GR5A.5 Ronse – Avelgem (20 km)

🥾 Terrein:

Uitdagende heuvelachtige etappe met een mooie afwisseling van onverharde veldwegen, bospaden en korte asfaltpassages. Vier stevige beklimmingen zorgen voor het nodige klimwerk, maar de paden zijn doorgaans goed begaanbaar.

🏞️ Bezienswaardigheden:
• Panorama’s over Ronse en de Vlaamse Ardennen
• Kruisberg, Scherpenberg, Hotondberg en Kluisberg
• Hotondmolen: hoogste punt van Oost-Vlaanderen
• Scherpenbergbos en Kluisbos
• Kapel Wittentak en overwoekerde veldkapel
• Ronde van Vlaanderenstraat met overzicht van alle winnaars
• Mont de l’Enclus, karaktervol grensdorp
• Wielerbrug over de Schelde en oude spoorlijn naar Avelgem

Afstand & duur:
20 km – ongeveer 4 à 5 uur wandelen, exclusief pauzes.

⛰️ Zwaartegraad:
Gemiddeld tot iets zwaarder. De opeenvolging van vier heuvels maakt deze etappe fysiek pittiger dan de afstand doet vermoeden, al blijft het terrein technisch eenvoudig.

Ons land kent heel wat GR’s. En blijkbaar kunnen we zelfs claimen de langste luswandeling van Europa op ons grondgebied te hebben. De GR5 A (de link met de GR5 is mij een raadsel) is ook gekend als de wandelronde van Vlaanderen en wandelt de grens van Oost- en West-Vlaanderen af, goed voor 582 km wandelplezier. Na bijna een jaar kon ik nog eens een vervolg breien en deed ik dit tweede deel van de tocht door de Vlaamse Ardennen.

De wandeling van Flobecq naar Ronse was de laatste wandeling die ik had gedaan voor ik vader werd, vorig jaar in augustus. Het was dus best een mooi gegeven om bijna een jaar later het vervolg op deze mooie etappe aan te vatten. En aangezien het in de heuvelachtige Vlaamse Ardennen bleef, mag het ook niet verbazen dat het vooral een landschappelijke verderzetting was.

Klimmen uit Ronse

Ronse zelf ligt in een dal, wat logischerwijs betekent dat de kans groot is dat in deze regio de weg stijgt. Na een kort stukje door de stad zelf, niet meteen het meest charmante gedeelte, ging het inderdaad vrij snel in stijgende lijn. Gelukkig was het stuk door een woonwijk van vrij korte duur en leidde de GR5A  de natuur in.

Deze etappe was namelijk een opeenvolging van de zogenaamde bergen van de Vlaamse Ardennen. Uiteraard op de schaal der dingen nog vrij lage heuvels, maar dat maakte de hellingsgraad van sommige niet minder pittig. Dit eerste stuk ging nog meer door open velden, met af en toe een vista over de streek en over Ronse. En zo kwam ik aan de eerste van 4 toppen, met name de Kruisberg.

Avonturen in het bos

Hierna kwam er een eerste passage door het bos, na een kort bezoekje aan kapel Wittentak. Na een mini-omleiding kronkelde de GR5A het Scherpenbergbos in. Bij de intrede van het bos sloeg het noodlot echter toe. Daar waar ik vorig jaar op het Pieterpad nog maar net een nummer twee in de natuur kon vermijden, was mij deze keer de luxe niet gegund. En dus kreeg ik, tegen mijn wil in, een bijzondere hechte band met het Scherpenbergbos.

De naam van het bos is afgeleid van, niet echt verrassend de Scherpenberg, met zo’n 145 meter niet de hoogste, want die volgt al snel. Met 150 meter is namelijk de Hotondberg het hoogste punt van de Vlaamse Ardennen, en dus ook van Oost-Vlaanderen. Hier staat ook de gelijknamige, witte molen, onder andere gekend van de helikoptershots tijdens de Ronde van Vlaanderen.

Door de velden naar de volgende berg

Na de passage door het bos ging het lange tijd door de al even mooie en aangename glooiende heuvels. Het viel op hoe vaak het hier op onverharde paden ging. En zelfs de stukken over asfalt of verharde ondergrond waren best aangenaam omdat er overal wel wat te zien was. Op het gevaar af om even richting de hyperbool te gaan, je krijgt af en toe het gevoel ergens in het buitenland te vertoeven.

Een korte passage gaat langs de flanken van het Beiaardbos, dat niet zelf wordt bezocht, maar waar het wel via twee poortjes door een weide gaat. De Wandelronde en de echte ronde van Vlaanderen kwam samen in de Ronde van Vlaanderenstraat waar alle winnaars van de Ronde op de grond staan gekalkt. Een hele mooie overwoekerde semi-kapel later kwam ik aan op de voorlaatste berg, de Knokteberg of Côte de Trieu (goed voor 123 meter)

Kluisbos en -berg

De laatste passage naar een van de heuvels van de Vlaamse Ardennen leidde door het Kluisbos. Dit was op zich het minste van alle bosstukken. Langs de linkerkant was er een smal bospad en langs de rechterkant een onverhard stuk dat hoofdzakelijk door wielrenners en gravelbikers werd gebruikt. Door het vrij mooie weer, wel bewolkt maar droog en met een goede temperatuur, was er veel volk op de baan.

Na een kleine lunchpauze op een bankje, aan een wegwijzerboom die ook naar de GR 122 Zeeland – Champagne-Ardenne en de GRP 123 Tour de la Wallonie picarde leidde. Maar ik moest natuurlijk verder op de GR5A. De wegwijzers leerde mij dat ik ondertussen 43 kilometer had gedaan sinds het vertrekt uit Geraardsbergen en dat de aansluiting in De Panne nog 157 kilometer zou vergen.

In het Kluisbos ging het al continu langs de taalgrens. Net zoals de Knokteberg ligt ook deze zowel in Vlaanderen als Wallonië. Hier is ook een Tumulus te vinden. Na een goede drie kilometer door het bos arriveerde ik aan de top van de Kluisberg, waardoor het vanaf nu hoofdzakelijk dalen zou zijn.

Henegouwen en West-Vlaanderen

Het laatste stuk, nog een goede vijf kilometer deed nog twee provincies aan. De eerste was Henegouwen. De GR5A gaat namelijk nog een stuk door Mont de l’Enclus, een vreemde plek met heel wat mooie, speciale en mooie maar vervallen gebouwen. Van Enclus du Haut daalde de GR naar, verrassing, Enclus du Bas.

Vervolgens was het, na het betere daalwerk en nog wat paden door de velden, via een asfaltpad naar de wielerbrug over de Schelde, met ook nog enkele wielerkunstwerken. Daarna volgde de GR de oude spoorlijn, om zo aan te komen aan het voormalig treinstation, waar ik mijn bus richting Oudenaarde nam, na een erg mooie wandeldag door de Vlaamse Ardennen.

Meer wandelingen op de GR5A vind je hier: https://fromtheseatothelandbeyond.com/gr-5a-wandelronde-van-vlaanderen/

GR5A.5 Flobecq – Ronse (18,0 km)

🥾 Terrein

Afwisselende etappe van Waals platteland naar Vlaamse Ardennen, met vier grote bosdoortochten (Brakelbos, Pottelberg, Sint-Pietersbos, Muziekbos), rustige landbouwwegen, korte passages door dorpen en enkele pittige klimmetjes naar getuigenheuvels. Afwisseling tussen grind, asfalt, bos- en graspaden.

