Dag 3: Clwyd Gate – Llangollen (23 km)

Clwyd Gate

In Clwyd Gate zelf is er niet veel te beleven, maar onze dag begint met enige vertraging. De enige accomodatie lag in Llanferes, enkele kilometers van de route. De eigenares van de Inn brengt ons dus ’s morgens, na een goed ontbijt, per auto naar het startpunt. Om de een of andere reden hebben we ’s morgens geen packed lunch gekocht en rekenen we er op dat onze parovita’s zullen volstaan. Een kapitale fout, zou later blijken. Op dat moment hebben we echter nog niets door. Vandaag verlaten we de Clwydian range en gaan we richting Dee valley.

153

De laatste loodjes van de Clywdian Range (en van mijn versleten rugzak)

Clwyd Gate – Llandegla

Het leeuwendeel van de Clywdian range werd op dag 2 getemd, maar dag 3 begint zoals de vorige geëindigd is. Het gaat nog even op en neer, langsheen Moel Gyw (467 meter), waarbij dat goede ontbijt van een half uur eerder een pretbederver blijkt bij het klimmen. De dag begint eerder mistig, met de wolken die maar net boven de heuveltoppen hangen. Na Moel Gyw volgen er nog twee, Moel Llanfair (447 meter) en Moel Y Plâs (440 meter). Daarna zijn alle Moels de revue gepasseerd en wordt er afgedaald naar Llandegla. Oorspronkelijk trekken de wolken weg, maar op het moment dat we het dorpje binnenwandelen gaan de hemelsluizen even open. Gelukkig is er een klein kerkje om te schuilen tot het ergste voorbij is. Het is nog maar pas middag en dus, zo schatten we, kunnen we nog gerust een uurtje wandelen vooraleer ons middagmaal te nuttigen, nadat we het plaatselijk bos hebben verlaten.

158

Verandering van landschap doet wandelen

Llandegla – Llangollen

Helaas. Het was sowieso al een lange dag en die werd nog eens verlengd door het gruwelijke bovenvermelde bos. Boosdoeners waren een brugje over een beek, een ietwat vaag kaartje en de afwezigheid van een paaltje om ons de juiste richting uit te wijzen. Het gevolg was dat we gedurende een uur in het bos (ver)dwaalden. Alle alternatieve paden werden genomen, net zoals diverse  scenario’s de revue passeerden over wat we best deden. Naar Llandegla en daar de bus naar Llagollen? Naar het mountainbikecentrum in het bos en daar een lift vragen? Gelukkig had ik nog een ingeving, eerder een wanhopige dan een weloverwogen gok, en ging ik over het brugje en wandelde nog een driehonderd meter verder dan de plek waar ik eerder was gaan kijken, et voila, het eikelsymbool van de wandelroute en een prachtig pad door de heide. Ondertussen waren we wel nodeloos moe en hadden we eigenlijk onvoldoende gegeten. Nochtans langeafstandswandeling 101.

183

Door de Welshe heide

Het pad bracht ons een goed half uur later naar een geasfalteerde weg. Daar zetten we ons even neer om alsnog te eten. Ondertussen was het weliswaar al half drie. De geasfalteerde weg is geen ideale ondergrond, maar het is wel de voorloper van de zogenaamde panorama walk, zo genoemd vanwege de geweldige uitzichten over de Dee vallei. En er volgen nog enkele hoogtepunten. Eerst is er de indrukwekkende rotsformatie World’s End. Maar dan moet het sublieme (in de Romantische betekenis van het woord) pas echt beginnen. De Eglwyseg crags zijn puinhellingen die op zich niet erg hoog liggen, maar het relatief smalle pad en de kale afgrond maken wel dat het voor een semi-hoogtevreesmens als ik eventjes spannend was. Gelukkig is het uitzicht en de setting formidabel.

196

Op de Eglwyseg crags

Eens voorbij de crags daalt het pad opnieuw naar een asfaltweg, dit keer wel degelijk de zogenaamde panorama walk. Fun fact, in onze trailblazer gids stond “Peacocks live here” en jawel, we wisten dat we op de juiste plek waren aangekomen door het hemelse geluid van enkele pauwen. Minder goed nieuws was wel dat Llangollen volgens onze gids nog ongeveer 1 uur wandelen verwijderd was en dat al onze proviand op was en we nog maar een klein beetje water over hadden. Wat later zagen we ons referentiepunt in de verte opduiken, de ruine van Dinas Brân. Onze lijdensweg was nog niet volledig gedaan. Er werd ons namelijk een bankje beloofd aan het punt waar we het pad zouden verlaten om naar Llangollen te gaan. Helaas was dit ingepalmd door een vrouw die met haar auto naar boven was gereden om van het uitzicht te genieten. Ik heb Sara nog net kunnen tegenhouden of er was een gevecht uitgebroken. Na toch eventjes te rusten, konden we het laatste stuk dalen en strompelden we het kleine stadje binnen, na een mooie maar nodeloos vermoeiende dag.

207

Dinas Brân

Het eten

De Dee Corner Cafe Bistro is gewoon een degelijke cafe bistro, waarbij de grote hamburger (met extra bacon) gelet op onze lijdensweg (die we onszelf dus een beetje hadden aangedaan) goed binnenging. Goede porties, leuke setting.

Het verblijf

Llangollen Hostel was gedurende drie nachten onze uitvalsbasis, omwille van het feit dat mijn ouders op dat moment in het naburige Chirk bij Welshe vrienden zaten, waar de volgende wandeldag ons naartoe zou brengen, en we daarna nog een rustdag extra inplanden. Het was een leuke hostel, met goede faciliteiten.

Bijzonderheden

– De “ll” wordt in het Welsh uitgesproken als een, tja, een shlj. Je kan het best proberen door de tong tegen de bovenste voortanden te zetten en vanonder de tong een sissend geluid te maken. Shljangoshljen, dus.

– De “w” is dan weer een oe. Eglwyseg wordt dus Egloeyseg.

– Trouwe lezers van mijn blog weten dat Llangollen de plaats is waar ik al het meest ben geweest in het buitenland. Zie hiervoor mijn ode aan Wales.

– Llangollen zelf ligt niet op de route, maar is de 2 km zijsprong meer dan waard. Naast de gezellige binnenstad heb je er ook nog de ruine van Dinas Brân, die je al van ver op het pad ziet en Plas Newydd, het huis van de ladies of Llangollen die onder andere the Duke of Wellington, Lord Byron en Sir Walter Scott over de vloer hebben gekregen.

– Dinas Brân betekent “kasteel van Brân”. Brân the blessed is een Welshe koning en een reus uit de mythen, waaronder de Middeleeuwse verhalencyclus de Mabinogion.

