Dag 4/5/6: Sóller en omgeving

Ditmaal een ander format. Aangezien we drie dagen in Sóller verbleven kunnen dag 4, 5 en 6 iets moeilijker als een dagetappe worden beschreven, enerzijds omdat het stadje niet altijd verlaten werd, anderzijds omdat het niet echt een vast wandelpad volgde. Maar we hebben die drie dagen natuurlijk wel vanalles gedaan, en dus kan het de geïnteresseerde lezer misschien interesseren en inspireren.

Sóller

Sóller is voor Mallorca-gangers een begrip, vooral door het houten trammetje dat door de stad rijdt en menig postkaart siert. Een soortgelijke treintje vertrekt vanuit de hoofdstad Palma. De stad heeft uiteraard een gezellig plein, met bijhorende bijzondere kerk en fontein. De banco de Sóller werd dan weer gebouwd door een leerling van Gaudí. Verder staat Sóller ook gekend omwille van hun appelsienijs. Het stadscentrum heeft uiteraard ook een winkelgedeelte, waar naast de gebruikelijke toeristische zaken en kleding men ook een winkel met wandelgerief kan vinden. Voor de rest is er een klein natuurhistorisch museum met bijhorende botanische tuin.

Port de Sóller

Bovenstaand trammetje brengt de ietwat luie toerist naar Port de Sóller, de haven en residentiële en toeristische zone die aan de baai van Sóller ligt. Wij verkozen om een stuk van de GR 221 te volgen en op de plek waar een appelsienverkoopster haar waren uitstalde het pad te verlaten en richting de port te trekken. Het landschap is er soortgelijk aan de voorbije dagen, met terrassen en olijfbomen, al klim je vandaag niet erg hoog. Na een tijdje daalt het pad waarbij je de blauwe baai ziet. Eens je aan de refugi komt is het nog een goede kilometer tot aan het strand. Port de Sóller is misschien ietsje minder esthetisch, maar de ligging, in de baai en omringd door het Tramuntana gebergte is wel 10/10.

Fornalutx

Fornalutx is het tweede mooiste dorpje dat we in Mallorca hebben bezocht (het mooiste volgt in de volgende bijdrage). Het combineert de typische Mallorcaanse architectuur met smalle en steile steegjes, een mooi binnenplein en een bevolking die houdt van bloemen, waardoor deze kleine straatjes ook vaak versierd zijn. Op deze derde dag vanuit Sóller klommen we eerst naar Sa Capalleta, een bijzonder kapel in dezelfde modernista-stijl als de bank. Zeker de omweg waard. Van daaruit klim je nog verder omhoog en geniet je van het uitzicht van de Mirador de Ses Barques. De hoogte is nu tamelijk aanzienlijk, of beter gezegd, het ging heel snel omhoog, en daarna blijf je op dezelfde hoogte en kom je iets minder dan een uurtje later in Fornalutx. Na een lekkere lunch en een versgeperst glas appelsiensap, keer je via het gehucht Binibassí terug naar Sóller

Alternatieven

Er zijn nog verschillende mogelijkheden voor dagetappes vanuit Sóller. Je kan bijvoorbeeld ook naar Sa Foradada of een van de torrents bewandelen. Je kan ook verder gaan richting Deía, maar dan zitten we terug op de GR 221. (En dus bij het vervolg)

Meer wandelingen op de GR 221 vind je hier: https://fromtheseatothelandbeyond.com/gr-221-mallorca-dag-per-dag/

Dag 3: Tossals Verds – Sóller (23 km)

Tossals Verds

Net als bij de aankomst is het heerlijk wakker worden op het domein van Tossals Verds, te midden het Tramuntanagebergte, dat rond deze tijd van het jaar groener is dan tijdens de zomer. De etappe naar Sóller kan op twee manier worden gedaan, de gewone route of via pas Llis. Op voorhand had ik echter de fout gemaakt deze laatste lus op te zoeken en het (beperkt) stukje bekabeld pad had mij al zoveel nachtmerries opgeleverd dat we toch maar kozen de gewone route te nemen. Wat volgt is een van mijn favoriete wandeldagen ooit.

Tossals Verds – Cúber

De keuze voor deze route betekende wel dat we voor een stuk hetzelfde pad moesten nemen als de dag ervoor. Alleen hadden we bij het arriveren de low road gekozen, en ditmaal konden we de high road nemen, met nog een laatste blik richting Tossals Verds. Het relatief smalle pad, met een vrij scherpe maar door bomen bedekte helling baadt nog in de schaduw. De zon schijnt wel al op de beboste bergflanken. Na het smalle pad komen we opnieuw aan het stuk met de puntige stenen, die hun sporen nalaten op de wandelschoenen. Even later slaan we de andere richting uit en volgen we de artificiële waterbedding die het water vervoert in de richting van de twee stuwmeren Gorg Blau en Cúber.

We volgen het kanaal(tje), waar we in een moment van creativiteit met twee bladeren en een takje een natuurlijk bootje het water laten afvaren. Ook al begint de zon serieus te branden, het is heerlijk wandelen. Hoe dichter we bij de meren komen, hoe vaker we de Puig Major, met bijhorende militaire basis, zien verschijnen. Nadat we vanuit de verte Gorg Blau passeren is het nog even wandelen tot aan Cúber, dat, omringd door de groene terrassen en de uitlopers van de Coll de l’Offre een waarlijk mooie plek is.

Cúber – Coll de l’Offre

Het stuwmeer van Cúber heeft een maximale capaciteit van 4,6 hm³ en waar het vroeger diende om elektriciteit op te wekken voorziet het nu hoofdstad Palma de Mallorca van water, geen evidentie, aangezien het steeds droger en droger wordt op het eiland. Het is het vertrekpunt van een van de populairste routes in Mallorca. Vanaf het meer is het namelijk ook voor de minder getrainde wandelaar goed doenbaar om via de Coll de l’Offre de geweldige Barranc de Biniaraix te doen en zo de bus terug te pakken in Sóller.

Wij nemen het pad rechts van het meer, dat voor een habitat zorgt waar menig liefhebber van fauna en flora, en dan vooral de gemiddelde vogelaar, zou van gaan kirren van plezier. Het is weliswaar oppassen geblazen voor teken in het gras, leert een speciaal geplaatst bord ons. Na een kleine rustpauze op een pastoraal plekje, is het niet meer zo ver en zo hard stijgen naar de Coll de l’Offre. De plotse toename aan medewandelaars maakt duidelijk dat dit inderdaad een populaire route is.

