GRP 127.2 Nijvel – Villers-La-Ville

🥾 Terrein:
Een stevige etappe. De eerste helft bevat nogal wat asfalt, maar dit wordt goedgemaakt met mooie uitzichten, dorpspassages en interessante ontmoetingen. Tweede helft veel aangenamer met bospaden, veldwegen, glooiend terrein en meer natuurlijk reliëf. Geen technische moeilijkheden, maar voldoende variatie om het boeiend te houden.

🏞️ Bezienswaardigheden:

  • Parc de la Dodaine in Nijvel – charmant stadspark in Franse stijl
  • Bois de Nivelles – hoogste punt van de GRP 127 (167 m)
  • Miniatuurvliegveld – onverwacht entertainment onderweg
  • Bron van de Mayaux – rustige lunchplek met zitbank
  • Bron van de Dijle (iets verderop, niet aangedaan)
  • Kasteel van Hautain-le-Val – imposant, 12e-19e eeuw, goed zichtbaar vanop afstand
  • Le Châtelet – ruïne van middeleeuwse burcht, omgevormd tot hoeve, verrassend fotogeniek met luchtballon
  • Sentier au Grand Pré langs de Thyle – rustig slotstuk richting Villers-la-Ville

Afstand & duur:
25,4 km – best intensief qua afstand. Reken op 6 tot 7 uur wandelen inclusief pauzes.

⛰️ Zwaartegraad:
Matig tot stevig. Niet extreem zwaar qua terrein, maar door de afstand en het glooiende karakter wel een dagvullende inspanning.

Oordeel: 4/5

Je moet niet altijd naar het buitenland gaan om nieuwe dingen en plekken te ontdekken. Meer zelfs, soms ligt het in je achtertuin. Dat is eigenlijk wel het geval voor de GRP 127, beter bekend als de Tour du Brabant Wallon. Deze relatief jonge (2018) wandelroute gaat in een lus doorheen de kleinste provincie van Wallonië en biedt zo’n 266 kilometer wandelpad om te ontdekken. Eind oktober 2022 deed ik met een vriend twee etappes. Dit is, met serieuze vertraging, het verhaal van wandeldag 2, dat begon op het marktplein van Nijvel, voor een tocht van 25,4 km.

Een onverwacht Nijvel

Op de eerste dag ontdekte we al dat Nijvel een opvallend aangename binnenstad had. Dat werd nog versterkt door het plaatselijke park Parc de la Dodaine, in 1815 aangelegd met vijvers en volgens de Franse stijl. De beelden, zoals de waterspuwers en de engeltjes, zijn blijkbaar later uit Brussel naar hier verhuisd. Maar het helpt wel om de dag te starten en is slechts een van de vele ontdekkingen tussen Nijvel en Villers-la-Ville.

Het hoogste punt en asfaltpassages

Vanuit Nijvel werd een klein beekje gevolgd om vervolgens op een afstalfweg te belanden. Het eerste deel van deze tweede dag doet dat helaas wel een beetje meer. Het uitzicht is weliswaar mooi, dus dat is een meevaller. Na enkele kilometers kwamen we al aan het hoogste punt van deze GRP 127. Iets voor de kapel van het gehucht Bois de Nivelles halen we de 167 meter. Vanaf dan is het niet enkel bergaf, maar wel sowieso lager.

Daarna ging het terug opnieuw een tijdje over asfalt. Onderweg was er wel voldoende entertainment. Zo passeerden we langs een kapelletje, een niet nader geïdentificeerde centrale en vooral langs een vliegveld voor miniatuurvliegtuigjes dat op de zonnige dag door enkele enthousiastelingen werd gebruikt. Het gezoem van de modelvliegtuigjes was gedurende een groot deel van het asfaltstuk de soundtrack. Na een tijdje werd het gelukkig onverhard en niet veel later bevonden we ons in Hautain-le-Val.

Twee bronnen en een heus kasteel

Was het park in Nijvel nog een kleine ontdekking, dan bood Hautain-le-Val er nog wat meer en meer opzienbarende. Eerst was er de bron van de beek Mayaux, inclusief een bankje. Ideaal om de lunch te nuttigen. Even verder is er een brugje dat een andere bron vermeldde, dat van de Dijle. De bron zelf is weliswaar nog een goede kilometer verwijderd, net iets te ver voor een omweg.

Het hoogtepunt is echter een heus kasteel. Het chateau van Hautain-le-Val heeft roots in de twaalfde of dertiende eeuw, maar het symmetrische uiterlijk dateert van veel later, al zijn er nog wel elementen uit de zestiende eeuw bewaard gebleven. Het kasteel is vandaag niet toegankelijk, maar het is wel indrukwekkend en aangenaam om langs verschillende kanten te bewonderen.

Nog een kasteel te gaan

Het tweede deel is sowieso aangenamer dan het eerste. Het voornaamste stuk asfalt is achter de rug en nu volgden we vooral bospaden, veldwegen en ander onverhard vertier. Even volgen we de jonge Dijle, nog niet meer dan een potige beek. Het terrein glooit en het was op sommige stukken aangenaam wandelen maar ook geregeld uitdagend.

Dit gedeelte is opvallend afwisselend en aangenaam om te ontdekken en te bewandelen. Een deel gaat over glooiende heuvels, een deel door mooie, dichte bossen en een deel door een meer agrarisch landschap. Af en toe zijn er tekenen van kleine woonkernen. En dan is het wachten op ons tweede kasteel van de dag.

Was Hautain-le-Val al een fijne ontdekking, dan was dat helemaal het geval voor Le Châtelet. Hier zagen we de restanten van een twaalfde eeuwse burcht, ooit bezit van de kasteelheren van Marbais, die ook de grond zouden schenken waar later de abdij van Villers-la-Ville werd gebouwd. Ooit een machtige uitvalsbasis, geraakte de burcht vanaf de 16de eeuw in onbruik en werd in latere eeuwen herbestemd als onderdeel van een hoeve. Tijdens onze passage kreeg het geheel nog extra cachet door een voorbijglijdende luchtballon. De moeite!

Naar Villers-La-Ville (deel 1)

Daarna zijn we niet meer zo ver van onze eindbestemming. De GRP 127 volgt Le Sentier au Grand Pré en houdt daarmee een deel de rivier Thyle, een zijrivier van de Dijle, links van de wandelaar. Na een tijdje werd deze overgestoken om zo in Villers-La-Ville te komen. Van de befaamde abdij is op dat moment nog niets te merken. Dat is pas het geval op de volgende etappe. We krijgen wel al een eerste blik op de treinrit terug. Goed vooruitzichten dus.

Meer wandelingen op de GRP 127 vind je hier: https://fromtheseatothelandbeyond.com/grp-127-tour-du-brabant-wallon/

Wandeldag 5: Krippen – Krippen

🥾 Terrein:
Een rustige, maar afwisselende etappe met meer bos- en veldpaden dan de vorige dagen. Minder wandelaars onderweg, waardoor sommige paden wat verwilderd aanvoelden. Eerste deel stijgend met enkele pittige stukken (o.a. naar de Großer Zschirnstein), tweede deel dalend, soms overwoekerd en met muggenoverlast. Geen technische moeilijkheden, maar wel aandacht vereist bij smalle, ruigere paden.

🏞️ Bezienswaardigheden:

  • Großer Zschirnstein (561 m) – hoogste punt van Saksisch Zwitserland met panoramisch uitzicht
  • Kleingießhübel – charmant, stil dorpje onderweg
  • Salzleckenweg – ruige afdaling met wilder karakter
  • Lutherse kerk van Reinhardtsdorf – authentieke 16de-eeuwse kerk waar werd geschuild
  • ‘Droge stenen muren’ in het bos – opvallende gelijkenis met GR 221
  • Bad Schandau – ferry over de Elbe en gezellig slotmoment in het stadje

⏳ Afstand & duur:
Ongeveer 17 à 18 km (geschat), reken op 5 tot 6 uur wandelen met pauzes en.

⛰️ Zwaartegraad:
Matig. De klim naar de Zschirnstein vraagt wat conditie, maar is geleidelijk. Relatief verwilderde paden maken het soms wat zwaarder.