🏞️ Bezienswaardigheden

Brakelbos – Sfeervol bos met beekjes, vlonderpaden en mooie lichtinval
La Houppe & Hoppeberg – Gezellige ontmoetingsplek voor wandelaars en fietsers
Pottelberg – Bosrijke heuvel met holle wegen en eerste vergezichten
Sint-Pietersbos – Rustige groene parel met houten wandelpad
Muziekbos & Muziekberg – Kruispunt van GR’s, bekend om zijn uitzicht en sfeer
Geuzentoren – 19e-eeuwse folly, plus grafheuvel uit de Bronstijd
Ronse – Historisch centrum met Hoge Mote en indrukwekkende basiliek

⏳ Afstand & duur

± 21 km – Circa 5,5 uur inclusief pauzes

⛰️ Zwaartegraad

Gemiddeld – Enkele pittige klimmetjes, maar voldoende vlakke stukken voor herstel

⭐ Oordeel 4,5/5

Ons land kent heel wat GR’s. En blijkbaar kunnen we zelfs claimen de langste luswandeling van Europa op ons grondgebied te hebben. De GR5 A (de link met de GR5 is mij een raadsel) is ook gekend als de wandelronde van Vlaanderen en wandelt de grens van Oost- en West-Vlaanderen af, goed voor 582 km wandelplezier. Na een onverklaarbaar lange periode vond ik de gelegenheid (of de intentie) om een vervolg te breiden aan deze tocht. En die bracht mij naar de bossen en de getuigenheuvels van de Vlaamse Ardennen.

Een mooie start

De weg naar Flobecq begon al opvallend mooi. We reden tussen Lessines en Ath onder een bomenrij die bijna kon concurreren met de befaamde Dark Hedges in Noord-Ierland, maar dan wel in een variant op het Waalse platteland. Na een lang stuk door het veranderende landschap moesten we ons op een iets minder aangename weg meanderen langs bochten en wielertoeristen die met wisselend succes de steiltegraad probeerden te temmen.

Vanop de parking is het meteen een gravelpad in dat op en neer gaat tussen de koetjes en de kalfjes, die gelukkig achter een draad staan. Er waren ook veel gewone wielertoeristen en her en der ruiters te paard. Ik was dus zeker niet alleen toen ik het Brakelbos inging, het eerste van vier volwaardige bossen die deze vijfde etappe te beiden heeft.

Druk in het bos

Na een stuk asfalt moet een bospadje niet links gelaten worden maar wel worden genomen om het bos in te gaan.  Aan de ingang stond een groep ruiters verzameld, waarvan een van de paarden plots een nerveuze beweging maakte. Gelukkig was ik er al even gepasseerd. Het Brakelbos zelf is een erg leuk bos, met enkele beekjes en korte stukken vlonderpaden. Aan een van de beekjes staat een mooie boom met een strategisch geplaatst bankje. Even verder leert een wegwijzer mij dat het nog 180 kilometer is tot aan De Panne.

Op dit uur van de dag was de lichtinval in het bos prachtig. Ook de rust viel heel vaak goed mee. Tot de rust even verstoord werd door een tweespan, en niet veel later een stel dolle honden die richting de paarden blaffen. Wat verder komt de GR langs het kleine gehuchtje La Houppe, waar twee brasseries zorgen voor een verzamelplaats van wandelaars, fietsers, ruiters en motards. Voor mij was het echter te vroeg om al de dorst te lessen. Ik ging rechtdoor tot op de feitelijke Hoppeberg (148 meter).

Van ”berg” naar “berg”

Nog hoger was het op de Pottelberg (159 meter), met ook een gelijknamig bos, en aan de ingang een brasserie, sportvelden en een zendmast. Ook dit was opnieuw een mooi bos, met een holle weg en bomen die een erehaag vormden. Eens uit het bos kwamen de eerste vergezichten. De GR zelf volgde wel een asfaltweg langs eclectische huizen en even later een veldweg parallel met de baan. Een klein stukje volgt de weg zelf, maar dat was gelukkig maar kort.

Daarna volgde een klein stukje bos, dat duidelijk overstromingsgevoelig is, maar gelukkig met het weer geen probleem vormde. Er volgde opnieuw een stukje langs huizen en daarna een landbouwweg in. In een nieuwe bescheiden passage door een bos, dook plots een trap op, gelegen op een stuk dat niet op de Atlas (der buurtwegen?) stond en waarbij de gemeente Ellezelles zich onttrok van alle verantwoordelijkheid. Bijzonder. Gelukkig kwam ik er ongeschonden uit en na een kilometer tussen de akkers en weiden en het oversteken van een drukke steenweg was het gedaan met de onaangename paden. Au revoir Pays des Collines, hallo Vlaamse Ardennen.

A lunch with a view

De asfaltweg hier ging al meer op en neer, met glooiingen rondom. Een smal pad ging richting het Sint-Pietersbos. Het naderde op dat moment al 13 uur en het was al even zoeken naar een bank of andere geschikte lunchplek. Gelukkig botste ik vlakbij de ingang op een ligbank met prachtig zicht. Het Sint-Pietersbos zelf was een leuk voorsmaakje op het laatste bos van de dag. Het viel op dat er meer en meer wandelaars onderweg waren. Na een breed stuk gras, ging de GR langs een prachtige rij bomen en vervolgens kriskras door het bos. Hoogtepunt hier was een leuk houten pad waar sommige planken wel wat meegaven. Van daaruit was het gestaag klimmen naar de Muziekberg (145 meter)

Folly’s en wandelgekte

Nu was het echt het Muziekbos in, het vierde bos van de dag al, maar ook het laatste. Hier kwamen verschillende GR’s samen, met op de kruising ook nog de GR 129 Dwars door België en de StreekGR Vlaamse Ardennen. De stilte werd even verstoord door de plotse muziek en het gepraat en gekletter van brasserie Boekzitting. Hierna was ik even de weg kwijt. Het hielp niet dat een groep met een hond zelf overal naar toe draalden. Maar het bleek dat ik 1 pad te links was ingeslagen en na de rechtzetting kwam ik dan toch aan op de Muziekberg.

Een tweehonderd meter verder nam ik een sidetrack naar de Geuzentoren, een folly uit de 19de eeuw. Op de top van de toren kregen de Vlaamse Ardennen ook hun naam, door de dichter Pol De Mont die verwonderd was over het uitzicht. Ietsje verder ligt er ook nog een grafheuvel uit het Bronzen tijdperk. De mini-omweg meer dan waard! Het laatste stuk van het Muziekbos was ik plots alleen en kon ik nog genieten voor ik definitief het open terrein indook.

Richting Ronse

De Vlaamse Ardennen waren nu zichtbaar, met in de verte ook al de basiliek van Ronse. Hier neemt de GR een pad langs een spoorwegberm en zo een fietspad waar industrieel erfgoed zorgt voor een lokale toets. Het eindigt in het centrum van Ronse, met historisch erfgoed. De Hoge Mote is een voorsmaakje voor de indrukwekkende basiliek, dat deze titel pas ontving in 2019. Een mooi slot voor een etappe langs getuigenheuvels en bossen.

Meer wandelingen op de GR5A vind je hier: https://fromtheseatothelandbeyond.com/gr-5a-wandelronde-van-vlaanderen/

GRP 127.3 Villers-La-Ville – Blanmont

🥾 Terrein: Afwisselend – smalle wegjes, holle wegen, pittige stijgingen, bosgebieden, velden en landbouwgebied. Soms kasseien en onverharde paden.