Coll de l’Offre – Barranc de Biniaraix

Vanop de Coll de l’Offre kan je de eindbestemming van de dag zien. De baai van Sóller is duidelijk zichtbaar. Tussen Cúber, dat al op 770 meter ligt en de coll is het nog een dikke 100 meter stijgen. Vanaf dan gaat het letterlijk bergafwaarts. Op een relatief korte tijd ga je van 900 meter naar 100 meter, naar het kleine dorpje Biniaraix, via een van de meest adembenemende paden die de hele GR te bieden heeft. In dat opzicht was deze wandelrichting de juiste keuze. Aanvankelijk gaat het pad nog via een breed wandelpad tussen de bomen. Een kilometer verder, en voorbij een boerderij, kom je eindelijk aan de kloof, met bijhorende camí.

Barranc de Biniaraix – Sóller

De kloof van Biniaraix zit vervat tussen de Cornadors en de Morro. De heuvelflanken zijn bedekt met indrukwekkende terrassen, hoofdzakelijk voor de olijfteelt. Vanaf hier gaat het stijl naar beneden, door een oud pad, de camí de barranc de Biniaraix, dat via de gekende stenen paden en muren (de droge stenen!) daalt. Eens naar beneden word je nog getrakteerd op wonderbaarlijke taferelen, zoals watervallen, kanaaltjes en stapstenen over zo goed als uitgedroogde rivieren. Je zit niet ver meer van Sóller, en toch voel je je afgesloten in dit unieke landschap.

Eens van de camí af passeer je nog een klein dorpje Biniaraix en een gehucht Binibassí. Op het eerste zicht is hier niet veel te beleven, maar we konden er wel ons eerste heerlijke citroenijs van Sóller proeven. De citroen- en appelsienbomen vallen meteen op in het plekje. Een goede opfrisser. Even later zijn we na een prachtige maar vermoeiende dag op ons eindpunt.

Sóller

Sóller is een stadje in het middelpunt van de gelijknamige vallei. Oorspronkelijk gesticht door de Arabieren, net zoals bovenstaande dorpjes, werd het vanaf het einde van de 19de eeuw een gewild verblijf voor de gegoede Mallorcaan, met onder andere ook een levendige kuststrook.

Het verblijf

We zouden enkele dagen in Sóller blijven, omdat we via het bevriende koppel (met dank aan een Mallorcaanse grootmoeder) een huisje hebben. We besloten een rustdag in te lassen en nog twee daguitstappen te doen (waarover later meer).

Het eten

Omdat we nog maar pas gearriveerd zijn kozen we die eerste avond voor een restaurant op de grote markt. Het eten was op zich niet slecht, maar ik kan mij ook niet meteen herinneren wat het was dus echt ongelofelijk lekker zal het ook niet geweest zijn.

Bijzonderheden

-De Puig Major is met zijn 1445 de hoogste berg van Mallorca, maar aangezien er een militaire basis staat is het niet de hoogste berg die toegankelijk is. De basis is een Amerikaanse radarinstallatie die in 1958 werd gebouwd. (Ja, toen Franco aan de macht was)

– Een waarschuwingsbord voor teken is geen overbodige luxe. Luister naar nonkel Jeroen: Een tekentang is een basisuitrusting voor de gemotiveerde wandelaar.

– Mensen die nooit hun schone, sublieme en pittoreske natuurervaringen uit elkaar kunnen houden, kunnen hier terecht voor een historisch correcte uitleg.

– De namen in de directe omgeving van Sóller wijzen weer op een grote moslimaanwezigheid. (Herinner je dat Bin een hint is, komende van Ibn). In Sóller zelf is er nog een jaarlijks feest waarbij de verdrijving van Moorse piraten wordt gevierd. (Ja, er is ook wel een flinke portie zwarte gezichtsverf en kromzwaarden)

Meer wandelingen op de GR 221 vind je hier: https://fromtheseatothelandbeyond.com/gr-221-mallorca-dag-per-dag/

Dag 2: Lluc – Tossals Verds (16 km)

Son Amer

De refugi van Son Amer wordt verlaten met zowaar een hele reeks wolken als gezelschap. Die dag zijn er enkele buien voorspeld. Het is echter ook de etappe met de hoogstgelegen passages en de mooiste vergezichten en dus was het hopen op korte pijn met daarna veel opklaringen. En zo geschiedde. Maar eerst was er nog de afdaling naar Lluc en de mistige beklimming richting de trappenformatie van de camí de ses Voltes d’en Galileu.

Son Amer – Camí de ses Voltes d’en Galileu

De eerste afspraak van de dag bestaat dus uit de beklimming van de trappen van de camí de ses Voltes d’en Galileu, een sneeuwpad met treden, dat boven de boomgrens klimt. Het eerste deel van het pad, tussen Lluc en de trappen zelf, stijg je al een goede 450 meter. Dit stuk kronkelt zich voornamelijk een weg naar boven via herderspaadjes. Nog steeds zeer steil, maar best doenbaar dankzij het betere bochtenwerk. Onderweg word je nog getrakteerd op enkele bezienswaardigheden. Zo zijn er enkelen kolenhutten te zien alsook de sneeuwhut (casa de neu) van Son Macip.

DSC02949

Mallorcaans vakmanschap

In deze sneeuwhuizen werd sneeuw en ijs samengepakt en in de zomer gebruikt in de gastronomie (ijs en drank) en geneeskunde (bv. tegen brandwonden). Deze gebruiken dateren van de 17de eeuw. De vallei van Lluc is ondanks de nevel waarin we ons bevinden zichtbaar. En dan komen we aan de trappen, hoewel een aangenaam pad, toch even spannend aangezien naast ons de grote diepte loert.

Camí de ses Voltes d’en Galileu – Coll des Prat

Eens de “trap” op, kom je eventjes op een stuk dat niet stijgt (of daalt). Het zicht is een mooie beloning voor het eerdere gezwoeg. De Serra de Tramuntana steekt grillig af tegen de blauwe zee op de achtergrond. Dit gaat op dat moment nog niet gepaard met mooie blauwe lucht. Wel zien we de volledig gerestaureerde Casa de neu d’en Galileu, een indrukwekkend bouwwerk op 1090 meter. Het sneeuwhuis is 14 meter lang, 7 meter breed en 6 diep en moet dus heel wat ijs hebben bevat. In de buurt staat ook nog een ruïne van een huisje, waar het perfect schuilen is voor de miezer die plots opsteekt (en de koude wind).