⭐ Oordeel: 4/5

Vandaag gingen we de Malerweg grotendeels laten voor wat het was. In het normale programma was nog een stuk Tsjechië voorzien. Vorig jaar woedde er echter een grote brand, waardoor er twee alternatieven werden aangeboden. Een in Tsjechië, naar de Prebistor, wat een beetje de Boheemse tegenhanger van de Basteibrug is. Maar het is ook een enorme toeristische trekpleister. En dus, ook omwille van het voorspelde onweer en regenweer, kozen we voor het tweede alternatief, vertrekkend aan ons hotel, naar het hoogste punt van de Saksische Schweiz.

Een nodeloze zij-uitstap

De landschappen en wandelwegen waren ietsje anders dan de voorbije dagen. De route ging meer langs bospaden. En wat nog meer opviel, er waren veel minder collega-wandelaars op dit stukje. Het zorgde niet enkel voor een andere wandelervaring, maar sommige stukken waren ook duidelijk minder bewandeld en onderhouden.

Na een gezapige start ging het pad al wat steviger naar boven. Ik had in de beschrijving verkeerdelijk gelezen dat het uitzicht op de Kohlbarnstein de moeite was. Het pad ernaar toe en terug naar beneden was echter pittig en het uitzicht zo goed als afwezig. Iets wat Sara, die zich niet 100% voelde en niet doorhad dat dit een zij-uitstap was, maar matig kon appreciëren.

Op artisanale wijze naar de top

Het vervolg was opnieuw dalend langs een breed bospad waar de vista’s mooier waren dan op onze top. En zo ging het verder tot in het klein dorpje Kleingießhübel, waar we vooral de hoofdstraat moesten volgen tot aan der Hirschgrundweg, die opnieuw naar een bos voerde. Er waren op dat moment nog een goede 300 meter hoogte te overwinnen.

Dat ging doorgaans gestaag. Slechts op enkele stuken werden de trappen en treden bovengehaald. Het was op zich leuk om nog eens ‘artisanaal’ te stijgen en te dalen, een pad zoekend via stenen en boomwortels. Na een goed half uur kwamen we uiteindelijk aan op de Großer Zschirnstein (561 meter). De uitzichten waren hier heel anders dan deze van de voorbije dagen, met vooral veel bossen en de hogere Boheemse toppen in de verte.

Een beetje ongerepter

De weg ging even terug in dalende richting om vervolgens verder af te buigen. Vanaf dan zou het vooral naar beneden gaan. De Salzleckenweg was eerder verwilderd, waardoor benen en armen werden afgeranseld door takken, struiken en planten. In het stuk bos daarna werden we vooral geteisterd door steekmuggen. Tot mijn grote verbazing leidde een prikje tot een dramatisch ogende bloedpartij.

Aan de “voet” van de Wolfsberg vonden we een leuk bankje om te picknicken. Gaandeweg begon het echter te overtrekken. Tot we het plots in de verte hoorden rommelen. We besloten naar Reinhardtsdorf te wandelen, in de hoop daar een café te vinden om eventueel te schuilen. Zonder succes. Ondertussen zagen we in de verte bliksem en regen.

Schuilen in de kerk

We besloten dan maar eventjes onderdak te zoeken in de Lutherse Kerk, die gelukkig open was. Deze was ook prachtig versierd, met nog heel wat authentieke delen uit de 16de en 17de eeuw. En ons verblijf had er schijnbaar voor gezorgd dat het onweer was gaan liggen. Uit dankbaarheid besloten we een kleine donatie te geven.

Met nog 2,6 kilometer voor de boeg, vooral in bos, probeerden we zo snel mogelijk verder te trekken. We kwamen al snel terug op het stuk dat we de dag ervoor naar boven hadden gedaan, op de plaatselijke lus. Ook dalend bleef het bos mooi, met her en der ‘droge stenen muren’, zoals op de GR 221. Niet veel later waren we, opnieuw droog, in het hotel.

Afscheid van Saksisch Zwitserland

We namen nog een laatste keer de ferry nar Bad Schandau om iets te gaan drinken. Na een heerlijke ginger ale volgde een huiswijntje met bruschetta en een pizza Mista en een schapenkaasgerecht bij café-restaurant Memory, waar sommige aanwezigen nog aan een ijscoupe begonnen. Het was een fijn afscheid van Bad Schandau, de toegangspoort naar het wondermooie Saksische Zwitserland.

Meer wandelingen op de Malerweg vind je hier: https://fromtheseatothelandbeyond.com/malerweg-en-saksisch-zwitserland/

Wandeldag 4: Kurort Gohrisch – Krippen

🥾 Terrein:
Afwisselende etappe met korte maar pittige klimmetjes, veel trappen en enkele technische passages met ijzeren treden, kettingen en ladders. Het eerste deel vraagt aandacht en vaste tred, zeker op de Gohrischstein. Daarna volgt een eenvoudiger bostraject met afwisselend klimmen en dalen. Tweede helft rustiger en iets vlakker, met enkele avontuurlijke passages (omgevallen bomen, smalle paadjes). Uitbreiding via lus Grote Carolaschleife voegt extra uitzichtpunten toe.

🏞️ Bezienswaardigheden:

  • Gohrischstein (448 m) – stevige klim met panorama’s en klauterstukken
  • Papstein – horecazaak op de top, panoramisch zicht
  • Liethermühle – historische molen met horecazaak
  • Krippen – charmant Elbedorp met historische link (Caspar David Friedrich)
  • Große Carolaschleife – korte extra lus met uitzicht op Königstein
  • Ferry naar Bad Schandau – ontspannen afsluiter met zicht op de Elbe

⏳ Afstand & duur:
Basisetappe: ca. 12 km
Met extra lus: ca. 16 km
Wandeltijd: 4,5 à 5,5 uur incl. pauzes en lus

⛰️ Zwaartegraad:
Matig tot stevig. Door de korte, technische klimmetjes (met kettingen en ijzeren treden) vraagt dit traject enige tredvastheid. De afstand is bescheiden, maar het terrein maakt het boeiend en afwisselend.

⭐ Oordeel: 4/5

Het stenen rijk

Onze 4de wandeldag was ook een kortere, die net onder de tien kilometer zou blijven met meer meters in dalende dan stijgende lijn (voor de verandering). Het ontbijt was lekker maar ietsje beperkter. Wat op zich niet erg was, gelet op de beperkte wandeltijd. Sara was wel het verse fruit zo gewoon dat ze onbewust het enige potje druiven meenam, in plaats van gericht te plukken.

We verlieten Gohrisch langs de velden, met uitzicht op enkele rotsformaties in de verte. Daarna ging het opnieuw het bos in, waar we niet 1 maar 2 massieven zouden temmen. Het eerste, Gohrischstein, werd door onze beschrijving als deel van het ‘stenen rijk van Gohrisch’ gedoopt. Ook werd de beklimming en afdaling gecategoriseerd als ‘voor mensen met een vaste tred’. Er ontstonden dus wat verwachtingen.

En inderdaad, na de makkelijke bosweg werden de treden wat steiler en kwam er occasioneel een laddertje aan te pas. Ook werd er een nieuwe stijlvorm geïntroduceerd, de ijzeren treden die relatief ver van mekaar in de rotswanden waren verwerkt. Deze boden waarschijnlijk nog het meeste uitdaging, al werd het nergens echt lastig of gevaarlijk.

Voor we doorgingen besloten we op de top van de rots nog eventjes een zijsprong te maken naar een panorama. En de Gohrischscheibe (448 m) was absoluut de moeite. Het vereiste ook enig klauterwerk, en hier was het heel even klimmen en dalen met hulp van een ijzeren ketting. Maar dit panorama zorgde wel voor de nodige added value.

Ook de afdaling bleek best entertainend. Het ging opnieuw via trappen, ladders en de hierboven vermelde eenzame ijzeren treden. Ook de uit de rotsen gehouwen treden waren net dat tikkeltje meer oneffen, met meer hoogteverschil en met meer schokken op de knieën. Het was dus nog steeds geen avonturenparcours, maar je moest wel goed op de voeten letten.

Historische etablissementen

Onze volgende -stein was op dat vlak ietsje minder spectaculair. De weg naar Papstein verliep vooral via een veelheid aan trappen die je gestaag naar boven voerden. De top zelf bestond uit een drankgelegenheid (met enige historie) en een panorama dat we elders net ietsje indrukwekkender zagen. Op het plateau dacht ik opnieuw animo te vinden via een zij-uitstap, maar het pad naar de Große Hunskirche was net ietsje te verwilderd om tussendoor te doen. En dus was het vrij eenvoudig dalen, tot we uit het bos kwamen waar we werden opgewacht door damherten.