Meer wandelingen op Offa’s Dyke Path vind je hier: https://fromtheseatothelandbeyond.com/wandelen-in-de-uk/offas-dyke-path-dag-per-dag/

Dag 2: Bodfari – Clwyd Gate (18 km)

Bodfari

Offa’s Dyke Path gaat doorheen enkele area’s of outstanding natural beauty (AONB) en natuurparken. Het eerste is de Clwydian range, een reeks heuvels (met een maximale hoogte van 554 meter) met een bijzondere fauna en flora. Deze AONB is gekoppeld aan de Dee valley. Verder volgt het pad zuidwaarts de Wye valley. Clwydian range is ook de eerste van drie heuvelkammen, samen met de Shropshire hills en de Brecon Beacons. Genoeg om naar uit te kijken op deze tweede dag, dus.

097

Typisch kleurenpalet van de Clwydian Range

Bodfari – Moel Arthur

Vanuit de B&B is het meteen flink dalen naar het eigenlijke beginpunt. En dat is een beetje de blauwdruk van de dag. Stijgen – dalen – stijgen – dalen. Het is typisch aan de Britse wandelroutes dat dat stijgen en dalen vaak via de meest directe weg gebeurt en je dus serieus wat stijgingspercentages te verwerken krijgt. Gelukkig is het uitzicht altijd de moeite. De wandelroute is een opeenvolging van moels (heuvels), waarbij vaak langsheen de zogezegde schouder wordt gegaan. Je krijgt eerst de lange, trage en gestage tocht naar de Pen-y-Cloddiau (440) waar de restanten van een hill fort te vinden zijn (zeer goed verstopt). Vervolgens daal je stevig en kan je rusten aan een pittoresk bankje, vooraleer de Moel Arthur te temmen.

113

Rustpunt in de prachtige natuur

Moel Arthur – Llanferes

De tocht naar Moel Arthur is dan weer een goed voorbeeld van het recht omhoog principe. De opeenvolging van stijgen en dalen is, zeker met rugzak, geen evidentie, maar het is uiteindelijk een kleine 20 km en bij goed weer kan je genoeg pauzes nemen om uit te blazen. Ook je stijgingstechniek kan verschillen. Ikzelf ga graag in een ruk naar boven om daar uit te hijgen, mijn vriendin is meer van het principe dat je beter pauzes inlast. Uiteindenlijk kom je wel terecht op Moel Arthur (455 m).

115

Op en neer

Vooraleer je de hoofdschotel van de dag krijgt, moet je nog langs twee heuvelschouders wandelen. Moel Llys-y-coed is 465 meter hoog, Moel Dywyll doet daar nog 7 meter bij. Het mag ondertussen wel duidelijk zijn dat het geen kwestie is van gewoon 7 meter stijgen. Je zakt meestal enkele tientallen meters om er dan opnieuw ietsje meer bij te doen. Goed voor de conditie en de honger. En de hoofschotel? Dat is Moel famau, met zijn 555 meter het hoogste punt van de dag en het noordelijke deel van Offa’s Dyke, het deel dat wij uiteindelijk zouden doen. Van ver zie je al de karakteristieke jubilee tower (zie onder), maar omdat het pad kronkelt, lijkt het lange tijd niet dichterbij te komen.

121

Moel Famau in de verte.

Moel Famau is een ideaal punt om nog even te rusten en een blik te werpen op de glooiende heuvelruggen die de revue gepasseerd zijn. Van daaruit is het via een groot eenvoudig pad dalen naar de parking (langswaar de meeste mensen komen). Normaal gezien volgt er nog een heuvel Foel Fenlli op 511 meter, maar omdat er enkel accomodatie is in het naburige dorpje Llanferes is het aan de parking linksaf draaien en nog een goede 3 kilometer wandelen, op een autoweg tussen de naaldbomen.

Het eten

The Druid Inn is een standaard Inn. Ze hebben wel (anno 2015) een weekmenu met elke dag een andere schotel. Ik ging dan ook met plezier voor de curry, die gelet op het feit dat je het in een gehucht in Wales eet, best lekker was. Het zat er in ieder geval vol met locals, wat doorgaans een goed teken is.

Het verblijf

The Druid Inn is de beste optie in de buurt. Je moet wel het pad wat vroeger verlaten en de volgende dag vraag je best een lift naar het pad (waar je evenwel 5 pond extra voor betaalt), maar de kamer is goed en je hebt meteen ook avondeten en packed lunch voor de volgende dag (opnieuw 5 pond per persoon).

Bijzonderheden

– In 1810 besloot men op Moel Famau, het hoogste punt van de Clwydian Range, een monument te bouwen voor het gouden jubileum van George III. Bedoeling was om er een obeliskvormige toren te zetten. Door gebrek aan geld werd het nooit afgewerkt en in het midden van de 19de vernielde een storm ook nog eens een deel van de incomplete toren. Daarom is de Jubilee Tower vandaag zo’n eigenaardig monument.

125

– Moel betekent “Kale heuvel” in het Welsh. Moel Famau betekent “Hill of the mothers.”

– Een packed lunch kost meestal 5 pond en bevat (per persoon) twee boterhammen, een koek, een halve liter water, een appelsapje, een zakje chips (een belangrijk bestanddeel van de Engelse maaltijd) en soms ook nog een granola bar. Het is handig omdat er op vele plekken waar je komt geen winkel is in de nabijheid.

Meer wandelingen op Offa’s Dyke Path vind je hier: https://fromtheseatothelandbeyond.com/wandelen-in-de-uk/offas-dyke-path-dag-per-dag/

Dag 1: Prestatyn – Bodfari (21 km)

Van noord naar zuid

Zoals in de korte introductie al gezegd, gaat deze blogreeks over ongeveer de helft van Offa’s Dyke Path en wordt er van Prestatyn in het noorden zuidwaarts getrokken richting Knighton. Dit had vooral te maken met praktische overwegingen. Men geraakt in Prestatyn via een bescheiden treinreis. Eerst vanuit Brussel-Zuid naar Londen St. Pancras en vervolgens van Euston naar Prestatyn via Chester. Deze binnenlandse treinrit bestrijkt 2 uur en 40 minuten, wat in principe nog goed meevalt. Het is ideaal om alvast in te lezen over de reis en te genieten van het steeds groener en heuvelachtiger worden van het landschap.

Prestatyn: kuststadje met Victoriaanse charme

Prestatyn zelf is een van de Welshe kuststadjes die populair waren als resort in de victoriaanse periode (zoals onder andere ook Llandudno). Vandaag trekt het ook best nog wat volk aan. Met de jaren werd het echter zo populair dat er heuse holiday camps kwamen. Hoe dichter bij de zee, hoe minder charmant de huizen worden. Een kilometer verwijderd van de promenade worden de residenties al exclusiever, en aan het begin van de wandeling wordt de invloed van de victoriaanse badgast duidelijker. Om de eerste dag met volle maag en goede moed aan te kunnen vatten, overnachtten we in Prestatyn zelf, in de B&B Plas Ifan, met een mooie kamer en een goed ontbijt.