Het is nog eventjes klimmen langs een smal pad met stekelige en scherpe planten (met blote benen moet je wel degelijk oppassen voor schrammen). Na een goede vijfhonderd meter ga je over de Coll des Telègraf. Het pad meandert vanaf daar in allerlei bochten, dan weer dalend, dan weer stijgend. Het landschap is adembenemend en door het feit dat de Serra de Tramuntana vertrekt van de zeespiegel heb je ook het gevoel dat je ondanks de “maar” 1000 meter toch hoog zit. Ondertussen zijn de wolken verdwenen. Het blijft wel redelijk fris, onder de 20 graden en boven de 1000 meter met toch nog een aanzienlijke wind, maar het gebergte fleurt op. In de verte kan je de Puig Major zien, de hoogste top van Mallorca (1445 m) die echter niet te beklimmen is aangezien er een militaire basis staat. Nog een sneewhut verder ga je na een diepe daling, een redelijk steile klim, een klein plateautje met fantastisch uitzicht nog een keer omhoog en zo naar de Coll des Prat, het hoogste punt van de dag met zijn 1205 meter.

Coll des Prat – Tossald Verds

Vanaf de coll is het in totaal 700 meter dalen op een goede 6 km. Dat gaat aanvankelijk gestaag, in eenzelfde soort landschap, maar gaandeweg is de boomgrens daar terug. Vanaf dan wordt het ook ietsje zwaarder dalen. Eens het bos in, verandert het landschap wel en komen er ook enkele nieuwe, interessante ijkpunten, zoals de Font des Prat, ook wel gekend als de bron van de Massanella, een ideaal rustpunt aan een klein riviertje (de dagen en weken voor onze reis heeft het best nog wel wat geregend). Daarna wordt het pad wat moeilijker begaanbaar, met veel puntige stenen die de zolen van de wandelschoenen testen. In de verte is een viaduct dat tegen de rotswand hangt te zien. Het laatste stuk loopt door een groene strook, waar je kan kiezen tussen de high en de low road. Aangezien we morgen opnieuw langs deze weg moeten komen, kiezen we deze keer voor de laagte. Uiteindelijk komen we aan in onze tweede refugi, die van Tossald Verds, afgesloten van de rest van de wereld.

Tossals Verds

De refugi van Tossals Verds is genoemd naar de gelijknamige top en het domein waarop het ligt. Net als deze van Son Amer beschikt het over goede basisvoorzieningen. Dit keer is er wel warm water. Er zijn ook wel de obligatoire Duitsers, die ditmaal ook moeilijk hun kleren kunnen aanhouden. De volksaard waarschijnlijk.

Het verblijf

Zie boven.

Het eten

Net als de eerste dag kregen we een grote schotel met sla, tomaten, paprika en rode ui, verdrinkend in een vinegrette.

Bijzonderheden

– Naast de twee eerder vermelde sneeuwhuizen kom je er nog een paar tegen, hoewel in een iets mindere staat, zoals de Case Redona d’en Rubi en de Case de neu de Son Lluc. Die laatste is al redelijk begroeid met struiken. De eerste wordt het eerst vermeld in 1637, de tweede in 1711.

– Dankzij deze sneeuwhuizen kon de bevolking van Mallorca al vroeg genieten van ijsjes en gekoelde dranken. Onder andere de Can Joan de s’Aigo, een café dat in de vroege 18de eeuw werd geopend, lokte volk naar Palma de Mallorca met ijs en gekoelde dranken.

Meer wandelingen op de GR 221 vind je hier: https://fromtheseatothelandbeyond.com/gr-221-mallorca-dag-per-dag/

Dag 1: Pollença – Lluc (17 km)

Pollença

Pollença is een voormalig Romeinse nederzetting (waar dus ook nog een Romeinse brug is, hieronder by night) van ongeveer 17.000 inwoners en de start van de GR221. Het ligt niet al te ver van Palma de Mallorca en je geraakt er vlot met de bus. Pollença is vooral gekend vanwege de Calvari, een heuvel met 365 trappen, vergezeld van rijen cipressen en enkele kruisen die samen de kruisweg van Jezus Christus symboliseren. Aan de top van deze beklimming ligt de kerk van de Virgen de los Ángeles. Op de eerste dag, tussen Pollença en Lluc stijgt het al aanzienlijk, van 50 naar ongeveer 700 meter, waarna je een klein beetje daalt richting de refuge.

Pollença – Font de Muntanya

Het begin van de dag is een beetje een noodzakelijk kwaad. Je wandelt een stuk langs de weg, maar na een goede kilometer mag je geluk links afslaan, waar je een klein wandelpaadje vindt dat langs de rivier stroomt. Dit deel is niet echt onderhouden, maar dat gegeven is op de hele GR221 bekeken beperkt. Na het betere klimwerk op een gammel houten laddertje, wandel je langs een stuk van de En Marc vallei, met heel wat groene, vruchtbare grond, meestal bebouwd met onder andere de zo karakteristieke olijfbomen.

DSC02887

De En Marc vallei

Vanaf daar volg je de Camí Vell, de middeleeuwse route tussen Pollença en het klooster van Lluc. Hier begin je echt te klimmen. De paden zijn goed onderhouden en kronkelen langsheen de helling, waardoor je wel serieus omhoog gaat, maar het meestal wel gestaag is. Je kan ook altijd wel een plekje in de schaduw van de bomen vinden om wat uit te blazen. Het pad langs de droge rivierbedding leidt uiteindelijk naar de bron (font) van Muntanya, waar een grote, ronde steen perfect fungeert als picknicktafel.

Font de Muntanya – Binifaldó

De weg klimt nog verder, en je hebt zicht op de puig (Mallorcaans voor heuvel of berg) Gros de Ternelles en de Puig Tomir. Even verder zie je ook de Puig Caragoler. Al deze toppen worden op de officiële GR-route echter links gelaten, al kan je even verder op het pad wel de afslag nemen naar Puig Tomir (1103 meter). Op een goede 600 meter kom je aan Binifaldó. Vandaag de dag huist hier een educatief centrum over de Serra de Tramuntana. Het grootste klimwerk zit er dan op, al is dit niet het hoogste punt van de dag.