Vervolgens kwamen we op een pad met naast ons, voor de variatie, een weide. Het bracht ons een beetje later in het kleine dorpje Kleinhennersdorf, een plekje met vooral her en der gespreide huizen. Daarna ging het terug het bos in, langs iemands tuin. Het was waarschijnlijk verkocht als een lokale buurtweg, maar de eigenaars lieten weten dat de wandelaar op eigen risico de tuin betrad, gevolgd door een tekst waarop te lezen viel dat wandelaars zich niet mochten laten afschrikken door de waarschuwing. Duidelijk een lokaal dispuut.

We daalden af via de weg, waar ik nog een mooie witte slak met huisje kon ontwijken. Via een klein reservoirtje en een beekje ging het naar het etablissement Liethermühle, opnieuw een historische horecagelegenheid. Daarna moesten we volgens de gids nog even klimmen en dalen. Het klimmen viel mee, al moesten we ons een weg door, boven en onder een weggevallen boom manoeuvreren.  De afdaling, hoewel met treden, was ook nog een uitdaging. Zo wandelde we Krippen binnen, waar Casper Friederich tijdens de oorlog van 1813 had verbleven. Onze welgekomen lunch werd verorberd aan de Elbe.

Rondje Krippen

Omdat het nog maar half twee was en we pas om drie uur konden inchecken, besloten we om nog een vervolg te breien aan onze kortere wandeldag. We kozen voor de Große Carolaschleife (3,7 km en 1u05) dat ook voor een deeltje het Caspar Friederich-pad volgde. De lus voerde door een mooi bos met panorama’s vanop de Koningstein. Wat later werd het pad afgebogen en gingen we opnieuw richting Krippen, eindigend in mooie afdaling.

Bad Schandau

Na het inchecken namen we de ferry (al wat langer en gratis dankzij de gastenkaart) naar Bad Schandau, waar we ons aan goed vullende Saksische kost met veel kaas (varken en kip) waagden, om zo weer te varen naar Krippen, daarbij de traag voorbij glijdende Bohemia op de hielen zittend. Een leuke manier om een goed gevulde dag af te sluiten.

Het eten

Bovenstaande zware Saksische kost

Het verblijf

Hotel garni Grundmühle, een aangenaam hotel met een ruime kamer en een douche die je doet denken dat je midden Saksisch Zwitserland staat.

Meer wandelingen op de Malerweg vind je hier: https://fromtheseatothelandbeyond.com/malerweg-en-saksisch-zwitserland/

Wandeldag 3: Königstein – Kurort Gohrisch

🥾 Terrein:
Een korte maar gevarieerde etappe met flink wat klimmen en dalen. Vooral de klim na Königstein en de pittige afdaling via het Nadelöhr maken het fysiek uitdagender dan de afstand doet vermoeden. Mooie bospaden, rotspassages en smalle doorgangen houden het interessant. Technische moeilijkheden zijn beperkt, maar trappen, ladders en smalle kloven vragen wel enige tredvastheid.

🏞️ Bezienswaardigheden:

  • Königstein – charmant stadje met winkels en horeca
  • Pfaffenstein-massief – imposante rotsformaties, goed bewegwijzerd wandelgebied
  • Barbarine – 42 m hoge rotsnaald, icoon van de regio
  • Panorama’s zoals Teufelskessel, Dom & Einsamer Ritter
  • Nadelöhr – spannende passage met trap en ladder
  • Pfaffendorf & Kurort Gohrisch – kuuroorddorpjes met rustige sfeer

⏳ Afstand & duur:
± 12,5 km
Wandeltijd: ca. 4 – 5 uur incl. zij-uitstap en pauzes

⛰️ Zwaartegraad:
Matig tot stevig. Technisch niet extreem, maar door het klimmen, de passages met trap en ladder en de korte maar intensieve afdalingen een fysieke dag. De beperkte afstand maakt het beheersbaar.

⭐ Oordeel: 4/5

Königstein ontdekken

Neue Schanke was de hele avond onze uitvalsbasis geweest. Het was namelijk niet mogelijk om zomaar even het dorpje zelf te verkennen. Dat moest steeds door het stukje te klimmen naar de burcht en dan flink te dalen. Op de derde wandeldag zouden we dit echter doen als deel van de route, na een ontbijt waarin de artistiek gesneden worstjes de show steelden.

Na het uitchecken moesten we dus opnieuw klimmen en daarna best pittig afdalen door een bos. Zo kwamen we aan in Königstein wat best een gezellig centrum heeft. Het maakte het extra jammer dat we aan de overkant van de heuvel hadden moeten overnachten. Maar goed, we konden hier proviand voor twee dagen inslaan en een sanitaire stop inlassen. Ik vreesde wel plots dat mijn bril was blijf liggen in ons vorig verblijf, maar terugkeren was niet echt een optie. Het was wachten op de bagage vanavond.

Opnieuw een icoon van de Malerweg

Eens uit Königstein was het meteen stijl stijgen, eerst langs een klein lokaal weggetje, daarna opnieuw via een bosweg en zo naar een bos, waar we best lang in zouden vertoeven op deze korte wandeling. Het smalle, kronkelende pad voerde langs de rotsformaties en heuveltoppen met namen als Kletterhöle en Quirlwachter, alsook een stenen drinktrog. Daarna werd het bos even verlaten om niet veel later naar het hoogtepunt van de dag te gaan, het massief van Pfaffenstein. De weg ernaar toe ging al gepaard met een toename van grillige en imposante rotsen en formaties.

En we konden ons tegoed doen aan een drieluik van natuurlijk vertier. Eerst was er de zij-uitstap naar de Barbarine, een rotsnaald van 42 meter hoog en een lokale darling. Het vergde wel wat zoekwerk maar gelukkig misten we deze parel niet. De aanhouder won in deze. De weg ernaar liep ook via een eerste smalle kloof.

Rotsen en afdaalvertier

Eens teruggekeerd hadden we twee opties. Optie 1 was een makkelijke afdaling, optie 2 gaf ons panorama maar volgens de reisgids ook een pittige afdaling. We kozen voor de volledige ervaring en dus voor het laatste. Na wat klimmen en de plaatselijke horecatrekpleister op het plateau te passeren, deden we een rondje langs de panorama’s allerhande, waaronder de Teufelskessel, de Dom en de Einsamer Ritter. Het bleek ook een goede picknickplek. Wat wel opviel waren de vele jonge ouders en zeer jonge baby’s die de tocht eveneens waagden.

Daarna restte nog de afdaling langs de zogenaamde Nadelöhr, een flessenhals waar eventjes een laddertje en een steile ijzeren trap nodig was. Ik wist er met mij met enig geschraap van de rugzak door te wurmen. De stukken daarna waren wel pittig door de hoogteverschillen van de stenen en treden, maar eerder traditioneel qua afdalingskunsten.

Een kuuroord met beperkte eetgelegenheden

We daalden verder af naar Pfaffendorf, een klein gezellig dorpje, en ten slotte naar Kurort Gohrisch, al even gezellig, ietsje groter, maar ook met veel verblijven en weinig horeca. Gelukkig verbleven we in Pension Villa Irena, waar ze zo behulpzaam waren om voor ons te reserveren. Even daarvoor hadden we ons ook gewaagd aan ons eerste (en enige) ijsje.

Uiteindelijk geraakten we zo bij Margaretehof, een gezellig restaurant dat bij het gelijknamige hotel hoort. We waagden ons aan een voorgerechtje (geitenkaaskroketjes en champignonsoep). Als hoofdgerecht namen we de lokale specialiteit, Boheemse goulash met knödelen. Het was lekker en de bediening was vriendelijk. Ik verraste onbedoeld de serveuse door per ongeluk een briefje van twintig i.p.v. vijf euro als tip te geven. Gelukkig was ze zo eerlijk om te zeggen dat dat echt wel te veel was.