030

Bijzondere koepel met zicht op Prestatyn

Prestatyn – Rhuallt (13 km): klim en uitzicht

Na het verlaten van de zilte zeelucht en de drukte van de promenade begint meteen het echte avontuur: een stevige klim richting de Bryn Prestatyn Hillside. Het pad kronkelt tussen felgele gaspeldoorns en wuivende varens, die zich al snel tot een groene muur opstapelen. Terwijl je omhoog hijgt, wordt het uitzicht steeds indrukwekkender: het kuststadje wordt kleiner, de zee strekt zich uit tot aan de horizon en verderop rijzen de windmolens statig op in de frisse zeewind.

Na slechts vijfhonderd meter wordt duidelijk dat deze route pittiger is dan Hadrian’s Wall – geen zachte glooiingen, maar een echte klim die je benen laat voelen dat ze aan het werk zijn. Voorbij de struiken opent zich een weids landschap van levendig groene weiden, grazige velden en kleurrijke heilanden. De lucht boven je is helderblauw, en in dit moment lijkt heel Wales zich te ontvouwen: ruig, fris en vol leven.

042

Blauwe lucht, groene velden

Rhuallt – Bodfari (8 km): dieren, poortjes en smalle paadjes

Rhuallt is een piepklein dorpje met een gezellige pub en een handjevol huizen — niet echt een plek om lang te blijven hangen. Dus zetten Sara en ik onze tocht voort, het landschap in, waar de velden steeds meer worden bevolkt door koeien, schapen én onverwachte bewoners. Tot onze verrassing stonden we oog in oog met een duo nieuwsgierige alpaca’s, die ons met hun vreemde snuit en zachte gegrom bijna deden twijfelen of we wel écht in Wales waren.

058

Wales: meer dan gewoon wat schapen

Verder slingert het pad langs groene heuvels, door kleine poortjes en over stiles — die typische trapjes waarmee je muurtjes overklimt. Af en toe duikt er een charmant architectonisch detail op, zoals het knusse kerkje van St. Bueno. Dan volgt weer een klimmetje, tot het pad opeens zo dicht begroeid is met varens dat het bijna onvindbaar wordt. Met onze armen omhoog en een stevige duw hier en daar weten we ons toch een weg door de groene massa te banen.

Deze eerste kilometers blijven qua hoogteverschil nog redelijk bescheiden, maar wat Offa’s Dyke Path zo kenmerkt, is dat het voortdurend op en neer gaat — en niet via zachte bochten, maar recht omhoog en omlaag. Aan het eind van deze passage nemen we een welverdiende pauze: languit in het gras, genietend van het uitzicht en de rust om ons heen.

080

A hill with a view

Na een laatste stevige klim, waarbij onze knieën toch wel even protesteerden, volgt nog een steile klim van zo’n driehonderd meter naar onze eindbestemming: Bodfari. Deze eerste wandeldag blijft me bij als een memorabele start. De zee ligt nu achter ons, terwijl voor ons de echte uitdaging wacht: de imposante Clwydian Range.

Het eten

Zoals het zo vaak gaat met kleine dorpjes was er ook in Bodfari een beperkte keuze. Wij gingen naar The Downing Arms, alwaar wij ons naar goede gewoonte trakteerden op een hamburger en een goede pint bier. In het heengaan maakten we de fout via de nogal drukke weg te gaan, in het teruggaan konden we echter rekenen op het advies van een local, zodat we een veilige maar wel vermoeiende binnenweg konden nemen.

Het verblijf

Het vinden van een verblijf in Bodfari bleek een uitdaging. Twee B&B’s uit onze reisgids waren inmiddels gesloten, omdat de eigenaars ermee stopten. Een andere was tijdelijk dicht door het overlijden van de moeder die mee de B&B runde, en weer een ander was volgeboekt vanwege een bruiloft. Gelukkig vonden we een plekje bij Llety’r Eos Ucha, gerund door Ian Priestley (niet te verwarren met Ian Paisley…), een lokaal gemeenteraadslid met een gastvrije glimlach. De kamer? Ruim, comfortabel en precies wat we na zo’n dag nodig hadden.

Bijzonderheden

 – De ll (dubbele l) wordt in het Welsh uitgesproken als een slj waarbij je als een lama door je tanden blaast.

– Toeval wil trouwens dat ook we ook echt lama’s tegenkwamen onderweg. En toeval wil dat die het wel degelijk leuk vonden naar ons te blazen.

– De start van Offa’s Dyke Path heeft zijn eigen sculptuur dat verwijst naar zowel “het begin” als “het einde” voor elke wandelaar dus wat wils.

019

Het monument aan de start/einde van de trail

– De traditie wil dat je je schoen nat maakt in de zee en een schelp meeneemt vanuit Prestatyn en die op het einde in Severn het water ingooit.

Meer wandelingen op Offa’s Dyke Path vind je hier: https://fromtheseatothelandbeyond.com/wandelen-in-de-uk/offas-dyke-path-dag-per-dag/

Offa’s Dyke Path: Een korte samenvatting

294

Offa’s Dyke aan de linkerkant (heroverd door de natuur)

De wat van wie?

Net als de muur van Hadrianus volgt Offa’s Dyke Path een historische grens. Koning Offa was van 757 tot 796 koning van Mercia, een van de verschillende koninkrijken die Engeland op dat moment kende. Mercia grensde aan de Welshe koninkrijken, voornamelijk Powys en Gwent. Ook al is het niet geweten in welke mate Offa verantwoordelijk was voor de gehele dyke, wordt het wel gelinkt aan zijn regeerperiode. We weten dus al wie Offa was, maar wat met die dyke?

De dyke was een aarden muur, op vele plaatsen ongeveer 20 meter breed en tot 3 meter hoog. Het vertrok bovenaan aan de Ierse zee en kwam onderaan uit in het Bristol Channel. Het gehele traject was ongeveer 240 km lang, maar omdat ook hier gebruik werd gemaakt van natuurlijke barrières zou er ongeveer zo’n 130 km echt gebouwd zijn. Volgens sommige theorieën zou het in zijn geheel of gedeeltelijk al enkele eeuwen voor Offas regeerperiode gebouwd zijn, maar daar is geen historische consensus over. In ieder geval volgt de grens tussen Engeland en Wales ook vandaag nog grotendeels deze lijn, ook al is de dyke zelf met de jaren op de meeste plaatsen verdwenen.