DSC02908

Zicht op de Tramuntana

Binifaldó – Refugi de Son Amur

Vanaf hier is het nog een goed uur en half naar de Refugi de Son Amer, de officieuze eindhalte van de dag. Heel even worden we vergezeld door een bende schapen. Het pad blijft kronkelen doorheen de bossen, richting twee colls, de Coll de Pedregaret (het is hier dat je de zijroute richting Puig Tomir kunt nemen) en de Coll Pelat, het hoogste punt van de dag. De coll zit echter verborgen tussen de bomen, dus op echt mooie vergezichten word je hier niet getrakteerd. Gelukkig compenseert de route zelf dit voldoende.

DSC02917

Hoera, ook in Mallorca zijn er schapen

Het laatste stuk gaat zowaar in dalende lijn. Het is hier dat we onze eerste terrassen van de reis voorgeschoteld krijgen. Neen, het gaat hier dan niet over terrasjes (die zijn voor later), maar wel over de terrassen die gebruikt werden (en worden) om de heuvelachtige gebieden van het Tramuntanagebergte te cultiveren. Het is niet alleen praktisch, maar heeft ook iets esthetisch.

DSC02925

Wat een de achtergrond (en voorgrond)

Nog een laatste afdaling en we komen uiteindelijk aan de Son Amer Refugi aan. De refugi’s zijn de verblijven die je doorheen de GR221 kunt vinden. Je hebt er de absolute basis, maar na een dag wandelen heb je ook niet meer nodig dan dat. Het enige probleem met deze refugi was dat het warme water op was. Gelukkig zijn we geen luxepaardjes. Daarvoor was de nood aan een douche ook te groot.

DSC02926

Aankomst aan de Son Amer Refugi

Lluc

Deze eerste wandeldag viel qua zwaarte nog goed mee, waardoor we nog een kleine zijuitstap naar Lluc konden doen. De Santuari de Lluc is een klooster met een oorsprong in de 13de eeuw. Een Moorse herder zou hier een standbeeld van de maagd Maria hebben gevonden. Vandaag is het nog steeds een belangrijke religieuze site en pelgrimsoord, maar het huisvest ook onder andere een hostel, een kostschool en enkele faciliteiten gericht op de toerist. Leuk als je er toch bent, maar verder niet al te speciaal.

DSC02930

Uitblazen in Lluc

Het verblijf

Zoals hierboven al gezegd is de Refugi de Son Amer een goed verblijf met een basisuitrusting. In ons geval dus stapelbedden, koud water en een gezamenlijke eetzaal. Het aanwezige personeel was weliswaar vriendelijk. De medegasten bestonden hoofdzakelijk uit Duitse wandelaars, die nogal de vreemde gewoonte hebben om hun kledij niet te kunnen aanhouden. Wat soms tot rare toestanden leidt.

Het eten

Uit sympathie met onze medereizigers namen wij ook het vegetarisch menu. Er was echter iets misgelopen met de bestelling waardoor we in olie verzuipende sla, tomaten en rode ui kregen, en een snel bij mekaar gehaspelde omelet.

Bijzonderheden

– Zowel Pollença en Lluc zijn belangrijke religieuze sites. De Calvari speelt vanzelfsprekend een belangrijke rol in de festiviteiten van de heilige week.

– Mallorca was lange tijd in handen van de Arabieren. Dit kan je vooral merken aan de plaatsnamen. Binifaldó komt oorspronkelijk van Binihaldon, of zonen van Haldum. De staat claimde het in de negentiende eeuw voor zich, terwijl het daarvoor in het bezit van het klooster van Lluc was. De minister van financiën werd prompt geëxcommuniceerd.

– Een goede reisgids toont welke bronnen drinkbaar zijn en welke niet. De font de Muntanya is bijvoorbeeld geschikt om de drankfles te vullen.

Meer wandelingen op de GR 221 vind je hier: https://fromtheseatothelandbeyond.com/gr-221-mallorca-dag-per-dag/

Gr 221: Een korte samenvatting

BREAKING: Na het afronden van de blogreeks over Hadrian’s Wall Path (Noord-Engeland) en Offa’s Dyke Path (Wales/Engeland) gooi ik het ditmaal over een andere boeg en vooral een ander land. Geen groene heuvels met schapen, geen Normandische kastelen, Romeinse muren, fish & chips, pubs, heuvels met meer medeklinkers in hun naam dan wenselijk of uitspreekbaar. Voor de volgende route gaan we iets zuidelijker, naar het Balearische eiland Mallorca, alwaar we de GR221 of de Ruta de Pedra en Sec vinden.

DSC03024

Het Tramuntana-gebergte, hoofdrolspeler op de GR221

La Ruta de Pedra en wat?

De GR 221 kreeg als naam La Ruta de Pedra en Sec, in het Nederlands vertaald als de route van de droge stenen. Websites geven doorgaans een verschillende verklaring voor de naam. Soms gaat het over de rotsformaties van het Tramuntanagebergte, soms gaat het over de stenen paden langswaar het pad trekt, en soms is het afkomstig van de muurtjes en de terrassen die doorheen de eeuwen op Mallorca werden gebouwd, waarbij de stenen vakkundig op elkaar werden gestapeld.

Wat nu precies dé juiste verklaring is, maakt niet zoveel uit. De drie bovenstaande uitspraken kloppen stuk voor stuk. Het Tramuntanagebergte is het overgrote deel van de reis de metgezel langswaar het pad kronkelt. Omdat het vanaf de lente warm wordt op Mallorca, krijg je vaak kale, dorre rotsformaties te zien. De paden zijn langs de andere kant ook vaak geplaveid, een erfenis van de vroegere herderspaden, die door de Consell de Mallorca worden beheerd en gerestaureerd. En tegelijk gaat de weg vaak langsheen muren, met vergezichten op de terrassen waar hoofdzakelijk olijfbomen worden geteeld. Voer hier nog zon, zee en lekker en vers eten aan toe, en je hebt de perfecte setting voor een mooie wandelroute.

Een wandelroute?

De GR 221 bevindt zich langs de noordkant van het eiland en gaat van het oosten (Pollença) naar het westen (Port D’Andratx). De latere etappes zijn wel nog niet helemaal bewegwijzerd. Hier doet men best beroep op een kaart en de zogeheten steenmannetjes, een opeenstapeling van stenen die de wandelaar moet leiden doorheen bossen en gebergten. Het overgrote deel, tussen Pollença en Deià is wel heel duidelijk aangegeven. Hier verloren lopen is moeilijk. Naast de officiële route zijn er ook enkele lussen. Mallorca heeft namelijk nog heel wat andere mooie wandelpaden in de aanbieding.