🏰 Bezienswaardigheden:

  • Monument voor Poolse piloten in Villers-la-Ville
  • Abdij van Villers-la-Ville (ruïne, fotogeniek, met kunsttentoonstellingen)
  • Bois de l’Ermitage & Bois de Sainte Catherine (bosgebieden)
  • Gedenkteken voor gesneuvelde soldaten van de Slag bij Gembloers
  • Gemeentehuis Chastre in een 17e-eeuwse hoeve met torens
  • Kasteel Blanmont (17e-18e eeuws poortgebouw) en speciale kapel

🗺️ Afstand & duur: Ongeveer 15 km, goed te combineren met een bezoek aan de abdij.

⛰️ Zwaartegraad: Matig, door hoogteverschillen en soms steile stukken.

Oordeel: 4/5

Je moet niet altijd naar het buitenland gaan om nieuwe dingen en plekken te ontdekken. Meer zelfs, soms ligt het in je achtertuin. Dat is eigenlijk wel het geval voor de GRP 127, beter bekend als de Tour du Brabant Wallon. Deze relatief jonge (2018) wandelroute gaat in een lus doorheen de kleinste provincie van Wallonië en biedt zo’n 266 kilometer wandelpad om te ontdekken. Eind oktober 2022 deed ik met een vriend twee etappes. Het duurde ongeveer 2,5 jaar, maar eindelijk konden we ons aan de derde, wat kortere etappe van iets meer dan 15 kilometer zetten.

Naar Villers-la-Ville (deel 2)

Net zoals het plannen van de derde wandeldag op de Tour du Brabant Wallon was het ook best een avontuur om aan het startpunt te geraken. Een kleine miscommunicatie zorgde voor een korte vertraging, aangezien we mekaar kruisten in Brussel-Zuid. Een korte wachttijd in het weinig enthousiasmerende station/werf van Ottignies, waar men een architectuur à la Bergen in het klein wil repliceren, en het kleine station van Tilly. Na een goede 2,5 uur, konden we zo in Villers-la-Ville starten.

De GRP gaat rond de kerk en zo door een stukje Villers-la-Ville, waarbij we even van het pad gingen om het monument voor de Poolse piloten te bezoeken. Op het pad zelf was het meteen mooi wandelen, langs een smalle weg en later een holle weg. Het ging al meteen serieus op en neer. Even later passeerden we de kapel voor Sainte Apolline, patroonheilige van de tandartsen. Gelukkig was het pad niet van die aard dat we onze tanden moesten stukbijten.

De abdij

De abdij van Villers-la-Ville is een gekende en fotogenieke ruïne in Waals-Brabant. Er werd in 1146 aangevangen met de bouw en op z’n hoogtepunt was de abdij een toonvoorbeeld van de grootsheid van de cisterciënzers. Zoals zo vaak geraakt het na de Franse Revolutie in onbruik en wordt het daarna eerst een inspiratiebron voor kunstenaars en vervolgens een populaire toeristische plek. Aangezien de wandeling wat korter was, was het dus perfect mogelijk om een bezoek aan de abdij te combineren. Vandaag waren er verschillende kunstwerken tentoongesteld in deze bijzondere setting.

Door de bossen

Na een lunch aan een vijvertje in de abdij, ging het verder op de GRP. Via een kasseiweg met een pittig stijgingspercentage ging het al snel een groot bosgebied in, te beginnen met het Bois de l’Ermitage en dat gaat over in het Bois de Sainte Catherine. Na wat bochtenwerk via de betere bospaden passeerden we langs een beekje, een zogenaamde Ry, de Ry Pirot.

Door de velden

De tweede helft van de wandeling had een heel andere look & feel. Het ging namelijk eerder door weiden en velden met vergezichten over de directe omgeving. Het bos van Haute-Heuval gaf meteen uit op het gehucht Haute-Heuval, wat hoofdzakelijk een uit de kluiten gewassen landbouwbedrijf en enkele woningen is. Die tocht door de velden bleef ook een goede 5 kilometer doorgaan.

Vooraleer we ons volgende dorp introkken, zagen we in de verte nog een Franse vlag wapperen. Een kleine zoektocht op het internet leert dat er hier meer dan 1000 soldaten begraven liggen, komende van verschillende begraafplaatsen. Het gaat hier niet enkel om Franse soldaten, maar ook over Marokkaanse, Algerijnse en Tunesische. Zij sneuvelden tijdens de slag van Gembloers op 14 en 15 mei 1940.

(Pseudo-)Kastelen en hoeves

Even later arriveerden we in het dorpje Chastre. In de navigatie-app werd een heus kasteel beloofd. Helaas was het eerder een bescheiden herenhuis van (vermoedelijk) een lokale notabele. Het was dus een beetje van een tegenvaller. Gelukkig was het gemeentehuis wel een voltreffer. Dat zit namelijk gehuisvest in een 17de eeuwse hoeve met enkele opvallende torens. De wandelaar wordt uitgenodigd op het binnenplein, waar op zondag ook een markt is. Tof!

De laatste 2 kilometer gaan nog eerst door een klein stukje veld en akker, langs een lokale veldweg en uiteindelijk komt de GRP uit in Blanmont, deelgemeente van Chastre. Hier staat wel een kasteel die naam waardig, al zien we wel enkel het poortgebouw van het Chateau, dat dateert uit de 17de en 18de eeuw. Aan de overkant staat nog een wat speciale kapel. Daarna is het nog een goede 300 meter tot aan het station, het laatste op de route tot in Waver, wat het vervolg plannen niet echt makkelijk maakt. In ieder geval is deze etappe memorabel en afwisselend.

Meer wandelingen op de GRP 127 vind je hier: https://fromtheseatothelandbeyond.com/grp-127-tour-du-brabant-wallon/

GRP 127.2 Nijvel – Villers-La-Ville

🥾 Terrein:
Een stevige etappe. De eerste helft bevat nogal wat asfalt, maar dit wordt goedgemaakt met mooie uitzichten, dorpspassages en interessante ontmoetingen. Tweede helft veel aangenamer met bospaden, veldwegen, glooiend terrein en meer natuurlijk reliëf. Geen technische moeilijkheden, maar voldoende variatie om het boeiend te houden.

🏞️ Bezienswaardigheden:

  • Parc de la Dodaine in Nijvel – charmant stadspark in Franse stijl
  • Bois de Nivelles – hoogste punt van de GRP 127 (167 m)
  • Miniatuurvliegveld – onverwacht entertainment onderweg
  • Bron van de Mayaux – rustige lunchplek met zitbank
  • Bron van de Dijle (iets verderop, niet aangedaan)
  • Kasteel van Hautain-le-Val – imposant, 12e-19e eeuw, goed zichtbaar vanop afstand
  • Le Châtelet – ruïne van middeleeuwse burcht, omgevormd tot hoeve, verrassend fotogeniek met luchtballon
  • Sentier au Grand Pré langs de Thyle – rustig slotstuk richting Villers-la-Ville

Afstand & duur:
25,4 km – best intensief qua afstand. Reken op 6 tot 7 uur wandelen inclusief pauzes.

⛰️ Zwaartegraad:
Matig tot stevig. Niet extreem zwaar qua terrein, maar door de afstand en het glooiende karakter wel een dagvullende inspanning.

Oordeel: 4/5

Je moet niet altijd naar het buitenland gaan om nieuwe dingen en plekken te ontdekken. Meer zelfs, soms ligt het in je achtertuin. Dat is eigenlijk wel het geval voor de GRP 127, beter bekend als de Tour du Brabant Wallon. Deze relatief jonge (2018) wandelroute gaat in een lus doorheen de kleinste provincie van Wallonië en biedt zo’n 266 kilometer wandelpad om te ontdekken. Eind oktober 2022 deed ik met een vriend twee etappes. Dit is, met serieuze vertraging, het verhaal van wandeldag 2, dat begon op het marktplein van Nijvel, voor een tocht van 25,4 km.