Een wandelroute?

Offa's dyke 1

Halfweg de trail

Offa’s Dyke Path is net zoals Hadrian’s Wall Path een van de national trails die in Engeland, Schotland en Wales te vinden zijn. Het hele traject is 285 kilometer. Het vertrekt bovenaan in Prestatyn, aan de Ierse zee, en meandert tussen Engeland en Wales. Achtereenvolgens passeer je de Clwydian Range, de Shropshire hills en de Black mountains in de Brecon Beacons, waar het hoogste punt van de trail, op ongeveer 800 meter, te vinden is. Het werd officieel “geopend” in 1971. Het is een gevarieerde en uitdagende wandelroute, waar mooie natuur afgewisseld wordt met enkele boeiende steden in Wales en Engeland.

Deze blogreeks zal, net zoals bij Hadrian’s Wall Path de dagetappes in kaart brengen, met enkele interessante bezienswaardigheden en een focus op bed en brood. Het moet wel meteen gezegd dat wij iets meer dan de helft van deze route hebben gedaan, met beginpunt in Prestatyn en eindpunt in Knighton, goed voor 156 van de 285 kilometers. Voor de reis zelf deden wij opnieuw beroep op de Trailblazer guide, alsook de Cicerone-gids, al is deze laatste beschreven van zuid naar noord en is het dus wat moeilijker om te gebruiken in functie van navigatie. De route zelf is, los van een welbepaald punt, echter goed aangegeven door de gekende pijlen en eikelsymbolen van de national trails.

Dag 8: Carlisle – Bowness-on-Solway (24 km)

Carlisle

De laatste dag was de derde die boven de 20 km ging. Wat we niet wisten, het was toen voor ons nog het pre-smartphone tijdperk, was dat er een code oranje was afgekondigd voor wind. Dat hebben we pas ontdekt na de wandeling, al was het ons opgevallen dat er heel weinig mensen op baan waren. Deze dag stond in het teken van de derde opeenvolgende rivier. Na de Irthing en de Eden was daar nu de Solway, die uitmondt in de Ierse Zee. Bowness-on-Solway was dan ook een perfecte afsluiter van deze mooie wandelreis.

Carlisle – Burgh-By-Sands  (13,1 km)

Het pad volgt nog een tijdje de Eden, in een groene, boomrijke omgeving. Na een passage met een imposante negentiende eeuwse spoorwegbrug en wat weilanden, was er een kleine omweg nodig. De route richting Beaumont was ontoegankelijk vanwege een grondverzakking en dus moest er de iets minder aangename weg worden genomen. Beaumont zelf is een klein dorpje met een charmant kerkje, zoals er al enkelen gepasseerd zijn. Na het verlaten van het dorpsplein volgt even een natte passage, maar enkele kilometers verder kom je aan in Burgh-By-Sands.

DSC04682

Richting eindmeet

Burgh-By-Sands – Bowness-on-Solway (10,9 km)

In Burgh-By-Sands volgt de passage waar je de getijden in de gaten moet houden. Bij hoogtij kan de weg onder water lopen en moet je, net zoals de koeien, in de hogergelegen weide gaan lopen. Hoewel we dachten alles goed uitgeplozen te hebben, bleek het water toch sneller op te rukken, vooral omdat de 5 km in rechte lijn redelijk vermoeiend was door de zware tegenwind. Het feit dat we deze afstand in een sneltempo hebben afgelegd, zorgde er wel voor dat we uitgeput in het kleine Drumburgh aankwamen. Vabdaar is het nog een uurtje en half naar Bowness-on-Solway en het eindpunt van Hadrian’s Wall Path.

DSC04692

Code Oranje

Bowness-on-Solway

Aan het einde van de reis staat er een bordje met “End of Hadrian’s Wall Trial”. Helaas had de vriendelijke jongeheer die we hadden gevraagd een foto van ons bij het vermelde bordje te trekken niet door dat dat de bedoeling was. Maar we hebben de finish dus wel degelijk gehaald.

DSC04723

Het eten

Bowness-on-Solway heeft in feite ook een pub, die ook nog eens simpelweg The King’s Arms heet. Britser kan het bijna niet. Omdat het niet altijd hamburger moet zijn, nam ik heerlijke lamskroon, terwijl Sara ging voor gekruide kip.

Het verblijf

Shoregate House is een gezellige B&B met een zeer moederlijke gastvrouw, die Sara bij aankomst, toegegeven ze zag er wat bleekjes uit, overladen heeft met “Are you sure you are ok, sweetie?” In ieder geval was de kamer ruim en was er zicht op zee, iets wat na acht dagen vertoeven in de glooiende heuvels van het land van de muur van Hadrianus niet misstaat.

Bijzonderheden

– Edward I Longshanks overleed in Burgh by Sands.

Meer wandelingen op Hadrian’s Wall Path vind je hier: https://fromtheseatothelandbeyond.com/wandelen-in-de-uk/hadrians-wall-path-dag-per-dag/?frame-nonce=56df28e8a9

Dag 7: Newtown – Carlisle (19 km)

Newtown

Er was geen reden om al te lang te blijven dralen in Newton. Na het lekkere ontbijt (met eitjes van de kippen van de eigenaars) is het vanuit Irthington nog een dikke kilometer omhoog opnieuw op het pad te geraken. En vanaf daar is het een rustige dag langs de oevers van de Eden.

Newtown – Crosby-on-Eden (9 km)

Dag 7 is niet echt een overgangsetappe, hoewel je het gevoel kan krijgen dat er toch minder te zien is dan op andere dagen. Het eerste deel van de reis gaat langs een vallum en door weiden, maar los van het mooie groene gras is er niets dat echt in het oog springt. Het kleine plaatsje Crosby-on-Eden is er ook enkel om gewoon door te wandelen, hoewel het kleine kerkje nog best mag gezien worden.

DSC04635

Daar zijn die wolken weer.

Crosby-on-Eden – Carlisle (10 km)

Gelukkig is het tweede deel iets aangenamer, vooral omdat je daar de waterloop van de Eden volgt. En mensen die mij kennen weten dat ik een zwak heb voor waterloopjes en dat is hier niet anders. Naast de mooie natuur zijn er nog twee opvallende architecturale points of interests. Linstock castle is een voormalig Normandisch kasteel, dat ten dele is blijven rechtstaan en waar in de loop van de eeuwen een boerderij aan gebouwd werden. Rickerby estate werd ons in onze reisgids dan weer aangekondigd als een victoriaans landhuis met veel folietjes. Helaas was het verstopt achter een resem struiken en bomen en was enkel het torentje en het wachtershuis te zien. Na een kleine wandeling langsheen een sportcentrum kom je aan in Carlisle.