De blogpost zullen wel nog dezelfde logica volgen, maar toch zullen er enkele zaken anders zijn. Ten eerste is de GR 221 in hoofdzaak een pad door de natuur en minder dan de vorige twee een met historische en culturele zij-attracties. Daar waar er opduiken, zal er natuurlijk wat duiding gegeven worden. Ten tweede verbleven we ook enige tijd op dezelfde plek, in Soller. We deden deze route samen met twee vrienden, waarvan de grootmoeder van een van hen van Mallorca afkomstig is en daar dus ook een huisje heeft. Soller was de uitvalsbasis voor drie dagen. Daarom is “verblijf” en “eten” niet altijd relevant voor iemand die geïnteresseerd zou zijn in de route. Los van dit alles is de GR 221 een prachtige wandelroute op een fantastisch eiland. Ik nodig de lezer dus van harte uit op de Ruta de Pedra en Sec!

DSC03177

De wegwijzers op de GR 221

Dag 8: Brompton crossroads – Knighton (23 km)

Montgomery

Op de laatste dag stonden we voor een klein dilemma. Als wandelpuristen doen we graag alles maximaal te voet. Maar het pad van Montgomery naar de startplaats van dag 8 betrof 5 kilometer en het was eveneens redelijk hellend. Dus besloten we om toch maar een taxi te nemen. (Een redelijk dure taxi uiteraard, want deze moest nog van redelijk ver komen). Het gedeelte dat we vandaag zouden doen is gekend als de “switchback”, een spel van continu stijgen en dalen in de Shropshire Hills. Uitdagend, zo zou blijken.

442

Wandelen in de aangename zomerzon

Brompton Crossroads – Newcastle on Clun (11 km)

Het grootste deel van de dag heb je de Dyke als metgezel. In het eerste stuk wandel je er zelfs op. Het is op zich tof, alleen hebben konijnen er zich mettertijd meester over gemaakt, waardoor je moet oppassen dat je niet struikelt over een pijp. Tijdens de eerste kilometers klimt het pad aanvankelijk nog gestaag, via de Kerry ridgeway, een pad dat al in het Bronzen tijdperk werd gebruikt. Het is na een tijdje dat je aan de eerste serieuze beklimming komt. Hoewel de hellingsgraad vrij moordend is, staat het op de kaart zelfs niet aangeduid als heuvel. Dat is het voor- en nadeel van wandelen in Engeland. Je mag er door de velden en weiden, maar dat betekent ook dat het pad niet slingert maar gewoon recht naar omhoog en omlaag gaat.

Die daling is redelijk gevaarlijk, aangezien je opnieuw op de Dyke met konijnenpijpen moet wandelen en je dus nog meer risico loopt om je voet verkeerd te zetten. Gelukkig komen we in een stuk beneden, aan het pittoreske kerkje van Churchtown, alwaar we werden verwelkomd door de klanken van het plaatselijk kerkkoortje. En dan kwamen de heuvels er eindelijk aan. Eerst via een bos naar Hergan (408 meter) en dan naar het lagergelegen Graig Hill (369 meter). Uiteindelijk gaat het weer een hele stuk naar beneden, tot je op de weg naar Newcastle on Clun komt, wat je links mag laten liggen.

451

Een kerkje tussen de heuvels

Newcastle on Clun – Knighton (12 km)

Het tweede deel volgt ongeveer hetzelfde stramien. Op en neer, steeds zo direct en steil mogelijk. Het geeft zeker de nodige fysieke uitdaging en mooie vergezichten, maar elke beklimming wordt wel zwaarder. Het grootste stuk stijgen is het naar Llanfair Hill (432 m). Eens daar aangekomen mag je genieten van een heel lang stuk Dyke dat eerst aan de rechter- en dan weer aan de linkerzijde opduikt. Een perfecte plaats voor een picknick.

Hierna staan er nog twee heuvels op het menu. De groene heuvels blijven nog even het decor van een mooie maar vermoeiende wandeling. Het betreft de Cwm-Sanaham Hill (406 m), met een trig point van waaruit je in de verte al de eindbestemming van de dag kunt zien. Daarna gaat het weer een heel stuk naar beneden om via een smal padje en vervolgens langs een bomenreeks naar de laatste heuveltop van de dag te gaan, Panpunton Hill (376 m). Na een kleine rustpauze (de voeten doen op dat moment al serieus pijn), is er nog een affreuze afdeling, waar het leek alsof mijn knieën het zouden begeven. Uitgeput maar tevreden komen we aan in Knighton, waar nog even langs het kleine Offa’s Dyke Centre passeren.

467

Langsheen de Shropshire Hills

Knighton

Ons avontuur langs Offa’s Dyke eindigde uiteindelijk in Knighton, voorbij ietsje meer dan de helft van het wandelpad. Op dat moment leek het meer dan voldoende, al is de completist in mij altijd een beetje lastig als ik niets kan afmaken of -wandelen. Wat we zagen van de national trail was echter fantastisch. Vanaf het begin, aan het strand van Prestatyn, doorheen de Clwydian range, volgden ook nog o.a. de puinhellingen van Llangollen, bossen, viaducten en acquaducten, grootse kastelen en ruïnes, kanalen, riviertjes en meren. Offa’s Dyke Path is een uitdagend maar mooi pad, met een goede mix tussen natuur en cultuur.

484

Een Jeroen with a view

Het eten

In The Horse & Jockey Inn besloten we om eens iets anders te proberen en namen we beiden eerder Mexicaans geïnspireerde voeding. Lekker, maar pikant. Gelukkig was er nog een lokaal biertje om de keel te blussen.

Het verblijf

Offa’s Dyke Guesthouse was zeer net, met een goed en welgekomen bed. De gastvrouw was een beetje excentriek (lees: verwarde kunstenarestype) en hoewel ze op dat moment misschien niet uitblonk in traditionele gastvrijheid, ontving ik achteraf wel nog een vriendelijke mail. Misschien was ze gewoon niet zo goed in de omgang met mensen, maar dan is een B&B wel wat raar.

Bijzonderheden

– Na deze dag volgt er nog een soortgelijke dag tussen Knighton en Kington. Op dat moment vroeg ik mij af hoe mijn arme voeten en knieën zich zouden voelen om een twee dag op rij op en neer te gaan.

