog deels door het feit dat we verloren liepen omdat we zo gecharmeerd waren door de overwoekerde oude spoorlijn. Na de klim door het kreupelhout, op weg naar de juiste wandelroute, werd het typische landschap opnieuw voorgeschoteld.

Wel veel velden, akkers en weiden

In Turretot, etymologisch afkomstig van het Scandinavische ‘dorp van Turold’, was ons een picknickbankje gegund. Hierdoor konden we ons in de beste omstandigheden tegoeddoen aan dat wat Frankrijk aan de gemotiveerde wandelaar te bieden heeft, namelijk stokbrood met aangepaste Franse kaas. Onze pauze fungeerde echter niet als breekpunt. De verzameling akkers, weiden en velden, met af en toe een welgemikt bos, bleef het decor van onze wandeling vormen.

Op dat moment vroeg ik me af of we later nog met enige weemoed terug zouden denken aan deze eerste etappe en het eigene en unieke ervan te appreciëren. Als enige zonder zee had het inderdaad z’n eigen karakter. Maar het was niet het landschap dat deze wandeletappe er deed uitspringen, maar wel de lijdensweg naar ons hotel.

Pijn en gevaar

De laatste 2 kilometers, vanaf Gonneville-le-Mallet tot ons verblijf in Villainville, behoorde eigenlijk maar deels tot de route. De afwezigheid van een hotel of B&B in eerstegenoemd dorpje had ons verplicht om het ietsje verder te zoeken. Helaas voor ons was dit duidelijk niet afgestemd op wandelaars, getuige onze ervaring op de weg des doods die onaangename flashbacks opleverde aan een al even gruwelijke en gevaarlijke passage in Noord-Ierland.

Blijkbaar was het nog niet erg genoeg om een dikke anderhalve kilometer zonder voetpad of berm op een baan waar snelheden boven de 100 kilometer werden gehaald te moeten afleggen. Ondertussen had Sara ook een blein die meteen besliste om open te springen. Het zorgde er ook voor dat we daarna afzagen van ons plan om nog eens een wandeling van vier kilometer toe te voegen voor avondeten. En dus moesten we genieten van een heerlijke combinatie van Parovita’s, een halve sandwich en wat koeken. Gelukkig hadden we een eigen tafeltje buiten onze kamer en waren we zo voorzienig geweest om een cola zero te kopen.

Het verblijf: Domaine de la Marière is een chambre d’hôtes-annex-feestzaal met een beetje van een vervallen motelgevoel. We kregen voor de gelegenheid een kamer in Tahiti-thema.Misschien was dit alles vooral het signaal om deze bijzondere situatie te omarmen en maximaal te onthaasten.

Meer wandelingen op de GR 21 vind je hier: https://fromtheseatothelandbeyond.com/gr-21-albasten-kust/

Etappe 3: Kortenberg – Eppegem (17 km)

🥾 Terrein

Deze etappe start in Kortenberg met een kort stuk door bebouwing, maar duikt al snel de velden in. Het traject loopt over zachte paden langs akkers en weilanden, en schakelt vlot door naar een reeks bossen (Hellebos, Snijsselbos, Moorbos) met smalle, schaduwrijke bospaden. Tussendoor passeer je enkele dorpskernen. Na Perk en Elewijt volgt een combinatie van landelijke paadjes, een tunnel onder de E19 met graffiti, modderige bosdoorsteek en een meanderend Zennepad richting Eppegem. Goed schoeisel aanbevolen bij nat weer.

🏞️ Bezienswaardigheden

Vliegtuigspotterszone nabij Zaventem – Vliegtuigen razen spectaculair laag over, voor even een echte belevenis
Hellebos – Donker, mysterieus bos met gekanaliseerd beekje
Perkse bloemen & buizerds – Her en der kleurrijke bloemen en roofvogels
Snijsselbos & Moorbos – Stilte, schaduw en geurige vegetatie
Sint-Hubertuskerk Elewijt – Rustige lunchplek in een charmant dorpscentrum
Rubenskasteel (Het Steen) – Oud buitenverblijf van Peter Paul Rubens, iconisch domein
Zennepad – Mooie slotkilometers langs de kronkelende Zenne
Den ouwe molen (sluistoren) – Vernield bouwwerk met historische waarde, zichtbaar in de verte

⏳ Afstand & duur

± 24 km – Goed te doen voor de geoefende wandelaar, met genoeg afwisseling in terrein en landschap om het boeiend te houden

⛰️ Zwaartegraad

Licht – Meestal vlak, enkele modderige stukken vragen oplettendheid en behendigheid, vooral bij nat weer