DSC04644

Een waterloopje en wat water uit de hemel

Carlisle

Wie in Carlisle is moet zeker Tullie House & Museum bezoeken. Ten eerste heeft het een uitgebreide collectie voorwerpen uit de Romeinse tijd, met een educatieve en eigentijdse vormgeving. Ten tweede worden ook andere interessante momenten in de geschiedenis aangeboord. Zo kom je meer te weten over de plunderbendes die de zogenaamde Border Area onveilig maakten of de opkomst van Carlisle in de industriële context. Verder is Carlisle een stadje waar je mooie negentiende eeuwse gebouwen en een kasteel uit de twaalfde eeuw kan zien, maar waar voor het overige niet zoveel opzienbarends te beleven valt. Het is wel ideaal om nog wat geld af te halen, aangezien geldautomaten een zeldzaamheid zijn in de kleine dorpjes langs de muur.

DSC04673

Het eten

Wandelen op de Britse eilanden is heel fijn, zeker als je historicus en/of anglofiel bent. Het enige nadeel is dat je doorgaans qua voeding nogal in hetzelfde vaarwater blijft (lees frietjes met hamburger of fish & chips). Carlisle bood als stad (toch 75000 inwoners) wel meer mogelijkheden. Omdat we onze zinnen hadden gezet op een Italiaanse restaurant gingen we naar La Mezzaluna. De bediening was er heel vriendelijk (ze namen er ons ondanks het feit dat het eigenlijk volgeboekt was toch nog ergens tussen), het eten was degelijk.

Het verblijf

Cornerhouse guesthouse is waarschijnlijk van alle verblijfplaatsen de minste. Het is degelijk, maar er is redelijk veel straatlawaai en ook de kamers waren wat afgeleefder. Vanuit een of andere vreemde insteek had ik ook gekeken dat het dicht bij het station lag, wat feitelijk irrelevant was, aangezien de wandelroute zelf Carlisle links liet liggen en we dus de volgende dag ook nog 45 minuten extra moesten wandelen. Wat op de schaal der dingen nu ook weer niet zo’n probleem was.

Bijzonderheden

Volgens Morrissey was er ook panic in the streets of Carlisle, in het gelijknamige nummer van The Smiths.

Meer wandelingen op Hadrian’s Wall Path vind je hier: https://fromtheseatothelandbeyond.com/wandelen-in-de-uk/hadrians-wall-path-dag-per-dag/?frame-nonce=56df28e8a9

Dag 6: Gilsland – Newtown (17 km)

Gilsland

Ook de zesde dag blijft onder de 20 km. Het zwaartepunt qua authentieke stukken muur ligt duidelijk bij dag 5 en dag 6. Toch zijn ook hier nog enkele prominente Romeinse restaten, alsook een priorij met een groot verleden. Het landschap glooit wat zachter, maar dezelfde ingrediënten passeren de revue. Er zijn boerderijen, muren met trapladders, schapen, koeien en groene landschappen. Gelukkig wou de zon ook mee.

Gilsland – Birdoswald (3,2)

Al meteen na het verlaten van Gilsland volgt een eerste beloning. Eerst is er Poltross Burn, ofte milecastle nr. 48, goed bewaard en scenisch gepositioneerd aan de voet van de heuvel, waardoor het ook nog een bijzonder uitzicht  heeft. Vervolgens kom je aan een nieuw stukje excellent bewaarde muur en waarschijnlijk het beste voorbeeld van een muur waarbij de smalle muur op de brede fundering werd gebouwd. Verder gaat het via een brug over de Irthing, de eerste van drie rivieren, en een steil klimmetje naar Birdoswald, een Romeins fort met onder andere ook een graanschuur. Aangezien wij een andere historische zijuitstap hadden gepland, hielden wij het bij piepen over het muurtje/de Muur.

DSC04588

Brede funderingen, smalle muur

Birdoswald – Walton (11,2)

Niet veel later nadat je Birdoswald fort gepasseerd bent, kan je namelijk even van de weg gaan richting Lanercost Priory. De priorij werd gebouwd in de 12de eeuw door een van de nieuwe Normandische heersers. Doorheen de jaren verbleven hier enkele grote namen zoals Edward I, die hier een tijdje ziek lag, en Robert de Bruce. Aangezien het dicht bij de Schotse grens lag, kwamen er ook vaak plunderaars over de vloer. In 1538 geraakte het echter in onbruik vanwege Hendrik VIII zijn anti-katholiek beleid, vooral vanuit een oogpunt om de schatkist zo veel mogelijk te spijzen. Ondanks het feit dat het dak er letterlijk afging, is het vandaag nog mooi bewaard en zeker de moeite waard. Ondertussen passeert de route nog in Banks en Walton, twee weinig bijzondere plekjes. Net voor Walton verschijnt het laatste stukje muur van de hele route.

DSC04617

De priorij, zonder dak

Walton – Newtown (3,2 km)

Het stuk tussen Walton en Newtown bestaat voornamelijk uit weilanden, waarbij de enige afwisseling ligt in het feit dat de ene weide schapen heeft en de andere koetjes en kalfjes. Het betekent ook wel dat het makkelijk wandelen is. Newtown zelf is een klein dorpje. Op het moment van aankomst was hier een of andere feest of toernooi bezig op de village green. Het is dus het soort dorpje waar je oud en nieuw nog samen op het plaatselijke grasplein krijgt. En dat is ook best fijn.

DSC04627

Koetjes en kalfjes

Het eten

Omdat we in Irthington verbleven en de enige pub daar al volgeboekt was, hadden we gelukkig de mogelijkheid om als plan B gebruik te maken van de cafetaria aan Lanercost Priory. Niet dat dat dé culinaire ervaring van de reis was, maar een volledige dag overleven op enkel parovitas en cheddar is misschien net ietsje te veel van het goede.

Het verblijf

Vallum Barn B&B is in Irthington, ongeveer een km verwijderd van het pad (dalend in het heengaan en dus, logischerwijs de volgende dag stijgend). Het is een heel nette B&B, waar je hartelijk verwelkomd wordt door de eigenaars, met thee en cakes. De kamer is ruim en de faciliteiten super, net als het ontbijt en de packed lunches die je naar eigen goeddunken kunt samenstellen. Het enige nadeel is dus dat Irthington wat moeilijk is qua eetgelegenheden.

Bijzonderheden

– Dat de schapen aan Lanercost Priory ijdel zijn, bewijst volgende foto.

DSC04604

– In de buurt van Walton is er een stukje wachttoren dat in de grond gezonken lijkt.