Meer wandelingen op de Malerweg vind je hier: https://fromtheseatothelandbeyond.com/malerweg-en-saksisch-zwitserland/

GR 128.1 Tielt – Deinze (21,4 km)

🥾 Terrein:
Licht golvende etappe met aangename afwisseling tussen veldwegen, graspaden, bospassages en stukjes asfalt. De klim naar de Poelberg is kort maar pittig, de rest van de dag verloopt vrij geleidelijk. Geen technische moeilijkheden, maar het knuppelpad richting Grammene vraagt wat aandacht. Overwegend onverhard, wat het stapritme ten goede komt. Mist en ochtendnevel gaven een bijzondere sfeer.

🏞️ Bezienswaardigheden:

  • Poelberg (45 m) – mini-puist met uitzicht, Lourdesgrot & Poelbergmolen
  • Meikensbos/Vijverbos – bos in herstel, verrassende aanplanting
  • Kerk van Wontergem – mooie binnenkant, standbeeld Lucien Buysse
  • Oude stationsbrug (WO II) – met Duitse inscriptie
  • Kerk van Grammene – mysterieuze kerkkat
  • Leiepad via Natte Meersen & Meirekouter
  • Graf van Agnes Desimpel – tragisch oorlogsverhaal
  • Lorenzobrug – smeedijzeren spoorwegbrug à la Eiffeltoren
  • Deinze – levendige stad met parkje en Grote Markt

⏳ Afstand & duur:
± 24,5 km
Wandeltijd: 6 – 6,5 uur incl. rust en sightseeing

⛰️ Zwaartegraad:
Licht tot matig. Niet zwaar qua terrein, maar de afstand vraagt een zekere basisconditie. Voldoende zit- en rustplekken onderweg.

⭐ Oordeel: 4/5

Nadat we de streekGR Groene Gordel na enkele jaren eindelijk hadden getemd, was het voor mijn wandelgezel en ik zoeken naar een nieuw wandelproject waar we ons voor langere tijd zoet mee konden houden. We zochten het dit keer, toch om te beginnen, iets verder en kozen voor de GR 128, de Vlaanderenroute. Deze start eigenlijk in Wissant aan de opaalkust en gaat zo door Vlaanderen naar Aken. Wij gingen echter voor de meest haalbare startplaats i.f.v. openbaar vervoer en begonnen ons GR 128-avontuur in het West-Vlaamse Tielt.

Een mistige start, de Poelberg-puist en een bizar bos

Na het bereiken van de overkant van de spoorweg begon een mistige wandeling waarbij Tielt al snel werd verlaten voor de betere lokale weg in het groen. Ons eerste hoogtepunt van de dag (en van ons GR 128-avontuur) ligt iets verder op de Poelberg. Deze Poelberg (45 meter hoog) wordt voorgesteld als een lokale Baskische mini-puist, maar de hoge stijgingspercentages lagen duidelijk aan de overkant.

Op de Poelberg liggen echter meteen enkele hoogtepunten. Zo is er het Klooster De Hoop waarbij in 1938 een Lourdes-grot werd bijgebouwd. Het historisch vertier komt echter in duo. Want iets verder, een beetje verhuld in de mist, staat ook nog de Poelbergmolen. Deze gaat terug tot de 17de eeuw en bleef tijdens de twee wereldoorlogen intact, hoewel er wel wat herstellingen nodig waren. Net zoals vele molens verloederde deze wel in de decennia daarna, tot hij werd gekocht door de gemeente en vanaf de jaren ’90 weer maalvaardig werd gemaakt.

Na deze passage ging het naar het Meikensbos. Dit is de historische naam van het Vijverbos, dat doorheen de decennia door boskap en landbouwactiviteit steeds kleiner werd. Vanaf 2000 kwam het in het bezit van Natuur & Bos dat het beetje bij beetje aan het herstellen en uitbreiden is. Door de beplanting doet het vandaag wat vreemd aan. Het lijkt namelijk soms eerder dat je door een boomgaard in een weide loopt, eerder dan een bos.

Van kerk naar kerk

Na het bos volgt de GR 128 grotendeels veldweggen, graspadjes en af en toe een asfaltbaan, richting de steenweg die onder Aarsele loopt. Over het algemeen mag je op deze etappe niet klagen over de ondergrond. Het is heel vaak onverhard, wat het malen van de kilometers aangenamer maakt. De vergezichten zijn ietsje minder dan ze konden zijn, omdat tot de middag de velden nog verhuld zijn in nevel en mist. Het geeft weliswaar ook een zekere charme aan het geheel.

Het gaat daarna van kerk naar kerk. De eerste is een goede 3 kilometer verwijderd. De kerk van Wontergem is langs buiten niet al te speciaal, maar heeft wel nog een mooie binnenkant. Verder zijn hier ook bankjes die zich lenen tot het nuttigen van een kleine snack of je lunchpakket. We waren niet de enige met die idee, getuige de enthousiaste groep van 10 vrouwen die deelnamen aan een wandeling van de Wandelclub De Natuurvrienden Deinze. Aan deze kerk is er ook een standbeeld voor de wielrenner Lucien Buysse, die 5 etappes won in de Ronde van Frankrijk en eindoverwinnaar was in 1926.

Van de kerk van Wontergem gaat het naar deze van Grammene. Het pad is hier echter nog wat mooier. Zo passeer je een oude stationsbrug, die door het Belgische leger werd opgeblazen en herbouwd werd door de Duitsers in 1942. Vandaag zie je nog de Duitse inscriptie. Ook is er een knuppelpad, dat weliswaar her en der al z’n beste tijd heeft gehad, met gammele planken tot gevolg. Even later verschijnt de kerk van Grammene. Hier wordt het grootste avontuur verzorgd door een zwarte kat die met ons mee in de kerk binnenglipte. Of dat dachten we toch. Het is ook best mogelijk dat we de kerkkat van Grammene buiten zette en zo het dorpje en omstreken in een periode van tegenslag hebben ondergedompeld…

Langs het water naar Deinze

Eens voorbij Grammene volgt het finale deel van deze eerste etappe op de GR 128, eentje die voert langs de oude en nieuwe Leie, via de paden Natte Meersen en Meirekouter. Het is aangenaam wandelen langs het water, dat op dit gedeelte een duidelijk groene kleur heeft. We passeren tijdens dit stuk, waarbij we een bocht maken, ook het graf van Agnes Desimpel, die op 26 september 1976, op 37-jarige leeftijd overleed toen ze tijdens het rooien van de aardappelen op een obus uit de eerste wereldoorlog botste en deze wegwierp, waardoor deze tot ontploffing kwam.

Even verder wandel je langs de Lorenzobrug van Grammene. Deze spoorwegbrug, gebouwd volgens dezelfde techniek als de Eiffeltoren, was bijna gesneuveld. De NMBS wilde deze namelijk afbreken en vervangen door een andere. Maar heel wat mensen tekenden protest aan, waaronder Grammenaar Laurent Vanhaesebrouck en kunstenaar Roger Raveel. De NMBS plooide en vandaag staat de brug gekend als de Lorenzobrug, als eerbetoon aan Vanhaesebrouck.

Deinze

Daarna keert het pad weer en gaat het nog voor een laatste rechte lijn langs de Leie, om zo naar Deinze te gaan. Eerst zien we nog enkel de industrie, maar al snel komen we aan de stad zelf, waar langs de Leie heel wat nieuwbouwappartementen staan. Ook horen we het enthousiaste publiek van SK Deinze tijdens hun wedstrijd tegen Seraing. Via een parkje komen we ten slotte uit op de Grote Markt, dat volgelopen is door het aangename weer en de autoluwe zondag. Een mooi eindpunt van onze eerste kennismaking met de Vlaanderenroute.

Meer wandelingen op de GR 128 vind je hier: https://fromtheseatothelandbeyond.com/gr-128-vlaanderenroute/

Wandeldag 2: Kurort Rathen – Königstein

🥾 Terrein:
Afwisselende etappe met enkele pittige klimmetjes en rotsachtige passages. De eerste helft is gevarieerd met trappen, smalle paadjes, stalen brugjes en prachtige panorama’s. De tweede helft brengt bredere bospaden, tafelbergen met korte beklimmingen, en open veldwegen richting Königstein. Technisch niet extreem, maar af en toe flink klimmen en dalen, vooral op Rauenstein. Goede wandelschoenen en conditie aanbevolen.