⭐ Oordeel: 4/5

De Vlaamse Rand is meer dan een plek waar Vlamingen thuis zijn en de schaduw van onze hoofdstad immer aanwezig is. Het is ook een plek waar wandelaars thuis zijn, dankzij verscheidene wandelknooppuntnetwerken maar ook dankzij een eigen streekGR, de GR groene gordel. Want ondanks de onvermijdelijke verstedelijking en verkaveling, is er nog heel wat natuurpracht te vinden. Samen met een ex-collega tackelden we al twee van de zes etappes, naar Groenendaal en naar Kortenberg. Een dikke anderhalf jaar en een covidgolf of drie later lukte het dan eindelijk om het derde stuk af te wandelen.

Vliegtuigspotters

Vorige keer waren we geëindigd in het relatief mondaine Kortenberg. De GR gaat verder aan de overkant van het station. De eerste honderd meters gaan opnieuw langs een verkaveling, tot je de velden induikt. Het landschap is mooi, maar het is niet het enige element dat zorgt voor spektakel en vertier. Al snel wordt duidelijk dat het hier het rijk van de vliegtuigen is, vlakbij de luchthaven van Zaventem.

Aanvankelijk doen we nog wat lacherig over vliegtuigspotters, tot we even, per ongeluk, van de GR afwijken en een vliegtuig als een gevaarte schijnbaar vlak over onze hoofden scheert. Het is indrukwekkend en licht angstaanjagend, maar een paal van het wandelknooppuntnetwerk bevestigt dat we niet per ongeluk op de landingsbaan zijn verzeild geraakt. Er is dus misschien toch iets te zeggen voor vliegtuigspotten, hoewel we na het derde vliegtuig al niet echt meer opkijken.

Bos en Perk

Vervolgens wandelen we doorheen de gehuchten Lemmeken en Lelle, bijzondere namen, maar los van enkele mooiere oude gebouwen weinig vermeldenswaardig. Want we zijn hier uiteraard voor het groen. En dat vinden we in een reeks bossen, te beginnen met het Hellebos. Nomen est omen, want het daglicht lijkt inderdaad prompt te verdwijnen. In het bos zelf volgen we een gekanaliseerd beekje. Zo verlaten we Kampenhout, gaan doorheen Steenokkerzeel en meer bepaald naar deelgemeente Perk. Dit hele stuk zijn her en der mooie en kleurrijke bloemen te spotten, en ook worden we af en toe vergezeld door een buizerd. Het Hellebos is echter het eerste van drie bossen. Na de kerk van Perk volgen nog het Snijsselbos en het Moorbos. En na dit natuurlijk intermezzo gaat het richting gekend terrein

De heimat

Ik ben namelijk geboren en getogen in Groot-Zemst. En hoewel we Weerde, de deelgemeente waar ik het grootste deel van mijn leven heb doorgebracht, niet doorkruisen, zijn de andere plekken mij zeker niet vreemd. Eerst passeren we aan de Sint-Hubertuskerk van Elewijt, een ideale lunchplek. Vervolgens neemt een klein steegje ons naar een pad over de Zenne en in een tunnel die onder de E19 gaat, volledig versierd met clandestiene graffiti. Dit is blijkbaar ook een deel van de GR 128, de Vlaanderenroute, die in het Franse Wissant begint en in het Duitse Aken eindigt.

Eens uit de tunnel komen we terecht in een verkaveling die naar een van de bekendste buitenverblijven uit de streek voert. Het Steen, beter bekend als het Rubenskasteel, was ooit het optrekje van, wel ja, Rubens. Deze plek heeft dus een lange traditie als het op groene gordels aankomt.

De volle natuurervaring wacht ons even verder op. Elke fietser duikt vol modder uit het weggetje dat we moeten nemen. We vinden inderdaad vrij schuiverige modder terug, en proberen zoveel mogelijk gebruik te maken van de bosberm om het ergste voor schoenen en broek te vermijden. Een nietsvermoedende fietser valt in een van de diepe plassen. Niet veel later kruisen we nog een duo. Mijn goedbedoelde waarschuwing wordt in de wind geslagen met een zelfzekere glimlach. Helaas voor de man ligt ook hij zes meter verder in de modder.

Het laatste gedeelte brengt ons naar de Zenne en het wandelpad dat mee meandert met de rivier. In de verte staat “Den ouwe molen”, de oude sluistoren die door de Duitsers werd vernield. Zoals reeds gezegd zullen we deze niet bezoeken. We zetten door naar links en naar Eppegem, waar we genieten van het welslagen van deze derde, mooie etappe en ons te goed doen aan een lekker ijsje.