Meer wandelingen op Hadrian’s Wall Path vind je hier: https://fromtheseatothelandbeyond.com/wandelen-in-de-uk/hadrians-wall-path-dag-per-dag/?frame-nonce=56df28e8a9

Dag 5: Once Brewed – Gilsland (14,5 km)

Once Brewed

De vorige dagetappe had gelukkig niet te veel schade aangericht. Geen al te stramme spieren, geen bijkomende wonden aan de voeten en geen deuk in de motivatie. Na de zwaarste etappe van de hele reis stond nu een overgangsdag op het menu. Niet te lang, niet te moeilijk. Northumberland (je herkent ongetwijfeld, indien je wat vertrouwd bent met de oorspronkelijke zeven Engelse koninkrijken, Northumbria) werd ook verlaten voor Cumbria. Het is in dit graafschap waar het Lake District zich bevindt, hoewel een wandeling langs de muur van Hadrianus je noordelijk houdt. De bestemming was Gilsland, een klein, slaperig dorpje dat overleeft bij gratie van Wall-toerisme.

Once Brewed – Cawfields quarry (3 km)

De vijfde dag begint waar de vierde geëindigd is, in hetzelfde glooiende landschap. Het is hier dat op 345 meter het hoogste punt van de hele route wordt bereikt, op de Winshield Crag. Een fotomoment werd ons echter niet gegund. Op deze bescheiden top stond een groep Duitsers met een zeer praatgrage gids die wat deed denken aan Claude François. Dit is ook het land van mythen en legenden, met onder andere passages langs Bogle Hole (Goblin’s Hollow) en Bloody Gap. Een mens kan enkel vermoeden wat er hier doorheen de geschiedenis gebeurd is. Het op- en neergaan van het landschap vermindert hierna. Op het vlak van wat de natuur vermag is het eventjes uitkijken naar Cawfields quarry, een voormalige groeve die nu onder water staat en daardoor een oase van rust en voor eenden is geworden.

DSC04544

Cawfields quarry

Cawfield quarry – Thirlwall Castle (5,5 km)

Ook de passage na de groeve bevat nog wat Romeinse architectuur, onder andere aan het Great Chesters fort, waar eveneens een restant van een altaar te vinden zou zijn. Ondanks verwoede pogingen om dit altaar te lokaliseren, konden we niet met zekerheid zeggen naar welke hoop stenen we moesten kijken. Ook de volgende paar kilometers, langsheen de Walltown Crags, bieden nog aan wat je van een Hadrian’s Wall Path kunt verwachten. Even later passeer je een brug die de grens tussen Northumbria en Cumbra aangeeft.

Eens Cumbria ingetrokken verandert het landschap enigszins. De ruige crags worden ingeruild voor velden, weiden en akkers, hoewel het pad nog wel wat op en neer kan gaan. Naast al het natuurlijke schoons is er ook wat entertainment voor de historici. Thirlwall Castle is vandaag een ruïne. Dit komt gedeeltelijk omdat het gebouwd werd met stenen die eigenlijk te klein waren om de constructie te ondersteunen. Daarnaast was het ook het podium van diverse conflicten doorheen de geschiedenis. Edward I “Longshanks” was een van de prominente historische figuren die hier verbleven, in 1306, op weg naar Burgh-by-Sands, een plek waar de wandelroute nog passeert.

DSC04569

Thirlwall Castle, zonder dwerg

Thirlwall Castle – Gilsland (6 km)

Na de ruïne is het beste van de dag alweer gepasseerd. Je wandelt nog even langs een spoorlijn, een stukje muur en een vallum, om al snel aan te komen in het kleine Gilsland, dat niettemin goed in staat is om de wandelaar te verwennen. Het aanzicht van het dorpje, dat in feite bestaat uit een straat of vijf, komt ook geen seconde te vroeg, aangezien na het inchecken de hemelsluizen prompt werden geopend. Vanuit de comfortabele kamer in de Samson Inn, tijdens het drinken van een warme chocomelk, heeft zelfs dat iets pittoresk. Of was het subliem?

DSC04574

Onheilspellende wolken

Het eten

Waarschijnlijk krijgen we in het kleine Gilsland, goed voor 400 inwoners en 400.000 bezoekers, het beste eten van de hele reis voorgeschoteld. In The Samson Inn neemt Sara een risotto met halloumi en ikzelf zalmcakes. Het is haast ongelofelijk dat in een klein dorpje als dit zo’n hoogstaande culinaire ervaring kan gevonden worden, met dank aan de muur van Hadrianus.

Het verblijf

The Samson Inn is zelf ook een aangename plek om te verblijven, zeker na het plotse stormweer dat over ons neerdaalde. De regendouche is, ietwat ironisch, zalig. Een nette kamer en het bijhorende uitstekende restaurant zorgen ervoor dat we tevreden zijn van onze keuze. Gilsland telt namelijk 3 B&B’s met een goede reputatie.

Bijzonderheden

– De legende van Thirlwall castle wil dat er in het kasteel vroeger een gouden tafel stond. Bij een raid van een vijandige clan, nam een dwerg de tafel en sprong ermee in de waterput, om deze veilig te stellen. De waterput, de tafel en de dwerg zijn voorlopig nog niet gevonden.

– Halloumi bestaat meestal uit schapen- en geitenkaas. Door het hoge kookpunt smelt het niet, zoals andere kazen. Het is dan ook heel lekker als vleesvervanger bij pasta’s, risotto of couscous.

Meer wandelingen op Hadrian’s Wall Path vind je hier: https://fromtheseatothelandbeyond.com/wandelen-in-de-uk/hadrians-wall-path-dag-per-dag/?frame-nonce=56df28e8a9

Dag 4: Chollerford – Once Brewed (21,4 km)

Chollerford

De meeste mensen die we waren tegengekomen, of het nu B&B-eigenaars of collega-wandelaars waren, herhaalden wat onze reisgids ons ook al had geleerd.  De route tussen Chollerford en Steel Rigg, voor ons reeds de vierde dag, was op papier de mooiste, maar ook de zwaarste. Het terrein zou uitdagender worden, de muur langer en de vergezichten spectaculairder. Vanwege ons gebrek aan ervaring met langeafstandswandelingen werd er met enige voorzichtigheid en zenuwachtigheid naar deze etappe gekeken. De lichte glooiingen die de voorbije dagen sporadisch de revue waren gepasseerd,  zouden vandaag veranderen in iets pittigere hoogteverschillen. De meeste wandelaars maakten gebruik van de taxiservice die de bagage van overnachtingsplaats naar overnachtingsplaats brengt. Wij kozen ervoor de rugzak, en dus het extra gewicht, de hele tijd bij ons te houden. Een extra portie spek bij het ontbijt was dus geen overbodige luxe.