🏞️ Bezienswaardigheden:

  • Basteibrug – hét symbool van de Malerweg, indrukwekkend rotsdecor
  • Ruïne van Neurathen – rotsachtig kasteel via stalen bruggetjes
  • Steinerne Tisch – historische jachtplek van Saksische keurvorsten
  • Stadt Wehlen – charmant stadje met marktplaats en burchtrestant
  • Ferry over de Elbe – kort ritje met een ‘Neins’-waardige overtocht
  • Rauenstein – spectaculaire tafelberg met ladders, trappen en uitzichten
  • Mausoleum en uitkijkpunt – verrassende rustpunten in tweede helft
  • Festung Königstein – imposante vesting bovenop het plateau

⏳ Afstand & duur:
± 18,5 km (volgens GR), ca. 6 uur wandelen incl. pauzes en bezoeken

⛰️ Zwaartegraad:
Matig tot stevig. Door de rotsformaties, trappen, stijgingen en afdalingen een fysieke dag. Vooral het stuk rond Rauenstein vraagt enige (beperkte) behendigheid. Mooie balans tussen uitdaging en beloning.

⭐ Oordeel: 4,5/5

Vandaag stonden enkele vooraf aangekondigde hoogtepunten op het menu. Onze ervaring gisteren leerde ons dat het dus opletten was voor de gemotiveerde dagtoerist. Dat was zeker het geval voor de iconische Basteibrug. En dus was het een zaak om vroeg genoeg te vertrekken. Na een vroeg ontbijt konden we ze om iets na acht Rathen achter ons laten.

Het Malerwegicoon en een bijzondere kasteelruïne

Een korte klim bracht ons naar de Basteibrug, met een prachtig uitzicht op enkele indrukwekkende rotsformaties en het omliggende landschap. Bij de aankomst was er nog amper volk te bespeuren. Tien minuten later was de situatie al heel anders. Onze keuze bleek strategisch de juiste. Zo konden we genieten van dit hoogtepunt, waarbij je je op de grote brug tussen het impressionante landschap heel klein en nietig voelt.

Onze wandelbeschrijving stuurde ons vervolgens naar het zielloze horeca-complex, al leek het mij nog de bedoeling om ergens een panorama op de brug te kunnen scoren. We keerden dan ook terug en kregen zo het gekende adembenemende uitzicht dat menig promofoto siert. Het gaat natuurlijk niet altijd over de foto’s en de panorama’s, maar deze was wel ongelofelijk mooi.

Nu we toch opnieuw aan de brug waren, gingen we nog een klein beetje verder richting ons beginpunt, waar de restanten van een opzienbarend kasteel staan. De ruïne van Neurathen was te bezoeken via een wirwar aan stalen bruggen, sommige met wat meer afgrond dan andere. In ieder geval was het een kort maar leuk bezoek aan een knap staaltje kasteelarchitectuur, ingebed in de rotsen.

Nog sprookjesachtiger

Na de beide kleine maar meer dan terechte zijsprongen gingen we opnieuw langs Bastei en zo wat weg van het toeristengevoel, tot aan de Steinerne Tisch, waar de Duitse uitleg vaagweg iets zei over keurvorsten en jachttradities. De collectie stenen kon op een ander moment zeker een geschikte picknickplek aanbieden, maar we waren nog maar net op pad.

Daarna volgde een passage die deed denken aan het stukje na Hohnstein, alleen was het allemaal nog grootser, schoner en majestueuzer. De rotsen torenden boven ons uit, vaak mossig. Indrukwekkende boomstammen lagen geknakt op de heuvelrug. Bijna elke rots was fotogeniek. Het was een hele (natuur)ervaring om hier te wandelen.

Een tweede burcht en een rotsige tafelberg

Een kort stukje asfaltering bracht ons naar het gezellige plekje Stadt Wehlen. Ook hier konden we langs restanten van een burcht wandelen. Al was deze iets minder goed bewaard en waren ligging en uitzicht wat minder spectaculair. Na een korte pauze op het marktpleintje van Wehlen namen we de ferry. Anders dan gedacht was onze gastenkaart van het hotel niet geldig op deze ferry, wat nogal onvriendelijk door de bestuurder (met twee “neins”) werd duidelijk gemaakt. Zo betaalden we elks €1,80 voor een tochtje van maximum 30 meter.

Na de Elbe even te volgen aan de overkant was het opnieuw klimmen geblazen. In eerste instantie leek het een naar lokale wandelnormen bescheiden vervolg te worden op een aangenaam bospad. Maar dat was zonder de passage over de tafelberg Rauenstein gerekend. De wandeling voerde ons over en tussen de rotsen met stenen en ijzeren trappen en rotsige passages, af en toe met hulp van een railing.

Het aantal dagtoeristen maakte duidelijk dat dit zeer populair was, maar de uitzichten waren dan ook opnieuw fenomenaal. Na een langere stukje ijzeren trap naar beneden ging het via een breed pad tussen de weiden naar het kleine dorpje, Weißig, dat vandaag dienst deed als lunchplek van de dag.

Daarna volgde een tweede stukje veldweg, met geurige bloemen, en nog een bospadje dat langs een klein mausoleum en een uitkijkpunt leidde. Het kleine dorpje Thurnsdorf werd nog doorkruist op weg naar ons eindbestemming van de dag, Königstein en de vestingsburcht die we al meerdere malen in de verte hadden kunnen observeren.

De vesting en het afgelegen verblijf

Daar kwamen we via een stijgend bospad, een drukke parkeerplaats en ons hotel Landgasthof Neue Schanke aan. De vesting zag er op de rots indrukwekkend uit en we hadden deze van ver al langs alle kanten mogen bewonderen. Binnenin was het gigantisch en soms een beetje verloren lopen, al waren er wel enkele specifieke hoogtepunten zoals de muurschildering in het kerkje, het frivole schloss Frederick, de diepe waterput en de steeds groter wordende wijnvaten (die wel snel kapot gingen). Toch was het een beetje te prijzig.

En bij het verlaten van de burcht begon het plots stevig te regen. We konden even wachten om relatief droog het hotel te halen. Het ligt aan de andere kant van de heuvel en dus wat weg van het dorp zelf. Daarom, en ook door onze moeheid en onze bescheiden middagmaal, besloten we de lokale hapsnap te nemen. De schnitzels met frietjes waren niet al te hoogstaand maar het vulde. En dat er een dode wesp in mijn glas lag, vakkundig met een lepel verwijderd door de kok, zullen we maar even door de vingers zien.

Meer wandelingen op de Malerweg vind je hier: https://fromtheseatothelandbeyond.com/malerweg-en-saksisch-zwitserland/

Wandeldag 1: Bad Schandau – Kurort Rathen


🥾 Terrein:
Gevarieerde en pittige start van het Malerweg-traject. Stevige stijgingen en afdalingen, met enkele technische passages via trappen, smalle doorgangen en rotspaadjes. Eerste deel bestaat uit rustige boswegen, veldwegen en dorpjes. Tweede helft veel avontuurlijker met trappen, bruggetjes, rotsplateaus en een kloof. Goed begaanbaar, maar fysieke basisconditie is vereist.

🏞️ Bezienswaardigheden:

  • Zicht op Lilienstein en Königstein – iconische panorama’s op bekendste rotsmassieven van de regio
  • Rotsformatie Drakenkopf – natuurkunst met een mythisch kantje
  • Dorpje Hohnstein – charmant met zicht op de burcht, goed voor lunchstop
  • Sprookjesachtige boskloof – watervalletjes, bruggetjes en romantische sfeer
  • IJzeren trap door kloof – spannende passage, krap maar memorabel
  • Hockstein – uitzichtpunt met zicht op Hohnstein en omgeving
  • Amselsee – recreatiemeer met bootverhuur
  • Kleine Bastei – minder druk, wel prachtig zicht over Elbe en omgeving

⏳ Afstand & duur:
Ca. 20 km – 6 à 7 uur wandelen, afhankelijk van tempo en pauzes

⛰️ Zwaartegraad:
Gemiddeld door het hoogteverschil, de langere afstand en de technische passages met trappen en smalle doorgangen. Niet extreem technisch, maar zeker uitdagend voor de beginnende wandelaar.

⭐ Oordeel: 3,5/5

Vandaag begonnen we eindelijk met het wandelgedeelte, het eerste stuk van een vijfluik. Eerst was het dus aan een vroeg ontbijt om ons goed op weg te zetten. Dat lukte dit keer zonder ongelukken en brandalarmen. Nog wat boodschappen later konden we ons aan de wandeling zetten, een goede 20 kilometer.