Een onverwacht Nijvel

Op de eerste dag ontdekte we al dat Nijvel een opvallend aangename binnenstad had. Dat werd nog versterkt door het plaatselijke park Parc de la Dodaine, in 1815 aangelegd met vijvers en volgens de Franse stijl. De beelden, zoals de waterspuwers en de engeltjes, zijn blijkbaar later uit Brussel naar hier verhuisd. Maar het helpt wel om de dag te starten en is slechts een van de vele ontdekkingen tussen Nijvel en Villers-la-Ville.

Het hoogste punt en asfaltpassages

Vanuit Nijvel werd een klein beekje gevolgd om vervolgens op een afstalfweg te belanden. Het eerste deel van deze tweede dag doet dat helaas wel een beetje meer. Het uitzicht is weliswaar mooi, dus dat is een meevaller. Na enkele kilometers kwamen we al aan het hoogste punt van deze GRP 127. Iets voor de kapel van het gehucht Bois de Nivelles halen we de 167 meter. Vanaf dan is het niet enkel bergaf, maar wel sowieso lager.

Daarna ging het terug opnieuw een tijdje over asfalt. Onderweg was er wel voldoende entertainment. Zo passeerden we langs een kapelletje, een niet nader geïdentificeerde centrale en vooral langs een vliegveld voor miniatuurvliegtuigjes dat op de zonnige dag door enkele enthousiastelingen werd gebruikt. Het gezoem van de modelvliegtuigjes was gedurende een groot deel van het asfaltstuk de soundtrack. Na een tijdje werd het gelukkig onverhard en niet veel later bevonden we ons in Hautain-le-Val.

Twee bronnen en een heus kasteel

Was het park in Nijvel nog een kleine ontdekking, dan bood Hautain-le-Val er nog wat meer en meer opzienbarende. Eerst was er de bron van de beek Mayaux, inclusief een bankje. Ideaal om de lunch te nuttigen. Even verder is er een brugje dat een andere bron vermeldde, dat van de Dijle. De bron zelf is weliswaar nog een goede kilometer verwijderd, net iets te ver voor een omweg.

Het hoogtepunt is echter een heus kasteel. Het chateau van Hautain-le-Val heeft roots in de twaalfde of dertiende eeuw, maar het symmetrische uiterlijk dateert van veel later, al zijn er nog wel elementen uit de zestiende eeuw bewaard gebleven. Het kasteel is vandaag niet toegankelijk, maar het is wel indrukwekkend en aangenaam om langs verschillende kanten te bewonderen.

Nog een kasteel te gaan

Het tweede deel is sowieso aangenamer dan het eerste. Het voornaamste stuk asfalt is achter de rug en nu volgden we vooral bospaden, veldwegen en ander onverhard vertier. Even volgen we de jonge Dijle, nog niet meer dan een potige beek. Het terrein glooit en het was op sommige stukken aangenaam wandelen maar ook geregeld uitdagend.

Dit gedeelte is opvallend afwisselend en aangenaam om te ontdekken en te bewandelen. Een deel gaat over glooiende heuvels, een deel door mooie, dichte bossen en een deel door een meer agrarisch landschap. Af en toe zijn er tekenen van kleine woonkernen. En dan is het wachten op ons tweede kasteel van de dag.

Was Hautain-le-Val al een fijne ontdekking, dan was dat helemaal het geval voor Le Châtelet. Hier zagen we de restanten van een twaalfde eeuwse burcht, ooit bezit van de kasteelheren van Marbais, die ook de grond zouden schenken waar later de abdij van Villers-la-Ville werd gebouwd. Ooit een machtige uitvalsbasis, geraakte de burcht vanaf de 16de eeuw in onbruik en werd in latere eeuwen herbestemd als onderdeel van een hoeve. Tijdens onze passage kreeg het geheel nog extra cachet door een voorbijglijdende luchtballon. De moeite!

Naar Villers-La-Ville (deel 1)

Daarna zijn we niet meer zo ver van onze eindbestemming. De GRP 127 volgt Le Sentier au Grand Pré en houdt daarmee een deel de rivier Thyle, een zijrivier van de Dijle, links van de wandelaar. Na een tijdje werd deze overgestoken om zo in Villers-La-Ville te komen. Van de befaamde abdij is op dat moment nog niets te merken. Dat is pas het geval op de volgende etappe. We krijgen wel al een eerste blik op de treinrit terug. Goed vooruitzichten dus.

Meer wandelingen op de GRP 127 vind je hier: https://fromtheseatothelandbeyond.com/grp-127-tour-du-brabant-wallon/

Etappe 6: Sint-Kwintens-Lennik – Halle (22 km)

🥾 Terrein

Glooiende wegen in het typische Pajottenland, met dorpsdoorsteken, kerkwegels, veldpaden en verharde stukken. Hier en daar modderige stroken, maar vlot te doen. Geen zware klimmetjes, wel wat lange hellingen. Duidelijk gemarkeerd, al was het vandaag soms wat verstopt tussen deelnemers van een georganiseerde wandeltocht.

🏞️ Bezienswaardigheden

Gaasbeek – Dorp met devoot karakter; bijzondere sfeer in de kerk
Kasteel van Gaasbeek – Gezien vanop afstand langs de vijvers en terrassen
Wandelgekte – Grote groep medewandelaars van wandelvereniging Bellingen; unieke sfeer
VRT-zendmast – Lelijk maar iconisch oriëntatiepunt in Sint-Pieters-Leeuw
Sint-Laureins-Berchem & Oudenaken – Charmante dorpskernen, open vergezichten en beekvalleitjes
Kasteel Coloma – Stijlvol park met winterse rust; in de lente gekend om rozentuin
Basiliek van Halle – Symbolisch eindpunt van een pelgrimstocht van vier jaar, met intense devotie
Kanaal Brussel-Charleroi & Zenne – Slotstuk met bruggetje en laatste natuurstrook

Afstand & duur

± 20 km
Rekening houdend met pauzes en lunch: ± 5 uur wandelen

⛰️ Zwaartegraad

Matig – de combinatie van afstand, enkele langere hellingen, wisselende ondergrond en het tempo van een drukkere wandeldag maken het net pittig genoeg om je benen te voelen, zonder echt zwaar te worden.

Oordeel 3,5/5

De Vlaamse Rand is meer dan een plek waar Vlamingen thuis zijn en de schaduw van onze hoofdstad immer aanwezig is. Het is ook een plek waar wandelaars thuis zijn, dankzij verscheidene wandelknooppuntnetwerken maar ook dankzij een eigen streekGR, de GR groene gordel. Want ondanks de onvermijdelijke verstedelijking en verkaveling, is er nog heel wat natuurpracht te vinden. Samen met een ex-collega tackelden we al twee van de zes etappes, naar Groenendaal en naar Kortenberg. Een dikke anderhalf jaar en een covidgolf of drie later lukte het dan eindelijk om het derde stuk af te wandelen, van Kortenberg naar Eppegem. Een langere etappe van Eppegem naar Mollem volgde in september. Met het mooie wandelweer in het vooruitzicht, was het in juli de opportuniteit om deel vijf te temmen, van Mollem naar Sint-Kwintens-Lennik. En dan, bijna vier jaar na de start van de eerste etappe was daar eindelijk het slotstuk.

Naar Gaasbeek in een wandelgekte

Langs een klein buurtwegje wordt het marktplein, met standbeeld Prins opnieuw in een hoofdrol, verlaten. Wat volgt is een mooi parcours te midden het glooiende landschap van het Pajottenland, af en toe onderbroken door de dorpskern van een van de vele dorpse deelgemeenten. Het eerste daarvan is Gaasbeek, gekend van het gelijknamige kasteel. Maar ook de kerk op het dorpsplein is de moeite waard om eventjes binnen te springen. Daar waren we getuigen van het feit dat devotie hier nog een ding is. Een vrouw zat knielend te bidden aan het standbeeld van Maria.