Chollerford – Brocolitia Fort (5,5 km)

De dagetappe begint met een schijnbaar zielloze passage langs de drukke autoweg. Schijnbaar, want niet alleen passeer je een huis met de twee meest levensechte standbeelden van een leeuw die je ooit zult zien, maar ook valt je oog op de vierkantshoeve die er eerder uitziet als een grillig gevormd kasteel. Dat Chollerford geen plek voor sukkelaars is, was al langer duidelijk. De moderne beschaving zou echter snel achter ons worden gelaten, en hoe dieper we de velden intrekken, hoe meer en meer het landschap op en neer gaat. Na enkele kilometers geploeter in weiden en velden, arriveer je in Black Carts, waar een flinke portie muur op je wacht. Maar voor even moet de bestaansreden van onze wandelroute naar de achtergrond verschoven worden. Enkele honderden meters verder bevindt zich namelijk een kalksteenkerkhof. De Romeinen hadden het blijkbaar niet onder de markt met deze kolossen. Gefrustreerd door het  vruchteloze hak- en kapwerk, dumpten ze de rotsen op deze plek. Limestone corner was eveneens het meest noordelijke punt van het Romeinse rijk!

DSC04436

Romeinse luiheid

Brocolitia Fort – Housesteads (8,6 km)

De tweede passage begint aan Brocalitia Fort. Het fort zelf ziet er voor het ongeoefende oog niet anders uit dan diegene die reeds gepasseerd zijn of nog moeten passeren. Blikvanger hier is in feite de kleine tempel gewijd aan Mithras. Het Mithraïsme was een oosterse godsdienst die zeer succesvol was bij Romeinse soldaten. De tempel, een mithraeum genoemd, bestaat hier uit enkele altaren en een klein standbeeld van Mithras. Het betreffen hier echter afgietsels, aangezien de originele exemplaren zich in een museum in Newcastle bevinden, waar weer en wind geen verdere schade kunnen aanrichten. Hoewel het terrein beetje bij beetje grilliger wordt, zijn er toch meer wandelaars te bespeuren. Brocolitia Fort is namelijk een traditionele startplaats voor dagjestoeristen die de geneugten van Hadrianus’ meesterwerk willen ontdekken. Het is namelijk hier dat de crags beginnen, kliffen en heuvels à la King’s Hill en Kennel Crags, waar de muur vaak nog intact is gebleven. Reeds 14 km hebben we achter de kiezen als we aan Housesteads aankomen. Vanaf daar wordt het pas echt zwaar voor de beginner-wandelaar, maar ook echt indrukwekkend.

DSC04438

Tempel van Mithras

DSC04455

Another brick in the wall

Housesteads – Steel Rigg (Once brewed) (7,3 km)

In Housesteads kan je het gelijknamige fort bezoeken. Gezien de pijnlijke voeten en de wil om op tijd in de youth hostel te geraken, lieten wij het museum links liggen en maakten ons gereed voor de laatste 7 km van deze mooie maar uitdagende dag. Het klimmen en dalen begint vanaf hier zo’n proporties aan te nemen dat de stenen trappen welgekomen zijn. Het laatste stuk was zowel letterlijk als figuurlijk adembenemend. De voetkussens begonnen pijn te doen, de kuiten stonden gespannen en de schouders dreigden te begeven onder het gewicht van de klotsende rugzak. Na wat pittig klim- en daalwerk en een pittoreske wandeling over de Highshield crags, een klein bang momentje voor mensen die echt hoogtevrees hebben, wacht de uitgeputte wandelaar nog een laatste verrassing, de cat stairs. De afdaling is al steil genoeg voor de gemiddelde wandelaar, de vermoeide voeten en het extra gewicht van de rugzak doen de rest. Een kilometer later bereikten we moe maar tevreden onze youth hostel.

DSC04486

Over the hill and far away

SycamoreGap

Het mooiere klimwerk

Het eten

Meteen na de aankomst in de youth hostel trakteerden we onszelf op enkele oreo’s. Het hoofdgerecht was een simpele doch smaakvolle hamburger met frietjes. Sara nam de vegetarische variant, maar was niet bijster enthousiast (al kon dat even goed vanwege de vermoeidheid zijn).

Het verblijf

YHA Once Brewed werd in gebruik genomen in 1934 en is daarmee een van de oudste hostels van de YHA in het Verenigd Koninkrijk. De accommodatie is bij wijlen wat rustiek. Vooral de doucheruimte is niet wat we gewend zijn van de B&B’s, maar het is ook niet geheel onlogisch. De eetruimte heeft dan weer veel weg van een goede, ouderwetse schoolkantine. Het geheel is echter sferisch.

Bijzonderheden

-Dichtbij de tempel van Mithras vind je ook de rudimentaire restanten van een waterput, gewijd aan de Keltische godin Coventina. Bij de opgravingen werden 22 altaren en 16000 Romeinse munten opgegraven.

– Op onze laatste rustplaats, Sycamore Gap, staat een, verrassing, sycamore tree. Deze werd echter wereldberoemd door de film Robin Hood: Prince of Thieves met Kevin Costner.

– Het stuk muur vanaf Housesteads wordt vaak “Clayton wall” genoemd, naar de archeoloog John Clayton, die dit stuk muur kocht en restaureerde, hoewel hij afweek van de werkwijze van de Romeinen.

– Een stuk muur tussen Housesteads en Steel Rigg werd in 2004 zwaar beschadigd nadat een groep van 800 Nederlandse bankiers bij wijze van teambuilding gedurende 6 kilometer op de restanten van de muur hebben gewandeld.

– Once Brewed & Twice Brewed worden beide gebruikt voor het kleine dorpje. Wie van het oosten komt ziet een bord met ‘Once Brewed’, kom je uit het westen dan zie je ‘Twice Brewed’

Meer wandelingen op Hadrian’s Wall Path vind je hier: https://fromtheseatothelandbeyond.com/wandelen-in-de-uk/hadrians-wall-path-dag-per-dag/?frame-nonce=56df28e8a9

Dag 3: East Wallhouses – Chollerford (14,4 km)

East Wallhouses

Wandelvakanties hebben vele voordelen. Ten eerste verlies je er geen tijd mee. Je wandelt van plaats A naar plaats B en elke stap die je zet maakt deel uit van het totaalspektakel. Het is ten tweede ook een heel vrije manier van reizen. Je hebt je dagplanning volledig zelf in de hand en vooral, het geeft je de nodige vrijheid om de eigen denktank eens wat rust te gunnen. Maar er is nog een derde voordeel, een dat niet te versmaden is voor een anglofiel. Als je elke dag een aanzienlijk aantal kilometers wandelt met een rugzak van om en beide 13 kg op de rug, dan kan je je al eens laten gaan en ’s morgens opteren voor de full English breakfast. Het ontbijt in de Robin Hood Inn volstond in ieder geval om voor een uur of vier vol energie door de Northumbrian natuur te wandelen.