Velden en uitzichten

Goed begonnen is half gewonnen, en dus klommen we meteen een kort maar stevig pad naar omhoog, eerst verhard, daarna door een stukje bos. Bad Schandau werd al snel achter ons gelaten. Niet veel later kwamen we aan op een plateau met zicht op de rotsformatie Lilienstein en onze bestemming van morgen, Königstein, met z’n imposante vesting.

Vervolgens ging het naar twee kleine dorpjes. Rathmansdorf bereikten we via een bospadje, voor Porschdorf klommen we eerst omhoog, weg van de weg, om daarna stevig te dalen. Hier zagen we een brug in opbouw, wat ons opnieuw deed afvragen waarom ze geen bruggen over de Elbe bouwen, maar kiezen voor de ferry.

Een mooi pad en honderden treden

Kort na dit tweede dorp volgende we een pad met veel kleine trapjes, bruggen en boomwortels, dat parallel aan de weg bleef lopen. Aan onze linkerkant begonnen de rotsen en bomen echter boven onze hoofden te torenen. Dit was slechts een voorsmaakje van onze beklimming van de dag. Volgens onze gids moesten we +- 800 treden zien te overwinnen om Brand te bereiken, daarmee en goede 150 meter stijgen.

Het gedeelte daarna ging eerst via een kiezelpad tussen de bomen. Maar vanaf dan waren we wel eindelijk de Malerweg aan het volgen. Na een korte poos zagen we opvallend meer wandelaars (maar 99 % in de tegenovergestelde richting zagen). De bosomgeving werd indrukwekkender, met grotere rotsformaties en diepere hellingen. Ook zagen we de Drakenkopf, een rots die doet denken aan, wel ja, een drakenkop.

Na nog wat gekronkel doorheen de bossen, besloten we het dorpje Hohnstein te bezoeken en daar ons middagmaal te verorberen. Het dorpje was wel schattig, maar minder idyllisch dan we ons op basis van het klokkengeluid in het bos hadden voorgesteld. Boven ons torende Schloss Hohnstein hoog boven de huizen uit. Maar omdat we nog best wat moesten afwandelen, lieten we die beklimming voor wat het was.

Sprookjesachtige natuurpracht

Het eerste deel was mooi, maar vanaf Hohnstein begon de natuurpracht echt. De rotsen en beboste heuvels werden nu vergezeld door stroompjes, watervalletjes en zelfs een keer een Romantisch ogend bruggetje boven onze hoofden. Een sprookjesachtig tafereel. Uit het bos kwamen we in Polenstal, dat enkel leek te bestaan uit een pension.

Een volgend hoogtepuntje bood zich al snel aan. De trappen doken weer op. In het begin was dit nog een combo van hout en aarde, een beetje later hout en dan moesten we een ijzeren trap op door een smalle kloof. Vooral het betreden van de ingang was zelfs met onze bescheiden dagrugzak even wringen. Ik vroeg me af welk kunst- en vliegwerk nodig zou zijn met een volwaardige trekrugzak.

Hierna kwamen we aan de Hockstein, een plateau met uitzicht over de omgeving, waaronder het dorpje Hohnstein en z’n burcht. Het laatste stuk van de wandeling was een makkelijk pad door het bos. De exponentiële toename van medewandelaars verraadde de nabijheid van onze eindbestemming.

Recreatiemeer en een klein panorama

Deze begon met een passage aan de Amselsee, geen idyllisch meertje maar wel een paradijs voor waterplezier, met heel wat roei- en peddelboten. Nog een halve kilometer later kwamen we aan in Kurort Rathen, populaire als uitvalsbasis voor de befaamde Basteibrug. Dat maakten de vele toeristen alvast duidelijk.

We besloten om een klein ommetje te maken naar de kleine Bastei, een uitkijkpunt naar de andere kant van Rathen, de Elbe en opnieuw de Lilienstein en een stukje Konigstein. Na dit extra uitje ging we naar ons hotel Amselgrundschlossen. Niet veel later begon het fel te regenen. We mochten dus niet klagen over de aangename wandelomstandigheden van de dag. En dat bleef het nog de hele avond doen. Gelukkig konden we reserveren in ons hotel en was de regen vooral een getokkel op de achtergrond. Al was de vraag hoe dat zich de volgende dag op het pad zou vertalen.

Het verblijf

Hotel Amselgrundschlossen is een gezellig hotel dat perfect past in het door groen en rotsen omringde kuuroord.

Het eten

We namen beide gebakken kip met kroketjes en een paprikasaus. Best lekker. En we gunden ons daarnaast ook appelstrudel.

Meer wandelingen op de Malerweg vind je hier: https://fromtheseatothelandbeyond.com/malerweg-en-saksisch-zwitserland/

Dag 3: Dresden – Bad Schandau

Vals alarm

De ochtendstond heeft vaak goud in de mond. Deze ochtend had het echter vooral een pittig element en een wat bittere nasmaak. Genietend van het ontbijt in de tuin van het hotel, werden we plots opgeschrikt door een brandalarm. Het toeval wilde dat Sara de gsm had laten insteken om op te laden wat het paniekbrein meteen triggerde. Eerst was het dus wat verwarrend, maar toen er drie grote en een kleine brandweerwagen met sirenes kwamen aangereden, werd het toch wat spannender. Gelukkig bleek het loos alarm en kon het blusmateriaal snel opgeborgen worden.

Barokke patsers

We verlieten het gastvrije Martha en bezochten eerst de zeer barokke Frauekirche, om daarna in de musea in het voormalige paleis van de keurvorsten rond te dwalen. Hier was het uitpakken en opzien baren aan 200% met naturalia, artificalia, wapens en wapenuitrustingen, Ottomaanse uitrustingen en tenten en, voor de liefhebbers (ik ben er geen van), de derde grootste muntcollectie van Duitsland. Ook waren er enkele imposante zalen, doorgaans niet bemeubeld, maar daarom niet minder tot de verbeelding sprekend.

Na ons bijna drie uur zoet te houden in het museum, kochten we lunch kopen in het al even decadente, maar veel modernere shoppingcenter Altmarkt. Ons middagmaal werd verorberd aan de Elbe, op de zogenaamde Brühlsche Terrasse, een verzameling van allerhande historische gebouwen in een kleine parkomgeving. De volgende bestemming was opnieuw het station (3x keer is scheepsrecht) die ons deze keer echt naar de Säksische Schweiz ging voeren. Van Dresden (+- 550.000) inwoners naar Bad Schandau (+- 3.500)

Naar de Säksische Schweiz

Terwijl we op de trein zaten, kwam de voorspeelde neerslag uit de lucht vallen. Meer dan de dagen ervoor veranderde het landschap in sneltempo. Nog maar twintig minuten van Dresden konden we al genieten van bossen, heuvels en de Elbe die oevers en dorpen doormidden kliefde. Wat ook opviel, ondanks het feit dat onze weerapp een onweericoontje aangaf, waagden diverse mensen zich nog in kajakken en bootjes op de rivier.

Vlakbij het station van Bad Schandau was de ferry te vinden die personen van de ene kant naar de andere kant van de Elbe voert, naar het centrum. Daar was ons hotel ook vlakbij te vinden, een geel gebouwd met de treffende naam Elbhotel (Niet te verwarren met Elbresidenz en Elbterrasse, die op een boogscheut van elkaar liggen).

Een ruïne en een gezellig dorpje

Omdat het al snel gestopt was met regenen, zagen we onze kans schoon om het klein dorpje wat te verkennen. En toen we op het stadsplannetje plots “schlossruin” zagen staan, konden we onszelf niet bedwingen. Het was meteen een goede oefening voor de komende dagen. Het pad leidde gedurende 500 meter naar omhoog, eerst via houten en ijzeren treden, dan via een slingerende bosweg.

De ruïne zelf was een semi-ruïne. Er stond op deze plaats wel degelijk een echt kasteel dat in de 15de werd beschadigd. Maar de ruïne zoals die vandaag te bewonderen (en een beetje te beklimmen) is, is eigenlijk een folie die men in de negentiende eeuw heeft herbouwd met te stenen van de oorspronkelijke tolburcht. Het was echter wel en mooi gelegen en we kregen zo ook een eerste panorama.