Tijdens onze rit naar het startpunt waren we al te weten gekomen dat ook de wandelvereniging van het Pepingse Bellingen vandaag een wandeldag organiseerde. Deelnemers konden kiezen tussen wandelroutes gaande van 7 tot 50 km. Deze volgde vaak ook onze GR, waardoor we tussen Gaasbeek en Sint-Pieters-Leeuw geregeld tussen een opvallend aantal medewandelaars liepen. Het was enerzijds verbazend maar anderzijds ook fijn om te zien hoeveel mensen op de grauwe februaridag kozen om toch naar buiten te gaan.

Van het dorpsplein van Gaasbeek ging het richting het kasteel. Hier werd echter enkel de rand van het park gevolgd. We zagen dus wel het kasteel van z’n meest spectaculaire kant, langs het water met de bescheiden terrassen, maar de kapel of de voorkant van het kasteel werd niet bezocht. Er werd doorgestoken richting onze volgende bestemmingen, de dorpjes Sint-Laureins-Berchem en Oudenaken.

Zendmast en een tweede kasteel

Vanaf een bepaald punt wordt de gekende VRT-zendmast een vast element in het decorum. Deze toren van bijna 300 meter is in Sint-Pieters-Leeuw en omgeving een haast iconisch landschapselement. Het is niet bijster mooi, maar het zorgt wel voor een grote herkenbaarheid en oriëntatie. Gelukkig is er daarnaast vooral veel natuurpracht tussen de kerken van Sint-Laureins-Berchem en Oudenaken zijn de uitzichten mooi en is er ook een passage door een klein bosje.

Er worden ook diverse beekjes gevolgd op weg naar het centrum van Sint-Pieters-Leeuw, waar na enige tijd de kerktoren zichtbaar wordt. Eens voorbij het kerkplein gaat het naar het park van het kasteel van Coloma, vooral gekend van zijn rozentuin vanaf mei, maar nu misschien op z’n minst mooi, zonder vallende bladeren maar wel met kale bomen. In ieder geval was het wel de ideale plek om te lunchen en ons laatste stukje streekGR te temmen.

Naar de basiliek

Dat stukje pelgrimstocht is gekend terrein. Het is maar enkele kilometers van mijn woonplaats en het is dan ook meermaals bewandeld. Toch is het nog een mooi slotstuk. Langs de Leeuwse velden gaat het net niet naar de zendmast en daarna blijft het pad op en neer kronkelen door velden en weiden, tot de wijk Stroppen, met gelijknamige voetbal- en jeugdbewegingterreinen worden bereikt. Er wordt nog een laatste keer afgedaald langs het kanaal Brussel-Charleroi, een brugje over de Zenne genomen (waar mijn wandelgezel net voor het einde nog te maken krijgt met wat hondenpoep) en zo naar de basiliek.

Ook hier zien we nog een vroom koppel. Zij biddend op de knieën, hij biddend met een paternoster. Ons bezoek is niet sacraal, maar heeft wel iets mooi. In april 2019 begonnen we hier aan een tocht van een goede 150 km, waar we uiteindelijk, door omstandigheden net geen 4 jaar over deden. De streekGR is echter een mooie tocht rond Brussel, gevarieerd met heel wat ontdekkingen. Maar het is vooral het beste bewijs dat je niet ver hoeft te gaan voor een leuke wandelervaring.

Meer wandelingen op de StreekGR Groene Gordel vind je hier: https://fromtheseatothelandbeyond.com/streekgr-groene-gordel-rond-brussel/

GR5A.4 Geraardsbergen – Flobecq (18,3 km)

Ons land kent heel wat GR’s. En blijkbaar kunnen we zelfs claimen de langste luswandeling van Europa op ons grondgebied te hebben. De GR5 A (de link met de GR5 is mij een raadsel) is ook gekend als de wandelronde van Vlaanderen en wandelt de grens van Oost- en West-Vlaanderen af, goed voor 582 km wandelplezier. Tijdens het Allerheiligenweekend zetten we ons aan de inmiddels 4de etappe, dwars door de Vlaamse Ardennen.

De laatste Dender en Vlaamsche dorpjes

Bij het verlaten van Geraardsbergen gaat het nog even langs de Dender, die al vanaf de eerste etappe af en toe opdook op de route. Aan de overkant van de rivier liggen enkele grotere industriële gebouwen. Het doet ons op een vreemdsoortige manier denken aan onze eerste wandeldag op een langeafstandswandeling ooit, in Newcastle langs de Tyne. Hetgeen wat kort daarna volgt is wel ietsje minder spectaculair dan de weiden en velden van Northumberland.

Het pad langs de Dender wordt verlaten en als snel wordt het centrum van Overboelare, een deelgemeente van Geraardsbergen bereikt. Los van het kerkje is het niet al te opzienbarend. Bij het verlaten ervan gaat het vooral langs en door de velden, met een beetje geluk langs veldwegen of onverharde paden, maar ook vaak net ietsje te veel op asfalt. Dat wandelt natuurlijk net ietsje minder aangenaam.Even later arriveren we in het al even exotische Zarlardinge, een al even typisch Vlaamse dorpje met kerkje in het midden. Een ideale plek om te lunchen.

De Vlaamse Ardennen en bossen

Het tweede deel van de wandeling is wel veel aangenamer. Het gaat door het al veel heuvelachtigere Brakel, waardoor de echte passage door de Vlaamse Ardennen begint. Het asfalt wordt ook ingeruild voor velden en vooral voor bospaden, want het ene bos volgt het andere op. Het begint met een korte passage door het Hayesbos, gelegen op de zogenaamde getuigenheuvels in de Vlaamse Ardennen. Dit zijn overblijfselen van zandbanken die hier al enkele miljoenen geleden waren, toen de zee begon langzaam terugtrok.

De bossen daarna zijn ietsje groter en de passages worden ook wat langer. Het volgende, en laatste, dat op het menu staat is het Livierenbos of het Bois de La Louvière. Dat betekent inderdaad dat deze GR, de wandelronde van Vlaanderen, flirt met de taalgrens. Het ligt in de Pays de Collines, de Waalse broer van de Vlaamse Ardennen. De naam geeft al aan dat het vroeger een bos was waar menig wolf te vinden was.

Het is een lang bospad, maar kaarsrecht en op de zonnige novemberdag is er heel wat volk op de baan. Aan het einde van het bos vinden we nog een picknickbankje waar we ons te goed doen aan wat appelcake. Daarna wandelen we Flobecq binnen, waar we opgepikt worden. Het was een relatief lange wandeldag op de GR, maar het verschil met de vorige, vooral dankzij de verandering in het landschap, was fijn. Het toont meteen dat deze GR5A een enorm gevarieerde wandelroute is.

Meer wandelingen op de GR5A vind je hier: https://fromtheseatothelandbeyond.com/gr-5a-wandelronde-van-vlaanderen/

Etappe 5: Mollem – Sint-Kwintens-Lennik (26 km)

🥾 Terrein

Velden, bossen en dorpskernen met onverharde paden, afgewisseld met geasfalteerde trajecten. Glooiend Pajottenland zorgt voor afwisselende hoogtes.