– De hoogtepunten van het tweede gedeelte van Offa’s Dyke zijn onder meer een passage door de Brecon Beacons, met ook het hoogste punt van de reis rond de 700 meter, Tintern Abbey, de stad van de boekenwinkels Hay-on-Wye, de boekenhoofdstad van het Verenigd Koninkrijk en Chepstow met het indrukwekkend kasteel.

Meer wandelingen op Offa’s Dyke Path vind je hier: https://fromtheseatothelandbeyond.com/wandelen-in-de-uk/offas-dyke-path-dag-per-dag/

Dag 7: Welshpool – Montgomery (17 + 1,5 km)

Welshpool

We waren Welshpool binnengewandeld via het kanaal en besloten een andere weg te nemen om terug richting het pad te wandelen. Soms is het reeds begane pad de betere optie. Via de binnenstad en doorheen de weinig charmante wegen van de buitenwijken kom je uiteindelijk toch langs het kanaal terecht, en maar goed ook. Het zorgde voor een extra 2,5 km. Maar deze voorlaatste dag herbergt wel enkele mooie plekken.

397

Nog een keer langs het kanaal

Welshpool – Kingswood & Forden (10 km)

Het eerste gedeelte van de wandeling is een redelijk stijle trek naar de top van Beacon Hill, een oud heuvelfort dat nu beplant is met beuken en met als kers op de taart ook nog een zendmast. Dankzij de gele graanvelden is de weg naar boven niet enkel uitdagend maar ook visueel aangenaam. De top is een ideale plek voor een korte pauze.

404

Naar Beacon Hill

Het hoogtepunt van de dag is waarschijnlijk de passage door Leighton Estate, een aangenaam pad door een indrukwekkend bos. Dit bos wordt niet enkel gebruikt om wandelaars te behagen, maar ook voor de fok van fazanten. Het mag dan wel leuk zijn om even omringd te zijn door een hondertal manische vogels, het is echter meteen duidelijk dat het hier gaat om gekweekt kannonenvoer. Eens het bos uit passeer je langs de kleine dorpjes Kingswood & Forden.

418

De fazanten zijn niet de enige rare snuiters in het bos

Kingswood & Forden – Montgomery (8,5 km)

Het tweede deel, richting Montgomery, is eerder pastoraal en gaat vooral langs velden en akkers. De historicus kan zich nog even “laven” aan de wetenschap dat een van de bloedigste veldslagen in de Engelse civil war van de 17de eeuw zich in de omgeving van Montgomery afspeelde. Tijdens deze kleine 10 kilometer krijg je ook nog wat van de Dyke zelf te zien. Het is een rustige passage, niet al te opvallend, maar wel aangenaam om te wandelen.

426

Langs de velden met Montgomery in de verte

Montgomery

Montgomery zelf is waarschijnlijk een van de leukste plekjes op dit eerste gedeelte van Offa’s Dyke, een klein dorpje met pittoreske huizen. Ondanks de relatief beperkte grootte kan je er ook nog wat uren doorbrengen als je wat vroeger bent aangekomen. Het plaatselijke museum heeft een opzienbarend interessante collectie en het kasteel, hoewel een ruïne is de moeite, omwille van de restanten maar ook vanwege de uitleg die je tijdens het bezoek krijgt.

427

Even uitblazen op het dorpspleintje

Het eten

Ook hier werd weer getoond dat je op verbazingwekkend kleine plekjes dankzij een redelijke toeristische wandelroute verfijnd en lekker kunt eten. Ikzelf koos voor een risotto en Sara ging voor een vegetarische pasta. Ik heb ook goede herinneringen aan de chocoladecake.

Het verblijf

The Dragon Inn is een net hotel met ruime kamers en een goede douche (altijd belangrijk als je gaat wandelen). Het personeel was ook zeer behulpzaam, wat handig was aangezien we nood hadden aan een taxi voor de volgende dag.

Bijzonderheden

– Het grensgebied was reeds vanaf de invasie van Willem van Normandië van groot strategisch belang en stond gekend als de Marshes, een buffergebied tussen Engeland en de Welshe koninkrijken.

– Montgomery kreeg zijn naam dankzij de Normandische edelman, en getrouwe metgezel van Willem van Normandië, Roger de Montgomery.

435

Deel van Montgomery Castle

Meer wandelingen op Offa’s Dyke Path vind je hier: https://fromtheseatothelandbeyond.com/wandelen-in-de-uk/offas-dyke-path-dag-per-dag/

Dag 6: Llanymynech – Welshpool (18,5 km)

Llanymynech

De regen die een code geel had gerechtvaardigd, had vooral ’s avonds lelijk huis gehouden. Gelukkig zaten we toen al eventjes in de veiligheid, warmte en droogte van onze kamer. Op deze zesde wandeldag zou er weliswaar ook wat nattigheid vallen, alleen was het eerder miezer dan een volwaardige bui. Nadeel is wel dat je er even nat van wordt en dat het er ook voor zorgt dat je niet meteen een droge plek vindt om te pauzeren, waardoor we ons middagmaal half zittend onder een boom moesten nuttigen. Het was echter een redelijk vlakke, maar helaas ook vrij monotone etappe.

Llanymynech – Pool Quay (14,5 km)

In feite begon en eindigde deze zesde dag op dezelfde manier, langs een kanaal. Het kanaal van Montgomery is hetzelfde kanaal dat we op dag 4 tegenkwamen, tussen Llangollen en Chirk. Hier is het in eerste instantie licht verloederd. Het is dus wat minder mooi voor de dagjestoeristen die graag met hun boten varen, maar voor de wandelaar die houdt van een beetje Romantische chaos is het wel aangenaam. Zeker aangezien we af en toe een zwanennestje passeren.

345

Een lichtjes verloederd kanaal kan ook mooi zijn

Na het kanaal duikt het pad de weilanden in. De nevelwolken en lichte mist geven het landschap nog een zeker karakter, maar het kan niet verbergen dat je 8 km lang dezelfde, ietwat saaie weg volgt. Er zijn wel enkele lichtpunten. Zo wandel je een stuk op de dijk, volg je voor het eerst de rivier Severn en zie je in de verte ook een indrukwekkende groeve opduiken. Het ligt misschien ook aan het feit dat ik die dag zelf niet in beste vorm was, en dus heel de tijd op Sara’s kleurrijke rugzakregenhoes moest kijken.