Na de installatie in het Elbhotel liepen we nog even door de gezellige straten van Bad Schandau, met al wat tekenvertier (met het potlood, niet met de vieze beesten die ziekten geven). We vonden nog een leuk plekje op het terras van ons hotel en genoten daar van onze eerste echte Duitse kost.

Het verblijf

Het Elbhotel is een groot hotel gelegen aan de Elbe. De kamers zijn er eveneens groot en het verblijf zeer comfortabel.

Het eten

Een soort omelet-quiche met champignons, ui, spek en patatjes. Sara ging voor de schweineschnitzel.

Etappe 3: Groningen – Zuidlaren (21 km)

🥾 Terrein:
Begin van de dag op verharde wegen langs stadsrand en water, daarna overstap naar voornamelijk onverharde paden door natuurgebieden: zandpaden, boswegen en heide. Wissel van kiezel, gras, zand en zachte bosgrond. Prima begaanbaar, lichte hoogteverschillen.

🏞️ Bezienswaardigheden:

  • Museumeiland Groningen & Noord-Willemskanaal
  • Paterwoldse Meer & monument Britse piloten
  • Nationaal Park Drentsche Aa met moerassen en ooievaarennest
  • Lutsborgweg: bijzondere onverharde doorgaande weg
  • Appèlbergen: voormalig militair terrein met schapen en vijver
  • Noordlaarderbos: recreatiebos met wandelmogelijkheden
  • Hunebedden G1 (origineel) en G3 & G4 (vernieuwd)
  • Esdorp Zuidlaren met gezellige brink en lokale horeca

⏳ Afstand & duur:
Ongeveer 21 km – 6 à 7 uur inclusief pauzes

⛰️ Zwaartegraad:
Mild tot gemiddeld, door lange afstand en deels zandige ondergrond. Goed te doen voor wandelaars die gewend zijn aan dagtochten. Licht glooiend terrein en rustige paden.

⭐ Oordeel: 4/5

Onze hostel was ok, maar de ruimte was er nogal beperkt en het was waarschijnlijk ook niet aangewezen om een gasbrandertje boven te halen en in de kamer havermout te maken. Hoewel het zondag (en Pinksteren) was, konden we toch al terecht bij een Albert Heijn in het station van Groningen, waar we enkele koffiekoeken en een verfrissende smoothie op de kop konden tikken. Een ontbijt dat moest volstaan voor dag 3, met 21 km voor de kiezen.

Dag dag, verharde wegen

Er was nog een kort stuk op het verharde. Dat ging eerst langs de achterkant van het museumeiland en vervolgens langs het kanaal, waarbij we opnieuw eventjes naar de overkant moesten voor een omleiding. Het is niet slecht wandelen langs de Noord-Willemanskaai, maar het is toch uitkijken naar het moment dat we dit letterlijk links mogen laten liggen, want stilaan nam natuur het over van de stad.

Aan de ene kant volgden we de Hoornse Diep, langs de andere kant liggen het Hoornse meer en het Paterswoldse meer, een uitgestrekte hoop water dat voor een groot stuk fungeert als recreatiedomein. Het mooie weer nodigde ook duidelijk uit om naar buiten te trekken. Er waren heel wat wandelaars die ons voorbeeld volgden en ook fietsers en joggers passeerden met hopen per minuut. 

Onze eerste rustpauze namen we aan een bankje waar twee vrouwen met nogal enthousiaste grote honden ook aan het rusten waren. Hier staat ook een bord dat het lot van vier Britse piloten beschrijft. Zij stortte met hun vliegtuig neer boven het Paterwoldse meer. Een van hen overleefde het. Ook de Duitse piloot die hen neerschoot, Ludwig Becker, krijgt een vermelding. Een boeiend stukje geschiedenis op een plek die vandaag zo rustig is.

Aan het bankje maakten we een praatje met twee vriendinnen die net als ons het Pieterpad tackelden in verschillende fases (of dat toch hopen te doen). Op de plek staat een bord waaruit duidelijk blijkt dat we eigenlijk nog niet al te veel hebben verzet op dat vlak. Hoewel we al begonnen waren aan onze derde dag hadden we nog maar 36 km afgelegd sinds we Pieterburen hadden verlaten.

Hallo, onverharde natuurpracht

Na een deugddoende banaan zetten we onze tocht verder, waar we aan de Nijveensterkolk een koppel op een bootje zagen praten met de sluiswachter. Wil je het Paterwoldse Meer op? Dat wordt dan even pinnen. Het is handig in Nederland dat je niet te veel met kleingeld moet klungelen. Zelfs een kaarsje branden in een kerk kan met de bankkaart.

We wandelden nog even door Haren om daarna echt de natuur in te trekken. Dat begon met het nationaal park Drentsche Aa, waar het asfalt in eerste instantie nog overgaat in een kiezelsteentjespad. De natuur is echter wel aanwezig, hetzij in de vorm van meertjes en vijvertjes in een moerassig gebied, hetzij in de vorm van een ooievaar die gebruik maakt van het kunstmatig nest dat werd gemaakt voor het broeden.

Al snel veranderde de kiezelgrond in een ondergrond die vanaf dan een hoofdrol speelde, zand. We vonden het al speciaal dat in de officiële wandelgids een speciale vermelding werd gemaakt van de Lutsborgweg, de eerste onverharde doorgaande weg op het Pieterpad. Even hadden we gevreesd dat dit was omdat het zo’n unicum was, maar het bleek al snel dat, enkele tussenstukken daargelaten, we de rest van onze reis vaak op zand zouden wandelen.

Natuur en prehistorie

De schuchtere graspadjes en de compensatiebossen lagen echt achter ons. Hier is de natuur de volledige ervaring. Dat begon met Appèlbergen, een voormalig militair terrein waar vandaag schapen (gezien) en adders (niet gezien) zich thuis voelen. Naast een bos en wat veen is er ook een idyllische vijver.

Na nog wat zand volgde het Noordlaarderbos, een recreatie- en wandelbos dat omstreeks 1900 werd aangeplant. Het was een perfect plek om ons op een bankje te zetten en van onze lunch (sandwiches en wat hummus) te genieten. Onze positie, op een kruispunt van wandelpaden, maakte dat we geregeld werden aangesproken door voorbijgangers. Dagwandelaars waren nieuwsgierig naar onze Pieterpadambities, collega-Pieterpatters (ja, dit is het woord) waren nog nieuwsgieriger. Een van hen was een vrouw die Mechelen (onzer beider heimat) al enkele decennia had verlaten. Van een Mechelse tongval was niet veel meer te merken.

Naast het steeds mooier wordende landschap is er ook wat prehistorisch vertier. Door de geologische ontwikkeling en na het smelten van het ijs bleven er heel wat zogezegde zwerfkeien achter in het gebied. Het verklaart de grote aanwezigheid van hunebedden. Hunebed G1 lag een 200 meter van het pad, waardoor de meeste wandelaars het leken te missen. Dit exemplaar is het enige in Groningen dat op z’n oorspronkelijke plaats staat en is best indrukwekkend.

Even later volgden nog de hunebedden G3 en G4, ditmaal aan de zijkant van iemands tuin. Ze zijn iets langer en minder hoog, maar het blijft een indrukwekkende verzameling stenen. Deze twee werden in 1870 volledig afgegraven na lange tijd verborgen te zijn. Recent werden er ook heel wat archeologische ontdekkingen gedaan. Het Pieterpad heeft dus niet enkel natuur of zelfs maar geschiedenis in de aanbieding. Ook de prehistorie is vertegenwoordigd.

Zuidlaren

Na nog een laatste stukje zandweg kwamen we aan in Zuidlaren, een zogenaamd esdorp. Een esdorp is gelegen aan de rand van een zandgrond. Het heeft een brink (een open ruimte dat later vaak dorpsplein werd), essen (gemeenschappelijke akkercomplexen), een beek of rivier, heide en boerderijen. Rond de brink is het gezellig. Er waren verschillende terrassen en er staan enkele kramen op het plein, waaronder Waterloo, dat met Belgische vlaggen op het kraam trots verkondigt dat het Vlaamse frieten verkoopt. Het is in ieder geval wel in trek.