🏞️ Bezienswaardigheden

• Rookpluim van brandende tweedehandslinnenfabriek in Mollem
Dorpskern Asbeek
Kerk en centrum van Ternat: inclusief opvallend schoolgebouw met weerspiegelend materiaal
Spoorwegbrug naar Wambeek, deelgemeente van Ternat
Glooiende landschappen van het Pajottenland
Sint-Martens-Lennik, typisch Vlaams dorp
Sint-Kwintens-Lennik: markt met standbeeld van het Brabants trekpaard ‘Prins’

⏳ Afstand & duur

± 22 km, 5 tot 6 uur wandelen, met wisselende inspanningsniveaus

⛰️ Zwaartegraad

Matig – het terrein is grotendeels zacht met onverharde paden, maar door het heuvelachtige Pajottenland is er af en toe een pittige klim.

⭐ Oordeel 3,5/5

De Vlaamse Rand is meer dan een plek waar Vlamingen thuis zijn en de schaduw van onze hoofdstad immer aanwezig is. Het is ook een plek waar wandelaars thuis zijn, dankzij verscheidene wandelknooppuntnetwerken maar ook dankzij een eigen streekGR, de GR groene gordel. Want ondanks de onvermijdelijke verstedelijking en verkaveling, is er nog heel wat natuurpracht te vinden. Samen met een ex-collega tackelden we al twee van de zes etappes, naar Groenendaal en naar Kortenberg. Een dikke anderhalf jaar en een covidgolf of drie later lukte het dan eindelijk om het derde stuk af te wandelen, van Kortenberg naar Eppegem. Een langere etappe van Eppegem naar Mollem volgde in september. Met het mooie wandelweer in het vooruitzicht, was het de opportuniteit om deel vijf te temmen.

Een valse start en een mooi begin

Op de trein was het even verwarring troef. Net voor het station Mollem besloot de boordcomputer om de bestemmingen om te keren, waardoor het leek alsof we onze startplaats al voorbij waren gereden en de trein al aan de weg terug naar Brussel was begonnen. Gelukkig kwamen we uiteindelijk toch niet terecht in Zellik of Asse, maar was het niet meer dan een glitch in de NMBS-matrix.

Het kon de pret van de start niet bederven. De etappe begon meteen met een hele hoop mooie natuur. Eerst ging het door de velden van Paddenbroeken en Mazenzele, waarmee we op de grens wandelden tussen Asse, Merchtem en Opwijk. Het eerste hoogtepuntje van de dag was echter het mooie Kravaalbos, een overblijfsel van het oude Kolenwoud. Het was er aangenaam wandelen, met een grote eigenheid en zelfs even een licht spectaculaire uitkijk op een privé-vijver.

Vuur en as(se)

Elke wandeling heeft ook een moment van spanning nodig. Dat werd dit keer gebracht door een onverwacht zicht. Na uit het bos komen zagen we in de verte plots een rookpluim. De veronderstelling dat het om een van de koeltorens van Vorst ging werd al snel de kop in gedrukt. De rookpluim werd steeds donkerder en klom ook steeds hoger. Het was spectaculair, maar er was ook nog wat onduidelijkheid (en spanning) over de oorzaak. Uiteindelijk bleek het om een brand in Mollem te gaan, waar een tweedehandslinnenfabriek in vuur opging. Wij waren gelukkig al even onderweg en hadden een alibi.

Sowieso wandelden we gestaag en dapper voort, dan eens weg van en dan eens in de richting van de rookpluim, terwijl er af en toe sirenes op de achtergrond te horen waren. De andere mensen die we tegen kwamen, inwoners van het zeer treffend genaamde Asbeek, bleven er stoïcijns bij. Gelukkig waren er ook mooie vergezichten en aangename paden. Op voorhand kon ik mij niet veel voorstellen bij deze vijfde etappe, maar met elke stap groeide de appreciatie

Van kerk naar kerk

Het eerste deel ging grotendeels door velden en bossen. Hoewel deze ook aanwezig waren in het tweede gedeelte, lag er hier toch ook meer focus op de verschillende dorpskernen. Het tweede deel kan best omschreven worden als tocht van kerk naar kerk. Van het al eerder vermelde Asbeek ging het naar Ternat, waar we even pauzeerden aan de plaatselijke Okay, waar we op een half afgebroken zitbankje onze vermoeide voeten even ademruimte konden geven.

Het centrum van Ternat, met een bijzonder schoolgebouw dat bestond uit weerspiegelend materiaal, werd niet verlaten via het mooi ogend park, maar wel via een straat met zicht op het mooi ogend park. Een bizarre keuze van de samenstellers van deze GR. We doken wat verder onder een spoorwegbrug en gingen zo naar de volgende deelgemeente van Ternat, Wambeek.

Het laatste stuk ging nog even door de velden. De glooiingen werden steeds aanweziger, het Pajottenland was finaal bereikt. Dit zorgde niet enkel voor mooie uitzichten, maar ook voor wat conditietraining. Deze was gelukkig beter dan verwacht, zelfs na 20+ kilometer. Los van de passages door de dorpskernen was het grootste deel van de route over onverharde paden, wat fijner is voor de voeten.

En zo kwamen we aan het tweeluik in Lennik. Sint-Martens-Lennik en Sint-Kwintens-Lennik liggen op een boogscheut van mekaar en zijn gescheiden door een geasfalteerd pad waar vroeger blijkbaar een tram reed. Beide kerktorens zijn in de verte te zien. Sint-Martens-Lennik doet nog iets meer denken aan een Vlaams dorp van weleer. Sint-Kwintens-Lennik kan dan weer uitpakken met een iets grotere markt, met als trekpleister het indrukwekkend standbeeld van het al even indrukwekkend Brabants trekpaard, hier gedoopt tot Prins. Een mooi eindpunt voor de voorlaatste etappe, die op verschillende manieren wist te ver(r)assen.

Meer wandelingen op de StreekGR Groene Gordel vind je hier: https://fromtheseatothelandbeyond.com/streekgr-groene-gordel-rond-brussel/

Etappe 4: Eppegem – Mollem (26 km)

🥾 Terrein

Een gevarieerde route van 27 km, met een mix van zachte natuurpaden langs de Oude Zenne en Maalbeek, afgewisseld met asfaltwegen door woonwijken en dorpskernen. Rond Grimbergen is het terrein licht glooiend, met enkele onverharde stukken door bos en park. Na Meise overheerst het asfalt, met lange rechte stukken tussen akkers, spruitenvelden en bebouwing. Naar het einde toe begint het landschap licht te golven richting het Pajottenland.

🏞️ Bezienswaardigheden

Oude Zenne & industrie – Mooi contrast tussen natuur en de industriële skyline van Vilvoorde
Verbrande Brug – Brug uit 1968 op historische plek waar Spanjaarden in 1577 de originele brug vernietigden
Grimbergse Abdijkerk – Monumentale kerk met middeleeuws karakter, sfeer versterkt door vlaggen en plein
Donjon van het Prinsenbos – Enige overgebleven middeleeuwse woontoren in de regio
Maalbeekvallei – Groen wandelpad langs water en oude molens
Plantentuin van Meise (naast GR) – Eén van de grootste botanische tuinen van Europa
Spruitenveld bij Ossel – Verrassend fotogeniek stukje Vlaams platteland
Zicht op Brussel – Regelmatig uitzicht op de stad in de verte

⏳ Afstand & duur

± 27 km – Een lange maar goed te doen etappe met voldoende afwisseling, al kan het vele asfalt naar het einde toe mentaal doorwegen

⛰️ Zwaartegraad

Gemiddeld – grotendeels vlak, met een licht heuvelachtig slotstuk richting Mollem. Weinig technische stukken, maar de lengte en het asfalt vragen toch wat uithouding

⭐ Oordeel: 4/5

De Vlaamse Rand is meer dan een plek waar Vlamingen thuis zijn en de schaduw van onze hoofdstad immer aanwezig is. Het is ook een plek waar wandelaars thuis zijn, dankzij verscheidene wandelknooppuntnetwerken maar ook dankzij een eigen streekGR, de GR groene gordel. Want ondanks de onvermijdelijke verstedelijking en verkaveling, is er nog heel wat natuurpracht te vinden. Samen met een ex-collega tackelden we al twee van de zes etappes, naar Groenendaal en naar Kortenberg. Een dikke anderhalf jaar en een covidgolf of drie later lukte het dan eindelijk om het derde stuk af te wandelen. Het ijzer kon verder gesmeed worden nu het heet was, met opnieuw een langere vierde etappe.