Meer wandelingen op de StreekGR Groene Gordel vind je hier: https://fromtheseatothelandbeyond.com/streekgr-groene-gordel-rond-brussel/

Virelles: In het koninkrijk van de vogels

🥾 Terrein

Een afwisselende wandeling van 15,6 km door weides, vochtige bossen en charmante dorpen. Na een vlot begin langs open velden en zicht op het meer van Virelles, duik je al snel het bos in, met opvallend veel mossen en begroeiing. Onderweg wisselen bos- en landweggetjes elkaar af, met enkele pittige klimmetjes en een kort stuk over asfalt. De route eindigt langs de Eau Blanche en met zicht op het meer.

🏞️ Bezienswaardigheden

Meer van Virelles – Rustige, natuurlijke waterplas met rijke biodiversiteit
Bossen van Virelles – Mossige bomen, vochtige prairie en intense geuren
Lompret – Officieel een van de mooiste dorpen van Wallonië, met watervalletjes en een authentiek centrum
Eau Blanche – Slingerend riviertje dat een feeëriek accent geeft aan het laatste bosgedeelte
Viaduct van Virelles – Verrassende verschijning in het groen

⏳ Afstand & duur

± 15,6 km – Comfortabele dagtocht met voldoende afwisseling en rustpunten

⛰️ Zwaartegraad

Licht tot gemiddeld – Overwegend vlot terrein met een paar korte maar pittige klimmetjes

⭐ Oordeel

Om even te ontsnappen aan de dagelijkse stress besloten we nog eens een uitstap te maken naar het zuiden van het land. Ons oog viel op Virelles, in Chimay. Ornithologen en liefhebbers van de betere vogelfotografie moet ik echter deels teleurstellen. Je bent er wel degelijk omringd door heel wat vogels, maar helaas heb ik er geen kunnen vastleggen met mijn fototoestel, dat niet echt is uitgerust voor dat soort natuurfotografie. Ik hoop dat te compenseren met wandelplezier.

Een meer en een hoop mossige bomen

Het dorpje Virelles zelf ligt niet op de route. Het is op zich niet al te opzienbarend, al is het gezien het beperkt aantal extra meters die het vergt wel de moeite om even een bezoek te brengen aan het kerkje. Maar op het hoofdprogramma staan voornamelijk de bossen van Virelles en omgeving. Met z’n 15,6 kilometer is het zeker niet de langste wandeling, maar wel een verrassend afwisselde.

Aan het begin krijg je voornamelijk weidelanden voorgeschoteld, terwijl het hoofddecor, de bossen van Chimay in de verte opduiken. Ook het meer van Virelles, een van de vele uit de buurt, kan je af en toe in de verte spotten. Dit stukje Wallonië is blijkbaar vrij speciaal door de vochtigheid, waardoor er zich een rijke fauna en flora kan ontwikkelen. Het is zelfs zo dat men bepaalde delen aanprijst als “vochtige prairie”.

Of het er iets mee te maken heeft, weet ik niet, maar de bomen zijn vaak wel gedeeltelijk bedekt in kleurige mossen en worden af en toe lichtjes gewurgd door een plant. Uiteindelijk wordt het bos toch even verlaten en krijg je terug een mooi bucolisch landschap. Na een grote weg over te steken, kan je je weer tegoed doen aan natuurpracht. Het asfalt wordt hier ingeruild voor een aangenaam bospadje.

Het mooie Lompret

In de verte duikt na een klimmetje het mooie dorpje Lompret op. Het is opnieuw een van de zogenaamde mooiste Waalse dorpen, en werd bekroond met een officiële titel. Dat heeft het voor een stuk te danken aan z’n klein, authentieke kern, de oude weverij maar vooral door de verwevenheid met het water, dat zich er via watervalletjes een weg door kronkelt.

Het landschap verandert hier heel even wat. Maar eens het plekje Vaulx gepasseerd gaat het een laatste keer het bos in. Ditmaal ben je vergezeld van de Eau Blanche, een riviertje dat het geheel nog iets extra geeft. Daarna volgt een korte maar zeer pittige beklimming, tussen de kleurrijke bloemetjes. Het viaduct van Virelles duikt plots op uit het niets, en de rivier is nog even je metgezel, tot het laatste stuk. Een drukke weg brengt je naar de parking aan Aquascope, met opnieuw zicht op het meer, het eindpunt van een erg mooie en afwisselende wandeling.

Meer wandelingen in België vind je hier: https://fromtheseatothelandbeyond.com/wandelen-in-belgie/