361

Het uitzicht van een man met een mindere wandeldag

Pool Quay – Welshpool (4 km)

Alsof dat nog niet ‘erg genoeg’ was, moesten we nog voorbij de grootste hindernis van de dag. We hadden al reeds ontdekt dat koeien nogal assertief uit de hoek konden komen, maar net voor Pool Quay, een klein dorpje, wachtte een sliert koeien ons op, allemaal netjes op een rij, ietsje hoger gepositioneerd, op de Dyke zelf, ons aanstarend als een bende vorte sekteleden. Associaties met Children of the corn waren onvermijdelijk. Op dat moment gebeurde er iets bizar. Een van de koeien liep naar beneden op ons af. Je zou dan kunnen denken dat het niet onlogisch is dat een moeder haar kalfje verdedigt, ware het niet dat het het kalfje was dat ons leek te willen aanvallen. Alsof het een bende wilde honden betrof, probeerden we snel maar geruisloos voorbij de colonne koeien te wandelen. Sindsdien hebben runderen hetzelfde effect op mij als vrachtwagens op de autostrade. Hoe sneller ik er langs ben, hoe beter.

366

Psycho Killer, qu’est-ce que c’est?

Eens Pool Quay voorbij werd ons gelukkig wat rust gegund en kwamen we opnieuw aan het Montgomery Canal. Dat bleven we nog verder volgen dan de feitelijke eindhalte van de dag, Buttington, richting Welshpool, een klein maar gezellig stadje. Door de regen hadden we niet al te veel pauze gehad. In feite hadden we de 18,5 km zo goed als in een trek gewandeld. We (of vooral ik) strompelden dan ook Welshpool binnen, maar voor we op onze lauweren gingen rusten, bezochten we nog Powis Castle (zie onder)

Het eten

Een vreemdsoortig keten, type Lunch Garden, waarbij je zowel wereldkeuken, als hamburger, als pizza als vol-au-vent kunt eten. Niet meteen onze eerste keus, maar de andere opties in Welshpool waren vreemd genoeg volboekt en dit werd ons aangeraden door de eigenaar van de B&B.

Het verblijf

The Stone House is een recent (toch in 2015) gerenoveerde B&B, met een vriendelijke gastheer, een goed ontbijt en een meer dan degelijke packed lunch. Het is gelegen in Welshpool, ongeveer drie kilometer van de route, maar het is sowieso handig om naar daar uit te wijken wanneer je op dit punt komt.

Bijzonderheden

  • Het kanaal werd in 1936 officieel gesloten. De restoratie is sinds 1987 traag maar gestaag bezig.
  • Koeien zijn wel degelijk gevaarlijke dieren. In het Verenigd Koninkrijk zijn er elk jaar 4 à 5 doden door koeien, 74 sinds 2000. Maar het cijfer van aanvallen door koeien ligt hoger. Ook opvallend. De aanvallen gebeuren wel degelijk eerder door koeien dan stieren.
  • Powis Castle is zonder twijfel mijn favoriete kasteel in Wales. Oorspronkelijk gebouwd in de 13de eeuw, kende het zijn glorieperiode onder Edward, zoon van Clive of India, die zelf ook governeur van Madras was. Het kasteel wordt gekenmerkt door prachtige kamers, kunst, artefacten en kledij van over de hele wereld en vooral een prachtige tuin.
379

Powis Castle

Meer wandelingen op Offa’s Dyke Path vind je hier: https://fromtheseatothelandbeyond.com/wandelen-in-de-uk/offas-dyke-path-dag-per-dag/

Dag 5: Chirk – Llanymynech (14 km)

Chirk

Na drie dagen Llangollen kwam er alweer een einde aan mijn achtste verblijf hier. Het vertrek was een klein beetje in mineur. Het voor- en nadeel van reizen met moderne middelen is dat men het weer goed in de gaten kan houden. Wie de Hadrian’s Wall Path blog heeft gelezen, weet dat we totaal onwetend in een code oranje-wind hebben gewandeld. Deze keer was er een oranje code voor regen. Regen is erger dan wind. Er moest dus goed gewikt en gewogen worden.

Chirk  – Racecourse common (7 km)

Het voordeel was dat we hier beschikten over een lokale bron die het terrein kende en kon inschatten of code oranje ook daadwerkelijk iets betekende in weertermen. In onderling overleg werd de avond ervoor besloten om een stuk van de route te skippen. De wandelautist in mijn stierf een beetje (Ik word al lastig als ik een strook van 100 meter moet overslaan, laat staan 7 km), maar veiligheid voorop. En dus stonden we om half 9 klaar voor een lift richting Racecourse common, een paardenrenbaan uit de vroege negentiende eeuw, die vandaag in onbruik en verwilderd is.

289

Ik heb iets met paarden

Racecourse Common – LLanymynech (14 km)

Vanaf de renbaan gaat het doorheen een bos waar de dyke meermaals als metgezel fungeert. De bomen hebben er met de jaren hun weg opgevonden, maar de grote aarden ophoping is duidelijk te zien langs een redelijk groot traject in racecourse wood. Al heeft men wel de reisgids nodig om een duidelijk onderscheid te zien tussen de dyke en natuurlijke ophopingen die doorheen de eeuwen gevormd werden. De meeste kleine heuvels zaten in het eerste deel. Daarom is de 14 km die we toch nog kunnen doen niet meteen de meest boeiende.

298

De Dyke

Er zijn wel twee kleine heuveltjes, na de dorpjes Tyn-y-coed en Trefonen. Eerst is er de Moelydd, 285 meter, met een redelijk mooi panorama. Daarna is het eventjes dalen richting Nant-Mawr en Porth-Y-Waen. Na een oude spoorlijn, nu in ongebruik, gaat het naar de laatste en waarschijnlijk mooiste klim van de dag. Via een golfbaan kom je op Llanymynech Hill, met zijn 226 meter ook niet echt hoog, maar het is wel gelegen aan een oude kalksteengroeve, nu een natuurreservaat, met het soort geit waar men in de middeleeuwen al eens graag een duivelsfiguur uit puurde. Van daaruit is het afdalen naar Llanymynech zelf. Ook in dit dorpje bevinden zich nog restanten van de kalkeenindustrie, zoals een grote bakoven, zeker een bezoekje waard.

318

De nakende regen

Het eten

Voor de verandering een hamburger.