Treinbeslommeringen en Zennevertier

Het vergde weliswaar enige moeite om op onze bestemming te geraken. Vlak voor Schaarbeek stond onze trein stil en kregen we te horen dat er iemand op het spoor werd gesignaleerd. Na een goed half uur mochten we, na extra supervisie door maar liefst 3 semi-bonkige mannen van Securail, toch aanzetten. Onze tijdswinst die we via de overstap realiseerde was zo meteen ongedaan gemaakt.

Eens aangekomen in Eppegem ging het van bekend terrein, langs de kerk van Eppegem, naar onontgonnen terrein, zelfs voor een geboren Zemstenaar (Wel, Weerdenaar). Al snel brengt een klein pad ons naar de Oude Zenne, met op de achtergrond af en toe een hint van industrie. De combinatie van natuur en industrie wordt pas echt vervolmaakt wanneer we in de verte de koeltorens van Vilvoorde zien.

Dichterbij passeren we een andere klassieker in de regio, de zogenaamde Verbrande Brug. De moderne, licht iconische brug uit 1968, heeft de naam gekregen door de voorganger uit de 16de eeuw die daar werd gebouwd en door de Spanjaarden in brand gestoken werd in 1577.

Grimbergse hoogtepunten en indrukwekkende villawijken

Het hoogtepunt van de etappe ligt ongetwijfeld in en rond Grimbergen. Ik ken de gemeente al relatief goed dankzij mijn vrouw haar keramiekactiviteiten en een eerdere wandeling op de Grimbergse kapellenwandeling, maar de combinatie van natuur en erfgoed blijft aangenaam verrassen.

De korte passages langs verkavelingen en schoolgebouwen nemen we er graag bij, want daarnaast krijgen we oude molens, gekuier langs de Maalbeek, de indrukwekkende abdijkerk én de enige echte donjon van het Prinsenbos voorgeschoteld. Grimbergen heeft een rijke geschiedenis en zeker op het plein aan de abdijkerk krijg je even het gevoel dat je in de Middeleeuwen gekatapulteerd werd, zeker door de sfeervolle vlaggen die er uithangen.

Na het Prinsenbos volgt nog een stukje door de mooie natuur, met wat onverharde grond, maar vanaf Meise gaat de GR bijna exclusief over asfalt en door woonwijken. Vlak naast de plantentuin, die we door het strakke schema niet konden bezoeken, ligt het soort villawijk waar je nekpijn krijgt van de hoogte én breedte van de woningen, om nog maar te zwijgen over het feit dat je al eens een halve kilometer naast iemands perfect onderhouden en omheinde tuin kunt wandelen.

Het overgangsstuk

De vlakke Brabantse kouters worden hierna stilaan verlaten en de weg naar Mollem voelt wat aan als een overgangsstuk, met opnieuw meer asfalt en door bebouwde kommen. We kunnen ons wel nog tegoed doen aan een spruitenveld, dat opzienbarend esthetisch is, en enkele velden met zicht op Brussel. Daarna volgt een langer stuk richting Ossel, met zeer gedegen kerkgebouw.

Van daaruit is het nog een goede 7 kilometer naar Mollem in Asse. Brussel blijft in de verte opduiken, terwijl dichter bij het pad vooral weidelandschappen en akkers te vinden zijn. Een bord, op een goede 6 km van het einde, leert ons dat we nog maar 55 kilometer verwijderd zijn van begin- en eindpunt Halle. Het landschap verandert subtiel tijdens het laatste stuk, met vooral meer hellingsgraad. Het is na 27 kilometer al een kleine hint voor wat er in de volgende etappe zit aan te komen, want dan voert de GR ons naar het Pajottenland.

Meer wandelingen op de StreekGR Groene Gordel vind je hier: https://fromtheseatothelandbeyond.com/streekgr-groene-gordel-rond-brussel/

Etappe 3: Kortenberg – Eppegem (17 km)

🥾 Terrein

Deze etappe start in Kortenberg met een kort stuk door bebouwing, maar duikt al snel de velden in. Het traject loopt over zachte paden langs akkers en weilanden, en schakelt vlot door naar een reeks bossen (Hellebos, Snijsselbos, Moorbos) met smalle, schaduwrijke bospaden. Tussendoor passeer je enkele dorpskernen. Na Perk en Elewijt volgt een combinatie van landelijke paadjes, een tunnel onder de E19 met graffiti, modderige bosdoorsteek en een meanderend Zennepad richting Eppegem. Goed schoeisel aanbevolen bij nat weer.

🏞️ Bezienswaardigheden

Vliegtuigspotterszone nabij Zaventem – Vliegtuigen razen spectaculair laag over, voor even een echte belevenis
Hellebos – Donker, mysterieus bos met gekanaliseerd beekje
Perkse bloemen & buizerds – Her en der kleurrijke bloemen en roofvogels
Snijsselbos & Moorbos – Stilte, schaduw en geurige vegetatie
Sint-Hubertuskerk Elewijt – Rustige lunchplek in een charmant dorpscentrum
Rubenskasteel (Het Steen) – Oud buitenverblijf van Peter Paul Rubens, iconisch domein
Zennepad – Mooie slotkilometers langs de kronkelende Zenne
Den ouwe molen (sluistoren) – Vernield bouwwerk met historische waarde, zichtbaar in de verte

⏳ Afstand & duur

± 24 km – Goed te doen voor de geoefende wandelaar, met genoeg afwisseling in terrein en landschap om het boeiend te houden

⛰️ Zwaartegraad

Licht – Meestal vlak, enkele modderige stukken vragen oplettendheid en behendigheid, vooral bij nat weer

⭐ Oordeel: 4/5

De Vlaamse Rand is meer dan een plek waar Vlamingen thuis zijn en de schaduw van onze hoofdstad immer aanwezig is. Het is ook een plek waar wandelaars thuis zijn, dankzij verscheidene wandelknooppuntnetwerken maar ook dankzij een eigen streekGR, de GR groene gordel. Want ondanks de onvermijdelijke verstedelijking en verkaveling, is er nog heel wat natuurpracht te vinden. Samen met een ex-collega tackelden we al twee van de zes etappes, naar Groenendaal en naar Kortenberg. Een dikke anderhalf jaar en een covidgolf of drie later lukte het dan eindelijk om het derde stuk af te wandelen.

Vliegtuigspotters

Vorige keer waren we geëindigd in het relatief mondaine Kortenberg. De GR gaat verder aan de overkant van het station. De eerste honderd meters gaan opnieuw langs een verkaveling, tot je de velden induikt. Het landschap is mooi, maar het is niet het enige element dat zorgt voor spektakel en vertier. Al snel wordt duidelijk dat het hier het rijk van de vliegtuigen is, vlakbij de luchthaven van Zaventem.