East Wallhouses – The Portgate  (6,7 km)

Onze derde dag begon met veel laddertjes, waarvan de eerste paar nog werden verwelkomd, omdat het nu eenmaal zorgde voor leuke foto-opportuniteiten. We zouden er die dag echter dertig doen. De pret was er dus relatief snel van af. Hier, in de landweggetjes van East Wallhouses, werden we ook getrakteerd op interessante fauna en flora, zoals een mini-kikker en een slak met een dubbele behuizing (een huis groeide op zijn huis). Maar ook onze historische dorst werd gelest, reeds na een drietal kilometer, met het meest spectaculaire stukje vallum dat we de hele reis zouden zien. De vallum is een aarden constructie, waarbij een gracht gecombineerd wordt met twee opgehoopte aarden muren. Dit moest ervoor zorgen dat een doorgang werd bemoeilijkt en dat het vijandelijke leger in een kwetsbare positie terechtkwam. Op dat moment woedde er even een bescheiden historikerstreit over de ligging van de vallum, waarbij Sara het Caledonische standpunt verdedigde (de vallum ligt achter de muur, en dus Romeinen – vallum – muur) en ik het Romeinse (de vallum ligt voor de muur, Romeinen – vallum – muur). Een kilometer verder zie je vanuit de verte Halton castle, een kasteel dat in zijn huidige vorm dateert van 1696.

DSC04348

Vallum met uitzicht

The Portgate –  Heavenfield (5,9 km)

Dag 3 was de eerste dag dat er regen werd voorspeld. Bij het eerste, voorzichtige nederdalen van druppels namen wij dan ook onze voorzorgen en trokken wij zonder enig aarzelen onze regenjassen aan. Aangezien het bij dat miezeren bleef, waren we uiteindelijk natter van het zweet dan van de regen. Een t-shirtwissel drong zich op. Door het coniferenbos van Stanley’s plantation is het nog een goede twee kilometer tot het pittoreske St. Oswald’s Hill, met het gelijknamige kerkje gelegen in het midden van een veld. Deze kerk werd deels opgetrokken met stukken van de muur. Het vindt zijn vroegste oorsprong in de 7de eeuw, maar werd in zijn huidige vorm in de 18de eeuw afgewerkt. Het kerkje zou op de plaats staan waar St. Oswald, toen nog een gewone sterveling die koning van de katholieke Angelen was, een houten kruis zou hebben geplaatst voor hij de slag tegen de heidenen uit Mercia en Gwynedd won. De veldslag wordt gezien als cruciaal in de doorbraak van het christendom op de Britse eilanden.

DSC04376

St. Oswald’s Church

Heavenfield – Chollerford (3,8 km)

Van Heavenfield is het nog maar 3,8 km naar Chollerford, de eindbestemming van de dag. Maar op deze korte afstand bevinden zich wel twee mooie stukken muur. Er wordt gedacht dat het in Planetrees (of in de nabijheid ervan) was dat de Romeinen besloten om een smalle muur op de brede funderingen te plaatsen. Het voortbestaan van dit stuk muur is volledig te danken aan William Hutton, de eerste volwaardige Hadrian’s Wall-historicus, die een groep werkmannen die de muur aan het afbreken waren, tegenhield. Hutton, die in 1801 op zijn 78ste besloot om de muur af te wandelen, ging verhaal halen bij de landeigenaar. Hij kreeg van hem gedaan dat de rest van de muur mocht blijven staan, al was er reeds een goede 200 meter gesneuveld. Het tweede stuk muur is te vinden in Brunton Turret en is spectaculairder dan de reeds gepasseerde brokken in Heddon-on-the-Wall en Planetrees. Het gaat hier namelijk om een stuk van de Romeinse verdedigingstorens die tussen elke twee mijlkastelen te vinden was.

DSC04383

Chollerford

Chollerford zelf is een klein dorpje dat naast de muur ook kan pronken met de Chollerford Bridge, die in 1785 werd gebouwd door Robert Mylne. Hier is ook een van de musea gevestigd die men op de trail kan vinden. Chesters museum toont de restanten van een Romeinse fort, met onder meer een goed bewaard badhuis. Aan de overkant vind je de restanten van de brug. Hier werd de muur namelijk over de Tyne gegidst. Chesters museum ligt op een kilometer van de kern van Chollerford, maar liefhebbers van het betere archeologische werk kunnen dit beter na hun aankomst nog bezoeken. De volgende dagetappe is namelijk relatief lang en zwaar en het is niet meteen aangeraden om dit museum in de ochtend te bezoeken.

DSC04399

Romeins fort in Chesters

Het eten

Een simpele fish & chips & mashed peas en fried scampi in de Cross inn, de (enige) pub van Humshaugh.

Het verblijf

In Chollerford zelf ligt het George Hotel, een redelijk prijzig en vrij chique hotel dat zich vooral lijkt te richten op redelijk welgestelde, bejaarde Engelsen. Wij opteerden om een kilometer van Chollerford weg te gaan, richting Humshaugh (Hums-half). In Vallum Barn word je getrakteerd op een zeer comfortabel verblijf. De hartelijkheid van de gastvrouw laat wat te wensen over, maar zelfs dat hoeft geen probleem te zijn. Een B&B is zeer welgekomen na een zweterige wandeltocht, maar het noopt wel tot sociaal contact met de eigenaars en de gasten. Met het comfort dat je hier krijgt aangeboden, is het geen probleem dat de social niceties wat minder zijn.

Bijzonderheden

– Dat de mini-kikker, waarvan hierboven sprake, echt mini was, bewijst onderstaande foto. Het kleine beestje heeft zijn leven te danken aan een attente Sara, waardoor onzacht contact met mijn schoenzool kon vermeden worden.

DSC04333

Mini-kikker in East Wallhouses

– Onze reisgids wist ons te zeggen dat er zich ergens op de restanten van de brug een afbeelding van een penis te zien is. Helaas voor ons gaf hij de locatie niet prijs en zijn wij er ook niet in geslaagd om het te lokaliseren. Hiervan dus geen foto!

– Een full English breakfast bestaat uit spek, eieren, gebakken tomaten, gebakken champignons, toast, worst en bonen in tomatensaus. Optioneel kan er nog bloodpudding en hash brown, een soort aardappelgebak, aan worden toegevoegd.

– William Hutton schreef in 1802, op 79-jarige leeftijd dus, The History of the Roman Wall,  over zijn reis langs de muur.

Meer wandelingen op Hadrian’s Wall Path vind je hier: https://fromtheseatothelandbeyond.com/wandelen-in-de-uk/hadrians-wall-path-dag-per-dag/?frame-nonce=56df28e8a9