Het verblijf

Llanymynech lijkt te bestaan uit vier straten, maar telt toch 1700 inwoners. Uiteindelijk vonden we met het Cross Keys Hotel een degelijke, nette verblijfplaats om de regen, die pas later kwam, te trotseren.

Bijzonderheden

  • Llanymynech lijkt op zich niet zo moeilijk om uit te spreken, maar het is mij nooit gelukt. Integendeel, ik heb mening wenkbrauw doen fronsen met mijn uitspraak.
  • De grens tussen Wales en Engeland werd heel duidelijk door twee borden die je verwelkomden in beide.
  • De duivelse geit, QED.
315

Satan is watching you

Meer wandelingen op Offa’s Dyke Path vind je hier: https://fromtheseatothelandbeyond.com/wandelen-in-de-uk/offas-dyke-path-dag-per-dag/

Dag 4: Llangollen – Chirk (16 km)

Llangollen

Het is een gouden regel onder de wandelaars. Na een zware dag plan je best een kortere etappe in, zeker als je die luxe hebt. Na de onverwachte uitputtingsslag van de derde dag was er een relatief korte wandeldag gepland op dag 4. Aangezien we ’s avonds terug naar de hostel zouden gaan, konden we gewoon met een beperkte rugzak en alle tijd van de wereld genieten.

211

Op de Panorama Walk

Llangollen – Froncysyllte (7 km)

Na een korte klim richting Offa’s Dyke Path vanuit Llangollen begint de dag opnieuw zoals de vorige geëindigd was, langs de brede, geasfalteerde Panorama Walk. Het uitzicht is inderdaad mooi, al is asfalt natuurlijk minder aangenaam aan de voeten en zijn de passerende auto’s ook een (licht) storende factor in de zoektocht naar peis en vree. Gelukkig duik je al snel een bos in, meer bepaald Trevor Hall Wood.

Trevor Hall is een Victoriaans landhuis dat vandaag gedeeltelijk gebruikt wordt voor recepties en trouwfeesten. Het bos maakt deel uit van het domein, maar, zoals dat zo vaak gaat in het Verenigd Koninkrijk, is het wel toegankelijk door middel van een vast te volgen wandelpad. Het bos zelf is anders dan het gruwelijke Llandegla bos (zie dag 3) feeërieker, en herinnert de wandelaar er weer aan waarom J.R.R. Tolkien Wales gedeeltelijk als inspiratiebron nam voor zijn Midden-Aarde.

219

Wél een tof bos

Eens het bos uit ga je onder een tunnel en kom je via een poortje in een weide met paarden. Het is hier waar ik een van de diepere dierenconnecties uit mijn leven heb mogen ervaren, dankzij een kortstondige maar innige vriendschap met een paard. De selfie was al leuk, maar toen het dier het grootste stuk van de weide niet afweek van mijn zijde, had ik even het gevoel dat ik een echte paardenfluisteraar was. Helaas kwam het afscheid er snel aan. Na een korte middagpauze in Trevor, ging het naar Froncysyllte (alweer een makkelijke naam) waar het bekende (toch in het Verenigd Koninkrijk) aquaduct van de Schotse ingenieur Telford staat.

231

Vriendschap voor het leven

Froncysyllte – Chirk (9 km)

Hou je vast. Het aquaduct in Froncysyllte heet Pontcysyllte. Oorspronkelijk maakte het deel uit van een plan om de Severn in Shrewsbury te verbinden met de Mersey in Liverpool. Het aquaduct werd gebouwd in 1805. Maar de nodige middelen waren niet aanwezig om het hele traject af te maken en de komst van de trein zorgde ervoor dat ook het kanaal van Llangollen niet lang voor industriële doeleinden werd gebruikt. Het  is vandaag nog wel operationeel (bevaarbaar) maar dan eerder voor pleziervaarten. Af en toe zie je er ook nog de bekende bootjes die door paarden worden getrokken. Telfords aquaduct is wel het oudste en langste nog bevaarbare aquaduct van het Verenigd Koninkrijk en is met z’n 38 meter hoogte ook indrukwekkend.

Het pad volgt het kanaal een paar kilometer, tot je aan de zogenaamde Irish Bridge naar beneden moet en terug de groene weilanden intrekt. Het goede nieuws is dat er ook meer (of beter gezegd iets) van Offa’s Dyke te zien is.  In eerste instantie is het nog redelijk subtiel, maar na een tijdje is de aarden muur duidelijk waarneembaar. Na een stevig stuk dalen draait het pad rond Chirk Castle (zie onder), waar achter de omheining Offa’s werk te bewonderen is. Het is vanaf daar nog een half uurtje naar het eindpunt van de dag (Castle Mill) en voor ons nog twee kilometer naar het centrum van Chirk, waar ons een weerzien met familie en vrienden wachten.

249

Chirk Castle & Offa’s Dyke

Het eten

Heerlijke spaghetti bij Paul & Ruth, de Welshe volksdansvrienden van mijn ouders.

Dag erna naar Corn Mill, leuk restaurantje met zicht op de Dee.

Het verblijf

Llangollen Hostel was gedurende drie nachten onze uitvalsbasis, omwille van het feit dat mijn ouders op dat moment in het naburige Chirk bij Welshe vrienden zaten, waar de volgende wandeldag ons naartoe zou brengen, en we daarna nog een rustdag extra inplanden. Het was een leuke hostel, met goede faciliteiten.

Bijzonderheden

In Chirk ligt een van mijn favoriete (Welshe) kastelen, het gelijknamige Chirk Castle. Zowel vanbinnen als vanbuiten de moeite. Ook de kasteeltuin en het omliggende domein zijn aanraders, met bijzondere aandacht voor de poort en de legende van de rode hand.

269

Chirk Castle vanuit de kasteeltuin

De legende van de rode hand wil dat een stervende feodale heer niet wist welke van zijn zonen de oudste was. Hij besloot een race te organiseren en de eerste die zijn sterfbed met de hand zou aanraken zou zijn bezittingen en titel erven. Toen een van de zonen merkte dat hij de race zou verliezen, hakte hij zijn hand af en gooide het naar het bed. Vandaar dus de rode, bloederige hand die in de poort verwerkt zit.

Thomas Telford was in zijn tijd een groot ingenieur en bouwde naast kanalen en bruggen, tunnels en havens.

Meer wandelingen op Offa’s Dyke Path vind je hier: https://fromtheseatothelandbeyond.com/wandelen-in-de-uk/offas-dyke-path-dag-per-dag/