Wij kozen om iets te drinken in Olle Stee. Ik ging voor een verfrissende appelcider, met daarbij nog wat nachos. Het terras was gezellig en de voeten licht vermoeid, dus we besloten ook hier ons avondmaal te nuttigen, een hamburger en vegan burger, met daarnaast nog een Texel zeebries biertje met zeevenkel. Het smaakte al meer dan ons kaasbier van twee dagen terug. Daarna trokken we ons terug in het Brinkhotel, waar een comfortabel bed op ons wachtte.

Meer wandelingen op het Pieterpad vind je hier: https://fromtheseatothelandbeyond.com/het-pieterpad/

Etappe 2: Winsum – Groningen (22 km)

🥾 Terrein:
Voornamelijk verhard (fietspaden en asfaltwegen), met naar het einde toe meer onverharde secties (gravel- en jaagpaden). Relatief vlak, goed begaanbaar, lichte omleiding onderweg.

🏞️ Bezienswaardigheden:

  • Oude Diepje & Reitdiep
  • Wierdedorp Garnwerd met ophaalbrug & molen
  • Omleiding langs groene fietspaden (Oostum gemist)
  • Bruggenritueel langs Reitdiep (wachten op passerende boten)
  • Starkenborghkanaal & de verdwenen Paddepoelsterbrug
  • Kopstoot Kompanen (bij de universiteit)
  • Noorderbegraafplaats & Noorderplantsoen
  • Historisch centrum Groningen: A-Kerk, Martinitoren, Grote Markt, synagoge
  • Café De Sleutel & Italiaan Capricio

⏳ Afstand & duur:
22 km – ongeveer 6 tot 7 uur inclusief pauzes

⛰️ Zwaartegraad:
Licht. Technisch eenvoudige route met beperkt hoogteverschil. De afstand is voelbaar, zeker op harde ondergrond. Op het einde voel je de kilometers wel in de benen.

⭐ Oordeel: 3,5/5

Hoewel onze trekkershut met zo’n 9 m² vrij compact was, beschikte het wel over een gasvuurtje, waardoor we onszelf konden trakteren op wat havermout, een goede basis voor de 22 kilometer die we op deze tweede dag moesten wandelen. Na het goede ontbijt gingen we nog wat aankopen doen en waren we vertrekkensklaar om van het dubbele wierdendorp Winsum naar de grote universiteitsstad Groningen te gaan.

Allemaal beestjes

Het begin van onze tweede dag had best nog wat weg van onze eerste dag. Ook vandaag zou het nog vaak over verharde paden en dan vooral fietspaden gaan. Maar het agrarische karakter veranderde wel. Er waren minder akkers met granen en gewassen en meer weidelanden met allerhande dieren. We zagen schapen, koeien, paarden en een occasioneel varken.

Het eerste deel volgde de loop van het Oude Diepje, een kleine waterdiep vlakbij het grotere Reitdiep, dat we niet veel later zouden aantreffen en aan onze zijde hebben. Even hadden we ook iets onvoorzien aan onze zijde. Aan een boerderij vonden twee lammetjes hun weg over de omheining, niet veel later waren ze op wandel. We waren zo beleefd om de boer even te verwittigen maar die maakte zich weinig zorgen “zolang ze maar geen fietsers tegenkwamen”. Dat was nogal een lastigheid op deze zonnige dag.

Niet veel later begon onze tocht langs de Reitdiep, eerst nog verborgen achter een groene dijk met een eenzame koe er bovenop. Achter de doorgaans verborgen Reitdiep lag ook nog het dorp Garnwerd, opnieuw een deels afgegraven wierdedorp. Gelukkig kregen we toch een mooi zicht op de ophaalbrug uit 1933, de korenmolen De Meeuw uit 1851 en enkele schepen waaronder een fraai exemplaar.

Een jammerlijke omleiding

Een goede 400 meter verder wacht er een kleine domper op de feestvreugde. We botsten op een groot geel bord waarop een omleiding wordt aangekondigd. Daardoor misten we onder andere Oostum, de, aldus onze reisgids, meest geschilderde en gefotografeerde wierd van Groningen. Het alternatief was een druk gebruikt fietspad dat gelukkig wel mooi in het groen lag. Uiteindelijk kwamen we vlak bij Wierumerschouw terug op het echte Pieterpad uit.

Wachten aan de bruggen

Daarna was het over de ene ophaalburg naar de andere. Omdat er net enkele boten passeerden bij de eerste brug, volgde deze ons langsheen de hele Reitdiep, waardoor we automatisch ook aan de anderen bruggen eventjes de tijd hadden om te genieten van de warme lentezon en het kabbelende water. De boten die passeerden waren zowel kleine jachten als een uit de kluiten gewassen afvalschip. Het schepte een band met onze lotgenoten, die we altijd opnieuw op deze manier inhaalden (of omgekeerd).

Na de laatste ophaalbrug volgde ons eerste echt lange stukje onverhard op de kaart. Het pad langs het Starkenborghkanaal is een pad met kleine kiezelsteentjes. Het bood dus nog geen echt wandelcomfort, maar het luidde wel het begin in van een iets minder asfaltgeoriënteerd vervolg. Bijna aan het einde van het jaagpad zetten we ons op een bankje over de Paddepoelsterbrug. Of beter gezegd, de ex-Paddepoelsterbrug. Deze werd vernield doordat het geramd werd door een boot.

Er is een heus comité dat hoopt dat er een nieuwe brug komt. Een oudere, ietwat ruig uitziende man bevestigde dat. Hij kwam op zijn brommertje aangereden en vertelde ons dat hij al sinds zijn zevende naar hier komt. Die dag deed hij zich tegoed aan twee broodjes met haring. Het is een rustige plek aan het water, op korte afstand van de stad. De afwezigheid van de brug zorgt er voor dat hij een hoop moet omrijden om zijn gekende toer te rijden. Maar de rust, de stilte en het water, ongetwijfeld in combinatie met een hoop herinneringen, maken de omleiding toch de moeite waarde.

Van de stilte naar het gebruis

Na onze pauze zaten we niet al te ver meer van Groningen. We wandelden de stad binnen via een pad aan de campus van de Universiteit van Groningen, waar we kennismaakten met de Kopstoot Kompanen. Neen, dit is geen gevaarlijke bende, maar een vereniging voor mannen groter dan 1m95 en vrouwen groter dan 1m80. Daarna ging het naar de Noorderbegraafplaats, aangelegd in 1826. Deze begraafplaats is mooi, maar het valt in het niets met het indrukwekkende Noorderplatsoen. De voormalige vesting werd tussen 1880 en 1920 omgetoverd tot een park in Engelse landschapsstijl. Op een zonnige dag is het een ontmoetingsplek voor Groningse gezinnen en studenten. En een mooie toegangspoort voor de binnenstad.

Groningen

Die binnenstad centraliseert zich voor een stuk rond de Noorderhaven aan de Reitdiep, waar woonboten aangemeerd liggen. Ook het water is een verzamelplaats, vooral dankzij diverse terrasjes. Verder brengt een toer door de stad je nog naar onder andere diverse historische panden, van handelshuizen tot een 19de eeuwse interpretatie van een technische gemeentelijke loods en natuurlijk ook historische monumenten zoals de A-Kerk, de Martinitoren (waar we helaas te laat waren om deze nog te beklimmen), de gebouwen op de Grote Markt en de synagoge uit 1906, opnieuw ingewijd in 1981.

Nadat we onze spullen in onze kamer (Bud Gett Hostels) hadden gedropt en na een verkwikkende douche ging het naar Café De Sleutel, met een bijzonder interieur en roots in de 17de eeuw. Het is een mooie setting voor een lekker verfrissende Ginger Beer van City Farm, uit Amsterdam. Als avondeten kozen we voor een lekkere pizza bij Capricio, een gezellige en huiselijke Italiaan met een bijzondere en praatgrage Iranese eigenaar. De pizzas waren wel zeer lekker.

Na het eten was het vet echter van de soep. Groningen mag dan wel bruisen, maar onze tweede wandeldag had ons toch een zekere klop gegeven, waardoor we enkel nog een beetje konden lezen om vervolgens op een vroeg uur het stapelbed op te klimmen (in mijn geval dan toch). Het was op zich niet erg na een mooie en leuke dag en met nog twee interessante etappes voor de boeg.

Meer wandelingen op het Pieterpad vind je hier: https://fromtheseatothelandbeyond.com/het-pieterpad/