Aanvankelijk doen we nog wat lacherig over vliegtuigspotters, tot we even, per ongeluk, van de GR afwijken en een vliegtuig als een gevaarte schijnbaar vlak over onze hoofden scheert. Het is indrukwekkend en licht angstaanjagend, maar een paal van het wandelknooppuntnetwerk bevestigt dat we niet per ongeluk op de landingsbaan zijn verzeild geraakt. Er is dus misschien toch iets te zeggen voor vliegtuigspotten, hoewel we na het derde vliegtuig al niet echt meer opkijken.

Bos en Perk

Vervolgens wandelen we doorheen de gehuchten Lemmeken en Lelle, bijzondere namen, maar los van enkele mooiere oude gebouwen weinig vermeldenswaardig. Want we zijn hier uiteraard voor het groen. En dat vinden we in een reeks bossen, te beginnen met het Hellebos. Nomen est omen, want het daglicht lijkt inderdaad prompt te verdwijnen. In het bos zelf volgen we een gekanaliseerd beekje. Zo verlaten we Kampenhout, gaan doorheen Steenokkerzeel en meer bepaald naar deelgemeente Perk. Dit hele stuk zijn her en der mooie en kleurrijke bloemen te spotten, en ook worden we af en toe vergezeld door een buizerd. Het Hellebos is echter het eerste van drie bossen. Na de kerk van Perk volgen nog het Snijsselbos en het Moorbos. En na dit natuurlijk intermezzo gaat het richting gekend terrein

De heimat

Ik ben namelijk geboren en getogen in Groot-Zemst. En hoewel we Weerde, de deelgemeente waar ik het grootste deel van mijn leven heb doorgebracht, niet doorkruisen, zijn de andere plekken mij zeker niet vreemd. Eerst passeren we aan de Sint-Hubertuskerk van Elewijt, een ideale lunchplek. Vervolgens neemt een klein steegje ons naar een pad over de Zenne en in een tunnel die onder de E19 gaat, volledig versierd met clandestiene graffiti. Dit is blijkbaar ook een deel van de GR 128, de Vlaanderenroute, die in het Franse Wissant begint en in het Duitse Aken eindigt.

Eens uit de tunnel komen we terecht in een verkaveling die naar een van de bekendste buitenverblijven uit de streek voert. Het Steen, beter bekend als het Rubenskasteel, was ooit het optrekje van, wel ja, Rubens. Deze plek heeft dus een lange traditie als het op groene gordels aankomt.

De volle natuurervaring wacht ons even verder op. Elke fietser duikt vol modder uit het weggetje dat we moeten nemen. We vinden inderdaad vrij schuiverige modder terug, en proberen zoveel mogelijk gebruik te maken van de bosberm om het ergste voor schoenen en broek te vermijden. Een nietsvermoedende fietser valt in een van de diepe plassen. Niet veel later kruisen we nog een duo. Mijn goedbedoelde waarschuwing wordt in de wind geslagen met een zelfzekere glimlach. Helaas voor de man ligt ook hij zes meter verder in de modder.

Het laatste gedeelte brengt ons naar de Zenne en het wandelpad dat mee meandert met de rivier. In de verte staat “Den ouwe molen”, de oude sluistoren die door de Duitsers werd vernield. Zoals reeds gezegd zullen we deze niet bezoeken. We zetten door naar links en naar Eppegem, waar we genieten van het welslagen van deze derde, mooie etappe en ons te goed doen aan een lekker ijsje.

Meer wandelingen op de StreekGR Groene Gordel vind je hier: https://fromtheseatothelandbeyond.com/streekgr-groene-gordel-rond-brussel/

Virelles: In het koninkrijk van de vogels

🥾 Terrein

Een afwisselende wandeling van 15,6 km door weides, vochtige bossen en charmante dorpen. Na een vlot begin langs open velden en zicht op het meer van Virelles, duik je al snel het bos in, met opvallend veel mossen en begroeiing. Onderweg wisselen bos- en landweggetjes elkaar af, met enkele pittige klimmetjes en een kort stuk over asfalt. De route eindigt langs de Eau Blanche en met zicht op het meer.

🏞️ Bezienswaardigheden

Meer van Virelles – Rustige, natuurlijke waterplas met rijke biodiversiteit
Bossen van Virelles – Mossige bomen, vochtige prairie en intense geuren
Lompret – Officieel een van de mooiste dorpen van Wallonië, met watervalletjes en een authentiek centrum
Eau Blanche – Slingerend riviertje dat een feeëriek accent geeft aan het laatste bosgedeelte
Viaduct van Virelles – Verrassende verschijning in het groen

⏳ Afstand & duur

± 15,6 km – Comfortabele dagtocht met voldoende afwisseling en rustpunten

⛰️ Zwaartegraad

Licht tot gemiddeld – Overwegend vlot terrein met een paar korte maar pittige klimmetjes

⭐ Oordeel

Om even te ontsnappen aan de dagelijkse stress besloten we nog eens een uitstap te maken naar het zuiden van het land. Ons oog viel op Virelles, in Chimay. Ornithologen en liefhebbers van de betere vogelfotografie moet ik echter deels teleurstellen. Je bent er wel degelijk omringd door heel wat vogels, maar helaas heb ik er geen kunnen vastleggen met mijn fototoestel, dat niet echt is uitgerust voor dat soort natuurfotografie. Ik hoop dat te compenseren met wandelplezier.

Een meer en een hoop mossige bomen

Het dorpje Virelles zelf ligt niet op de route. Het is op zich niet al te opzienbarend, al is het gezien het beperkt aantal extra meters die het vergt wel de moeite om even een bezoek te brengen aan het kerkje. Maar op het hoofdprogramma staan voornamelijk de bossen van Virelles en omgeving. Met z’n 15,6 kilometer is het zeker niet de langste wandeling, maar wel een verrassend afwisselde.

Aan het begin krijg je voornamelijk weidelanden voorgeschoteld, terwijl het hoofddecor, de bossen van Chimay in de verte opduiken. Ook het meer van Virelles, een van de vele uit de buurt, kan je af en toe in de verte spotten. Dit stukje Wallonië is blijkbaar vrij speciaal door de vochtigheid, waardoor er zich een rijke fauna en flora kan ontwikkelen. Het is zelfs zo dat men bepaalde delen aanprijst als “vochtige prairie”.

Of het er iets mee te maken heeft, weet ik niet, maar de bomen zijn vaak wel gedeeltelijk bedekt in kleurige mossen en worden af en toe lichtjes gewurgd door een plant. Uiteindelijk wordt het bos toch even verlaten en krijg je terug een mooi bucolisch landschap. Na een grote weg over te steken, kan je je weer tegoed doen aan natuurpracht. Het asfalt wordt hier ingeruild voor een aangenaam bospadje.

Het mooie Lompret

In de verte duikt na een klimmetje het mooie dorpje Lompret op. Het is opnieuw een van de zogenaamde mooiste Waalse dorpen, en werd bekroond met een officiële titel. Dat heeft het voor een stuk te danken aan z’n klein, authentieke kern, de oude weverij maar vooral door de verwevenheid met het water, dat zich er via watervalletjes een weg door kronkelt.

Het landschap verandert hier heel even wat. Maar eens het plekje Vaulx gepasseerd gaat het een laatste keer het bos in. Ditmaal ben je vergezeld van de Eau Blanche, een riviertje dat het geheel nog iets extra geeft. Daarna volgt een korte maar zeer pittige beklimming, tussen de kleurrijke bloemetjes. Het viaduct van Virelles duikt plots op uit het niets, en de rivier is nog even je metgezel, tot het laatste stuk. Een drukke weg brengt je naar de parking aan Aquascope, met opnieuw zicht op het meer, het eindpunt van een erg mooie en afwisselende wandeling.

Meer wandelingen in België vind je hier: https://fromtheseatothelandbeyond.com/wandelen-in-belgie/